2012-05-09 | BWBR0023386 | Besluit gedragsbeïnvloeding jeugdigen
This commit is contained in:
parent
b2f40bd49d
commit
4a0d860462
1 changed files with 3 additions and 3 deletions
|
|
@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Besluit gedragsbeïnvloeding jeugdigen
|
|||
|
||||
In dit Besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
1°. jeugdreclassering: een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van die wet;
|
||||
1°. jeugdreclassering: een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van die wet;
|
||||
2°. maatregel: de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige, bedoeld in artikel 77h, vierde lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
3°. de wet: het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
4°. gedragsinterventie: een gestructureerd geheel van methodische handelingen gericht op de beïnvloeding van gedrag of omstandigheden van de jeugdige, met als doel het voorkomen van recidive;
|
||||
|
|
@ -36,7 +36,7 @@ De rechter kan bij schorsing van de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopi
|
|||
8°. een verbod op het gebruik van alcohol, verdovende middelen of andere middelen die het gedrag van de jeugdige in negatieve zin kunnen beïnvloeden;
|
||||
9°. andere bijzondere voorwaarden, het gedrag van de jeugdige betreffende.
|
||||
|
||||
**2.** Een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1°, of de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 9°, kunnen geheel of ten dele bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg, indien de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van die wet ten aanzien van de verdachte een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat deze op deze vorm van zorg is aangewezen.
|
||||
**2.** Een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1°, of de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 9°, kunnen geheel of ten dele bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg, indien de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet ten aanzien van de verdachte een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat deze op deze vorm van zorg is aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** De rechter kan de werking van de bijzondere voorwaarden, genoemd in het eerste lid, beperken tot een bij de beslissing tot schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis te bepalen tijdsduur, met dien verstande dat een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1°, de begeleiding bedoeld in het eerste lid, onderdeel 2°, en de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 9°, ten hoogste zes maanden kunnen duren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -66,7 +66,7 @@ Indien de rechter bepaalt dat een aan de jeugdige op te leggen straf of maatrege
|
|||
12°. storting van een door de rechter vast te stellen geldbedrag in het schadefonds geweldsmisdrijven of ten gunste van een instelling die zich ten doel stelt belangen van slachtoffers van strafbare feiten te behartigen. Het bedrag kan niet hoger zijn dan de geldboete die ten hoogste voor het strafbare feit kan worden opgelegd;
|
||||
13°. andere bijzondere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende, waaraan deze gedurende de proeftijd, of een bij de veroordeling te bepalen gedeelte daarvan, heeft te voldoen.
|
||||
|
||||
**2.** Een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1°, of de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 13°, kan geheel of ten dele bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg, indien de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van die wet ten aanzien van de jeugdige een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat deze op deze vorm van zorg is aangewezen.
|
||||
**2.** Een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1°, of de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 13°, kan geheel of ten dele bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg, indien de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet ten aanzien van de jeugdige een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat deze op deze vorm van zorg is aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue