2019-04-01 | BWBR0012778 | Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart

This commit is contained in:
Coornhert 2019-04-01 12:00:00 +00:00
parent 139b8b0da2
commit 4a12b3d7a5

View file

@ -1,23 +1,25 @@
---
titel: Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart
titel: Besluit zeevarenden
bwb_id: BWBR0012778
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2002-02-01'
datum_inwerkingtreding: '2019-04-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012778
citeertitel: Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart
citeertitel: Besluit zeevarenden
---
# Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart
# Besluit zeevarenden
## Hoofdstuk 1. Definities
### Artikel 1
**1.**
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet zeevarenden;
b. voortstuwingsvermogen: het maximale vermogen, uitgedrukt in kiloWatt, dat op het geldige bemanningscertificaat is vermeld;
b. voortstuwingsvermogen: totale maximale vermogen, uitgedrukt in kilowatt, dat staat vermeld op certificaten en bijbehorende uitrustingsrapporten en aanhangsels afgegeven in overeenstemming met de Schepenwet;
c. reizen nabij de Nederlandse kust: het gebruik van een schip waarvoor nautische en technische ondersteuning vanaf de wal beschikbaar is, in een vaargebied dat zich uitstrekt tot:
1. de Nederlandse territoriale zee;
@ -47,9 +49,81 @@ x. andere polaire wateren: polaire wateren, niet zijnde wateren als bedoeld in d
y. bergy wateren: polaire wateren als bedoeld in voorschrift 1.2.1, deel I-A, van de Polar Code;
z. IGF Code: de ingevolge hoofdstuk II-1/2.29 van het SOLAS-verdrag toepasselijke IGF Code.
**2.**
Voorts wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
a. beperkt vaargebied vissersvaartuigen: het gebied omvattende alle wateren tot 30 zeemijlen uit de kust, gemeten vanaf de Franse, Belgische, Nederlandse, Duitse en Deense basislijnen in het zuiden begrensd door de lijn Calais-Dover, in het noorden door de parallel van 57° Noorderbreedte, alsmede het gebied omvattende alle wateren tot 30 zeemijlen uit de kust, gemeten vanaf de basislijn van Helgoland;
b. onbeperkt vaargebied vissersvaartuigen: het gebied omvattende het beperkt vaargebied vissersvaartuigen en alle wateren daarbuiten;
c. STCW F-verdrag: het op 7 juli 1995 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst voor personeel op zeevissersvaartuigen, 1995 (Trb. 2013, 218).
**3.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder kennis mede begrepen: inzicht en vaardigheden.
### Artikel 2
Dit besluit is niet van toepassing ten aanzien van vissersvaartuigen en zeilvaartuigen met een lengte van minder dan 12 meter.
**1.** Dit besluit is niet van toepassing ten aanzien van zeilschepen met een lengte (L) van minder dan 12 meter.
**2.** Dit besluit is, met uitzondering van artikel 40a, eerste lid, en hoofdstuk 6 niet van toepassing ten aanzien van vissersvaartuigen met een lengte (L) van minder dan 12 meter.
## Hoofdstuk 1a. Bemanningssamenstelling vissersvaartuigen
### Artikel 2a
**1.** Een vissersvaartuig is ten minste bemand met zeevarenden in de overeenkomstig tabel 2a vastgestelde functies, bepaald op basis van de lengte (L) en het voortstuwingsvermogen van het vaartuig en het vaargebied waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven.
**2.** Een zeevarende in een in het eerste lid vastgestelde functie, is in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor die functie.
**3.**
Een stuurman-werktuigkundige zeevisvaart als bedoeld in tabel 2a kan vervangen worden door een stuurman zeevisvaart en een werktuigkundige zeevisvaart.
| Vaargebied | Onbeperkt | Onbeperkt | | Vaargebied | Onbeperkt | Onbeperkt |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Lengte[m] | ≥45 <60 | 45 <60 | | Lengte[m] | 60 | 60 |
| Vermogen[kW] | ≥1.500 <3.000 | 3.000 <6.000 | | Vermogen[kW] | <3.000 | 3.000 |
| Schipper zeevisvaart | 1 | 1 | | Schipper zeevisvaart | 1 | 1 |
| Plv-schipper zeevisvaart | 1 | 1 | | Plv-schipper zeevisvaart | 1 | 1 |
| Stuurman-werktuigkundige zeevisvaart | 2 | 2 | | Stuurman-werktuigkundige zeevisvaart | 2 | 3 |
| Wachtlopend gezel zeevisvaart | 2 | 2 | | Wachtlopend gezel zeevisvaart | 2 | 2 |
| Gezel zeevisvaart | 2 | 3 | | Gezel zeevisvaart | 3 | 3 |
| Vaargebied | Beperkt | Beperkt | Beperkt | Onbeperkt | Onbeperkt | Onbeperkt | Onbeperkt |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Lengte[m] | ≥24 <45 | 24 <45 | 24 < 45 | 24 <45 | 24 <45 | 24 <45 | 24 <45 |
| Vermogen[kW] | <750 | 750 <1.125 | 1.125 <3.000 | <750 | 750 <1.125 | 1.125 <3.000 | 3.000 <6.000 |
| Schipper zeevisvaart | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Plv-schipper zeevisvaart | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Stuurman-werktuigkundige zeevisvaart | | | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Wachtlopend gezel zeevisvaart | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| Gezel zeevisvaart | | | | | | 1 | 2 |
| Vaargebied | Beperkt | Onbeperkt | Beperkt | Onbeperkt |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Lengte[m] | >12 <24 | >12 <24 | >12 <24 | >12 <24 |
| Vermogen[kW] | <750 | <750 | >750 | >750 |
| Schipper zeevisvaart | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Plv-schipper zeevisvaart | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Stuurman-werktuigkundige zeevisvaart | | | | |
| Wachtlopend gezel zeevisvaart | 1 | 2 | 2 | 2 |
### Artikel 2b
Bij regeling van Onze Minister kan na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en vissers aanvulling van het aantal bemanningsleden worden voorgeschreven indien de inrichting, de uitrusting, de lengte (L), het voortstuwingsvermogen, de wijze van voortstuwing of de bestemming van het vissersvaartuig daartoe aanleiding geven.
### Artikel 2c
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en vissers voor bepaalde categorieën vissersvaartuigen met een lengte (L) van minder dan 45 meter, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan beperkt vaargebied vissersvaartuigen, vrijstelling worden verleend van het bepaalde in dit hoofdstuk.
**2.** Bij het verlenen van een vrijstelling kunnen beperkingen worden opgelegd.
**3.**
De in het tweede lid genoemde beperkingen zijn:
a. de weersomstandigheden waaronder mag worden gevaren;
b. het te bevaren vaargebied;
c. de categorie vissersvaartuigen;
d. de maximale tijd die op zee mag worden doorgebracht.
## Hoofdstuk 2. Regels voor het geven van een ontheffing
@ -83,7 +157,9 @@ c. met de aan boord aanwezige bemanning, gelet op de bijzonderheden van de reis,
### Artikel 4
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke beperkingen of aanvullingen mogen worden aangebracht op een vaarbevoegdheidsbewijs in verband met de aard van de lading, het soort schip, de GT, het voortstuwingsvermogen, het type voortstuwing, de scheepslengte of het vaargebied.
**1.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke beperkingen of aanvullingen mogen worden aangebracht op een vaarbevoegdheidsbewijs in verband met de aard van de lading, het soort schip, de GT, het voortstuwingsvermogen, het type voortstuwing, de lengte (L) of het vaargebied.
**2.** Onverminderd het eerste lid kunnen op een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie in de handelsvaart of zeilvaart dan wel in de zeevisvaart in elk geval de aanvullingen en beperkingen worden opgenomen die bij die functie zijn vermeld in enige bepaling van paragraaf 2 onderscheidenlijk 3.
### Artikel 5
@ -134,15 +210,25 @@ c. een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet
Onze Minister erkent een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs voor het dienstdoen op tankers door een kapitein of een officier dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een staat, niet zijnde een Lid-Staat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of de Bondsstaat Zwitserland, indien ten aanzien van dat vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 19, tweede tot en met zesde lid, van de bemanningsrichtlijn.
### Artikel 9a
**1.** Onze Minister kan een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een staat die partij is bij het STCW F-verdrag erkennen, indien gewaarborgd is dat volledig wordt voldaan aan de vereisten van bekwaamheid, afgifte en erkenning van het STCW F-verdrag.
**2.** Onze Minister is bevoegd aan de tot het verstrekken en ontvangen van informatie bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of het STCW F-verdrag, informatie te verstrekken en van deze te ontvangen omtrent de verlening van een vaarbevoegdheidsbewijs op grond van het STCW F-verdrag.
### Artikel 10
**1.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein op grond van de artikelen 22 of 22a van de wet legt de aanvrager het certificaat wetgeving en openbaar gezag over.
**1.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein of schipper op grond van de artikelen 22 of 22a van de wet of artikel 9a legt de aanvrager het certificaat wetgeving en openbaar gezag over.
**2.** Zeevarenden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs op grond van de artikelen 22 of 22a van de wet voor de functie van eerste stuurman, hoofdwerktuigkundige, tweede werktuigkundige of eerste maritiem officier, nemen voor aanvang van hun dienst aan boord kennis van de voor het in het eerste lid genoemde certificaat van belang zijnde maritieme regelgeving. Van deze kennisneming wordt schriftelijk bewijs vastgelegd.
**2.** Zeevarenden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs op grond van de artikelen 22 of 22a van de wet voor de functie van eerste stuurman, plaatsvervangend schipper, hoofdwerktuigkundige, tweede werktuigkundige of eerste maritiem officier, nemen voor aanvang van hun dienst aan boord kennis van de voor het in het eerste lid genoemde certificaat van belang zijnde maritieme regelgeving. Van deze kennisneming wordt schriftelijk bewijs vastgelegd.
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden de beroepsvereisten vastgesteld voor de verkrijging van het in het eerste lid genoemde certificaat.
### Paragraaf 2. Vereisten voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs
### Paragraaf 2. Vereisten voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs handelsvaart of zeilvaart
### Artikel 10a
Deze paragraaf is niet van toepassing op de vereisten voor de verkrijging van vaarbevoegdheidsbewijzen voor functies op vissersvaartuigen.
### Artikel 11
@ -167,15 +253,29 @@ g. wachtstuurman alle schepen;
h. eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT;
i. eerste stuurman alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel;
j. wachtwerktuigkundige alle schepen;
k. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
l. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel; en
m. wachtwerktuigkundige zeevisvaart.
k. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen; en
l. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel.
**2.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste maritiem officier alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 24 maanden in de functie maritiem officier.
**2.**
**3.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtstuurman.
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige SW4 of kennisbewijs werktuigkundige alle vissersvaartuigen W4, tezamen met:
**4.**
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden; en
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
e. wachtwerktuigkundige alle schepen;
f. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen; en
g. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel.
**3.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste maritiem officier alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 24 maanden in de functie maritiem officier.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtstuurman.
**5.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies kapitein schepen van minder dan 3.000 GT en kapitein alle schepen indien de aanvrager in het bezit is van:
@ -188,13 +288,13 @@ en een ervaring heeft van:
d. 36 maanden in de functie wachtstuurman; of
e. 24 maanden in de functie wachtstuurman, waarvan ten minste 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**5.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
**6.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs, het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige SW4 of kennisbewijs werktuigkundige alle vissersvaartuigen W4 geven recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
**6.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en hoofdwerktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
**7.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs, het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige SW4 of kennisbewijs werktuigkundige alle vissersvaartuigen W4 geven recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en hoofdwerktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
**7.**
**8.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige alle schepen indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van:
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs, het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige SW4 of kennisbewijs werktuigkundige alle vissersvaartuigen W4 geven recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige alle schepen indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van:
a. 36 maanden in de functie wachtwerktuigkundige; of
b. 24 maanden in de functie wachtwerktuigkundige, waarvan ten minste 12 maanden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige.
@ -218,9 +318,8 @@ g. wachtstuurman alle schepen;
h. eerste stuurman schepen van minder dan 3000 GT;
i. eerste stuurman alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel;
j. wachtwerktuigkundige alle schepen;
k. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
l. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel; en
m. wachtwerktuigkundige zeevisvaart.
k. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen; en
l. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel.
**2.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies eerste maritiem officier schepen van minder dan 3.000 GT en minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en eerste maritiem officier alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager een ervaring heeft van 24 maanden in de functie maritiem officier.
@ -317,7 +416,7 @@ e. 24 maanden in de functie wachtstuurman, waarvan ten minste 12 maanden in de f
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle schepen of scheepswerktuigkundige waterbouw, tezamen met:
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle schepen, kennisbewijs stuurman-werktuigkundige SW5 of scheepswerktuigkundige waterbouw, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
@ -327,9 +426,8 @@ d. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
e. wachtwerktuigkundige alle schepen;
f. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
g. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel; en
h. wachtwerktuigkundige zeevisvaart.
f. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen; en
g. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel.
**2.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
@ -346,7 +444,7 @@ b. 24 maanden in de functie wachtwerktuigkundige, waarvan ten minste 12 maanden
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs wachtwerktuigkundige tot 3.000 kW, tezamen met:
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs wachtwerktuigkundige tot 3.000 kW of kennisbewijs stuurman-werktuigkundige SW5, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
@ -356,9 +454,8 @@ d. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
e. wachtwerktuigkundige alle schepen;
f. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
g. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel; en
h. wachtwerktuigkundige zeevisvaart.
f. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen; en
g. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel.
**2.**
@ -381,7 +478,7 @@ de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdh
**2.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied of kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid; en
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
@ -390,7 +487,7 @@ de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdh
**3.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, indien de aanvrager de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs of kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6 geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
### Artikel 19
@ -407,7 +504,7 @@ de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdh
**2.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied of kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen; en
@ -425,7 +522,7 @@ c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden,
en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone, indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs of kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6 geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone, indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
### Artikel 20
@ -442,7 +539,7 @@ de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdh
**2.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied of kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen; en
@ -459,7 +556,7 @@ b. het certificaat medische zorg aan boord;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden; en
d. het certificaat aanvulling-N voor reizen nabij de internationale kust, en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperkingen tot reizen nabij de internationale kust indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat aanvulling-W voor reizen nabij de internationale kust en hij een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs of kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6 geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperkingen tot reizen nabij de internationale kust indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat aanvulling-W voor reizen nabij de internationale kust en hij een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
### Artikel 21
@ -532,9 +629,234 @@ b. het kennisbewijs wachtlopend gezel dek en machinekamer alle schepen; dan wel
c. een schriftelijke verklaring van de kapitein dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 6 maanden als aankomend gezel dek; en
d. een schriftelijke verklaring van de hoofdwerktuigkundige dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 6 maanden als aankomend gezel machinekamer.
### Paragraaf 3. Vereisten voor de verkrijging van vaarbevoegdheidsbewijzen voor functies in de zeevisvaart
### Artikel 28a
**1.** Deze paragraaf is van toepassing op de verkrijging van vaarbevoegdheidsbewijzen voor functies op vissersvaartuigen.
**2.** Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Bij regeling van Onze Minister wordt voor de toepassing van bepalingen over vereiste ervaring in deze paragraaf bepaald hoe op basis van de gegevens in het monsterboekje of een document als bedoeld in artikel 38 van de wet, de totale vaartijd in een bepaalde functie wordt berekend.
### Artikel 28b
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW4, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
e. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
f. stuurman-werktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
g. stuurman zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
h. plaatsvervangend schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen tot 60 meter;
i. wachtwerktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
j. tweede werktuigkundige zeevisvaart vissersvaartuigen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
k. wachtwerktuigkundige alle schepen;
l. wachtlopend gezel dek alle schepen; en
m. gezel zeevisvaart.
**2.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie plaatsvervangend schipper zeevisvaart alle vissersvaartuigen, indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel g of h.
**3.**
Het kennisbewijs geeft de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie van schipper zeevisvaart alle vissersvaartuigen, indien hij in het bezit is van het certificaat medische zorg aan boord, en een ervaring heeft van:
a. ten minste 36 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel g of h;
b. ten minste 12 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel g of h, en ten minste 12 maanden in de functie, genoemd in het tweede lid; of
c. ten minste 24 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel f, en ten minste 12 maanden in de functie, genoemd in het tweede lid.
**4.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen, indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel i of j.
**5.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige zeevisvaart vissersvaartuigen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen, indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel i of j.
**6.**
Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen, indien de aanvrager een ervaring heeft van:
a. ten minste 36 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel i of j; of
b. ten minste 12 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel i of j, en ten minste 12 maanden in het bezit van het vaarbevoegdheidsbewijs, genoemd in het vierde lid.
### Artikel 28c
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs stuurman vissersvaartuigen S4, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
e. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
f. stuurman zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
g. plaatsvervangend schipper zeevisvaart, met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 60 meter;
h. wachtlopend gezel dek alle schepen; en
i. gezel zeevisvaart.
**2.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie plaatsvervangend schipper zeevisvaart alle vissersvaartuigen indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel f of g.
**3.**
Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie van schipper zeevisvaart alle vissersvaartuigen indien de aanvrager in het bezit is van:
a. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
b. het certificaat medische zorg aan boord,
en een ervaring heeft van:
d. ten minste 36 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel f, of
e. ten minste 12 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel f of g, en ten minste 12 maanden in de functie, genoemd in het tweede lid.
### Artikel 28d
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs werktuigkundige alle vissersvaartuigen W4, het kennisbewijs hoger maritiem officier alle schepen, het kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle schepen, het kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle schepen of het kennisbewijs scheepswerktuigkundige waterbouw, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden; en
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
e. wachtwerktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
f. tweede werktuigkundige zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
g. wachtwerktuigkundige alle schepen; en
h. wachtlopend gezel machinekamer alle schepen.
**2.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel e of f.
**3.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies hoofdwerktuigkundige zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen, indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel e of f.
**4.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige zeevisvaart, indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 24 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel e of f.
### Artikel 28e
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW5, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
e. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
f. stuurman-werktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
g. stuurman zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
h. plaatsvervangend schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen tot 60 meter;
i. wachtwerktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
j. tweede werktuigkundige zeevisvaart vissersvaartuigen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
k. gezel zeevisvaart;
l. wachtwerktuigkundige alle schepen;
m. wachtlopend gezel dek alle schepen;
n. wachtlopend gezel machinekamer alle schepen; en
o. wachtlopend gezel dek en machinekamer alle schepen.
**2.**
Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 60 meter, indien de aanvrager in het bezit is van:
a. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
b. het certificaat medische zorg aan boord,
en een ervaring heeft van:
c. ten minste 36 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel g of h, of
d. ten minste 24 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel g of h, waarvan ten minste 12 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel h.
**3.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige zeevisvaart vissersvaartuigen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen, indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 24 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel i of j.
### Artikel 28f
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle schepen, kennisbewijs wachtwerktuigkundige tot 3.000 kW of scheepswerktuigkundige waterbouw, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden; en
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
e. wachtwerktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen;
f. tweede werktuigkundige zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
g. wachtwerktuigkundige alle schepen; en
h. wachtlopend gezel machinekamer alle schepen.
**2.** Het kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen, indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van ten minste 24 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel f of g.
### Artikel 28g
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
c. het beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
d. plaatsvervangend schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 24 meter met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen in beperkt vaargebied vissersvaartuigen;
e. werktuigkundige zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen in beperkt vaargebied vissersvaartuigen;
f. stuurman-werktuigkundige zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 24 meter met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen in beperkt vaargebied vissersvaartuigen; en
g. wachtlopend gezel zeevisvaart.
**2.** Het kennisbewijs geeft de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 24 meter in beperkt vaargebied vissersvaartuigen, indien de aanvrager de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt en een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel d.
**3.** Het kennisbewijs geeft de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 1.125 kW in beperkt vaargebied vissersvaartuigen, indien de aanvrager de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt en een ervaring heeft van ten minste 24 maanden in de functie, genoemd in het eerste lid, onderdeel d.
**4.**
Het kennisbewijs, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord;
c. het certificaat medische zorg aan boord; en
d. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, geeft de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
e. stuurman werktuigkundige zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer en met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen.
f. plaatsvervangend schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter en met minder dan 1.500 kW voortstuwingsvermogen indien, de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in een functie, genoemd in het eerste lid, onderdelen d of f.
**5.** Het kennisbewijs geeft de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 24 meter, indien de aanvrager een ervaring heeft van ten minste 24 maanden in een functie, genoemd in het derde lid of het vierde lid, onderdeel e.
**6.**
Het kennisbewijs of het kennisbewijs schipper machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers; en
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
geeft de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie werktuigkundige zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen in beperkt vaargebied vissersvaartuigen.
### Artikel 28h
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtlopend gezel zeevisvaart heeft de aanvrager de leeftijd van 16 jaar bereikt, is hij in het bezit van:
a. het certificaat basisveiligheid voor vissers; en
b. het kennisbewijs wachtlopend gezel dek alle schepen; of
c. een schriftelijke verklaring van de schipper dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 6 maanden als aankomend wachtlopend gezel dek.
### Artikel 28i
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de ervaring of vaartijd wordt bepaald en vastgelegd.
### Artikel 29
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens worden opgenomen in de in de artikelen 22 tot en met 28 bedoelde verklaringen.
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens worden opgenomen in de in de artikelen 22 tot en met 28, en 28h bedoelde verklaringen.
### Artikel 30
@ -544,6 +866,8 @@ Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie radio-operator he
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie radio-operator met de beperking tot het gebruik van VHF/UHF radiocommunicatieapparatuur heeft de aanvrager de leeftijd van 18 jaar bereikt en is hij in het bezit van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013.
### Paragraaf 4. Vereisten voor de verkrijging van vaarbevoegdheidsbewijzen voor functies in de zeilvaart
### Artikel 32
**1.**
@ -728,6 +1052,29 @@ g. te kunnen vaststellen waar de verzamelplaatsen bij het sein «schip verlaten
**7.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, toont met ingang van 1 januari 2017 door middel van een certificaat aan met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.
**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn niet van toepassing op vissers.
### Artikel 40a
**1.** Elke visser is in het bezit van het certificaat basisveiligheid voor vissers.
**2.**
Elke visser krijgt, alvorens hij zijn taak aan boord aanvangt, voldoende informatie en instructie ten einde:
a. met de overige opvarenden over elementaire veiligheidszaken te kunnen spreken, begrip te hebben van de veiligheidssymbolen en de alarmseinen te kennen;
b. voldoende bekend te zijn met de aanwezige uitrusting en de bediening ervan, met inbegrip van de te nemen veiligheidsmaatregelen voordat hij de uitrusting gebruikt.
c. te weten wat te doen indien:
iemand over boord valt;
vuur of rook wordt ontdekt; en
het sein «brandalarm» of «schip verlaten» wordt gegeven;
d. te weten waar de reddingsgordels zich bevinden en hoe deze om te doen;
e. alarm te slaan en bekend te zijn met het gebruik van handbrandblussers;
f. te weten wat te doen bij een ongeluk voordat hulp wordt ingeroepen;
g. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van openingen in de romp, te kunnen sluiten en openen; en
h. te kunnen vaststellen waar de verzamelplaatsen bij het sein «schip verlaten», de plaatsen van inscheping in de reddingmiddelen en de ontsnappingsroutes bij noodgevallen zich bevinden.
### Artikel 41
**1.** Zeevarenden die als scheepsbeveiligingsfunctionaris zijn aangesteld, zijn in het bezit van het certificaat scheepsbeveiligingsfunctionaris.
@ -748,13 +1095,17 @@ c. deel te kunnen nemen aan beveiligingsgerelateerde nood- en eventualiteitenpro
**6.** Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op zeevarenden aan boord van schepen waarvoor niet ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Schepenbesluit 2004 of artikel 8 van de Regeling veiligheid zeeschepen een internationaal scheepsbeveiligingscertificaat benodigd is.
**7.** Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op vissers.
### Artikel 42
**1.** De kapitein en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het schip te verlenen, zijn in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord en van het certificaat medische zorg aan boord.
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn de kapitein en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het schip te verlenen, op reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn de kapitein en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het schip, niet zijnde een vissersvaartuig waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor beperkt vaargebied vissersvaartuigen te verlenen, op reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
**3.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste of tweede lid toont door middel van een certificaat met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aan een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.
**3.** Wanneer aan een vissersvaartuig een bemanningscertificaat is afgegeven voor onbeperkt vaargebied vissersvaartuigen, is, in afwijking van het eerste lid, iedere visser die is aangewezen om medische hulp aan boord van het vissersvaartuig te verlenen, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
**4.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid toont door middel van een certificaat met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aan een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.
### Paragraaf 5. Aanvullende vereisten voor scheepskoks
@ -981,7 +1332,7 @@ Op de monsterrol worden naast de gegevens, genoemd in artikel 33 van de wet voor
a. de plaats en de dag van aanmonstering en de plaats en de dag van afmonstering;
b. de geboortedatum;
c. het nummer van het monsterboekje;
d. de naam en roepletters van het schip alsmede voor een passagiersschip van 100 GT of meer of een schip, niet zijnde een passagiersschip, van 300 GT of meer, het IMO-nummer.
d. de naam en roepletters van het schip alsmede voor een passagiersschip van 100 GT of meer of een schip, niet zijnde een passagiersschip, van 300 GT of meer, het IMO-nummer of ingeval het ontbreken daarvan het CFR-nummer bedoeld in artikel 10 van Verordening (EG) Nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot (PbEU L 5/25).
**3.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat andere gegevens in de monsterrol worden vermeld.
@ -1015,7 +1366,7 @@ De scheepsbeheerder bewaart een monsterrol, nadat zij is vervangen of nadat de g
Voor de afgifte van een monsterboekje komt uitsluitend in aanmerking:
a. degene die aantoont dat met een scheepsbeheerder of werkgever een arbeidsovereenkomst voor de vaart ter zee is aangegaan of zal worden aangegaan;
a. degene die aantoont dat hij een zee-arbeidsovereenkomst of zee-arbeidsovereenkomst in de zeevisserij is aangegaan of zal aangaan dan wel dat hij deelneemt of zal deelnemen aan een maatschapsovereenkomst of vennootschap onder firma in de zeevisserij;
b. degene die aantoont een opleiding te volgen voor een beroep waarvoor een vaarbevoegdheidsbewijs vereist is;
c. degene die behoort tot een andere, door Onze Minister aan te wijzen categorie personen, of
d. degene die het monsterboekje naar het oordeel van Onze Minister ten behoeve van zijn beroepsuitoefening nodig heeft.
@ -1119,7 +1470,7 @@ Bij ministeriële regeling wordt het model van de geneeskundige verklaring van g
**2.** Op medische gronden kan de keuringsarts een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 40 van de wet afgeven voor een kortere duur dan die, genoemd in het eerste lid.
**3.** De keuringsarts kan voorts een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 40 van de wet afgeven voor een beperkt vaargebied.
**3.** De keuringsarts kan voorts een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 40 van de wet afgeven voor een beperkt vaargebied dan wel met andere in die verklaring te vermelden beperkingen.
### Artikel 108
@ -1201,15 +1552,23 @@ Vervallen
### Artikel 117
**1.** De kapitein van elk schip draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis overeenkomstig Hoofdstuk III/10 van het SOLAS-verdrag voldoende zeevarenden in het bezit van het certificaat reddingmiddelen aan boord zijn die in het bezit zijn van het certificaat, bedoeld in artikel 40, tweede lid.
**1.** De kapitein van een schip, niet zijnde een vissersvaartuig draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis overeenkomstig Hoofdstuk III/10 van het SOLAS-verdrag voldoende zeevarenden in het bezit van het certificaat reddingmiddelen aan boord zijn die in het bezit zijn van het certificaat, bedoeld in artikel 40, tweede lid.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden kapiteins, stuurlieden en maritieme officieren geacht in het bezit te zijn van het certificaat reddingmiddelen.
**3.** De kapitein van elk schip dat is uitgerust met snelle hulpverleningsboten draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis voor iedere snelle hulpverleningsboot tenminste twee bemanningsleden beschikbaar zijn in het bezit van het certificaat snelle hulpverleningsboten als bedoeld in artikel 89.
### Artikel 117a
**1.** De schipper van een vissersvaartuig draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis een voldoende aantal bemanningsleden in het bezit is van het certificaat reddingmiddelen.
**2.** De schipper wijst een visser, die in het bezit is van het certificaat reddingmiddelen, aan die de leiding heeft over de te gebruiken groepsreddingmiddelen van een vissersvaartuig.
**3.** De schipper wijst tevens een visser, die in het bezit is van het certificaat reddingmiddelen, aan als plaatsvervanger van de visser, bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 118
Vervallen
De schipper van een vissersvaartuig draagt er zorg voor dat het wachtpersoneel de beginselen van een veilige wacht in acht neemt, overeenkomstig hoofdstuk IV van het STCW F-verdrag.
### Artikel 119
@ -1217,7 +1576,7 @@ Op een schip dat een internationale reis van meer dan 3 dagen maakt met 100 of m
### Artikel 120
**1.** Aan boord van een schip waarvan de voorgeschreven bemanning uit meer dan 9 personen bestaat, moet daarboven een scheepskok belast zijn met de bereiding van de voeding.
**1.** Aan boord van een schip waarvan de voorgeschreven bemanning uit meer dan 9 personen bestaat, moet daarboven een scheepskok belast zijn met het beheer en de bereiding van de voeding.
**2.** Onder scheepskok wordt verstaan een persoon van 18 jaar of ouder in het bezit van het bekwaamheidsbewijs scheepskok.
@ -1229,13 +1588,13 @@ Aan boord van een schip waarvan de voorgeschreven bemanning uit minder dan tien
### Artikel 121
**1.** Aan boord van een schip dat reizen onderneemt buiten het zeegebied A1, zoals omschreven in Hoofdstuk IV van het SOLAS-verdrag, is ten minste één persoon die als chef van de wacht, bedoeld in Sectie A-VIII/2, part 1, van de STCW-Code, kan optreden in het bezit van een algemeen certificaat maritieme radio-communicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013; een van deze personen is door de kapitein aangewezen als de verantwoordelijke persoon voor de afhandeling van radioberichtgeving tijdens noodgevallen. Alle andere personen die als chef van de wacht kunnen optreden zijn in het bezit zijn van het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie
**1.** Aan boord van een schip dat reizen onderneemt buiten het zeegebied A1, zoals omschreven in Hoofdstuk IV van het SOLAS-verdrag, is ten minste één persoon die als chef van de wacht, bedoeld in Sectie A-VIII/2, part 1, van de STCW-Code of, in geval van een vissersvaartuig, hoofdstuk II, onderdeel 4, van het STCW F-verdrag, kan optreden in het bezit van een algemeen certificaat maritieme radio-communicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013; een van deze personen is door de kapitein aangewezen als de verantwoordelijke persoon voor de afhandeling van radioberichtgeving tijdens noodgevallen. Alle andere personen die als chef van de wacht kunnen optreden zijn in het bezit zijn van het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie
**2.** Aan boord van een schip dat uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A1, is ten minste één der personen die als chef van de wacht kunnen optreden in het bezit van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013.
### Artikel 122
De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat:
De scheepsbeheerder, niet zijnde een scheepsbeheerder van een vissersvaartuig, draagt er zorg voor dat:
a. tussen alle bemanningsleden een doelmatige communicatie over veiligheidsaspecten kan plaatsvinden. Voorts dient hij zeker te stellen dat er op adequate wijze communicatie kan plaatsvinden tussen het schip en andere schepen en tussen het schip en de autoriteiten te land, in het Engels of in een gemeenschappelijke taal;
b. aan boord van schepen een werktaal wordt vastgesteld die in het journaal wordt aangetekend;
@ -1256,15 +1615,21 @@ d. onverminderd het bepaalde onder a, op olietankschepen, chemicaliëntankschepe
**6.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens worden opgenomen in de in het eerste lid bedoelde verklaring.
### Artikel 123a
De schipper en officieren die belast zijn met de brugwacht op een vissersvaartuig van 24 meter of meer waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor onbeperkt vaargebied vissersvaartuigen, hebben toereikende kennis van de Engelse taal, waardoor zij in staat zijn kaarten en andere zeevaartkundige publicaties te gebruiken, weerkundige gegevens en berichten met betrekking tot de veiligheid en het gebruik van het vissersvaartuig te begrijpen, en te communiceren met andere schepen of en tussen het vissersvaartuig en de autoriteiten te land. Tevens zijn zij in staat de IMO Standard Marine Communication Phrases (IMO Multilingual Glossary on IMO Standard Marine Communication Phrases, Terminology & Reference Section (TRS) Conference Division International Maritime Organization (SMCP)) te begrijpen en te gebruiken. Deze aspecten zijn onderdeel eisen in de kwalificatiedossiers van de opleidingen voor visserijofficieren.
### Artikel 124
Bij regeling van Onze Minister kunnen, ter uitvoering van Verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit besluit geregelde onderwerpen.
## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
### Paragraaf 1. Handelsvaart en zeilvaart
### Artikel 124a
Vervallen
## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Deze paragraaf is van toepassing op houders van vaarbevoegdheidsbewijzen en verklaringen voor het dienstdoen op andere schepen dan vissersvaartuigen.
### Artikel 125
@ -1506,9 +1871,45 @@ b. een training heeft gevolgd en afgerond met goed gevolg die voldoet aan sectie
**2.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste lid, heeft recht op het bekwaamheidsbewijs gevorderdentraining Polar Code, bedoeld in artikel 36a, tweede lid.
### Paragraaf 2. Zeevisvaart
### Artikel 125dd
Deze paragraaf is van toepassing voor het dienstdoen op vissersvaartuigen.
### Artikel 125ee
**1.** Een visser die op 1 april 2019 niet in het bezit is van het ingevolge dit besluit vereiste vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie waarin hij onmiddellijk voor dat tijdstip met het toen vereiste vaarbevoegdheidsbewijs werkzaam was, kan, onverminderd de artikelen 23 en 24 van de wet, met laatstgenoemd vaarbevoegdheidsbewijs die functie blijven uitoefenen gedurende de daarop vermelde geldigheidsduur, doch ten hoogste gedurende vijf jaar na het hiervoor bedoelde tijdstip. Laatstgenoemd vaarbevoegdheidsbewijs wordt voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens dit besluit voor die termijn gelijkgesteld met het ingevolge dit besluit vereiste vaarbevoegdheidsbewijs.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de visser die op het in het eerste lid bedoelde tijdstip werkzaam was met een erkenning als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet.
### Artikel 125ff
Een certificaat basis veiligheidstraining vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 44 van het Besluit zeevisvaartbemanning dat onmiddellijk voor het in artikel 125ee bedoelde tijdstip geldig was, wordt uitsluitend ten behoeve van de zeevisvaart gelijkgesteld met een certificaat basisveiligheid voor vissers als bedoeld in artikel 40a.
### Artikel 125gg
Een certificaat sloepsgast als bedoeld in artikel 79 van het Besluit zeevisvaartbemanning wordt voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in de artikelen 40, tweede lid, en 117a, eerste en tweede lid, genoemde certificaat reddingmiddelen.
### Artikel 125hh
Een certificaat medische eerste hulp aan boord of een certificaat medische zorg aan boord als bedoeld in artikel 47 van het Besluit zeevisvaartbemanning dat onmiddellijk voor het in artikel 125ee bedoelde tijdstip geldig was, wordt voor de op grond van dat besluit op dat tijdstip resterende geldigheidsduur, gelijkgesteld met een certificaat medische eerste hulp aan boord onderscheidenlijk medische zorg aan boord als bedoeld in artikel 42, eerste lid.
### Artikel 125ii
Een diploma scheepskok als bedoeld in artikel 48 van het Besluit zeevisvaartbemanning dat onmiddellijk voor het in artikel 125ee bedoelde tijdstip geldig was, wordt voor de op grond van dat besluit op dat tijdstip resterende geldigheidsduur, gelijkgesteld met een bekwaamheidsbewijs scheepskok als bedoeld in artikel 120, tweede lid.
### Artikel 125jj
Artikel 43 van het Besluit zeevisvaartbemanning blijft van kracht tot vijf jaar na het in artikel 125ee bedoelde tijdstip.
### Artikel 125kk
In afwijking van artikel 28h is een wachtlopend gezel tot vijf jaar na het in artikel 125ee bedoelde tijdstip niet verplicht te beschikken over een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtlopend gezel zeevisvaart.
### Artikel 126
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zeevarenden.
### Artikel 127