2006-08-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2006-08-01 12:00:00 +00:00
parent 6a21714d66
commit 4a265ba6ae

View file

@ -73,9 +73,9 @@ Vervallen
### Artikel 1.1.3
**1.** De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.7, 1.3.8, 1.7.1, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1 tot en met 4.1.4, 4.2.1 en 4.2.2, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.1.1, 8.1.1a, 8.1.2, tweede lid, 8.1.3, eerste tot en met derde lid, 8.1.4 tot en met 8.2.1, 9.1.2 en 9.1.4 zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
**1.** De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.7, 1.3.8, 1.7.1, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1 tot en met 4.1.4, 4.2.1 tot en met 4.2.5, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.1.1, 8.1.1a, 8.1.2, tweede lid, 8.1.3, eerste tot en met derde lid, 8.1.4 tot en met 8.2.1, 9.1.2 en 9.1.4 zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
**2.** De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.8, 1.7.1, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1, 4.1.2, 4.1.4, 4.1.5, eerste lid, 4.1.6 tot en met 4.2.2, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.1.1, 8.1.1a, 8.1.2, eerste lid, 8.1.3 tot en met 8.2.1, 9.1.1, 9.1.3, eerste lid, en 9.1.4 zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
**2.** De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1.3.6, 1.3.8, 1.7.1, 2.8.1 tot en met 2.8.3, 3.2.1, 4.1.1, 4.1.2, 4.1.4, 4.1.5, eerste lid, 4.1.6 tot en met 4.2.5, 6.4.1 tot en met 6.4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.4.7 en met uitzondering van titel 6, de artikelen 8.1.1, 8.1.1a, 8.1.2, eerste lid, 8.1.3 tot en met 8.2.1, 9.1.1, 9.1.3, eerste lid, en 9.1.4 zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
### Titel 2. Doelstellingen onderwijs
@ -149,7 +149,7 @@ d. de afstemming op de ontwikkelingen in de samenleving op nationaal en internat
### Artikel 1.3.6
**1.** Het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de instelling dan wel voor het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in en draagt er in dat verband zorg voor dat, zo veel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de in de eerste volzin bedoelde beoordeling geschiedt met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden. De uitkomsten van de beoordeling zijn openbaar.
**1.** Het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de instelling dan wel voor het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in en draagt er in dat verband zorg voor dat, zo veel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs, waaronder maatregelen en instrumenten om te waarborgen dat het personeel zijn bekwaamheid onderhoudt. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de in de eerste volzin bedoelde beoordeling geschiedt met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden. De uitkomsten van de beoordeling zijn openbaar.
**2.**
@ -367,7 +367,7 @@ a. huur van gebouwen en terreinen,
b. investeringen in gebouwen en terreinen, en
c. eerste inrichting.
**5.** Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de Ziektewet aan gewezen personeel van instellingen, waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, en agrarische innovatie- en praktijkcentra. Deze regels kunnen in elk geval voorzien in onderscheid in verband met de datum waarop gewezen personeel is ontslagen, alsmede onderscheid in verband met de beslissing van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid, zoals luidend op 31 juli 1998.
**5.** Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met cursusgelden zoals bedoeld in de Les- en cursusgeldwet, werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de Ziektewet aan gewezen personeel van instellingen, waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, en agrarische innovatie- en praktijkcentra. Deze regels kunnen in elk geval voorzien in onderscheid in verband met de datum waarop gewezen personeel is ontslagen, alsmede onderscheid in verband met de beslissing van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid, zoals luidend op 31 juli 1998.
**6.** Een in het eerste lid en in het vijfde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
@ -388,7 +388,9 @@ b. het aantal deelnemers en examendeelnemers dat een diploma als bedoeld in arti
**5.** Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt dat een deelnemer of examendeelnemer in enig jaar slechts eenmaal wordt meegeteld bij het bepalen van het aantal deelnemers onderscheidenlijk examendeelnemers die een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 hebben behaald.
**6.** In de maatstaven, bedoeld in het tweede lid, kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers en naar opleidingen.
**6.** Bij de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder a, blijven buiten beschouwing deelnemers aan een deeltijdse opleiding waarvoor het bevoegd gezag een in instellingstijd verzorgd onderwijsprogramma, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming, heeft ingericht dat minder dan 300 uren per volledig studiejaar omvat.
**7.** In de maatstaven, bedoeld in het tweede lid, kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers en naar opleidingen.
### Artikel 2.2.3
@ -531,26 +533,32 @@ f. de wijze waarop verantwoording jegens het gemeentebestuur wordt afgelegd.
Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een opleiding educatie aan de Informatie Beheer Groep, tezamen de volgende gegevens van de deelnemer:
a. de postcode van de woonplaats;
a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats;
b. de datum van inschrijving of einde inschrijving;
c. de opleiding;
d. de hoogste en de laatste vooropleiding;
e. het al dan niet betalen van lesgeld;
f. het al dan niet volgen van een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;
g. het educatieprogramma (vakken);
h. de behaalde certificaten;
i. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald; en
j. het registratienummer van de instelling en locatie.
d. de hoogste vooropleiding;
e. het al dan niet volgen van een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;
f. het educatieprogramma (vakken);
g. de behaalde certificaten, de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen, de eindcijfers en de uitslag van het eindexamen of het deeleindexamen;
h. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald alsmede, voor zover het Nederlands als tweede taal (NT2) betreft, het startniveau;
i. het registratienummer van de instelling;
j. indien van toepassing het volgen van de opleiding in voltijd of deeltijd;
k. indien van toepassing het zijn van examendeelnemer; en
l. het aantal uren per week dat onderwijs wordt gevolgd aan de instelling.
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede lid. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en zesde lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en zesde lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een educatief programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers in contacten met een gemeente ten behoeve van de registratie door de gemeente van de in artikel 15, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde voortgang van het inburgeringsprogramma dat voor die deelnemer is vastgesteld, tezamen met de gegevens die voor die registratie noodzakelijk zijn.
**5.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
**6.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**7.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
**7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
**8.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
**9.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
### Artikel 2.3.6b
@ -566,13 +574,16 @@ j. het registratienummer van de instelling en locatie.
**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste en het tweede lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat de deelnemers aan een opleiding educatie niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verstrekken van de gegevens. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
**4.** Onze Minister kan ten behoeve van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds het persoonsgebonden nummer van een deelnemer gebruiken in het verkeer met een instelling.
### Artikel 2.3.6d
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:
a. de registratie door de gemeente van de in artikel 15, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde voortgang van het inburgeringsprogramma dat voor die deelnemer is vastgesteld, indien het een deelnemer betreft die een educatief programma volgt als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;
b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin.
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
### Titel 4. Bekostiging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@ -690,19 +701,22 @@ Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "instelling" tevens verstaan:
Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een beroepsopleiding aan de Informatie Beheer Groep, tezamen met de volgende gegevens van de deelnemer:
a. de postcode van de woonplaats;
a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats;
b. de datum van inschrijving of einde inschrijving;
c. de kwalificatie;
d. de leerweg;
e. het al dan niet hebben van een handicap of chronische ziekte die extra ondersteuning vraagt van de instelling;
f. de hoogste en de laatste vooropleiding;
g. het al dan niet betalen van lesgeld;
h. de behaalde deelkwalificaties, voorzover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving;
i. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald;
j. de omvang van beroepspraktijkvorming, de datum van begin en einde daarvan, de afsluitdatum van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst en het betrokken bedrijf dat of de betrokken organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt; en
k. het registratienummer van de instelling en locatie.
f. de hoogste vooropleiding;
g. de behaalde deelkwalificaties, voorzover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving;
h. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald;
i. de omvang van beroepspraktijkvorming, de datum van begin en einde daarvan, de afsluitdatum van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst en het betrokken bedrijf dat of de betrokken organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt; en
j. het registratienummer van de instelling;
k. het al dan niet zijn van risicodeelnemer;
l. het volgen van de opleiding in voltijd of deeltijd;
m. indien van toepassing het zijn van examendeelnemer; en
n. het al dan niet voor bekostiging in aanmerking komen van de deelnemer of het diploma.
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede lid. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
**4.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, gebruiken in het verkeer met Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de instelling.
@ -710,9 +724,13 @@ k. het registratienummer van de instelling en locatie.
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
**7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
**7.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**8.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
**8.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
**9.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
**10.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
### Artikel 2.5.5b
@ -740,13 +758,16 @@ k. het registratienummer van de instelling en locatie.
**3.** Onze Minister kan ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding gebruiken in het verkeer met die instelling, al dan niet tezamen met de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
**4.** Onze Minister kan ten behoeve van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds het persoonsgebonden nummer van een deelnemer gebruiken in het verkeer met een instelling.
### Artikel 2.5.5e
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:
a. een registratie van leerplichtige jongeren in het belang van het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969;
b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin.
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
### Artikel 2.5.6
@ -986,7 +1007,7 @@ d. de wijze waarop in het secretariaat wordt voorzien.
Het bevoegd gezag en het personeel van de instelling verstrekken aan de commissie van beroep de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.
### Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling voor docenten van instellingen
### Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling
### Artikel 4.2.1
@ -996,68 +1017,96 @@ Het bevoegd gezag en het personeel van de instelling verstrekken aan de commissi
Tot docent aan een instelling kan slechts worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming degene die:
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden en
b. 1°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid,
2°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.2.2, tweede lid, alsmede van een bij ministeriële regeling aangewezen bewijs van voldoende didactische bekwaamheid tot het geven van educatie en beroepsonderwijs, dan wel
3°. in het bezit is van een ten aanzien van het door hem te geven onderwijs afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiplomas dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen, of
c. 1°. ten minste drie jaren ervaring heeft in de praktijk van het beroep waarop het desbetreffende onderwijs is gericht,
2°. door een combinatie van opleiding en ervaring geacht moet worden te beschikken over een kwalificatieniveau dat vergelijkbaar is met een kwalificatieniveau op basis van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.2.2, en
3°. in het bezit is van een in onderdeel b onder 2° bedoeld bewijs van voldoende didactische bekwaamheid, en
d. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgesloten.
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
b. voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 4.2.3, eerste lid, blijkend uit het bezit van:
**3.** Het tweede lid, onder b en c, is niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
1°. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
2°. een getuigschrift als bedoeld in artikel 175 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van een met goed gevolg afgelegd staatsexamen, voor zover overeenkomend met een getuigschrift als bedoeld onder 1°,
3°. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een universitaire lerarenopleiding,
4°. een getuigschrift of diploma van een opleiding die vóór 1 augustus 1991 was gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
5°. een ten aanzien van het door hem te geven onderwijs afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen,
6°. een gelijkwaardig buitenlands getuigschrift of diploma, behaald in een land dat niet behoort tot de Lid-Staten van de EU, dan wel een gelijkwaardig Nederlands-Antilliaans of Arubaans getuigschrift of diploma, of
c. in het bezit is van een door het bevoegd gezag afgegeven geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 4.2.4, en
d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het geven van onderwijs.
**4.**
**3.** In geval van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 4.2.4 vindt de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming voor zover betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek plaats voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten studiejaren. Het bevoegd gezag kan deze benoemingsperiode, al dan niet onder door dat gezag te stellen voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het tweede lid, in een vacature voorzien door de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van een docent die niet voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid onder b en c:
**4.** Het tweede lid is niet van toepassing voor zover een docent is belast met contractactiviteiten.
a. voor een periode van ten hoogste twee jaren, of
b. voor een periode, langer dan twee jaren, door benoeming of tewerkstelling zonder benoeming in tijdelijke dienst, indien bij de akte van aanstelling onderscheidenlijk benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is aangegeven op welke wijze binnen die periode aan de in de aanhef bedoelde eisen zal worden voldaan.
**5.** Het bevoegd gezag kan ten aanzien van een docent voor een periode van ten hoogste twee jaar afwijken van de eisen, bedoeld in het tweede lid, onder b en c. Het bevoegd gezag kan de in de eerste volzin bedoelde termijn verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag dat noodzakelijk oordeelt vanwege de kwaliteit en de voortgang van het onderwijs aan de school. In dat geval verklaren het bevoegd gezag en de betrokkene in ieder geval schriftelijk dat betrokkene verplicht is zich in te spannen om binnen de verlengingsperiode alsnog te voldoen aan de eisen, bedoeld in het tweede lid, onder b. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
**6.** Het bevoegd gezag kan afwijken van het tweede lid, onder b en c, ten aanzien van degene die gelet op specifieke kennis en bekwaamheden, samenhangend met ervaringen en werkzaamheden in andere sectoren van de samenleving en het bedrijfsleven, naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende bekwaam is om onder verantwoordelijkheid van een daartoe door het bevoegd gezag aan te wijzen docent voor een beperkte betrekkingsomvang te worden belast met het uitsluitend verzorgen van onderwijsonderdelen waar die specifieke kennis en bekwaamheden in het bijzonder betrekking op hebben. De betrekkingsomvang is voor het totaal van de in de eerste volzin bedoelde te verzorgen onderwijsonderdelen ten hoogste een aantal van gemiddeld 4 klokuren per week op jaarbasis.
### Artikel 4.2.2
**1.**
De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten eerste, zijn:
Onderwijsondersteunende werkzaamheden waarvoor op grond van artikel 4.2.3, tweede lid, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, mogen slechts worden verricht door degene die:
a. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
b. een getuigschrift als bedoeld in artikel 175 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van een met goed gevolg afgelegd staatsexamen, voor zover overeenkomend met een getuigschrift als bedoeld in onderdeel a,
c. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een universitaire eerstegraads lerarenopleiding,
d. een getuigschrift of diploma van een opleiding die vóór 1 augustus 1991 was gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
e. een Nederlands-Antilliaans of Arubaans getuigschrift of diploma, dat gelijkwaardig is aan een getuigschrift of diploma als bedoeld onder a tot en met d, en
f. een buitenlands getuigschrift of diploma, behaald in een land dat niet behoort tot de lidstaten van de Europese Unie, dat gelijkwaardig is aan een getuigschrift of diploma als bedoeld onder a tot en met d.
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in artikel 4.2.3, tweede lid, bedoelde bekwaamheidseisen, voor zover vastgesteld, of
c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen, of
d. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en
e. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van die werkzaamheden.
**2.**
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een onderwijsondersteunende functionaris voor zover deze is belast met werkzaamheden in verband met contractactiviteiten.
De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten tweede, zijn:
**3.** Ten aanzien van studenten aan een opleiding als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 die in het kader van die opleiding onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten waarvoor op grond van artikel 4.2.3, tweede lid, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, kan voor de duur van die werkzaamheden worden afgeweken van het eerste lid, onder b tot en met d.
a. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder a,
b. een getuigschrift als bedoeld in artikel 175 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van een met goed gevolg afgelegd staatsexamen, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder b,
c. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een universiteit verbonden opleiding,
d. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het wetenschappelijk onderwijs, verbonden aan de Open Universiteit, en
e. een buitenlands getuigschrift of diploma dan wel een Nederlands-Antilliaans of Arubaans getuigschrift of diploma dat gelijkwaardig is aan een getuigschrift als bedoeld in de onderdelen a tot en met d.
**4.** Het bevoegd gezag kan voor een periode van ten hoogste twee jaar afwijken van de eisen, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met d. Het bevoegd gezag kan deze periode met ten hoogste de helft verlengen indien bijzondere omstandigheden daartoe naar zijn oordeel aanleiding geven. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
### Artikel 4.2.3
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden bekwaamheidseisen vastgesteld voor de uitoefening van het docentschap.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden bekwaamheidseisen vastgesteld voor bij die maatregel aan te wijzen onderwijsondersteunende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het onderwijsleerproces.
**3.**
De in het eerste lid bedoelde bekwaamheidseisen zijn gericht op het handelen in het onderwijsleerproces, het algemeen professioneel handelen en het werken binnen een onderwijsorganisatie. Zij omvatten in elk geval eisen ten aanzien van:
a. pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden, en
b. vakbekwaamheid.
**4.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
**5.** Onze Minister stelt een beroepsorganisatie die hij vanuit het oogpunt van beroepskwaliteit representatief acht voor onderwijspersoneel als bedoeld in deze wet, in de gelegenheid hem een voorstel te doen voor de in het eerste en tweede lid bedoelde bekwaamheidseisen. Onze Minister stelt deze organisatie vervolgens in elk geval eenmaal in de zes jaar in de gelegenheid, hem een voorstel te doen over ongewijzigde handhaving of wijziging van de bekwaamheidseisen voor zover vastgesteld. Uit een voorstel als bedoeld in de eerste of tweede volzin blijkt tevens, in hoeverre dat voorstel mede steun geniet van een vertegenwoordiging van bevoegde gezagsorganen, van ouders en van deelnemers.
### Artikel 4.2.3a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van elk personeelslid dat een functie of werkzaamheden verricht waarvoor bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, over geordende gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en het onderhouden van de bekwaamheid. Ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid en herkenbaarheid van de gegevens kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden vastgesteld over de inrichting en wijze van ordening van deze gegevens.
### Artikel 4.2.4
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Aan degene die niet in het bezit is van een in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, genoemd getuigschrift of diploma respectievelijk genoemde verklaring wordt door het bevoegd gezag dat voornemens is betrokkene te benoemen een geschiktheidsverklaring afgegeven, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag:
a. vakinhoudelijk bekwaam is en geschikt is voor het beroep van docent, en
b. voldoet aan de in artikel 4.2.3, derde lid, onder a genoemde eisen, blijkend uit het bezit van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of
c. in staat is verantwoord les te geven en binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming tot docent te voldoen aan de in artikel 4.2.3, derde lid, onder a, genoemde eisen.
**2.**
Het bevoegd gezag geeft de in het eerste lid bedoelde verklaring slechts af, indien:
a. betrokkene in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, niet zijnde een getuigschrift als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b 1° tot en met 4°,
b. betrokkene in het bezit is van een EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's, niet zijnde een EG-verklaring als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b 5°,
c. betrokkene in het bezit is van een buitenlands getuigschrift of diploma dat gelijkwaardig is aan een onder a bedoeld getuigschrift of een onder b bedoelde verklaring, of
d. betrokkene ten minste drie jaren ervaring heeft in de praktijk van het beroep waarop het desbetreffende onderwijs is gericht en naar het oordeel van het bevoegd gezag door een combinatie van opleiding en ervaring geacht wordt te beschikken over een kwalificatieniveau dat vergelijkbaar is met het onder a tot en met c bedoelde kwalificatieniveau, en
e. de gevolgde opleiding en de maatschappelijke of beroepservaring van betrokkene, in onderlinge samenhang bezien, naar het oordeel van het bevoegd gezag van voldoende belang zijn in verhouding tot de beoogde werkzaamheden aan de instelling.
**3.** Indien betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, stelt het bevoegd gezag vast, welke scholing en begeleiding voor betrokkene noodzakelijk zijn om binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming te kunnen voldoen aan de in artikel 4.2.3, derde lid onder a, genoemde bekwaamheidseisen ten aanzien van pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden.
### Artikel 4.2.5
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De op grond van artikel 4.2.4, derde lid, noodzakelijk geoordeelde scholing wordt uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die een lerarenopleiding verzorgt. Het bevoegd gezag stelt in overeenstemming met het bestuur van die instelling het voor betrokkene noodzakelijke scholingstraject vast.
### Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
### Artikel 4.2a.1
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in artikel 4.2.1, kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2, kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
### Titel 3. Personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@ -1506,10 +1555,14 @@ Eindtermen zijn als zodanig omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inz
De ondersteuning bedoeld in het eerste lid wordt verzorgd door:
a. een educatieve voorziening als bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek indien de deelnemer is opgenomen in een academisch ziekenhuis of
b. een schoolbegeleidingsdienst als bedoeld in artikel 179 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 165 van de Wet op de expertisecentra en artikel 280 van de Wet op het voortgezet onderwijs indien de deelnemer is opgenomen in een ziekenhuis niet zijnde een academisch ziekenhuis dan wel indien de deelnemer in verband met ziekte thuis verblijft.
b. een schoolbegeleidingsdienst als bedoeld in artikel 180 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 166 van de Wet op de expertisecentra indien de deelnemer is opgenomen in een ziekenhuis niet zijnde een academisch ziekenhuis dan wel indien de deelnemer in verband met ziekte thuis verblijft.
**3.** De ondersteuning bedoeld in het eerste lid kan in overeenstemming tussen de educatieve voorziening dan wel de schoolbegeleidingsdienst en de instelling waarbij de deelnemer is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de deelnemer betreffen.
**4.** Het Rijk verstrekt aan schoolbegeleidingsdiensten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bekostiging voor activiteiten die worden verricht met betrekking tot de ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de bekostiging, bedoeld in de vorige volzin.
**5.** Schoolbegeleidingsdiensten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, zijn de schoolbegeleidingsdiensten die voor de ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen, in de periode 1 augustus 1999 tot 1 augustus 2004 subsidie ontvingen van een gemeente op grond van artikel IX van de Wet van 10 december 1998 (Stb. 733), tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek inzake de ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen.
### Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### Paragraaf 1. Reikwijdte
@ -2060,11 +2113,11 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b
**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel een door een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs verstrekt bewijs van uitschrijving, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
**3.** Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de leerling kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na het besluit tot inschrijving aan de Informatie Beheer Groep de beschikbare gegevens van de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats.
**3.** Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de leerling kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na het besluit tot inschrijving aan de Informatie Beheer Groep de beschikbare gegevens van de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats en, indien aanwezig, het leerlingadministratienummer.
**4.** De Informatie Beheer Groep verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het sociaal-fiscaalnummer van de deelnemer, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een sociaal-fiscaalnummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de deelnemer. Het onderwijsnummer is een door de Informatie Beheer Groep uitgegeven en aan de deelnemer toegekend persoonsgebonden nummer.
**5.** Het bevoegd gezag neemt de in het eerste lid bedoelde gegevens op in de administratie van de instelling.
**5.** Het bevoegd gezag neemt de in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens op in de administratie van de instelling.
**6.** Indien aan een deelnemer een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn sociaal-fiscaalnummer, neemt het bevoegd gezag dit sociaal-fiscaalnummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de administratie van de instelling in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan de Informatie Beheer Groep onder opgave van het sociaal-fiscaalnummer en het onderwijsnummer van de deelnemer.
@ -2090,8 +2143,9 @@ c. de wijze waarop partijen uit de overeenkomst voortkomende prestaties gestalte
d. de loopbaanoriëntatie en -begeleiding, daaronder begrepen een regelmatige advisering over de voortzetting van de studie binnen of buiten de opleiding,
d1. in voorkomend geval, terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in artikel 8.1.4,
e. schorsing en verwijdering,
f. tussentijdse beëindiging van de overeenkomst en onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst in het geval, bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1a en
g. de schadevergoeding waarop de deelnemer bij beëindiging van de bekostiging of ontneming van rechten als bedoeld in artikel 2.1.3 onderscheidenlijk in de artikelen 6.1.4 of 6.2.2 jegens de instelling aanspraak heeft.
f. tussentijdse beëindiging van de overeenkomst en onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst in het geval, bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1a,
g. de schadevergoeding waarop de deelnemer bij beëindiging van de bekostiging of ontneming van rechten als bedoeld in artikel 2.1.3 onderscheidenlijk in de artikelen 6.1.4 of 6.2.2 jegens de instelling aanspraak heeft en
h. de terugbetaling van cursusgeld in andere gevallen dan bedoeld in artikel 14, tweede lid onder a tot en met d, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000.
**3a.** De overeenkomst met betrekking tot een opleiding als bedoeld in artikel 12.1a.1, eerste lid, of artikel 12.1a.2, eerste lid, bevat tevens de regeling, bedoeld in de laatste volzin van die artikelleden.
@ -2520,10 +2574,6 @@ Diplomas en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
### Artikel 12.2.3
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
### Artikel 12.2.3
Vervallen
### Artikel 12.2.4
@ -2552,7 +2602,7 @@ c. degene die
### Artikel 12.2.8
Voor degenen ten aanzien van wie voor 1 januari 1996 artikel 114*a* van de Overgangswet WVO, dan wel de artikelen F.25 of F.38 van de Wet van 27 mei 1992 (*Stb.* 337) in samenhang met artikel 114 *a* van de Overgangswet WVO is toegepast voor de voortzetting van een betrekking aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs of wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, kan het bevoegd gezag voor onbepaalde tijd afwijken van artikel 4.2.1, eerste lid, onder *b*.
Vervallen
### Artikel 12.2.9