diff --git a/ministeriele-regeling/landelijke-verplaatsingsregeling-veehouderijen-met-piekbelasting/BWBR0050183/README.md b/ministeriele-regeling/landelijke-verplaatsingsregeling-veehouderijen-met-piekbelasting/BWBR0050183/README.md new file mode 100644 index 00000000000..f7882628918 --- /dev/null +++ b/ministeriele-regeling/landelijke-verplaatsingsregeling-veehouderijen-met-piekbelasting/BWBR0050183/README.md @@ -0,0 +1,171 @@ +--- +titel: Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting +bwb_id: BWBR0050183 +type: ministeriele-regeling +status: geldend +datum_inwerkingtreding: '2024-09-03' +bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0050183 +citeertitel: Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting +--- + +# Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting + +## Hoofdstuk 1. Algemeen + +## Hoofdstuk 2. Haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing + +## Hoofdstuk 3. Bedrijfsverplaatsing + +### Artikel 3.1 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.2 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.3 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.4 + +**1.** Er is sprake van een verplaatsing van een veehouderijonderneming als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a, indien de veehouderijonderneming aanvangt als bedoeld in artikel 3.3, derde lid, op een hervestigingslocatie, waarbij de te verlaten veehouderijlocatie wordt gesloten. + +**2.** + +Van een sluiting van de te verlaten veehouderijlocatie is sprake: + +a. indien niet langer landbouwhuisdieren worden gehouden op de te verlaten veehouderijlocatie; +b. indien de dierlijke meststoffen zijn verwijderd van de te verlaten veehouderijlocatie; +c. al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving: + +1°. indien de veehouderijonderneming bij het bevoegd gezag een omgevingsrechtelijke melding heeft gedaan dat op de te verlaten veehouderijlocatie niet langer landbouwhuisdieren worden gehouden door de veehouderijonderneming; of +2°. indien het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit voor de te verlaten veehouderijlocatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de te verlaten veehouderijlocatie landbouwhuisdieren te houden; +d. indien de veehouder beschikt over een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor de te verlaten veehouderijlocatie, deze vergunning is ingetrokken, tenzij onderdeel e van toepassing is; +e. in het geval de veehouder op de locatie na de sluiting andere activiteiten verricht die stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied: + +1°. gedeputeerde staten een besluit heeft genomen op grond van artikel 11.9 in samenhang met artikel 11.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of +2°. door het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is verleend waaraan een voorschrift is verbonden; + +op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van die activiteiten, met een maximum van 15% van de stikstofemissie van de activiteiten waarvoor voorheen toestemming was verleend en, ingeval van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, dat de daarmee gemoeide ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied niet in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking wordt gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit; +f. indien het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de te verlaten veehouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de veehouder in behandeling heeft genomen om het omgevingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een veehouderijonderneming kan worden gevestigd; +g. indien de veehouder zich met gebruikmaking van de in bijlage 3 bij de regeling opgenomen modelovereenkomst met de Staat der Nederlanden heeft verbonden om: + +1°. niet langer op de te verlaten veehouderijlocatie landbouwhuisdieren te houden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband; +2°. zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de te verlaten veehouderijlocatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie landbouwhuisdieren worden gehouden; en +h. indien de voor de veehouderijonderneming op de te verlaten veehouderijlocatie gebruikte bouwwerken zijn afgebroken en verwijderd. + +**3.** De minister kan ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, voor zover de veehouder de bouwwerken langdurig gaat gebruiken voor andere activiteiten dan voor de veehouderijonderneming, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet binnen twaalf maanden na aanvang op de hervestigingslocatie met dat gebruik heeft ingestemd. + +### Artikel 3.5 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.6 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.7 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.8 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.9 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.10 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.11 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.12 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.13 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.14 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.15 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.16 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.17 + +**1.** Onverminderd artikel 1.10 dient de subsidieontvanger jaarlijks, totdat de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend, een tussenrapportage in bij de minister, die informatie bevat over de uitvoering van de in artikel 3.4, tweede lid, bedoelde vereisten. + +**2.** De beschikking tot subsidieverlening vermeldt op welke tijdstippen verslag wordt gedaan. + +**3.** + +De subsidieontvanger verstrekt de minister binnen twee weken na het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie als bedoeld in artikel 3.3, de volgende bescheiden: + +a. indien de hervestigingslocatie is gelegen in Nederland, een bewijs waarmee wordt aangetoond dat het unieke registratienummer voor de hervestigingslocatie is geactiveerd; +b. een bewijs waarmee wordt aangetoond dat het unieke registratienummer voor de te verlaten veehouderijlocatie is beëindigd; +c. een afschrift van de getekende overeenkomst, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g; +d. indien de hervestigingslocatie is gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, een verklaring dat de veehouderijonderneming is aangevangen op de hervestigingslocatie. + +**4.** De subsidieontvanger verstrekt de minister binnen twee weken na verloop van de in artikel 3.16, eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijn informatie over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de in artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a tot en met f, bedoelde vereisten. + +**5.** De in het eerste, derde en vierde lid bedoelde informatieverstrekking vindt plaats met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel. + +**6.** + +Bij de in het vierde lid bedoelde informatieverstrekking worden de volgende bescheiden gevoegd: + +a. een kopie van de omgevingsrechtelijke melding, dan wel intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel c; +b. een kopie van het besluit, of indien het besluit nog niet is vastgesteld, het ingediende verzoek om een besluit, tot intrekking van de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of, indien op de locatie na de sluiting andere activiteiten worden verricht, de berekening van de stikstofdepositie als gevolg van die activiteiten; +c. indien uit de in onderdeel b bedoelde berekening blijkt dat deze activiteiten stikstofdepositie op overbelast Natura 2000-gebied veroorzaken: een kopie van het besluit van gedeputeerde staten respectievelijk het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel e; +d. een kopie van het verzoek, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel f, en van een bericht van de gemeente waaruit blijkt dat het verzoek in behandeling is genomen. + +**7.** De subsidieontvanger houdt zich aan de verplichtingen die hij jegens de Staat der Nederlanden is aangegaan op grond van artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g. + +**8.** De subsidieontvanger stelt geen ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied die voor de te verlaten veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit; + +**9.** De subsidieontvanger beschikt over de voor de hervestigingslocatie benodigde vergunningen en toestemmingen om zijn veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie te kunnen aanvangen. + +### Artikel 3.18 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.19 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.20 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 3.21 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen + +## Bijlage 1. behorende bij + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +## Bijlage 2. behorende bij de + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +## Bijlage 3. behorende bij + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden