2017-04-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
This commit is contained in:
parent
a9b00eb83f
commit
49f604334b
1 changed files with 61 additions and 19 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
|
|||
bwb_id: BWBR0012287
|
||||
type: circulaire
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2016-07-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2017-04-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012287
|
||||
citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -61,6 +61,7 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
|
|||
| Flexwet | Wet Flexibiliteit en Zekerheid |
|
||||
| GGD | Gemeentelijke Gezondheidsdienst |
|
||||
| GG&GD | Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst in de gemeente Utrecht |
|
||||
| GVVA | Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid |
|
||||
| HAV | Haags Adoptieverdrag |
|
||||
| hbo | hoger beroepsonderwijs |
|
||||
| HKS | Herkenningsdienstsysteem |
|
||||
|
|
@ -1564,6 +1565,13 @@ In afwijking van de richtlijn 2008/115 wordt een vreemdeling die voldoet aan all
|
|||
|
||||
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van artikel 4.38 Vb vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
|
||||
|
||||
De DT&V kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. De DT&V kan dit bijvoorbeeld doen bij:
|
||||
|
||||
• een alleenstaande minderjarige vreemdeling;
|
||||
• een vreemdeling waarbij sprake is van een medische overdracht.
|
||||
|
||||
Vorenstaande geldt onverminderd andere vormen van begeleiding, zoals door de KMar in het kader van de veiligheid van de vlucht, of begeleiding door derden, zoals psychiatrisch geschoolde verpleegkundigen, ter vervulling van de reisvoorwaarden opgenomen in het BMA-advies.
|
||||
|
||||
### 3. Vertrektermijnen
|
||||
|
||||
Deze paragraaf bevat de beleidsregels omtrent de toepassing van artikel 62, tweede lid, Vw.
|
||||
|
|
@ -1674,19 +1682,19 @@ De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vree
|
|||
• de vreemdeling kan niet aan de buitenlandse grensautoriteiten worden overgedragen of uit Nederland worden uitgezet door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig;
|
||||
• er is geen sprake van de situatie dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken.
|
||||
|
||||
#### 4.5. Gebruik van een EU-staat
|
||||
#### 4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
|
||||
|
||||
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
|
||||
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een Europees reisdocument. Het Europees reisdocument wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan het Europees reisdocument worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
|
||||
|
||||
De EU-staat mag worden gebruikt:
|
||||
Het Europees reisdocument mag worden gebruikt:
|
||||
|
||||
• bij terugkeer van een vreemdeling naar het land van herkomst;
|
||||
• bij de terugkeer van een vreemdeling naar een ander land dan het land van herkomst;
|
||||
• als geldig ondersteunend document voor grensoverschrijding bij overdracht van een vreemdeling naar een Europees land.
|
||||
|
||||
Om gebruik te maken van een EU-staat in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
|
||||
Om gebruik te maken van een Europees reisdocument in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
|
||||
|
||||
• het is niet mogelijk gebleken tijdig een geldig document voor grensoverschrijding te verkrijgen van de autoriteiten van het land van herkomst of een derde land, of er zijn met de autoriteiten van het betreffende land afspraken gemaakt over het gebruik van de EU-staat;
|
||||
• het is niet mogelijk gebleken tijdig een geldig document voor grensoverschrijding te verkrijgen van de autoriteiten van het land van herkomst of een derde land, of er zijn met de autoriteiten van het betreffende land afspraken gemaakt over het gebruik van het Europees reisdocument;
|
||||
• er bestaan één of meerdere aanwijzingen op grond waarvan de nationaliteit en/ of identiteit van de vreemdeling aangenomen kan worden;
|
||||
• er bestaat een redelijke kans dat de vreemdeling wordt toegelaten in het land waar de vreemdeling naar terug moet keren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1771,6 +1779,8 @@ Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wij
|
|||
• door plaatsing van de vreemdeling aan boord van een vliegtuig of schip van de onderneming die de vreemdeling naar Nederland heeft vervoerd;
|
||||
• de vreemdeling wordt rechtstreeks of met een tussenstop uitgezet naar een land waarvan op basis van feiten en omstandigheden wordt aangenomen dat de vreemdeling daar de toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
Voor wat betreft de mogelijkheid om een vreemdeling door de DT&V te laten begeleiden bij de feitelijke terugkeer, wordt verwezen naar paragraaf A3/2 Vc.
|
||||
|
||||
#### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
|
||||
|
||||
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
|
||||
|
|
@ -2245,15 +2255,19 @@ In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerkin
|
|||
|
||||
#### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
|
||||
|
||||
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw, is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
|
||||
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, Vw, is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, b, c en d, Vw. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
|
||||
|
||||
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in artikel 66a lid 2 Vw om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
|
||||
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in artikel 66a, tweede lid, Vw om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
|
||||
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit op grond van artikel 66a lid 2 Vw aan onder andere een vreemdeling die de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw tegen een vreemdeling die:
|
||||
|
||||
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a lid 6 Vw op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a lid 7 Vw uit als artikel 66a lid 7 Vw van toepassing is.
|
||||
– de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.
|
||||
– op grond van artikel 3.3 Vb aanspraak kan maken op een vrije termijn, maar die onder meer in het toezicht is aangetroffen en niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 12 Vw en artikel 6 SGC, tenzij de vreemdeling onderbouwt dat dit te wijten is aan omstandigheden die de vreemdeling niet zijn toe te rekenen.
|
||||
– de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zonder verschoonbare reden intrekt voordat een beslissing is genomen, terwijl aanwijzing bestaat dat de aanvraag niet kansrijk geacht moet worden. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan een vreemdeling die afkomstig is uit een land dat is geplaatst op de lijst behorend bij artikel 3.37f, derde lid, Vv (bijlage 13, veilige landen van herkomst).
|
||||
|
||||
De IND maakt gebruik van de in artikel 6.5, lid 4, Vb geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
|
||||
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, 7 Vw uit als artikel 66a, zevende lid, Vw van toepassing is.
|
||||
|
||||
De IND maakt gebruik van de in artikel 6.5, vierde lid, Vb geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
#### 2.2. Geen inreisverbod
|
||||
|
||||
|
|
@ -2267,19 +2281,31 @@ Uitsluitend als de andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd
|
|||
|
||||
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc.
|
||||
|
||||
Een opgelegd inreisverbod staat niet in de weg aan inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag. Beoordeling van asielgerelateerde aspecten, waaronder artikel 3 EVRM, vindt dan ook niet plaats in het kader van het inreisverbod. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien de openbare orde aspecten die aan de vreemdeling worden tegengeworpen, zouden leiden tot weigering van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie C2/6.2.7). In dat geval kan inhoudelijke beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd immers niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zodat het in de rede ligt de aanspraken op vluchtelingschap of artikel 3 EVRM bij de beoordeling van het inreisverbod te betrekken. Toetsing vindt plaats overeenkomstig A4/3.6.
|
||||
Een opgelegd inreisverbod staat niet in de weg aan inhoudelijke beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Beoordeling van asielgerelateerde aspecten, waaronder artikel 3 EVRM, vindt dan ook niet plaats in het kader van het inreisverbod. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien de openbare orde aspecten die aan de vreemdeling worden tegengeworpen, leiden tot weigering van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie C2/6.2.7). In dat geval kan inhoudelijke beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd immers niet leiden tot verlening van de verblijfsvergunning, zodat het in de rede ligt de aanspraken op vluchtelingschap of artikel 3 EVRM bij de beoordeling van het inreisverbod te betrekken. Toetsing vindt plaats overeenkomstig A4/3.6.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Duur van het inreisverbod
|
||||
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt het inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb is genoemd.
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in artikel 6.5a Vb is genoemd.
|
||||
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van één jaar, in de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
• de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, is met meer dan drie dagen maar niet meer dan 90 dagen overschreden; of
|
||||
• de vreemdeling is onder meer in het toezicht aangetroffen en voldoet niet of niet langer aan de voorwaarden bedoeld in artikel 12 Vw en artikel 6 SGC, tenzij de vreemdeling onderbouwt dat dit is te wijten aan omstandigheden die de vreemdeling niet zijn toe te rekenen.
|
||||
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van twee jaar in geval de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan 90 dagen is overschreden.
|
||||
|
||||
De IND vaardigt een inreisverbod uit voor de duur van vijf jaar als er sprake is van één van de in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb genoemde omstandigheden, maar géén sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast.
|
||||
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verkort de duur van het inreisverbod als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd.
|
||||
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoogt de duur van het inreisverbod naar vijf jaar als een vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is.
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoogt de duur van het inreisverbod naar vijf jaar als een vreemdeling:
|
||||
|
||||
• zich op het grondgebied van de EU, de EER of Zwitserland bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is; of
|
||||
• de EU, de EER of Zwitserland wel heeft verlaten, maar zich wederom op het grondgebied van de EU, de EER of Zwitserland bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is.
|
||||
|
||||
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld.
|
||||
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit met toepassing van artikel 6.5a lid 4 onder c Vb bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit.
|
||||
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit met toepassing van artikel 6.5a, vierde lid, aanhef en onder c, Vb bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Procedurele aspecten
|
||||
|
||||
|
|
@ -2330,7 +2356,7 @@ Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is
|
|||
|
||||
##### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
|
||||
|
||||
20143670619-12-201410-12-2014WBV2014/3520143670619-12-201410-12-2014WBV2014/3501-01-2015
|
||||
Paragraaf A4/2.5.5 Vreemdelingencirculaire 2000 komt geheel te vervallen.
|
||||
|
||||
##### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2821,9 +2847,19 @@ De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, indien:
|
|||
• de bewaring van de vreemdeling die in bewaring is gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw wordt voorgezet op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, Vw, of andersom; of
|
||||
• het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft.
|
||||
|
||||
#### 6.5. Bijstand van een raadsman
|
||||
#### 6.5. Bijstand van een advocaat
|
||||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring (model M109, M109-A of M109-B) en van het proces-verbaal van gehoor (model M110) geven.
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Indien de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst, worden de piketcentrale of de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. In geval van hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
|
||||
|
||||
Er mag met het gehoor worden begonnen zonder bijzijn van een advocaat:
|
||||
|
||||
• indien de vreemdeling geen advocaat bij het gehoor wenst;
|
||||
• indien de vreemdeling wel een advocaat bij het gehoor wenst, en de advocaat heeft aangegeven niet bij het gehoor aanwezig te kunnen of te willen zijn; of
|
||||
• indien de vreemdeling wel een advocaat bij het gehoor wenst, en er binnen twee uur na de verzending van het bericht over de voorgenomen inbewaringstelling nog geen advocaat aanwezig is.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling.
|
||||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring (model M109, M109-A of M109-B) en van het proces-verbaal van gehoor (model M110) geven.
|
||||
|
||||
#### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
|
||||
|
||||
|
|
@ -3049,6 +3085,12 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
|
||||
|
|
@ -3457,7 +3499,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage M80. EU-staat
|
||||
## Bijlage M80. Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue