From 4a9e24309797875024c9ea7974767ce5d39cd0a3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jul 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-07-01 | BWBR0011919 | Wet bevordering eigenwoningbezit --- .../BWBR0011919/README.md | 96 +++++++------------ 1 file changed, 37 insertions(+), 59 deletions(-) diff --git a/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md b/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md index f0475000d49..6d83771e34d 100644 --- a/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md +++ b/wet/wet-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0011919/README.md @@ -50,45 +50,7 @@ u. woonwagen: woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wo ### Artikel 1a -**1.** - -In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, verminderd met: - -a. indien in het peiljaar de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 1 355; -b. indien in het peiljaar loon wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen: - -1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605; -2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487; -c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939; -d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1 605; -e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964; -f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804, verminderd met € 1 036, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804 en € 1 036 verhoogd tot € 5 608 respectievelijk € 2 072; -g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. - -**2.** In het eerste lid wordt onder loon verstaan loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. - -**3.** - -In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan: het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met: - -a. het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen: - -1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605; -2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487; -b. de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met g. - -**4.** De in het eerste lid, onderdelen c tot en met g, en derde lid, onderdeel b, bedoelde correctieposten worden over het peiljaar 2001 voor het geheel in aanmerking genomen, over het peiljaar 2002 voor 2/3 deel en over het peiljaar 2003 voor 1/3 deel. Over het peiljaar 2004 en volgende peiljaren worden deze correctieposten niet meer in aanmerking genomen. - -**5.** - -Met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt gelijkgesteld: - -a. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen behoudens uitkeringen in verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; -b. loon in de vorm van uitkeringen ingevolge de Wet financiering loopbaanonderbreking en aanvullingen daarop door degene tot wie de belastingplichtige in dienstbetrekking staat. - -**6.** De inspecteur, onder wie de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, bepaalt op verzoek van Onze Minister het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon in het peiljaar van de desbetreffende eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort. - -**7.** De in het zesde lid bedoelde inspecteur verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen aan Onze Minister volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. +Vervallen ### Paragraaf 2. Overige begripsomschrijvingen @@ -118,7 +80,12 @@ d. tweepersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een eigenaar-bewoner waarto Het rekeninkomen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, is: -a. bij een primaire toekenning: het gezamenlijk inkomen over het peiljaar van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner en +a. bij een primaire toekenning: het gezamenlijke inkomen over het peiljaar van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner, verminderd met: + +1°. voor een eenpersoonshuishouden: € 1 605; +2°. voor een tweepersoonshuishouden: € 3 210; +3°. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 487; +4°. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: € 974, en b. bij een andere toekenning dan een primaire: dat gezamenlijk inkomen, vermeerderd met het naar een jaarbedrag herrekend fiscaal effect. **2.** Bij de bepaling van het gezamenlijk inkomen wordt elk persoonlijk inkomen dat negatief is op nul gesteld. @@ -127,10 +94,12 @@ b. bij een andere toekenning dan een primaire: dat gezamenlijk inkomen, vermeerd In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt onder inkomen verstaan: -a. als over het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het gecorrigeerde verzamelinkomen; -b. in een ander geval dan bedoeld onder a: het gecorrigeerde belastbare loon. +a. als over het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001; +b. in een ander geval dan bedoeld onder a: het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964. -**4.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. +**4.** De inspecteur, onder wie de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, verstrekt op verzoek van Onze Minister het verzamelinkomen of het belastbare loon in het peiljaar van de desbetreffende eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort, aan Onze Minister volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. + +**5.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. ### Artikel 4 @@ -192,14 +161,23 @@ b. een maal een eigenwoningbijdrage toe over ten hoogste de 15 bijdragejaren die **1.** +Het norminkomen bedraagt: + +a. € 16 948,69 per 1 juli 2006: € 19.250bij een eenpersoonshuishouden; +b. € 22 711,70 per 1 juli 2006: € 25.825bij een tweepersoonshuishouden; +c. € 15 042,81per 1 juli 2006: € 17.086,93 bij een eenpersoonsouderenhuishouden; +d. € 19 625,99 per 1 juli 2006: € 22.284,03 bij een tweepersoonsouderenhuishouden. + +**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag. + +**3.** + Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan: -a. € 16 948,69 Per 1 juli 2005: € 18 925bij een eenpersoonshuishouden; -b. € 22 711,70 Per 1 juli 2005: € 25 375bij een tweepersoonshuishouden; -c. € 15 042,81Per 1 juli 2005: € 16 825, vermeerderd met de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar,bij een eenpersoonsouderenhuishouden; -d. € 19 625,99 Per 1 juli 2005: € 21 925, vermeerderd met twee maal de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, bij een tweepersoonsouderenhuishouden. +a. het norminkomen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, of +b. de som van de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c of d, en bedoeld in het tweede lid. -**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41. +**4.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41. ### Artikel 9 @@ -207,10 +185,10 @@ d. € 19 625,99 Per 1 juli 2005: € 21 925, vermeerderd met twee maal de t Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het rekenvermogen meer bedraagt dan: -a. € 18 378,10 Per 1 juli 2005: € 20 550bij een eenpersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger is dan 65 jaar; +a. € 18 378,10 per 1 juli 2006: € 20.900bij een eenpersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger is dan 65 jaar; b. het bedrag, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar, bij een tweepersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner en degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger zijn dan 65 jaar; -c. € 31 424,28 Per 1 juli 2005: € 35 125bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is; -d. € 43 517,52 Per 1 juli 2005: € 48 625bij een tweepersoonshuishouden of een tweepersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is. +c. € 31 424,28 per 1 juli 2006: € 35.725bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is; +d. € 43 517,52 per 1 juli 2006: € 49.475bij een tweepersoonshuishouden of een tweepersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is. **2.** De in het eerste lid, onderdelen a, c en d, genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41. @@ -277,8 +255,8 @@ b. degene die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoort: Voor een primaire toekenning is vereist dat: -a. de kosten van het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan f 259 800per 1 juli 2005: € 133 275 en -b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan f 207 800. per 1 juli 2005: € 106 600 +a. de kosten van het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan f 259 800per 1 juli 2006: € 134.925 en +b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan f 207 800 per 1 juli 2006: € 107.950. **2.** De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen worden aangepast overeenkomstig artikel 41. @@ -425,7 +403,7 @@ d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: het bedrag van het bruto-ouderdomspen De normlasten per maand bedragen de uitkomst van de formule: -€ 101,65 [per 1 juli 2005: € 113,27] + s ( (I_r - l_m) / (12) ) +€ 101,65 per 1 juli 2006: € 115,19 + s ( (I_r - l_m) / (12) ) in welke formule voorstelt: @@ -492,7 +470,7 @@ f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in artikel 27, die bij de primaire t ### Artikel 31 -**1.** Voor een primaire toekenning is vereist dat het bedrag dat voor het eerste driejaarstijdvak is berekend met toepassing van artikel 30, tweede lid, ten hoogste € 152,47 per 1 juli 2005: € 170,16 is. +**1.** Voor een primaire toekenning is vereist dat het bedrag dat voor het eerste driejaarstijdvak is berekend met toepassing van artikel 30, tweede lid, ten hoogste € 152,47 per 1 juli 2006: € 173,06 is. **2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 16, eerste lid, wordt in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het in het eerste lid van dit artikel genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden aangepast. @@ -510,7 +488,7 @@ Vervallen In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. actueel inkomen: het gezamenlijk inkomen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner, dat wordt berekend door het netto inkomen over de eerste kalendermaand van het desbetreffende bijdragetijdvak te herrekenen naar een gecorrigeerd verzamelinkomen over het peiljaar; +a. actueel inkomen: het gezamenlijk inkomen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner, dat wordt berekend door het netto inkomen over de eerste kalendermaand van het desbetreffende bijdragetijdvak te herrekenen naar een verzamelinkomen over het peiljaar; b. bijzondere bijdrage: bijzondere bijdrage als bedoeld in artikel 34; c. bijdragetijdvak: het tijdvak waarvoor telkens een bijzondere bijdrage kan worden toegekend; d. meetinkomen: @@ -641,7 +619,7 @@ P_mt: de maandelijkse spaarpremie ten tijde van de eerste toepassing van artikel ### Artikel 41 -**1.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 juli, de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 8, eerste lid (maximaal toegestaan inkomen), 9, eerste lid, onderdelen a, c en d (maximaal toegestaan vermogen), 29, eerste lid, formule (minimum normlasten), en 31, eerste lid (maximale ewb), aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. Het maximaal toegestaan inkomen kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28. De minimum normlasten kunnen, in plaats van de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast. +**1.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 juli, de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 8, eerste lid (norminkomen), 9, eerste lid, onderdelen a, c en d (maximaal toegestaan vermogen), 29, eerste lid, formule (minimum normlasten), en 31, eerste lid (maximale ewb), aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. Het norminkomen kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28. De minimum normlasten kunnen, in plaats van de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, genoemd in artikel 15, eerste lid, onder a (maximale koopsom) en b (maximale hypothecaire lening), worden aangepast aan de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten. @@ -654,12 +632,12 @@ P_mt: de maandelijkse spaarpremie ten tijde van de eerste toepassing van artikel De bedragen en factoren worden als volgt afgerond: a. de minimum normlasten en de maximale ewb, bedoeld in het eerste lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten; -b. het maximaal toegestaan inkomen, bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de vermeerderingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen c en d, het maximaal toegestaan vermogen, bedoeld in het eerste lid, en de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25;. +b. de norminkomens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a en b (maximaal toegestaan inkomen bij een- en tweepersoonshuishoudens), de som van de bedragen, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b (maximaal toegestaan inkomen bij een- en tweepersoonsouderenhuishoudens), het maximaal toegestaan vermogen, bedoeld in het eerste lid, en de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25; c. de factoren, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op twee decimalen. **6.** De overeenkomstig het eerste tot en met vijfde lid vastgestelde, vanaf 1 juli geldende bedragen en factoren worden elk jaar uiterlijk op 1 mei in de Staatscourant bekendgemaakt. -**7.** Bij een volgende aanpassing van deze bedragen en factoren wordt uitgegaan van de bedragen en factoren zoals die waren, voordat zij werden afgerond. +**7.** Bij een volgende aanpassing van de bedragen, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, en de factoren, bedoeld in het derde lid, wordt uitgegaan van de bedragen en factoren zoals die waren, voordat zij werden afgerond. **8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 11, eerste lid, onder b, 3^e en 4^e, en 28, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en de factor, genoemd in artikel 29, eerste lid, onder s, hoger of lager worden gesteld.