diff --git a/amvb/besluit-spoorwegpersoneel/BWBR0017625/README.md b/amvb/besluit-spoorwegpersoneel/BWBR0017625/README.md index d622268290d..7952cdb8164 100644 --- a/amvb/besluit-spoorwegpersoneel/BWBR0017625/README.md +++ b/amvb/besluit-spoorwegpersoneel/BWBR0017625/README.md @@ -27,9 +27,7 @@ Als veiligheidsfuncties binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem, andere dan de f a. rangeerder; b. wagencontroleur; c. treindienstleider; -d. leider werkplekbeveiliging; -e. veiligheidsman; -f. werktreinbegeleider. +d. werktreinbegeleider. ### Artikel 3 @@ -94,17 +92,11 @@ b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan ### Artikel 8 -De leider werkplekbeveiliging heeft als taak: - -a. het zorgdragen, bij werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur, voor de veiligheid van de werkzaamheden ten opzichte van het spoorverkeer; -b. het regelen van het rijden met spoorvoertuigen tijdens die werkzaamheden. +Vervallen ### Artikel 9 -De veiligheidsman heeft als taak: - -a. het waarschuwen, bij werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur, van de ter plaatse werkzame personen voor naderend spoorverkeer; -b. het zorgdragen, bij werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur waarbij er geen verbinding behoeft te zijn met de treindienstleider, voor de veiligheid van de werkzaamheden ten opzichte van het spoorverkeer. +Vervallen ### Artikel 10 @@ -130,7 +122,7 @@ De werktreinbegeleider heeft als taak het begeleiden van spoorvoertuigen ten beh **1.** Personen die een veiligheidsfunctie uitoefenen beheersen de Nederlandse taal zodanig dat zij de voor de uitoefening van de betrokken functie gebruikelijke procescommunicatie kunnen voeren en begrijpen. -**2.** Het eerste lid geldt niet voor personen die de veiligheidsfunctie van gereedschapsmachinist en veiligheidsman uitoefenen. +**2.** Het eerste lid geldt niet voor personen die de veiligheidsfunctie van gereedschapsmachinist uitoefenen. ## Hoofdstuk II. Kennis en bekwaamheid @@ -191,25 +183,11 @@ e. bedrevenheid in de operationele sturing en beheersing van het spoorverkeer, d ### Artikel 18 -Leiders werkplekbeveiliging voldoen aan de door het exameninstituut bedoeld in artikel 20, vierde lid, vastgestelde en door Onze Minister goedgekeurde eisen, die ten minste betrekking hebben op: - -a. kennis van de organisatie van de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur; -b. kennis van de regels, procedures, documenten, methoden en systemen ter verzekering van de veiligheid van het spoorverkeer en van ter plaatse werkzame personen bij de uitvoering van werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur; -c. kennis van de eigenschappen van spoorvoertuigen en gereedschappen; -d. kennis van spoorweginfrastructuurvoorzieningen en het omgaan daarmee bij bedoelde werkzaamheden; -e. kennis van de regels voor het rijden met spoorvoertuigen op de plaats van die werkzaamheden; -f. bedrevenheid in het instrueren van de ter plaatse werkzame personen over de veilige uitvoering van het werk, het toepassen van beveiligingsmethoden en beveiligingsmiddelen, het toepassen van procedures en communicatie voor de uitvoering van een werk, het beoordelen van de veiligheidssituatie tijdens een werk, het regelen van het rijden met spoorvoertuigen tijdens het werk en het optreden bij onveilige situaties. +Vervallen ### Artikel 19 -Veiligheidslieden voldoen aan de door het exameninstituut bedoeld in artikel 20, vierde lid, vastgestelde en door Onze Minister goedgekeurde eisen, die ten minste betrekking hebben op: - -a. kennis van de organisatie van de veiligheid bij de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur, waarbij ter plaatse werkzame personen moeten worden gewaarschuwd voor naderend spoorverkeer, alsmede van de desbetreffende voorwaarden en procedures; -b. kennis van de organisatie van de veiligheid bij de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden aan, in of nabij de spoorweginfrastructuur, waarbij er geen verbinding behoeft te zijn met de treindienstleider en waarbij moet worden zorggedragen voor de veiligheid van de werkzaamheden ten opzichte van het spoorverkeer, alsmede van de desbetreffende voorwaarden en procedures; -c. kennis van spoorweginfrastructuurvoorzienigen en van de wijze waarop daarmee moet worden omgegaan in de situaties bedoeld onder a en b; -d. kennis van de middelen en methoden voor de waarneming van het naderen van spoorverkeer en voor het tijdig waarschuwen van de ter plaatse werkzame personen; -e. bedrevenheid in het instrueren van de ter plaatse werkzame personen over de veilige uitvoering van het werk, het toepassen van beveiligingsmethoden en beveiligingsmiddelen, het toepassen van procedures en communicatie voor de uitvoering van een werk, het beoordelen van de veiligheidssituatie tijdens een werk en het optreden bij onveilige situaties; -f. bedrevenheid in het beoordelen van een uitkijkplaats en een veilige wijkplaats, het beoordelen van de toereikendheid van de uitrusting en waarschuwingsmiddelen, het beoordelen van en reageren op naderend spoorverkeer en het waarschuwen van de ter plaatse werkzame personen. +Vervallen ### Paragraaf 2. Toetsing algemene kennis en bekwaamheid @@ -283,15 +261,7 @@ d. voor de uitoefening van de functie van treindienstleider: – kennis van lokale voorschriften; – kennis van de bedrijfsorganisatie; – kennis van bijlage A van de Bijlage van Beschikking nr. 2002/734/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 mei 2002 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem overeenkomstig artikel 6, lid 1, van richtlijn 96/48/EG (PbEG L 245) en de daarin gespecificeerde berichten, indien het personen betreft die deze functie vervullen in het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem; -e. voor de uitoefening van de functie van leider werkplekbeveiliging: - -– kennis van de toegepaste werkplekbeveiligingssystemen; -– kennis van de bedrijfsorganisatie en van de toepassing van de voorwaarden, bedoeld in artikel 40; -f. voor de uitoefening van de functie van veiligheidsman: - -– kennis van de toegepaste werkplekbeveiligingssystemen; -– kennis van de bedrijfsorganisatie; -g. voor de uitoefening van de functie van werktreinbegeleider: +e. voor de uitoefening van de functie van werktreinbegeleider: – wegbekendheid op de locatie waarop hij als werktreinbegeleider wordt ingezet; – kennis van de toegepaste werkplekbeveiligingssystemen; @@ -330,7 +300,7 @@ Het eerste lid geldt niet voor: a. machinisten met minimale bevoegdheid en rangeerders met minimale bevoegdheid; b. wagencontroleurs; c. machinisten en rangeerders, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste medische geschiktheid; -d. leiders werkplekbeveiliging, veiligheidslieden en werktreinbegeleiders, die hun functie hoofdzakelijk in het buitenland uitoefenen, wanneer zij incidenteel hun functie in Nederland uitoefenen en mits zij voldoen aan de in het buitenland geldende eisen betreffende de voor de uitoefening van hun functie vereiste medische geschiktheid. +d. werktreinbegeleiders, die hun functie hoofdzakelijk in het buitenland uitoefenen, wanneer zij incidenteel hun functie in Nederland uitoefenen en mits zij voldoen aan de in het buitenland geldende eisen betreffende de voor de uitoefening van hun functie vereiste medische geschiktheid. ### Artikel 27 @@ -352,7 +322,7 @@ Het eerste lid geldt niet voor: a. machinisten met minimale bevoegdheid en rangeerders met minimale bevoegdheid; b. wagencontroleurs; c. machinisten en rangeerders, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste psychologische geschiktheid; -d. leiders werkplekbeveiliging, veiligheidslieden en werktreinbegeleiders, die hun functie hoofdzakelijk in het buitenland uitoefenen, wanneer zij incidenteel hun functie in Nederland uitoefenen en mits zij voldoen aan de in het buitenland geldende eisen betreffende de voor de uitoefening van hun functie vereiste psychologische geschiktheid. +d. werktreinbegeleiders, die hun functie hoofdzakelijk in het buitenland uitoefenen, wanneer zij incidenteel hun functie in Nederland uitoefenen en mits zij voldoen aan de in het buitenland geldende eisen betreffende de voor de uitoefening van hun functie vereiste psychologische geschiktheid. ### Artikel 28 @@ -401,7 +371,7 @@ c. vijftig jaar heeft bereikt, is geldig voor de duur van twee jaar, gerekend va ### Artikel 32 -**1.** Een verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven aan een machinist met volledige of beperkte bevoegdheid of aan een veiligheidsman, is geldig voor de duur van vijf jaar, gerekend vanaf de dag van afgifte. +**1.** Een verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven aan een machinist met volledige of beperkte bevoegdheid, is geldig voor de duur van vijf jaar, gerekend vanaf de dag van afgifte. **2.** Een verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven aan een gereedschapsmachinist of aan een persoon die een der in artikel 2, onderdelen a, c, d en f, genoemde veiligheidsfuncties uitoefent, is geldig voor onbepaalde tijd. @@ -489,12 +459,7 @@ b. indien zij beschikken over naar het oordeel van Onze Minister relevante ervar ### Artikel 43 -In afwijking van artikel 20, tweede lid, omvat het onderzoek naar de vereiste algemene kennis en bekwaamheid voor de hierna te noemen veiligheidsfuncties tot 1 januari 2006 slechts een theoriegedeelte: - -a. gereedschapsmachinisten; -b. wagencontroleurs; -c. leiders werkplekbeveiliging; -d. veiligheidslieden. +Vervallen ### Artikel 44