2025-12-20 | BWBR0020892 | Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
This commit is contained in:
parent
b76f191662
commit
49afd452db
1 changed files with 136 additions and 20 deletions
|
|
@ -92,9 +92,11 @@ a. onderbouwt de uitvoerder in het kader van de vaststelling van het strategisch
|
|||
b. legt de uitvoerder ex ante vast wat wordt verstaan onder nominaal renterisico waarbij de gehanteerde rentemaatstaf geen kredietrisico bevat; en
|
||||
c. onderbouwt de uitvoerder per beleggingscategorie kwantitatief in welke mate de categorie bijdraagt aan de bescherming van het nominale renterisico per leeftijdscohort.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een uitvoerder bij koppeling aan een directe beschermingsportefeuille reële bescherming wil bieden door ook voor inflatie gerelateerde instrumenten te kiezen in de directe portefeuille, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** De uitvoerder kan bij zowel de koppeling aan de rentetermijnstructuur als de koppeling aan een directe beschermingsportefeuille de kosten van vermogensbeheer voor de bescherming tegen renterisico per leeftijdscohort aftrekken van het bijgeschreven beschermingsrendement. Hierbij onderbouwt de uitvoerder op basis van objectieve gegevens hoe de kosten per leeftijdscohort worden berekend.
|
||||
|
||||
**6.** De uitvoerder toetst jaarlijks of het derde of vierde lid de gewenste mate van bescherming tegen renterisico per leeftijdscohort biedt en neemt maatregelen als dat niet het geval is.
|
||||
**6.** Indien een uitvoerder bij koppeling aan een directe beschermingsportefeuille reële bescherming wil bieden door ook voor inflatie gerelateerde instrumenten te kiezen in de directe portefeuille, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** De uitvoerder toetst jaarlijks of het derde of vierde lid de gewenste mate van bescherming tegen renterisico per leeftijdscohort biedt en neemt maatregelen als dat niet het geval is.
|
||||
|
||||
### Artikel 1ca
|
||||
|
||||
|
|
@ -208,7 +210,14 @@ De verzekeraar of premiepensioeninstelling informeert de deelnemer of gewezen de
|
|||
|
||||
**8.** Als bij een risicodelingsreserve wordt ingelegd uit vermogen bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase, bedraagt de inleg uit vermogen niet meer dan het verschil tussen het percentage dat op grond van het pensioenreglement het voorgaande jaar uit premie is ingelegd en 10%.
|
||||
|
||||
**9.** De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen over de wijze waarop de berekeningen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden gemaakt en toegelicht.
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Ter voorkoming van het verminderen van verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten, bedoeld in artikel 134, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 129, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, kan een fonds het eigen vermogen aanvullen door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve te verminderen tot het bedrag waarop het fonds beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. Een fonds kan dit in ieder geval doen voor zover het niet beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen als gevolg van de hoogte van de operationele kosten. Het eigen vermogen kan enkel worden aangevuld door de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
a. het fonds is overeenkomstig artikel 11a, derde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen gehouden om maatregelen te nemen; of
|
||||
b. het fonds is overeenkomstig artikel 140, eerste lid, eerste zin, van de Pensioenwet of artikel 135, eerste lid, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gehouden om maatregelen te nemen.
|
||||
|
||||
**10.** De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen over de wijze waarop de berekeningen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden gemaakt en toegelicht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Informatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -486,10 +495,9 @@ b. de mogelijkheid om ter vergelijking het huidige netto inkomen per maand in te
|
|||
|
||||
Voor weergave van ouderdomspensioen in scenario’s wordt gebruik gemaakt van een navigatiemetafoor die op een herkenbare plek in het pensioenregister is weergegeven. Een navigatiemetafoor bevat ten minste drie pijlen en de volgende bedragen en teksten:
|
||||
|
||||
a. de opgebouwde pensioenaanspraken en de pensioenrechten;
|
||||
b. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een pessimistisch scenario, met gebruik van de tekst «Als het tegenzit, ontvangt u minder: € <bedrag>»;
|
||||
c. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een verwacht scenario, met gebruik van de tekst «Verwacht eindresultaat: € <bedrag>»; en
|
||||
d. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een optimistisch scenario, met gebruik van de tekst «Als het meezit, ontvangt u meer <bedrag>».
|
||||
a. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een pessimistisch scenario, met gebruik van de tekst «Als het tegenzit, ontvangt u minder: € <bedrag>»;
|
||||
b. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een verwacht scenario, met gebruik van de tekst «Verwacht eindresultaat: € <bedrag>»; en
|
||||
c. de op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenrechten bij een optimistisch scenario, met gebruik van de tekst «Als het meezit, ontvangt u meer <bedrag>».
|
||||
|
||||
### Artikel 9f
|
||||
|
||||
|
|
@ -726,6 +734,10 @@ Bij het op grond van artikel 52, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel
|
|||
|
||||
**5.** Het risicoprofiel van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde geeft de mate weer waarin hij beleggingsrisico kan en wil nemen. De uitvoerder toetst het risicoprofiel tenminste iedere vijf jaar en indien een belangrijke gebeurtenis daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een fonds overgaat tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is het, in afwijking van het eerste lid en artikel 14b, eerste lid, toegestaan dat het fonds het beleggingsbeleid in de periode van 12 maanden na het moment van deze collectieve waardeoverdracht geleidelijk passend maakt bij de vastgestelde risicohouding per leeftijdscohort, mits het fonds vooraf onderbouwt dat deze tijdelijke afwijking in het belang is van de aanspraak- en pensioengerechtigden en noodzakelijk is om het beleggingsbeleid in overeenstemming te brengen met het strategisch beleggingsbeleid. Deze afwijking duurt niet langer dan noodzakelijk.
|
||||
|
||||
**7.** Bij toepassing van het zesde lid kan een fonds gedurende deze periode de vastgestelde toedelingsregels voor het beschermingsrendement voor het renterisico als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, eerste zin, van de Pensioenwet dan wel artikel 28a, vijfde lid, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling zodanig aanpassen dat deze niet op voorhand leiden tot herverdelingseffecten. Het fonds onderbouwt dat de wijze waarop het beschermingsrendement voor het renterisico wordt toebedeeld gedurende deze periode in het belang is van de aanspraak- en pensioengerechtigden en niet op voorhand leidt tot herverdelingseffecten.
|
||||
|
||||
### Artikel 14da
|
||||
|
||||
**1.** De verplichting om de voorkeur van een gewezen deelnemer voor een vaste of variabele uitkering uit te vragen, bedoeld in artikel 14d, derde lid, geldt niet indien op basis van de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan het op basis van artikel 66 van de Pensioenwet dan wel artikel 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling bepaalde bedrag, en voldaan is aan het tweede, derde, vierde of vijfde lid.
|
||||
|
|
@ -1088,7 +1100,7 @@ De deelnemer kan voor het einde van de termijn genoemd in artikel 21, eerste lid
|
|||
|
||||
**2.** Het risico dat betrekking heeft op de over te dragen aanspraken, komt met ingang van de datum van het verzoek van de rechthebbende, bedoeld in artikel 21, eerste lid, voor rekening van de ontvangende uitvoerder.
|
||||
|
||||
**3.** De overdrachtswaarde wordt binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht door de overdragende uitvoerder aan de ontvangende uitvoerder betaald.
|
||||
**3.** De overdrachtswaarde wordt binnen vijftien werkdagen na ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht door de overdragende uitvoerder aan de ontvangende uitvoerder betaald.
|
||||
|
||||
**4.** De overdragende uitvoerder is rente verschuldigd aan de ontvangende uitvoerder over de overdrachtswaarde over de periode tussen de overdrachtsdatum en de datum waarop de overdrachtswaarde wordt betaald, tenzij het de waardeoverdracht betreft van een premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt belegd naar een andere premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt belegd. Bij overdracht van een premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt belegd naar een kapitaal- of uitkeringsovereenkomst of een kapitaal- of uitkeringsregeling wordt de rente geacht in de overdrachtswaarde begrepen te zijn. Onze Minister stelt regels over de berekening van de rente.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1143,7 +1155,9 @@ b. aanspraken op partnerpensioen of nettopensioen die achterblijven bij de overd
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Indien bij een premieovereenkomst of een premieregeling, waarbij de premie onmiddellijk na het beschikbaar stellen is omgezet in een aanspraak op een uitkering, een uitkeringsovereenkomst, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Pensioenwet dan wel een uitkeringsregeling, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals deze artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, de overdrachtswaarde niet gelijk is aan de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken, komt het verschil ten gunste, respectievelijk ten laste, van de oude werkgever of van het fonds waar de regeling was ondergebracht.
|
||||
**1.** Indien bij een premieovereenkomst of een premieregeling, waarbij de premie onmiddellijk na het beschikbaar stellen is omgezet in een aanspraak op een uitkering, een uitkeringsovereenkomst, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Pensioenwet dan wel een uitkeringsregeling, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals deze artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, de overdrachtswaarde niet gelijk is aan de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken, komt het verschil ten gunste, respectievelijk ten laste, van de oude werkgever of van het fonds waar de regeling was ondergebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien bij een premie-uitkeringsovereenkomst, waarbij de premie geheel of gedeeltelijk is aangewend voor een vastgestelde uitkering, de overdrachtswaarde niet gelijk is aan de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken, komt het verschil ten gunste, respectievelijk ten laste, van de oude werkgever.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -1353,11 +1367,54 @@ b. de schriftelijk vastgelegde afspraken over de besteding van het vermogen van
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 10c, derde lid, 21, eerste lid, tweede lid, tweede zin, vierde lid, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 33, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 36, 38 tot en met 51a, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave, 52, tweede tot en met vierde lid, 52, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 52, zesde lid, 52, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 52a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 52a, derde tot en met vijfde lid, 52a, zesde lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 52b, voor zover het betreft het risicopreferentie-onderzoek, 61a, derde lid, 63b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave, 66, vierde en vijfde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, tweede lid, 71, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 74, tweede en derde lid, 76, derde en negende lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 83, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen, 102a, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 28d, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e, van dit besluit, 134, tweede lid, 150a, eerste en vijfde lid, voor zover het betreft de communicatie, 150c, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, voor zover het betreft het communicatieplan, 150e, vijfde lid, 150f, tweede lid, 150i, vijfde lid, tweede zin, 150j, 150l, zesde lid, 150p, vierde lid, onderdeel b, 220e, tweede lid en 220i, tweede lid, voor zover het betreft het vermelden van informatie op de website van de Pensioenwet.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 28c, derde lid, 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 42, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 44, 48 tot en met 62a, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave, 63, tweede tot en met vierde lid, 63, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 63, zesde lid, 63, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 63a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 63a, derde tot en met vijfde lid, 63a, zesde lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid, 63b, voor zover het betreft het risicopreferentie-onderzoek, 73a, derde lid, 75b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave, 78, vierde en vijfde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 80a, tweede lid, 82, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 85, tweede en derde lid, 91, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen, 109a, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 28d, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e, van dit besluit, 129, tweede lid, 145b, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, voor zover het betreft het communicatieplan, 145d, vijfde lid, 145e, tweede lid, 145h, vijfde lid, voor zover het betreft het beschikbaar stellen van het implementatieplan op de website, 145i, 145k, zesde lid, 145o, vierde lid, onderdeel b, 214d, tweede lid en 214g, tweede lid, voor zover het betreft het vermelden van informatie op de website, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen van de:
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling, met uitzondering van de regels genoemd in het eerste en tweede lid.
|
||||
| Pensioenwet | Wet verplichte beroepspensioenregeling |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 10c, derde lid | 28c, derde lid |
|
||||
| 21, eerste lid, tweede lid, tweede zin, vierde lid | |
|
||||
| | 38 |
|
||||
| 29, eerste lid | 39, eerste lid |
|
||||
| 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid | 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid |
|
||||
| 33, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen | 42, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen |
|
||||
| 36 | 44 |
|
||||
| 38 tot en met 48b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave | 48 tot en met 59b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave |
|
||||
| 48c, eerste lid, eerste zin | 59c, eerste lid, eerste zin |
|
||||
| 49 tot en met 51a | 60 tot en met 62a |
|
||||
| 52, tweede tot en met vierde lid | 63, tweede tot en met vierde lid |
|
||||
| 52, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid | 63, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid |
|
||||
| 52, zesde lid | 63, zesde lid |
|
||||
| 52, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid | 63, zevende lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid |
|
||||
| 52a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid | 63a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid |
|
||||
| | 63a, derde tot en met vijfde lid |
|
||||
| | 63a, zesde lid, met uitzondering van de regels over de beleggingen en het beleggingsbeleid |
|
||||
| 52b, voor zover het betreft het risicopreferentie-onderzoek | 63b, voor zover het betreft het risicopreferentie-onderzoek |
|
||||
| 61a, derde lid | 73a, derde lid |
|
||||
| 63b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave | 75b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s tenzij het gaat om de juistheid van deze weergave |
|
||||
| 66, vierde en vijfde lid | 78, vierde en vijfde lid |
|
||||
| 67, tweede lid | 79, tweede lid |
|
||||
| 68, tweede lid | 80, tweede lid |
|
||||
| 69, tweede lid | 80a, tweede lid |
|
||||
| 71, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft | 82, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft |
|
||||
| 74, tweede en derde lid | 85, tweede en derde lid |
|
||||
| 76, derde en negende lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft | |
|
||||
| 83, tweede lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen | 91, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen |
|
||||
| 102a, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 28d, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e | 109a, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 28d, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e |
|
||||
| 134, tweede lid | 129, tweede lid |
|
||||
| 150a, eerste en vijfde lid, voor zover het betreft de communicatie | |
|
||||
| 150c, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, voor zover het betreft het communicatieplan | 145b, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, voor zover het betreft het communicatieplan |
|
||||
| 150e, vijfde lid 150e, zesde lid, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 46e, tiende lid, van dit besluit | 145d, vijfde lid 145d, zesde lid, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 46e, tiende lid, van dit besluit |
|
||||
| 150f, tweede lid | 145e, tweede lid |
|
||||
| 150i, vijfde lid, tweede zin | 145h, vijfde lid, voor zover het betreft het beschikbaar stellen van het implementatieplan op de website |
|
||||
| 150j | 145i |
|
||||
| 150l, zesde lid 150l, achtste lid, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 46g van dit besluit | 145k, zesde lid 145k, achtste lid, voor zover het betreft de regels, bedoeld in artikel 46g van dit besluit |
|
||||
| 150p, vierde lid, onderdeel b | 145o, vierde lid, onderdeel b |
|
||||
| 220e, tweede lid | 214d, tweede lid |
|
||||
| 220i, tweede lid, voor zover het betreft het vermelden van informatie op de website | 214g, tweede lid, voor zover het betreft het vermelden van informatie op de website |
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling, met uitzondering van de regels genoemd in het eerste lid en de regels gesteld bij of krachtens de artikelen 48c van de Pensioenwet en 59c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -1684,7 +1741,7 @@ e. een oordeel over de uitvoerbaarheid van de beoogde uitvoerder.
|
|||
|
||||
**1.** Een verzoek tot bemiddeling door de transitiecommissie dient voor 1 januari 2024 te worden ingediend bij de transitiecommissie als partijen de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling willen laten uitvoeren door een pensioenfonds en voor 1 januari 2025 als partijen deze willen laten uitvoeren door een verzekeraar of premiepensioeninstelling.
|
||||
|
||||
**2.** Een verzoek tot het bindend adviseren door de transitiecommissie dient voor 1 juli 2024 te worden ingediend bij de transitiecommissie als partijen de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling willen laten uitvoeren door een pensioenfonds en voor 1 januari 2026 als partijen deze willen laten uitvoeren door een verzekeraar of premiepensioeninstelling.
|
||||
**2.** Een verzoek tot het bindend adviseren door de transitiecommissie dient voor 1 juli 2024 dan wel in de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 maart 2026 te worden ingediend bij de transitiecommissie als partijen de pensioenovereenkomst dan wel de beroepspensioenregeling willen laten uitvoeren door een pensioenfonds en voor 1 januari 2026 als partijen deze willen laten uitvoeren door een verzekeraar of premiepensioeninstelling.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9b.4. Implementatieplan
|
||||
|
||||
|
|
@ -1761,7 +1818,7 @@ h. de doelgroepen, doelstellingen en de planning van de informatieverstrekking,
|
|||
|
||||
**7.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen over de vormgeving en wijze van leveren van het communicatieplan.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9b.5. Interne collectieve waardenoverdracht en aanwenden vermogen
|
||||
### Paragraaf 9b.5. Interne collectieve waardeoverdracht en aanwenden vermogen
|
||||
|
||||
### Artikel 46b
|
||||
|
||||
|
|
@ -1797,7 +1854,7 @@ h. de transitie-effecten van de totale transitie in termen van netto profijt per
|
|||
|
||||
### Artikel 46c
|
||||
|
||||
**1.** Bij de vba-methode, bedoeld in de artikelen 150n van de Pensioenwet dan wel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en bij het berekenen van transitie-effecten als bedoeld in 150e van de Pensioenwet dan wel 145d van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt gebruik gemaakt van de value based ALM-rekenmethodiek.
|
||||
**1.** Bij de vba-methode, bedoeld in de artikelen 150n van de Pensioenwet dan wel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en bij het berekenen van transitie-effecten als bedoeld in 150e, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel 145d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt gebruik gemaakt van de value based ALM-rekenmethodiek.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1844,7 +1901,7 @@ f. te allen tijde wordt voldaan aan de huidige wet- en regelgeving.
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De pensioenverwachting, bedoeld in de artikelen 150e, eerste lid, onderdeel b, en 220e, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 145d, eerste lid, onderdeel b, en 214d, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt berekend aan de hand van een scenario-analyse, waarbij:
|
||||
De pensioenverwachting, bedoeld in de artikelen 150e, eerste lid, onderdeel b, en 220e, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 145d, eerste lid, onderdeel b, en 214d, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt het vastgestelde fondsbeleid, bedoeld in artikel 46c, derde lid, en een scenario-analyse, waarbij:
|
||||
|
||||
a. het pessimistisch scenario het 5e percentiel is;
|
||||
b. het verwacht scenario het 50e percentiel is; en
|
||||
|
|
@ -1864,6 +1921,8 @@ c. voor de individuele loonontwikkeling van deelnemers en gewezen deelnemers wor
|
|||
|
||||
**9.** De transitie-effecten netto profijt, pensioenverwachting en bruto profijt worden berekend in ieder geval per leeftijdscohort in hele geboortejaren waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**10.** De uitvoerder verstrekt deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden een uitleg over en redenen voor verschillen in bedragen voor en na de peildatum, waaronder indien van toepassing het effect van het vervallen van de maximering van de toeslagverlening op de scenario’s, bedoeld in artikel 7e, eerste lid, voor en na de peildatum.
|
||||
|
||||
### Artikel 46f
|
||||
|
||||
**1.** Een fonds dient een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 150oa, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145na, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, tegelijk in met het doen van de melding aan de toezichthouder van het voornemen tot waardeoverdracht, bedoeld in artikel 150m, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145l, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
|
@ -1889,6 +1948,12 @@ d. het fonds indien van toepassing aan de raad van toezicht of de visitatiecommi
|
|||
e. het fonds aan de hand van de in onderdeel c opgenomen berekeningen de transitie-effecten van het aanvragen van een ontheffing nadrukkelijk heeft meegewogen en deze weging inzichtelijk maakt in de onderbouwing van de aanvraag voor de ontheffing en in het implementatieplan; en
|
||||
f. het fonds onderbouwt dat door de gevraagde ontheffing het fonds met het besluit tot collectieve waardeoverdracht in overeenstemming met artikel 105, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 110b, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling handelt.
|
||||
|
||||
### Artikel 46g
|
||||
|
||||
**1.** Het fonds maakt uiterlijk voorafgaand aan de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in artikel 150l, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145k, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, inzichtelijk waarom het fonds het verzoek tot collectieve waardeoverdracht van de werkgever of de beroepspensioenvereniging niet afwijst door middel van een kwalitatieve duiding van het niet overgaan op een dergelijke collectieve waardeoverdracht.
|
||||
|
||||
**2.** Het fonds stelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op zijn website voor een ieder beschikbaar.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9b.6. Financieel overbruggingsplan
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
|
@ -1915,7 +1980,7 @@ c. voor zover de dekkingsgraad van het fonds door de toeslagverlening lager zou
|
|||
|
||||
**5.** De in het eerste lid, onderdeel c, genoemde maatregelen mogen er niet toe leiden dat het risico dat niet wordt voldaan aan de vereisten ten aanzien van het eigen vermogen doelbewust worden vergroot. In afwijking hiervan kan een fonds eenmalig, na dit in het implementatieplan te hebben onderbouwd, het strategisch beleggingsbeleid aanpassen mits dit past bij de risicohoudingen per cohort die voor het implementatieplan zijn vastgesteld. Als het fonds besluit niet over te gaan tot collectieve waardeoverdracht, dan brengt het fonds het risico van het strategische beleggingsbeleid zo snel mogelijk terug naar het eerdere niveau.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9b.7. Aanvullende maatregelen transitieperiode voor pensioenfondsen
|
||||
### Paragraaf 9b.7. Aanvullende maatregelen rondom transitieperiode voor pensioenfondsen
|
||||
|
||||
### Artikel 47a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1932,6 +1997,17 @@ Als de plicht tot waardeoverdracht na een periode van opschorting herleeft, geld
|
|||
a. indien de opschorting plaatsvond na de datum waarop de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 18 is, in afwijking van de definitie, bedoeld in artikel 1, de overdrachtsdatum de datum waarop de plicht tot waardeoverdracht is herleefd; en
|
||||
b. indien de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 18 of de ontvangende uitvoerder de gegevens, bedoeld in artikel 20, aan de deelnemer heeft verstrekt voor de herleving van de plicht tot waardeoverdracht, vraagt het ontvangende fonds binnen drie maanden na herleving van de plicht tot waardeoverdracht aan het overdragende fonds een opgave als bedoeld in artikel 18.
|
||||
|
||||
### Artikel 47aa
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De artikelen 23, eerste en derde lid, 24, 25, 27 en 28 zijn van overeenkomstige toepassing op de individuele waardeoverdracht bij het shoprecht, bedoeld in artikel 150l, zesde lid, en artikel 80, van de Pensioenwet, dan wel artikel 145k, zesde lid, en artikel 88, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. als overdrachtsdatum wordt aangemerkt de datum waarop de overdragende uitvoerder de overdrachtswaarde, bedoeld in artikel 25, aan de ontvangende uitvoerder betaalt; en
|
||||
b. de overdragende uitvoerder de overdrachtswaarde kan vermeerderen met de vulling van de risicodelingsreserve uit het kapitaal van de gepensioneerde bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme, bedoeld in artikel 10e, tweede lid, van de Pensioenwet, dan wel artikel 28e, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepast aan de procentuele waardeverandering van de risicodelingsreserve in de periode tussen de toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme en de overdrachtsdatum, voor zover deze waardeverandering is opgetreden als gevolg van deling van de financiële mee- of tegenvallers.
|
||||
|
||||
**2.** De overdragende uitvoerder keert de pensioenuitkeringen voortvloeiend uit de pensioenregeling van de overdragende uitvoerder tot de overdrachtsdatum aan de gepensioneerde uit. Het risico dat betrekking heeft op de over te dragen pensioenrechten, komt met ingang van de overdrachtsdatum, bedoeld in het eerste lid, voor rekening van de ontvangende uitvoerder.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9b.8. Gelijke aanpassingen met spreiden
|
||||
|
||||
### Artikel 47b
|
||||
|
|
@ -2229,6 +2305,7 @@ Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van dit be
|
|||
| 9a | 2 |
|
||||
| 9b | 2 |
|
||||
| 9c, derde lid | 2 |
|
||||
| 9e | 2 |
|
||||
| 9f | 2 |
|
||||
| 10 | 2 |
|
||||
| 10ba | 2 |
|
||||
|
|
@ -2241,9 +2318,6 @@ Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van dit be
|
|||
| 14h | 2 |
|
||||
| 14i | 2 |
|
||||
| 14j | 2 |
|
||||
| 14o | 2 |
|
||||
| 14r | 1 |
|
||||
| 14s | 1 |
|
||||
| 14t | 2 |
|
||||
| 14u | 2 |
|
||||
| 14v | 2 |
|
||||
|
|
@ -2287,6 +2361,48 @@ Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van het Be
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Overige en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 51b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De tijdstippen, bedoeld in de hierna genoemde artikelen uit de Pensioenwet, luiden als volgt:
|
||||
|
||||
| | Artikel van de Pensioenwet | Onderwerp | Transitiedatum |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| a. | 150c | Mijlpalen in transitieperiode | Aan de mijlpalen, bedoeld in artikel 150c van de Pensioenwet, wordt uiterlijk voldaan op de volgende tijdstippen: a. voor de mijlpaal, bedoeld in artikel 150c, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet: 1 januari 2025; b. voor de mijlpaal, bedoeld in artikel 150c, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet: 1 juli 2025 voor pensioenfondsen die uiterlijk op 1 juli 2026 overgaan op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet en uiterlijk 12 maanden voor de beoogde overgang op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet, indien deze beoogde overgang na 1 juli 2026 plaatsvindt; en c. voor de mijlpalen, bedoeld in artikel 150c, tweede lid, onderdelen a en b, van de Pensioenwet: 1 oktober 2027. |
|
||||
| b. | 150f, eerste lid, onderdeel b | Compensatieperiode | De compensatieperiode, bedoeld in artikel 150f, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet, eindigt uiterlijk op 31 december 2036. |
|
||||
| c. | 150n, negende lid | Maximale omvang solidariteitsreserve of risicodelingsreserve na afwijking van de artikelen 10d of 10e van de Pensioenwet | De eis van de maximale omvang van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve van 15%, bedoeld in artikel 150n, negende lid, van de Pensioenwet, geldt, na afwijking van de artikelen 10d of 10e, van de Pensioenwet, op 1 januari 2037 of zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. |
|
||||
| d. | 150p, tweede lid | Indienen overbruggingsplan | Een pensioenfonds als bedoeld in artikel 150p, tweede lid, van de Pensioenwet, dat uiterlijk op 1 juli 2026 overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet en dat op 1 juli 2025 geen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, kan voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. Een pensioenfonds als bedoeld in artikel 150p, tweede lid, van de Pensioenwet, dat na 1 juli 2026 overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i, tweede lid, van de Pensioenwet en dat uiterlijk 12 maanden voor deze beoogde overgang geen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, kan voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. |
|
||||
| e. | 150p, derde lid | Beschrijving financiële situatie pensioenfonds | In het overbruggingsplan beschrijft het pensioenfonds, als bedoeld in artikel 150p, derde lid, van de Pensioenwet, de financiële situatie van het pensioenfonds in de periode tot het pensioenfonds overgaat tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk op 1 januari 2028. |
|
||||
| f. | 150q, eerste lid | Indienen herstelplan | Een pensioenfonds dient het herstelplan, bedoeld in artikel 150q, eerste lid, van de Pensioenwet, in binnen drie maanden na de in onderdeel g genoemde tijdstippen. |
|
||||
| g. | 150q, tweede lid | Indienen overbruggingsplan | Het pensioenfonds dient het overbruggingsplan, bedoeld in artikel 150q, tweede lid, van de Pensioenwet, in: 1°. in het jaar 2023: uiterlijk 1 september 2023; 2°. in het jaar 2024: uiterlijk 1 juli 2024; 3°. in het jaar 2025: uiterlijk 1 juli 2025; 4°. in het jaar 2026: uiterlijk 1 april 2026; 5°. in het jaar 2027: uiterlijk 1 april 2027. |
|
||||
| h. | 150q, derde lid | Looptijd overbruggingsplan | Het overbruggingsplan, als bedoeld in artikel 150q, derde lid, van de Pensioenwet, heeft steeds een looptijd tot het tijdstip waarop het pensioenfonds verwacht over te gaan tot collectieve waardeoverdracht maar eindigt niet later dan op 1 januari 2028. |
|
||||
| i. | 220e, eerste lid | Start deelneming deelnemer (overgangsrecht progressieve premie) | De deelneming van de deelnemer, als bedoeld in artikel 220e, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioenwet, vangt uiterlijk aan op 31 december 2027. |
|
||||
| j. | 220e, derde lid | Wijziging pensioenovereenkomst (overgangsrecht progressieve premie) | Artikel 220e, derde lid, van de Pensioenwet, is van toepassing indien op of na 1 januari 2028 de pensioenovereenkomst zodanig wordt gewijzigd dat de door of voor een deelnemer verschuldigde premie niet langer een met de leeftijd oplopend premiepercentage bedraagt, maar een voor alle deelnemers gelijk premiepercentage. |
|
||||
| k. | 220g, eerste lid | Uiterste overgangstijdstip nabestaandenpensioen | Het uiterste overgangstijdstip voor het nabestaandenpensioen, als bedoeld in artikel 220g, eerste lid, van de Pensioenwet, is 1 januari 2028. |
|
||||
| l. | 220ha, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° | Recht op premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid | Het recht op premievrije voorzetting vanwege arbeidsongeschiktheid, als bedoeld in artikel 220ha, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van de Pensioenwet, is uiterlijk op 31 december 2029 ontstaan. |
|
||||
| m. | 220i, eerste lid, aanhef, eerste zin | Overgangsrecht gewijzigde pensioenovereenkomst | De uiterste datum waarop de Pensioenwet, zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, nog van toepassing is op pensioenuitvoerders die nog niet zijn overgegaan op een gewijzigde pensioenovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 220i, eerste lid, aanhef, eerste zin, van de Pensioenwet, is 31 december 2027. |
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De tijdstippen, bedoeld in de hierna genoemde artikelen uit de Wet verplichte beroepspensioenregeling, luiden als volgt:
|
||||
|
||||
| | Artikel van de Wet verplichte beroepspensioenregeling | Onderwerp | Transitiedatum |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| a. | 145b | Mijlpalen in transitieperiode | Aan de mijlpalen, bedoeld in artikel 145b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt uiterlijk voldaan op de volgende tijdstippen: a. voor de mijlpaal, bedoeld in artikel 145b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling: 1 januari 2025; b. voor de mijlpaal, bedoeld in artikel 145b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling: 1 juli 2025 voor beroepspensioenfondsen die uiterlijk op 1 juli 2026 overgaan op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en uiterlijk 12 maanden voor de beoogde overgang op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, indien deze beoogde overgang na 1 juli 2026 plaatsvindt; en c. voor de mijlpalen, bedoeld in artikel 145b, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling: 1 oktober 2027. |
|
||||
| b. | 145e, eerste lid, onderdeel b | Compensatieperiode | De compensatieperiode, bedoeld in artikel 145e, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, eindigt uiterlijk op 31 december 2036. |
|
||||
| c. | 145m, negende lid | Maximale omvang solidariteitsreserve of risicodelingsreserve na afwijking van de artikelen 28d of 28e van de Wet verplichte beroepspensioenregeling | De eis van de maximale omvang van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve van 15%, bedoeld in artikel 145m, negende lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, geldt, na afwijking van de artikelen 28d of 28e, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, op 1 januari 2037 of zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. |
|
||||
| d. | 145o, tweede lid | Indienen overbruggingsplan | Een beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 145o, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, dat uiterlijk op 1 juli 2026 overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en dat op 1 juli 2025 geen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, kan voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. Een beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 145o, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, dat na 1 juli 2026 overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en dat uiterlijk 12 maanden voor deze beoogde overgang geen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder, kan voor dat jaar en de daaropvolgende jaren gedurende de transitieperiode geen overbruggingsplan indienen. |
|
||||
| e. | 145o, derde lid | Beschrijving financiële situatie beroepspensioenfonds | In het overbruggingsplan beschrijft het beroepspensioenfonds, als bedoeld in artikel 145o, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de financiële situatie van het beroepspensioenfonds in de periode tot het beroepspensioenfonds overgaat tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk op 1 januari 2028. |
|
||||
| f. | 145p, eerste lid | Indienen herstelplan | Een beroepspensioenfonds dient het herstelplan, bedoeld in artikel 145p, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, in binnen drie maanden na de in onderdeel g genoemde tijdstippen. |
|
||||
| g. | 145p, tweede lid | Indienen overbruggingsplan | Het beroepspensioenfonds dient het overbruggingsplan, als bedoeld in artikel 145p, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, in: 1°. in het jaar 2023: uiterlijk 1 september 2023; 2°. in het jaar 2024: uiterlijk 1 juli 2024; 3°. in het jaar 2025: uiterlijk 1 juli 2025; 4°. in het jaar 2026: uiterlijk 1 april 2026; 5°. in het jaar 2027: uiterlijk 1 april 2027. |
|
||||
| h. | 145p, derde lid | Looptijd overbruggingsplan | Het overbruggingsplan, als bedoeld in artikel 145p, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, heeft steeds een looptijd tot het tijdstip waarop het beroepspensioenfonds verwacht over te gaan tot collectieve waardeoverdracht maar eindigt niet later dan op 1 januari 2028. |
|
||||
| i. | 214d, eerste lid | Start deelneming deelnemer (overgangsrecht progressieve premie) | De deelneming van de deelnemer, als bedoeld in artikel 214d, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, vangt uiterlijk aan op 31 december 2027. |
|
||||
| j. | 214d, derde lid | Wijziging beroepspensioenregeling (overgangsrecht progressieve premie) | Artikel 214d, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, is van toepassing indien op of na 1 januari 2028 de beroepspensioenregeling zodanig wordt gewijzigd dat de door of voor een deelnemer verschuldigde premie niet langer een met de leeftijd oplopend premiepercentage bedraagt, maar een voor alle deelnemers gelijk premiepercentage. |
|
||||
| k. | 214e, eerste lid | Uiterste overgangstijdstip nabestaandenpensioen | Het uiterste overgangstijdstip voor het nabestaandenpensioen, als bedoeld in artikel 214e, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, is 1 januari 2028. |
|
||||
| l. | 214fa, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° | Recht op premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid | Het recht op premievrije voorzetting vanwege arbeidsongeschiktheid, als bedoeld in artikel 214fa, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, is uiterlijk op 31 december 2029 ontstaan. |
|
||||
| m. | 214g, eerste lid, aanhef, eerste zin | Overgangsrecht gewijzigde beroepspensioenregeling | De uiterste datum waarop de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, nog van toepassing is op pensioenuitvoerders die nog niet zijn overgegaan op een gewijzigde beroepspensioenregeling, zoals bedoeld in artikel 214g, eerste lid, aanhef, eerste zin, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, is 31 december 2027. |
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van de in artikel 18, derde lid, van de Invoerings- en aanpassingwet Pensioenwet bedoelde pensioentoezeggingen, welke op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c en vierde lid, onderdeel c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet al zijn ondergebracht bij een verzekeraar en waarbij na de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet geen verwerving van pensioen meer plaats vindt, blijft de Pensioen- en spaarfondsenwet en hoofdstuk I en III van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue