2008-07-01 | BWBR0023771 | Besluit algemene regels milieu mijnbouw
This commit is contained in:
parent
f1644186d8
commit
4af797cd0c
1 changed files with 54 additions and 87 deletions
|
|
@ -17,14 +17,14 @@ citeertitel: Besluit algemene regels milieu mijnbouw
|
|||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
b. mobiele installatie: een verplaatsbare installatie voor het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, testen, onderhouden, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat of het stimuleren van een voorkomen via een boorgat;
|
||||
b. mobiele installatie: een verplaatsbare installatie voor het aanleggen, testen, onderhouden, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat;
|
||||
c. onderzeese installatie: een geheel boven en beneden de bodem van een oppervlaktewater gelegen mijnbouwinstallatie die niet boven het oppervlaktewater uitsteekt;
|
||||
d. uitvoerder: de in artikel 41, vierde lid, van de Mijnbouwwet bedoelde persoon;
|
||||
e. woning: een gebouw of deel van een gebouw dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd;
|
||||
f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting en gebouwen gelegen op een gezoneerd industrieterrein;
|
||||
g. geluidsgevoelige terreinen: geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting en terreinen op een gezoneerd industrieterrein;
|
||||
h. ongewoon voorval: voorval als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer;
|
||||
i. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit alsmede het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn een vergunning krachtens artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet voor de betrokken inrichting of installatie te verlenen;
|
||||
i. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit alsmede het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet voor de betrokken inrichting of installatie te verlenen;
|
||||
j. maatwerkvoorschrift: voorschrift dat nodig is ter bescherming van het milieu, inhoudende:
|
||||
|
||||
1°. een beschikking waarbij het bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel
|
||||
|
|
@ -32,78 +32,65 @@ j. maatwerkvoorschrift: voorschrift dat nodig is ter bescherming van het milieu,
|
|||
k. NRB: Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten, uitgegeven door Infomil;
|
||||
l. PGS: Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen;
|
||||
m. motorrendement: het procentuele aandeel van de warmte-inhoud van de toegevoerde brandstoffen, dat bij de hoogste belasting waarbij de zuigermotor continu kan worden bedreven, bij ISO-luchtcondities,in arbeid wordt omgezet;
|
||||
n. ISO-luchtcondities: een temperatuur van 288° Kelvin, een druk van 101,3 kPa en een relatieve vochtigheid van 60 procent;
|
||||
o. ETRS89 systeem: European Terrestrial Reference System 1989, bedoeld in bijlage II, onder 1.2, van Verordening (EU) nr. 1089/2010 van de Commissie van 23 november 2010 ter uitvoering van Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van verzamelingen ruimtelijke gegevens en van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens (PbEU 2010, L 323).
|
||||
n. ISO-luchtcondities: een temperatuur van 288° Kelvin, een druk van 101,3 kPa en een relatieve vochtigheid van 60 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de toepassing van de NRB.
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de bij de toepassing van dit besluit in acht te nemen tekst van:
|
||||
|
||||
a. de bij of krachtens dit besluit genoemde niet publiekrechtelijke regelingen of normen;
|
||||
b. de NRB.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn van de mobiele installatie dan wel onderzeese installatie en de in verband met de mobiele installatie dan wel onderzeese installatie verrichte werkzaamheden en activiteiten nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
|
||||
**1.** De uitvoerder die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn van de mobiele installatie dan wel onderzeese installatie en de in verband met de mobiele installatie dan wel onderzeese installatie verrichte werkzaamheden en activiteiten nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 2.1, tweede en vierde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 2.1, tweede en derde lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied, meldingen en instemming
|
||||
## Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied en meldingen
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Als categorieën van mijnbouwwerken als bedoeld in artikel 40, tweede lid, tweede volzin, van de Mijnbouwwet worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. een mobiele installatie op land met bijbehorend terrein met uitzondering van een mobiele installatie die geplaatst is bij een voor winning bestemd mijnbouwwerk;
|
||||
b. een mobiele installatie in een oppervlaktewater, met uitzondering van een mobiele installatie die geplaatst is bij een voor winning bestemd mijnbouwwerk;
|
||||
c. een onderzeese installatie die niet is verbonden met een voor winning bestemd mijnbouwwerk.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Dit besluit is van toepassing op:
|
||||
Dit besluit is van toepassing op de volgende categorieën van installaties:
|
||||
|
||||
a. mobiele installaties op land met bijbehorend terrein;
|
||||
b. mobiele installaties in oppervlaktewater;
|
||||
c. onderzeese installaties.
|
||||
a. de installaties aangewezen in artikel 4;
|
||||
b. een mobiele installatie op land of in een oppervlaktewater die geplaatst is binnen een voor winning bestemd mijnbouwwerk waarvoor een vergunning verplicht is op grond van artikel 8.1, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
c. een onderzeese installatie die verbonden is met een voor winning bestemd mijnbouwwerk waarvoor een vergunning verplicht is op grond van artikel 8.1, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
d. een mobiele installatie op het continentaal plat die geplaatst is bij een voor winning bestemd mijnbouwwerk waarvoor een vergunning nodig is op grond van artikel 40, tweede lid, eerste volzin van de Mijnbouwwet;
|
||||
e. een onderzeese installatie op het continentaal plat die verbonden is met een voor winning bestemd mijnbouwwerk waarvoor een vergunning nodig is op grond van artikel 40, tweede lid, eerste volzin van de Mijnbouwwet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Dit besluit is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een mobiele installatie op een locatie die gelegen is in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b, of d van punt 1 van onderdeel A van de bijlage, behorende bij het Besluit milieueffectrapportage;
|
||||
b. een mobiele installatie op land indien uit de berekening van het plaatsgebonden risico als bedoeld in artikel 44 blijkt dat er een beperkt kwetsbaar object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen binnen de 10^-6 per jaar veiligheidscontour is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Van het verbod, bedoeld in artikel 40, tweede lid, eerste volzin, van de Mijnbouwwet, zijn alle mobiele en onderzeese installaties uitgezonderd, tenzij een installatie is geplaatst bij of verbonden is met een voor winning bestemd mijnbouwwerk op het continentaal plat.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder instemming van Onze Minister met een mobiele installatie in het continentaal plat een boorgat aan te leggen, uit te breiden of te wijzigen, tenzij de mobiele installatie is geplaatst bij of verbonden is aan een mijnbouwwerk en voor deze activiteit krachtens artikel 40, tweede lid, eerste volzin, van de Mijnbouwwet een vergunning is verleend.
|
||||
|
||||
**2.** De instemming kan slechts in het belang van de bescherming van het milieu worden geweigerd.
|
||||
|
||||
**3.** De instemming en de daarbij gestelde voorwaarden, beperkingen en voorschriften kunnen worden gewijzigd, voor zover de wijziging wordt gerechtvaardigd door het belang van de bescherming van het milieu.
|
||||
|
||||
**4.** De instemming kan worden ingetrokken indien het aanleggen, uitbreiden of wijzigen van een boorgat met een mobiele installatie tot ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu kan leiden.
|
||||
|
||||
### Artikel 5b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan ter bescherming van het milieu:
|
||||
|
||||
a. aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een vergunning als bedoeld in artikel 40, tweede lid, eerste volzin, van de Mijnbouwwet en een instemming voorschriften verbinden om aanvullende eisen te stellen;
|
||||
b. een bepaling als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 19, 21 tot en met 61, eerste lid, en 62 tot en met 65, niet van toepassing verklaren en daarbij beperkingen of voorwaarden stellen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een vergunning als bedoeld in artikel 40, tweede lid, eerste volzin, van de Mijnbouwwet of een instemming.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 20, eerste en tweede lid, en artikel 61, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 20, derde en vierde lid, is niet van toepassing.
|
||||
a. werkzaamheden met behulp van een mobiele installatie die plaatsvinden op een locatie die gelegen is in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b (tot 3 zeemijl uit de kust) of d van punt 1 van onderdeel A van de bijlage, behorende bij het Besluit milieu-effectrapportage 1994;
|
||||
b. werkzaamheden met behulp van een mobiele installatie op land indien uit de berekening van het plaatsgebonden risico als bedoeld in artikel 44 van dit besluit blijkt dat er een beperkt kwetsbaar object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen binnen de 10^-6 per jaar veiligheidscontour is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat met behulp van een mobiele installatie op land en het stimuleren van een voorkomen via een boorgat geschiedt in overeenstemming met de voorschriften die zijn opgenomen in Hoofdstuk 3.
|
||||
**1.** Het aanleggen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat met behulp van een mobiele installatie op land als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, of artikel 5, eerste lid, onderdeel b, geschiedt in overeenstemming met de voorschriften die zijn opgenomen in Hoofdstuk 3.
|
||||
|
||||
**2.** Het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat met behulp van een mobiele installatie in oppervlaktewater en het stimuleren van een voorkomen via een boorgat geschiedt in overeenstemming met de voorschriften die zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
|
||||
**2.** Het aanleggen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat met behulp van een mobiele installatie in oppervlaktewater als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, of artikel 5, eerste lid, onderdelen b en d, geschiedt in overeenstemming met de voorschriften die zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
|
||||
|
||||
**3.** Het aanleggen, testen, onderhouden, repareren en het gebruik van een onderzeese installatie geschiedt in overeenstemming met de voorschriften die zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
|
||||
**3.** Het aanleggen, testen, onderhouden en repareren van een onderzeese installatie als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, of het gebruik van een onderzeese installatie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen c en e, geschiedt in overeenstemming met de voorschriften die zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
|
||||
|
||||
**4.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat de voorschriften, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden nageleefd.
|
||||
**4.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat de voorschriften, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden nageleefd.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte die het voornemen heeft om werkzaamheden uit te voeren op land met een mobiele installatie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, meldt ten minste vier weken voor de aanvang van die werkzaamheden schriftelijk of per elektronische post aan Onze Minister:
|
||||
De uitvoerder die het voornemen heeft om werkzaamheden uit te voeren op land met een mobiele installatie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, meldt ten minste vier weken voor de aanvang van die werkzaamheden schriftelijk of per elektronische post aan Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van de mobiele installatie met bijbehorend terrein ten opzichte van de directe nabijheid van geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen;
|
||||
b. de naam dan wel nummer of aanduiding van de mobiele installatie alsmede de eigenaar;
|
||||
|
|
@ -117,21 +104,19 @@ i. het aantal transportbewegingen gedurende de dag (7.00–19.00), avond (19.00
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het wijzigen van een mobiele installatie en het wijzigen van de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**3.** Van de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister kennisgegeven in de Staatscourant.
|
||||
**3.** Van de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister openbaar kennis gegeven in de Staatscourant en in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
|
||||
|
||||
**4.** Een afschrift van de melding wordt door Onze Minister toegezonden aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de mobiele installatie zal zijn of is gelegen.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste lid, onder c tot en met i, vermelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt, voor zover Onze Minister reeds over die gegevens beschikt.
|
||||
|
||||
**6.** Een melding als bedoeld in het eerste lid blijft achterwege indien voor het aanleggen, het uitbreiden of het wijzigen van een boorgat met een mobiele installatie een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De uitvoerder die het voornemen heeft om werkzaamheden uit te voeren in oppervlaktewater met een mobiele installatie als bedoeld in artikel 6, tweede lid , meldt ten minste twee weken voor de aanvang van die werkzaamheden schriftelijk of per elektronische post aan Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. de coördinaten berekend volgens het ETRS89 systeem;
|
||||
a. de coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening;
|
||||
b. de naam, dan wel aanduiding en de eigenaar van de mobiele installatie;
|
||||
c. een samenvattende beschrijving van de mobiele installatie alsmede een opgave van het motorrendement van de bij de boring te gebruiken dieselmotoren en de generatoren;
|
||||
d. een samenvatting van de te verrichten werkzaamheden;
|
||||
|
|
@ -140,24 +125,12 @@ f. de resultaten van een akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 19, onderde
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het veranderen van een mobiele installatie en het veranderen van de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**3.** Van de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister kennisgegeven in de Staatscourant, in het geval dat de installatie in provinciaal ingedeeld gebied zal zijn of is gelegen.
|
||||
**3.** Van de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister openbaar kennis gegeven in de Staatscourant en in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, in het geval dat de installatie in provinciaal ingedeeld gebied zal zijn of is gelegen;
|
||||
|
||||
**4.** Indien de installatie in provinciaal ingedeeld gebied is gelegen, wordt een afschrift van de melding door Onze Minister toegezonden aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de mobiele installatie zal zijn of is gelegen.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste lid, onder c tot en met f, vermelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt, voor zover Onze Minister reeds over die gegevens beschikt.
|
||||
|
||||
**6.** Een melding als bedoeld in het eerste lid blijft achterwege indien voor het aanleggen, het uitbreiden of het wijzigen van een boorgat met een mobiele installatie een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een instemming als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, van dit besluit is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 8, eerste lid, aanhef, vraagt een uitvoerder die het voornemen heeft om met een mobiele installatie in het continentaal plat een boorgat aan te leggen, uit te breiden of te wijzigen als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, ten minste vier weken voor aanvang om instemming.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoerder overlegt bij de aanvraag om instemming gegevens over de werkzaamheden, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met f, voor zover deze gegevens niet zijn verstrekt bij de mededeling, bedoeld in artikel 7.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**3.** Van de aanvraag om instemming wordt in de Staatscourant kennisgegeven.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan op aanvraag van de uitvoerder een instemming wijzigen. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Werkzaamheden met mobiele installaties op land
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene voorschriften
|
||||
|
|
@ -168,13 +141,13 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder «terrein»: terrein waarop met een mobiel
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Indien zich op een mobiele installatie en bijbehorend terrein een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte het ongewoon voorval zo spoedig mogelijk telefonisch aan de inspecteur-generaal der mijnen. De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte bevestigt de melding binnen 24 uur schriftelijk.
|
||||
Indien zich op een mobiele installatie en bijbehorend terrein een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan waardoor nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, meldt de uitvoerder het ongewoon voorval zo spoedig mogelijk telefonisch aan de inspecteur-generaal der mijnen. De uitvoerder bevestigt de melding binnen 24 uur schriftelijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Op de buitengrens van het terrein is een stevig minimaal twee meter hoog hekwerk geplaatst waarvan de toegangsdeuren naar buiten opendraaien.
|
||||
|
||||
**2.** Toegang tot het terrein hebben slechts personen die daartoe bevoegd zijn en de controle daarop vindt plaats door de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte.
|
||||
**2.** Toegang tot het terrein hebben slechts personen die daartoe bevoegd zijn en de controle daarop vindt plaats door de uitvoerder.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -190,7 +163,7 @@ De op het terrein aanwezige boorputten zijn voorzien van een doeltreffende bevei
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Op het terrein treft de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte doeltreffende maatregelen en voorzieningen om laad- en loswerkzaamheden lekvrij te doen geschieden en waardoor het wegvloeien van stoffen wordt voorkomen.
|
||||
Op het terrein treft de uitvoerder doeltreffende maatregelen en voorzieningen om laad- en loswerkzaamheden lekvrij te doen geschieden en waardoor het wegvloeien van stoffen wordt voorkomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -202,7 +175,7 @@ Op het terrein treft de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte doeltreffende maa
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte stelt na overleg met de commandant van de plaatselijke bandweer een brandbestrijdingsplan op en zorgt er voor dat het plan tijdens het boren op de locatie aanwezig is.
|
||||
**1.** De uitvoerder stelt na overleg met de commandant van de plaatselijke bandweer een brandbestrijdingsplan op en zorgt er voor dat het plan tijdens het boren op de locatie aanwezig is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gegeven met betrekking tot de informatie die het brandbestrijdingsplan bevat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -228,16 +201,16 @@ a. de niveaus op de in de tabel I genoemde plaatsen en tijdstippen bedragen niet
|
|||
b. de in tabel I opgenomen maximale geluidsniveaus (L_Amax) zijn niet van toepassing op het laden en lossen, transportbewegingen, pipehandling en het verbranden van (aard)gas in de open lucht;
|
||||
c. de activiteiten, genoemd onder b, vinden plaats tussen 07:00 en 19:00 uur, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is;
|
||||
d. de in de tabel aangegeven waarden in geluidsgevoelige gebouwen gelden alleen indien de gebruiker ervan toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen;
|
||||
e. als er een geluidsgevoelig gebouw aanwezig is binnen 300 meter vanaf het hart van de boorinstallatie, monitort en registreert de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte het geluid continu. De monitoring geschiedt zodanig dat een goede indicatie wordt verkregen van het equivalent geluidsniveau op de gevel van de meest met geluid belaste woning;
|
||||
e. als er een geluidsgevoelig gebouw aanwezig is binnen 300 meter vanaf het hart van de boorinstallatie, monitort en registreert de uitvoerder het geluid continu. De monitoring geschiedt zodanig dat een goede indicatie wordt verkregen van het equivalent geluidsniveau op de gevel van de meest met geluid belaste woning;
|
||||
f. als er een geluidsgevoelig gebouw aanwezig is binnen 300 meter vanaf het hart van de boorinstallatie wordt voorafgaand aan de boring in een rapport van een akoestisch onderzoek op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen aangetoond dat aan de geluidniveaus uit tabel I, dan wel volgens een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 20, kan worden voldaan. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de geldende geluidniveaus worden overschreden. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen met industrielawaai. De resultaten van dit akoestische onderzoek worden uiterlijk vier weken voorafgaand aan de boring bij de inspecteur-generaal der mijnen ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan bij maatwerkvoorschrift waarden stellen die hoger zijn dan de waarden die zijn vermeld in Tabel I, indien de waarden in Tabel I naar het oordeel van Onze Minister op basis van de beste beschikbare techniek niet haalbaar zijn.
|
||||
**1.** Onze Minister kan bij maatwerkvoorschrift waarden stellen die hoger zijn dan de waarden die zijn vermeld in Tabel I, indien de waarden in Tabel I naar het oordeel van Onze Minister op basis van de best beschikbare techniek niet haalbaar zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan bij maatwerkvoorschrift waarden stellen die lager zijn dan de waarden die vermeld zijn in Tabel I, indien naar het oordeel van Onze Minister lagere waarden uit een oogpunt van bescherming van het milieu noodzakelijk zijn voor zover die op basis van de beste beschikbare techniek technisch haalbaar zijn.
|
||||
**2.** Onze Minister kan bij maatwerkvoorschrift waarden stellen die lager zijn dan de waarden die vermeld zijn in Tabel I, indien naar het oordeel van Onze Minister lagere waarden uit een oogpunt van bescherming van het milieu noodzakelijk zijn voor zover die op basis van de best beschikbare techniek technisch haalbaar zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Van een beschikking als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt kennisgegeven in de Staatscourant.
|
||||
**3.** Van een beschikking als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt kennis gegeven in de Staatscourant en in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan huis-bladen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid waarden tot gevolg heeft die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, is op de voorbereiding van het maatwerkvoorschrift afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -289,7 +262,7 @@ Emissies van gassen die vrijkomen bij het testen van boorgaten en het schoon pro
|
|||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. vervallen;
|
||||
a. NEN: door de stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm;
|
||||
b. bodembeschermende maatregel: op de gebezigde stoffen en gebruikte bodembeschermende voorziening toegesneden beheermaatregel gericht op reparatie, schoonmaak, onderhoud, actie bij incidenten, bedrijfsinterne controle, inspectie of toezicht, ter voorkoming van immissies in de bodem of herstel van de effecten van zulke immissies op de bodemkwaliteit, waarvan de uitvoering is gewaarborgd;
|
||||
c. bodembeschermende voorziening: een vloeistofkerende voorziening, een vloeistofdichte vloer of verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening, ter voorkoming van immissies in de bodem;
|
||||
d. lekbak: een voorziening waarvan de bodembeschermende werking door de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen is gewaarborgd, en die zich rondom of onder een bodembedreigende activiteit bevindt en in staat is de bij normale bedrijfsvoering gemorste of wegspattende vloeistoffen op te vangen;
|
||||
|
|
@ -303,7 +276,7 @@ Op het terrein waarop de mobiele installatie zich bevindt, worden bodembescherme
|
|||
|
||||
**1.** Indien het terrein niet voldoet aan de eisen van bodemrisicocategorie A, maar aan die van A*, worden vier grondwaterpeilbuizen geïnstalleerd die zodanig zijn geplaatst dat bodemverontreiniging door (hulp)stoffen die bij het uitvoeren van boringen worden gebruikt, kunnen worden gesignaleerd.
|
||||
|
||||
**2.** De grondwaterpeilbuizen, bedoeld in het eerste lid, worden zo vaak als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, doch in ieder geval voorafgaande aan de werkzaamheden, binnen zes maanden na beëindiging van de werkzaamheden en daarna iedere vijf jaren bemonsterd en geanalyseerd volgens een bij ministeriële regeling aan te wijzen niet publiekrechtelijke regeling of norm voor de bemonstering en het analyseren van grondwater.
|
||||
**2.** De grondwaterpeilbuizen, bedoeld in het eerste lid, worden zo vaak als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, doch in ieder geval voorafgaande aan de werkzaamheden, binnen zes maanden na beëindiging van de werkzaamheden en daarna iedere vijf jaren bemonsterd en geanalyseerd volgens NEN 5744.
|
||||
|
||||
**3.** De resultaten van de bemonstering en analyse worden ten minste vijf jaar bewaard en worden op verzoek getoond aan de inspecteur-generaal der mijnen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -313,9 +286,9 @@ Op het terrein waarop de mobiele installatie zich bevindt, worden bodembescherme
|
|||
|
||||
Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 28 blijkt dat de bodem als gevolg van de activiteiten op het terrein is aangetast of verontreinigd, dan wel door welke andere oorzaak dan ook bodemverontreiniging is ontstaan:
|
||||
|
||||
a. draagt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte er zorg voor dat het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan, geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer;
|
||||
b. zorgt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte onverwijld voor melding ervan aan de inspecteur-generaal der mijnen;
|
||||
c. meldt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte de afronding van de werkzaamheden, bedoeld onder a, direct aan de inspecteur-generaal der mijnen door middel van een verklaring van de persoon of instelling, bedoeld onder a.
|
||||
a. draagt de uitvoerder er zorg voor dat het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan, geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer;
|
||||
b. zorgt de uitvoerder onverwijld voor melding ervan aan de inspecteur-generaal der mijnen;
|
||||
c. meldt de uitvoerder de afronding van de werkzaamheden, bedoeld onder a, direct aan de inspecteur-generaal der mijnen door middel van een verklaring van de persoon of instelling, bedoeld onder a.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -327,13 +300,13 @@ a. de staat en goede werking wordt gecontroleerd van bodembeschermende voorzieni
|
|||
b. er voor zorg wordt gedragen dat zo vaak als de omstandigheden daarom vragen inspecties op morsingen en lekkages plaatsvinden en
|
||||
c. is gewaarborgd dat gemorst of gelekte stoffen direct worden opgeruimd.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat de medewerkers die binnen de inrichting bodembedreigende activiteiten verrichten, op de hoogte zijn van de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies als bedoeld in het eerste lid, dat deze worden nageleefd en op het terrein zodanig aanwezig zijn dat een ieder daarvan op eenvoudige wijze kennis kan nemen.
|
||||
**2.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat de medewerkers die binnen de inrichting bodembedreigende activiteiten verrichten, op de hoogte zijn van de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies als bedoeld in het eerste lid, dat deze worden nageleefd en op het terrein zodanig aanwezig zijn dat een ieder daarvan op eenvoudige wijze kennis kan nemen.
|
||||
|
||||
**3.** De controle, het onderhoud en het beheer van bodembeschermende voorzieningen vinden zodanig plaats dat vrijgekomen stoffen zijn verwijderd voordat deze in de bodem kunnen geraken.
|
||||
|
||||
**4.** Morsingen en lekkages worden overeenkomstig de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies als bedoeld in het eerste lid, verholpen en opgeruimd.
|
||||
|
||||
**5.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat de in het kader van de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies noodzakelijke middelen ter bescherming van de bodem binnen het terrein in voldoende mate aanwezig zijn en dat er voldoende, in het gebruik van deze middelen, geïnstrueerd personeel aanwezig is.
|
||||
**5.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat de in het kader van de interne bedrijfsprocedures en werkinstructies noodzakelijke middelen ter bescherming van de bodem binnen het terrein in voldoende mate aanwezig zijn en dat er voldoende, in het gebruik van deze middelen, geïnstrueerd personeel aanwezig is.
|
||||
|
||||
**6.** Bevindingen van controles van of onderhoud aan bodembeschermende voorzieningen, alsmede acties genomen na incidenten met bodembedreigende stoffen worden opgenomen in een logboek dat te allen tijde beschikbaar is voor de inspecteur-generaal der mijnen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -391,7 +364,7 @@ Opslag van dieselolie vindt plaats volgens PGS 30.
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** Bij het inwerking hebben van de mobiele installatie streeft de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte naar een zo hoog mogelijke energie-efficiency.
|
||||
**1.** Bij het inwerking hebben van de mobiele installatie streeft de uitvoerder naar een zo hoog mogelijke energie-efficiency.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan met betrekking tot de energie-efficiency van de bij een boring te gebruiken dieselmotoren en generatoren maatwerkvoorschriften stellen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -420,17 +393,17 @@ voor de mobiele installatie zijn afgegeven dan wel voorgeschreven, zijn die docu
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Er is een handleiding op de mobiele installatie aanwezig waarin regels zijn gesteld door de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte ten aanzien van transportbewegingen, pipehandling, het verbranden van aardgas in de openlucht en andere geluidsintensieve activiteiten.
|
||||
**1.** Er is een handleiding op de mobiele installatie aanwezig waarin regels zijn gesteld door de uitvoerder ten aanzien van transportbewegingen, pipehandling, het verbranden van aardgas in de openlucht en andere geluidsintensieve activiteiten.
|
||||
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, beperken de schade aan milieu en overlast voor de omgeving zo goed mogelijk.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte draagt er zorg voor dat een ieder die werkzaam is op de mobiele installatie bekend is met de handleiding en de regels, bedoeld in het eerste lid, naleeft.
|
||||
**3.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat een ieder die werkzaam is op de mobiele installatie bekend is met de handleiding en de regels, bedoeld in het eerste lid, naleeft.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9. Externe veiligheid
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
De uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte berekent het plaatsgebonden risico voorafgaand aan de boring, overeenkomstig het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
|
||||
De uitvoerder berekent het plaatsgebonden risico voorafgaand aan de boring, overeenkomstig het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
@ -504,7 +477,7 @@ De continue en incidentele emissies van de stoffen als bedoeld in de artikelen 5
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
**1.** Installaties op een mijnbouwwerk die een koudemiddel bevatten en zich bevinden op het continentaal plat worden onderhouden in overeenstemming met het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen.
|
||||
**1.** Installaties op een mijnbouwwerk die een koudemiddel bevatten en zich bevinden op het continentaal plat worden onderhouden in overeenstemming met het Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003.
|
||||
|
||||
**2.** Installaties met een inhoud gelegen tussen 3 kg en 30 kg dan wel meer dan 30 kg koudemiddel op een mijnbouwinstallatie die vanuit het buitenland de Nederlandse wateren binnenkomt, worden zo spoedig mogelijk onderworpen aan een periodieke keuring, tenzij een dergelijke keuring reeds heeft plaatsgevonden in de voorafgaande twaalf respectievelijk drie maanden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -580,12 +553,6 @@ Indien zich op een onderzeese installatie een ongewoon voorval voordoet of heeft
|
|||
|
||||
**2.** Indien voor het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer of artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet voor het oprichten van een installatie als bedoeld in artikel 4 of artikel 5, eerste lid, bij Onze Minister is ingediend maar de vergunning nog niet is verleend en in werking getreden, wordt de aanvraag om de vergunning aangemerkt als een melding overeenkomstig artikel 7 of 8.
|
||||
|
||||
### Artikel 66a
|
||||
|
||||
**1.** Een melding die is gedaan in de periode tussen de bekendmaking van het Besluit van 6 maart 2017, houdende wijziging van het Besluit omgevingsrecht, het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Staatsblad 2017, 114) tot tien maanden na de inwerkingtreding van dat besluit, geldt in afwijking van artikel 2.5 van het Besluit omgevingsrecht, de Bijlage, onderdeel D, categorie 17.2, kolom 4, bij het Besluit milieueffectrapportage en de artikelen 5, onderdeel a, onder 1°, 7, zesde lid, 8, zesde lid, en 8a, van dit besluit als een melding als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, aanhef, en 8, eerste lid, aanhef, van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw met toepassing van het Besluit omgevingsrecht, het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit algemene regels milieu mijnbouw zoals deze besluiten luidden voor de inwerkingtreding van het eerder genoemde besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een boorgat, waarvoor een melding is gedaan, kan worden begonnen tot en met 12 maanden na de inwerkingtreding van het besluit, bedoeld in het eerste lid, en voortgezet tot en met 18 maanden na de inwerkingtreding van dat besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
Indien een niet publiekrechtelijke norm waarnaar in dit besluit wordt verwezen of de NRB wijzigt kan bij ministeriële regeling overgangsrecht worden opgenomen waarbij kan worden bepaald dat de oude norm voor bestaande installaties al dan niet tijdelijk blijft gelden.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue