2017-01-01 | BWBR0038709 | Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs
This commit is contained in:
parent
901b50a2f7
commit
4b0cff9c93
1 changed files with 54 additions and 51 deletions
|
|
@ -65,47 +65,45 @@ c. onderwijsondersteunend personeel.
|
|||
24. *FUWA PO:* Functiewaarderingssysteem primair onderwijs.
|
||||
25. *Informatieprotocol:* het protocol onder bijlage 1, waarin de uitvoeringstechnische aspecten ter bevordering van een correcte toepassing van het Reglement Vervangingsfonds zijn vastgelegd.
|
||||
26. *Kalenderjaar:* het tijdvak van 1 januari van enig jaar tot en met 31 december van dat jaar.
|
||||
27. *Ketenvervanger:* de vervanger van een leraar met een dienstverband bij het bevoegd gezag die een directielid, dat afwezig is in verband met ziekte of schorsing als bedoeld in artikel 28 van het Reglement, met een dienstverband bij hetzelfde bevoegd gezag vervangt.
|
||||
28. *Ketenvervanging:* de situatie waarbij een directielid, dat afwezig is op grond van ziekte of schorsing als bedoeld in artikel 28 van het Reglement, wordt vervangen door een leraar met een dienstverband bij hetzelfde bevoegd gezag en die als gevolg van die afwezigheid zelf wordt vervangen door de ketenvervanger. De keten bestaat uitsluitend uit de afwezige, diens vervanger en de ketenvervanger.
|
||||
29. *Lesgebonden en/of behandeltaken:* activiteiten met één of meerdere leerlingen die voor die leerlingen gelden als onderwijstijd.
|
||||
30. *Maluspercentage:* het deel van de door een bevoegd gezag verschuldigde premie dat aan dat bevoegd gezag wordt opgelegd als malus.
|
||||
31. *Minister:* De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
32. *MR:* de Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen.
|
||||
33. *Niet aangemeld personeel:* personeel met een dienstverband dat niet valt onder de verplichte aansluiting en dat ook niet vrijwillig is aangemeld.
|
||||
34. *Normbedrag:* het standaardbedrag per uur behorende bij de door het Vervangingsfonds vastgestelde normklasse, dat de basis vormt voor de bekostiging.
|
||||
35. *Normklasse:* de salarisklasse waarin de afwezige dan wel het personeelslid, geplaatst in een vervangingspool, is ingedeeld op basis van zijn salarisschaal en periodiek conform de CAO PO.
|
||||
36. *Normvervangingskosten:* de voor de stop-loss regeling van artikel 50 en 51 van dit Reglement berekende kosten, die een bevoegd gezag op grond van de ingediende declaraties niet ontvangt totdat de ondergrens van de gemiddelde normatieve vervangingskosten is bereikt. De berekening van deze kosten vindt plaats conform de normvergoeding als bedoeld in artikel 32 van dit Reglement.
|
||||
37. *OOP:* onderwijsondersteunend personeel.
|
||||
38. *OP:* onderwijzend personeel.
|
||||
39. *Payrolling:* een constructie, waarbij extern personeel in dienst is van een payrollonderneming en waarbij dit externe personeel feitelijk werkt voor een bevoegd gezag. Bij payrolling is de payrollonderneming de juridische werkgever en zorgt het bevoegd gezag voor de werving en selectie.
|
||||
40. *Personeel:* personeel als bedoeld in artikel 1 en 18a van de WPO en artikel 1 van de WEC.
|
||||
41. *PGMR:* de Personeelsgeleding van de Gemeenschappelijk Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Wet medezeggenschap op scholen.
|
||||
42. *PMR:* de Personeelsgeleding van de Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wet medezeggenschap op scholen.
|
||||
43. *Premie eigenrisicodrager:* het bedrag dat een eigenrisicodrager voldoet aan het Vervangingsfonds.
|
||||
44. *Premiegrondslag:* de grondslag waarover het premiepercentage geheven wordt.
|
||||
45. *Premiepercentage:* het percentage dat door het bestuur wordt vastgesteld ter dekking van kosten.
|
||||
46. *RDDF:* het risicodragende deel van de formatie, als bedoeld in bijlage III van de CAO PO.
|
||||
47. *Reglement:* het Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het primair onderwijs.
|
||||
48. *Samenwerkingsplan:* het plan dat samenwerkende bevoegde gezagsorganen moeten overleggen ten behoeve van het verkrijgen van het eigenrisicodragerschap.
|
||||
49. *Samenwerkende bevoegde gezagsorganen:* bevoegde gezagsorganen die volgens een daartoe opgesteld samenwerkingsplan samenwerken ten behoeve van het verkrijgen van eigenrisicodragerschap.
|
||||
50. *Schooljaar:* het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend.
|
||||
51. *Schoolvakantie:* schoolvakantie zoals vastgesteld door de Minister in de Regeling vaststelling schoolvakanties 2013-2016, met inbegrip van de mogelijkheid voor een bevoegd gezag om op grond van deze regeling afwijkende schoolvakanties te hanteren.
|
||||
52. *SNA-keurmerk:* de norm van de Stichting Normering Arbeid. In dit keurmerk zijn financiële en administratieve criteria vastgelegd waaraan uitzendorganisaties dienen te voldoen.
|
||||
53. *Uitzendarbeid:* een constructie, waarbij extern personeel in dienst is van een uitzendorganisatie en waarbij dit externe personeel feitelijk werkt voor een bevoegd gezag. Bij uitzendarbeid is de uitzendorganisatie de juridische werkgever en regelt de werving en selectie van extern personeel.
|
||||
54. *Verplichte aansluiting:* de aansluiting van een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 183 van de WPO en artikel 169 van de WEC.
|
||||
55. *Verplicht aangesloten personeel:* het personeel met een dienstverband, met uitzondering van het niet aangemelde personeel en het vrijwillig aangemeld personeel.
|
||||
56. *Vervangingsfondspremie:* het bedrag dat een bevoegd gezag, dat geen eigenrisicodrager is, op grond van artikel 183, tweede lid van de WPO dan wel artikel 169, tweede lid van de WEC aan het Vervangingsfonds voldoet voor het personeel:
|
||||
27. *Lesgebonden en/of behandeltaken:* activiteiten met één of meerdere leerlingen die voor die leerlingen gelden als onderwijstijd.
|
||||
28. *Maluspercentage:* het deel van de door een bevoegd gezag verschuldigde premie dat aan dat bevoegd gezag wordt opgelegd als malus.
|
||||
29. *Minister:* De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
30. *MR:* de Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen.
|
||||
31. *Niet aangemeld personeel:* personeel met een dienstverband dat niet valt onder de verplichte aansluiting en dat ook niet vrijwillig is aangemeld.
|
||||
32. *Normbedrag:* het standaardbedrag per uur behorende bij de door het Vervangingsfonds vastgestelde normklasse, dat de basis vormt voor de bekostiging.
|
||||
33. *Normklasse:* de salarisklasse waarin de afwezige dan wel het personeelslid, geplaatst in een vervangingspool, is ingedeeld op basis van zijn salarisschaal en periodiek conform de CAO PO.
|
||||
34. *Normvervangingskosten:* de voor de stop-loss regeling van artikel 50 en 51 van dit Reglement berekende kosten, die een bevoegd gezag op grond van de ingediende declaraties niet ontvangt totdat de ondergrens van de gemiddelde normatieve vervangingskosten is bereikt. De berekening van deze kosten vindt plaats conform de normvergoeding als bedoeld in artikel 32 van dit Reglement.
|
||||
35. *OOP:* onderwijsondersteunend personeel.
|
||||
36. *OP:* onderwijzend personeel.
|
||||
37. *Payrolling:* een constructie, waarbij extern personeel in dienst is van een payrollonderneming en waarbij dit externe personeel feitelijk werkt voor een bevoegd gezag. Bij payrolling is de payrollonderneming de juridische werkgever en zorgt het bevoegd gezag voor de werving en selectie.
|
||||
38. *Personeel:* personeel als bedoeld in artikel 1 en 18a van de WPO en artikel 1 van de WEC.
|
||||
39. *PGMR:* de Personeelsgeleding van de Gemeenschappelijk Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Wet medezeggenschap op scholen.
|
||||
40. *PMR:* de Personeelsgeleding van de Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wet medezeggenschap op scholen.
|
||||
41. *Premie eigenrisicodrager:* het bedrag dat een eigenrisicodrager voldoet aan het Vervangingsfonds.
|
||||
42. *Premiegrondslag:* de grondslag waarover het premiepercentage geheven wordt.
|
||||
43. *Premiepercentage:* het percentage dat door het bestuur wordt vastgesteld ter dekking van kosten.
|
||||
44. *RDDF:* het risicodragende deel van de formatie, als bedoeld in bijlage III van de CAO PO.
|
||||
45. *Reglement:* het Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het primair onderwijs.
|
||||
46. *Samenwerkingsplan:* het plan dat samenwerkende bevoegde gezagsorganen moeten overleggen ten behoeve van het verkrijgen van het eigenrisicodragerschap.
|
||||
47. *Samenwerkende bevoegde gezagsorganen:* bevoegde gezagsorganen die volgens een daartoe opgesteld samenwerkingsplan samenwerken ten behoeve van het verkrijgen van eigenrisicodragerschap.
|
||||
48. *Schooljaar:* het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend.
|
||||
49. *Schoolvakantie:* schoolvakantie zoals vastgesteld door de Minister in de Regeling vaststelling schoolvakanties 2013-2016, met inbegrip van de mogelijkheid voor een bevoegd gezag om op grond van deze regeling afwijkende schoolvakanties te hanteren.
|
||||
50. *SNA-keurmerk:* de norm van de Stichting Normering Arbeid. In dit keurmerk zijn financiële en administratieve criteria vastgelegd waaraan uitzendorganisaties dienen te voldoen.
|
||||
51. *Uitzendarbeid:* een constructie, waarbij extern personeel in dienst is van een uitzendorganisatie en waarbij dit externe personeel feitelijk werkt voor een bevoegd gezag. Bij uitzendarbeid is de uitzendorganisatie de juridische werkgever en regelt de werving en selectie van extern personeel.
|
||||
52. *Verplichte aansluiting:* de aansluiting van een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 183 van de WPO en artikel 169 van de WEC.
|
||||
53. *Verplicht aangesloten personeel:* het personeel met een dienstverband, met uitzondering van het niet aangemelde personeel en het vrijwillig aangemeld personeel.
|
||||
54. *Vervangingsfondspremie:* het bedrag dat een bevoegd gezag, dat geen eigenrisicodrager is, op grond van artikel 183, tweede lid van de WPO dan wel artikel 169, tweede lid van de WEC aan het Vervangingsfonds voldoet voor het personeel:
|
||||
|
||||
a. dat na 1 januari 2009 in dienst is gekomen dan wel een andere functie bij het bevoegd gezag heeft gekregen;
|
||||
b. dat door het bevoegd gezag vrijwillig is aangemeld;
|
||||
c. dat voor 5 juli 2006 in dienst was bij een bevoegd gezag en door het Rijk werd bekostigd.
|
||||
57. *Vervangingspool:* een of meerdere personeelsleden met een regulier dienstverband niet zijnde een dienstverband voor bepaalde tijd ten behoeve van vervanging, die door het bevoegd gezag structureel voor vervangingswerkzaamheden worden ingezet.
|
||||
58. *Vrijwillig aangemeld personeel:* personeel dat niet onder de verplichte aansluiting valt en dat vrijwillig door het bevoegd gezag bij het Vervangingsfonds is aangemeld.
|
||||
59. *WOPO:* Regeling Werkloosheidsregeling Onderwijspersoneel primair onderwijs.
|
||||
60. *WPO:* de Wet op het primair onderwijs.
|
||||
61. *WEC:* de Wet op de expertisecentra.
|
||||
62. *WW-uitkering:* een uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
|
||||
63. *Zomervakantie:* de zomervakantie zoals vastgesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
55. *Vervangingspool:* een of meerdere personeelsleden met een regulier dienstverband niet zijnde een dienstverband voor bepaalde tijd ten behoeve van vervanging, die door het bevoegd gezag structureel voor vervangingswerkzaamheden worden ingezet.
|
||||
56. *Vrijwillig aangemeld personeel:* personeel dat niet onder de verplichte aansluiting valt en dat vrijwillig door het bevoegd gezag bij het Vervangingsfonds is aangemeld.
|
||||
57. *WOPO:* Regeling Werkloosheidsregeling Onderwijspersoneel primair onderwijs.
|
||||
58. *WPO:* de Wet op het primair onderwijs.
|
||||
59. *WEC:* de Wet op de expertisecentra.
|
||||
60. *WW-uitkering:* een uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
|
||||
61. *Zomervakantie:* de zomervakantie zoals vastgesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
|
||||
## 2. Aansluiting bij het Vervangingsfonds
|
||||
|
||||
|
|
@ -399,15 +397,15 @@ Het bestuur stelt per kalenderjaar de bandbreedte voor de bonus-malus verhouding
|
|||
|
||||
**2.** Het bestuur kan besluiten het bonuspercentage, genoemd in artikel 23, te verminderen dan wel besluiten geen bonus toe te kennen in verband met de financiële positie van het fonds.
|
||||
|
||||
**3.** De beslissing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt voor 15 oktober 2018 aan het bevoegd gezag bekend gemaakt.
|
||||
**3.** De beslissing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt voor 15 juli 2018 aan het bevoegd gezag bekend gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Een bevoegd gezag ontvangt na afloop van het kalenderjaar een beslissing over het al dan niet toekennen van een bonus of het verschuldigd zijn van een malus.
|
||||
|
||||
**2.** De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 15 oktober 2018 aan het bevoegd gezag bekend gemaakt.
|
||||
**2.** De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 15 juli 2018 aan het bevoegd gezag bekend gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur kan besluiten deze termijn met maximaal zes weken te verlengen, mits dit besluit voor 8 oktober 2018 bekend wordt gemaakt.
|
||||
**3.** Het bestuur kan besluiten deze termijn met maximaal zes weken te verlengen, mits dit besluit voor 8 juli 2018 bekend wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
## 4. Bekostiging
|
||||
|
||||
|
|
@ -432,7 +430,7 @@ c. het bevoegd gezag is geen eigenrisicodrager als bedoeld in paragraaf 2.2;
|
|||
d. het bevoegd gezag draagt premie af voor het personeelslid;
|
||||
e. het bevoegd gezag heeft een vervanger ingezet in verband met de afwezigheid van een personeelslid op grond van de afwezigheidsgronden, genoemd in artikel 28;
|
||||
f. het bevoegd gezag heeft ten behoeve van afwezige geen aanspraak op een uitkering op grond van de Ziektewet;
|
||||
g. het Vervangingsfonds heeft de declaratie van het bevoegd gezag uiterlijk 6 april 2018 ontvangen;
|
||||
g. het Vervangingsfonds heeft de declaratie van het bevoegd gezag binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop de declaratie betrekking heeft ontvangen.
|
||||
h. een bevoegd gezag dat binnen de termijn, genoemd onder g, een vervangingsdeclaratie bij het Vervangingsfonds heeft ingediend, kan ten aanzien van deze declaratie binnen drie maanden en vijf werkdagen een correctie indienen, te rekenen vanaf de dag dat het Vervangingsfonds de betreffende declaratie op voorgeschreven wijze heeft ontvangen.
|
||||
2. Ten aanzien van vervanging geldt het bepaalde onder a tot en met h.
|
||||
|
||||
|
|
@ -507,10 +505,10 @@ b. het bevoegd gezag draagt over de volledige omvang van het dienstverband van h
|
|||
|
||||
Indien voldaan is aan de voorwaarden voor bekostiging als bedoeld in deze paragraaf, vindt de bekostiging plaats met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
|
||||
|
||||
1. Het aantal uren vervanging wordt bekostigd tot maximaal het aantal uren afwezigheid, waarbij het aantal uren afwezigheid wordt gebaseerd op het aantal werkzame uren van de afwezige per kalendermaand op basis van de akte van aanstelling dan wel benoeming vermenigvuldigd met het aantal weken in de betreffende maand.
|
||||
1. Het aantal uren vervanging wordt bekostigd tot maximaal het aantal uren afwezigheid.
|
||||
2. Indien sprake is van vervanging in verband met afwezigheid op grond van ziekteverlof als bedoeld in artikel 28, onder a is bekostiging mogelijk tot maximaal 28 maanden na de eerste ziektedag, zoals geregistreerd bij het UWV.
|
||||
3. Indien sprake is van vervanging in verband met afwezigheid op grond van schorsing als bedoeld in artikel 28, onder b, is bekostiging mogelijk tot maximaal 42 kalenderdagen vanaf de eerste dag dat het afwezige personeelslid is geschorst.
|
||||
4. Indien sprake is van ketenvervanging, komt uitsluitend het aantal uren vervanging door de ketenvervanger voor bekostiging in aanmerking.
|
||||
4. Vervallen.
|
||||
5. Het bestuur stelt per kalenderjaar vijf normklassen vast in het kader van de bekostiging. Deze zijn afgeleid van de salarisschalen en salarisnummers van de CAO PO.
|
||||
6. Het bestuur stelt per kalenderjaar per normklasse een normbedrag per uur vast, waarbij rekening is gehouden met werkgeverslasten.
|
||||
7. Het afwezige personeelslid wordt ingedeeld in de normklasse die correspondeert met het bruto salaris dat voor dat personeelslid is vastgesteld volgens bijlage A1 tot en met A4 van de CAO PO, exclusief toeslagen, toelages, vakantie-uitkering conform artikel 6.16 van de CAO PO en werkgeverslasten.
|
||||
|
|
@ -562,7 +560,7 @@ b. in afwijking van artikel 32, achtste lid, wordt de hoogte van de bekostiging
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Declaraties met betrekking tot de vervangingspool dienen uiterlijk op 6 april 2018 door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
|
||||
Declaraties met betrekking tot de vervangingspool dienen binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop deze declaraties betrekking hebben door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -654,7 +652,7 @@ b. het Vervangingsfonds heeft de definitieve aanmelding uiterlijk op 15 maart 20
|
|||
|
||||
In aanvulling op de voorwaarden voor bekostiging conform één van de financiële varianten als genoemd in dit hoofdstuk, is artikel 29 tot en met 32 van het Reglement van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van:
|
||||
|
||||
a. artikel 29, eerste lid, onder c en e en derde lid, onder b.
|
||||
a. artikel 29, eerste lid, onder c, e, g en h en derde lid, onder b.
|
||||
b. artikel 32, tweede, derde, twaalfde en dertiende lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een personeelslid ten tijde van de ingangsdatum van deelname voor één van de financiële varianten 14 kalenderdagen of langer ziek is, dan komt de vervanging van dit personeelslid niet voor bekostiging in aanmerking.
|
||||
|
|
@ -665,7 +663,12 @@ b. artikel 32, tweede, derde, twaalfde en dertiende lid.
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een declaratie dient uiterlijk binnen drie maanden en vijf werkdagen na afloop van de maand waarop de declaratie betrekking heeft door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen, tenzij sprake is van het bepaalde onder a of b:
|
||||
|
||||
a. indien een bevoegd gezag zich heeft aangemeld voor één van de wachtdagenvarianten als bedoeld in artikel 48 en 49, dan geldt voor declaraties die betrekking hebben op vervanging in de maanden november en december van enig jaar, dat het Vervangingsfonds deze declaraties uiterlijk op de vijfde werkdag van de maand februari van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ontvangen.
|
||||
b. indien de deelname voor één van de financiële varianten is beëindigd, dan geldt het bepaalde in artikel 46, derde tot en met het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -692,11 +695,11 @@ Indien de deelname voor een financiële variant voor een bevoegd gezag eindigt,
|
|||
a. voor een bevoegd gezag dat nog de status van eigenrisicodrager heeft: dat het bevoegd gezag na het verloop van de betreffende opzegtermijn weer valt onder de werking van de bepalingen van het Reglement, die van toepassing zijn op een eigenrisicodrager.
|
||||
b. voor een bevoegd gezag dat de status van eigenrisicodrager heeft verloren: dat het bevoegd gezag op het moment van het verlies van de status van eigenrisicodrager weer valt onder de werking van de bepalingen van het Reglement, die van toepassing zijn op een bevoegd gezag dat geen eigenrisicodrager is.
|
||||
|
||||
**3.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het bevoegd gezag, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging na verloop van het kalenderjaar waarin de opzegging heeft plaatsgevonden. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende dat kalenderjaar komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op 6 april 2018 heeft ontvangen.
|
||||
**3.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het bevoegd gezag, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging na verloop van het kalenderjaar waarin de opzegging heeft plaatsgevonden. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende dat kalenderjaar komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op de vijfde werkdag van de maand februari van het daaropvolgende kalenderjaar heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van het verlies van eigenrisicodragerschap, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging op het moment dat het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende het kalenderjaar waarin het eigenrisicodragerschap is verloren, komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op 6 april 2018 heeft ontvangen.
|
||||
**4.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van het verlies van eigenrisicodragerschap, eindigt de aanspraak op bekostiging van vervanging op het moment dat het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren. Declaraties die betrekking hebben op vervanging gedurende het kalenderjaar waarin het eigenrisicodragerschap is verloren, komen niet voor bekostiging in aanmerking, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk een maand en vijf werkdagen, volgend op de maand waarin het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap heeft verloren, heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het Vervangingsfonds als bedoeld in artikel 44, vierde lid, bestaat geen aanspraak meer op bekostiging vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de beëindiging heeft plaatsgevonden. Declaraties over de periode tot en met de datum van beëindiging van de deelname worden niet meer vergoed, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk op 6 april 2018 heeft ontvangen.
|
||||
**5.** Bij beëindiging van de deelname voor één van de financiële varianten als gevolg van opzegging door het Vervangingsfonds als bedoeld in artikel 44, vierde lid, bestaat geen aanspraak meer op bekostiging vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de beëindiging heeft plaatsgevonden. Declaraties over de periode tot en met de datum van beëindiging van de deelname worden niet meer vergoed, indien het Vervangingsfonds die declaraties niet uiterlijk na een maand en vijf werkdagen, volgend op de maand waarin de beëindiging heeft plaatsgevonden, heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### 5.2. Financiële varianten
|
||||
|
||||
|
|
@ -821,11 +824,11 @@ Dit Reglement wordt aangehaald als: ‘Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgez
|
|||
|
||||
**1.** Dit Reglement wordt bekendgemaakt middels publicatie in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**2.** Dit Reglement treedt in werking op 1 januari 2017 en heeft betrekking op vervanging die heeft plaatsgevonden in het kalenderjaar 2017, voor genoemde vervanging is dit reglement voor onbepaalde tijd van toepassing.
|
||||
**2.** Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2017 en heeft betrekking op vervanging die heeft plaatsgevonden in het kalenderjaar 2017. Voor genoemde vervanging is dit reglement voor onbepaalde tijd van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De werkingssfeer van dit Reglement beperkt zich uitsluitend tot personeelsleden waarop de CAO PO van toepassing is.
|
||||
|
||||
## Bijlage . Bijlagen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue