From 49fd399210df22e3ad252c28bcd02686d4a0a1e0 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 31 Dec 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-12-31 | BWBR0020611 | Wet inburgering --- wet/wet-inburgering/BWBR0020611/README.md | 18 +++++++++++++----- 1 file changed, 13 insertions(+), 5 deletions(-) diff --git a/wet/wet-inburgering/BWBR0020611/README.md b/wet/wet-inburgering/BWBR0020611/README.md index 0ad8a4ac9f9..f997fb26c10 100644 --- a/wet/wet-inburgering/BWBR0020611/README.md +++ b/wet/wet-inburgering/BWBR0020611/README.md @@ -334,11 +334,15 @@ Onze Minister legt een bestuurlijke boete op aan de inburgeringsplichtige die he ### Artikel 29 -Onze Minister stelt in de boetebeschikking, bedoeld in artikel 28, een nieuwe termijn van ten hoogste één jaar waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, moet afronden. +**1.** Onze Minister stelt in de boetebeschikking, bedoeld in artikel 28, een nieuwe termijn van ten hoogste één jaar waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, moet afronden. + +**2.** Onze Minister verlengt de nieuwe termijn, bedoeld in het eerste lid, indien de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet tijdig afronden van het participatieverklaringstraject. + +**3.** De verlenging, bedoeld in het tweede lid, kan telkens voor ten hoogste een jaar worden verleend. ### Artikel 30 -**1.** Onze Minister legt de inburgeringsplichtige die niet binnen de krachtens artikel 29 vastgestelde termijn het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, heeft afgerond, een bestuurlijke boete op. Artikel 29 is van overeenkomstige toepassing. +**1.** Onze Minister legt de inburgeringsplichtige die niet binnen de krachtens artikel 29 vastgestelde termijnen het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, heeft afgerond, een bestuurlijke boete op. Artikel 29 is van overeenkomstige toepassing. **2.** Zolang de inburgeringsplichtige na het verstrijken van de krachtens het eerste lid gestelde termijn het participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, niet afrondt, legt Onze Minister ieder jaar een bestuurlijke boete op. @@ -350,13 +354,17 @@ Onze Minister stelt in de boetebeschikking, bedoeld in artikel 28, een nieuwe te ### Artikel 32 -Onze Minister stelt in de boetebeschikking, bedoeld in artikel 31, eerste lid, een nieuwe termijn van ten hoogste twee jaren waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, moet behalen. +**1.** Onze Minister stelt in de boetebeschikking, bedoeld in artikel 31, eerste lid, een nieuwe termijn van ten hoogste twee jaren waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, moet behalen. + +**2.** Onze Minister verlengt de nieuwe termijn, bedoeld in het eerste lid, indien de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet tijdig behalen van de examenonderdelen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c. + +**3.** De verlenging, bedoeld in het tweede lid, kan telkens voor ten hoogste twee jaar worden verleend. ### Artikel 33 -**1.** Onze Minister legt de inburgeringsplichtige die niet binnen de krachtens artikel 32 vastgestelde termijn de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, heeft behaald, een bestuurlijke boete op. Artikel 32 is van overeenkomstige toepassing. +**1.** Onze Minister legt de inburgeringsplichtige die niet binnen de krachtens artikel 32 vastgestelde termijnen de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, heeft behaald, een bestuurlijke boete op. Artikel 32 is van overeenkomstige toepassing. -**2.** Zolang de inburgeringsplichtige na het verstrijken van de krachtens artikel 32 gestelde termijn de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel b en c, niet behaalt, legt Onze Minister iedere twee jaar een bestuurlijke boete op. +**2.** Zolang de inburgeringsplichtige na het verstrijken van de krachtens artikel 32 gestelde termijnen de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel b en c, niet behaalt, legt Onze Minister iedere twee jaar een bestuurlijke boete op. ### Artikel 34