2003-11-05 | BWBR0006746 | Voertuigreglement
This commit is contained in:
parent
47facdedcc
commit
4aa7df85ce
1 changed files with 54 additions and 29 deletions
|
|
@ -46,13 +46,13 @@ a. met een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in ele
|
|||
b. met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km/h, en
|
||||
c. uitgerust met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking met een cylinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 of uitgerust met een ander type motor met een netto maximum vermogen van ten hoogste 4 kW;
|
||||
n. bus: bedrijfsauto, ingericht en blijkens het kentekenbewijs bestemd voor het vervoer van personen, met meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet meegerekend;
|
||||
n1. certificaat van overeenstemming: document opgesteld door de fabrikant van een voertuig of van een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van een voertuig, die houder is van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 2 van richtlijn 70/156/EEG of in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG voor dat type voertuig of dat type niet-oorpronkelijke technische eenheid of onderdeel, waaruit blijkt dat eerstbedoeld voertuig of niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel overeenstemt met het type waarvoor deze goedkeuring is verleend;
|
||||
n1. certificaat van overeenstemming: document opgesteld door de fabrikant van een voertuig of van een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van een voertuig, die houder is van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 2 van richtlijn 70/156/EEG, in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 2002/24/EG voor dat type voertuig of dat type niet-oorpronkelijke technische eenheid of onderdeel, waaruit blijkt dat eerstbedoeld voertuig of niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel overeenstemt met het type waarvoor deze goedkeuring is verleend;
|
||||
n2. contourmarkering: retroreflecterende belijning, aangebracht aan de zijkant of aan de achterkant van een voertuig en bestemd om de contouren van het voertuig beter kenbaar te maken.
|
||||
n3. dagrijlicht: een licht dat voorwaarts gericht is en wordt gebruikt om het voertuig tijdens het overdag rijden beter zichtbaar te maken.
|
||||
o. dimlicht: licht waarmee de weg vóór het voertuig wordt verlicht zonder dat hierdoor andere weggebruikers worden verblind of gehinderd;
|
||||
p. dolly: aanhangwagen, bestemd voor het dragen van de voorzijde van een oplegger dan wel een deel van in de lengte ondeelbare lading;
|
||||
q. driewielig motorrijtuig: motorrijtuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van meer dan 45 km/h of uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van meer dan 50 cm^3, niet zijnde een motorrijtuig met beperkte snelheid, een landbouwtrekker of een gehandicaptenvoertuig; onder driewielig motorrijtuig wordt mede verstaan een vierwielig motorrijtuig met een motor met een netto maximum vermogen van ten hoogste 15 kW, en met een ledige massa van ten hoogste 400 kg of 550 kg voor voertuigen gebruikt in het goederenvervoer, exclusief de massa van de batterijen in elektrische voertuigen, niet zijnde een vierwielig motorrijtuig als bedoeld in onderdeel m;
|
||||
q1. EG-goedkeuringsmerk: goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 92/61/EEG;
|
||||
q1. EG-goedkeuringsmerk: goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 92/61/EEG of artikel 8 van richtlijn 2002/24/EG;
|
||||
q2. fabrikant: persoon of organisatie die verantwoordelijk is voor alle aspecten van de goedkeuringsprocedure en die instaat voor de overeenstemming van de productie;
|
||||
q3. Geconditioneerd voertuig: voertuig waarvan de vaste of mobiele bovenbouw speciaal is ingericht voor het vervoer van goederen bij een gecontroleerde temperatuur en waarvan de zijwanden, met inbegrip van de isolatie, ten minste 45 mm dik zijn;
|
||||
r. gelede bus: bus bestaande uit twee of meer vaste delen die blijvend zijn verbonden door een scharnierende verbinding, waarover de passagiers zich van het ene deel naar het andere kunnen begeven;
|
||||
|
|
@ -88,7 +88,7 @@ ap. motorrijtuig met beperkte snelheid: motorrijtuig met een door de constructie
|
|||
2. ingericht voor het uitvoeren van werkzaamheden aan wegen of aan werken op, in, langs en boven wegen.
|
||||
ap1. niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel: technische eenheid of onderdeel dat behoort tot een ander type dan waarvan het voertuig bij de goedkeuring oorspronkelijk was voorzien en dat uitsluitend mag worden gebruikt ter vervanging van die oorspronkelijke technische eenheid of dat oorspronkelijke onderdeel;
|
||||
aq. ondeelbare lading: lading die ten behoeve van het vervoer over de weg niet in twee of meer ladingen kan worden gesplitst zonder dat zulks overmatige kosten of risico van schade meebrengt en die wegens haar afmetingen of massa niet kan worden vervoerd door een motorrijtuig, aanhangwagen of samenstel van voertuigen dat in alle opzichten aan dit besluit voldoet;
|
||||
aq1. onderdeel: als onderdeel van een voertuig bedoelde inrichting, die aan de eisen van een bijzondere richtlijn als bedoeld in de artikelen 4 van de richtlijnen 70/156/EEG of 92/61/EEG moet voldoen en waarvan de betrokken bijzondere richtlijn een afzonderlijke typegoedkeuring mogelijk maakt onafhankelijk van een type voertuig;
|
||||
aq1. onderdeel: als onderdeel van een voertuig bedoelde inrichting, die aan de eisen van een bijzondere richtlijn als bedoeld in de artikelen 4 van de richtlijnen 70/156/EEG, 92/61/EEG of 2002/24/EG moet voldoen en waarvan de betrokken bijzondere richtlijn een afzonderlijke typegoedkeuring mogelijk maakt onafhankelijk van een type voertuig;
|
||||
aq2. oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel: technische eenheid of onderdeel van het type waarvan het voertuig bij de typegoedkeuring of de uitbreiding daarvan is voorzien;
|
||||
ar. oplegger: aanhangwagen die is bestemd om aan een motorrijtuig te worden gekoppeld op zodanige wijze, dat een deel ervan op het motorrijtuig rust en dat een aanzienlijk deel van de massa van de oplegger en van zijn lading door het motorrijtuig wordt gedragen;
|
||||
as. parkeerlicht: licht, bestemd om de aanwezigheid van een geparkeerd voertuig aan te geven;
|
||||
|
|
@ -100,7 +100,7 @@ ax. richtlicht: licht waarvan de lichtbundel naar wens kan worden gericht;
|
|||
ay. rijdend werktuig: bedrijfsauto of motorrijtuig met beperkte snelheid, ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen;
|
||||
az. samenstel van voertuigen: trekkend voertuig met een of meer aanhangwagens;
|
||||
ba. stadslicht: licht dat, van de voorzijde gezien, de aanwezigheid van het voertuig kenbaar maakt en een aanwijzing is voor de breedte van het voertuig;
|
||||
ba1. technische eenheid: als onderdeel van een voertuig bedoelde inrichting, die aan de eisen van een bijzondere richtlijn als bedoeld in de artikelen 4 van de richtlijnen 70/156/EEG of 92/61/EEG moet voldoen en waarvan de betrokken bijzondere richtlijn een afzonderlijke typegoedkeuring mogelijk maakt uitsluitend in samenhang met een of meer bepaalde typen voertuigen;
|
||||
ba1. technische eenheid: als onderdeel van een voertuig bedoelde inrichting, die aan de eisen van een bijzondere richtlijn als bedoeld in de artikelen 4 van de richtlijnen 70/156/EEG, 92/61/EEG of 2002/24/EG moet voldoen en waarvan de betrokken bijzondere richtlijn een afzonderlijke typegoedkeuring mogelijk maakt uitsluitend in samenhang met een of meer bepaalde typen voertuigen;
|
||||
bb. trekker: bedrijfsauto, voorzien van een schotelkoppeling, bestemd voor het voortbewegen van een oplegger;
|
||||
bc. vervallen;
|
||||
bd. voertuig: motorrijtuig, aanhangwagen, fiets, zijspanwagen, wagen of andere constructie, niet bestemd om langs spoorstaven te worden voortbewogen; onder een andere constructie wordt niet verstaan een kinderwagen, niet-gemotoriseerde rolstoel, kruiwagen of soortgelijke kleine constructie;
|
||||
|
|
@ -122,6 +122,8 @@ bo. zitplaats: constructie die al dan niet een integrerend deel vormt van de con
|
|||
|
||||
### Artikel 1.1a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. verordening 3821/85/EEG: verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PbEG L 370).
|
||||
|
|
@ -192,7 +194,9 @@ bm. richtlijn 97/27/EG: richtlijn nr. 97/27/EG van het Europees Parlement en de
|
|||
bn. richtlijn 98/91/EG: richtlijn nr. 98/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 december 1998 betreffende motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en tot wijziging van richtlijn nr. 70/156/EEG (PbEG L 11);
|
||||
bo. richtlijn 2000/7/EG: richtlijn nr. 2000/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de snelheidsmeter van twee- of driewielige motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (PbEG L 106);
|
||||
bp. richtlijn 2000/40/EG: richtlijn nr. 2000/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 juni 2000 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden van motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PbEG L 203);
|
||||
bq. ECE-reglement 104: VN/ECE-reglement nr. 104 met uniforme eisen betreffende de goedkeuring van retroreflecterende markeringen voor zware en lange voertuigen en hun aanhangwagens, behorende bij de overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen.
|
||||
bq. richtlijn 2002/24/EG: richtlijn 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 maart 2002 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen en de intrekking van richtlijn 92/61/EEG (PbEU L 124).
|
||||
|
||||
**2.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder ECE-reglement 104: VN/ECE-reglement nr. 104 met uniforme eisen betreffende de goedkeuring van retroreflecterende markeringen voor zware en lange voertuigen en hun aanhangwagens, behorende bij de overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -229,9 +233,9 @@ a. dezelfde functie vervullen,
|
|||
b. licht van dezelfde kleur uitstralen, en
|
||||
c. een verlichtingsinrichting vormen waarvan de lichtdoorlatende gedeelten van de lichten op een zelfde verticaal vlak ten minste 60,0% beslaan van het oppervlak van de kleinste rechthoek die om de lichtdoorlatende gedeelten van de lichten kan worden beschreven.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid geldt voor lichten waarvoor een goedkeuring als bedoeld in richtlijn 76/756/EEG (*PbEG* 27 september 1976, L 262) is vereist, tevens dat een dergelijke combinatie als één enkel licht is goedgekeurd.
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid geldt voor lichten waarvoor een goedkeuring als bedoeld in richtlijn 76/756/EEG is vereist, tevens dat een dergelijke combinatie als één enkel licht is goedgekeurd.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid voor zover dit betrekking heeft op voertuigen welke niet vallen onder richtlijn 92/61/EEG (*PbEG* 30 juni 1992, L 225) en het tweede lid is niet van toepassing op groot licht, dimlicht en mistlichten aan de voorzijde.
|
||||
**3.** Het eerste lid, voorzover dit betrekking heeft op voertuigen die niet vallen onder richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG, en het tweede lid zijn niet van toepassing op groot licht, dimlicht en mistlichten aan de voorzijde.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -271,21 +275,27 @@ Het is met ingang van 1 oktober 2002 verboden nieuwe personenauto's die niet ver
|
|||
|
||||
### Artikel 1a.2
|
||||
|
||||
**1.** Het is de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig of een bromfiets verboden een voertuig dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 92/61/EEG goedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van die richtlijn.
|
||||
**1.** Het is tot 9 november 2004 de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig, een bromfiets of een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van deze voertuigen verboden een voertuig, technische eenheid of onderdeel dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 92/61/EG goedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van die richtlijn.
|
||||
|
||||
**2.** Het is de fabrikant van niet-oorspronkelijke technische eenheden of onderdelen van de in het eerste lid bedoelde voertuigen verboden zodanige technische eenheden of onderdelen die zijn gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 92/61/EEG goedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel B, van die richtlijn.
|
||||
**2.** Het is met ingang van 9 november 2004 de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig, een bromfiets of een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van deze voertuigen verboden een voertuig, technische eenheid of onderdeel dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 92/61/EEG goedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van richtlijn 2002/24/EG.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de daar bedoelde technische eenheden of onderdelen zijn voorzien van een EG-goedkeuringsmerk.
|
||||
**3.** Het is met ingang van 9 november 2003 de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig, een bromfiets of een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van deze voertuigen verboden een voertuig, technische eenheid of onderdeel dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 2002/24/EG goedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van die richtlijn.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing indien de daar bedoelde technische eenheden of onderdelen zijn voorzien van een EG-goedkeuringsmerk overeenkomstig richtlijn 92/61/EG of richtlijn 2002/24/EG.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op motorrijtuigen, zijnde fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, en technische eenheden of onderdelen daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.3
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen, die niet voldoen aan artikel 3.4.1, artikel 3.5.1 onderscheidenlijk artikel 3.6.1 of die niet zijn voorzien van een geldig certificaat van overeenstemming, te koop aan te bieden of af te leveren.
|
||||
**1.** Het is verboden nieuwe bromfietsen te koop aan te bieden, in voorraad te hebben of af te leveren indien deze niet overeenstemmen met een goedgekeurd type, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden oorspronkelijke technische eenheden of onderdelen van motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen die niet voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 92/61/EEG, te koop aan te bieden of af te leveren.
|
||||
**2.** Het is verboden nieuwe technische eenheden of onderdelen van motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen te koop aan te bieden, in voorraad te hebben of af te leveren indien deze niet overeenstemmen met een goedgekeurd type, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG.
|
||||
|
||||
**3.** Het is verboden niet-oorspronkelijke technische eenheden of onderdelen van de in het eerste lid bedoelde voertuigen die niet voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 92/61/EEG, of die niet zijn voorzien van een geldig certificaat van overeenstemming, te koop aan te bieden of af te leveren.
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn tot 1 december 2003 niet van toepassing op bromfietsen en technische eenheden of onderdelen van motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen ten aanzien waarvan een nationale typegoedkeuring is verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op motorfietsen, driewielige motorrijtuigen, bromfietsen en technische eenheden of onderdelen daarvan, ten aanzien waarvan een nationale typegoedkeuring of een goedkeuring voor een individueel voertuig als bedoeld in artikel 26 van de wet is verleend.
|
||||
**4.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op motorrijtuigen, zijnde fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, en technische eenheden of onderdelen daarvan.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op bromfietsen ten aanzien waarvan een goedkeuring voor een individueel voertuig, bedoeld in artikel 26 van de Wegenverkeerswet 1994, is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -312,6 +322,10 @@ Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor veiligheidsruiten en mate
|
|||
a. bestemd voor montage op voertuigen waarop richtlijn 70/156/EEG niet van toepassing is of die met betrekking tot dit aspect van de toepassing van deze richtlijn zijn vrijgesteld;
|
||||
b. die voldoen aan artikel 2, vierde lid van richtlijn nr. 2001/92/EG van de Europese Commissie van 30 oktober 2001 tot aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn 92/22/EEG van de Raad betreffende veiligheidsruiten en materialen voor ruiten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L 291).
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.7
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Toelating tot de weg
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Categorieën toelatingskeuring
|
||||
|
|
@ -326,7 +340,7 @@ De in hoofdstuk 3 genoemde categorieën voertuigen, voertuigonderdelen, uitrusti
|
|||
|
||||
Onze Minister kan bepalen dat voor:
|
||||
|
||||
a. voertuigen die in een kleine serie als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 70/156/EEG (*PbEG* 23 februari 1970, L 42), dan wel artikel 15 van richtlijn 92/61/EEG (*PbEG* 10 augustus 1992, L 225) worden vervaardigd,
|
||||
a. voertuigen die in een kleine serie als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 70/156/EEG, dan wel artikel 15 van richtlijn 2002/24/EG,
|
||||
b. voertuigen die zijn vervaardigd voor een speciaal gebruiksdoel,
|
||||
c. voertuigen waarin technologieën of concepten zijn verwerkt die wegens hun specifieke aard niet aan een of meer van de voorschriften van EEG-richtlijnen kunnen voldoen en waarvan bij de keuring niet kan worden vastgesteld dan wel slechts op termijn kan worden vastgesteld of aan de in hoofdstuk 3 gestelde eisen wordt voldaan,
|
||||
d. voertuigen waarvoor een goedkeuring als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet wordt gevraagd,
|
||||
|
|
@ -339,14 +353,11 @@ goedkeuring, dan wel in het geval bedoeld onder *c* tijdelijk goedkeuring, kan w
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het bepaalde in artikel 24 van de wet kunnen voertuigen op grond van een reeds verleende goedkeuring nog gedurende een periode van een jaar na het van kracht worden van zwaardere eisen, tot het verkeer op de weg worden toegelaten, mits deze goedkeuring:
|
||||
|
||||
a. een ingevolge richtlijn 70/156/EEG (PbEG 23 februari 1970, L 42) verleende goedkeuring betreft en voldaan wordt aan de voorwaarden, genoemd in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 70/156/EEG (PbEG 23 februari 1970, L 42), en bijlage XII.B, eerste alinea, onder 1, bij richtlijn 70/156/EEG (PbEG 23 februari 1970, L 42);
|
||||
b. een op basis van nationale eisen verleende goedkeuring betreft en voldaan wordt aan de door Onze Minister gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op voertuigen als bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van richtlijn 92/61/EEG (PbEG 10 augustus 1992, L 225).
|
||||
a. een ingevolge richtlijn 70/156/EEG verleende goedkeuring betreft en voldaan wordt aan de voorwaarden, genoemd in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 70/156/EEG, en bijlage XII.B, eerste alinea, onder 1, bij richtlijn 70/156/EEG;
|
||||
b. een ingevolge richtlijn 2002/24/EG verleende goedkeuring betreft en voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 16, eerste lid, van richtlijn 2002/24/EG en bijlage VIII, onder a, bij richtlijn 2002/24/EG.
|
||||
c. een op basis van nationale eisen verleende goedkeuring betreft en voldaan wordt aan de door Onze Minister gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Beperking reikwijdte eisen toelating
|
||||
|
||||
|
|
@ -359,7 +370,9 @@ b. motorrijtuigen die bestemd zijn om door een voetganger te worden meegevoerd;
|
|||
c. motorrijtuigen die bestemd zijn voor gebruik door lichamelijk gehandicapten;
|
||||
d. landbouwtrekkers en andere motorrijtuigen die bestemd zijn voor de landbouw of daarmee vergelijkbare doeleinden;
|
||||
e. motorrijtuigen met drie symmetrisch geplaatste wielen, waarvan een wiel aan de voorzijde en twee wielen aan de achterzijde, die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en voor vrijetijdsbesteding;
|
||||
f. onderdelen of technische eenheden van de in de onderdelen a tot en met e bedoelde voertuigen voor zover deze niet bestemd zijn om op motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen gemonteerd te worden.
|
||||
f. onderdelen of technische eenheden van de in de onderdelen a tot en met e bedoelde voertuigen voor zover deze niet bestemd zijn om op motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen gemonteerd te worden;
|
||||
g. motorrijtuigen, zijnde fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;
|
||||
h. onderdelen of technische eenheden van de in onderdeel g bedoelde voertuigen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Eisen toelating
|
||||
|
||||
|
|
@ -1221,7 +1234,9 @@ e. in gebruik genomen na 25 oktober 1999, moeten voor wat betreft de verbranding
|
|||
|
||||
### Artikel 3.4.1
|
||||
|
||||
Motorfietsen moeten voor toelating tot het verkeer op de weg voorzien zijn van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
|
||||
**1.** Motorfietsen moeten tot 9 november 2003 voor het verkrijgen van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG voor toelating tot het verkeer op de weg voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Motorfietsen moeten met ingang van 9 november 2003 voor het verkrijgen van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 2002/24/EG voor toelating tot het verkeer op de weg voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1518,11 +1533,13 @@ Motorfietsen op twee wielen, die in gebruik worden genomen na 31 mei 1995 moeten
|
|||
|
||||
### Artikel 3.5.1
|
||||
|
||||
**1.** Driewielige motorrijtuigen moeten voor toelating tot het verkeer op de weg zijn voorzien van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
|
||||
**1.** Driewielige motorrijtuigen moeten tot 9 november 2003 voor het verkrijgen van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG voor toelating tot het verkeer op de weg voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn op driewielige motorrijtuigen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, die in gebruik zijn genomen voor 1 november 1995, de in afdeling 3 van dit hoofdstuk gestelde eisen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Driewielige motorrijtuigen moeten met ingang van 9 november 2003 voor het verkrijgen van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 2002/24/EG voor toelating tot het verkeer op de weg voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde driewielige motorrijtuigen.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid zijn op driewielige motorrijtuigen met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, die in gebruik zijn genomen vóór 1 november 1995, de in afdeling 3 van dit hoofdstuk gestelde eisen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het derde lid bedoelde driewielige motorrijtuigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1928,7 +1945,9 @@ Driewielige motorrijtuigen die in gebruik worden genomen na 31 mei 1995, moeten
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6.1
|
||||
|
||||
Bromfietsen moeten voor toelating tot het verkeer op de weg voorzien zijn van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG.
|
||||
**1.** Bromfietsen moeten tot 9 november 2003 voor het verkrijgen van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG voor toelating tot het verkeer op de weg voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Bromfietsen moeten met ingang van 9 november 2003 voor het verkrijgen van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 2002/24/EG voor toelating tot het verkeer op de weg voldoen aan de in deze afdeling vermelde eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -2635,6 +2654,10 @@ c. de cylinderinhoud van de verbrandingsmotor van het gehandicaptenvoertuig niet
|
|||
|
||||
**2.** Gehandicaptenvoertuigen zonder motor moeten voldoen aan de in afdeling 9 van dit hoofdstuk aan fietsen gestelde eisen, met uitzondering van het in artikel 5.9.6 ter zake van de afmetingen bepaalde, waarvoor artikel 5.10.6 in de plaats treedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1.6
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Personenauto’s
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 0. Algemeen
|
||||
|
|
@ -5285,7 +5308,7 @@ b. zij moeten:
|
|||
A. een goed leesbaar goedkeuringsmerk dat is aangebracht op het balhoofd of op enig ander deel van het frame, dan wel
|
||||
B. zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, behorende tot een na 1 juli 1958 doch voor 31 december 1994 door Onze Minister goedgekeurd type, voorzien van een goed leesbaar goedkeuringsmerk, dan wel
|
||||
C. zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, waarvan het merk en het type door Onze Minister vóór 1 juli 1958 in de Nederlandse Staatscourant zijn bekend gemaakt, of
|
||||
2°. behoren tot een type waarvoor een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG is afgegeven en zijn voorzien van een constructieplaat waarop de volgende gegevens zijn vermeld:
|
||||
2°. behoren tot een type waarvoor een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG is afgegeven en zijn voorzien van een constructieplaat waarop de volgende gegevens zijn vermeld:
|
||||
|
||||
A. de naam van de fabrikant;
|
||||
B. het goedkeuringsnummer betreffende de goedkeuring van het voertuig;
|
||||
|
|
@ -5302,6 +5325,8 @@ b. de in het eerste lid, onderdeel c, genoemde plaat of vlakken en de wijze waar
|
|||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, onderdeel b, tweede volzin, mogen bromfietsen op drie of meer wielen met een carrosserie niet zijn voorzien van een plaat of vlakken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op voertuigen als bedoeld in artikel 2.4, onderdelen a, b en g.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Algemene bouwwijze van het voertuig
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6.3
|
||||
|
|
@ -5364,7 +5389,7 @@ c. niet hoger zijn dan 2.50 m.
|
|||
|
||||
**5.** Bromfietsen mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan 97 dB(A) voor bromfietsen die blijkens het in artikel 5.6.1, eerste lid, onderdeel *b*, genoemde goedkeuringsmerk zijn geconstrueerd voor een maximum snelheid van meer dan 25 km/h, en niet meer dan 90 dB(A) voor andere bromfietsen.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid mogen bromfietsen die behoren tot een type waarvoor een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG is afgegeven in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan de waarde die is vermeld op de in artikel 5.6.1, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, bedoelde constructieplaat, vermeerderd met 2dB(A).
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid mogen bromfietsen die behoren tot een type waarvoor een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of richtlijn 2002/24/EG is afgegeven in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan de waarde die is vermeld op de in artikel 5.6.1, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, bedoelde constructieplaat, vermeerderd met 2dB(A).
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister stelt regels vast omtrent de wijze van meten van de in het vijfde en zesde lid bedoelde geluidproductie.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue