diff --git a/wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md b/wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md index 72791878b1e..3550390c996 100644 --- a/wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md +++ b/wet/toeslagenwet/BWBR0004043/README.md @@ -26,7 +26,8 @@ e. toeslag: een op een loondervingsuitkering of naast het recht op loon, bedoeld f. minimumloon: 1°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657), gedeeld door 21,75, en -2°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verbinding met artikel 8, derde lid, van die wet, gedeeld door 21,75. +2°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verbinding met artikel 8, derde lid, van die wet, gedeeld door 21,75; +g. vervolgdagloon: het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. **2.** @@ -74,27 +75,36 @@ Vervallen Recht op toeslag heeft een gehuwde, die: a. recht heeft op loondervingsuitkering, en -b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan het minimumloon. +b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 59,80. **2.** Recht op toeslag heeft een ongehuwde, die: a. recht heeft op loondervingsuitkering; -b. een kind heeft jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (*Stb.* 1980, 1) kinderbijslag ontvangt dan wel zal ontvangen, en -c. per dag een inkomen heeft dat lager is dan 90% van het minimumloon. +b. een kind heeft jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt dan wel zal ontvangen, en +c. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 54,61. **3.** Behoudens het vierde lid heeft voorts recht op toeslag een ongehuwde, die: a. recht heeft op loondervingsuitkering, en -b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan 70% van het minimumloon. +b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan: + +1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 46,12; +2°. indien hij 22 jaar is: € 35,29; +3°. indien hij 21 jaar is: € 29,64; +4°. indien hij 20 jaar is: € 24,76; +5°. indien hij 19 jaar is: € 21,14; +6°. indien hij 18 jaar is: € 19,06. **4.** Geen recht op toeslag heeft de in het derde lid bedoelde ongehuwde, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en behoort tot het huishouden van zijn ouders of pleegouders. **5.** Zolang een gehuwde of ongehuwde geen recht heeft op een loondervingsuitkering omdat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft hij geen recht op toeslag. +**6.** Zolang een gehuwde of ongehuwde de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, heeft hij geen recht op toeslag. + ### Artikel 3 Vanaf 1990 heeft een gehuwde wiens echtgenoot is geboren na 31 december 1971 geen recht op toeslag, tenzij tot zijn huishouden een eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind behoort dat jonger is dan 12 jaar. @@ -115,6 +125,10 @@ Geen recht op toeslag heeft de persoon die onbetaald verlof geniet als bedoeld i **2.** Geen recht op toeslag bestaat, indien de loondervingsuitkering, het loon, de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in het eerste lid, niet tot uitbetaling komt op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten. +**3.** Indien bij samenloop van loondervingsuitkeringen op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten een of meer van de loondervingsuitkeringen gedeeltelijk worden geweigerd of niet tot uitbetaling komen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen het inkomen in aanmerking genomen alsof die weigering niet heeft plaatsgevonden respectievelijk alsof die uitbetaling heeft plaatsgevonden. + +**4.** Indien de uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedeeltelijk is geëindigd omdat de betrokkene minder beschikbaar is voor arbeid dan het aantal arbeidsuren dat hij heeft verloren wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen die uitkering in aanmerking genomen alsof die eindiging niet heeft plaatsgevonden. + ### Artikel 6 **1.** @@ -145,23 +159,31 @@ b. indien en voor zover het inkomen uit arbeid meer bedraagt dan het in onderdee ### Artikel 8 -**1.** Voor de persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het minimumloon en het inkomen. +**1.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 59,80 en het inkomen per dag. -**2.** Voor de persoon bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen 90% van het minimumloon en het inkomen. +**2.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 54,61 en het inkomen per dag. -**3.** Voor de persoon bedoeld in artikel 2, derde lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen 70% van het minimumloon en het inkomen. +**3.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het in artikel 2, derde lid, onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemd bedrag en het inkomen per dag. -**4.** De toeslag bedraagt niet meer dan het verschil tussen het dagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend en de loondervingsuitkering. +### Artikel 8a -**5.** Voor de toepassing van het vierde lid wordt de in het dagloon begrepen vakantie-uitkering niet in aanmerking genomen. +**1.** -**6.** Voor de toepassing van het vierde lid wordt bij een persoon ten aanzien waarvan artikel 47, tweede lid, van de Werkloosheidswet toepassing heeft gevonden, een loondervingsuitkering in aanmerking genomen als ware dat artikel niet van toepassing. +De toeslag bedraagt niet meer dan het verschil tussen het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, en de loondervingsuitkering, voor: -**7.** Onze Minister kan bepalen dat voor de toepassing van het vierde lid ander inkomen dan de loondervingsuitkering wordt gelijkgesteld met de op het dagloon of de grondslag in mindering te brengen loondervingsuitkering. +a. de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan het minimumloon; +b. de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 90% van het minimumloon; +c. de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 70% van het minimumloon. + +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de in het dagloon, vervolgdagloon of grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, begrepen vakantiebijslag niet in aanmerking genomen. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor de toepassing van het eerste lid ander inkomen dan de loondervingsuitkering wordt gelijkgesteld met de op het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, in mindering te brengen loondervingsuitkering. ### Artikel 9 -Onze Minister is bevoegd nader te bepalen welk niveau een wijziging in het inkomen moet bereiken alvorens die wijziging van invloed is op de omvang van het recht op toeslag en zonodig afwijkende regels te stellen met betrekking tot het tijdstip waarop een wijziging ingaat. +**1.** De in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen worden gewijzigd overeenkomstig de wijze en met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand, worden gewijzigd. De herziene bedragen treden voor de in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen in de plaats. + +**2.** Van de herziene bedragen, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Paragraaf 3. De vakantie-uitkering @@ -181,7 +203,7 @@ Onze Minister is bevoegd nader te bepalen welk niveau een wijziging in het inkom **1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op aanvraag vast of recht op toeslag bestaat. De aanvraag wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. -**2.** Een aanvraag van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is gericht tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en wordt overeenkomstig artikel 28 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ingediend bij de Centrale organisatie werk en inkomen. Na de overdracht van de aanvraag door de Centrale organisatie werk en inkomen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge artikel 28, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de aanvraag verder behandeld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. +**2.** Een aanvraag van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is gericht tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en wordt overeenkomstig artikel 28 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ingediend bij de Centrale organisatie werk en inkomen. Na de overdracht van de aanvraag door de Centrale organisatie werk en inkomen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge artikel 28, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de aanvraag verder behandeld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. **3.** @@ -216,7 +238,7 @@ c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van ### Artikel 12 -Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op toeslag, de hoogte van de toeslag, het geldend maken van het recht op toeslag of op het bedrag van de toeslag dat wordt betaald. +Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op toeslag, de hoogte van de toeslag, het geldend maken van het recht op toeslag of op het bedrag van de toeslag dat wordt betaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is. ### Artikel 13 @@ -569,7 +591,28 @@ Het recht tot strafvordering vervalt indien het Uitvoeringsinstituut werknemersv ## Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen -### Artikel 44* +### Artikel 44 + +Op de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen recht had op een toeslag op grond van deze wet blijft tenzij het recht op de uitkering eindigt, artikel 8, vierde lid, zoals dat luidde op die dag van toepassing tot een bij ministeriële regeling bepaald tijdstip dat voor verschillende groepen personen verschillend kan worden vastgesteld. + +### Artikel 44a + +**1.** + +De artikelen 24, 48 en 64a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid en de daarop rustende bepalingen zoals deze luidden op 31 december 2007 blijven tot 1 maart 2008 van toepassing op de persoon die: + +a. op 31 december 2007 recht had op een verhoging van zijn uitkering op grond van de artikelen 24, 48 of 64a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, en +b. op 1 januari 2008 geen recht heeft op een toeslag. + +**2.** + +Artikel 64a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid en deze wet en de op dat artikel en deze wet rustende bepalingen zoals deze luidden op 31 december 2007 blijven van toepassing tot de dag waarop het recht op ziekengeld is geëindigd, maar uiterlijk tot 1 maart 2008 op de persoon die: + +a. op 31 december 2007 recht had op een verhoging van zijn uitkering op grond van artikel 64a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid; +b. op 31 december 2007 geen recht had op een toeslag, en +c. op 1 januari 2008 recht zou hebben op een toeslag. + +### Artikel 44b **1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder verordening verstaan: Verordening (EG) nr. 647/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2005 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PbEU (L 117). @@ -584,10 +627,6 @@ b. niet in Nederland woont maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie, 2°. gedurende het tweede jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet waarbij dit artikel in deze wet is ingevoegd twee derden van het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen; en 3°. gedurende het derde jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet waarbij dit artikel in deze wet is ingevoegd een derde van het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen. -### Artikel 44 - -Op de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen recht had op een toeslag op grond van deze wet blijft tenzij het recht op de uitkering eindigt, artikel 8, vierde lid, zoals dat luidde op die dag van toepassing tot een bij ministeriële regeling bepaald tijdstip dat voor verschillende groepen personen verschillend kan worden vastgesteld. - ### Artikel 45 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Toeslagenwet".