2004-11-03 | BWBR0006338 | Bekostigingsbesluit WHW
This commit is contained in:
parent
45c6a499a3
commit
4a2527c457
1 changed files with 42 additions and 47 deletions
|
|
@ -17,7 +17,7 @@ citeertitel: Bekostigingsbesluit WHW
|
|||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
b. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voorzover het betreft het onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
b. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voorzover het betreft het onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
c. universiteit: een universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage van de wet;
|
||||
d. hogeschool: een hogeschool als bedoeld in de onderdelen c, d, e, f en g van de bijlage van de wet;
|
||||
e. Open Universiteit: de Open Universiteit, genoemd in onderdeel h van de bijlage van de wet;
|
||||
|
|
@ -42,7 +42,7 @@ Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen, 2.22, 2.23, vierde lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
||||
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de universiteiten, bedoeld in artikel 2.1 van de wet, waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Deze bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de openbare universiteit te Wageningen.
|
||||
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de universiteiten, bedoeld in artikel 2.1 van de wet, waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de openbare universiteit te Wageningen.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
|
|
@ -74,7 +74,7 @@ De rijksbijdrage van een universiteit is samengesteld uit:
|
|||
|
||||
a. een onderwijsdeel, waaronder een component eerstejaars, een component getuigschriften, een component basisvoorziening onderwijs en in voorkomende gevallen bedragen ten behoeve van numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde,
|
||||
b. een onderzoekdeel, waaronder een component basisvoorziening onderzoek, een component proefschriften en ontwerperscertificaten, een component onderzoekscholen, een component strategische overwegingen en in voorkomende gevallen een component toponderzoekscholen,
|
||||
c. in voorkomende gevallen een deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen,
|
||||
c. in voorkomende gevallen een deel leraartraject,
|
||||
d. in voorkomende gevallen een deel academisch ziekenhuis, en
|
||||
e. een investeringsdeel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -120,7 +120,7 @@ b. het aantal eerstejaars aan opleidingen met een hoog bekostigingsniveau.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.6a
|
||||
|
||||
**1.** De landelijke component getuigschriften, voor een begrotingsjaar vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal door een universiteit uitgereikte getuigschriften in het studiejaar dat eindigt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid.
|
||||
**1.** De landelijke component getuigschriften, voor een begrotingsjaar vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal door een universiteit uitgereikte getuigschriften in het studiejaar dat eindigt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, met inachtneming van het tweede tot en met zevende lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -136,11 +136,22 @@ g. getuigschriften van ongedeelde opleidingen met een laag bekostigingsniveau,
|
|||
h. getuigschriften van ongedeelde opleidingen met een hoog bekostigingsniveau, en
|
||||
i. getuigschriften van de ongedeelde opleidingen diergeneeskunde, farmacie, geneeskunde en tandheelkunde.
|
||||
|
||||
**3.** Het aantal te bekostigen getuigschriften per universiteit bedraagt de som van de in het tweede lid berekende aantallen, nadat deze zijn vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 2/3, 1, 6/5, 1/3, 1/2, 9/5, 1, 3/2 en 3.
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt het kandidaatsgetuigschrift aangemerkt als het getuigschrift van een bacheloropleiding.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 2.6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**5.** De landelijke component getuigschriften wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van het in het derde lid berekende aantal getuigschriften.
|
||||
Op het aantal getuigschriften, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, onderdelen a, b en c, blijven buiten beschouwing:
|
||||
|
||||
a. het aantal getuigschriften van een bacheloropleiding die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd
|
||||
b. het aantal kandidaatsgetuigschriften van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van dit artikel, tweede lid, eerste volzin, onderdelen g, h en i, worden de getuigschriften van een ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger onderwijs of van het met goed gevolg afgelegd kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, aangemerkt als getuigschriften van een masteropleiding.
|
||||
|
||||
**5.** Het aantal te bekostigen getuigschriften per universiteit bedraagt de som van de in het tweede, derde en vierde lid berekende aantallen, nadat deze zijn vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 2/3, 1, 6/5, 1/3, 1/2, 9/5, 1, 3/2 en 3.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 2.6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** De landelijke component getuigschriften wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van het in het vijfde lid berekende aantal getuigschriften.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6b
|
||||
|
||||
|
|
@ -170,7 +181,7 @@ De landelijke bedragen ten behoeve van de numerus fixus geneeskunde, de werkplaa
|
|||
|
||||
**1.** Bij de berekening van de component eerstejaars en de component getuigschriften van de openbare universiteit te Maastricht worden de op grond van artikel 2.6 onderscheidenlijk artikel 2.6a berekende aantallen vermeerderd met de aantallen eerstejaars van de transnationale Universiteit Limburg met de Nederlandse nationaliteit onderscheidenlijk met de aantallen door de transnationale Universiteit Limburg uitgereikte getuigschriften. Hieronder worden tevens begrepen de aantallen eerstejaars en getuigschriften van ingeschrevenen die noch de Nederlandse noch de Belgische nationaliteit bezitten, en die voor bekostiging door de Nederlandse overheid in aanmerking worden genomen op grond van artikel 7 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de transnationale Universiteit Limburg.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 2.6, tweede, derde en vierde lid, en 2.6a, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De artikelen 2.6, tweede, derde en vierde lid, en 2.6a, tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,7 +189,7 @@ Het onderwijsdeel van een universiteit bestaat uit de som van de component eerst
|
|||
|
||||
### Artikel 2.7a
|
||||
|
||||
Voor 1 januari volgend op de bekendmaking van het Centraal register opleidingen besluit Onze minister, op welke niveaus een universiteit zal worden bekostigd ten aanzien van de componenten eerstejaars en getuigschriften van een opleiding die dat jaar voor het eerst in het register is opgenomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Onderzoekdeel
|
||||
|
||||
|
|
@ -194,7 +205,7 @@ e. een component strategische overwegingen.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
**1.** De landelijke component basisvoorziening onderzoek, voor een begrotingsjaar op grond van artikel 2.4 vastgesteld, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal door een universiteit uitgereikte getuigschriften in het studiejaar dat eindigt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid.
|
||||
**1.** De landelijke component basisvoorziening onderzoek, voor een begrotingsjaar op grond van artikel 2.4 vastgesteld, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal door een universiteit uitgereikte getuigschriften in het studiejaar dat eindigt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -210,9 +221,13 @@ g. getuigschriften van ongedeelde opleidingen met een laag bekostigingsniveau,
|
|||
h. getuigschriften van ongedeelde opleidingen met een hoog bekostigingsniveau, en
|
||||
i. getuigschriften van de ongedeelde opleidingen diergeneeskunde, farmacie, geneeskunde en tandheelkunde.
|
||||
|
||||
**3.** Het aantal te bekostigen getuigschriften per universiteit bedraagt de som van de in het tweede lid berekende aantallen, nadat deze zijn vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 1/3, 1/2, 1, 2/3, 1, 2, 1, 3/2 en 3 zijn.
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt het kandidaatsgetuigschrift aangemerkt als het getuigschrift van een bacheloropleiding.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 2.6, vierde lid, en 2.6e zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 2.6a, derde en vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Het aantal te bekostigen getuigschriften per universiteit bedraagt de som van de in het tweede en derde lid berekende aantallen, nadat deze zijn vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 1/3, 1/2, 1, 2/3, 1, 2, 1, 3/2 en 3 zijn.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 2.6, vierde lid, en 2.6e zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -299,37 +314,38 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.16a
|
||||
|
||||
**1.** Voor 1 januari volgend op de bekendmaking van het Centraal register opleidingen besluit Onze minister, op welke niveaus een universiteit zal worden bekostigd ten aanzien van de component basisvoorziening onderwijs van een opleiding die dat jaar voor het eerst in het register is opgenomen.
|
||||
Onze minister besluit op welke niveau een wetenschapsgebied als bedoeld in artikel 2.10 zal worden bekostigd.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister besluit op welk niveau een wetenschapsgebied wordt bekostigd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen
|
||||
### Paragraaf 4. Deel leraartraject
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen van een universiteit bestaat uit:
|
||||
Het deel leraartraject van een universiteit bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. een component basisvoorziening lerarenopleidingen, en
|
||||
a. een component basisvoorziening leraartraject, en
|
||||
b. een component inschrijvingen leraartraject en getuigschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder universiteit verstaan een universiteit waaraan een of meer universitaire eerstegraads lerarenopleidingen zijn verbonden.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder universiteit verstaan een universiteit waaraan een of meer masteropleidingen als bedoeld in het derde lid, onderdelen a, b en c, dan wel een of meer universitaire eerstegraads lerarenopleidingen als bedoeld in het derde lid, onderdeel e, zijn verbonden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder inschrijving leraartraject verstaan de eerste maal dat een student of extraneus blijkens het Centraal register inschrijving aan een universiteit is ingeschreven voor:
|
||||
|
||||
a. een opleiding waaraan een afstudeerrichting gericht op het beroep van leraar is verbonden en binnen die opleiding onderwijs volgt aan die afstudeerrichting, of
|
||||
b. een universitaire eerstegraads lerarenopleiding.
|
||||
a. een masteropleiding, bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, van de wet,
|
||||
b. een masteropleiding waaraan een afstudeerrichting gericht op het beroep van leraar is verbonden, voor zover een student binnen die opleiding onderwijs gericht op het beroep van leraar volgt,
|
||||
c. een masteropleiding op het gebied van onderwijs voor zover die opleiding gericht is op het beroep van leraar en een student binnen die opleiding onderwijs gericht op het beroep van leraar volgt,
|
||||
d. een ongedeelde opleiding waaraan een afstudeerrichting is gericht op het beroep van leraar is verbonden en een student binnen die opleiding onderwijs aan die afstudeerrichting volgt, of
|
||||
e. een universitaire eerstegraads lerarenopleiding, bedoeld in artikel 17a.7a van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.18
|
||||
|
||||
**1.** Uit het landelijk beschikbare deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt aan de landelijke component basisvoorziening lerarenopleidingen een bedrag van 2,1 miljoen euro toebedeeld.
|
||||
**1.** Uit het landelijk beschikbare deel leraartraject, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt aan de landelijke component basisvoorziening leraartraject een bedrag van 2,1 miljoen euro toebedeeld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De landelijke component basisvoorziening lerarenopleidingen wordt als volgt over de universiteiten verdeeld:
|
||||
De landelijke component basisvoorziening leraartraject wordt als volgt over de universiteiten verdeeld:
|
||||
|
||||
| a. de openbare universiteit te Leiden: | € 300 000, |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
|
|
@ -344,7 +360,7 @@ De landelijke component basisvoorziening lerarenopleidingen wordt als volgt over
|
|||
|
||||
### Artikel 2.19
|
||||
|
||||
**1.** De landelijke component inschrijvingen leraartraject en getuigschriften, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal inschrijvingen leraartraject en het aantal door de universiteit uitgereikte getuigschriften van de universitaire eerstegraads lerarenopleidingen.
|
||||
**1.** De landelijke component inschrijvingen leraartraject en getuigschriften, vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt over de universiteiten verdeeld op basis van het aantal inschrijvingen leraartraject en het aantal door de universiteit uitgereikte getuigschriften van de opleidingen, bedoeld in artikel 2.17, derde lid, voor zover dat getuigschrift leidt tot de bevoegdheid van leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de bepaling van de in het eerste lid bedoelde aantallen wordt uitgegaan van de gegevens die door de desbetreffende universiteit aan Onze minister worden verstrekt. Deze gegevens gaan vergezeld van een verklaring van een accountant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -436,27 +452,6 @@ Vergoeding van het bedrag onder *a* vindt plaats met ingang van het begrotingsja
|
|||
|
||||
**6.** Jaarlijks voor 1 november nemen Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een besluit waarin het voor het daaropvolgende begrotingsjaar toegestane bouwvolume wordt vastgesteld. Daarin worden in ieder geval opgenomen het investeringsbedrag per project en het OCenW-deel daarvan. Indien een investeringsproject ten behoeve van een academisch ziekenhuis niet in uitvoering is genomen dan wel tot stand is gebracht voor een lager bedrag dan in het desbetreffende besluit, bedoeld in de eerste volzin, is opgenomen, kan dat besluit worden bijgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.25a
|
||||
|
||||
**1.** Het gedeelte vanaf 2004 van de component rente en afschrijvingen van een universiteit omvat de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in de besluiten inzake bouwvolume, bedoeld in het zesde lid, vermelde OCenW-deel van de investeringsbedragen voor het desbetreffende academisch ziekenhuis.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:
|
||||
|
||||
a. het jaarlijks over het investeringsbedrag te berekenen afschrijvingsbedrag, totdat het investeringsbedrag volledig is vergoed, en
|
||||
b. de jaarlijks te berekenen rentevergoeding over het verschil tussen het investeringsbedrag en de gecumuleerde afschrijvingen.
|
||||
|
||||
Vergoeding van het bedrag onder a vindt plaats met ingang van het begrotingsjaar na het jaar waarvoor het investeringsbedrag in het besluit inzake bouwvolume is opgenomen. Vergoeding van het bedrag onder b wordt over het begrotingsjaar waarvoor het investeringsbedrag in het besluit inzake bouwvolume is opgenomen, berekend over 50% van het OCenW-deel van het investeringsbedrag.
|
||||
|
||||
**3.** Onder gecumuleerde afschrijvingen, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot enig begrotingsjaar wordt verstaan de som van de totaal vergoede afschrijvingsbedragen met betrekking tot het OCenW-deel van een investeringsbedrag sedert de vaststelling van het besluit inzake bouwvolume waarin dat investeringsbedrag is opgenomen, met inbegrip van het afschrijvingsbedrag voor dat begrotingsjaar.
|
||||
|
||||
**4.** Het afschrijvingspercentage voor het investeringsbedrag bedraagt 3,36%.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling wordt ten behoeve van de investeringen voor academische ziekenhuizen ten behoeve van een bepaald begrotingsjaar een rentepercentage vastgesteld voor een tijdvak van 10 jaar. Na die periode wordt het rentepercentage telkens voor een tijdvak van 10 jaar bij ministeriële regeling vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Jaarlijks voor 1 november nemen Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een besluit waarin het voor het daaropvolgende begrotingsjaar toegestane bouwvolume wordt vastgesteld. In dat besluit worden in elk geval opgenomen het investeringsbedrag per academisch ziekenhuis en het OCenW-deel daarvan. Indien het investeringsbedrag ten behoeve van een academisch ziekenhuis in het begrotingsjaar, bedoeld in de eerste volzin, niet of niet volledig is besteed, kan het besluit worden bijgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.26
|
||||
|
||||
**1.** De landelijke component basisvoorziening voor een begrotingsjaar wordt bepaald op 75 procent van het na toepassing van de artikelen 2.22 tot en met 2.25 voor dat begrotingsjaar resterende landelijk beschikbare deel academische ziekenhuizen.
|
||||
|
|
@ -471,7 +466,7 @@ a. de openbare universiteit te Leiden 102.189,
|
|||
b. de openbare universiteit te Groningen 120.341,
|
||||
c. de openbare universiteit te Amsterdam 154.733,
|
||||
d. de openbare universiteit te Utrecht 120.947,
|
||||
e. de openbare universiteit te Rotterdam 105.700,
|
||||
e. de openbare universiteit te Rotterdam 110.834,
|
||||
f. de openbare universiteit te Maastricht 72.567,
|
||||
g. de bijzondere universiteit te Amsterdam 91.629, en
|
||||
h. de bijzondere universiteit te Nijmegen 99.675.
|
||||
|
|
@ -504,7 +499,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.30
|
||||
|
||||
Het landelijk investeringsdeel, door Onze minister vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt verdeeld over de universiteiten naar evenredigheid van de som van het onderwijsdeel, het onderzoekdeel, het verwevenheidsdeel en in voorkomende gevallen het deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen per universiteit.
|
||||
Het landelijk investeringsdeel, door Onze minister vastgesteld op grond van artikel 2.4, wordt verdeeld over de universiteiten naar evenredigheid van de som van het onderwijsdeel, het onderzoekdeel en in voorkomende gevallen het deel universitaire eerstegraads lerarenopleidingen per universiteit.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Hogescholen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue