2004-09-15 | BWBR0005792 | Wet toezicht kredietwezen 1992
This commit is contained in:
parent
661d9dbf6d
commit
4a00c45b7d
1 changed files with 89 additions and 49 deletions
|
|
@ -35,7 +35,7 @@ i. Lid-Staat: een staat die lid is van de Unie alsmede een staat, niet zijnde ee
|
|||
j. de Richtlijn: Richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 126);
|
||||
k. bijkantoor: één of meer onderdelen zonder rechtspersoonlijkheid van een kredietinstelling of een financiële instelling die in een andere Staat is gevestigd dan die waarin de kredietinstelling of de financiële instelling gevestigd is;
|
||||
l. verrichten van diensten: het in een Staat, zonder gebruikmaking van een bijkantoor in die Staat, verrichten dan wel aanbieden van werkzaamheden genoemd in bijlage I van de Richtlijn door een kredietinstelling of een financiële instelling die in een andere Staat is gevestigd;
|
||||
m. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van meer dan 5 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 5 procent van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling;
|
||||
m. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10 procent van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling; bij het bepalen van het aantal stemrechten, dat iemand in een onderneming of instelling heeft, worden tot diens stemrechten mede gerekend de stemrechten waarover hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van artikel 12 van de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in ter beurze genoteerde vennootschappen;
|
||||
n. dochtermaatschappij: een onderneming of instelling als omschreven in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
o. groep: een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap:
|
||||
|
||||
|
|
@ -43,7 +43,7 @@ o. groep: een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wet
|
|||
2°. in een of meer andere rechtspersonen of vennootschappen een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel, voor zover het natuurlijke personen betreft, een met een deelneming overeenkomende positie,
|
||||
|
||||
die natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap tezamen met die andere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen wordt aangemerkt als groep;
|
||||
p. elektronisch geld: een geldswaarde die is opgeslagen op een elektronische drager.
|
||||
p. elektronisch geld: een geldswaarde die is opgeslagen op een elektronische drager of een geldswaarde die op afstand is opgeslagen in een centrale rekeningadministratie.
|
||||
|
||||
**2.** De Bank wordt niet beschouwd als kredietinstelling in de zin van deze wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,6 +122,10 @@ c. het vastleggen van informatie op een elektronische drager ten behoeve van and
|
|||
|
||||
**3.** Onder een deelneming als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een rechtstreeks of middellijk belang van 20 procent of meer van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van 20 procent of meer van de stemrechten in een onderneming.
|
||||
|
||||
### Artikel 7b
|
||||
|
||||
Het door een kredietinstelling uitgegeven elektronisch geld vertegenwoordigt een waarde die ten hoogste gelijk is aan de waarde van de voor de uitgifte ontvangen gelden.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Aanvragen van de vergunning
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
|
@ -489,12 +493,13 @@ Tot deze regels behoren niet de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artik
|
|||
|
||||
Het is een kredietinstelling verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar:
|
||||
|
||||
a. haar eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen dan wel een uitkering te doen uit de post omvattende de dekking voor algemene bankrisico's bedoeld in artikel 424 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
b. een gekwalificeerde deelneming in een andere onderneming of instelling te houden, te verwerven dan wel te vergroten, indien deze deelneming 10 procent of meer bedraagt;
|
||||
c. de activa en passiva van een andere onderneming of instelling geheel of voor een belangrijk deel over te nemen;
|
||||
d. een fusie aan te gaan met een andere onderneming of instelling;
|
||||
e. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie;
|
||||
f. een beherend vennoot tot de kredietinstelling te doen toetreden.
|
||||
a. haar eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen dan wel een uitkering te doen uit de post omvattende de dekking voor algemene bankrisico's als bedoeld in artikel 424 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
b. een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, een financiële instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, een effecteninstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf dan wel in een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, te verwerven of te vergroten, indien het balanstotaal van die kredietinstelling, financiële instelling, effecteninstelling of verzekeraar ten tijde van de verwerving onderscheidenlijk de vergroting, meer bedraagt dan één procent van het geconsolideerde balanstotaal van de kredietinstelling;
|
||||
c. een gekwalificeerde deelneming in een onderneming of instelling, met uitzondering van de ondernemingen of instellingen, bedoeld in onderdeel b, te verwerven dan wel te vergroten, indien het bedrag dat wordt betaald voor de verwerving van die deelneming onderscheidenlijk voor de vergroting van die deelneming tezamen met de bedragen die voor de verwerving en voor eerdere vergrotingen van die deelnemingen zijn betaald, meer bedraagt dan één procent van het geconsolideerde aanwezige eigen vermogen van de kredietinstelling;
|
||||
d. de activa en passiva van een andere onderneming of instelling geheel of voor een belangrijk deel over te nemen;
|
||||
e. een fusie aan te gaan met een andere onderneming of instelling;
|
||||
f. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie;
|
||||
g. een beherend vennoot tot de kredietinstelling te doen toetreden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -502,9 +507,9 @@ Een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid
|
|||
|
||||
a. de Bank van oordeel is dat de handeling in strijd zou zijn of zou kunnen komen met de voor de kredietinstelling geldende regels als bedoeld in artikel 20, derde lid, onder *a*, (4) en (5), onder *b*, (4) en onder *c*, (4);
|
||||
b. de Bank van oordeel is dat de handeling anderszins in strijd zou zijn of zou kunnen komen met een gezond bankbeleid;
|
||||
c. de Bank van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen;
|
||||
c. de Bank van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector;
|
||||
d. de Bank van oordeel is dat de naleving van de in artikel 22a bedoelde regels onvoldoende is gewaarborgd; of
|
||||
e. Onze minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen.
|
||||
e. Onze minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector.
|
||||
|
||||
**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onder a, b, c en d, onderscheidenlijk het tweede lid, onder e, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -512,6 +517,8 @@ e. Onze minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden
|
|||
|
||||
**5.** Ingeval aan de verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid verbonden voorschriften niet worden nagekomen, kan Onze minister dan wel vanwege Onze minister de Bank een termijn vaststellen waarbinnen de in overtreding zijnde kredietinstelling de niet nagekomen voorschriften alsnog moet vervullen.
|
||||
|
||||
**6.** Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op een gekwalificeerde deelneming in een vennootschap wier activa op het moment dat de kredietinstelling de gekwalificeerde deelneming verwerft voor meer dan 90 procent uit liquide middelen bestaan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot liquide middelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Het is iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar, een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling te houden, te verwerven of te vergroten dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling uit te oefenen.
|
||||
|
|
@ -522,9 +529,9 @@ Een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid
|
|||
|
||||
a. de Bank van oordeel is, dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken kredietinstelling die in strijd is met een gezond bankbeleid;
|
||||
b. de Bank van oordeel is, dat de handeling ertoe zou leiden of zou kunnen leiden dat de betrokken kredietinstelling behoort of zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de kredietinstelling;
|
||||
c. de Bank van oordeel is, dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen;
|
||||
c. de Bank van oordeel is, dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector;
|
||||
d. de Bank van oordeel is dat de naleving van de in artikel 22a bedoelde regels onvoldoende is gewaarborgd; of
|
||||
e. Onze minister van oordeel is, dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen.
|
||||
e. Onze minister van oordeel is, dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector.
|
||||
|
||||
**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onder a, b, c en d, onderscheidenlijk het tweede lid, onder e, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -567,15 +574,26 @@ d. de door de houder als bedoeld in het eerste lid te verstrekken inlichtingen a
|
|||
|
||||
**1.** Op een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 23, eerste lid, of artikel 24, eerste lid, wordt beslist door Onze minister, de Bank gehoord, dan wel in door Onze minister bepaalde gevallen vanwege Onze minister door de Bank.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt ingediend bij de Bank. De Bank zendt de aanvraag, vergezeld van haar advies, aan Onze minister behoudens in de gevallen waarin zij vanwege Onze minister beslist.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist.
|
||||
Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend:
|
||||
|
||||
**4.** Van de verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt door de zorg van de Bank aan de betrokken kredietinstelling mededeling gedaan.
|
||||
a. kan de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van zijn gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden;
|
||||
b. kan deze, voor zover het een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 23, eerste lid, betreft, betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
**5.** Van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze minister dan wel vanwege Onze minister door de Bank mededeling gedaan in de *Staatscourant*, behoudens voor zover Onze minister of de Bank van oordeel is, dat publicatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van belanghebbenden bij de beschikking of derden.
|
||||
1°. door de aanvrager via een dochtermaatschappij verworven en nog te verwerven middellijke deelnemingen;
|
||||
2°. door de aanvrager verworven dan wel nog te verwerven middellijke deelnemingen, niet zijnde deelnemingen als bedoeld onder 1°, voor zover deze deelnemingen buiten de invloedssfeer van de aanvrager zijn verworven dan wel worden verworven;
|
||||
c. voor een deelneming in een kredietinstelling, kan op verzoek van de aanvrager worden bepaald dat de verleende verklaring van geen bezwaar betrekking geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk, onverminderd artikel 23.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
**3.** De aanvraag wordt ingediend bij de Bank. De Bank zendt de aanvraag, vergezeld van haar advies, aan Onze minister behoudens in de gevallen waarin zij vanwege Onze minister beslist.
|
||||
|
||||
**4.** Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist.
|
||||
|
||||
**5.** Van de verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt door de zorg van de Bank aan de betrokken kredietinstelling mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
**6.** Van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze minister dan wel vanwege Onze minister door de Bank mededeling gedaan in de *Staatscourant*, behoudens voor zover Onze minister of de Bank van oordeel is, dat publicatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van belanghebbenden bij de beschikking of derden.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Een verklaring van geen bezwaar kan door Onze minister, de Bank gehoord, dan wel in door Onze minister bepaalde gevallen vanwege Onze minister door de Bank worden gewijzigd of ingetrokken:
|
||||
|
||||
|
|
@ -584,29 +602,43 @@ b. indien aan de houder een verklaring van geen bezwaar wordt verleend die betre
|
|||
c. indien de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de verklaring van geen bezwaar zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
|
||||
d. indien niet alsnog binnen de termijn als bedoeld in artikel 23, vijfde lid, respectievelijk artikel 24, zesde lid, aan alle bij de verklaring van geen bezwaar gestelde voorschriften wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Indien zich met betrekking tot een verleende verklaring van geen bezwaar omstandigheden voordoen of feiten bekend worden welke
|
||||
|
||||
a. naar het oordeel van de Bank tot strijd met een gezond bankbeleid respectievelijk tot een invloed op de betrokken kredietinstelling die in strijd is met een gezond bankbeleid leiden of zouden kunnen leiden;
|
||||
b. naar het oordeel van de Bank ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de betrokken kredietinstelling zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de kredietinstelling;
|
||||
c. naar het oordeel van de Bank ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de naleving van de in artikel 22a bedoelde regels onvoldoende is gewaarborgd; of
|
||||
d. naar het oordeel van de Bank of Onze minister tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen leiden of zouden kunnen leiden;
|
||||
d. naar het oordeel van de Bank of Onze minister tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector leiden of zouden kunnen leiden;
|
||||
|
||||
en derhalve zo zij voor het tijdstip waarop de verklaring van geen bezwaar werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, een verklaring van geen bezwaar zou zijn geweigerd dan wel de verklaring van geen bezwaar onder het stellen van beperkingen of het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, kan Onze minister, de Bank gehoord, dan wel in door Onze minister bepaalde gevallen vanwege Onze minister de Bank aan de verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen en nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken.
|
||||
|
||||
**8.** Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt door de zorg van de Bank aan de betrokken kredietinstelling mededeling gedaan.
|
||||
**9.** Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt door de zorg van de Bank aan de betrokken kredietinstelling mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
**9.** Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze minister dan wel vanwege Onze minister door de Bank mededeling gedaan in de *Staatscourant*, behoudens voor zover Onze minister of de Bank van oordeel is, dat publicatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van belanghebbenden bij de beschikking of derden.
|
||||
**10.** Indien de omvang van een deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven onder de 10 procent daalt, vervalt de afgegeven verklaring van geen bezwaar van rechtswege.
|
||||
|
||||
**11.** Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze minister dan wel vanwege Onze minister door de Bank mededeling gedaan in de *Staatscourant*, behoudens voor zover Onze minister of de Bank van oordeel is, dat publicatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van belanghebbenden bij de beschikking of derden.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling zodanig wijzigt, dat de omvang van deze deelneming onder de 5, 10, 20, 33 of 50 procent daalt of, dat de kredietinstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn, stelt de Bank daarvan vooraf in kennis.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Een kredietinstelling stelt, voor zover haar bekend, de Bank in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze kredietinstelling houdt. Tevens stelt een kredietinstelling, zodra zulks haar bekend wordt, de Bank in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze kredietinstelling waardoor de omvang van deze deelneming boven onderscheidenlijk onder de 5, 20, 33 of 50 procent stijgt onderscheidenlijk daalt of waardoor de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt onderscheidenlijk ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
|
||||
Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt de Bank vooraf in kennis van een zodanige wijziging van diens gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling waardoor de omvang van deze deelneming:
|
||||
|
||||
a. boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt; of
|
||||
b. onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de kredietinstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een kredietinstelling stelt, voor zover haar bekend, de Bank in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze kredietinstelling houdt. Tevens stelt de kredietinstelling, zodra zulks haar bekend wordt, de Bank in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze instelling waardoor de omvang van deze deelneming:
|
||||
|
||||
a. boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de kredietinstelling een dochtermaatschappij wordt; of
|
||||
b. onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de kredietinstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De Bank stelt Onze minister eens per jaar in kennis van de gegevens waarover zij ingevolge het eerste en het tweede lid beschikt.
|
||||
|
||||
**4.** De Bank stelt de Stichting Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis van een gekwalificeerde deelneming onder vermelding van de omvang van die deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 23 is verleend en waarop de vrijstelling, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 van toepassing is.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 7. Bijzondere maatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
|
@ -1281,7 +1313,15 @@ b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenla
|
|||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
Een kredietinstelling die in Nederland is gevestigd dan wel een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling, welke tot algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar bedrijf dan wel tot ontbinding heeft besloten, is verplicht aan de Bank mededeling te doen van de wijze waarop de liquidatie onderscheidenlijk de ontbinding zal plaatsvinden ten minste dertien weken, voordat aan het besluit uitvoering wordt gegeven; de Bank kan deze termijn verkorten. De Bank wordt aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 23, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ingeval een kredietinstelling als bedoeld in de eerste volzin besluit tot ontbinding en geen rechtspersoonlijkheid bezit, is het bepaalde in de artikelen 19, vierde lid, 23, eerste en tweede lid, 23*a*, eerste lid, en 23c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van de artikelen 23, eerste lid, en 23*a*, eerste lid, gelden de beherende vennoten als bestuurders en geldt de vennootschapsovereenkomst als statuten.
|
||||
**1.** Een kredietinstelling die in Nederland is gevestigd dan wel een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling, welke tot algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar bedrijf dan wel tot ontbinding heeft besloten, is verplicht aan de Bank mededeling te doen van de wijze waarop de liquidatie onderscheidenlijk de ontbinding zal plaatsvinden ten minste dertien weken, voordat aan het besluit uitvoering wordt gegeven; de Bank kan deze termijn verkorten. De Bank wordt aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 23, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ingeval een kredietinstelling als bedoeld in de eerste volzin besluit tot ontbinding en geen rechtspersoonlijkheid bezit, is het bepaalde in de artikelen 19, vierde lid, 23, eerste en tweede lid, 23*a*, eerste lid, en 23c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van de artikelen 23, eerste lid, en 23*a*, eerste lid, gelden de beherende vennoten als bestuurders en geldt de vennootschapsovereenkomst als statuten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een kredietinstelling, die op grond van artikel 6, tweede lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 6, derde lid, is ontheven van het verbod van artikel 6, eerste lid;
|
||||
b. een kredietinstelling, die op grond van artikel 31, vierde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 31, vijfde lid, is ontheven van het verbod van artikel 31, eerste lid;
|
||||
c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 38, vierde lid, is ontheven van het verbod van artikel 38, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk X. Noodregeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -1291,6 +1331,14 @@ Een kredietinstelling die in Nederland is gevestigd dan wel een bijkantoor in Ne
|
|||
|
||||
**2.** De wettelijke bepalingen inzake surséance van betaling zijn op een kredietinstelling dan wel een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, niet van toepassing. De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen kan niet van toepassing worden verklaard.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een kredietinstelling, die op grond van artikel 6, tweede lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 6, derde lid, is ontheven van het verbod van artikel 6, eerste lid;
|
||||
b. een kredietinstelling, die op grond van artikel 31, vierde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 31, vijfde lid, is ontheven van het verbod van artikel 31, eerste lid;
|
||||
c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld onderscheidenlijk op grond van artikel 38, vierde lid, is ontheven van het verbod van artikel 38, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 6 heeft verkregen dan wel van een bijkantoor in Nederland van een in een andere Lid-Staat gevestigde kredietinstelling die krachtens artikel 31 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen dan wel van een bijkantoor in Nederland van een in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde kredietinstelling die een vergunning als bedoeld in artikel 38, eerste lid heeft verkregen, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank, binnen wier rechtsgebied de kredietinstelling dan wel het bijkantoor is gevestigd, op verzoek van de Bank verklaren, dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor verkeert in een toestand, welke in het belang van de gezamenlijke schuldeisers bijzondere voorziening behoeft.
|
||||
|
|
@ -1425,7 +1473,7 @@ Tegen beschikkingen van de rechtbank ingevolge de artikelen 71, eerste of tweede
|
|||
Onze minister kan bepalen dat
|
||||
|
||||
a. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 8 en 9, de Bank de behandeling van door dochtermaatschappijen van in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde vergunningen als bedoeld in artikel 6 voor een bepaalde termijn opschort, met dienovereenkomstige opschorting van de termijn als bedoeld in artikel 8, derde lid, dan wel dat de Bank slechts een door Onze minister te bepalen aantal door dochtermaatschappijen van in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde vergunningen als bedoeld in artikel 6 zal verlenen; en
|
||||
b. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 24 en 26 de behandeling van door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, voor een bepaalde termijn worden opgeschort, met dienovereenkomstige opschorting van de termijn als bedoeld in artikel 26, derde lid, dan wel dat slechts een door Onze minister te bepalen aantal door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, zullen worden verleend; en
|
||||
b. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 24 en 26 de behandeling van door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, voor een bepaalde termijn worden opgeschort, met dienovereenkomstige opschorting van de termijn als bedoeld in artikel 26, vierde lid, dan wel dat slechts een door Onze minister te bepalen aantal door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen gevraagde verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, zullen worden verleend; en
|
||||
c. in afwijking van het bepaalde in artikel 30d de beslissing van de Bank, nadat zij door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen in kennis is gesteld overeenkomstig artikel 30d, eerste lid, voor een bepaalde termijn wordt opgeschort, met dienovereenkomstige opschorting van de termijn als bedoeld in artikel 30d, derde lid, dan wel dat de Bank, nadat zij door in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen in kennis is gesteld overeenkomstig artikel 30d, eerste lid, slechts in een door Onze minister te bepalen aantal gevallen meedeelt dat geen bezwaar bestaat tegen het voornemen; en.
|
||||
d. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 31 onderscheidenlijk 32 dan wel 32a het bepaalde in de artikelen 38 tot en met 44 onderscheidenlijk 82 van toepassing is op in een Staat, niet zijnde een Staat die lid is van de Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde ondernemingen of instellingen die een voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling benodigde vergunning verkrijgen en die dochtermaatschappij zijn van in een bepaalde Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigde ondernemingen of instellingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1451,20 +1499,14 @@ d. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 31 onderscheidenlijk 32 dan wel
|
|||
|
||||
De in het eerste lid genoemde verboden zijn niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. ondernemingen en instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, welke ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a* tot en met *d*, zijn geregistreerd;
|
||||
a. ondernemingen en instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, welke ingevolge artikel 52, tweede lid, onder a, b, c of d, zijn geregistreerd;
|
||||
b. de Bank;
|
||||
c. de Lid-Staten, alsmede de regionale of locale overheden van de Lid-Staten; en
|
||||
d. internationaal publiekrechtelijke instellingen waarin of waaraan één of meer Lid-Staten deelnemen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister kan vrijstelling of, op verzoek en de Bank gehoord, ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde verboden, indien de belangen die deze wet beoogt te beschermen, naar zijn oordeel anderszins voldoende worden beschermd. Een ontheffing kan onder meer worden geweigerd, indien naar het oordeel van Onze Minister de betrouwbaarheid niet buiten twijfel staat van de aanvrager dan wel, indien het een rechtspersoon betreft, van één of meer personen die het beleid van de betrokken onderneming of instelling bepalen of mede bepalen, of die het beleid bepalen of mede bepalen van de groep waartoe de betrokken onderneming of instelling behoort en tevens uit dien hoofde het beleid van de onderneming of instelling mede bepalen.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van de in het eerste lid genoemde verboden, indien de belangen die deze wet beoogt te beschermen naar het oordeel van Onze minister anderszins voldoende worden beschermd. Aan een vrijstelling kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
**4.** De onderneming of instelling die een ontheffing als bedoeld in het derde lid heeft verkregen, meldt iedere wijziging van de gegevens betreffende het aantal of de identiteit van de in dat lid genoemde personen, vooraf aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** Een wijziging als bedoeld in het vierde lid wordt niet doorgevoerd, indien Onze Minister binnen 6 weken na ontvangst van de melding, of, indien Onze Minister om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen 6 weken na de ontvangst van die gegevens of inlichtingen, aan de onderneming of instelling bekend heeft gemaakt niet met het voornemen in te stemmen.
|
||||
|
||||
**6.** De onderneming of instelling die beschikt over een ontheffing als bedoeld in het derde lid stelt Onze Minister onverwijld schriftelijk in kennis van iedere wijziging in de antecedenten van de in het derde lid bedoelde personen.
|
||||
|
||||
**7.** Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
**4.** De Bank kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde verboden, indien de belangen die deze wet beoogt te beschermen naar haar oordeel anderszins voldoende worden beschermd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het verlenen van de ontheffing. Daarbij kunnen regels worden gesteld waaraan de houder van een ontheffing dient te voldoen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Bescherming van het woord "bank"
|
||||
|
||||
|
|
@ -1480,9 +1522,9 @@ a. de Bank;
|
|||
b. de representatieve organisaties; en
|
||||
c. iedere in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming of instelling die van de toezichthoudende autoriteit van die andere Lid-Staat een voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling benodigde vergunning heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister kan vrijstelling of, op verzoek en de Bank gehoord, ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod.
|
||||
**3.** Onze Minister kan vrijstelling verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod. Onze Minister kan aan de vrijstelling beperkingen stellen of voorschriften verbinden.
|
||||
|
||||
**4.** Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
**4.** De Bank kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod. De Bank kan aan de ontheffing beperkingen stellen of voorschriften verbinden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Collectieve garantieregeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -1531,24 +1573,22 @@ b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binne
|
|||
|
||||
### Artikel 85b
|
||||
|
||||
**1.** Het door een kredietinstelling uitgegeven elektronisch geld vertegenwoordigt een waarde die ten minste gelijk is aan de waarde van de voor de uitgifte ontvangen gelden.
|
||||
**1.** Een kredietinstelling wisselt, op verzoek van een houder van elektronisch geld het elektronisch geld om door middel van uitbetaling van het elektronische geld in munten of bankbiljetten of door storting op een rekening, waarbij uitsluitend de voor de omwisseling noodzakelijke kosten mogen worden berekend.
|
||||
|
||||
**2.** Een kredietinstelling wisselt, op verzoek van een houder van elektronisch geld het elektronisch geld om door middel van uitbetaling van het elektronische geld in munten of bankbiljetten of door storting op een rekening, waarbij uitsluitend de voor de omwisseling noodzakelijke kosten mogen worden berekend.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
**3.** Onze Minister is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit artikel bepaalde. De artikelen 53 en 54 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Onze minister is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit artikel bepaalde. De artikelen 53 en 54 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van dit artikel heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit artikel jegens Onze Minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen.
|
||||
|
||||
**5.** Taken en bevoegdheden die Onze minister op grond van dit artikel heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit artikel jegens Onze minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
Een overdracht als bedoeld in het vierde lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet:
|
||||
|
||||
Een overdracht als bedoeld in het vijfde lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet:
|
||||
a. hij dient in staat te zijn de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen;
|
||||
b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden zo veel mogelijk is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
a. hij dient in staat te zijn de in het vijfde lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen;
|
||||
b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het vijfde lid bedoelde taken en bevoegdheden zo veel mogelijk is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**7.** Aan de overdracht, bedoeld in het vijfde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
**6.** Aan de overdracht, bedoeld in het vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Kosten van de toezichttaken
|
||||
|
||||
|
|
@ -1618,7 +1658,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 65, eerste lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 90b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister of de Bank kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 7, 7a, eerste en tweede lid, 10, eerste tot en met vijfde lid, 11, eerste en vijfde lid, 12, tweede lid, 14, eerste, tweede, zevende, achtste en negende lid, 15, vijfde lid, 16, zesde en achtste lid, 16a, zesde lid, 20, eerste lid, tweede lid, vierde volzin, en vierde lid, tweede volzin, 21, eerste en tweede lid, vierde volzin, 22, eerste en tweede lid, vierde volzin, 22a, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 24, eerste, derde, vierde en zesde lid, 25, eerste lid, 25a, tweede en derde lid, 26, zevende lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, eerste en tweede lid, 30b, eerste lid, 30c, eerste lid, 30ca, eerste lid, 30d, eerste, tweede en vierde lid, 31, eerste lid, onder a, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste lid, onder a, tweede, derde en vierde lid, 32a onder a, 36, 37, 38, eerste, tweede, derde en vierde lid, 38a, eerste, tweede en derde lid, 43, 44, 50, eerste lid, 51, 54, tweede lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 55, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 56a, 57, 58, eerste en tweede lid, 61, derde lid, eerste volzin, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 66, tweede lid, 66a, tweede lid, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste en zevende lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85, 85a, eerste lid, en 85b, eerste en tweede lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen.
|
||||
**1.** Onze Minister of de Bank kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 7, 7a, eerste en tweede lid, 7b, 10, eerste tot en met vijfde lid, 11, eerste en vijfde lid, 12, tweede lid, 14, eerste, tweede, zevende, achtste en negende lid, 15, vijfde lid, 16, zesde en achtste lid, 16a, zesde lid, 20, eerste lid, tweede lid, vierde volzin, en vierde lid, tweede volzin, 21, eerste en tweede lid, vierde volzin, 22, eerste en tweede lid, vierde volzin, 22a, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 24, eerste, derde, vierde en zesde lid, 25, eerste lid, 25a, tweede en derde lid, 26, achtste lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, eerste en tweede lid, 30b, eerste lid, 30c, eerste lid, 30ca, eerste lid, 30d, eerste, tweede en vierde lid, 31, eerste lid, onder a, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste lid, onder a, tweede, derde en vierde lid, 32a onder a, 36, 37, 38, eerste, tweede, derde en vierde lid, 38a, eerste, tweede en derde lid, 43, 44, 50, eerste lid, 51, 54, tweede lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 55, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 56a, 57, 58, eerste en tweede lid, 61, derde lid, eerste volzin, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 66, tweede lid, 66a, tweede lid, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste en zevende lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85, 85a, eerste lid, en 85b, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1637,7 +1677,7 @@ b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binne
|
|||
|
||||
### Artikel 90c
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister of de Bank kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 7, 7a, eerste en tweede lid, 10, eerste tot en met vijfde lid, 11, eerste en vijfde lid, 12, tweede lid, 13, 14, eerste, tweede, zevende, achtste en negende lid, 15, vijfde lid, 16, eerste, tweede, vijfde, zesde en achtste lid, 16a, eerste, tweede, vijfde, en zesde lid, 16b, eerste, tweede en derde lid, 16c, eerste, tweede en vierde lid, 17, eerste en tweede lid, 20, eerste lid, tweede lid, vierde volzin, en vierde lid, tweede volzin, 21, eerste en tweede lid, vierde volzin, 22, eerste en tweede lid, vierde volzin, 22a, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 24, eerste, derde, vierde en zesde lid, 25, eerste lid, 25a, tweede en derde lid, 26, zevende lid, 27, eerste en tweede lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 30b, eerste lid, 30c, eerste lid, 30ca, eerste lid, 30d, eerste, tweede en vierde lid, 31, eerste lid, onder a, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste lid, onder a, onder b, tweede, derde en vierde lid, 32a, onder a en onder b, 36, 37, 38, eerste, tweede, derde en vierde lid, 38a, eerste, tweede en derde lid, 43, 44, 48, eerste, tweede en vijfde lid, 49, eerste en tweede lid, 50, eerste en tweede lid, 51, 54, tweede lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 55, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 56, eerste, tweede en derde lid, 56a, 57, 58, eerste en tweede lid, 61, derde lid, eerste volzin, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 66, tweede lid, 66a, tweede lid, 69, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85, 85a, eerste lid, en 85b, eerste en tweede lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen.
|
||||
**1.** Onze Minister of de Bank kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 7, 7a, eerste en tweede lid, 7b, 10, eerste tot en met vijfde lid, 11, eerste en vijfde lid, 12, tweede lid, 13, 14, eerste, tweede, zevende, achtste en negende lid, 15, vijfde lid, 16, eerste, tweede, vijfde, zesde en achtste lid, 16a, eerste, tweede, vijfde, en zesde lid, 16b, eerste, tweede en derde lid, 16c, eerste, tweede en vierde lid, 17, eerste en tweede lid, 20, eerste lid, tweede lid, vierde volzin, en vierde lid, tweede volzin, 21, eerste en tweede lid, vierde volzin, 22, eerste en tweede lid, vierde volzin, 22a, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 24, eerste, derde, vierde en zesde lid, 25, eerste lid, 25a, tweede en derde lid, 26, achtste lid, 27, eerste en tweede lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 30b, eerste lid, 30c, eerste lid, 30ca, eerste lid, 30d, eerste, tweede en vierde lid, 31, eerste lid, onder a, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste lid, onder a, onder b, tweede, derde en vierde lid, 32a, onder a en onder b, 36, 37, 38, eerste, tweede, derde en vierde lid, 38a, eerste, tweede en derde lid, 43, 44, 48, eerste, tweede en vijfde lid, 49, eerste en tweede lid, 50, eerste en tweede lid, 51, 54, tweede lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 55, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 56, eerste, tweede en derde lid, 56a, 57, 58, eerste en tweede lid, 61, derde lid, eerste volzin, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 66, tweede lid, 66a, tweede lid, 69, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85, 85a, eerste lid, en 85b, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat indien deze door de Minister van Financiën is opgelegd, of aan de Bank indien deze door haar is opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue