2022-07-09 | BWBR0046873 | Subsidieregeling IPCEI Health
This commit is contained in:
parent
a8d6a1a2f3
commit
4989a27e42
1 changed files with 14 additions and 14 deletions
|
|
@ -14,8 +14,8 @@ citeertitel: Subsidieregeling IPCEI Health
|
|||
|
||||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aanvraagtijdvak 1:* de periode die twee dagen na de publicatie van de Subsidieregeling IPCEI Health in de Staatscourant aanvangt om 09:00 uur en duurt tot en met 12 augustus 2022, 17:00 uur;
|
||||
- *algemene groepsvrijstellingsverordening:* Verordening (EU) nummer 2023/1315 van de Commissie van 23 juni 2023 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, 2023, L 167/2);
|
||||
- *aanvraagtijdvak 1:* de periode die twee dagen na de publicatie van de Subsidieregeling IPCEI Health in de Staatscourant aanvangt om 09:00 uur en duurt tot en met 8 augustus 2022, 17:00 uur;
|
||||
- *algemene groepsvrijstellingsverordening:* Verordening (EU) nummer 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
|
||||
- *AMR:* antimicrobiële resistentie;
|
||||
- *directe partner:* een onderneming als bedoeld in artikel 5, eerste lid;
|
||||
- *eerste industriële toepassing van innovatieve producten of diensten:* activiteiten als bedoeld in paragraaf 3.2.3, onderdelen 23 en 24, van het IPCEI-steunkader;
|
||||
|
|
@ -58,7 +58,7 @@ b. gericht is op het tot stand brengen van samenwerkingsverbanden die bijdragen
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.1 tot en met 5.9, artikel 5.11 en artikel 10.1.
|
||||
Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing, met uitzondering van hoofdstuk 5 en artikel 10.1.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -111,7 +111,7 @@ c. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op een haal
|
|||
d. 80% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op niet-economisch industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c, door een onderzoeksorganisatie;
|
||||
e. 10% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op investeringen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder d, door een middelgrote onderneming;
|
||||
f. 20% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op investeringen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder d, door een kleine onderneming;
|
||||
g. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e, door een onderneming. De steunintensiteit kan tot 60% worden verhoogd indien ten minste twee lidstaten overheidsfinanciering verstrekken, of voor een onderzoeksinfrastructuur die op het niveau van de Unie wordt geëvalueerd en geselecteerd;
|
||||
g. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e, door een onderneming;
|
||||
h. 15% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op proces- en organisatie-innovatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder f, door een grote onderneming;
|
||||
i. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op proces- en organisatie-innovatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder f, door een middelgrote of kleine onderneming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,7 +122,7 @@ De percentages, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c, worden verhoogd met:
|
|||
a. 10 procentpunten, indien de aanvrager een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door deze middelgrote onderneming;
|
||||
b. 20 procentpunten, indien de aanvrager een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door deze kleine onderneming.
|
||||
|
||||
**4.** De percentages, genoemd in het tweede lid, onder a en b, kunnen worden verhoogd overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 25, zesde lid, onderdelen a tot en met d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening tot een maximale steunintensiteit van 80% van de in aanmerking komende kosten.
|
||||
**4.** De percentages, genoemd in het tweede lid, onder a en b, kunnen worden verhoogd met 10 procentpunten, indien voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, onder i, aanhef en eerste of tweede streepje, of ii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -256,24 +256,24 @@ c. de mate waarin het Nederlandse belangrijke project technologisch vooruitstrev
|
|||
4°. het project een grote slagingskans heeft en een blijvend effect zal hebben; en
|
||||
d. de manier waarop de financiële middelen effectief en efficiënt worden ingezet, hetgeen onder meer kan blijken uit de hoogte van de gevraagde subsidie ten opzichte van andere financiële bijdragen aan het Nederlandse belangrijke project en de verhouding van de inzet van deze financiële middelen tot het beoogde resultaat, mede gelet op het nul-scenario.
|
||||
|
||||
**4.** De minister kent, voor subsidieaanvragen die behoren tot de eerste wave, ten minste één en ten hoogste tien punten toe per onderdeel, als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met c, en het derde lid, onder a tot en met d.
|
||||
**5.** De minister kent, voor subsidieaanvragen die behoren tot de eerste wave, ten minste één en ten hoogste tien punten toe per onderdeel, als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met c, en het derde lid, onder a tot en met d.
|
||||
|
||||
**5.** Een subsidieaanvraag die op een onderdeel minder dan zes punten scoort, wordt afgewezen.
|
||||
**6.** Een subsidieaanvraag die op een onderdeel minder dan zes punten scoort, wordt afgewezen.
|
||||
|
||||
**6.** Het punt dat wordt toegekend aan het onderdeel, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt vermenigvuldigd met 4.
|
||||
**7.** Het punt dat wordt toegekend aan het onderdeel, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt vermenigvuldigd met 4.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Het punt dat wordt toegekend aan het onderdeel, bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt:
|
||||
|
||||
a. vermenigvuldigd met 2 indien het project betrekking heeft op de beleidsdoelstelling, bedoeld in sub 1°; of
|
||||
b. vermenigvuldigd met 1,5 indien het project betrekking heeft op de beleidsdoelstelling, bedoeld in sub 2°.
|
||||
|
||||
**8.** De punten die worden toegekend aan de onderdelen, bedoeld in het derde lid, onder c en d, wordt vermenigvuldigd met 2.
|
||||
**9.** De punten die worden toegekend aan de onderdelen, bedoeld in het derde lid, onder c en d, wordt vermenigvuldigd met 2.
|
||||
|
||||
**9.** Na het toepassen van de wegingsfactoren, bedoeld in het zevende, achtste en negende lid, worden de punten die zijn toegekend aan de onderdelen, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met c, en het derde lid, onder a tot en met d, opgeteld.
|
||||
**10.** Na het toepassen van de wegingsfactoren, bedoeld in het zevende, achtste en negende lid, worden de punten die zijn toegekend aan de onderdelen, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met c, en het derde lid, onder a tot en met d, opgeteld.
|
||||
|
||||
**10.** De minister rangschikt de subsidieaanvragen die tot een wave behoren en waarop niet afwijzend is beslist van hoog naar laag aan de hand van het totale puntenaantal dat op grond van de voorgaande leden is toegekend.
|
||||
**11.** De minister rangschikt de subsidieaanvragen die tot een wave behoren en waarop niet afwijzend is beslist van hoog naar laag aan de hand van het totale puntenaantal dat op grond van de voorgaande leden is toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -362,7 +362,7 @@ b. draagt deze onderneming er zorg voor dat:
|
|||
|
||||
**1.** Op verzoek van de minister verleent de subsidieontvanger medewerking aan het verspreiden van de resultaten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidieontvanger verstrekt gedurende de looptijd van het Nederlandse belangrijke project jaarlijks een financieel en inhoudelijke voortgangsrapportage ten aanzien van het project die de minister kan gebruiken voor de openbare brede verspreiding van de niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan.
|
||||
**2.** De subsidieontvanger verstrekt gedurende de looptijd van het Nederlandse belangrijke project jaarlijks een voortgangsrapportage en jaarplan ten aanzien van het project die de minister kan gebruiken voor de openbare brede verspreiding van de niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidieontvanger maakt de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan na afloop van het project openbaar in een, naar het oordeel van de minister, kwalitatief voldoende verslag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -413,7 +413,7 @@ De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten
|
|||
|
||||
**1.** Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
|
||||
**2.** Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue