From 4b0580672193b249e4ceaed73087bbd97a759114 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 18 Feb 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-02-18 | BWBR0008691 | Mededingingswet --- wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md | 151 +++++++++++++++++----- 1 file changed, 117 insertions(+), 34 deletions(-) diff --git a/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md b/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md index 9a320895942..72b92be2953 100644 --- a/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md +++ b/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Mededingingswet bwb_id: BWBR0008691 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2011-03-24' +datum_inwerkingtreding: '2020-11-11' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008691 citeertitel: Mededingingswet --- @@ -26,10 +26,11 @@ g. ondernemersvereniging: een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101, e h. onderling afgestemde feitelijke gedragingen: onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag; i. economische machtspositie: positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen; j. vervallen; -k. verordening 1/2003: verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1); -l. verordening 139/2004: verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24); +k. verordening 1/2003: verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1); +l. verordening 139/2004: verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24); m. mededingingsverordening: verordening genoemd in de onderdelen k en l; -n. consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten. +n. consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten; +o. richtlijn (EU) 2019/1: richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt (PbEU 2019, L 11). ## Hoofdstuk 2. De Autoriteit Consument en Markt @@ -57,13 +58,7 @@ Beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan de Autori ### Artikel 5a -**1.** De Autoriteit Consument en Markt legt voorgenomen beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan haar toegekende bevoegdheden ten minste vier weken voor vaststelling daarvan aan Onze Minister voor. - -**2.** Indien de voorgenomen beleidsregels naar het oordeel van Onze Minister in strijd zijn met het belang van een goede taakuitoefening door de Autoriteit Consument en Markt, deelt Onze Minister dit gemotiveerd mee aan de Autoriteit Consument en Markt binnen twee weken nadat de regels aan hem zijn voorgelegd. - -**3.** Indien Onze Minister een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, stelt de Autoriteit Consument en Markt de beleidsregels niet vast. - -**4.** De Autoriteit Consument en Markt maakt door haar vastgestelde beleidsregels bekend in de Staatscourant. +Vervallen ## Hoofdstuk 3. Mededingingsafspraken @@ -93,8 +88,8 @@ Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten, besluiten en onderling af a. bij de desbetreffende overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging niet meer dan acht ondernemingen betrokken zijn, dan wel bij de desbetreffende ondernemersvereniging niet meer dan acht ondernemingen betrokken zijn, en b. de gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar van de bij de desbetreffende overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging betrokken ondernemingen dan wel de gezamenlijke omzet van de bij de desbetreffende ondernemersvereniging betrokken ondernemingen niet hoger is dan: -1°. € 5 500 000, indien daarbij uitsluitend ondernemingen zijn betrokken wier activiteiten zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen; -2°. € 1 100 000, in alle andere gevallen. +1°. € 5 500 000, indien daarbij uitsluitend ondernemingen zijn betrokken wier activiteiten zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen; +2°. € 1 100 000, in alle andere gevallen. **2.** @@ -425,13 +420,13 @@ c. het verwerven van participaties in het kapitaal als bedoeld in artikel 27, ee ### Artikel 29 -**1.** De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op concentraties waarbij de gezamenlijke omzet van de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar meer bedroeg dan € 150.000.000, waarvan door ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder ten minste € 30 000 000 in Nederland is behaald. +**1.** De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op concentraties waarbij de gezamenlijke omzet van de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar meer bedroeg dan € 150.000.000, waarvan door ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder ten minste € 30 000 000 in Nederland is behaald. **2.** De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden verhoogd. **3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in het eerste lid bedoelde bedragen voor een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen categorie van ondernemingen voor een periode van ten hoogste vijf jaar worden verlaagd. Deze periode kan telkens bij algemene maatregel van bestuur worden verlengd. -**4.** In afwijking van het eerste lid zijn voor pensioenfondsen in de zin van de Pensioenwet de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op concentraties waarbij de gezamenlijke waarde van de bruto geboekte premies van de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar meer bedroeg dan € 500.000.000 en daarvan door ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder ten minste € 100.000.000 is ontvangen van Nederlandse ingezetenen. +**4.** In afwijking van het eerste lid zijn voor pensioenfondsen in de zin van de Pensioenwet de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op concentraties waarbij de gezamenlijke waarde van de bruto geboekte premies van de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar meer bedroeg dan € 500.000.000 en daarvan door ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder ten minste € 100.000.000 is ontvangen van Nederlandse ingezetenen. ### Artikel 30 @@ -643,7 +638,15 @@ Vervallen Vervallen -## Hoofdstuk 6. Bevoegdheid tot doorzoeken in het kader van toezicht +## Hoofdstuk 5b. Gebruik van gegevens door partijen + +### Artikel 49e + +**1.** Gegevens als bedoeld in artikel 31, vierde lid, van richtlijn (EU) 2019/1 worden door een partij uitsluitend gebruikt wanneer dat noodzakelijk is om haar rechten van verdediging uit te oefenen in een procedure bij een rechterlijke instantie die rechtstreeks verband houdt met de zaak waarvoor toegang is verleend en enkel wanneer die procedure betrekking heeft op de verdeling van een hoofdelijk opgelegde geldboete tussen deelnemers van het kartel of de vaststelling door de Autoriteit Consument en Markt van een overtreding van de artikelen 6, eerste lid of 24, eerste lid, dan wel de artikelen 101 of 102 van het Verdrag. + +**2.** Gegevens als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van richtlijn (EU) 2019/1 die in het kader van een onderzoek of procedure met het oog op de vaststelling van een overtreding van de artikelen 6, eerste lid, of 24 eerste lid, dan wel de artikelen 101 of 102 van het Verdrag door een partij zijn verkregen, worden door die partij niet gebruikt in een procedure bij een rechterlijke instantie tot het moment waarop de Autoriteit Consument en Markt of een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie haar onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding afsluit door een besluit als bedoeld in de artikelen 10 of 12 van richtlijn (EU) 2019/1 te nemen of oordeelt dat er geen redenen zijn om verder op te treden. + +## Hoofdstuk 6. Bevoegdheden in het kader van toezicht ### Artikel 50 @@ -696,6 +699,10 @@ g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die aan de doo **4.** Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de doorzoeking is beëindigd, aan degene bij wie de doorzoeking is verricht, uitgereikt of toegezonden. Indien het doel waartoe is doorzocht daartoe noodzaakt, kan deze uitreiking of toezending worden uitgesteld. Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris of de ambtenaar die de doorzoeking heeft verricht, het afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie de doorzoeking is verricht. +### Artikel 53a + +Artikel 51 tot en met 53 zijn van overeenkomstige toepassing op inspecties van ruimten, terreinen of vervoermiddelen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, niet zijnde woningen. + ### Artikel 54 Vervallen @@ -712,23 +719,26 @@ Vervallen Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, of van artikel 24, eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: -a. een bestuurlijke boete opleggen; -b. een last onder dwangsom opleggen. +a. een besluit nemen tot vaststelling van die overtreding; +b. een bestuurlijke boete opleggen; +c. een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 57 -**1.** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. +**1.** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken en actief zijn op de markt die de gevolgen van de inbreuk door de vereniging ondervindt. -**2.** Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de bestuurlijke boete die ten hoogste kan worden opgelegd, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de overtreding heeft geduurd met een maximum van vier jaar en een minimum van één jaar. +**2.** Indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan bedraagt de aansprakelijkheid van iedere onderneming die deel uitmaakt van de vereniging voor de betaling van de boete niet meer dan de overeenkomstig het eerste lid ten hoogste aan een onderneming op te leggen boete. -**3.** +**3.** Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de bestuurlijke boete die ten hoogste kan worden opgelegd, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de overtreding heeft geduurd met een maximum van vier jaar en een minimum van één jaar. -Voor de toepassing van het tweede lid +**4.** + +Voor de toepassing van het derde lid a. worden twaalf opvolgende maanden als jaar beschouwd, en b. wordt een deel van een jaar afgerond op hele kalendermaanden waarbij een hele kalendermaand telt als eentwaalfde jaar. -**4.** Het bedrag van de bestuurlijke boete die ingevolge het eerste en tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. +**5.** Het bedrag van de bestuurlijke boete die ingevolge het eerste en derde lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. ### Artikel 58 @@ -736,9 +746,28 @@ Vervallen ### Artikel 58a -**1.** De last onder dwangsom kan worden opgelegd in de vorm van een structurele maatregel als bedoeld in artikel 7 van Verordening 1/2003, indien die maatregel evenredig is aan de gepleegde overtreding en noodzakelijk is om aan de overtreding daadwerkelijk een einde te maken. Een structurele maatregel kan uitsluitend worden opgelegd indien er niet een even effectieve maatregel ter correctie van de overtreding bestaat of indien een dergelijke maatregel voor de betrokken onderneming of ondernemersvereniging meer belastend zou zijn dan de structurele maatregel. +**1.** De last onder dwangsom kan worden opgelegd in de vorm van een corrigerende structurele maatregel als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, indien die maatregel evenredig is aan de gepleegde overtreding en noodzakelijk is om aan de overtreding daadwerkelijk een einde te maken. -**2.** Artikel 12r, tweede lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is niet van toepassing. +**2.** Indien er ter correctie van een overtreding meerdere even effectieve corrigerende structurele of gedragsmaatregelen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1 zijn, wordt de maatregel opgelegd die voor de betrokken onderneming of ondernemersvereniging het minst belastend is. + +**3.** Artikel 12r, tweede lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is niet van toepassing. + +### Artikel 58b + +**1.** In dringende gevallen waarin volgens een eerste onderzoek dat op een overtreding van artikel 6, eerste lid of 24, eerste lid wijst, de mededinging op ernstige en onherstelbare wijze dreigt te worden geschaad, kan de Autoriteit Consument en Markt aan een onderneming of ondernemersvereniging een zelfstandige last in de vorm van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, opleggen. + +**2.** + +De zelfstandige last is evenredig en van toepassing: + +a. gedurende een bepaalde tijdspanne die kan worden verlengd voor zover dat noodzakelijk en passend is; of +b. tot het moment dat bij besluit is vastgesteld of er een overtreding is van artikel 6, eerste lid of 24, eerste lid. + +### Paragraaf 1a. Boete-immuniteit of boetereductie + +### Artikel 58c + +Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete of het verminderen van een bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 6, eerste lid. ### Paragraaf 2. Procedure @@ -776,7 +805,13 @@ Vervallen **2.** De stuiting van de vervaltermijn gaat in op de dag waarop tenminste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de overtreding heeft deelgenomen, dan wel één van degenen, bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht, van de handeling schriftelijk in kennis wordt gesteld. -**3.** Op het moment van stuiting vangt de vervaltermijn opnieuw aan. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid vervalt echter uiterlijk tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, verlengd met de periode waarin de vervaltermijn ingevolge artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt opgeschort. +**3.** De stuiting van de vervaltermijn eindigt op de dag waarop de betrokken mededingingsautoriteit haar onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding afsluit door een besluit als bedoeld in de artikelen 56, 58a of 58b, de artikelen 12h of 12j van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, de artikelen 10, 12 of 13 van richtlijn (EU) 2019/1 of de artikelen 7, 9 of 10 van verordening 1/2003, te nemen of oordeelt dat er geen redenen zijn om verder op te treden. + +**4.** Op het moment van stuiting vangt de vervaltermijn opnieuw aan. + +**5.** De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid vervalt uiterlijk tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, verlengd met de periode waarin de vervaltermijn ingevolge artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt opgeschort. + +**6.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vervaltermijn, bedoeld in artikel 12r, derde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt. ### Artikel 65 @@ -818,7 +853,7 @@ Vervallen De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van artikel 25b, eerste of tweede lid, of van artikel 25e, eerste volzin, de overtreder: -a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; +a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; b. een last onder dwangsom opleggen. **2.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. @@ -846,7 +881,7 @@ b. de overtreder een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 71 -**1.** Indien op grond van artikel 40, tweede lid, of van artikel 46, tweede lid, aan een ontheffing als in het desbetreffende artikel bedoeld verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. +**1.** Indien op grond van artikel 40, tweede lid, of van artikel 46, tweede lid, aan een ontheffing als in het desbetreffende artikel bedoeld verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. **2.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. @@ -856,7 +891,7 @@ Vervallen ### Artikel 73 -**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt bij een melding van een concentratie op grond van artikel 34, eerste lid, of bij een aanvraag om een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. +**1.** De Autoriteit Consument en Markt kan degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt bij een melding van een concentratie op grond van artikel 34, eerste lid, of bij een aanvraag om een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. **2.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. @@ -872,7 +907,7 @@ De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van: 4°. artikel 41, eerste lid, 5°. artikel 46, derde of vierde lid, de overtreder, -a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; +a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; b. een last onder dwangsom opleggen. **2.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. @@ -883,7 +918,7 @@ b. een last onder dwangsom opleggen. Indien op grond van artikel 37, vierde lid, opgelegde voorwaarden niet worden nageleefd of op grond van artikel 41 aan een vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: -a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; +a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; b. een last onder dwangsom opleggen. **2.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. @@ -902,6 +937,12 @@ Vervallen Vervallen +### Paragraaf 2b. Overtreding gebruik van gegevens + +### Artikel 76b + +De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van artikel 49e, eerste of tweede lid, de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. + ### Paragraaf 3. Procedure ### Artikel 77 @@ -964,7 +1005,7 @@ Vervallen Vervallen -## Hoofdstuk 10. Toepassing van de EG-mededingingsregels +## Hoofdstuk 10. Europese mededingingsregels ### Artikel 88 @@ -1061,6 +1102,48 @@ Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel h **2.** De aangewezen ambtenaren beschikken voor het verrichten van de inspectie over de bevoegdheden die hun ingevolge hoofdstuk 3, paragraaf 1, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en hoofdstuk 6 zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht op de naleving. +### Artikel 89ga + +**1.** Indien de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig artikel 22 van verordening 1/2003 een inspectie of een verhoor namens en voor rekening van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie verricht, kunnen ambtenaren en andere door die mededingingsautoriteit daartoe aangewezen personen onder toezicht van de ambtenaren van de Autoriteit Consument en Markt de inspectie of het verhoor bijwonen en tijdens de inspectie of het verhoor bijstand verlenen aan de Autoriteit Consument en Markt wanneer zij de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 12b tot en met 12d van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, of artikel 50, uitoefent. + +**2.** De Autoriteit Consument en Markt kan namens en voor rekening van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 12b tot en met 12d Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, of artikel 50 uitoefenen om vast te stellen of gevolg is gegeven aan onderzoeksmaatregelen of besluiten als bedoeld in de artikelen 6 en 8 tot en met 12 van richtlijn (EU) 2019/1 van die mededingingsautoriteit. + +**3.** Artikel 12, tweede en derde lid, van verordening 1/2003 zijn van overeenkomstige toepassing indien de Autoriteit Consument en Markt met het oog op de toepassing van het tweede lid gegevens of inlichtingen verstrekt aan of ontvangt van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie. + +### Artikel 89gb + +Na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie stelt de Autoriteit Consument en Markt een adressaat in kennis van informatie als bedoeld in artikel 25, onderdelen a, b of c, van richtlijn (EU) 2019/1. + +### Artikel 89gc + +**1.** De Autoriteit Consument en Markt legt na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie een definitief besluit tot oplegging van een geldboete als bedoeld in artikel 13 van richtlijn (EU) 2019/1 of een besluit tot oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 16 van richtlijn (EU) 2019/1 ten uitvoer, voor zover die mededingingsautoriteit na redelijke inspanningen op haar eigen grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of ondernemersvereniging jegens welke de geldboete of dwangsom invorderbaar is, in de lidstaat van die mededingingsautoriteit niet over voldoende activa beschikt om invordering van de geldboete of dwangsom mogelijk te maken. + +**2.** In gevallen anders dan bedoeld in het eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie een definitief besluit tot oplegging van een geldboete als bedoeld in artikel 13 van richtlijn (EU) 2019/1 of een besluit tot oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 16 van richtlijn (EU) 2019/1 ten uitvoer leggen. + +**3.** Afdeling 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** De verjaringstermijn voor de tenuitvoerlegging van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt bepaald overeenkomstig artikel 26, vierde lid, van richtlijn (EU) 2019/1. + +### Artikel 89gd + +Een verzoek als bedoeld in de artikelen 25 of 26, eerste of tweede lid, van richtlijn (EU) 2019/1 voldoet aan en wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 27, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van richtlijn (EU) 2019/1. + +### Artikel 89ge + +**1.** De Autoriteit Consument en Markt geeft uitvoering aan artikel 27, zevende lid en achtste lid, eerste, derde en vierde alinea, van richtlijn (EU) 2019/1. + +**2.** De Autoriteit Consument en Markt geeft in afwijking van het eerste lid geen uitvoering aan artikel 27, achtste lid, eerste alinea, van richtlijn (EU) 2019/1, indien de baten naar verwachting niet opwegen tegen de kosten die de Autoriteit Consument en Markt maakt om de in artikel 27 bedoelde kosten te verhalen. + +### Artikel 89gf + +De bevoegdheid inzake geschillen ten aanzien van de toepassing van de artikelen 25 of 26, eerste of tweede lid, van richtlijn (EU) 2019/1 en het recht dat op die geschillen van toepassing is, wordt bepaald overeenkomstig artikel 28 van richtlijn (EU) 2019/1. + +### Artikel 89gg + +**1.** Indien de Autoriteit Consument en Markt, na toepassing te hebben gegeven aan artikel 11, derde lid, van verordening 1/2003 concludeert dat er geen gronden zijn om een onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding voort te zetten, stelt zij de Europese Commissie hiervan in kennis. + +**2.** Indien de Autoriteit Consument en Markt een besluit neemt als bedoeld in artikel 56, aanhef en onderdeel b, of artikel 58b, eerste lid, stelt zij het European Competition Network hiervan in kennis. + ### Artikel 89h Vervallen @@ -1135,9 +1218,9 @@ Wijzigt de Wet op de Raad van State. ### Artikel 100 -**1.** Voor de toepassing van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 1990, L 257) ingevolge artikel 26, tweede lid, van verordening 139/2004, is artikel 88 van overeenkomstige toepassing. +**1.** Voor de toepassing van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 1990, L 257) ingevolge artikel 26, tweede lid, van verordening 139/2004, is artikel 88 van overeenkomstige toepassing. -**2.** Voor de toepassing van artikel 12, eerste lid, of artikel 13, vijfde en zesde lid, van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 1990, L 257) ingevolge artikel 26, tweede lid, van verordening 139/2004, zijn onderscheidenlijk artikel 89g of de artikelen 89b, 89c, 89e en 89f van overeenkomstige toepassing. +**2.** Voor de toepassing van artikel 12, eerste lid, of artikel 13, vijfde en zesde lid, van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 1990, L 257) ingevolge artikel 26, tweede lid, van verordening 139/2004, zijn onderscheidenlijk artikel 89g of de artikelen 89b, 89c, 89e en 89f van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 101