2021-04-21 | BWBR0030250 | Wet dieren
This commit is contained in:
parent
c104cfdc10
commit
4b71ff399f
1 changed files with 515 additions and 7 deletions
|
|
@ -178,8 +178,8 @@ d. de verzorging, de behandeling, het africhten, de voedering en de drenking van
|
|||
e. het gebruik en de bewaring van bepaalde diervoeders, alsmede een verbod daarop;
|
||||
f. de bestrijding van organismen die schadelijk zijn voor de gezondheid of het welzijn van dieren;
|
||||
g. de reiniging en ontsmetting van ruimten en aanwezige gereedschappen en andere instrumenten of uitrustingen waarmee dieren in aanraking kunnen komen;
|
||||
h. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
i. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
h. het opslaan van kadavers buiten de nabijheid van dieren;
|
||||
i. het bijeenbrengen, het aanvoeren en het afvoeren van dieren;
|
||||
j. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts;
|
||||
k. de bij de houder, de personen die bij hem in dienst zijn en de personen die voor hem diensten verrichten aanwezige kennis over het houden van dieren;
|
||||
l. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens, onder meer over:
|
||||
|
|
@ -190,7 +190,7 @@ l. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens, onder
|
|||
4°. de herkomst, ontvangst, bereiding, bewerking, verwerking en verdere behandeling, opslag en bewaring van diervoeders en diergeneesmiddelen, alsmede het gebruik van diervoeders, onderscheidenlijk het toepassen van diergeneesmiddelen;
|
||||
m. de te verrichten onderzoeken bij dieren of in ruimten of op terreinen en gebieden waar dieren kunnen worden gehouden, naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten, zoönosen, ziekteverschijnselen, ziekteverwekkers of organismen die drager van een ziekteverwekker kunnen zijn, of naar de werking van vaccins;
|
||||
n. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers;
|
||||
o. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
o. de behandeling en aanbieding voor onderzoek van doodgeboren of gestorven dieren, levende dierlijke producten, onvoldragen vruchten of nageboorten;
|
||||
p. de gevallen waarin een dierenarts of een ander persoon die is toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van een diergeneeskundige handeling, wordt geconsulteerd;
|
||||
q. de voorwaarden waaronder, met betrekking tot de wijze waarop dieren worden gehouden op het bedrijf een bij of krachtens de maatregel aangewezen exclusieve aanduiding mag worden gebruikt, en
|
||||
r. een verbod op het houden van bepaalde diersoorten of diercategorieën, indien niet is voldaan aan ten aanzien van dat dier gestelde regels als bedoeld in onderdeel b, c, d, e, f, k, l en p.
|
||||
|
|
@ -214,7 +214,22 @@ b. het toestaan van het gebruik van bepaalde dieren, diersoorten of diercategori
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over de identificatie van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld voor bij deze maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer:
|
||||
|
||||
a. de verplichting tot identificatie;
|
||||
b. de hoedanigheid van de identificatiemiddelen;
|
||||
c. de gegevens die in of op de identificatiemiddelen worden vermeld of vastgelegd;
|
||||
d. de wijze en het moment van aanbrengen van identificatiemiddelen;
|
||||
e. de verwijdering en vervanging van identificatiemiddelen;
|
||||
f. de productie, het vervoeren, het te koop aanbieden, het verkopen, het voorhanden of in voorraad hebben, het afleveren en het in de handel brengen van identificatiemiddelen;
|
||||
g. het document waarin gegevens met betrekking tot de identificatie van dieren worden vastgelegd, en
|
||||
h. een verbod op het houden van een bepaald dier, bepaalde diersoorten of diercategorieën, indien niet is voldaan aan ten aanzien van dat dier of die dieren gestelde regels als bedoeld in de onderdelen a tot en met g.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot dieren en het bedrijf waar de dieren worden of zijn gehouden, ingeval ten aanzien van één of meer van de op het bedrijf aanwezige dieren niet kan worden voldaan aan de krachtens dit artikel gestelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -393,11 +408,29 @@ d. de aanwezigheid van een op grond van artikel 8.1 aangewezen ambtenaar, tevens
|
|||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het is verboden dieren opzettelijk in een zodanige toestand te brengen dat deze ziek worden of kunnen worden besmet met een dierziekte of een zoönose.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De houder van dieren die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dieren door zijn handelen of nalaten ziek worden, of dat daardoor een besmetting met dan wel de verspreiding van een dierziekte of een zoönose als bedoeld in het eerste lid, kan worden veroorzaakt:
|
||||
|
||||
a. laat dergelijk handelen of nalaten achterwege voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd;
|
||||
b. neemt alle maatregelen die in redelijkheid kunnen worden gevergd, teneinde zodanige besmetting of verspreiding te voorkomen, en
|
||||
c. ingeval een zodanige besmetting zich voordoet, beperkt de omvang en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk of maakt die zoveel mogelijk ongedaan.
|
||||
|
||||
**3.** De houder, bedoeld in het tweede lid, handelt in elk geval in strijd met dat lid indien hij een handeling verricht waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die achterwege zou zijn gebleven, indien geen sprake zou zijn geweest van een uitbraak van een besmettelijke dierziekte of zoönose, dan wel een kennelijke dreiging daarvan, en redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die handeling het gevaar van een zodanige verspreiding kan vergroten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Ingeval een dierenarts weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een dier is besmet met een dierziekte of een zoönose als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, dan wel met een andere bij ministeriële regeling aangewezen dierziekte of zoönose, of drager is van een ziekteverwekker, geeft hij hiervan terstond kennis aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval een dierenarts weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een dier een ziekteverschijnsel als bedoeld in artikel 5.3, derde lid, dan wel een ander bij ministeriële regeling aangewezen ziekteverschijnsel vertoont, geeft hij hiervan terstond kennis aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval een dier een ziekteverschijnsel als bedoeld in artikel 5.3, derde lid, dan wel een ander bij ministeriële regeling aangewezen ziekteverschijnsel vertoont, of ingeval de houder weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een dier is besmet met een dierziekte of een zoönose als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, dan wel een andere bij ministeriële regeling aangewezen dierziekte of zoönose, of drager is van een ziekteverwekker, geeft de houder van dit dier hiervan terstond kennis aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een ieder die in het kader van werkzaamheden in een onderzoeksinstelling, die gevallen van dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen als bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, opmerkt.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden een kennisgeving als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid achterwege kan blijven.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -867,6 +900,144 @@ d. de voorwaarden waaronder personen die beschikken over een titel, verbonden aa
|
|||
|
||||
### Paragraaf 2. Preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan krachtens deze paragraaf maatregelen treffen en andere handelingen verrichten ter voorkoming of bestrijding van de door hem aangewezen dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Dierziekten en zoönosen kunnen worden aangewezen indien:
|
||||
|
||||
a. zij besmettelijk zijn en verspreiding ervan niet kan worden voorkomen met normale bedrijfsmiddelen;
|
||||
b. zij naar het oordeel van Onze Minister een gevaar voor de diergezondheid kunnen opleveren, of
|
||||
c. zij naar het oordeel van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Ziekteverschijnselen kunnen worden aangewezen indien de dieren die deze verschijnselen vertonen of hun producten:
|
||||
|
||||
a. naar het oordeel van Onze Minister een gevaar voor de diergezondheid kunnen opleveren, of
|
||||
b. naar het oordeel van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of in het derde lid, onderdeel b, vindt plaats in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
|
||||
**5.** Maatregelen, die krachtens deze paragraaf worden getroffen ter voorkoming of bestrijding van een dierziekte, zoönose of ziekteverschijnsel, die of dat overeenkomstig het vierde lid is aangewezen in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, worden getroffen in overeenstemming met die minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan maatregelen treffen en andere handelingen verrichten met betrekking tot dieren, al dan niet gehouden, die:
|
||||
|
||||
a. besmet zijn of van besmetting zijn verdacht, of vatbaar zijn voor besmetting met een dierziekte of zoönose, of die een ziekteverschijnsel vertonen of kunnen vertonen, of
|
||||
b. een gevaar kunnen opleveren voor verspreiding van een dierziekte, zoönose of ziekteverschijnsel.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt per dierziekte, zoönose en ziekteverschijnsel als bedoeld in artikel 5.3 geregeld in welke gevallen er bij een dier sprake is van besmetting, van verdenking van besmetting of van een ziekteverschijnsel.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. een verplichting tot het afzonderen, het opstallen, het ophokken, het afschermen, het op een aangewezen plaats houden, het vastleggen of het opsluiten;
|
||||
b. een verplichting tot het behandelen of het vaccineren;
|
||||
c. een verbod op het vervoeren, het verplaatsen of het in de handel brengen;
|
||||
d. een verbod op het bijeenbrengen;
|
||||
e. een verbod op het in of buiten Nederland brengen;
|
||||
f. een verbod op het winnen van sperma, eicellen en embryo’s, het insemineren of het laten bevruchten van dieren en het transplanteren van embryo’s en eicellen;
|
||||
g. een verplichting tot het merken;
|
||||
h. een verbod of een verplichting tot het doden van dieren;
|
||||
i. een verplichting tot het onschadelijk laten maken van gestorven of gedode dieren;
|
||||
j. een verplichting tot het laten doen van onderzoek of een verplichting tot het dulden van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen of naar besmetting met een dierziekte of zoönose, en
|
||||
k. een verplichting tot het bijhouden van gegevens.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De andere handelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. het afzonderen, het opstallen, het ophokken, het afschermen, het op een aangewezen plaats houden, het vastleggen of het opsluiten;
|
||||
b. het behandelen of het vaccineren;
|
||||
c. het merken;
|
||||
d. het doden;
|
||||
e. het onschadelijk maken van gestorven of gedode dieren, en
|
||||
f. het doen van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen of naar besmetting met een dierziekte of zoönose.
|
||||
|
||||
**5.** Ten aanzien van een bedrijf waar dieren aanwezig zijn die van besmetting verdacht zijn verklaard, stelt Onze Minister het tijdstip vast waarop de verdenking is ontstaan en waarop zij is geëindigd, en welke, dan wel hoeveel van de op het bedrijf aanwezige dieren op het eerstgenoemde tijdstip besmet en van besmetting verdacht waren.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan maatregelen treffen en andere handelingen verrichten met betrekking tot producten of voorwerpen, voor zover deze drager van een ziekteverwekker kunnen zijn, of een gevaar voor verspreiding van een ziekteverwekker kunnen opleveren.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. een verplichting tot het merken;
|
||||
b. een verplichting tot het afzonderen, het op een plaats houden of het opslaan;
|
||||
c. een verplichting tot het behandelen of het onschadelijk maken;
|
||||
d. een verplichting tot het vernietigen;
|
||||
e. een verplichting tot het verwerken;
|
||||
f. een verbod of een verplichting tot het verplaatsen of vervoeren;
|
||||
g. een verbod op het in of buiten Nederland brengen;
|
||||
h. een verbod op in het in contact brengen met of het in de nabijheid brengen van dieren;
|
||||
i. een verplichting tot het reinigen en ontsmetten, en
|
||||
j. een verplichting tot het laten doen van onderzoek of een verplichting tot het dulden van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen of naar besmetting met een dierziekte of zoönose.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De andere handelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. het merken;
|
||||
b. het afzonderen, het op een plaats houden of het opslaan;
|
||||
c. het behandelen of het onschadelijk maken;
|
||||
d. het vernietigen;
|
||||
e. het verwerken;
|
||||
f. het verplaatsen of het vervoeren;
|
||||
g. het reinigen en ontsmetten, en
|
||||
h. het doen van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen of naar besmetting met een dierziekte of zoönose.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan maatregelen treffen en andere handelingen verrichten met betrekking tot gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden en andere onroerende zaken waar een ziekteverwekker aanwezig is of ten aanzien waarvan sprake is van een verdenking van aanwezigheid van een ziekteverwekker.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. een verplichting tot het reinigen en ontsmetten;
|
||||
b. een verbod op toegang, betreden of verlaten;
|
||||
c. een verbod op het vervoer, het verplaatsen en het bijeenbrengen van dieren, producten of voorwerpen naar, onderscheidenlijk vanuit en in ruimten, gebouwen, terreinen, gebieden of andere onroerende zaken;
|
||||
d. een verbod op het verrichten van bepaalde handelingen en activiteiten in, op of nabij ruimten, gebouwen, terreinen, gebieden of andere onroerende zaken, en
|
||||
e. een verplichting tot het plaatsen van materialen ter voorkoming of bestrijding van besmettelijke dierziekten of zoönosen of ter wering van ziekteverwekkers.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De andere handelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. het plaatsen van waarschuwingsborden en borden ter vooraankondiging;
|
||||
b. het aanbrengen van kentekenen bij gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden en andere onroerende zaken;
|
||||
c. het plaatsen van materialen ter voorkoming of bestrijding van besmettelijke dierziekten of zoönosen of ter wering van ziekteverwekkers, en
|
||||
d. het reinigen en ontsmetten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de modellen van waarschuwingsborden en kentekenen als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over onder meer het vervoeren van dieren, producten of voorwerpen van en naar gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden en andere onroerende zaken waar een kenteken als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, is geplaatst, en over de toegang van personen tot dergelijke gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden en andere onroerende zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.7
|
||||
|
||||
De op grond van deze paragraaf getroffen maatregelen kunnen zo nodig afwijken van het overige bij en krachtens deze wet bepaalde, de Meststoffenwet en hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.8
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt de burgemeester van de gemeente waar krachtens deze paragraaf een maatregel is getroffen, hiervan onverwijld in kennis.
|
||||
|
||||
**2.** De burgemeester van de betrokken gemeente verleent zijn medewerking bij het plaatsen en het weer verwijderen van waarschuwingsborden en kentekenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.9
|
||||
|
||||
**1.** Met het verrichten van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers, dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren en personen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 8.2 en de artikelen 5:13 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Bestuurlijke maatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.10
|
||||
|
|
@ -993,7 +1164,7 @@ b. de uitvoering van EU-rechtshandelingen die krachtens de onder a bedoelde rech
|
|||
|
||||
**1.** Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen betreffende onderwerpen waarop deze wet van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
**2.** De aanwijzing bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor zover de voorschriften geheel of mede strekken tot bescherming van de volksgezondheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1619,10 +1790,347 @@ j. het bijhouden van gegevens in een register als bedoeld in artikel 7.2, tweede
|
|||
|
||||
### Paragraaf 2. Diergezondheidsfonds
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2
|
||||
|
||||
**1.** Er is een Diergezondheidsfonds.
|
||||
|
||||
**2.** Het Diergezondheidsfonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
|
||||
|
||||
**3.** Het Diergezondheidsfonds heeft ten doel het betalen van kosten en uitgaven in verband met de bestrijding, bewaking en preventie van en onderzoek naar dierziekten, zoönosen, ziekteverschijnselen en resistentie in brede zin.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister beheert de begroting van het Diergezondheidsfonds.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ontvangsten van het Diergezondheidsfonds worden gevormd door:
|
||||
|
||||
a. de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in artikel 9.14;
|
||||
b. bijdragen vanuit de begroting van het Ministerie van Economische Zaken;
|
||||
c. de door de Europese Unie ter beschikking gestelde middelen, verband houdende met het weren en de bestrijding van op grond van artikel 5.3, eerste lid, voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekten;
|
||||
d. andere ontvangsten.
|
||||
|
||||
**2.** Het Diergezondheidsfonds sluit het begrotingsjaar niet af met een negatief saldo.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de voorwaarden waaronder betalingen worden verricht en over de informatieverstrekking over de besteding van de verkregen bijdragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Uit het Diergezondheidsfonds worden betaald:
|
||||
|
||||
a. de kosten van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 5.6, derde lid, onderdelen a tot en met d met uitzondering van de kosten van het reinigen van gebouwen, terreinen, bewaarplaatsen van mest en voorwerpen alsmede van het reinigen en ontsmetten van markten en andere plaatsen waarop dieren afkomstig van verschillende plaatsen bijeen worden gebracht;
|
||||
b. de kosten van het ter beschikking stellen van middelen voor reiniging en ontsmetting, en
|
||||
c. betalingen ter uitvoering van de artikelen 9.6, eerste lid, 9.9, vierde lid en 9.10.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Uit het Diergezondheidsfonds kunnen betalingen worden verricht:
|
||||
|
||||
a. ter uitvoering van artikel 9.11;
|
||||
b. ter uitvoering van artikel 9.12;
|
||||
c. ter zake van door Onze Minister getroffen maatregelen bedoeld in hoofdstuk 5, paragraaf 2, waaronder tevens begrepen worden de met het voorkomen en de bestrijding van op grond van artikel 5.3 aangewezen dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen verband houdende maatregelen getroffen met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren dan wel met het oog op onderzoek naar de mate van verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen in Nederland;
|
||||
d. ter zake van door Onze Minister, met het oog op het weren van op grond van artikel 5.3 aangewezen dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen gemaakte kosten;
|
||||
e. ter zake van uitgaven ten behoeve van het weren van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën bij dieren;
|
||||
f. ter zake van de heffing en invordering van de krachtens de artikelen 9.14, 9.15, 9.16 en 9.19 ingevoerde heffingen, en
|
||||
g. ter zake van andere uitgaven.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan besluiten dat de kosten van het behandelen en merken van dieren, dierlijke of plantaardige producten geheel of gedeeltelijk worden betaald uit ’s Rijks kas.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Tegemoetkomingen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.5
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op maatregelen, getroffen krachtens hoofdstuk 5, paragraaf 2.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Uit het Diergezondheidsfonds wordt door Onze Minister aan de houder een tegemoetkoming in de schade uitgekeerd, indien:
|
||||
|
||||
a. dieren worden gedood, of
|
||||
b. producten of voorwerpen onschadelijk worden gemaakt of worden vernietigd.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de toekenning van een tegemoetkoming kunnen door Onze Minister voorwaarden worden verbonden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, kunnen betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de inrichting van het bedrijf;
|
||||
b. de hygiëne op het bedrijf;
|
||||
c. de herbevolking van het bedrijf;
|
||||
d. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts, en
|
||||
e. op het bedrijf te nemen preventieve maatregelen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Ingeval de houder niet bedrijfsmatig dieren houdt, kunnen de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de inrichting van de verblijfsruimten voor dieren;
|
||||
b. de hygiëne in de verblijfsruimten voor dieren;
|
||||
c. de herbevolking van de verblijfsruimten voor dieren, en
|
||||
d. de te nemen preventieve maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan besluiten dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 9.6, geen tegemoetkoming als bedoeld in artikel 9.6 wordt toegekend, dan wel dat de tegemoetkoming op een lager bedrag wordt bepaald, voor zover:
|
||||
|
||||
a. het optreden van de dierziekte, de zoönose of het ziekteverschijnsel mede aan de betrokkene te wijten is;
|
||||
b. de houder aan de bij of krachtens artikel 2.2 gestelde regels of de krachtens artikel 92 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren opgelegde verplichtingen niet of niet volledig heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de uitbetaling van de tegemoetkoming opschorten totdat aan de op grond van artikel 9.6, tweede lid, gestelde voorwaarden is voldaan, dan wel aan degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend, de verplichting opleggen zekerheid te stellen voor de juiste nakoming van de op grond van dat artikel gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan het bedrag van de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien aan de op grond van artikel 9.6, tweede lid, gestelde voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet is voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming in de schade bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor verdachte dieren: de waarde in gezonde toestand;
|
||||
b. voor zieke of dode dieren: het bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gedeelte van de waarde in gezonde toestand;
|
||||
c. voor producten: de marktwaarde, en
|
||||
d. voor voorwerpen: de vervangingswaarde.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan voor bepaalde dieren, diersoorten of diercategorieën aan de tegemoetkoming in de schade een maximum worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Voordat dieren worden gedood of producten of voorwerpen onschadelijk worden gemaakt of vernietigd, wordt de waarde daarvan vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Van het derde lid kan in uitzonderlijke gevallen om redenen van spoedeisendheid worden afgeweken.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt, op basis van een advies over de waarde opgesteld door een door hem aangewezen deskundige, de tegemoetkoming in de schade vast.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de uitvoering van de waardevaststelling, bedoeld in het derde lid. Deze regels hebben betrekking op:
|
||||
|
||||
a. het tijdstip dat als ijkmoment geldt voor de waardevaststelling;
|
||||
b. de kwalificatie van de dieren, producten of voorwerpen waarvan de waarde moet worden vastgesteld;
|
||||
c. de wijze van waardevaststelling, en
|
||||
d. de herwaardering van de waardevaststelling door een of meer deskundigen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt een formulier vast waarop de onderbouwing van het advies over de waarde wordt vastgelegd. Het formulier bevat in elk geval de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. de aanduiding van hetgeen waarvan de waarde wordt vastgesteld;
|
||||
b. de voor de waardevaststelling relevante gegevens, en
|
||||
c. de waarde en de motivering ervan.
|
||||
|
||||
**8.** Zo spoedig mogelijk nadat de waarde is vastgesteld deelt Onze Minister aan de houder het bedrag van de tegemoetkoming in de schade mede.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.9
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de vakbekwaamheid van deskundigen als bedoeld in artikel 9.8, vijfde lid, en zesde lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben in elk geval betrekking op de algemene kennis op het gebied van waardevaststellingen alsmede praktijkvaardigheden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de vergoeding van de deskundige, bedoeld in artikel 9.8, vijfde lid, en zesde lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
**4.** De vergoeding, bedoeld in het derde lid, wordt betaald uit het Diergezondheidsfonds.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.10
|
||||
|
||||
Indien door het vernietigen of onschadelijk maken van dieren, producten of voorwerpen schade wordt toegebracht aan gebouwen, terreinen of voorwerpen, wordt door Onze Minister aan de houder of gebruiker van deze gebouwen, terreinen of voorwerpen uit het Diergezondheidsfonds een tegemoetkoming in de schade uitgekeerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.11
|
||||
|
||||
Een tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door de toepassing van maatregelen, als bedoeld in hoofdstuk 5, paragraaf 2, kan, voor zover voor deze schade niet op grond van de artikelen 9.6 of 9.10 een tegemoetkoming kan worden gegeven, in door Onze Minister te bepalen bijzondere gevallen geheel of gedeeltelijk uit het Diergezondheidsfonds worden betaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.12
|
||||
|
||||
**1.** Voor de periode tussen het moment waarop aan de houder is medegedeeld dat een maatregel als bedoeld in hoofdstuk 5, paragraaf 2, wordt toegepast en het moment van toepassen van deze maatregel, kan door onze Minister een vergoeding worden betaald aan de houder voor de kosten die hij maakt bij de verzorging van de dieren waarop de maatregel wordt toegepast.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van de vergoeding;
|
||||
b. de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vergoeding, en
|
||||
c. de periode waarop een vergoeding betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**3.** De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, kan worden betaald uit het Diergezondheidsfonds.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Diergezondheidsheffing
|
||||
|
||||
### Artikel 9.13
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het bij en krachtens deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *vaccinbroedei:* ei, afkomstig van pluimvee, dat zich in een broedmachine bevindt om te worden afgeleverd aan de farmaceutische industrie, dan wel bestemd is om voor dit doel in een broedmachine te worden gelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.14
|
||||
|
||||
Onder de naam diergezondheidsheffing worden heffingen geheven voor de uitgaven van het Diergezondheidsfonds, bedoeld in artikel 9.4.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het houden in de uitoefening van een bedrijf van:
|
||||
|
||||
a. kippen;
|
||||
b. kalkoenen;
|
||||
c. eenden;
|
||||
d. schapen;
|
||||
e. geiten;
|
||||
f. varkens;
|
||||
g. runderen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere diersoorten worden aangewezen dan die, genoemd in het eerste lid, waarvoor met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van die maatregel, de diergezondheidsheffing wordt geheven met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar.
|
||||
|
||||
**3.** De diergezondheidsheffing wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, niet geheven voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diersoorten indien het aantal dieren dat van die diersoort op het bedrijf wordt gehouden niet meer bedraagt dan een in die maatregel voor die diersoort bepaald aantal.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.16
|
||||
|
||||
**1.** De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het houden van schapen en geiten, anders dan in de uitoefening van een bedrijf.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere diersoorten worden aangewezen dan die, genoemd in het eerste lid, die anders dan in de uitoefening van een bedrijf worden gehouden, waarvoor met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van die maatregel, de diergezondheidsheffing wordt geheven met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar.
|
||||
|
||||
**3.** De diergezondheidsheffing wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, niet geheven voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten indien het aantal dieren dat van die diersoort wordt gehouden niet meer bedraagt dan een in die maatregel voor die diersoort bepaald aantal.
|
||||
|
||||
**4.** De diergezondheidsheffing wordt niet geheven ter zake van het houden van dieren die zich bevinden in een verzamelcentrum, een slachthuis of een vervoermiddel.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.17
|
||||
|
||||
De diergezondheidsheffing wordt geheven:
|
||||
|
||||
a. voor het houden van dieren in de uitoefening van een bedrijf: van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een bedrijf voert waar de dieren gehouden worden;
|
||||
b. voor het houden van dieren anders dan in de uitoefening van een bedrijf: van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat de dieren houdt.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.18
|
||||
|
||||
**1.** De diergezondheidsheffing voor het houden van dieren wordt geheven naar het aantal dieren van een diersoort of diercategorie dat in een kalenderjaar wordt gehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de berekeningswijze van het aantal dieren, bedoeld in het eerste lid, welke regels per diersoort of diercategorie kunnen verschillen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal in een kalenderjaar gehouden dieren van een bepaalde diersoort of diercategorie wordt bepaald, indien voor die diersoort of diercategorie in onvoldoende mate gegevens over het aantal gehouden dieren in een kalenderjaar voorhanden zijn om dat aantal op die basis met voldoende zekerheid te kunnen berekenen.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt de diergezondheidsheffing voor het houden van kippen, kalkoenen, eenden of dieren behorend tot een andere krachtens artikel 9.15, tweede lid, aangewezen soort gevogelte geheven naar het aantal dieren dat aan het begin van de periode waarin zij worden gehouden in een tot het bedrijf behorende stal of ruimte wordt binnengebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het in de uitoefening van een bedrijf:
|
||||
|
||||
a. inleggen van broedeieren van kippen, kalkoenen of eenden in een broedmachine;
|
||||
b. produceren van vaccinbroedeieren van kippen, kalkoenen of eenden.
|
||||
|
||||
**2.** De diergezondheidsheffing kan worden geheven ter zake van het in de uitoefening van een bedrijf verhandelen, vervoeren of slachten van dieren, het produceren, bewerken, vervoeren of verhandelen van dierlijke producten, anders dan de handelingen, genoemd in het eerste lid, of het bereiden van diervoeder in een kalenderjaar, welke heffingen dienen ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 9.14, onderdelen a tot en met g.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een handeling, genoemd in het tweede lid, worden aangewezen waarvoor de diergezondheidsheffing wordt geheven met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende maatregel met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de maatregel, bedoeld in het derde lid, wordt voor een aangewezen handeling tevens de heffingsgrondslag vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.20
|
||||
|
||||
De in artikel 9.19, eerste en tweede lid, bedoelde heffingen worden geheven van de natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen die de krachtens artikel 9.19, eerste of tweede lid, aangewezen handelingen verrichten.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.21
|
||||
|
||||
**1.** De diergezondheidsheffing voor het inleggen van broedeieren wordt geheven naar het aantal broedeieren dat in een kalenderjaar in een broedmachine wordt ingelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De diergezondheidsheffing voor het produceren van vaccinbroedeieren wordt geheven naar het aantal vaccinbroedeieren dat in een kalenderjaar in een broedmachine wordt ingelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de berekeningswijze van het aantal ingelegde eieren, bedoeld in het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.22
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald tot welk bedrag de uitgaven van het Diergezondheidsfonds die, in een bij die maatregel te bepalen periode van vijf kalenderjaren, zijn gedaan ten behoeve van een bepaalde diersoort of combinatie van diersoorten ten hoogste door middel van heffingen worden opgebracht.
|
||||
|
||||
**2.** De vaststelling voor de eerste maal van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.23
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 9.22 en het derde lid wordt een tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie vastgesteld op basis van:
|
||||
|
||||
a. een raming van de uitgaven, bedoeld in artikel 9.14 voor de desbetreffende diersoort of diercategorie, in het kalenderjaar of deel van het kalenderjaar waarvoor het tarief wordt vastgesteld;
|
||||
b. de benodigde middelen om in het Diergezondheidsfonds een reserve aan te houden;
|
||||
c. uitgaven van het Diergezondheidsfonds, voor zover die uitgaven niet gedekt zijn door de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, onderdeel a, in het tweede tot en met zesde kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie wordt vastgesteld;
|
||||
d. het vastgestelde overschot of tekort bij de definitieve vaststelling van door de Europese Unie beschikbaar gestelde middelen ten opzichte van de door de Europese Unie voorlopig beschikbaar gestelde middelen voor de desbetreffende diersoort of diercategorie;
|
||||
e. een schatting van het aantal dieren of andere eenheden dat de grondslag vormt voor de heffing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d:
|
||||
|
||||
a. wordt bij de heffing ten behoeve van de uitgaven, gedaan in een bepaalde periode, het voor die periode bepaalde bedrag, bedoeld in artikel 9.22, toegepast, ook als die heffingen niet in die periode worden geheven;
|
||||
b. worden uitsluitend de overschotten en tekorten uit de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde periode, die niet bij een eerdere tariefvaststelling waren betrokken, meegerekend.
|
||||
|
||||
**3.** De omvang van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde reserve wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald en bedraagt voor elke krachtens artikel 9.22 bepaalde periode ten hoogste 40 procent van het krachtens het eerste lid van dat artikel voor de desbetreffende periode en de desbetreffende diersoort of combinatie van diersoorten bepaalde bedrag.
|
||||
|
||||
**4.** De uitgaven bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden zo spoedig mogelijk en gedurende ten hoogste acht kalenderjaren in de tarieven verwerkt.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de vaststelling van een tarief ten behoeve van de invoering van de diergezondheidsheffing voor een andere diersoort als bedoeld in de artikel 9.15, tweede lid, en artikel 9.16, tweede lid, dan wel een andere handeling of een ander dierlijk product als bedoeld in artikel 9.19, derde lid, en bij de wijziging van een dergelijk tarief, worden bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, slechts de uitgaven in aanmerking genomen die zijn gedaan na de datum van de invoering van de desbetreffende heffing.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, worden alleen uitgaven van het Diergezondheidsfonds, die zijn gedaan na 1 januari 2015, en voor zover die niet gedekt zijn door ontvangsten als bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, onderdeel a, in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.24
|
||||
|
||||
**1.** De tarieven voor de in artikel 9.19, eerste lid, bedoelde handelingen worden vastgesteld met toepassing van artikel 9.23, met dien verstande dat deze tarieven worden berekend op basis van de uitgaven voor en de opbrengsten van de diergezondheidsheffing voor onderscheidenlijk de diersoorten kippen, kalkoenen en eenden.
|
||||
|
||||
**2.** De tarieven voor de in artikel 9.19, tweede lid, bedoelde handelingen worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 9.23, met dien verstande dat deze tarieven voor de onderscheiden handelingen worden berekend op basis van de uitgaven voor de bestrijding en de wering van besmettelijke dierziekten en de opbrengsten van de diergezondheidsheffing ten behoeve van de diersoort of diercategorie waar de desbetreffende handeling betrekking op heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.25
|
||||
|
||||
**1.** De tarieven voor de diergezondheidsheffing worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde tarieven worden per kalenderjaar vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De bekendmaking van de tarieven geschiedt uiterlijk 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de tarieven worden vastgesteld door publicatie van de in het eerste lid bedoelde maatregel in het Staatsblad.
|
||||
|
||||
**4.** Indien niet uiterlijk op het in het derde lid bedoelde tijdstip een nieuw tarief voor een diersoort, een diercategorie, een product of een handeling is bekendgemaakt, blijft het tarief zoals dat gold op dat tijdstip, van toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing bij de invoering van een heffing gedurende een kalenderjaar op grond van de artikelen 9.15, tweede lid, 9.16, tweede lid, of 9.19, derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt niet vastgesteld dan nadat overleg is gepleegd met belangenorganisaties van natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen waarvan de diergezondheidsheffing wordt geheven.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.26
|
||||
|
||||
**1.** De diergezondheidsheffing wordt door Onze Minister per kalenderjaar geheven.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan een voorlopige diergezondheidsheffing opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de diergezondheidsheffing vermoedelijk zal worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De voorlopige diergezondheidsheffing wordt verrekend met de diergezondheidsheffing.
|
||||
|
||||
**4.** De diergezondheidsheffing en de voorlopige diergezondheidsheffing kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan regels stellen, op grond waarvan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen
|
||||
|
||||
a. op de daarbij vastgestelde wijze en binnen de daarbij vastgestelde termijn de gegevens en bescheiden verstrekt die voor de vaststelling van de diergezondheidsheffing van belang kunnen zijn, en
|
||||
b. op verzoek van Onze Minister nadere gegevens en bescheiden verstrekt ten behoeve van de vaststelling van de diergezondheidsheffing.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid wordt de diergezondheidsheffing, in geval van toepassing van artikel 9.18, vierde lid, geheven over elke periode dat kippen, kalkoenen, eenden of dieren behorend tot een andere krachtens artikel 9.15, tweede lid, aangewezen soort gevogelte in een stal of ruimte worden gehouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.27
|
||||
|
||||
Na het tot stand komen van een krachtens de artikelen 9.15, tweede lid, 9.16, tweede lid, of 9.19, derde lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de kamers van de Staten-Generaal tot niet-aannemen van het voorstel besluit, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken, met ingang van het tijdstip waarop de maatregel in werking trad en worden de gevolgen van die inwerkingtreding ongedaan gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.28
|
||||
|
||||
De tarieven voor de diergezondheidsheffing voor de jaren 2018 en 2019 voor de diersoorten runderen, varkens, kippen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten worden, zo nodig in afwijking van artikel 9.23, zodanig vastgesteld dat de totale opbrengst van de diergezondheidsheffing en de bijdragen van de sectorpartijen, bedoeld in artikel 2 van het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2015–2019 (Stcrt. 2015, 13794), gerekend over de jaren 2015 tot en met 2019, niet meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
a. voor runderen: € 23.540.000;
|
||||
b. voor varkens: € 53.447.000, waarvan ten hoogste € 30.000.000 ten behoeve van de bewaking en bestrijding van Afrikaanse varkenspest, en Swine Vesicular Disease;
|
||||
c. voor kippen, kalkoenen en eenden: € 47.138.000, waarvan ten hoogste € 2.113.000 ten behoeve van de bewaking en bestrijding van Newcastle Disease;
|
||||
d. voor schapen en geiten: € 5.074.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.29
|
||||
|
||||
Indien in de jaren 2015 tot en met 2019 ten laste van het Diergezondheidsfonds uitgaven worden gedaan die overeenkomstig artikel 9.23 worden verwerkt in de tarieven die worden vastgesteld voor de jaren 2020 en verder, blijven de in artikel 9.28 genoemde bedragen van toepassing bij de vaststelling van de diergezondheidsheffing voor die uitgaven.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Overig
|
||||
|
||||
### Artikel 10.1
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue