From 4a3cea7b2955da9e80d2861d58f0034b8aa90048 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Aug 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-08-01 | BWBR0011538 | Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 --- .../BWBR0011538/README.md | 142 +++++++++++------- 1 file changed, 85 insertions(+), 57 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-staatsexamens-vwo-havo-mavo-2000/BWBR0011538/README.md b/amvb/besluit-staatsexamens-vwo-havo-mavo-2000/BWBR0011538/README.md index e3293c07a0d..2645234a897 100644 --- a/amvb/besluit-staatsexamens-vwo-havo-mavo-2000/BWBR0011538/README.md +++ b/amvb/besluit-staatsexamens-vwo-havo-mavo-2000/BWBR0011538/README.md @@ -24,22 +24,21 @@ e. havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet f. opleiding vavo: een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover leidend tot het diploma vwo, het diploma havo of het diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de Wet op het voortgezet onderwijs; g. school: een school voor vwo, een school voor havo of een school voor mavo, tenzij anders blijkt; h. instelling voor educatie en beroepsonderwijs: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft door die instelling verzorgde opleidingen vavo; -i. vakken: vakken en deelvakken; -j. staatsexamen: het staatsexamen ter verkrijging van het diploma vwo, het diploma havo of het diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de Wet op het voortgezet onderwijs; -k. deelstaatsexamen: het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken; -l. commissie-examen: het commissie-examen, bedoeld in artikel 4, tweede lid; -m. centraal examen: het centraal examen, bedoeld in artikel 4, derde lid; -n. deeleindexamen: het deeleindexamen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.; -o. staatsexamencommissie: de commissie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; -p. voorzitter: de voorzitter van de staatsexamencommissie; -q. secretaris: de secretaris van de staatsexamencommissie; -r. profiel: een in artikel 12 van de Wet op het voortgezet onderwijs genoemd profiel; -s. profielwerkstuk: het in artikel 4, tweede lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. bedoelde profielwerkstuk; -s1. sector: een sector als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; -s2. sectorwerkstuk: het sectorwerkstuk, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.; -t. toets: een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten, of een praktische opdracht; -u. CEVO: de centrale examencommissie vaststelling opgaven, genoemd in artikel 39, eerste lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.; -v. kandidaat: degene die zich op grond van artikel 3 heeft aangemeld voor toelating tot het afleggen van het staatsexamen of deelstaatsexamen. +i. staatsexamen: het staatsexamen ter verkrijging van het diploma vwo, het diploma havo of het diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de Wet op het voortgezet onderwijs; +j. deelstaatsexamen: het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken; +k. commissie-examen: het commissie-examen, bedoeld in artikel 4, tweede lid; +l. centraal examen: het centraal examen, bedoeld in artikel 4, derde lid; +m. deeleindexamen: het deeleindexamen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.; +n. staatsexamencommissie: de commissie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; +o. voorzitter: de voorzitter van de staatsexamencommissie: +p. secretaris: de secretaris van de staatsexamencommissie; +q. profiel: een in artikel 12 van de Wet op het voortgezet onderwijs genoemd profiel; +r. profielwerkstuk: het in artikel 4, tweede lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. bedoelde profielwerkstuk; +s. sector: een sector als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; +s1. sectorwerkstuk: het sectorwerkstuk, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.; +s2. toets: een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten, of een praktische opdracht; +t. CEVO: de centrale examencommissie vaststelling opgaven, genoemd in artikel 39, eerste lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.; +u. kandidaat: degene die zich op grond van artikel 3 heeft aangemeld voor toelating tot het afleggen van het staatsexamen of deelstaatsexamen. ### Artikel 2 @@ -64,7 +63,7 @@ De aanmelding kan strekken tot: a. het verkrijgen van toelating tot het afleggen van het examen ten overstaan van de staatsexamencommissie, of b. het overleggen aan de staatsexamencommissie van de in artikel 25, derde lid, bedoelde bewijsstukken ter verkrijging van het staatsexamendiploma, al dan niet in combinatie met het afleggen van het examen in een of meer vakken ten overstaan van de staatsexamencommissie. -**3.** Uit de aanmelding voor het staatsexamen blijkt tevens of sprake is van een of meer vrijstellingen als bedoeld in deartikelen 8 en 10. +**3.** Uit de aanmelding voor het staatsexamen blijkt tevens of sprake is van een of meer vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in de artikelen 8 en 10. ### Artikel 4 @@ -84,7 +83,7 @@ b. het overleggen aan de staatsexamencommissie van de in artikel 25, derde lid, ### Artikel 6 -**1.** Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op vrijstelling aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de voorzitter maatregelen nemen. +**1.** Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de voorzitter maatregelen nemen. **2.** @@ -122,7 +121,7 @@ b. de staatsexamencommissie kan afwijken van voorschriften met betrekking tot he **1.** De artikelen 11, 12, 13 en 22 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. voor zover zij betrekking hebben op het eindexamen vwo van opleidingen vavo, het eindexamen havo van opleidingen vavo en het eindexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs theoretische leerweg van opleidingen vavo, zijn van overeenkomstige toepassing op respectievelijk het staatsexamen vwo, het staatsexamen havo en het staatsexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs van de theoretische leerweg. -**2.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister op advies van de staatsexamencommissie, al dan niet voor een bepaalde groep van kandidaten, beslissen dat geen gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van examen in een vak dat uitsluitend behoort tot het vrije deel van de profielen of tot het vrije deel van de theoretische leerweg. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de deelvakken culturele en kunstzinnige vorming 3 (drama) en culturele en kunstzinnige vorming 3 (dans). +**2.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister op advies van de staatsexamencommissie, al dan niet voor een bepaalde groep van kandidaten, beslissen dat geen gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van examen in een vak dat uitsluitend behoort tot het vrije deel van de profielen of tot het vrije deel van de theoretische leerweg. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vakken kunst (drama) en kunst (dans). ### Artikel 9 @@ -134,39 +133,39 @@ b. de staatsexamencommissie kan afwijken van voorschriften met betrekking tot he **1.** -Onverminderd vrijstellingen op grond van de artikelen 11, 12, 13 en 22 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en met inachtneming van de beperking in artikel 25, derde lid, aanhef en onderdeel d, dat van een school voor voortgezet onderwijs slechts één cijferlijst in beschouwing kan worden genomen, is de kandidaat die staatsexamen aflegt, +Onverminderd vrijstellingen en ontheffingen op grond van de artikelen 11, 12, 13 en 22 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en met inachtneming van de beperking in artikel 25, derde lid, aanhef en onderdeel d, dat van een school voor voortgezet onderwijs slechts één cijferlijst in beschouwing kan worden genomen, is de kandidaat die staatsexamen aflegt, a. vrijgesteld van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; b. vrijgesteld van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald, en vrijgesteld van het examen in een vak in het mavo op grond van een examen vwo, havo of mavo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; c. vrijgesteld van het examen in een vak van het vwo, havo of mavo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in de Nederlandse Antillen of in Aruba, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; -d. vrijgesteld van het profielwerkstuk, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op twee vakken uit het desbetreffende profieldeel, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed»; +d. vrijgesteld van het profielwerkstuk, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald; e. vrijgesteld van het sectorwerkstuk, indien reeds eerder een sectorwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit die sector, en dat is beoordeeld als «voldoende« of «goed». **2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. -**3.** In aanvulling op het eerste lid, onder a en b, is de kandidaat vrijgesteld van het onderdeel letterkunde van elke moderne taal, indien de kandidaat bij het eerder afgelegde examen, voor letterkunde een cijfer 6 of hoger heeft behaald. +**3.** In aanvulling op het eerste lid, onder a en b, is de kandidaat vrijgesteld van het onderdeel literatuur van elke moderne taal, indien de kandidaat bij het eerder afgelegde examen, voor literatuur een cijfer 6 of hoger heeft behaald. -**4.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met c, en derde lid, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 om te slagen voor het staatsexamen. +**4.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met d, en derde lid, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 om te slagen voor het staatsexamen. **5.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven voor de toepassing van het eerste lid. ### Artikel 11 -**1.** Onverminderd artikel 10 kan de staatsexamencommissie op verzoek van de kandidaat die een diploma wil verwerven, vrijstelling verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De vrijstelling kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door de staatsexamencommissie wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien de staatsexamencommissie dit nodig oordeelt, onderzoekt zij of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden. +**1.** Onverminderd artikel 10 kan de staatsexamencommissie op verzoek van de kandidaat die een diploma wil verwerven, ontheffing verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door de staatsexamencommissie wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien de staatsexamencommissie dit nodig oordeelt, onderzoekt zij of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden. **2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het in dat lid bedoelde diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. **3.** Tot de in het eerste lid bedoelde diploma's, getuigschriften, certificaten en andere bewijsstukken behoren in elk geval die betreffende het Internationaal Baccalaureaat, het Europees Baccalaureaat en die betreffende het overeenkomstige onderwijs in een lidstaat van de Europese Unie. -**4.** Indien de staatsexamencommissie de gevraagde vrijstelling verleent, verstrekt zij de verzoeker een bewijs van vrijstelling, en zendt zij aan de inspectie een afschrift daarvan. +**4.** Indien de staatsexamencommissie de gevraagde ontheffing verleent, verstrekt zij de verzoeker een bewijs van ontheffing, en zendt zij aan de inspectie een afschrift daarvan. -**5.** Het bewijs van vrijstelling vermeldt de gronden van de vrijstelling alsmede het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de vrijstelling berust, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een verklaring betreffende het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken. +**5.** Het bewijs van ontheffing vermeldt de gronden van de ontheffing alsmede het tijdstip van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de ontheffing berust, en gaat in voorkomend geval vergezeld van een verklaring betreffende het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar de kennis en vaardigheden van de examenkandidaat, of naar de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken. -**6.** Onze Minister stelt het model van het bewijs van vrijstelling vast. +**6.** Onze Minister stelt het model van het bewijs van ontheffing vast. ### Artikel 12 -Een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 11 wordt schriftelijk ingediend bij de staatsexamencommissie, onder overlegging van een uittreksel uit het geboorte- of persoonsregister en een gewaarmerkte fotokopie van het diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk waarop het verzoek om vrijstelling berust. +Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 11 wordt schriftelijk ingediend bij de staatsexamencommissie, onder overlegging van een uittreksel uit het geboorte- of persoonsregister en een gewaarmerkte fotokopie van het diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk waarop het verzoek om ontheffing berust. ## Hoofdstuk III. Regeling van het staatsexamen @@ -201,7 +200,7 @@ Het commissie-examen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geh **2.** Indien in een vak tevens centraal examen wordt afgelegd, worden de in het eerste lid genoemde cijfers gebruikt met de daartussenliggende cijfers met 1 decimaal. -**3.** In afwijking van het eerste lid wordt het profielwerkstuk beoordeeld met« voldoende» of «goed». Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het profielwerkstuk, zoals blijkens uit het examendossier. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op het sectorwerkstuk. +**3.** In afwijking van het eerste lid wordt het sectorwerkstuk beoordeeld met «voldoende» of «goed». ### Artikel 16 @@ -296,17 +295,17 @@ c. ook in het derde tijdvak verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in **3.** -De uitslag ter verkrijging van het staatsexamendiploma wordt vastgesteld op grond van de volgende eindcijfers, cijferlijsten of vrijstellingsbewijzen, al dan niet in combinatie: +De uitslag ter verkrijging van het staatsexamendiploma wordt vastgesteld op grond van de volgende eindcijfers, cijferlijsten of bewijzen van ontheffing, al dan niet in combinatie: a. de eindcijfers van een in dat jaar afgelegd volledig staatsexamen; b. de eindcijfers van in dat jaar afgelegde deelstaatsexamens; c. een of meer cijferlijsten als bedoeld in de artikelen 30 en 31, eerste lid; d. één cijferlijst van een school voor voortgezet onderwijs; e. een of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs; -f. vrijstellingsbewijzen als bedoeld in artikel 11, vierde lid; -g. vrijstellingsbewijzen als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.. +f. bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 11, vierde lid; +g. bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.. -**4.** Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Vrijstellingsbewijzen worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. +**4.** Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. **5.** De uitslag luidt «geslaagd voor het staatsexamen» of «afgewezen voor het staatsexamen». @@ -316,25 +315,39 @@ g. vrijstellingsbewijzen als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het Eindexam **1.** -De kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs van de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de Wet op het voortgezet onderwijs, indien hij: +De kandidaat die het staatsexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs van de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de Wet op het voortgezet onderwijs, heeft afgelegd, is geslaagd indien hij: -a. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of -b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, of +a. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, +b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, dan wel c. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger. **2.** -De kandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vwo of havo, indien hij: +De kandidaat die staatsexamen havo of vwo heeft afgelegd, is geslaagd: -a. voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, -b. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 of 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, dan wel -c. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer een 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer een 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, met dien verstande dat van deze vakken waarvoor als eindcijfer 4 of 5 is behaald, niet meer dan één vak het profieldeel betreft. +a. indien hij: -**3.** In aanvulling op het eerste lid geldt tevens als voorwaarde dat het sectorwerkstuk moet zijn beoordeeld als «voldoende» of «goed». In aanvulling op het tweede lid geldt tevens als voorwaarde dat het profielwerkstuk moet zijn beoordeeld als «voldoende» of «goed». +1°. voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, +2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, +3°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel +4°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, en +b. indien geen van de eindcijfers van onderdelen, genoemd in het derde lid, lager is dan 4. -**4.** De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste en derde of het tweede en derde lid, is afgewezen voor het staatsexamen. +**3.** -**5.** Zodra de uitslag ingevolge het eerste, derde en vierde lid of het tweede tot en met vierde lid is vastgesteld, maakt de voorzitter deze samen met de eindcijfers schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 27 bepaalde. De in de eerste volzin bedoelde uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 27 geen toepassing vindt. +Bij de uitslagbepaling volgens het tweede lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en voor v.w.o. ook algemene natuurwetenschappen. De staatsexamencommissie kan aan die onderdelen toevoegen: + +a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien de staatsexamencommissie daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het commissie-examen van de desbetreffende taal en literatuur; +b. klassieke culturele vorming, met dien verstande dat indien de staatsexamencommissie daartoe niet besluit, klassieke culturele vorming voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het commissie-examen van Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en literatuur; +c. algemene natuurwetenschappen in het h.a.v.o.. + +**4.** In aanvulling op het eerste lid geldt tevens als voorwaarde dat het sectorwerkstuk moet zijn beoordeeld als «voldoende» of «goed». + +**5.** Het eindcijfer, bedoeld in het derde lid, wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. + +**6.** De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste en vierde of het tweede en derde lid, is afgewezen voor het staatsexamen. + +**7.** Zodra de uitslag ingevolge het eerste, vierde en zesde lid of het tweede, derde en zesde lid is vastgesteld, maakt de voorzitter deze samen met de eindcijfers schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 27 bepaalde. De in de eerste volzin bedoelde uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 27 geen toepassing vindt. ### Artikel 27 @@ -351,7 +364,7 @@ b. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaa ### Artikel 28 -De kandidaat die recht heeft op de in artikel 27 bedoelde herkansing, is alsnog afgewezen indien hij niet binnen acht dagen na de in artikel 26, vierde lid, bedoelde bekendmaking de voorzitter ervan in kennis stelt dat hij zich aan de herkansing wenst te onderwerpen en daarbij schriftelijk opgeeft in welk vak hij opnieuw wil deelnemen aan het commissie-examen en in welk vak hij opnieuw wil deelnemen aan het centraal examen. De voorzitter bevestigt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat schriftelijk de ontvangst van deze kennisgeving. +De kandidaat die recht heeft op de in artikel 27 bedoelde herkansing, is alsnog afgewezen indien hij niet binnen acht dagen na de in artikel 26, zevende lid, bedoelde bekendmaking de voorzitter ervan in kennis stelt dat hij zich aan de herkansing wenst te onderwerpen en daarbij schriftelijk opgeeft in welk vak hij opnieuw wil deelnemen aan het commissie-examen en in welk vak hij opnieuw wil deelnemen aan het centraal examen. De voorzitter bevestigt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat schriftelijk de ontvangst van deze kennisgeving. ### Artikel 29 @@ -368,7 +381,7 @@ De kandidaat die recht heeft op de in artikel 27 bedoelde herkansing, is alsnog De voorzitter reikt aan elke kandidaat die is afgewezen voor het staatsexamen, een cijferlijst uit waarop ten aanzien van de vakken waarin hij in dat jaar door de staatsexamencommissie is geëxamineerd, zijn vermeld, voor zover van toepassing: a. de cijfers voor het commissie-examen en het centraal examen, -b. de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk alsmede de beoordeling van het profielwerkstuk, +b. het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, c. het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, d. de eindcijfers voor de examenvakken, alsmede e. de uitslag van het staatsexamen. @@ -378,9 +391,9 @@ e. de uitslag van het staatsexamen. De voorzitter reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke kandidaat die is geslaagd voor het staatsexamen, een cijferlijst uit waarop ten aanzien van elk examenvak dat bij de bepaling van de uitslag is betrokken, zijn vermeld, voor zover van toepassing: a. de cijfers voor het commissie-examen, het centraal examen, en in voorkomend geval het schoolexamen, -b. de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk alsmede de beoordeling van het profielwerkstuk, +b. het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, c. het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, -d. de vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld, met voor zover van toepassing de cijfers voor de desbetreffende vakken, +d. de vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, met voor zover van toepassing de cijfers voor de desbetreffende vakken, e. de eindcijfers voor de examenvakken, alsmede f. de uitslag van het staatsexamen. @@ -390,7 +403,22 @@ f. de uitslag van het staatsexamen. **5.** Onze Minister stelt de modellen van de diploma's en cijferlijsten vast. -**6.** De deelvakken culturele en kunstzinnige vorming 1 en lichamelijke opvoeding 1 waarvoor de kandidaat op grond van artikel 8, eerste lid, van dit besluit, juncto artikel 11, vierde lid, artikel 12, vijfde lid, of artikel 13, vierde lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., is vrijgesteld,alsmede de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel, waarvoor de kandidaat op grond van artikel 8, eerste lid, van dit besluit, juncto artikel 22, vierde lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., is vrijgesteld worden niet vermeld op de cijferlijst. Andere vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld, worden zonder vermelding van een cijfer vermeld op de cijferlijst, behalve in geval van vrijstellingen als bedoeld in artikel 10 van dit besluit en artikel 9 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. die wel leiden tot een cijfer. +**6.** + +Voor de vermelding op de cijferlijst van vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend bij het staatsexamen geldt het volgende: + +a. indien het betreft het staatsexamen v.w.o. of het staatsexamen h.a.v.o.: + +1°. de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst; +2°. de vakken algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer waarvoor de kandidaat bij het staatsexamen v.w.o. is vrijgesteld op grond van het bezit van een diploma h.a.v.o., worden niet vermeld op de cijferlijst; +3°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. of artikel 10 van dit besluit, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; +4°. vakken waarvoor de kandidaat bij het staatsexamen v.w.o. is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen of staatsexamen h.a.v.o. waarvan deze v.w.o.-vakken deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; +5°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer; +b. indien het betreft het staatsexamen v.m.b.o. theoretische leerweg: + +1°. de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst; +2°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. of artikel 10 van dit besluit, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; +3°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer. **7.** De voorzitter en de secretaris tekenen de diploma's en cijferlijsten. @@ -401,8 +429,8 @@ f. de uitslag van het staatsexamen. De voorzitter reikt aan de kandidaat die deelstaatsexamen heeft afgelegd, een cijferlijst uit waarop zijn vermeld, voor zover van toepassing: a. de cijfers voor het commissie-examen en het centraal examen, -b. de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk alsmede de beoordeling van het profielwerkstuk, alsmede -c. het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, +b. het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, +c. het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, en d. de eindcijfers voor de examenvakken **2.** @@ -410,7 +438,7 @@ d. de eindcijfers voor de examenvakken De voorzitter reikt aan de in het eerste lid bedoelde kandidaat, alsmede aan de kandidaat aan wie op grond van de definitieve uitslag niet op grond van artikel 30, derde lid, een diploma kan worden uitgereikt, een certificaat uit, waarop zijn vermeld, voor zover van toepassing: a. het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en -b. de vakken, het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, alsmede de beoordeling van het profielwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende» of het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende». +b. het vak of de vakken, het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk of het thema van het sectorwerkstuk, alsmede de beoordeling van het sectorwerkstuk, voor zover beoordeeld met «goed» of «voldoende». **3.** Onze Minister stelt het model van het certificaat en de cijferlijst vast. @@ -418,7 +446,7 @@ b. de vakken, het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk, alsmede de beoo ### Artikel 32 -**1.** Duplicaten van afgegeven diploma's, certificaten, vrijstellingsbewijzen en cijferlijsten worden niet verstrekt. +**1.** Duplicaten van afgegeven diploma's, certificaten, bewijzen van ontheffing en cijferlijsten worden niet verstrekt. **2.** Een schriftelijke verklaring dat een in het eerste lid bedoeld document is afgegeven, welke verklaring dezelfde waarde heeft als dat document zelf, kan uitsluitend door of vanwege Onze Minister worden verstrekt. @@ -440,7 +468,7 @@ c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de De staatsexamencommissie kan ten aanzien van een kandidaat die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, afwijken van de bij of krachtens dit besluit vastgestelde voorschriften, indien de kandidaat met inbegrip van het jaar waarin hij staatsexamen of deelstaatsexamen aflegt, ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en niet het Nederlands als moedertaal heeft. De in de eerste volzin bedoelde afwijking kan betrekking hebben op: -a. het vak Nederlandse taal en letterkunde; +a. het vak Nederlandse taal en literatuur; b. enig ander vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is. **4.** De in het derde lid bedoelde afwijking bestaat ten aanzien van het centraal examen uitsluitend uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets met een door de voorzitter noodzakelijk geoordeelde periode, en het verlenen van toestemming tot het gebruik van een verklarend woordenboek der Nederlandse taal. @@ -455,7 +483,7 @@ Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de definitieve uitslag zendt de voorz a. de vakken waarin examen is afgelegd; b. de cijfers van het commissie-examen; -c. de beoordeling van het profielwerkstuk, en de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft; +c. het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft; d. de beoordeling van het sectorwerkstuk, alsmede het thema van het sectorwerkstuk; e. de cijfers van het centraal examen; f. de eindcijfers; @@ -468,11 +496,11 @@ Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de definitieve uitslag zendt de voorz a. het profiel of de profielen waarop het examen betrekking heeft; b. de vakken die zijn vermeld op de cijferlijst; c. de cijfers van het commissie-examen of in voorkomend geval van het schoolexamen; -d. de beoordeling van het profielwerkstuk, en de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft; +d. het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft; e. de beoordeling van het sectorwerkstuk, en het thema van het sectorwerkstuk; f. de cijfers van het centraal examen; g. de eindcijfers; -h. de vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld, met voor zover van toepassing de cijfers voor de desbetreffende vakken; +h. de vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, met voor zover van toepassing de cijfers voor de desbetreffende vakken; i. de uitslag van het staatsexamen. **3.** @@ -481,7 +509,7 @@ Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de eindcijfers van de kandidaten die a. de vakken die zijn vermeld op de cijferlijst; b. de cijfers van het commissie-examen; -c. de beoordeling van het profielwerkstuk, en de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft; +c. het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft; d. de beoordeling van het sectorwerkstuk, en het thema van het sectorwerkstuk; e. de cijfers van het centraal examen; f. de eindcijfers.