2017-08-01 | BWBR0012702 | Besluit stralingsbescherming
This commit is contained in:
parent
c809e7e412
commit
4965b35c81
1 changed files with 121 additions and 102 deletions
|
|
@ -38,8 +38,6 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*besmetting: *de aanwezigheid van radioactieve stoffen in een materiaal, in of op een oppervlak, in een omgeving, of uitwendig op of inwendig in een persoon;
|
||||
|
||||
*Beveiligingsdeskundige:* deskundige op het gebied van bewaring en beveiliging van splijtstoffen, ertsen, inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder a en b, van de wet, alsmede radioactieve stoffen, als bedoeld in bij minsteriële regeling aan te geven gevallen;
|
||||
|
||||
*blootgestelde werknemer: *werknemer die gedurende zijn werktijd ten gevolge van handelingen een blootstelling ondergaat die kan leiden tot een dosis die hoger is dan een der in artikel 76 genoemde dosislimieten;
|
||||
|
||||
*blootstelling: *het blootgesteld zijn aan ioniserende straling;
|
||||
|
|
@ -80,8 +78,6 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*ingekapselde bron: *radioactieve stoffen die zijn ingebed in of gehecht aan vast dragermateriaal of zijn omgeven door een omhulling van materiaal met dien verstande dat hetzij het dragermateriaal hetzij de omhulling voldoende weerstand biedt om onder normale gebruiksomstandigheden elke verspreiding van radioactieve stoffen te voorkomen;
|
||||
|
||||
*inspecteur:* als zodanig bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen ambtenaar;
|
||||
|
||||
*kunstmatige bron: *bron, niet zijnde een natuurlijke bron en niet zijnde een toestel;
|
||||
|
||||
*leverancier*: natuurlijke of rechtspersoon die een hoogactieve bron levert of ter beschikking stelt;
|
||||
|
|
@ -116,9 +112,9 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*ongewilde verspreiding:* ongewilde verspreiding van een radioactieve stof als gevolg van een handeling of werkzaamheid die onder verantwoordelijkheid van een ondernemer is verricht en die niet meer onder controle van de betrokken ondernemer is;
|
||||
|
||||
*Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
*Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
|
||||
|
||||
*Onze Ministers:* Onze Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
*Onze Ministers:* Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
|
||||
*open bron: *bron, niet zijnde een ingekapselde bron en niet zijnde een toestel;
|
||||
|
||||
|
|
@ -184,7 +180,7 @@ j. blootstelling aan radon en dochternucliden die vrijkomen bij het verbranden o
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld:
|
||||
Bij verordening van de Autoriteit worden regels gesteld:
|
||||
|
||||
a. voor de bepaling van de omgevingsdosisequivalenten;
|
||||
b. voor de bepaling van de equivalente en de effectieve doses;
|
||||
|
|
@ -194,7 +190,7 @@ e. voor de bepaling van het activiteitsniveau van radionucliden.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen:
|
||||
Bij verordening van de Autoriteit kunnen:
|
||||
|
||||
a. methoden worden aangewezen voor de wijze waarop de in het eerste lid, onder b, bedoelde doses worden getoetst aan de in dit besluit genoemde doses;
|
||||
b. regels worden gesteld voor de meetmethoden van activiteiten, activiteitsconcentraties of oppervlaktebesmetting.
|
||||
|
|
@ -209,7 +205,7 @@ b. regels worden gesteld voor de meetmethoden van activiteiten, activiteitsconce
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Een handeling is slechts toegestaan indien zij door Onze Minister is gerechtvaardigd, dan wel behoort tot een categorie van handelingen die door Onze Minister is gerechtvaardigd. Onze Minister rechtvaardigt een handeling of een categorie van handelingen slechts indien de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling of categorie van handelingen opwegen tegen de gezondheidsschade die hierdoor kan worden toegebracht.
|
||||
**1.** Een handeling is slechts toegestaan indien zij door de Autoriteit is gerechtvaardigd, dan wel behoort tot een categorie van handelingen die bij regeling van Onze Minister is gerechtvaardigd. De Autoriteit, respectievelijk Onze Minister, rechtvaardigt een handeling, respectievelijk een categorie van handelingen, slechts indien de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling of categorie van handelingen opwegen tegen de gezondheidsschade die hierdoor kan worden toegebracht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -252,7 +248,7 @@ b. welke handelingen of categorieën daarvan overeenkomstig het eerste lid niet
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De ingevolge dit besluit door een stralingsarts te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die door Onze Minister als stralingsarts is ingeschreven in een door Onze Minister gehouden register en die zijn taken uitvoert in overeenstemming met een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet of de arbodienst.
|
||||
**1.** De ingevolge dit besluit door een stralingsarts te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die door de Autoriteit als stralingsarts is ingeschreven in een door de Autoriteit gehouden register en die zijn taken uitvoert in overeenstemming met een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet of de arbodienst.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden eisen vastgesteld met betrekking tot de kennis, vaardigheden en bekwaamheden, waaraan moet worden voldaan om als stralingsarts in het register, bedoeld in het eerste lid, te worden ingeschreven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -270,11 +266,11 @@ c. de gronden waarop en de gevallen waarin de inschrijving kan worden geweigerd
|
|||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
Onze Minister schrijft op aanvraag een persoon die onderdaan is van een betrokken staat als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien op grond van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is aangetoond dat deze persoon over kwalificaties bezit die gelijkwaardig zijn aan de kwalificaties waaraan ingevolge het bepaalde krachtens artikel 7, tweede lid, moet worden voldaan om als stralingsarts in het register te worden ingeschreven. Artikel 7, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
De Autoriteit schrijft op aanvraag een persoon die onderdaan is van een betrokken staat als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien op grond van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is aangetoond dat deze persoon over kwalificaties bezit die gelijkwaardig zijn aan de kwalificaties waaraan ingevolge het bepaalde krachtens artikel 7, tweede lid, moet worden voldaan om als stralingsarts in het register te worden ingeschreven. Artikel 7, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
### Artikel 7b
|
||||
|
||||
**1.** De ingevolge dit besluit door een algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die als een zodanige deskundige voor de uitvoering van de betrokken taak is ingeschreven in een door een door Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan te wijzen register als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de wet.
|
||||
**1.** De ingevolge dit besluit door een algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die als een zodanige deskundige voor de uitvoering van de betrokken taak is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Ministers worden eisen vastgesteld met betrekking tot de kennis, vaardigheden en bekwaamheden waaraan moet worden voldaan om als algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige in het register, bedoeld in het eerste lid, te worden ingeschreven. De eisen kunnen verschillend worden vastgesteld voor de verschillende taken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -284,32 +280,29 @@ Onze Minister schrijft op aanvraag een persoon die onderdaan is van een betrokke
|
|||
|
||||
De ingevolge dit besluit door een toezichthoudend deskundige te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die beschikt over een diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming behaald bij:
|
||||
|
||||
a. een door Onze Minister erkende instelling als bedoeld in artikel 7f, eerste lid; of
|
||||
b. een door een andere lidstaat van de Europese Unie of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland erkende of aangewezen instelling of opleiding.
|
||||
a. een door de Autoriteit erkende instelling als bedoeld in artikel 7f, eerste lid; of
|
||||
b. een door een andere lidstaat van de Europese Unie of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland erkende of aangewezen instelling of opleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 7d
|
||||
|
||||
Onze Ministers schrijven op aanvraag een persoon die onderdaan is van een betrokken staat als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in het register, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, indien op grond van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is aangetoond dat deze persoon over kwalificaties bezit die gelijkwaardig zijn aan de kwalificaties waaraan ingevolge het bepaalde krachtens artikel 7b, tweede lid, moet worden voldaan om als deskundige in het register te worden ingeschreven. Artikel 7b, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
De Autoriteit schrijft op aanvraag een persoon die onderdaan is van een betrokken staat als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in het register, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, indien op grond van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is aangetoond dat deze persoon over kwalificaties bezit die gelijkwaardig zijn aan de kwalificaties waaraan ingevolge het bepaalde krachtens artikel 7b, tweede lid, moet worden voldaan om als deskundige in het register te worden ingeschreven. Artikel 7b, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
### Artikel 7e
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister houdt het register, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, waarin een algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige wordt ingeschreven.
|
||||
**1.** Een inschrijving in het register, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de wet, kan worden geweigerd of doorgehaald, indien niet of niet volledig voldaan is aan de bij of krachtens de wet of bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Een inschrijving in het register, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd of doorgehaald, indien niet of niet volledig voldaan is aan de bij of krachtens de wet of bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen regels worden gesteld voor:
|
||||
|
||||
a. de wijze van inschrijving;
|
||||
b. de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag tot inschrijving worden verstrekt;
|
||||
c. de vergoeding die ten hoogste voor de inschrijving is verschuldigd;
|
||||
d. de gronden waarop en de gevallen waarin de inschrijving kan worden geweigerd of doorgehaald;
|
||||
e. de wijze waarop Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zich kunnen laten adviseren door een aangewezen instelling als bedoeld in artikel 69a, eerste lid, van de wet over het inschrijven van deskundigen in het register.
|
||||
d. de gronden waarop en de gevallen waarin de inschrijving kan worden geweigerd of doorgehaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 7f
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister erkent instellingen waar personen een diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming kunnen behalen.
|
||||
**1.** De Autoriteit erkent instellingen waar personen een diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming kunnen behalen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -325,7 +318,7 @@ e. de wijze waarop Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Een dosimetrische dienst heeft tot taak het verstrekken van persoonlijke controlemiddelen aan de ondernemer ten behoeve van A- of B-werknemers en het, door het uitlezen van deze controlemiddelen, bepalen in welke mate de A- of B-werknemers aan ioniserende straling blootgesteld zijn geweest. Deze taak wordt slechts verricht door een dienst die als zodanig is erkend door Onze Minister. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een erkenning als bedoeld in de tweede volzin.
|
||||
**1.** Een dosimetrische dienst heeft tot taak het verstrekken van persoonlijke controlemiddelen aan de ondernemer ten behoeve van A- of B-werknemers en het, door het uitlezen van deze controlemiddelen, bepalen in welke mate de A- of B-werknemers aan ioniserende straling blootgesteld zijn geweest. Deze taak wordt slechts verricht door een dienst die als zodanig is erkend door de Autoriteit. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een erkenning als bedoeld in de tweede volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden eisen vastgesteld met betrekking tot de kwaliteit van de dienstverlening, de werkwijze en de deskundigheid van de dienst, waaraan moet worden voldaan om krachtens het eerste lid te kunnen worden erkend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -359,7 +352,7 @@ e. deze instrumenten regelmatig worden gekalibreerd.
|
|||
|
||||
**4.** De ondernemer zorgt ervoor dat de bevindingen ten aanzien van de taken, genoemd in het eerste en derde lid, worden vastgelegd in een beheersysteem.
|
||||
|
||||
**5.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en inhoud van een risicoanalyse.
|
||||
**5.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en inhoud van een risicoanalyse.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -380,7 +373,7 @@ De ondernemer zorgt ervoor dat de integriteit van hoogactieve bronnen door of on
|
|||
a. ten minste een maal per jaar en
|
||||
b. na elke gebeurtenis waarbij de bron of bronhouder beschadigd kan zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de controle van de integriteit van hoogactieve bronnen.
|
||||
**4.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de controle van de integriteit van hoogactieve bronnen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -394,7 +387,7 @@ b. een maal per jaar wordt gecontroleerd of de bron en de bronhouder nog in goed
|
|||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Een ondernemer zendt een afgedankte hoogactieve bron, tenzij dit anders met Onze Minister is overeengekomen, onmiddellijk naar:
|
||||
Een ondernemer zendt een afgedankte hoogactieve bron, tenzij dit anders met de Autoriteit is overeengekomen, onmiddellijk naar:
|
||||
|
||||
a. de leverancier van de bron die bevoegd is de bron te ontvangen,
|
||||
b. een krachtens artikel 37, achtste lid, daartoe aangewezen instelling voor de ontvangst van radioactieve afvalstoffen, of
|
||||
|
|
@ -402,15 +395,26 @@ c. een andere ondernemer die bevoegd is de bron te ontvangen.
|
|||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
De ondernemer stelt financiële middelen en faciliteiten voor een passende bescherming tegen ioniserende straling ter beschikking aan de algemeen coördinerend deskundige, de coördinerend deskundige, de toezichthoudend deskundige of de stralingsbeschermingseenheid, bedoeld in artikel 12, die met de uitvoering van die bescherming is belast.
|
||||
De ondernemer stelt financiële middelen en faciliteiten voor een passende bescherming tegen ioniserende straling ter beschikking aan de algemeen coördinerend deskundige, de coördinerend deskundige, de toezichthoudend deskundige of de stralingsbeschermingseenheid, bedoeld in artikel 12, eerste, tweede of derde lid, die met de uitvoering van die bescherming is belast.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden ondernemers, soorten ondernemingen of locaties aangewezen, waarin een stralingsbeschermingseenheid, waarin tevens de algemeen coördinerend deskundige werkzaam is, aanwezig is en worden regels gesteld voor de taken, bevoegdheden en werkwijze van een stralingsbeschermingseenheid.
|
||||
**1.** Een ondernemer zorgt ervoor dat een stralingsbeschermingseenheid, waarin tevens de algemeen coördinerend deskundige werkzaam is, aanwezig is in een onderneming en op locaties indien in verschillende organisatie-onderdelen of op verschillende plaatsen door de ondernemer verschillende handelingen of werkzaamheden met in totaal meer dan 100 bronnen waarvoor een vergunning is vereist worden verricht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Een ondernemer zorgt ervoor dat een stralingsbeschermingseenheid aanwezig is binnen inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
|
||||
|
||||
Indien een stralingsbeschermingseenheid op grond van het eerste lid is voorgeschreven, zorgt de ondernemer ervoor dat de stralingsbeschermingseenheid operationeel is en in ieder geval:
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De vergunning van een andere soort ondernemer dan die een onderneming heeft als bedoeld in het eerste of tweede lid kan het voorschrift bevatten dat deze zorgt voor de aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid, indien in zijn onderneming:
|
||||
|
||||
a. handelingen of werkzaamheden worden verricht die overeenkomen met die in de in het eerste of tweede lid bedoelde ondernemingen of op de in het eerste lid bedoelde locaties; en
|
||||
b. naar het oordeel van de Autoriteit in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling een beheersysteem is vereist, dat vergelijkbaar is met dat in de ondernemingen, bedoeld in het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij verordening van de Autoriteit worden regels gesteld over de werkwijze van een stralingsbeschermingseenheid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Indien een stralingsbeschermingseenheid op grond van het eerste, tweede of derde lid is voorgeschreven, zorgt de ondernemer ervoor dat de stralingsbeschermingseenheid operationeel is en in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. daarin een algemeen coördinerend deskundige en voldoende ondersteunend personeel werkzaam zijn;
|
||||
b. daarin voldoende stralingsbeschermingsdeskundigheid aanwezig is;
|
||||
|
|
@ -418,13 +422,13 @@ c. functioneel en organisatorisch gescheiden is van productie- en technische een
|
|||
d. aan hem adviezen verstrekt met betrekking tot de bescherming tegen ioniserende straling;
|
||||
e. de algemeen coördinerend deskundige toestemming geeft voor een handeling.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan toestaan dat een stralingsbeschermingseenheid als bedoeld in het eerste lid, voor verscheidene ondernemers taken verricht. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een beschikking als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
**6.** De Autoriteit kan toestaan dat een stralingsbeschermingseenheid als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, voor verscheidene ondernemers taken verricht. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een beschikking als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
**1.** Er is een meldpunt stralingsincidenten voor het melden van stralingsincidenten, ongevallen en radiologische noodsituaties.
|
||||
|
||||
**2.** Het meldpunt wordt beheerd door een door Onze Minister aangewezen instantie.
|
||||
**2.** De Autoriteit beheert het meldpunt.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -484,7 +488,7 @@ d. elk stralingsincident of ongeval met een bron dat leidt tot onopzettelijke bl
|
|||
|
||||
Nadat handelingen met een ingekapselde bron definitief zijn beëindigd, zorgt de ondernemer er voor dat:
|
||||
|
||||
a. hiervan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan Onze Minister, en
|
||||
a. hiervan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan de Autoriteit, en
|
||||
b. hij zich, binnen twee jaar na die beëindiging, van de ingekapselde bron ontdoet door afgifte aan:
|
||||
|
||||
1°. degene die de bron heeft vervaardigd of geleverd,
|
||||
|
|
@ -495,7 +499,7 @@ b. hij zich, binnen twee jaar na die beëindiging, van de ingekapselde bron ontd
|
|||
|
||||
Nadat handelingen met een toestel definitief zijn beëindigd, zorgt de ondernemer ervoor dat:
|
||||
|
||||
a. hiervan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan Onze Minister, en
|
||||
a. hiervan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan de Autoriteit, en
|
||||
b. hij zich binnen twee jaar na die beëindiging van dat toestel ontdoet door afgifte aan:
|
||||
|
||||
1°. degene die het toestel heeft vervaardigd of geleverd, of
|
||||
|
|
@ -546,7 +550,7 @@ De ondernemer zorgt ervoor dat de werknemers meewerken aan het voor hen georgani
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot toestellen voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
|
||||
**1.** De Autoriteit kan bij verordening regels stellen met betrekking tot toestellen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -563,7 +567,7 @@ i. eisen waaraan degene die het toestel gebruikt moet voldoen.
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot ingekapselde bronnen voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
|
||||
**1.** De Autoriteit kan bij verordening regels stellen met betrekking tot ingekapselde bronnen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -579,7 +583,7 @@ g. eisen waaraan degene die de bron gebruikt moet voldoen.
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat, in situaties waar ten gevolge van handelingen de in artikel 49 of 76 genoemde doses kunnen worden overschreden, op daarvoor geschikte plaatsen doelmatige en duidelijke waarschuwingsborden of -tekens en opschriften worden aangebracht.
|
||||
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat, in situaties waar ten gevolge van handelingen de in artikel 49 of 76 genoemde doses kunnen worden overschreden, op daarvoor geschikte plaatsen doelmatige en duidelijke waarschuwingsborden of -tekens en opschriften worden aangebracht.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat ruimten en plaatsen waar handelingen met open bronnen worden verricht, de inrichting daarvan of daarin gebruikte voorwerpen regelmatig volgens door hem schriftelijk vastgestelde procedures worden gecontroleerd op besmetting.
|
||||
|
||||
|
|
@ -596,10 +600,10 @@ g. eisen waaraan degene die de bron gebruikt moet voldoen.
|
|||
De fabrikant graveert in of stempelt op elke door hem gefabriceerde hoogactieve bron een code die als volgt is samengesteld:
|
||||
|
||||
a. de aanduiding: NL,
|
||||
b. gevolgd door een aan de fabrikant door Onze Minister toegekende vaste code,
|
||||
b. gevolgd door een aan de fabrikant door de Autoriteit toegekende vaste code,
|
||||
c. gevolgd door een door de fabrikant te bepalen voor de bron onderscheidende code in Romeinse letters of Arabische cijfers.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag om de toekenning van de in het eerste lid, onder b, bedoelde code wordt ingediend bij Onze Minister. De aanvraag bevat de nummers van de krachtens de artikelen 15, onder a, of 29, eerste lid, van de wet aan de aanvrager verleende vergunningen.
|
||||
**2.** Een aanvraag om de toekenning van de in het eerste lid, onder b, bedoelde code wordt ingediend bij de Autoriteit. De aanvraag bevat de nummers van de krachtens de artikelen 15, onder a, of 29, eerste lid, van de wet aan de aanvrager verleende vergunningen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de afmeting van de bron voor de in het eerste lid bedoelde handeling te klein is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -627,7 +631,7 @@ c. de in het eerste en vierde lid bedoelde code en de krachtens artikel 20, vier
|
|||
De leverancier graveert in of stempelt op de bronhouder van elke door hem te leveren hoogactieve bron een code die als volgt is samengesteld:
|
||||
|
||||
a. de aanduiding: NL,
|
||||
b. gevolgd door een aan de leverancier door Onze Minister toegekende vaste code,
|
||||
b. gevolgd door een aan de leverancier door de Autoriteit toegekende vaste code,
|
||||
c. gevolgd door een door de leverancier te bepalen voor de bron onderscheidende code in Romeinse letters of Arabische cijfers.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -647,7 +651,7 @@ Artikel 20b, eerste tot en met derde lid, en artikel 20a, tweede, zesde en zeven
|
|||
|
||||
### Artikel 20ca
|
||||
|
||||
Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het voorhanden hebben van radioactieve stoffen, bestemd voor handelingen waarvoor ingevolge artikel 24 of artikel 25 een vergunning is vereist.
|
||||
De Autoriteit kan bij verordening regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het voorhanden hebben van radioactieve stoffen, bestemd voor handelingen waarvoor ingevolge artikel 24 of artikel 25 een vergunning is vereist.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.4. Financiële zekerheid met betrekking tot hoogactieve bronnen
|
||||
|
||||
|
|
@ -667,7 +671,7 @@ De financiële zekerheid wordt gesteld op een of meer van de volgende wijzen:
|
|||
a. een borgtocht of een bankgarantie;
|
||||
b. het sluiten van een verzekeringsovereenkomst;
|
||||
c. het deelnemen aan een daartoe ingesteld fonds dat naar het oordeel van Onze Minister en van Onze Minister van Financiën voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt;
|
||||
d. het treffen van enige andere voorziening, waarbij de financiële zekerheid naar het oordeel van Onze Ministers en van Onze Minister van Financiën voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt.
|
||||
d. het treffen van enige andere voorziening, waarbij de financiële zekerheid naar het oordeel van Onze Minister en van Onze Minister van Financiën voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister wordt een minimumbedrag vastgesteld waarvoor per volume-eenheid af te voeren bron, de daarbijbehorende bronhouder en de vaste afscherming financiële zekerheid wordt gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -685,20 +689,20 @@ c. wordt afgegeven aan een krachtens artikel 37, achtste lid, daartoe aangewezen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ondernemer verstrekt voordat hij een hoogactieve bron verwerft, aan Onze Minister:
|
||||
De ondernemer verstrekt voordat hij een hoogactieve bron verwerft, aan de Autoriteit:
|
||||
|
||||
a. informatie over het volume van de verworven bron, bronhouder en vaste afscherming van die bron;
|
||||
b. schriftelijk bewijs dat de krachtens artikel 20d, eerste lid, vereiste financiële zekerheid is gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de daarin bedoelde gegevens reeds bij een aanvraag om een vergunning voor een handeling als bedoeld in de artikelen 24, en 25, eerste lid, zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere eisen worden gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
|
||||
**3.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen nadere eisen worden gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.5. Kosten opslag radioactieve afvalstoffen
|
||||
|
||||
### Artikel 20g
|
||||
|
||||
De vergunninghouder stelt de kosten die hij in rekening brengt voor het in werking houden van een inrichting waarin splijtstoffen worden opgeslagen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, die op grond van artikel 37, achtste lid, door Onze Minister is aangewezen, vast op een transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze. Tot de kosten behoren ook de kosten die de vergunninghouder maakt voor onderzoek en ontwikkeling voor het beheer van radioactieve afvalstoffen, zoals dit in het nationaal programma, bedoeld in artikel 20h, is opgenomen.
|
||||
De vergunninghouder stelt de kosten die hij in rekening brengt voor het in werking houden van een inrichting waarin splijtstoffen worden opgeslagen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, die op grond van artikel 37, achtste lid, door de Autoriteit is aangewezen, vast op een transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze. Tot de kosten behoren ook de kosten die de vergunninghouder maakt voor onderzoek en ontwikkeling voor het beheer van radioactieve afvalstoffen, zoals dit in het nationaal programma, bedoeld in artikel 20h, is opgenomen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3a. Nationaal programma
|
||||
|
||||
|
|
@ -740,7 +744,7 @@ k. een overzicht van met andere lidstaten en derde landen gesloten overeenkomste
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer die een handeling met een toestel of een radioactieve stof verricht, meldt dit ten minste drie weken voor aanvang van deze handeling.
|
||||
**1.** De ondernemer die een handeling met een toestel of een radioactieve stof verricht, meldt dit ten minste drie weken voor aanvang van deze handeling aan de Autoriteit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -749,13 +753,13 @@ Deze verplichting geldt niet indien het een handeling betreft met:
|
|||
a. een toestel of radioactieve stof waarvoor ingevolge dit besluit een vergunning is vereist;
|
||||
b. een elektronenstraalbuis voor visuele beeldweergave;
|
||||
c. een ander toestel dan bedoeld onder a of b met een maximale hoogspanning van niet meer dan 30 kV, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur;
|
||||
d. een ander toestel dan bedoeld onder a, b of c, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door Onze Minister is goedgekeurd op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
|
||||
d. een ander toestel dan bedoeld onder a, b of c, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door de Autoriteit is goedgekeurd op grond van bij verordening van de Autoriteit gestelde regels.
|
||||
|
||||
**3.** De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor handelingen met bronnen indien in de aanvraag om een vergunning voor een handeling als bedoeld in de artikelen 23, eerste en tweede lid, 24, 25, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, eerste lid, dan wel in het jaarverslag behorende bij deze vergunning reeds melding is gedaan van de handelingen met deze bronnen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Indien met een toestel of radioactieve stof geen handelingen meer worden verricht die zijn gemeld overeenkomstig artikel 21, meldt de ondernemer dit zo spoedig mogelijk na het beëindigen van de handeling.
|
||||
Indien met een toestel of radioactieve stof geen handelingen meer worden verricht die zijn gemeld overeenkomstig artikel 21, meldt de ondernemer dit zo spoedig mogelijk na het beëindigen van de handeling aan de Autoriteit.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Vergunningen voor handelingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -763,7 +767,7 @@ Indien met een toestel of radioactieve stof geen handelingen meer worden verrich
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een handeling te verrichten met:
|
||||
Het is verboden zonder vergunning van de Autoriteit een handeling te verrichten met:
|
||||
|
||||
a. een toestel voor:
|
||||
|
||||
|
|
@ -774,7 +778,7 @@ a. een toestel voor:
|
|||
b. een ander toestel dan bedoeld onder a met een maximale hoogspanning van 100 kV of meer;
|
||||
c. een toestel dat deeltjes versnelt en ioniserende straling met een energie van meer dan 1 MeV kan uitzenden.
|
||||
|
||||
**2.** Het is voorts verboden zonder vergunning van Onze Minister onderzoeks- en ontwikkelingswerk te verrichten aan een toestel.
|
||||
**2.** Het is voorts verboden zonder vergunning van de Autoriteit onderzoeks- en ontwikkelingswerk te verrichten aan een toestel.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -782,7 +786,7 @@ Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor:
|
|||
|
||||
a. handelingen met elektronenmicroscopen;
|
||||
b. het uitsluitend in opslag hebben van toestellen ten behoeve van de handel in deze toestellen;
|
||||
c. een toestel dat wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door Onze Minister is goedgekeurd op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels;
|
||||
c. een toestel dat wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door de Autoriteit is goedgekeurd op grond van bij verordening van de Autoriteit gestelde regels;
|
||||
d. handelingen met toestellen die zijn bestemd en worden gebruikt ten behoeve van de volgende toepassingen:
|
||||
|
||||
1°. diergeneeskundige diagnostiek, uitsluitend voor zover het veterinaire toepassingen betreft met een toestel met alleen een verticaal neerwaarts gerichte bundel met een vaste focus- film afstand;
|
||||
|
|
@ -792,7 +796,7 @@ d. handelingen met toestellen die zijn bestemd en worden gebruikt ten behoeve va
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister:
|
||||
Het is verboden zonder vergunning van de Autoriteit:
|
||||
|
||||
a. radioactieve stoffen toe te dienen aan personen en, voor zover het de bescherming van mensen tegen ioniserende straling betreft, aan dieren voor:
|
||||
|
||||
|
|
@ -807,7 +811,7 @@ c. met radioactieve stoffen handelingen te verrichten voor:
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een andere handeling dan bedoeld in artikel 24 of 37, niet zijnde een lozing, met een radioactieve stof te verrichten.
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van de Autoriteit een andere handeling dan bedoeld in artikel 24 of 37, niet zijnde een lozing, met een radioactieve stof te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -817,18 +821,18 @@ a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is
|
|||
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, daarvoor vastgestelde waarde, of
|
||||
c. een handeling wordt verricht met:
|
||||
|
||||
1°. een Nikkel-63 bron die onderdeel is van analyseapparatuur met een maximale activiteit van 1 GBq, of
|
||||
1°. een Nikkel-63 bron die onderdeel is van analyseapparatuur met een maximale activiteit van 1 GBq, of
|
||||
2°. een meet-, regel- of ijkbron in een vaste opstelling met een activiteit van de gebruikte nuclide van minder dan 100 maal de activiteit van de krachtens artikel 3 daarvoor vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een radioactieve stof meer soorten radionucliden bevat, wordt de activiteitsconcentratie van de radionucliden gewogen gesommeerd volgens de bij regeling van Onze Minister aan te wijzen methode. Aan het tweede lid, onder b, wordt voldaan indien de uitkomst van deze sommatie kleiner of gelijk aan 1 is.
|
||||
**3.** Indien een radioactieve stof meer soorten radionucliden bevat, wordt de activiteitsconcentratie van de radionucliden gewogen gesommeerd volgens de bij verordening van de Autoriteit aan te wijzen methode. Aan het tweede lid, onder b, wordt voldaan indien de uitkomst van deze sommatie kleiner of gelijk aan 1 is.
|
||||
|
||||
**4.** Indien binnen een locatie op enig moment meer handelingen plaatsvinden, worden de activiteiten van de radionucliden in de bij die handelingen betrokken radioactieve stoffen gewogen gesommeerd volgens de bij regeling van Onze Minister aan te wijzen methode. Aan het tweede lid, onder a, wordt voldaan indien de uitkomst van deze sommatie kleiner of gelijk aan 1 is.
|
||||
**4.** Indien binnen een locatie op enig moment meer handelingen plaatsvinden, worden de activiteiten van de radionucliden in de bij die handelingen betrokken radioactieve stoffen gewogen gesommeerd volgens de bij verordening van de Autoriteit aan te wijzen methode. Aan het tweede lid, onder a, wordt voldaan indien de uitkomst van deze sommatie kleiner of gelijk aan 1 is.
|
||||
|
||||
**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen handelingen met producten als bedoeld in artikel 24, onder b, worden aangewezen, waarbij de aan deze producten toegevoegde radionucliden niet worden betrokken bij een sommatie als bedoeld in het derde lid.
|
||||
**5.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen handelingen met producten als bedoeld in artikel 24, onder b, worden aangewezen, waarbij de aan deze producten toegevoegde radionucliden niet worden betrokken bij een sommatie als bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** De verboden, bedoeld in het eerste lid en in de artikelen 23 en 24, gelden niet voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben.
|
||||
|
||||
**7.** Bij regeling van Onze Minister kunnen andere methoden worden aangewezen voor het bepalen en het toetsen van de schade in gevallen waarin de in het tweede lid bedoelde activiteitsconcentratie in combinatie met de in het tweede lid bedoelde activiteit geen juiste indicatie geeft van de schade die de bij de handeling betrokken radioactieve stoffen kunnen veroorzaken.
|
||||
**7.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen andere methoden worden aangewezen voor het bepalen en het toetsen van de schade in gevallen waarin de in het tweede lid bedoelde activiteitsconcentratie in combinatie met de in het tweede lid bedoelde activiteit geen juiste indicatie geeft van de schade die de bij de handeling betrokken radioactieve stoffen kunnen veroorzaken.
|
||||
|
||||
**8.** Bij regeling van Onze Minister kan in afwijking van het tweede lid, het eerste lid van toepassing worden verklaard in geval er sprake is van een te hoog risico van blootstelling van werknemers en leden van de bevolking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -838,10 +842,10 @@ c. een handeling wordt verricht met:
|
|||
|
||||
Het in artikel 25, eerste lid, gestelde verbod geldt tevens niet voor handelingen met een ingekapselde bron waarbij de krachtens artikel 3, aanhef en onder c, vastgestelde waarde voor de activiteit en de activiteitsconcentratie worden overschreden, indien:
|
||||
|
||||
a. deze van een door Onze Minister goedgekeurd type is, en
|
||||
a. deze van een door de Autoriteit goedgekeurd type is, en
|
||||
b. deze onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter van enige bereikbare buitenzijde daarvan geen hogere omgevingsdosisequivalent kan geven dan 1 µSv per uur.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot keuringen als bedoeld in het eerste lid, onder a, en voor de opslag en de verwijdering van ingekapselde bronnen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen regels worden gesteld met betrekking tot keuringen als bedoeld in het eerste lid, onder a, en voor de opslag en de verwijdering van ingekapselde bronnen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.3. Aanwijsinstrumenten
|
||||
|
||||
|
|
@ -858,10 +862,10 @@ De in de artikelen 24, onder b, en 27, gestelde verboden gelden niet indien:
|
|||
|
||||
a. het een aanwijsinstrument betreft;
|
||||
b. uitsluitend H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf wordt, onderscheidenlijk is toegevoegd voor verlichtingsdoeleinden;
|
||||
c. het aanwijsinstrument in totaal een lagere activiteit bevat dan 1 GBq H-3 of 10 MBq Pm-147;
|
||||
d. het aanwijsinstrument voldoet aan in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften met betrekking tot de constructie;
|
||||
e. op het aanwijsinstrument de bij regeling van Onze Minister aangewezen merk- of waarschuwingstekens zijn aangebracht;
|
||||
f. herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan het aanwijsinstrument worden verricht overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde regels; en
|
||||
c. het aanwijsinstrument in totaal een lagere activiteit bevat dan 1 GBq H-3 of 10 MBq Pm-147;
|
||||
d. het aanwijsinstrument voldoet aan in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling bij verordening van de Autoriteit gestelde voorschriften met betrekking tot de constructie;
|
||||
e. op het aanwijsinstrument de bij verordening van de Autoriteit aangewezen merk- of waarschuwingstekens zijn aangebracht;
|
||||
f. herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan het aanwijsinstrument worden verricht overeenkomstig de door de Autoriteit bij verordening vastgestelde regels; en
|
||||
g. niet meer dan 500 aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf is toegevoegd, voorhanden zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
|
@ -870,7 +874,7 @@ g. niet meer dan 500 aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden H-3
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister van Defensie kan ontheffing verlenen van de in de artikelen 24, onder b, en 25, eerste lid, en 27 gestelde verboden indien het aanwijsinstrumenten betreft waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd en die in gebruik zijn dan wel bestemd zijn voor gebruik bij de krijgsmacht en die bedoeld zijn voor gebruik onder operationele omstandigheden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot aanwijsinstrumenten.
|
||||
**3.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot aanwijsinstrumenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -896,7 +900,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zich zonder vergunning van Onze Minister te ontdoen van radioactieve stoffen door middel van lozing in de lucht, in het openbare riool of in het oppervlaktewater.
|
||||
**1.** Het is verboden zich zonder vergunning van de Autoriteit te ontdoen van radioactieve stoffen door middel van lozing in de lucht, in het openbare riool of in het oppervlaktewater.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -931,7 +935,7 @@ d. voorwerpen, stoffen en materialen die met radioactieve stoffen zijn besmet of
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zich zonder vergunning van Onze Minister te ontdoen van radioactieve stoffen voor product- of materiaalhergebruik of van radioactieve afvalstoffen.
|
||||
**1.** Het is verboden zich zonder vergunning van de Autoriteit te ontdoen van radioactieve stoffen voor product- of materiaalhergebruik of van radioactieve afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -951,11 +955,11 @@ Het verbod geldt tevens niet indien het een feitelijke levering betreft van radi
|
|||
a. product- of materiaalhergebruik van radioactieve stoffen, of
|
||||
b. inzameling van radioactieve afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**6.** Het verbod geldt tevens niet voor afgifte aan een door Onze Ministers aangewezen instelling voor ontvangst van in bezit genomen radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de wet.
|
||||
**6.** Het verbod geldt tevens niet voor afgifte aan een door de Autoriteit aangewezen instelling voor ontvangst van in bezit genomen radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**7.** Het verbod geldt tevens niet voor het zich ontdoen van radioactieve afvalstoffen door afgifte aan een door Onze Minister erkende ophaaldienst voor radioactieve afvalstoffen.
|
||||
**7.** Het verbod geldt tevens niet voor het zich ontdoen van radioactieve afvalstoffen door afgifte aan een door de Autoriteit erkende ophaaldienst voor radioactieve afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**8.** Het verbod geldt tevens niet voor afgifte aan door Onze Minister aangewezen instellingen voor de ontvangst van radioactieve afvalstoffen.
|
||||
**8.** Het verbod geldt tevens niet voor afgifte aan door de Autoriteit aangewezen instellingen voor de ontvangst van radioactieve afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**9.** Het vierde tot en met achtste lid gelden alleen indien de ondernemer zich ervan heeft vergewist dat de ontvanger in het bezit is van een vergunning voor de desbetreffende handeling of anderszins gerechtigd is deze stoffen te ontvangen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -963,7 +967,7 @@ b. inzameling van radioactieve afvalstoffen.
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** Een radioactieve stof kan door Onze Minister of de ondernemer als radioactieve afvalstof worden aangemerkt, indien voor deze stof geen gebruik of product- of materiaalhergebruik is voorzien door deze Minister of door de ondernemer en er geen sprake is van lozing van de stof.
|
||||
**1.** Een radioactieve stof kan door de Autoriteit of de ondernemer als radioactieve afvalstof worden aangemerkt, indien voor deze stof geen gebruik of product- of materiaalhergebruik is voorzien door de Autoriteit of door de ondernemer en er geen sprake is van lozing van de stof.
|
||||
|
||||
**2.** Een afvalstof wordt niet als radioactieve afvalstof aangemerkt, indien artikel 37, tweede lid, van toepassing is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -995,9 +999,9 @@ Onverminderd de artikelen 18a, 31, vierde lid, en 34, zevende lid, van de wet ka
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer doet een melding als bedoeld in de artikelen 21, 22 en 103 bij Onze Minister.
|
||||
**1.** De ondernemer doet een melding als bedoeld in de artikelen 21, 22 en 103 bij de Autoriteit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een melding als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een melding als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -1011,15 +1015,15 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag van een vergunning voor een handeling als bedoeld in de artikelen 23, eerste en tweede lid, 24, 25, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, eerste lid.
|
||||
**1.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag van een vergunning voor een handeling als bedoeld in de artikelen 23, eerste en tweede lid, 24, 25, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft niet de handelingen die binnen de locatie worden verricht door de persoon die in het bezit is van een vergunning voor het op steeds wisselende plaatsen verrichten van de betrokken handelingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** De houder van een vergunning is verplicht aan Onze Minister kennis te geven van een na het verlenen van de vergunning opgetreden wijziging in een der gegevens vermeld bij de aanvraag om de vergunning.
|
||||
**1.** De houder van een vergunning is verplicht aan de Autoriteit kennis te geven van een na het verlenen van de vergunning opgetreden wijziging in een der gegevens vermeld bij de aanvraag om de vergunning.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens van de aanvraag van de vergunning.
|
||||
**2.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens van de aanvraag van de vergunning.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.8. Voorbereidingsprocedure
|
||||
|
||||
|
|
@ -1029,8 +1033,8 @@ Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet
|
|||
|
||||
a. het toestel uitsluitend voor radiologische verrichtingen is bestemd;
|
||||
b. het toestel zich bevindt in een voertuig of aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig, dat als zodanig wordt gebruikt;
|
||||
c. het toestel zich bevindt op steeds wisselende locaties, en naar het oordeel van Onze Minister het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren;
|
||||
d. indien al eerder vergunning voor een toestel van hetzelfde type met betrekking tot dezelfde plaats is verleend en naar het oordeel van Onze Minister niet te verwachten is dat door gebruikmaking van de gevraagde vergunning meer schade kan ontstaan dan bij de eerder verleende vergunning in aanmerking is genomen.
|
||||
c. het toestel zich bevindt op steeds wisselende locaties, en naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren;
|
||||
d. indien al eerder vergunning voor een toestel van hetzelfde type met betrekking tot dezelfde plaats is verleend en naar het oordeel van de Autoriteit niet te verwachten is dat door gebruikmaking van de gevraagde vergunning meer schade kan ontstaan dan bij de eerder verleende vergunning in aanmerking is genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
|
|
@ -1044,7 +1048,7 @@ d. indien al eerder vergunning voor een toestel van hetzelfde type met betrekkin
|
|||
|
||||
**2.** Indien op de voorbereiding van een beschikking terzake van een vergunning voor een handeling met een toestel afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt, anders dan als adviseur, betrokken het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de handeling wordt of zal worden verricht.
|
||||
|
||||
**3.** Van de besluiten op aanvragen van vergunningen op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
**3.** Van de besluiten op aanvragen van vergunningen op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, wordt door de Autoriteit mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 47a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1080,7 +1084,7 @@ b. een equivalente dosis van:
|
|||
|
||||
**2.** De ondernemer houdt een administratie bij waarin hij de resultaten aantekent van de metingen en de berekeningen en gebruikt deze, indien nodig, voor het bepalen van de doses, bedoeld in het eerste lid en de artikelen 48 en 49.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld voor de inhoud, het beheer en de bewaartermijn van de administratie.
|
||||
**3.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen nadere regels worden gesteld voor de inhoud, het beheer en de bewaartermijn van de administratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
|
|
@ -1343,7 +1347,7 @@ b. een equivalente dosis van:
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In uitzonderlijke omstandigheden, met uitzondering van radiologische noodsituaties, kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw, Onze Minister, op verzoek van de ondernemer ontheffing van de in artikel 77 genoemde dosislimieten verlenen, mits
|
||||
In uitzonderlijke omstandigheden, met uitzondering van radiologische noodsituaties, kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw, Onze Minister van Economische Zaken, op verzoek van de ondernemer ontheffing van de in artikel 77 genoemde dosislimieten verlenen, mits
|
||||
|
||||
a. het een A-werknemer betreft;
|
||||
b. de blootstelling geschiedt op basis van vrijwilligheid;
|
||||
|
|
@ -1355,7 +1359,7 @@ g. het geen vrouw betreft die borstvoeding geeft terwijl er kans bestaat op besm
|
|||
h. de blootstelling van te voren door de ondernemer wordt gemotiveerd en de blootstelling en de risico's van te voren door de ondernemer worden besproken met de betrokken werknemers, de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, de stralingsarts en de deskundige, en
|
||||
i. de betrokken werknemers tevoren door de ondernemer worden geïnformeerd over de tijdens de handelingen te nemen voorzorgsmaatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** In de situatie, bedoeld in het eerste lid, rapporteert de ondernemer na afloop aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw aan Onze Minister, over de uitgevoerde handelingen, de wijze waarop bescherming tegen ioniserende straling is uitgevoerd en de door de werknemer ontvangen effectieve of equivalente dosis.
|
||||
**2.** In de situatie, bedoeld in het eerste lid, rapporteert de ondernemer na afloop aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw aan Onze Minister van Economische Zaken, over de uitgevoerde handelingen, de wijze waarop bescherming tegen ioniserende straling is uitgevoerd en de door de werknemer ontvangen effectieve of equivalente dosis.
|
||||
|
||||
**3.** De ondernemer verstrekt de uitslag van de in het tweede lid berekende of bepaalde dosis aan de in artikel 91, tweede lid, bedoelde instelling en aan de betrokken werknemer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1434,7 +1438,7 @@ b. bij de aanwezigheid van open bronnen, de activiteitsconcentratie in de lucht
|
|||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, bij mijnbouw, Onze Minister, of, indien het de krijgsmacht betreft een door Onze Minister van Defensie aan te wijzen autoriteit, kan, indien het meten van blootstelling aan ioniserende straling aan de hand van persoonlijke controlemiddelen niet of niet goed mogelijk is, of als op andere wijze de effectieve of equivalente dosis wordt bepaald, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 87.
|
||||
**1.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, bij mijnbouw, Onze Minister van Economische Zaken, of, indien het de krijgsmacht betreft een door Onze Minister van Defensie aan te wijzen autoriteit, kan, indien het meten van blootstelling aan ioniserende straling aan de hand van persoonlijke controlemiddelen niet of niet goed mogelijk is, of als op andere wijze de effectieve of equivalente dosis wordt bepaald, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 87.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, worden voorschriften verbonden die inhouden dat de effectieve of equivalente dosis geschat wordt aan de hand van de individuele metingen bij andere blootgestelde werknemers, of aan de hand van de in artikel 86 bedoelde ruimtemonitoring, of in het geval van vliegtuigbemanningen op een wijze als bedoeld in artikel 111, eerste lid, onder b, of op andere wijze.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1490,7 +1494,7 @@ a. de betrokken werknemer;
|
|||
b. de algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige of toezichthoudend deskundige;
|
||||
c. indien het een A-werknemer betreft, de stralingsarts.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemer meldt de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 89, onverwijld aan de in het eerste lid bedoelde personen of dienst en aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien het mijnbouw betreft, Onze Minister.
|
||||
**2.** De ondernemer meldt de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 89, onverwijld aan de in het eerste lid bedoelde personen of dienst en aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien het mijnbouw betreft, Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 94
|
||||
|
||||
|
|
@ -1575,13 +1579,13 @@ Met betrekking tot werkzaamheden zijn de bepalingen van dit besluit die betrekki
|
|||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt in de Staatscourant een lijst van werkzaamheden bekend, waarvan het mogelijk is dat bij het verrichten van die werkzaamheden de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, vastgestelde waarden worden overschreden.
|
||||
**1.** De Autoriteit maakt in de Staatscourant een lijst van werkzaamheden bekend, waarvan het mogelijk is dat bij het verrichten van die werkzaamheden de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, vastgestelde waarden worden overschreden.
|
||||
|
||||
**2.** Voordat een ondernemer een werkzaamheid gaat verrichten die op de in het eerste lid bedoelde lijst staat vermeld, gaat hij na of deze werkzaamheid overeenkomstig artikel 103 moet worden gemeld dan wel dat daarvoor overeenkomstig de artikelen 107 en 108 een vergunning is vereist.
|
||||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer meldt aan Onze Minister een werkzaamheid, niet zijnde een lozing, voordat met de uitvoering daarvan wordt begonnen.
|
||||
**1.** De ondernemer meldt aan de Autoriteit een werkzaamheid, niet zijnde een lozing, voordat met de uitvoering daarvan wordt begonnen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1603,7 +1607,7 @@ b. het een werkzaamheid betreft waarvoor ingevolge artikel 107 een vergunning is
|
|||
|
||||
### Artikel 104
|
||||
|
||||
Indien een werkzaamheid niet meer wordt verricht, meldt de ondernemer dit aan Onze Minister zo spoedig mogelijk na het beëindigen van de werkzaamheid.
|
||||
Indien een werkzaamheid niet meer wordt verricht, meldt de ondernemer dit aan de Autoriteit zo spoedig mogelijk na het beëindigen van de werkzaamheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
|
|
@ -1615,7 +1619,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een werkzaamheid, niet zijnde een lozing, te verrichten.
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van de Autoriteit een werkzaamheid, niet zijnde een lozing, te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1632,7 +1636,7 @@ b. de activiteitsconcentratie van de bij die werkzaamheid betrokken natuurlijke
|
|||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister natuurlijke bronnen te lozen of een werkzaamheid te verrichten ten gevolge waarvan natuurlijke bronnen worden geloosd.
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van de Autoriteit natuurlijke bronnen te lozen of een werkzaamheid te verrichten ten gevolge waarvan natuurlijke bronnen worden geloosd.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien de activiteit van de in een kalenderjaar te lozen radionucliden die in de regeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn aangewezen, bij het verlaten van de locatie lager is dan de daarbij in die regeling aangegeven waarde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1644,13 +1648,13 @@ b. de activiteitsconcentratie van de bij die werkzaamheid betrokken natuurlijke
|
|||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de aanvraag van een vergunning voor een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 107 en 108.
|
||||
Bij verordening van de Autoriteit worden regels gesteld over de aanvraag van een vergunning voor een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 107 en 108.
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, indien dat naar het oordeel van Onze Minister met het oog op rechtvaardiging en optimalisatie noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van daarbij aangegeven werkzaamheden die overeenkomstig artikel 103 worden gemeld.
|
||||
**1.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen, indien dat naar het oordeel van de Autoriteit met het oog op rechtvaardiging en optimalisatie noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van daarbij aangegeven werkzaamheden die overeenkomstig artikel 103 worden gemeld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot product- of materiaalhergebruik en opslag van afval van natuurlijke bronnen, voor categorieën van gevallen waarin de activiteitsconcentratie in combinatie met de totale activiteit van de betrokken natuurlijke bronnen hoger is dan de krachtens artikel 3 vastgestelde waarde.
|
||||
**2.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen regels worden gesteld met betrekking tot product- of materiaalhergebruik en opslag van afval van natuurlijke bronnen, voor categorieën van gevallen waarin de activiteitsconcentratie in combinatie met de totale activiteit van de betrokken natuurlijke bronnen hoger is dan de krachtens artikel 3 vastgestelde waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 25, derde, vierde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1701,7 +1705,7 @@ Onze Minister, en:
|
|||
a. indien het de krijgsmacht betreft, Onze Minister van Defensie;
|
||||
b. indien het medische stralingstoepassingen betreft, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
|
||||
c. indien het arbeidsbescherming betreft, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
|
||||
d. indien het een lozing in het oppervlaktewater betreft, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
|
||||
d. indien het mijnbouw, of een lozing in oppervlaktewater of in lucht betreft, Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
|
||||
zorgen ervoor dat er teams voor technische en medische interventie en voor het verwijderen van radioactieve besmetting beschikbaar zijn, die voor de uitvoering daarvan voldoende zijn toegerust.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1783,13 +1787,13 @@ b. de plaats waar de handelingen worden verricht;
|
|||
c. een omschrijving van de aard en de omvang van de handelingen;
|
||||
d. de risicoanalyse.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels voor de inhoud en regels voor de bewaartermijnen van de administratie gesteld.
|
||||
**3.** Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels voor de inhoud en regels voor de bewaartermijnen van de administratie gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 120a
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer die handelingen verricht met een hoogactieve bron, verstrekt Onze Minister schriftelijk de relevante gegevens met betrekking tot die bron.
|
||||
**1.** De ondernemer die handelingen verricht met een hoogactieve bron, verstrekt de Autoriteit schriftelijk de relevante gegevens met betrekking tot die bron.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot die gegevens en de tijdstippen waarop deze worden verstrekt.
|
||||
**2.** Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot die gegevens en de tijdstippen waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
|
|
@ -1799,7 +1803,7 @@ d. de risicoanalyse.
|
|||
|
||||
**3.** Degene die een administratie als bedoeld in het eerste lid voert, bewaart de gegevens waaruit die administratie bestaat, tenminste gedurende drie jaar na het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere eisen gesteld waaraan de administratie, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.
|
||||
**4.** Bij verordening van de Autoriteit worden nadere eisen gesteld waaraan de administratie, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet indien het aantal tevoren geschatte opnamen per kalenderjaar minder dan 100 is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1811,16 +1815,31 @@ d. de risicoanalyse.
|
|||
|
||||
Nadere eisen die uitsluitend betrekking hebben op de bescherming van werknemers tegen ioniserende straling ten gevolge van handelingen worden gesteld:
|
||||
|
||||
a. indien het mijnbouw betreft: door Onze Minister;
|
||||
b. indien het andere handelingen betreft: door een daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar.
|
||||
a. indien het mijnbouw betreft: door Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
b. indien het een inrichting betreft, waarvoor een vergunning krachtens artikel 15, onder b, van de wet is verleend, door de Autoriteit;
|
||||
c. indien het andere handelingen betreft: door een daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien deze nadere eisen die geen betrekking hebben op de bescherming van werknemers tegen ioniserende straling bij door hen te verrichten handelingen, worden ze gesteld door de inspecteur, of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover het de onder hen ressorterende belangen betreft of indien het de mijnbouw op het continentaal plat betreft, Onze Minister.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Nadere eisen die geen betrekking hebben op de bescherming van werknemers tegen ioniserende straling ten gevolge van handelingen worden gesteld:
|
||||
|
||||
a. door de Autoriteit, of
|
||||
b. voor zover het de onder hem ressorterende belangen betreft: door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, of
|
||||
c. indien het mijnbouw op het continentaal plat betreft: door Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
|
||||
**4.** Nadere eisen die zowel de in het tweede als in het derde lid bedoelde belangen betreffen, worden gesteld door de in die leden genoemde bestuursorganen gezamenlijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 123
|
||||
|
||||
**1.** In bijzondere gevallen kunnen Onze Ministers onderscheidenlijk Onze Minister van Defensie, indien het de krijgsmacht betreft, ontheffing verlenen van de voorschriften in de hoofdstukken 3, 5, 6, 7, 8 en 10 van dit besluit.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In bijzondere gevallen kan ontheffing worden verleend van de voorschriften in de hoofdstukken 3, 5, 6, 7, 8 en 10 van dit besluit. De ontheffing wordt verleend door:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, indien het de bescherming van werknemers betreft, tenzij het de bescherming betreft van werknemers in inrichtingen waarvoor een vergunning krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet is verleend;
|
||||
b. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het de bescherming van patiënten betreft;
|
||||
c. Onze Minister van Defensie indien het de krijgsmacht betreft;
|
||||
d. Onze Minister van Economische Zaken indien het mijnbouw betreft;
|
||||
e. de Autoriteit in de overige gevallen.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1848,7 +1867,7 @@ Een vergunning, die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit is verlee
|
|||
|
||||
a. artikel 29 van de wet, juncto artikel 6 en 7 van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet zoals dat besluit luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit;
|
||||
b. artikel 34 van de wet, juncto artikel 8 van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet zoals dat besluit luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, of
|
||||
c. artikel 26 van de Mijnwet continentaal plat, juncto artikel 167 van het Mijnreglement continentaal plat, zoals dat besluit luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, berust na de datum van inwerkingtreding van dit besluit op de artikelen 23, 24, 25 of 108 van dit besluit.
|
||||
c. artikel 26 van de Mijnwet continentaal plat, juncto artikel 167 van het Mijnreglement continentaal plat, zoals dat besluit luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, berust na de datum van inwerkingtreding van dit besluit op de artikelen 23, 24, 25 of 108 van dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Een handeling met een toestel waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit vergunning is verleend bij of krachtens artikel 34 van de wet, juncto artikel 8, eerste lid, onder b, van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet zoals dat besluit luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt geacht te zijn gemeld overeenkomstig artikel 21 van dit besluit.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue