2010-07-01 | BWBR0017837 | Wet werk en inkomen kunstenaars
This commit is contained in:
parent
151a8850cd
commit
4b01c1ea28
1 changed files with 14 additions and 13 deletions
|
|
@ -179,9 +179,9 @@ De kunstenaar heeft recht op uitkering indien hij, of voorzover van toepassing z
|
|||
|
||||
a. niet over in aanmerking te nemen vermogen beschikt en het in aanmerking te nemen inkomen per maand:
|
||||
|
||||
1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 januari 2010: € 1.157,66;
|
||||
2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 januari 2010: € 1.443,14;
|
||||
3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 januari 2010: € 1.520,20, en
|
||||
1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 juli 2010: € 1.162,89;
|
||||
2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 juli 2010: € 1.451,68;
|
||||
3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 juli 2010: € 1.531,20, en
|
||||
b. gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode als kunstenaar werkzaam is geweest en in die periode met die werkzaamheden een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bruto-inkomen heeft verworven, of
|
||||
c. de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden nadat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van de kunst, een voortgezette opleiding op het gebied van de kunst, of een voortgezette opleiding bouwkunst als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft voltooid, voorzover deze opleiding gericht is op de uitoefening van het kunstenaarschap, dan wel een daarmee vergelijkbare, door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij ministeriële regeling aan te wijzen, opleiding heeft voltooid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -259,9 +259,9 @@ De uitkering wordt per kalendermaand om niet verleend en betaald en per kalender
|
|||
|
||||
De uitkering bedraagt per kalendermaand voor:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 januari 2010: € 732,78;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 januari 2010: € 1014,75;
|
||||
c. gehuwden: € 954,73 per 1 januari 2010: € 1.081,90.
|
||||
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 juli 2010: € 736,97;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 juli 2010: € 1.019,92;
|
||||
c. gehuwden: € 954,73 per 1 juli 2010: € 1.087,61.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -278,9 +278,9 @@ Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering wordt van het vol
|
|||
a. over de periode in het kalenderjaar waarin geen uitkering is ontvangen wordt niet in aanmerking genomen het bruto-inkomen tot een maximum per maand van het in artikel 8, onderdeel a, genoemde van toepassing zijnde bedrag, vermeerderd met de door de kunstenaar of zijn gezin verschuldigde inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, voor zover deze hen niet op grond van artikel 46 van de Zorgverzekeringswet zijn vergoed;
|
||||
b. het na toepassing van onderdeel a overblijvende meerinkomen wordt in aanmerking genomen over de periode waarin in het betreffende kalenderjaar uitkering is verleend, voorzover dat tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per maand meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
1°. € 1.355,98 per 1 januari 2010: € 1.525,24 voor een alleenstaande;
|
||||
2°. € 1.673,05 per 1 januari 2010: € 1.973,26 voor een alleenstaande ouder;
|
||||
3°. € 1.871,42 per 1 januari 2010: € 2.111,13 voor gehuwden.
|
||||
1°. € 1.355,98 per 1 juli 2010: € 1.535,58 voor een alleenstaande;
|
||||
2°. € 1.673,05 per 1 juli 2010: € 1.984,91 voor een alleenstaande ouder;
|
||||
3°. € 1.871,42 per 1 juli 2010: € 2.123,46 voor gehuwden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt bij een kunstenaar wiens uitkering is beëindigd in verband met het bereiken van de maximale uitkeringsduur op grond van artikel 19, het inkomen van de kunstenaar of zijn gezin slechts in aanmerking genomen over de periode van het kalenderjaar voorafgaand aan het tijdstip met ingang waarop de uitkering is beëindigd, voorzover dat inkomen tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per kalendermaand meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
|
|
@ -377,7 +377,7 @@ De kunstenaar legt de administratie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, uit
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het college weigert de uitkering tijdelijk geheel of gedeeltelijk, indien de kunstenaar:
|
||||
Het college kan de uitkering tijdelijk geheel of gedeeltelijk weigeren, indien de kunstenaar:
|
||||
|
||||
a. blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen;
|
||||
b. een verplichting als bedoeld in artikel 20, eerste lid, tweede lid, onderdelen a, b, c en d, of derde lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen, of
|
||||
|
|
@ -387,11 +387,12 @@ e. of zijn echtgenoot de verplichting, bedoeld in artikel 20, vierde lid, met ui
|
|||
|
||||
**2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de kunstenaar of zijn echtgenoot de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin de kunstenaar of zijn gezin verkeert. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel c, en derde lid, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, kan het college afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten af te zien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot:
|
||||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste en tweede lid nadere regels worden gesteld.
|
||||
a. de maatregel, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
b. de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet in het kader van het financiële beheer.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Het geldend maken van het recht op uitkering
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue