diff --git a/wet/wet-medezeggenschap-op-scholen/BWBR0020685/README.md b/wet/wet-medezeggenschap-op-scholen/BWBR0020685/README.md index 5c7e95276bd..9597a1d26c1 100644 --- a/wet/wet-medezeggenschap-op-scholen/BWBR0020685/README.md +++ b/wet/wet-medezeggenschap-op-scholen/BWBR0020685/README.md @@ -115,7 +115,7 @@ De medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de onders **2.** De medezeggenschapsraad waakt voorts in de school tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van gehandicapten en allochtone werknemers. -**3.** De medezeggenschapsraad doet aan alle bij de school betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en stelt de geledingen en de eventuele raden, bedoeld in artikel 20, in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geleding of raden in het bijzonder aangaan, met hem overleg te voeren. +**3.** De medezeggenschapsraad doet aan alle bij de school betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en stelt de eventuele raden, bedoeld in artikel 20, in de gelegenheid om over aangelegenheden die hen in het bijzonder aangaan, met hem overleg te voeren. ### Artikel 8 @@ -143,16 +143,27 @@ i. jaarlijks na afloop van het schooljaar doch uiterlijk 1 oktober daaropvolgen **6.** Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan een geleding van de medezeggenschapsraad, wordt dat voorstel gelijktijdig ter kennisneming aan de andere geleding of geledingen aangeboden. Daarbij wordt tevens een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het voorstel, alsmede van de gevolgen die de uitwerking van het voorstel naar verwachting zal hebben voor het personeel, ouders en leerlingen en van de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen. +### Artikel 8a + +Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken: + +a. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, en +b. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. + ### Artikel 9 -De artikelen 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, met dien verstande dat het de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder dezelfde onderwijswet betreft, op de medezeggenschapsraad van een samenwerkingsverband, een centrale dienst en de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, zesde lid, en op de ondersteuningsplanraad. +De artikelen 6, 7, 8 en 8a zijn, met uitzondering van de onderdelen c en d voor wat betreft artikel 8a, van overeenkomstige toepassing op: + +a. de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, met dien verstande dat het de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder dezelfde onderwijswet betreft, +b. de medezeggenschapsraad van een samenwerkingsverband, +c. de medezeggenschapsraad van een centrale dienst, +d. de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, zesde lid, en +e. de ondersteuningsplanraad. ## Hoofdstuk 3. Instemmings- en adviesbevoegdheden ### Artikel 10 -**1.** - Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de medezeggenschapsraad voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden: a. verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school; @@ -166,13 +177,6 @@ h. overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie i. de verzelfstandiging van een nevenvestiging, of een deel van de school of nevenvestiging dat zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school of nevenvestiging op grond van artikel 84a van de Wet op het primair onderwijs; j. vaststelling of wijziging van de data, bedoeld in artikel 17 van het Inrichtingsbesluit WVO. -**2.** - -Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken: - -a. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, en -b. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. - ### Artikel 11 **1.** @@ -214,7 +218,7 @@ b. aanstelling of ontslag van de leden van het bestuur van het samenwerkingsverb Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden: -a. regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel i, of artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m; +a. regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 10, onderdeel i, of artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m; b. vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie; c. vaststelling of wijziging van regels met betrekking tot de nascholing van het personeel; d. vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden; @@ -230,8 +234,8 @@ m. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de besch n. vaststelling of wijziging van een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van het personeel; o. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bevorderingsbeleid of op het gebied van het aanstellings- en ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging geen verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan; p. vaststelling of wijziging van regels waarover partijen die een collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, zijn overeengekomen dat die regels of de wijziging daarvan in het overleg tussen bevoegd gezag en het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad tot stand wordt gebracht; -q. vaststelling of wijziging van de regeling, bedoeld in artikel 28, voor zover die betrekking heeft op personeel; -r. vaststelling of wijziging van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de dagen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel j. +q. vaststelling of wijziging van de regeling, bedoeld in artikel 28, derde lid; +r. vaststelling of wijziging van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de dagen, bedoeld in artikel 10, onderdeel j. **2.** Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs dat tevens bevoegd gezag is van een of meer basisscholen behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel van eerstgenoemde school is gekozen voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot de inzet van de bekostiging die op grond van artikel 120, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs aan eerstgenoemde school is toegekend. @@ -241,7 +245,7 @@ r. vaststelling of wijziging van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra, met uitzondering van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden: -a. regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel i, of artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m; +a. regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 10, onderdeel i, of artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m; b. verandering van de grondslag van de school of omzetting van de school of van een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; c. de vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders of de leerlingen worden gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan; d. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen; @@ -298,7 +302,7 @@ Het samenwerkingsverband behoeft de voorafgaande instemming van de ondersteuning **2.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, wordt niet genomen dan na afweging van in elk geval de onderwijskundige, de personele en de materiële belangen van de school, welke afweging schriftelijk in de motivering van het besluit tot uitdrukking wordt gebracht. -**3.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, onderdeel h, 11, eerste lid, onderdeel c, voor zover het de beëindiging van de school betreft, en onderdeel p, en 13, eerste lid, onderdelen b en h, wordt niet genomen dan na raadpleging van de ouders. +**3.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 10, onderdeel h, 11, eerste lid, onderdeel c, voor zover het de beëindiging van de school betreft, en onderdeel p, en 13, eerste lid, onderdelen b en h, wordt niet genomen dan na raadpleging van de ouders. ### Artikel 16 @@ -498,7 +502,7 @@ De artikelen 21, 22, 23, 24, eerste lid, 28 en 29 zijn van overeenkomstige toepa **4.** Het voorleggen van een geschil als bedoeld in het tweede of derde lid geschiedt onder overlegging van de argumenten voor het advies en de argumenten voor het oordeel dat door het niet of niet geheel volgen van het advies de belangen van de school of van de medezeggenschapsraad ernstig worden geschaad. De commissie stelt het bevoegd gezag in de gelegenheid, zijn argumenten voor het niet of niet geheel volgen van het advies bij de commissie naar voren te brengen. De behandeling van het verzoek verlengt de opschorting, bedoeld in het eerste lid, niet. -**5.** De commissie beoordeelt of het bevoegd gezag bij niet of niet geheel volgen van het advies van de medezeggenschapsraad bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen. +**5.** De commissie beoordeelt of het bevoegd gezag bij niet of niet geheel volgen van het advies van de medezeggenschapsraad bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. **6.** @@ -559,27 +563,19 @@ De Wet op de ondernemingsraden is niet van toepassing op de scholen, samenwerkin ### Artikel 40 -**1.** De Wet medezeggenschap onderwijs 1992 is niet van toepassing op scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Experimentenwet onderwijs. - -**2.** Het Besluit medezeggenschap onderwijs blijft van kracht totdat de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 27 tot stand is gekomen. Het geldt tot dat tijdstip als besluit, gebaseerd op artikel 27 van deze wet. +Het Besluit medezeggenschap onderwijs blijft van kracht totdat de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 27 tot stand is gekomen. Het geldt tot dat tijdstip als besluit, gebaseerd op artikel 27 van deze wet. ### Artikel 41 -**1.** Binnen 4 maanden na de inwerkingtreding van deze wet legt het bevoegd gezag een voorstel van het reglement, bedoeld in artikel 23 en 26, en van het medezeggenschapsstatuut, bedoeld in artikel 21, voor aan de medezeggenschapsraad respectievelijk de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. De medezeggenschapsraad respectievelijk de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad spreekt zich binnen 4 maanden uit over de voorstellen. - -**2.** Het medezeggenschapsreglement, bedoeld in de Wet medezeggenschap onderwijs 1992, vervalt met ingang van 1 augustus van het tweede jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van deze wet, indien het bevoegd gezag niet met instemming van de medezeggenschapsraad respectievelijk de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bepaalt dat het geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip vervalt. +Vervallen ### Artikel 42 -Tot 1 augustus 2009 of zoveel eerder als de mededeling, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 zoals dat luidde op de datum voor de inwerkingtreding van deze wet, zou moeten worden gedaan, gelden een ontheffing en een toestemming die zijn verleend op grond van artikel 31 van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 als een ontheffing van de voorschriften van deze wet respectievelijk een toestemming voor het kiezen van de leden, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, onder 2° en 3° uit de ouders. Artikel 31, tweede lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 zoals dat luidde op de datum voor de inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op de ontheffing dan wel toestemming. +Vervallen ### Artikel 43 -**1.** Tot een jaar na de inwerkingtreding van deze wet worden geschillen op grond van deze wet, in afwijking van artikel 30, beslist door de commissies voor geschillen, bedoeld in de Wet medezeggenschap onderwijs 1992. - -**2.** De op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet besliste geschillen, door het bevoegd gezag van een school voorgelegd aan een commissie voor geschillen als bedoeld in de Wet medezeggenschap onderwijs 1992, gelden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet als geschillen die krachtens deze wet aanhangig zijn. - -**3.** Een jaar na de inwerkingtreding van deze wet dragen de commissies, bedoeld in het eerste lid, de onder hen berustende dossiers terstond over aan de landelijke commissie voor geschillen bedoeld in artikel 30. +Vervallen ### Artikel 44 @@ -599,7 +595,7 @@ Wijzigt de Experimentenwet onderwijs, de Arbeidstijdenwet en de Wet op de rechte ### Artikel 46 -Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. +Vervallen ### Artikel 47