2023-07-19 | BWBR0046622 | Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
This commit is contained in:
parent
465ea22dff
commit
4a53cec69d
1 changed files with 250 additions and 4 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
|
|||
bwb_id: BWBR0046622
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-03-07'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-07-19'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0046622
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -17,32 +17,51 @@ citeertitel: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
|
|||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *arbeidsbelemmerde:* Persoon die jegens het college van burgemeester en wethouders van zijn woonplaats aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Participatiewet en naar het oordeel van dat college een lichamelijke, verstandelijke, psychische of psychosociale beperking heeft;
|
||||
- *basisvaardigheden:* vaardigheden die de noodzakelijke basis vormen voor het leerproces, bedoeld in de ‘Aanbeveling van de Raad van 22 mei 2018, inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren’ (2018/C 189/01) en waaronder in elk geval taalvaardigheden, rekenvaardigheden, digitale vaardigheden en financiële vaardigheden vallen;
|
||||
- *Bbz 2204:*
|
||||
Besluit bijstandverlening zelfstandigen;
|
||||
- *begeleidende maatregel:* activiteit ter aanvulling van de verdeling van voedselhulp of materiële basishulp die tot doel heeft sociale uitsluiting tegen te gaan en bij te dragen tot de uitbanning van armoede;
|
||||
- *beroepsvaardigheden:* noodzakelijke vaardigheden gericht op het bijhouden of vergroten van vakkennis of het aanleren van extra vaardigheden voor het uitvoeren van een vak of het verwerven of versterken van de nodige beroepsvaardigheden, niet zijnde bedrijfsspecifieke opleidingen, waaronder begrepen cursussen of trainingen. Beroepsvaardigheden leiden tot een branchecertificaat uitgegeven door een door de branche erkende organisatie en die worden gegeven door opleiders, opleidingsinstituten of trainingsbureaus;
|
||||
- *brancheorganisatie:* organisatie die belangen behartigt van leden die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;
|
||||
- *brutoloon:* bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief (overige) vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten, inclusief ploegentoeslag of inconveniëntentoeslag, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO;
|
||||
- *CAO:* collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst;
|
||||
- *centrumgemeente:* Alkmaar, Almere, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Doetinchem, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Goes, Gorinchem, Gouda, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hilversum, Leeuwarden, Leiden, Nijmegen, Roermond, Rotterdam, Tiel, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer of Zwolle;
|
||||
- *directe kosten:* kosten die rechtstreeks samenhangen met de uitvoering van de actie of het project, waarbij het rechtstreekse verband met deze actie of dit project kan worden aangetoond;
|
||||
- *directe loonkosten:* loonkosten van personeel, waarbij sprake is van direct aan deelnemers van het project bestede uren;
|
||||
- *EVC:* Erkenning Verworven Competenties;
|
||||
- *EVC-aanbieder:* organisatie die een EVC-procedure uitvoert aan de hand van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard en voor de EVC-standaard is geregistreerd in het register van het Nationaal Kenniscentrum EVC;
|
||||
- *EVC-procedure:* geheel van processtappen en instrumenten waarmee een EVC-aanbieder eerder of elders verworven competenties van een kandidaat beoordeelt ten opzichte van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en waarbij de uitkomsten worden vastgelegd in een ervaringscertificaat;
|
||||
- *externe kosten:* kosten die in rekening gebracht worden door derden voor het uitvoeren van direct aan deelnemers gerelateerde activiteiten;
|
||||
- *indirecte kosten:* kosten die niet rechtstreeks verband houden of kunnen houden met de uitvoering van de actie of het project;
|
||||
- *intakegesprek:* een gesprek als bedoeld in artikel 2E.11, tweede lid;
|
||||
- *IOAW:*
|
||||
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
|
||||
- *IOAZ:*
|
||||
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
- *jongere:* persoon jonger dan 28 jaar;
|
||||
- *KvK-nummer:* uniek nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
- *loonverletkosten:* loonkosten voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de werkgever;
|
||||
- *materiële basishulp:* beschikbaar stellen van goederen om te voldoen aan de basisbehoeften voor een waardig leven, zoals kleding, toiletartikelen, met inbegrip van producten voor vrouwelijke hygiëne, en schoolbenodigdheden;
|
||||
- *meerwerk:* werk waarbij een parttime werknemer meer dan zijn contracturen werkt, maar niet meer dan de normale arbeidsduur die in de organisatie geldt;
|
||||
- *meest behoeftige personen:* natuurlijke personen, zijnde individuen, gezinnen, huishoudens of groepen van personen, met inbegrip van kinderen in kwetsbare situaties en daklozen, van wie de financiële middelen niet toereikend zijn om in eigen levensonderhoud en dat van eventuele gezinsleden te kunnen voorzien en van wie de behoefte aan hulp aan de hand van objectieve criteria door de subsidieontvanger is vastgesteld;
|
||||
- *Minister:* Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
|
||||
- *NCP:* Nationaal Contactpunt;
|
||||
- *niet-uitkeringsgerechtigde:* persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;
|
||||
- *NLQF:* Nederlands kwalificatieraamwerk;
|
||||
- *normale arbeidsduur:* arbeidsduur die in de regel, dan wel bij voor de sector waarin de persoon werkzaam is geldende CAO, een volledige dienstbetrekking vormt;
|
||||
- *onregelmatigheidstoeslag:* een toeslag op het brutoloon dat de werknemer ontvangt wanneer de werknemer een dienst werkt buiten de gangbare werkdagen en (kantoor)tijden. Dit betekent dat er een hoger bruto uurloon wordt ontvangen voor het werk tijdens onregelmatige uren. Dit geldt bijvoorbeeld voor diensten op zaterdag, zon- en feestdagen of avond- en nachtdiensten. Werken in de vroege ochtend wordt ook als onregelmatige arbeidstijd beschouwd;
|
||||
- *Opleidings- en ontwikkelingsfonds (verder te noemen: O&O-fonds):* organisatie als bedoeld in artikel 2E.6;
|
||||
- *overwerk:* werk waarbij de werknemer meer uren werkt, waardoor de normale arbeidsduur wordt overschreden;
|
||||
- *plaatsingssubsidie:* subsidie verstrekt aan een werkgever die met een persoon, als bedoeld in artikel 2B.3, een arbeidsovereenkomst sluit, een leerwerkovereenkomst of een stageovereenkomst met een looptijd van tenminste drie maanden, niet zijnde een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d Participatiewet;
|
||||
- *praktijkonderwijs:* onderwijs als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *Programma:* Programma ESF+ Nederland 2021–2027;
|
||||
- *project:* samenhangend geheel van activiteiten met betrekking tot een onderwerp als bedoeld in artikel 1.4;
|
||||
- *projectperiode:* periode tussen het tijdstip waarop activiteiten starten en worden beëindigd;
|
||||
- *sector:* arbeidsorganisaties die actief zijn in dezelfde branche;
|
||||
- *sociale inclusie:* het bieden van hulp om gelijkwaardig te kunnen participeren in de maatschappij;
|
||||
- *subproject:* op zichzelf staand onderdeel van een project;
|
||||
- *subsidieaanvrager:* aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;
|
||||
- *subsidieontvanger:* subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend;
|
||||
- *subproject:* op zichzelf staand onderdeel van een project;
|
||||
- *Verordening (EU) nr. 2021/1057:*
|
||||
Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PbEU 2021, L 231);
|
||||
- *Verordening (EU) nr. 2021/1060:*
|
||||
|
|
@ -51,7 +70,9 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
- *voortgezet speciaal onderwijs:* voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
|
||||
- *Wajong-uitkering:* uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
- *WAO-uitkering:* uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
- *werkgeversorganisatie:* vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die partij is bij een op het moment van de subsidieaanvraag geldende CAO, of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende CAO of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een aangewezen algemeen erkende centrale of andere representatieve organisatie van ondernemers als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet op de Sociaal-Economische Raad;
|
||||
- *werkloze werkzoekende:* persoon zonder werk, of met werk voor minder dan twaalf uur per week, die actief op zoek is naar betaald werk voor twaalf uur of meer per week en die daarvoor direct beschikbaar is;
|
||||
- *werknemersorganisatie:* vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, die partij is bij een op het moment van de subsidieaanvraag geldende CAO of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende CAO of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling;
|
||||
- *WIA-uitkering:* uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
|
||||
- *ZW-uitkering:* uitkering op grond van de Ziektewet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -65,7 +86,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**4.** Indien de Europese Commissie niet instemt met het Programma, kan de Minister de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Programma, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover de bepalingen uit hoofdstuk 2 tot en met 2D in tegenspraak zijn met hoofdstuk 1, prevaleren de bepalingen in hoofdstuk 2 tot en met 2D.
|
||||
**5.** Voor zover de bepalingen uit hoofdstuk 2 tot en met 2E in tegenspraak zijn met hoofdstuk 1, prevaleren de bepalingen in hoofdstuk 2 tot en met 2E.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -81,7 +102,8 @@ a. het bevorderen van actieve inclusie voor leerlingen in het voortgezet speciaa
|
|||
b. het verbeteren van de arbeidsmarktpositie voor personen in een justitiële inrichting, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2A;
|
||||
c. het bevorderen van de toegang tot werk in de arbeidsmarktregio’s, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2B;
|
||||
d. het verlenen van voedselhulp, materiele basishulp en begeleidende maatregelen voor de meest behoeftigen, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2C;
|
||||
e. het bevorderen van sociale inclusie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2D.
|
||||
e. het bevorderen van sociale inclusie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2D;
|
||||
f. het ondersteunen van personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2E.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -758,6 +780,230 @@ Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie in het kader van
|
|||
|
||||
Indien er omstandigheden optreden, die de voortgang, inhoud of de administratieve organisatie van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan de Minister.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2e. Sectoren
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.1
|
||||
|
||||
Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden ingediend in het aanvraagtijdvak van 2 oktober 2023, 9.00 uur tot en met 2 februari 2024, 17.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.2
|
||||
|
||||
**1.** Het beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie op basis van dit hoofdstuk bedraagt € 70.000.000,–.
|
||||
|
||||
**2.** In geval het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, worden de subsidieaanvragen met betrekking tot dat onderwerp door de minister afgehandeld in volgorde van het tijdstip van ontvangst.
|
||||
|
||||
**3.** Als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het tweede lid geldt het tijdstip waarop een volledige subsidieaanvraag is ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.3
|
||||
|
||||
Een project in het kader van dit hoofdstuk heeft tot doel:
|
||||
|
||||
a. personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, als bedoeld in artikel 2E.4 te ondersteunen in het behouden en vinden van werk door het versterken van hun arbeidsmarktpositie;
|
||||
b. werkgevers te stimuleren om werkzoekende personen uit de doelgroep, bedoeld in artikel 2E.15 in dienst te nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.4
|
||||
|
||||
Een project in het kader van dit hoofdstuk is gericht op personen die tot ten minste één van de volgende categorieën behoren:
|
||||
|
||||
a. niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden;
|
||||
b. personen die in een periode van drie jaar voorafgaand aan de start van hun traject een uitkering, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet of een IOAW-uitkering, een IOAZ-uitkering, bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, een uitkering van het UWV hebben ontvangen, of nog steeds ontvangen;
|
||||
c. personen met een opleidingsniveau dat niet hoger is dan MBO-2 of een diploma in het voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
d. personen waarvan het basissalaris, exclusief vergoedingen voor overwerk, meerwerk en onregelmatigheidstoeslag, niet meer bedraagt dan 130% van het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste en derde lid van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
|
||||
e. personen op wie de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet van toepassing is, die gemiddeld bruto € 35,– exclusief BTW per gewerkt uur verdienen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de start van hun traject;
|
||||
f. hier te lande woonachtige vreemdelingen, die rechtmatig in Nederland verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
g. de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Externe Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1) of een verlenging van dat besluit;
|
||||
h. arbeidsbelemmerden, dan wel personen met een uitkering op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, dan wel arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, IOAW, IOAZ of Ziektewet dan wel personen met een recht op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, dan wel personen in een dienstbetrekking op grond van artikel 10b van de Participatiewet;
|
||||
i. personen die zijn geregistreerd in het doelgroepenregister in het kader van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De subsidie voor een project in het kader van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door:
|
||||
|
||||
a. een O&O fonds, of;
|
||||
b. een hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 2E.7, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een subsidieaanvrager kan binnen het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2E.1, slechts één aanvraag indienen voor een subsidie op grond van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien deze is ingediend namens een samenwerkingsverband dat hetzelfde of grotendeels hetzelfde is als een samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 2E.7, namens wie al een subsidieaanvraag is ingediend.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.6 bevat de subsidieaanvraag de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. een afschrift van de notariële akte van oprichting, bedoeld in artikel 286, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid en, indien na de datum van de akte van oprichting de statuten zijn gewijzigd, een afschrift van de gewijzigde statuten, neergelegd ten kantore van het in artikel 293 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register;
|
||||
b. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, vermeld in de subsidieaanvraag;
|
||||
c. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager en de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband; en
|
||||
d. de meest recente jaarrekening van de subsidieaanvrager, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.6
|
||||
|
||||
**1.** Een O&O-fonds is een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt waarin het O&O fonds werkzaam is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De stichting of vereniging, bedoeld in het eerste lid, is een organisatie die:
|
||||
|
||||
a. is opgericht bij een bij de minister aangemelde CAO;
|
||||
b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;
|
||||
c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;
|
||||
d. de belangen behartigt van ten minste 1.000 aangesloten zelfstandigen zonder personeel en wordt bestuurd door vertegenwoordigers van zelfstandigen zonder personeel; of
|
||||
e. de belangen behartigt van zelfstandigen zonder personeel en wordt bestuurd door vertegenwoordigers van organisaties van zelfstandigen zonder personeel, waarbij:
|
||||
|
||||
1°. bij een of meerdere vertegenwoordigde organisaties ten minste 1.000 zelfstandigen zonder personeel zijn aangesloten, dan wel
|
||||
2°. ten minste een vertegenwoordiger afkomstig is van een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die is aangesloten bij een aangewezen algemeen erkende centrale en andere representatieve organisaties van ondernemers dan wel een aangewezen algemeen erkende centrale organisatie van werknemers, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet op de Sociaal-Economische Raad.
|
||||
|
||||
**3.** Een organisatie, als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met e bestaat bij aanvraag ten minste twee jaar.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de stichting of vereniging, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting of vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.7
|
||||
|
||||
**1.** Een samenwerkingsverband bestaat uit een of meer werkgevers- en werknemersorganisaties of O&O-fondsen die samenwerken met elkaar of met andere organisaties.
|
||||
|
||||
**2.** In het samenwerkingsverband moet in ieder geval sprake zijn van vertegenwoordiging vanuit werkgeverszijde én vertegenwoordiging vanuit werknemerszijde.
|
||||
|
||||
**3.** Samenwerking in een samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een door de partijen in het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst, waarbij gebruik wordt gemaakt van het door de minister elektronisch beschikbaar gestelde model voor een vast te leggen samenwerkingsovereenkomst.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een samenwerkingsverband:
|
||||
|
||||
a. heeft een hoofdaanvrager die op het moment van indiening van de subsidieaanvraag ten minste twee jaar bestaat;
|
||||
b. heeft de hoofdaanvrager gemachtigd om de andere partijen gedurende het subsidieproces in en buiten rechte te vertegenwoordigen, op basis van een samenwerkingsovereenkomst.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een project in het kader van dit hoofdstuk:
|
||||
|
||||
a. vindt plaats binnen de projectperiode van 2 oktober 2023 tot en met 31 januari 2026; en
|
||||
b. heeft een duur van maximaal 24 maanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een project in het kader van dit hoofdstuk:
|
||||
|
||||
a. past binnen het doel, genoemd in artikel 2E.3 en is gericht op personen die tot de doelgroep, bedoeld in artikel 2E.4 behoren;
|
||||
b. heeft mede tot doel de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen en de bevordering van gelijke kansen en non-discriminatie;
|
||||
c. heeft een startdatum die niet eerder ligt dan de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag en een einddatum die niet later ligt dan 31 januari 2026;
|
||||
d. bevat een aanvraag voor een subsidiebedrag van ten minste € 200.000,– en maximaal € 2.500.000.
|
||||
|
||||
**2.** Op een daartoe strekkend verzoek van de subsidieontvanger kan de minister besluiten om in de beschikking tot subsidieverlening een andere datum te vermelden dan de in de aanvraag genoemde startdatum
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor subsidie komende volgende activiteiten in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. intake en begeleiding;
|
||||
b. scholing basisvaardigheden;
|
||||
c. scholing beroepsvaardigheden; en
|
||||
d. EVC-procedure.
|
||||
|
||||
**2.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid zijn enkel subsidiabel voor personen uit de doelgroep, bedoeld in artikel 2E.4.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.11
|
||||
|
||||
**1.** Onder intake vallen activiteiten die gericht zijn op het vaststellen van de leer- en ontwikkeldoelen van de persoon.
|
||||
|
||||
**2.** Een intakegesprek is een vastgelegd gesprek bij de start van de deelname van een persoon aan een project tussen de begeleider en die persoon, welk gesprek onder andere betrekking heeft op de door de persoon ervaren situatie waarin hij zich binnen de arbeidsmarkt bevindt en in welke mate zijn arbeidsmarktpositie kan worden verbeterd.
|
||||
|
||||
**3.** Intake en begeleiding wordt uitgevoerd door een begeleider, die als loopbaanprofessional of jobcoach is geregistreerd bij de beroepsvereniging van loopbaanprofessionals en jobcoaches Noloc, of die op een andere manier kan aantonen werkervaring, kennis en deskundigheid te hebben met het geven van begeleiding.
|
||||
|
||||
**4.** De begeleider is een natuurlijk persoon, die niet in dienst is van de werkgever van de persoon en als taak heeft om met de persoon een intakegesprek te voeren over wat nodig is om de arbeidsmarktpositie van de persoon te versterken, of die als begeleider fungeert gedurende het doorlopen van een traject ter versterking van de arbeidsmarktpositie.
|
||||
|
||||
**5.** De begeleider kan gedurende het traject ter versterking van de arbeidsmarktpositie begeleiding bieden aan de deelnemer.
|
||||
|
||||
**6.** De begeleider kan gedurende het traject begeleiding bieden op het gebied van het bespreekbaar maken van schuldenproblematiek of het oplossen van de problematiek op andere leefgebieden zoals wonen, zorgen, financiën, lichamelijke gezondheid en psychische gezondheid.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de begeleider heeft vastgesteld dat er sprake is van schuldenproblematiek bij de deelnemer, bespreekt de begeleider de mogelijkheden van externe begeleiding, het bespreekbaar maken van de problematiek en, in geval van ernstige financiële problemen, vindt na instemming van de deelnemer actieve doorgeleiding naar gemeentelijke schuldhulpverlening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.12
|
||||
|
||||
**1.** Scholing basisvaardigheden en scholing beroepsvaardigheden worden uitgevoerd door een opleider, die niet in dienst is van de werkgever van de deelnemer en zich beroepshalve bezig houdt met het geven van scholing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het scholingsaanbod, bedoeld in het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en leidt tot een diploma, certificaat of erkende beroepsopleidingen of onderdelen ervan, die leiden tot een mbo-diploma, mbo-certificaat of mbo-verklaring, uitgegeven door onderwijsinstellingen in het mbo als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, of als bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
b. leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NCP-register;
|
||||
c. wordt gegeven door een opleider die in het bezit is van het keurmerk van de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding; of
|
||||
d. leidt tot verstrekking van een overheids-, branche- of sector-erkend certificaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.13
|
||||
|
||||
Een EVC-procedure wordt uitgevoerd door een EVC-aanbieder, als bedoeld in artikel 1.1.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.14
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op de subsidiabele kosten, genoemd in artikel 1.11, zijn de volgende kosten subsidiabel:
|
||||
|
||||
a. externe kosten van de door de begeleider werkelijk gerealiseerde uren, aantoonbaar besteed aan het intakegesprek en de begeleiding gedurende het traject. Het maximaal subsidiabele uurtarief van de begeleider is € 98,38, tenzij de subsidieaanvrager die een hoger uurtarief hanteert de marktconformiteit van dat tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
|
||||
b. kosten met betrekking tot scholing basisvaardigheden en scholing beroepsvaardigheden en opleidingen. Het subsidiabele tarief per deelnemer per gegeven lesuur bedraagt maximaal € 34,73, tenzij de subsidieaanvrager de marktconformiteit van het door hem gehanteerde tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
|
||||
c. de externe kosten van de door een EVC-aanbieder uitgevoerde EVC-procedure. Het maximaal subsidiabele tarief van de EVC-aanbieder bedraagt € 1.250,–, tenzij de subsidieaanvrager die een hoger tarief hanteert de marktconformiteit van het door hem gehanteerde tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
|
||||
d. de loonkosten, bedoeld in artikel 2E.15;
|
||||
e. kosten met betrekking tot loonverlet, zijnde het aantal door de werkgever betaalde uren dat een deelnemer deelneemt aan gegeven scholing basisvaardigheden, scholing beroepsvaardigheden, met uitzondering van de uren voor voorbereiding, reizen en zelfstudie, waarbij de deelnemer niet productief kan zijn in de reguliere werkzaamheden, tegen een vast bedrag per uur ter hoogte van het wettelijke minimumloon vermeerderd met een opslag van 37,5% voor werkgeverslasten;
|
||||
f. indirecte kosten, op basis van een toeslag van 7% op de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De marktconformiteit van tarieven die meer bedragen dan de tarieven als bedoeld in het eerst lid, onderdelen a, b en c, is aangetoond wanneer:
|
||||
|
||||
a. een offerteprocedure is uitgevoerd waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld; of
|
||||
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 1.11, tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het eerste lid, onderdeel a tot en met c van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Loonkostensubsidie, met uitzondering van een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet, kan worden verstrekt aan een werkgever die een arbeidsovereenkomst sluit met een werknemer die direct voorafgaand aan het sluiten van deze arbeidsovereenkomst een uitkering, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet, een IOAW-uitkering, een IOAZ-uitkering, of bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ontvangten op voorwaarde dat;
|
||||
|
||||
a. de werknemer een opleiding krijgt aangeboden, die zal aanvangen binnen de eerste twaalf maanden na de start van de arbeidsovereenkomst;
|
||||
b. de opleiding bijdraagt aan het behalen van een tot een diploma, certificaat of erkende beroepsopleidingen of onderdelen ervan, als bedoeld in artikel 2E.12, derde lid, onderdeel a;
|
||||
c. de werknemer een arbeidsovereenkomst ontvangt van ten minste twaalf maanden;
|
||||
d. de loonkostensubsidie uitsluitend wordt verstrekt als de plaatsing van de werknemer niet leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt; en
|
||||
e. het specifiek gaat om een nieuwe indiensttreding.
|
||||
|
||||
**2.** De loonkostensubsidie wordt verstrekt over de kosten van ten hoogste het wettelijke minimumloon vermeerderd met een opslag van 37,5% voor werkgeverslasten gedurende maximaal zes maanden.
|
||||
|
||||
**3.** De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**4.** De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever reeds loonkostensubsidie ontvangt voor de werknemer of op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.16
|
||||
|
||||
De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
|
||||
|
||||
a. loonverletkosten die niet zijn toe te rekenen aan scholingsactiviteiten;
|
||||
b. loonverletkosten, indien tegelijkertijd gebruik wordt gemaakt van een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 2E.15;
|
||||
c. in rekening gebrachte BTW over gemaakte kosten van activiteiten binnen het project;
|
||||
d. kosten voor activiteiten waarvoor al subsidie is aangevraagd of subsidie is verleend;
|
||||
e. kosten in het kader van technische innovatie; en
|
||||
f. kosten voor activiteiten die plaatsvinden in het kader van een wettelijke verplichting.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e.17
|
||||
|
||||
**1.** Na verlening van de subsidie kan de minister, indien de hoofdaanvrager dit in zijn subsidieaanvraag heeft aangegeven, een voorschot van maximaal 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidie bedrag verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De minister kan gedurende de looptijd van het project, op verzoek van de hoofdaanvrager besluiten om een aanvullend voorschot te verlenen tot maximaal 50% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximale subsidiebedrag, indien:
|
||||
|
||||
a. de subsidieontvanger aan de hand van een financiële rapportage in de vorm van een door de minister beschikbaar gesteld formulier de reeds gemaakte kosten, waarop het gevraagde voorschot betrekking heeft, voldoende heeft gespecificeerd en onderbouwd.
|
||||
b. het verzoek uiterlijk na 14 maanden vanaf de start van het project samen met een voortgangsverslag wordt ingediend; en
|
||||
c. de minister heeft vastgesteld dat de financiële rapportage, bedoeld in tweede lid, onderdeel a, een juiste weergave vormt van de projectadministratie op het moment van indiening.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Slotartikelen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue