diff --git a/wet/tijdelijke-wet-covid-19-justitie-en-veiligheid/BWBR0043413/README.md b/wet/tijdelijke-wet-covid-19-justitie-en-veiligheid/BWBR0043413/README.md index 8b486802f0a..629008a9a84 100644 --- a/wet/tijdelijke-wet-covid-19-justitie-en-veiligheid/BWBR0043413/README.md +++ b/wet/tijdelijke-wet-covid-19-justitie-en-veiligheid/BWBR0043413/README.md @@ -41,7 +41,7 @@ d. op de voorbereiding afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepas ### Artikel 2a -Indien in verband met de uitbraak van COVID-19 in penitentiaire beklag- en beroepsprocedures het houden van een fysieke zitting niet mogelijk is, kan het horen van de klager en de directeur als bedoeld in de in de artikelen 64, eerste lid, 69, vijfde lid, 73, vierde lid van de Penitentiaire beginselenwet, de artikelen 61, eerste lid, 67, vijfde lid, 69, vierde lid van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de artikelen 69, eerste lid, 74, vijfde lid, en 78, vierde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen plaatsvinden door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 3 @@ -296,11 +296,8 @@ Indien de voorzitter van een veiligheidsregio op grond van artikel 39, eerste li In afwijking van het derde lid: -a. vervallen de artikelen 15 en 22 op 1 september 2023; -b. vervalt artikel 33 op 1 september 2020, tenzij voor die datum een voorstel van wet bij de Tweede Kamer is ingediend tot regeling van het onderwerp van dat artikel; -c. vervalt artikel 34 op 1 september 2020, tenzij voor die datum een voorstel van wet bij de Tweede Kamer is ingediend tot regeling van het onderwerp van dat artikel. - -**7.** Indien een voorstel van wet als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b of c, wordt ingetrokken of indien een van de Kamers van de Staten-Generaal tot het niet-aannemen van het voorstel van wet besluit, vervalt artikel 33, onderscheidenlijk artikel 34. +a. vervallen de artikelen 15 en 22 met ingang van 1 september 2023; +b. vervallen de artikelen 33 en 34 met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in verband met het verlengen van de geldingsduur van de voorzieningen in de artikelen 33 en 34. Het tijdstip waarop deze artikelen vervallen kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste twee maanden na het tijdstip ligt waarop deze artikelen zouden vervallen. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op dit koninklijk besluit. ### Artikel 36