diff --git a/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md b/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md index 6a096fe8d9b..39197fecccf 100644 --- a/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md +++ b/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md @@ -17,19 +17,19 @@ citeertitel: Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; -b. inrichting: inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening; +b. inrichting: justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a; c. particuliere inrichting: een inrichting die door Onze Minister wordt gesubsidieerd; d. rijksinrichting: een inrichting die door Onze Minister in stand wordt gehouden; e. afdeling: een afdeling van een inrichting als bedoeld in artikel 8, tweede lid; f. jeugdige: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt; g. bestuur: het bestuur van een rechtspersoon die een particuliere inrichting beheert; -h. directeur: de directeur van de inrichting, of diens plaatsvervanger, bedoeld in artikel 66, derde lid, dan wel artikel 67, tweede lid, van de Wet op de jeugdhulpverlening; +h. directeur: de directeur van de inrichting, of diens plaatsvervanger, bedoeld in artikel 3b, derde lid, dan wel 3c, tweede lid; i. personeelslid of medewerker: een persoon die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een inrichting; j. Raad: Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming; k. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in artikel 7, eerste lid; l. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 67, eerste lid; m. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 74, tweede lid; -n. Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming: de inspectie, bedoeld in artikel 54 van de Wet op de jeugdhulpverlening; +n. Inspectie jeugdzorg: de inspectie, bedoeld in artikel 47 van de Wet op de jeugdzorg; o. vrijheidsstraf: jeugddetentie en vervangende jeugddetentie; p. vrijheidsbenemende maatregel: voorlopige hechtenis, vreemdelingenbewaring en gijzeling voor zover de leeftijd van achttien jaren nog niet is bereikt, plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, alsmede plaatsing in een inrichting met toepassing van artikel 261 dan wel artikel 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; q. strafrestant: het gedeelte van een opgelegde vrijheidsstraf dan wel van het samenstel van dergelijke straffen dat nog moet worden ondergaan; @@ -45,9 +45,8 @@ z. tijdelijke overplaatsing: de overplaatsing voor een bepaalde tijd vanuit een aa. selectiefunctionaris: een persoon belast met de plaatsing en overplaatsing van jeugdigen als bedoeld in artikel 16, derde lid; bb. reclasseringswerker: een reclasseringswerker als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995; cc. rechtsbijstandverlener: de advocaat of de medewerker van een stichting, bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand; -dd. gezinsvoogdij-instelling: een instelling als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder b, van de Wet op de jeugdhulpverlening; -ee. voogdij-instelling: een instelling als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder a, van de Wet op de Jeugdhulpverlening; -ff. raad voor de kinderbescherming: de raad als bedoeld in artikel 238 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. +dd. stichting: een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg; +ee. raad voor de kinderbescherming: de raad als bedoeld in artikel 238 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. ## Hoofdstuk II. Doelstelling, beheer en toezicht @@ -76,6 +75,32 @@ b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. **3.** Met inachtneming van de regels ingevolge het tweede lid kan Onze Minister bepalen welke jeugdigen voor deelname aan een scholings- en trainingsprogramma in aanmerking komen. +### Artikel 3a + +**1.** Onze Minister subsidieert of houdt in stand landelijke voorzieningen van residentiële hulpverlening bestemd voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen als bedoeld in de artikelen 77h van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 261 en 305, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. + +**2.** De inrichtingen worden onderscheiden in rijksinrichtingen en particuliere inrichtingen. + +### Artikel 3b + +**1.** Particuliere inrichtingen zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid tot wier doelstelling opvang en behandeling van jeugdigen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, behoren en die daartoe door Onze Minister zijn aangewezen. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de aanwijzing als particuliere inrichting en de daaraan te verbinden voorwaarden, alsmede omtrent het verstrekken van subsidie. + +**3.** Het beheer van een particuliere inrichting berust bij de directeur, die door het bestuur benoemd wordt. De directeur van een particuliere inrichting wijst met machtiging van het bestuur een of meer personen als zijn vervanger aan. + +### Artikel 3c + +**1.** Rijksinrichtingen worden door Onze Minister aangewezen. Het opperbeheer van de rijksinrichtingen berust bij Onze Minister. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende de uitvoering hiervan. + +**2.** Het beheer van een rijksinrichting berust bij de directeur, die als zodanig door Onze Minister wordt aangewezen. Onze Minister wijst een of meer personen aan als vervanger van de directeur. + +**3.** Onze Minister kan aan het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie mandaat verlenen inzake de uitvoering van het opperbeheer, bedoeld in het eerste lid, alsmede betreffende de hem bij of krachtens deze wet toegekende overige bevoegdheden. + +### Artikel 3d + +Bij algemene maatregel van bestuur worden met het oog op een goede kwaliteit van de inrichtingen regels gesteld. + ### Paragraaf 2. Beheer ### Artikel 4 @@ -137,7 +162,7 @@ d. aan Onze Minister, de Raad en de directeur advies en inlichtingen te geven om **3.** Indien het advies of de inlichtingen een particuliere inrichting betreffen en zijn bestemd voor Onze Minister of de Raad, voegt de commissie de desbetreffende opmerkingen van het betrokken bestuur daarbij, tenzij naar het oordeel van Onze Minister, de Raad of de commissie bijzondere spoed geboden is dan wel het bestuur zijn opmerkingen naar het oordeel van de commissie niet binnen een redelijke termijn op schrift heeft gesteld. -**4.** De commissie van toezicht stelt zich door persoonlijk contact met de jeugdigen regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens. Bij toerbeurt treedt één van haar leden hiertoe op als maandcommissaris. De maandcommissaris vervult tevens de taken van de cliëntenvertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wet op de jeugdhulpverlening. +**4.** De commissie van toezicht stelt zich door persoonlijk contact met de jeugdigen regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens. Bij toerbeurt treedt één van haar leden hiertoe op als maandcommissaris. De maandcommissaris vervult tevens de taken van de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 1, onder w, van de Wet op de jeugdzorg. **5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie, de benoeming en het ontslag van haar leden alsmede over de werkzaamheden van de maandcommissaris. @@ -186,6 +211,10 @@ c. personen ten aanzien van wie met toepassing van artikel 305, derde lid, Boek **3.** Met een beslissing tot verlenging als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld de weigering om binnen de in het eerste lid genoemde termijn te beslissen. +### Artikel 11a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 12 **1.** In opvanginrichtingen worden mannelijke en vrouwelijke jeugdigen gescheiden ondergebracht. @@ -253,7 +282,7 @@ b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling. **3.** Met de plaatsing en overplaatsing, bedoeld in het eerste lid en de beslissingen, bedoeld in het tweede lid, zijn door Onze Minister als zodanig aangewezen selectiefunctionarissen belast. Deze zijn bevoegd de overbrenging van personen te bevelen naar de voor hen bestemde inrichting of afdeling dan wel ten behoeve van deelname aan het voor hen bestemde scholings- en trainingsprogramma dan wel de beëindiging hiervan. Zij kunnen de overbrenging doen geschieden door daartoe door hen aangewezen personeelsleden of medewerkers. -**4.** De selectiefunctionarissen nemen bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van het openbaar ministerie en van de autoriteiten die de straf of maatregel hebben opgelegd, in aanmerking. De selectiefunctionarissen nemen bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van de gezinsvoogdij-instelling of de voogdij-instelling voor zover mogelijk in acht. +**4.** De selectiefunctionarissen nemen bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van het openbaar ministerie en van de autoriteiten die de straf of maatregel hebben opgelegd, in aanmerking. De selectiefunctionarissen nemen bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van de stichting voor zover mogelijk in acht. **5.** De selectiefunctionarissen nemen de beslissing om een jeugdige te plaatsen op een afdeling voor intensieve zorg of voor intensieve behandeling als bedoeld in artikel 22a, onderscheidenlijk artikel 22b, na advies van een psychiater, die voor zover mogelijk overleg heeft gevoerd met de behandelend gedragsdeskundige. @@ -287,7 +316,7 @@ b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling. De betrokkene heeft het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing: -a. tot verlenging van de termijn, bedoeld in artikel 11, tweede lid; +a. tot verlenging van de termijn, bedoeld in artikel 11, tweede lid, en 11a, derde lid; b. tot plaatsing of overplaatsing als bedoeld in artikel 16, eerste lid; c. tot plaatsing of overplaatsing op een afdeling als bedoeld in artikel 22a of 22b; d. tot beëindiging van zijn deelname aan een scholings- en trainingsprogramma; @@ -427,7 +456,7 @@ d. indien de jeugdige hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en ui **5.** De directeur draagt zorg dat tijdens de afzondering het nodige contact tussen personeelsleden en medewerkers van de inrichting en de jeugdige wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de jeugdige wordt afgestemd. -**6.** De directeur draagt zorg dat ingeval de afzondering in een afzonderingscel langer dan vierentwintig uren duurt, de commissie van toezicht en de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger alsmede de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, de gezinsvoogdij-instelling, dan wel de voogdij-instelling, terstond hiervan in kennis worden gesteld. +**6.** De directeur draagt zorg dat ingeval de afzondering in een afzonderingscel langer dan vierentwintig uren duurt, de commissie van toezicht en de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger alsmede de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, de stichting, terstond hiervan in kennis worden gesteld. **7.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent het verblijf in en de inrichting van de afzonderingscel. Deze betreffen in elk geval de rechten die tijdens het verblijf in de afzonderingscel aan de jeugdige toekomen. @@ -443,7 +472,7 @@ d. indien de jeugdige hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en ui **4.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de procedure van plaatsing, overplaatsing en verlenging van de afzondering ingevolge het tweede onderscheidenlijk het derde lid. -**5.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, de gezinsvoogdij-instelling, dan wel de voogdij-instelling, worden van de beslissing, bedoeld in het eerste lid, onverwijld op de hoogte gesteld. +**5.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, de stichting, worden van de beslissing, bedoeld in het eerste lid, onverwijld op de hoogte gesteld. **6.** De directeur houdt van de tenuitvoerlegging van de maatregel van afzondering in een andere inrichting, bedoeld in het eerste lid en de verlenging daarvan, bedoeld in het derde lid, aantekening in een register. @@ -451,13 +480,13 @@ d. indien de jeugdige hierom verzoekt en de directeur dit verzoek redelijk en ui **1.** De directeur is bevoegd een jeugdige, na overleg met een gedragsdeskundige en de selectiefunctionaris, tijdelijk over te plaatsen op de gronden, genoemd in artikel 24, eerste lid, onder a en b. -**2.** De directeur neemt de beslissing tot tijdelijke plaatsing niet dan nadat hij voor de jeugdige aan wie de maatregel van ondertoezichtstelling is opgelegd of voor de jeugdige die door de voogdij-instelling in een inrichting is geplaatst toestemming van de gezinsvoogdij-instelling of voogdij-instelling heeft verkregen. Deze toestemming wordt niet gegeven zonder machtiging van de kinderrechter in de daartoe aangewezen gevallen. Voor de jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd is de toestemming van Onze Minister noodzakelijk. +**2.** De directeur neemt de beslissing tot tijdelijke plaatsing niet dan nadat hij voor de jeugdige aan wie de maatregel van ondertoezichtstelling is opgelegd of voor de jeugdige die door de stichting in een inrichting is geplaatst toestemming van de stichting heeft verkregen. Deze toestemming wordt niet gegeven zonder machtiging van de kinderrechter in de daartoe aangewezen gevallen. Voor de jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd is de toestemming van Onze Minister noodzakelijk. **3.** De tijdelijke plaatsing duurt ten hoogste veertien dagen. De directeur kan deze tijdelijke plaatsing eenmaal voor ten hoogste veertien dagen verlengen, indien hij na overleg met een gedragsdeskundige, de directeur van de inrichting waar de tijdelijke plaatsing ten uitvoer wordt gelegd en de selectiefunctionaris tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak en de mogelijkheden hiertoe nog bestaan. **4.** Na de tenuitvoerlegging van de tijdelijke plaatsing dan wel de verlenging hiervan wordt de jeugdige teruggeplaatst in de inrichting waarin de maatregel werd opgelegd. -**5.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, de gezinsvoogdij-instelling, dan wel de voogdij-instelling, worden van een beslissing als bedoeld in het eerste en derde lid, onverwijld op de hoogte gesteld. +**5.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, de stichting, worden van een beslissing als bedoeld in het eerste en derde lid, onverwijld op de hoogte gesteld. ### Paragraaf 3. Verlaten van de inrichting @@ -622,11 +651,11 @@ b. de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, leden daarvan, de Nederlandse c. Onze Minister; d. justitiële autoriteiten; e. de Nationale ombudsman; -f. de geneeskundig inspecteurs van de volksgezondheid en de inspecteurs van de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming; +f. de geneeskundig inspecteurs van de volksgezondheid en de inspecteurs van de Inspectie jeugdzorg; g. de Raad, een commissie daaruit of leden daarvan; h. de commissie van toezicht, een beklagcommissie, of leden daarvan; i. diens rechtsbijstandverlener; -j. diens reclasseringswerker of gezinsvoogd dan wel vertegenwoordiger van een voogdij-instelling; +j. diens reclasseringsmedewerker of medewerkers van de stichting; k. diens ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, behoudens ingeval zwaarwegende belangen van de jeugdige zich daartegen verzetten; l. andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instanties. @@ -725,7 +754,7 @@ c. de overbrenging van de jeugdige naar een ziekenhuis dan wel een andere instel **1.** De jeugdige heeft recht op sociale verzorging en hulpverlening. -**2.** De directeur draagt zorg dat de maatschappelijk werkers van gezinsvoogdij-instellingen of voogdij-instellingen, reclasseringswerkers en andere daarvoor in aanmerking komende gedragsdeskundigen de in het eerste lid omschreven zorg en hulp in de inrichting kunnen verlenen. +**2.** De directeur draagt zorg dat de maatschappelijk werkers van stichtingen, reclasseringswerkers en andere daarvoor in aanmerking komende gedragsdeskundigen de in het eerste lid omschreven zorg en hulp in de inrichting kunnen verlenen. **3.** De directeur draagt zorg voor overbrenging van de jeugdige naar de daartoe bestemde plaats, indien de in het eerste lid omschreven zorg en hulp dit noodzakelijk maken en een dergelijke overbrenging zich verdraagt met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. @@ -936,7 +965,7 @@ d. evaluatieverslagen; e. opname- en ontslaggegevens; f. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in artikel 58, eerste lid. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de eisen waaraan het dossier ten minste moet voldoen, de gegevens die daarin moeten worden vastgelegd, het recht op inzage of afschrift van het dossier door de betrokken jeugdige en zijn ouders of voogd, stiefouders of pleegouders dan wel de gezinsvoogdij-instelling of de voogdij-instelling en de beperkingen daarop, de termijn gedurende welke het dossier moet worden bewaard, de wijze waarop het dossier moet worden beheerd, bewaard en, na afloop van de bewaartermijn, vernietigd, alsmede de overdracht van gegevens in geval van een overplaatsing van de jeugdige. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de eisen waaraan het dossier ten minste moet voldoen, de gegevens die daarin moeten worden vastgelegd, het recht op inzage of afschrift van het dossier door de betrokken jeugdige en zijn ouders of voogd, stiefouders of pleegouders dan wel de stichting en de beperkingen daarop, de termijn gedurende welke het dossier moet worden bewaard, de wijze waarop het dossier moet worden beheerd, bewaard en, na afloop van de bewaartermijn, vernietigd, alsmede de overdracht van gegevens in geval van een overplaatsing van de jeugdige. **3.** Met toepassing van het bepaalde in artikel 464 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn de artikelen 454, 455 en 456 van dit boek niet van overeenkomstige toepassing.