From 4b5cbf16a90a626033fce8bff3d3b0ed24eeb1ad Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 2 Nov 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-11-02 | BWBR0025028 | Mediawet 2008 --- wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md | 215 +++++++++++++----------- 1 file changed, 115 insertions(+), 100 deletions(-) diff --git a/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md b/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md index 303db34a884..44f2f89bb59 100644 --- a/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md +++ b/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md @@ -95,12 +95,14 @@ b. de ordening van het media-aanbod in een chronologisch schema voor wat betreft Er is een publieke mediaopdracht die bestaat uit: -a. het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van media-aanbod op het terrein van informatie, cultuur, educatie en verstrooiing, via alle beschikbare aanbodkanalen; en -b. het verzorgen van publieke mediadiensten waarvan het media-aanbod bestemd is voor Nederlanders die buiten de landsgrenzen verblijven. +a. het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van media-aanbod dat tot doel heeft een breed en divers publiek te voorzien van informatie, cultuur en educatie, via alle beschikbare aanbodkanalen; +a1. het kunnen inzetten van amusement als middel om een informatief, cultureel of educatief doel te bereiken of een breed en divers publiek te trekken en te binden zodat deze doelen onder de aandacht worden gebracht; +b. het verzorgen van publieke mediadiensten waarvan het media-aanbod bestemd is voor Nederlanders die buiten de landsgrenzen verblijven; en +c. het stimuleren van innovatie ten aanzien van media-aanbod, het volgen en stimuleren van technologische ontwikkelingen en het benutten van de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken. **2.** -Publieke mediadiensten voldoen aan democratische, sociale en culturele behoeften van de Nederlandse samenleving door het aanbieden van media-aanbod dat: +Publieke mediadiensten zijn in overeenstemming met publieke waarden, waarbij zij voorzien in democratische, sociale en culturele behoeften van de Nederlandse samenleving. Zij verzorgen daartoe media-aanbod dat: a. evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud; b. op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving geeft en de pluriformiteit van onder de bevolking levende overtuigingen, opvattingen en interesses op maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk gebied weerspiegelt; @@ -111,8 +113,6 @@ f. voor iedereen toegankelijk is. **3.** Het programma-aanbod van de algemene programmakanalen van de landelijke, regionale en lokale publieke mediadiensten wordt via omroepzenders verspreid naar alle huishoudens in het verzorgingsgebied waarvoor de programma’s zijn bestemd zonder dat zij voor de ontvangst andere kosten moeten betalen dan de kosten van aanschaf en gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst mogelijk maken. -**4.** In het kader van de uitvoering van de publieke mediaopdracht volgen en stimuleren de NPO en de publieke media-instellingen technologische ontwikkelingen en benutten de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken. - ### Titel 2.2. Landelijke publieke mediadienst #### Afdeling 2.2.1. Stichting Nederlandse Publieke Omroep @@ -121,23 +121,27 @@ f. voor iedereen toegankelijk is. ### Artikel 2.2 -**1.** De Stichting Nederlandse Publieke Omroep is het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau, bedoeld in artikel 2.1. +**1.** De Stichting Nederlandse Publieke Omroep is het sturings- en samenwerkingsorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau, bedoeld in artikel 2.1. **2.** Naast de andere taken die de NPO heeft op grond van deze wet, is zij belast met: -a. het bevorderen van samenwerking en coördinatie met het oog op de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; +a. het geven van sturing en het bevorderen van samenwerking met het oog op de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; b. de coördinatie en ordening op en tussen de aanbodkanalen van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst; +b1. het zorgdragen voor de publieksbetrokkenheid bij de invulling van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst; c. de vertegenwoordiging van de landelijke publieke media-instellingen in internationale organisaties op het gebied van media en de medewerking aan de oprichting van dergelijke organisaties; d. het in samenwerking met buitenlandse omroepinstellingen meewerken aan Europees media-aanbod dat mede op het Nederlandse publiek is gericht; e. het beschikbaar stellen van media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst aan het buitenland; -f. het behartigen van zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor de landelijke publieke mediadienst en de landelijke publieke media-instellingen; +f. het behartigen van zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor de landelijke publieke mediadienst en de landelijke publieke media-instellingen, waaronder de coördinatie van het verwerven, beheren en gebruiken van rechten op media-aanbod en de daaraan verbonden namen en merken; g. het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten en het vaststellen van normen voor de honorering van freelancers, mede in naam van de landelijke publieke media-instellingen; h. de bekostiging van de landelijke publieke media-instellingen, op basis van de door Onze Minister beschikbaar gestelde gelden; -i. het bevorderen van een doelmatige inzet van de gelden die bestemd zijn voor de verzorging en verspreiding van het media-aanbod en het bevorderen van geïntegreerde financiële verslaglegging en verantwoording; -j. het inrichten, in stand houden, beheren en exploiteren en regelen van het gebruik van organen, diensten en faciliteiten, waaronder studio’s en distributie-infrastructuren, die nodig zijn voor een goede uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; en -k. het verspreiden van media-aanbod voor Nederlandstaligen in het buitenland. +i. het zorgdragen voor een doelmatige inzet van de gelden die bestemd zijn voor de verzorging en verspreiding van het media-aanbod en het zorgdragen voor geïntegreerde financiële verslaglegging en verantwoording; +j. het inrichten, in stand houden, beheren en exploiteren en regelen van het gebruik van organen, diensten en faciliteiten, waaronder studio’s en distributie-infrastructuren, die nodig zijn voor een goede uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; +k. het verspreiden van media-aanbod voor Nederlandstaligen in het buitenland; en +l. het in samenwerking met publieke media-instellingen bevorderen van talentontwikkeling. + +**3.** Bij de uitvoering van haar taken stuurt de NPO en bevordert zij de samenwerking vanuit de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst, vervat in het concessiebeleidsplan, de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.22, de profielen van de aanbodkanalen, de afspraken, bedoeld in artikel 2.55, de regeling, bedoeld in artikel 2.57, en de begroting, bedoeld in artikel 2.147, en neemt zij bij de verzorging van het media-aanbod door de landelijke publieke media-instellingen artikel 2.88 in acht. ### Artikel 2.3 @@ -166,11 +170,29 @@ De organen van de NPO zijn een raad van toezicht, een raad van bestuur en een co ### Artikel 2.5 -**1.** De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden die op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen. +**1.** De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden die op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen. -**2.** Voor een van de andere leden kunnen de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, personen voor benoeming aanbevelen. +**2.** Bij een vacature stelt de raad van toezicht een functieprofiel op waarover hij in ieder geval de raad van bestuur, het college van omroepen, de representatieve maatschappelijke adviesraad, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel i, en de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven. -**3.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. +**3.** Na betrekking van de zienswijzen stelt de raad van toezicht het functieprofiel vast en maakt dit openbaar. + +**4.** Voor de selectie van kandidaten stelt de raad van toezicht een onafhankelijke benoemingsadviescommissie in. De benoemingsadviescommissie geeft een zwaarwegend advies aan Onze Minister voor de voordracht, bedoeld in het eerste lid. + +**5.** + +Onze Minister neemt het advies over, tenzij het in strijd is met: + +a. deze wet; +b. eisen van zorgvuldigheid; of +c. andere zwaarwegende belangen. + +**6.** Indien Onze Minister het advies niet overneemt, verzoekt hij onder opgave van een schriftelijke motivering de raad van toezicht ervoor te zorgen dat tot een nieuw advies wordt gekomen en informeert hij de Tweede Kamer dat een advies niet is overgenomen en de grond hiervoor. + +**7.** Ten behoeve van de ondersteuning bij het opstellen van het functieprofiel door de raad van toezicht en de selectie van kandidaten door de benoemingsadviescommissie, schakelt de raad van toezicht een wervingsadviesbureau in. + +**8.** Voor een van de andere leden als bedoeld in het eerste lid kunnen de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, personen voor benoeming aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie. + +**9.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. ### Artikel 2.6 @@ -201,16 +223,28 @@ c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 2.7 -**1.** De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van de raad van bestuur, de algemene gang van zaken bij de NPO en de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau en staat de raad van bestuur met advies terzijde. +**1.** -**2.** +De raad van toezicht is belast met het toezicht op: + +a. de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; +b. de werkzaamheden van de raad van bestuur; en +c. de algemene gang van zaken in de organisatie van de NPO. + +**2.** De raad van toezicht staat de raad van bestuur met advies ter zijde. + +**3.** De raad van toezicht is verder belast met: a. het vaststellen van de jaarrekening van de NPO; en b. het wijzigen van de statuten van de NPO, op voorstel van de raad van bestuur; -**3.** Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het gemeenschappelijke belang van de landelijke publieke mediadienst. +**4.** Bij de uitvoering van zijn taak neemt de raad van toezicht het gemeenschappelijke belang van de landelijke publieke mediadienst in acht. + +**5.** De raad van bestuur verstrekt de raad van toezicht tijdig de informatie die de raad van toezicht nodig heeft voor de uitvoering van zijn taak. + +**6.** De raad van toezicht stelt een rooster van aftreden voor zijn leden op waarin wordt voorzien dat de leden niet allen gelijktijdig aftreden. ### Artikel 2.8 @@ -218,8 +252,6 @@ b. het wijzigen van de statuten van de NPO, op voorstel van de raad van bestuur; **2.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. -**3.** Besluiten tot benoeming, schorsing of ontslag behoeven de instemming van Onze Minister. - ### Artikel 2.9 **1.** Op het lidmaatschap van de raad van bestuur is artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c tot en met h, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 2.6, eerste lid, onderdeel c, niet van overeenkomstige toepassing is op het lidmaatschap van een orgaan van de Ster. @@ -228,6 +260,8 @@ b. het wijzigen van de statuten van de NPO, op voorstel van de raad van bestuur; **3.** Artikel 668a, eerste tot en met vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing. +**4.** Een lid van de raad van bestuur kan niet na beëindiging van dat lidmaatschap voor een aansluitende periode worden benoemd als lid van de raad van toezicht. + ### Artikel 2.10 **1.** De raad van bestuur bestuurt de NPO. @@ -240,10 +274,11 @@ a. de dagelijkse leiding over de werkzaamheden van de NPO; b. de dagelijkse coördinatie en samenhangende ordening van het media-aanbod op en tussen de diverse aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst; c. het vaststellen van regelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de taken van de NPO, waaronder in ieder geval een regeling voor de coördinatie en ordening van het media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst; d. het vaststellen van de profielen van de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst, inhoudende de uitgangspunten voor een herkenbaar media-aanbod op die kanalen; -e. het vaststellen van het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20; +e. het vaststellen van het concessiebeleidsplan; f. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.22; -g. het vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 2.147; en -h. het vaststellen van het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.17. +g. het vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 2.147; +h. het vaststellen van het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.17; en +i. het organiseren van representatieve publieksvertegenwoordiging, waaronder een representatieve maatschappelijke adviesraad, ter bevordering van de publieksbetrokkenheid bij de invulling van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst. **3.** De raad van bestuur is verder belast met datgene wat niet uitdrukkelijk tot de taken of bevoegdheden van de raad van toezicht behoort. @@ -327,9 +362,9 @@ e. het vaststellen van ingrijpende wijzigingen in de arbeidsomstandigheden van e Het concessiebeleidsplan bevat in elk geval: -a. een beschrijving van de wijze waarop in de komende vijf jaar de publieke mediaopdracht op landelijk niveau wordt uitgevoerd, tevens uitgewerkt in kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst; +a. een beschrijving van de wijze waarop in de komende vijf jaar de publieke mediaopdracht op landelijk niveau wordt uitgevoerd, tevens uitgewerkt in kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod, de publieksbetrokkenheid en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst; b. aard en aantal van de programmakanalen en de daarvoor gewenste frequentieruimte; -c. aard en aantal van de overige aanbodkanalen; +c. aard en aantal van de overige aanbodkanalen, alsmede voor de aanbodkanalen die zijn bestemd of mede zijn bestemd voor het verzorgen van een mediadienst op aanvraag de technische kwaliteit van beeld of geluid en de periode waarin het media-aanbod beschikbaar is voor afname; d. een onderbouwd overzicht van de naar verwachting benodigde organisatorische, personele, materiële en financiële middelen; en e. een beschrijving van de samenwerking met de regionale en lokale publieke media-instellingen en anderen. @@ -341,7 +376,7 @@ e. een beschrijving van de samenwerking met de regionale en lokale publieke medi **1.** De NPO maakt het concessiebeleidsplan openbaar. -**2.** Over het concessiebeleidsplan vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. +**2.** Over het concessiebeleidsplan vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. Het advies heeft in elk geval betrekking op de wijze waarop in het concessiebeleidsplan vorm wordt gegeven aan de pluriformiteit van het media-aanbod. **3.** Het concessiebeleidsplan behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.20, tweede lid, onderdelen b en c, waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de Telecommunicatiewet. @@ -361,7 +396,7 @@ e. een beschrijving van de samenwerking met de regionale en lokale publieke medi De prestatieovereenkomst bevat afspraken over: -a. kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst; +a. kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor het media-aanbod, de publieksbetrokkenheid en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst; b. maatregelen bij niet naleving, voor zover mogelijk binnen het bepaalde bij of krachtens deze wet; en c. tussentijdse wijziging in verband met veranderende inzichten of omstandigheden. @@ -480,7 +515,7 @@ Vervallen **2.** -Het beleidsplan bevat in elk geval: +Het beleidsplan is afgestemd op het concessiebeleidsplan voor dezelfde periode en bevat in elk geval: a. het voorgenomen beleid ten aanzien van het media-aanbod, met in achtneming van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen voor het media-aanbod van de landelijk publieke mediadienst; b. de voornemens en afspraken over samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst met andere aanvragers van een erkenning of een voorlopige erkenning, de NPO, de NOS of de NTR; en @@ -658,6 +693,8 @@ c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid. **3.** De NTR heeft eveneens tot taak het voor de landelijke publieke mediadienst verzorgen van een breed en samenhangend educatief media-aanbod op het gebied van onderwijs, scholing en vorming. +**4.** De raad van bestuur kan de NTR belasten met het verzorgen van media-aanbod als bedoeld in artikel 2.54, tweede lid. + ### Artikel 2.35a De organen van de NTR zijn een raad van toezicht, een algemeen directeur en een adviesraad. @@ -784,67 +821,47 @@ Vervallen ### Artikel 2.50 -**1.** Gedurende de concessieperiode, bedoeld in artikel 2.19, wordt op ten minste drie algemene televisieprogrammakanalen en vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst programma-aanbod verzorgd. - -**2.** Het programma-aanbod op de onderscheiden algemene programmakanalen heeft een herkenbaar profiel. +Gedurende de concessieperiode, bedoeld in artikel 2.19, wordt op ten minste drie algemene televisieprogrammakanalen en vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst programma-aanbod verzorgd en wordt op tenminste een aanbodkanaal een kosteloze mediadienst op aanvraag verzorgd die is bestemd voor de catch-up van de programma’s op de algemene programmakanalen. ### Artikel 2.51 -**1.** - -Op de algemene programmakanalen: - -a. beschikken de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, per jaar over een aantal uren voor televisie en een aantal uren voor radio, dat wordt berekend naar rato van het aantal omroepverenigingen, overeenkomstig de formule - -(v : tv) * 2925 onderscheidenlijk (v: tv) * 13.500, waarbij - -v = het aantal omroepverenigingen als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, en derde lid, onderdeel b, onder 2°, waaruit de omroeporganisatie die een erkenning heeft verkregen, is gevormd, gerekend vanaf een bij ministeriële regeling te bepalen moment; en - -tv = alle omroepverenigingen waaruit alle omroeporganisaties die een erkenning hebben verkregen, zijn gevormd, gerekend vanaf een bij ministeriële regeling te bepalen moment; -b. beschikken de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen, per jaar over een aantal uren voor televisie en een aantal uren voor radio dat gelijk is aan dertig procent van de onderscheiden aantallen die gelden op grond van onderdeel a voor een omroeporganisatie die uit een omroepvereniging is gevormd; -c. beschikt de NOS per jaar over 1300 uren voor televisie en over 1500 uren voor radio; en -d. beschikt de NTR per jaar over 1.150 uren voor televisie en 3.475 uren voor radio. - -**2.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen meer uren gebruiken dan de aantallen, bedoeld in dat lid. - -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de verdeling van het eerste lid, onderdelen a en b, worden herzien als het totale aantal omroepverenigingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a daartoe aanleiding geeft. +Vervallen ### Artikel 2.52 -**1.** De instellingen gebruiken hun uren, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, geheel. - -**2.** In overleg met de raad van bestuur kan worden afgeweken van het eerste lid als dat voor de samenstelling van een samenhangend, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst wenselijk is. +Bij de coördinatie en ordening op en tussen de aanbodkanalen kan de raad van bestuur voorstellen voor programma’s toetsen aan de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst, vervat in het concessiebeleidsplan, de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.22, de profielen van de aanbodkanalen, de afspraken, bedoeld in artikel 2.55, de regeling, bedoeld in artikel 2.57, en de begroting, bedoeld in artikel 2.147, en neemt zij artikel 2.88 in acht. ### Artikel 2.53 -**1.** De raad van bestuur verzorgt de indeling van de uren voor de landelijke publieke media-instellingen op de algemene programmakanalen en de overige programmakanalen. +**1.** De raad van bestuur verzorgt de plaatsing van het media-aanbod van de landelijke publieke media-instellingen op de aanbodkanalen. **2.** -De raad van bestuur kan de urenindeling op de programmakanalen herzien: +De raad van bestuur kan de plaatsing op de aanbodkanalen herzien: a. als een erkenning of een voorlopige erkenning wordt ingetrokken; -b. als de aan een instelling ter beschikking staande uren worden ingetrokken of verminderd; -c. in het belang van de coördinatie en ordening op en tussen de verschillende aanbodkanalen; -d. op grond van omstandigheden die niet voorzien waren ten tijde van de indeling; of -e. naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 2.54, eerste lid, tweede volzin. +b. in het belang van de coördinatie en ordening op en tussen de verschillende aanbodkanalen; of +c. op grond van omstandigheden die niet voorzien waren ten tijde van de indeling. ### Artikel 2.54 -**1.** Bij de indeling van de uren, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, zorgt de raad van bestuur er voor dat tussen 16.00 uur en 24.00 uur op de algemene televisieprogrammakanalen en tussen 7.00 uur en 19.00 uur op de algemene radioprogrammakanalen een evenwichtige verdeling van de uren wordt bereikt. Indien en voor zover een of meer landelijke publieke media-instellingen daarom verzoeken zorgt de raad van bestuur in afwijking van de vorige volzin voor een verdeling van de uren van deze landelijke publieke media-instellingen tussen 7.00 uur en 24.00 uur op de algemene televisieprogrammakanalen. +**1.** De raad van bestuur zorgt er in het kader van de coördinatie voor dat het media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst past binnen de kaders van artikel 2.1, het concessiebeleidsplan en de profielen van de aanbodkanalen en voldoet aan de artikelen 2.115, 2.116 en 2.119 tot en met 2.123, alsmede dat de landelijke publieke media-instellingen beschikken over ruimte op de aanbodkanalen die nodig is om media-aanbod dat is vervaardigd met de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onder a tot en met d, te kunnen plaatsen. -**2.** De raad van bestuur zorgt er in het kader van de coördinatie voor dat het media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst past binnen de kaders van artikel 2.1, het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20, en de profielen van de aanbodkanalen en voldoet aan de artikelen 2.115, 2.116 en 2.119 tot en met 2.123. +**2.** De raad van bestuur kan het initiatief nemen tot het verzorgen van media-aanbod door een landelijke publieke media-instelling op basis van een voorstel dat niet afkomstig is van de NPO of een landelijke publieke media-instelling. + +**3.** Bij het verzorgen van media-aanbod als bedoeld in het tweede lid neemt de landelijke publieke media-instelling de afspraken in acht die de raad van bestuur over het media-aanbod heeft gemaakt met de partij van wie het voorstel afkomstig is. ### Artikel 2.55 -**1.** De raad van bestuur bevordert dat tussen de NPO en de landelijke publieke media-instellingen afspraken tot stand komen over de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik op de aanbodkanalen en over de wederzijdse inspanningen daarvoor. +**1.** De raad van bestuur bevordert dat tussen de NPO en de landelijke publieke media-instellingen afspraken tot stand komen over de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod, de publieksbetrokkenheid en het publieksbereik op de aanbodkanalen en over de wederzijdse inspanningen daarvoor. **2.** De instellingen: -a. stellen het media-aanbod dat zij ter uitvoering van hun publieke taak verzorgen ter beschikking voor verspreiding op de aanbodkanalen; en -b. zorgen voor voldoende gebruiksrechten op dat media-aanbod voor verspreiding, hergebruik en ontsluiting op de aanbodkanalen. +a. stellen het media-aanbod dat zij ter uitvoering van hun publieke taak verzorgen ter beschikking voor verspreiding op de aanbodkanalen; +b. zorgen voor voldoende gebruiksrechten op dat media-aanbod voor verspreiding, hergebruik en ontsluiting op de aanbodkanalen; en +c. verlenen medewerking in het kader van de taak van de NPO om voor de landelijke publieke mediadienst het verwerven, beheren en gebruiken van rechten op media-aanbod en de daaraan verbonden namen en merken te coördineren. **3.** Het tweede lid is ook van toepassing op het media-aanbod dat omroepverenigingen die vertegenwoordigd zijn in een samenwerkingsomroep in eerdere erkenningperiodes hebben verzorgd. @@ -852,19 +869,12 @@ b. zorgen voor voldoende gebruiksrechten op dat media-aanbod voor verspreiding, **1.** -Voor de coördinatie en ordening van het programma-aanbod op een algemeen televisieprogrammakanaal wordt de raad van bestuur bijgestaan door een redactie die als volgt is samengesteld: +Voor de coördinatie en ordening op en tussen de aanbodkanalen van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst wordt de raad van bestuur bijgestaan door een redactie, die als volgt is samengesteld: -a. de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, de NOS en de NTR waarvan een door de raad van bestuur te bepalen belangrijk deel van de uren, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, is ingedeeld op het desbetreffende programmakanaal tussen de uren waarvoor een evenwichtige verdeling is gemaakt als bedoeld in artikel 2.54, eerste lid, benoemen elk één lid; en -b. de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen waarvan de uren zijn ingedeeld als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden vertegenwoordigd door het voor de NTR benoemde lid of het voor de omroeporganisatie, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, benoemde lid. +a. de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, de NOS en de NTR benoemen elk een lid; en +b. de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen worden vertegenwoordigd door het voor de NTR benoemde lid of het voor de omroeporganisatie, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onder f, benoemde lid. -**2.** - -Voor de coördinatie en ordening van het programma-aanbod op een algemeen radioprogrammakanaal wordt de raad van bestuur bijgestaan door een redactie die als volgt is samengesteld: - -a. de instellingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, waarvan de uren, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, zijn ingedeeld op het desbetreffende programmakanaal benoemen elk één lid; en -b. de instellingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, waarvan de uren zijn ingedeeld op het desbetreffende programmakanaal, worden vertegenwoordigd door het voor de NTR benoemde lid of het voor de omroeporganisatie, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, benoemde lid. - -**3.** Het lidmaatschap van een redactie is onverenigbaar met het lidmaatschap van een orgaan van de NPO, een landelijke publieke media-instelling of een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is. +**2.** Het lidmaatschap van een redactie is onverenigbaar met het lidmaatschap van een orgaan van de NPO, een landelijke publieke media-instelling of een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is. ### Artikel 2.57 @@ -872,7 +882,7 @@ Een regeling voor de coördinatie en ordening van het media-aanbod als bedoeld i a. de wijze waarop de coördinatie en ordening van het media-aanbod op en tussen de verschillende aanbodkanalen plaatsvindt; b. de wijze waarop de raad van bestuur zijn bevoegdheid om het beoogde moment van verspreiding van media-aanbod te wijzigen of media-aanbod niet te verspreiden, gebruikt; -c. de beschikbaarheid van budgettering voor de uren bedoeld in artikel 2.54, eerste lid; en +c. de wijze waarop de raad van bestuur de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2.54, tweede lid, gebruikt; en d. de wijze waarop de raad van bestuur het tot stand komen van afspraken als bedoeld in artikel 2.55, eerste lid, bevordert. ### Artikel 2.58 @@ -928,9 +938,27 @@ De organen van de RPO zijn een raad van toezicht en een bestuur. **1.** De raad van toezicht van de RPO bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden die op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen. -**2.** De gezamenlijke ondernemingsraden van de regionale publieke media-instellingen kunnen voor benoeming van een van de andere leden personen aanbevelen. +**2.** Bij een vacature stelt de raad van toezicht een functieprofiel op waarover hij in ieder geval het bestuur van de RPO en de gezamenlijke ondernemingsraden van de regionale publieke media-instellingen in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven. -**3.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. +**3.** Na betrekking van de zienswijzen stelt de raad van toezicht het functieprofiel vast en maakt dit openbaar. + +**4.** Voor de selectie van kandidaten stelt de raad van toezicht een onafhankelijke benoemingsadviescommissie in. De benoemingsadviescommissie geeft een zwaarwegend advies aan Onze Minister voor de voordracht, bedoeld in het eerste lid. + +**5.** + +Onze Minister neemt het advies over, tenzij het in strijd is met: + +a. deze wet; +b. eisen van zorgvuldigheid; of +c. andere zwaarwegende belangen. + +**6.** Indien Onze Minister het advies niet overneemt, verzoekt hij onder opgave van een schriftelijke motivering de raad van toezicht ervoor te zorgen dat tot een nieuw advies wordt gekomen en informeert hij de Tweede Kamer dat een advies niet is overgenomen en de grond hiervoor. + +**7.** Ten behoeve van de ondersteuning bij het opstellen van het functieprofiel door de raad van toezicht en de selectie van kandidaten door de benoemingsadviescommissie, schakelt de raad van toezicht een wervingsadviesbureau in. + +**8.** De gezamenlijke ondernemingsraden van de regionale publieke media-instellingen kunnen voor benoeming van een van de andere leden als bedoeld in het eerste lid, personen aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie. + +**9.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. ### Artikel 2.60d @@ -970,14 +998,14 @@ b. het wijzigen van de statuten van de RPO, op voorstel van het bestuur van de R **3.** Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht van de RPO zich naar het gemeenschappelijke belang van de regionale publieke mediadienst. +**4.** De raad van toezicht stelt een rooster van aftreden voor zijn leden op waarin wordt voorzien dat de leden niet allen gelijktijdig aftreden. + ### Artikel 2.60f **1.** Het bestuur van de RPO bestaat uit ten hoogste zes leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht van de RPO. **2.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk. -**3.** Besluiten tot benoeming, schorsing of ontslag behoeven de instemming van Onze Minister. - ### Artikel 2.60g **1.** Voor het bestuur van de RPO is artikel 2.60d, eerste lid, onder c tot en met f, van overeenkomstige toepassing. @@ -1960,6 +1988,8 @@ f. de versterking van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst. **3.** Het budget komt geheel ten goede aan media-aanbod van de omroeporganisaties, de NOS en de NTR. +**4.** Het media-aanbod, bedoeld in artikel 2.54, tweede lid, komt ten laste van het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onder f. + ### Artikel 2.151 **1.** Onze Minister stelt de budgetten door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking van de raad van bestuur. @@ -2229,7 +2259,9 @@ c. onthoudt de regionale publieke media-instelling zich gedurende drie jaar na a **2.** Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van de jaarrekening. +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van de jaarrekening, waaronder regels over de wijze waarop inzicht wordt gegeven in de kosten van de programmering. + +**4.** Regels over de wijze waarop inzicht wordt gegeven in de kosten van de programmering of wijzigingen van die regels worden niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat een ontwerp daarvan aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. ### Artikel 2.173 @@ -3210,7 +3242,7 @@ b. hoofdstuk 8. **2.** De bestuurlijke boete bij overtreding van het bepaalde in artikel 2.34, eerste lid, bedraagt tien procent van het totale bedrag aan gelden dat gemiddeld in de kalenderjaren voorafgaand aan de overtreding tijdens de lopende erkenningperiode aan de omroeporganisatie ter beschikking is gesteld voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst. -**3.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, tweede lid, 2.35, 2.58, onderdeel d, 2.70, 2.71, derde en vierde lid, 2.88b tot en met 2.92, 2.94 tot en met 2.99, 2.106 tot en met 2.108, 2.111, eerste lid, 2.115 tot en met 2.124, 2.150, tweede en derde lid, 2.151, tweede lid, 2.170 en 2.170b, 3.5b tot en met 3.14, 3.15, tweede lid, 3.16, 3.17, 3.19 tot en met 3.19b, 3.20 tot en met 3.26, 3.29, 3.29d, 4.1, 4.6, 5.1 tot en met 5.4, 6.4, 6.6, tweede lid, en 6.23 tot en met 6.25, kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. +**3.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, tweede lid, 2.35, 2.58, onderdeel d, 2.70, 2.71, derde en vierde lid, 2.88b tot en met 2.92, 2.94 tot en met 2.99, 2.106 tot en met 2.108, 2.111, eerste lid, 2.115 tot en met 2.124, 2.150, tweede en derde lid, 2.151, tweede lid, 2.170 en 2.170b, 3.5b tot en met 3.14, 3.15, tweede lid, 3.16, 3.17, 3.19 tot en met 3.19b, 3.20 tot en met 3.26, 3.29, 3.29d, 4.1, 4.6, 5.1 tot en met 5.4, 6.4, 6.6, tweede lid, en 6.23 tot en met 6.25, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 7.13 @@ -3218,20 +3250,10 @@ De te betalen geldsommen van de bestuurlijke boeten en dwangsommen komen toe aan ### Artikel 7.14 -**1.** - Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat, naast of in plaats van het opleggen van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom: -a. de in artikel 2.51 bedoelde uren van de desbetreffende instelling voor ten hoogste twaalf weken intrekken; -b. de in de artikelen 6.1 en 6.5 bedoelde uren van de desbetreffende instelling verminderen of intrekken; en -c. de uren intrekken of verminderen die de Ster op grond van artikel 2.95 op de programmakanalen van de landelijke publieke mediadienst ter beschikking heeft. - -**2.** - -De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, heeft het Commissariaat ook wanneer de raad van bestuur het Commissariaat heeft verzocht de uren van de desbetreffende instelling te verminderen of in te trekken omdat: - -a. aan een landelijke publieke media-instelling voor twee achtereenvolgende jaren een sanctie als bedoeld in artikel 2.154 is opgelegd; of -b. een omroeporganisatie naar de mening van de raad van bestuur onvoldoende uitvoering geeft aan de bereidheid tot samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst. +a. de in de artikelen 6.1 en 6.5 bedoelde uren van de desbetreffende instelling verminderen of intrekken; en +b. de uren intrekken of verminderen die de Ster op grond van artikel 2.95 op de programmakanalen van de landelijke publieke mediadienst ter beschikking heeft. ### Artikel 7.15 @@ -3256,14 +3278,7 @@ d. vier jaar, bij een geldboete van € 3 375 of meer. ### Artikel 7.16 -**1.** - -Tijdens de periode van intrekking van uren als bedoeld in artikel 7.14: - -a. is artikel 2.51, tweede lid, niet van toepassing; en -b. bestaat geen recht op een financiële bijdrage voor de verzorging van het programma-aanbod. - -**2.** Tijdens de periode van vermindering van uren wordt de financiële bijdrage voor de verzorging van het programma-aanbod evenredig verminderd. +Vervallen ### Artikel 7.16a