diff --git a/amvb/rechtspositiebesluit-decentrale-politieke-ambtsdragers/BWBR0041522/README.md b/amvb/rechtspositiebesluit-decentrale-politieke-ambtsdragers/BWBR0041522/README.md index 2acd2d36643..980d353bc9d 100644 --- a/amvb/rechtspositiebesluit-decentrale-politieke-ambtsdragers/BWBR0041522/README.md +++ b/amvb/rechtspositiebesluit-decentrale-politieke-ambtsdragers/BWBR0041522/README.md @@ -412,7 +412,7 @@ b. herstel niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a bedoelde **1.** Indien gedeputeerde staten ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris kosten maken, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de provincie. -**2.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het preventief treffen van andere voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris dan die welke op grond van het eerste lid ten laste van de provincie komen. +**2.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het treffen van andere voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris dan die welke op grond van het eerste lid ten laste van de provincie komen. ### Artikel 2.3.2 @@ -475,12 +475,13 @@ d. de vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 2 e. de tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 2.2.7, derde lid; f. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 2.2.8, tweede lid; g. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 2.2.9, eerste lid; -h. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 2.2.7, vijfde lid, 2.2.8, tweede lid, en 2.2.10, zesde lid; +h. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 2.2.7, vijfde lid, 2.2.8, derde lid, en 2.2.10, zesde lid; i. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid; -j. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 2.3.2; -k. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 2.3.3; -l. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 2.3.4, en -m. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.3.7, eerste lid. +j. de voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste en tweede lid; +k. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 2.3.2; +l. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 2.3.3; +m. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 2.3.4, en +n. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.3.7, eerste lid. ### Afdeling 2.4. Commissieleden @@ -595,11 +596,13 @@ Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn l **2.** Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. -**3.** De overgang van een gemeente naar een lagere inwonersklasse, bedoeld in artikel 3.3, tweede of derde lid, in verband met de vermindering van het aantal inwoners is niet van invloed op de vergoeding voor de werkzaamheden van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde raadsleden. +**3.** Indien een gemeente in verband met een wijziging van het aantal inwoners op grond van artikel 3.3, eerste of derde lid, wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse of op grond van een besluit als bedoeld in artikel 3.4 voor een bepaald tijdvak in een hogere inwonersklasse wordt geplaatst, wordt de vergoeding voor de werkzaamheden van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde raadsleden aan de hand van de tabel in het eerste lid aangepast. -**4.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. +**4.** De overgang van een gemeente naar een lagere inwonersklasse, bedoeld in artikel 3.3, tweede of derde lid, in verband met de vermindering van het aantal inwoners is niet van invloed op de vergoeding voor de werkzaamheden van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde raadsleden. -**5.** De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het raadslid op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen. +**5.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. + +**6.** De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het raadslid op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen. ### Artikel 3.1.2 @@ -757,7 +760,7 @@ De bezoldiging per maand van de wethouder is afhankelijk van de inwonersklasse w | 8 | € 10.273,92 | | 9 | € 11.646,48 | -**4.** Indien een gemeente op grond van een besluit als bedoeld in artikel 3.4 wordt geplaatst, of in verband met wijziging van het aantal inwoners op grond van artikel 3.3, eerste of derde lid, wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse, wordt de bezoldiging van de burgemeester en van de wethouder aan de hand van de tabel in het eerste, onderscheidenlijk derde lid aangepast. +**4.** Indien een gemeente in verband met een wijziging van het aantal inwoners op grond van artikel 3.3, eerste of derde lid, wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse of op grond van een besluit als bedoeld in artikel 3.4 voor een bepaald tijdvak in een hogere inwonersklasse wordt geplaatst, wordt de bezoldiging van de burgemeester en van de wethouders aan de hand van de tabel in het eerste, onderscheidenlijk derde lid aangepast. **5.** De overgang van een gemeente naar een lagere inwonersklasse, bedoeld in artikel 3.3, tweede of derde lid, is niet van invloed op de bezoldiging van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde burgemeester en wethouders zolang zij niet zijn herbenoemd. @@ -1075,12 +1078,13 @@ d. de vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, bedoeld in artikel 3 e. de tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten, bedoeld in artikel 3.2.7, derde lid; f. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 3.2.8, tweede lid; g. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 3.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid; -h. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 3.2.7, vijfde lid, 3.2.8, tweede lid, en 3.2.10, zesde lid; +h. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikelen 3.2.7, vijfde lid, 3.2.8, derde lid, en 3.2.10, zesde lid; i. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 3.2.11, eerste lid; -j. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 3.3.2; -k. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 3.3.3; -l. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 3.3.4, en -m. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.3.7, eerste lid. +j. de voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek als bedoeld in artikel 3.3.1, eerste en tweede lid; +k. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 3.3.2; +l. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 3.3.3; +m. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 3.3.4, en +n. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.3.7, eerste lid. ### Afdeling 3.4. Commissieleden @@ -1160,7 +1164,7 @@ l. *commissaris:* commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het wate ### Artikel 4.5 -**1.** Het totaal van de bezoldiging van de leden van het dagelijks bestuur is gesteld op ten hoogste 300% van een voltijds bezoldigingsbedrag. +**1.** Het totaal van de bezoldiging van de leden van het dagelijks bestuur is gesteld op ten hoogste 400% van een voltijds bezoldigingsbedrag. **2.** Het algemeen bestuur stelt, met in achtneming van het eerste en derde lid, de deeltijdfactor van ieder lid van het dagelijks bestuur vast. @@ -1572,13 +1576,14 @@ a. de vergoedingen en toelage, bedoeld in de artikelen 4.1.6 en 4.2.6; b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 4.1.10; c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 4.2.7, eerste lid; d. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid; -e. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 4.2.8, tweede lid; +e. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 4.2.8, derde lid; f. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikel 4.2.10, zesde lid; g. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.11, eerste lid; -h. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 4.3.2; -i. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 4.3.3; -j. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 4.3.4, en -k. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3.7, eerste lid. +h. de voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek als bedoeld in artikel 4.3.1, eerste en tweede lid; +i. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 4.3.2; +j. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 4.3.3; +k. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 4.3.4, en +l. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3.7, eerste lid. ### Afdeling 4.4. Commissieleden @@ -1618,7 +1623,7 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, **2.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.6, eerste lid, en 2.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. -**3.** Artikel 9, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de statenleden ten behoeve waarvan gedeputeerde staten op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit één of meer collectieve verzekeringen hebben afgesloten. +**3.** Indien provinciale staten toepassing hebben gegeven aan artikel 9, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft dat artikel in de desbetreffende provincie van toepassing. **4.** Artikel 8, derde lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft van toepassing op de commissaris van de Koning die voor die datum is benoemd. @@ -1626,7 +1631,7 @@ Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, **6.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.6, derde lid, en 3.2.6, eerste en tweede lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. -**7.** Artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de raadsleden ten behoeve waarvan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden één of meer collectieve verzekeringen heeft afgesloten. +**7.** Indien de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft dat artikel in de desbetreffende gemeente van toepassing. **8.** Artikel 14a van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de burgemeester aan wie voor die datum een toelage is toegekend als bedoeld in dat artikel 14a.