From 4acf36f66cdf4d11e7b2dc6f39b3a59e4c48b984 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jul 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-07-01 | BWBR0014168 | Mijnbouwwet --- wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md | 20 +++++++------------- 1 file changed, 7 insertions(+), 13 deletions(-) diff --git a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md index 1726ed6703f..79db5b1eb0a 100644 --- a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md +++ b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md @@ -488,13 +488,13 @@ d. titel 15.4 ten aanzien van een beschikking omtrent: ### Artikel 47 -**1.** Onze Minister kan bepalen dat zekerheid gesteld dient te worden voor de nakoming van hetgeen verschuldigd zal worden, ingeval hij bestuursdwang toepast ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen ten aanzien van het verwijderen of achterlaten, dan wel het na verwijdering slopen of hergebruiken van niet meer in gebruik zijnde mijnbouwinstallaties. +**1.** Onze Minister kan bepalen dat zekerheid gesteld dient te worden voor de nakoming van hetgeen verschuldigd zal worden, ingeval hij een last onder bestuursdwang oplegt ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen ten aanzien van het verwijderen of achterlaten, dan wel het na verwijdering slopen of hergebruiken van niet meer in gebruik zijnde mijnbouwinstallaties. **2.** De artikelen 41, vierde lid, en 46, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 48 -**1.** Onze Minister kan bepalen dat zekerheid gesteld dient te worden voor de nakoming van hetgeen verschuldigd zal worden, ingeval hij bestuursdwang toepast ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen ten aanzien van het verwijderen of achterlaten, dan wel het na verwijdering slopen of hergebruiken van niet meer in gebruik zijnde, op of in het continentaal plat gelegen kabels of pijpleidingen. +**1.** Onze Minister kan bepalen dat zekerheid gesteld dient te worden voor de nakoming van hetgeen verschuldigd zal worden, ingeval hij een last onder bestuursdwang oplegt ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen ten aanzien van het verwijderen of achterlaten, dan wel het na verwijdering slopen of hergebruiken van niet meer in gebruik zijnde, op of in het continentaal plat gelegen kabels of pijpleidingen. **2.** De artikelen 45, tweede lid, en 46, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -841,13 +841,11 @@ Gedeputeerde staten stellen de afdracht vast en maken het verschuldigde bedrag a ### Artikel 79 -**1.** Een afdracht aan de provincie wordt betaald binnen een maand na het tijdstip waarop de afdracht door gedeputeerde staten bekend is gemaakt. - -**2.** Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing en invordering met overeenkomstige toepassing van de artikelen 11, 12, 14, 17, eerste lid, 28, eerste, vijfde en zesde lid, en 29 van de Invorderingswet 1990 met dien verstande dat gedeputeerde staten in de plaats treden van de ontvanger. +Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing en invordering van de afdracht aan de provincie met overeenkomstige toepassing van de artikelen 11, 12, 14, 17, eerste lid, 28, eerste, vijfde en zesde lid, en 29 van de Invorderingswet 1990 met dien verstande dat gedeputeerde staten in de plaats treden van de ontvanger. ### Artikel 80 -Indien een afdracht aan de provincie op een later tijdstip op een ander bedrag wordt vastgesteld, wordt bij die latere vaststelling de rentederving in rekening gebracht die voor de betrokkene of voor de provincie uit die latere vaststelling voortvloeit. Daarbij wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht, waarvan het percentage gelijk is aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. +Indien een afdracht aan de provincie op een later tijdstip op een ander bedrag wordt vastgesteld, wordt bij die latere vaststelling de rentederving in rekening gebracht die voor de betrokkene of voor de provincie uit die latere vaststelling voortvloeit. Daarbij wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht, waarvan het percentage gelijk is aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. ### Afdeling 5.2. Deelneming in opsporing en winning van koolwaterstoffen en andere taken en activiteiten van de aangewezen vennootschap @@ -1084,11 +1082,7 @@ Vervallen ### Artikel 100 -**1.** Een afdracht als bedoeld in artikel 98, eerste lid, aan de staat of een vooruitbetaling op een afdracht wordt betaald binnen een maand na het tijdstip waarop de afdracht of de vooruitbetaling verschuldigd is geworden. - -**2.** Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing en invordering van een afdracht als bedoeld in artikel 98, eerste lid, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 11, 12, 14, 17, eerste lid, 25, eerste en tweede lid, 28, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, en 29 van de Invorderingswet 1990 met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van de ontvanger. - -**3.** Een afdracht als bedoeld in artikel 98, tweede lid, wordt geheven en ingevorderd met toepassing van paragraaf 5.1.1.5. +Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing en invordering van de afdracht aan de staat of een vooruitbetaling op een afdracht met overeenkomstige toepassing van de artikelen 11, 12, 14, 17, eerste lid, 25, eerste en tweede lid, 28, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, en 29 van de Invorderingswet 1990 met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van de ontvanger. ### Artikel 101 @@ -1096,7 +1090,7 @@ Vervallen **2.** Aan de betrokkene wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht over het bedrag waarvoor overeenkomstig artikel 25 van de Invorderingswet 1990 uitstel van betaling is verleend. De rente wordt berekend over het tijdvak waarvoor uitstel is verleend. -**3.** Het percentage van de rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is gelijk aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. +**3.** Het percentage van de rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is gelijk aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. **4.** Een rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is aan de staat verschuldigd met ingang van de dag na die waarop de vaststelling aan de betrokkene bekend is gemaakt. Artikel 100 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betaling en de invordering van deze rente. @@ -1378,7 +1372,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 132 -Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. +Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. ### Artikel 133