2014-02-15 | BWBR0004447 | Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

This commit is contained in:
Coornhert 2014-02-15 12:00:00 +00:00
parent 3e5fa0c374
commit 4a4b54944d

View file

@ -155,7 +155,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op kinderen die tussen 1 januari 20
### Artikel 10
**1.** Indien is gehandeld in strijd met artikel 2 kan de kinderrechter een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg belasten met de voorlopige voogdij over de minderjarige, tenzij dit niet verenigbaar is met het belang van de minderjarige. In geval van voorlopige voogdij wendt de raad voor de kinderbescherming zich binnen zes weken tot de rechter ten einde een voorziening in het gezag over de minderjarige te verkrijgen. Artikel 241, vierde, vijfde en zesde lid alsmede artikel 306*a* van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 813, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
**1.** Indien is gehandeld in strijd met artikel 2 kan de kinderrechter een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg belasten met de voorlopige voogdij over de minderjarige, tenzij dit niet verenigbaar is met het belang van de minderjarige. In geval van voorlopige voogdij wendt de raad voor de kinderbescherming zich binnen zes weken tot de rechter ten einde een voorziening in het gezag over de minderjarige te verkrijgen. Artikel 241, vierde, vijfde en zesde lid alsmede artikel 306*a* van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 813, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
**2.** De voorlopige voogdij eindigt, behoudens eerdere intrekking, op het tijdstip waarop hetzij de voogdij over de minderjarige, dan wel diens verblijf bij aspirant-adoptiefouders aan wie een beginseltoestemming is verleend, een aanvang neemt, hetzij de minderjarige in het land van herkomst wordt teruggeplaatst.