diff --git a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md index b5ef0f68423..a0674c32c16 100644 --- a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md +++ b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md @@ -1334,7 +1334,7 @@ Uitzonderingen daargelaten (bijvoorbeeld in geval van op goede gronden gerezen t ######## 2.2.5.4. Verkrijging, vertaling en legalisatie van buitenlandse documenten -Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie en inhoudelijke verificatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient de optant zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De thans geldende legalisatiecirculaire is van (overeenkomstige) toepassing, met uitzondering van de aanwijzing probleemlanden. Voor Ghana, Nigeria, Pakistan, India en de Dominicaanse Republiek wordt ook volstaan met een gelegaliseerde akte die in geval van twijfel kan worden geverifieerd. Wanneer een houder van een verblijfsvergunning asiel, of een vreemdeling die in het kader van de verlening/verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld van het paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het land van herkomst, wordt van overlegging van die documenten afgezien. Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet zou hoeven worden gehonoreerd. +Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie en inhoudelijke verificatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient de optant zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De circulaire legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen, alsmede de toepassing van DNA-onderzoek in een aantal gevallen waarin bewijsstukken ontbreken van 15 mei 2006 is van toepassing. Wanneer een houder van een verblijfsvergunning asiel, of een vreemdeling die in het kader van de verlening/verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld van het paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het land van herkomst, wordt van overlegging van die documenten afgezien. Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet zou hoeven worden gehonoreerd. ######## 2.2.5.5. Bewijsnood @@ -1783,7 +1783,7 @@ Indien reeds in het verleden gelegaliseerde (en soms tevens geverifieerde) docum ###### 3.5.4. Verkrijging, vertaling, legalisatie en inhoudelijke verificatie van buitenlandse documenten -Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient verzoeker zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De thans geldende legalisatiecirculaire is van (overeenkomstige) toepassing met uitzondering van de aanwijzing probleemlanden. Voor Ghana, Nigeria, Pakistan, India en de Dominicaanse Republiek wordt ook volstaan met een gelegaliseerde akte die in geval van twijfel kan worden geverifieerd. Wanneer een houder van een verblijfsvergunning asiel, of een vreemdeling die in het kader van de verlening/verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld van het paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het land van herkomst, wordt van overlegging van die documenten afgezien. Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet zou hoeven worden gehonoreerd. +Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele legalisatie van stukken, dient betrokkene zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient verzoeker zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. De circulaire legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen, alsmede de toepassing van DNA-onderzoek in een aantal gevallen waarin bewijsstukken ontbreken van 15 mei 2006 is van toepassing. Wanneer een houder van een verblijfsvergunning asiel, of een vreemdeling die in het kader van de verlening/verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld van het paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het land van herkomst, wordt van overlegging van die documenten afgezien. Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet zou hoeven worden gehonoreerd. ###### 3.5.5. (Overige) over te leggen documenten @@ -2090,7 +2090,7 @@ De vader van A komt niet in aanmerking voor naturalisatie. De moeder wel. Ondank | Verblijfsdocument | Verblijfstitel | Geen toelating voor onbepaalde tijd/ bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd (**) | | --- | --- | --- | | I | Verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder beperking | Zie Bijlage 3 (*) | -| II | Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd | Neen (*) | +| II | Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, *al dan niet met de aantekening “EG-langdurig ingezetene”* | Neen (*) | | III | Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd | Ja, tenzij betrokkene: – een minderjarige is voor wie medeverlening op grond van artikel 11, eerste lid, RWN is verzocht; en – verblijf heeft op grond van artikel 29, aanhef en onder a t/m e, Vw 2000 (*) | | IV | Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd | Neen (*) | | EU/EER | Vanaf 29 april 2006 ontvangen EU/EER- onderdanen en Zwitserse onderdanen niet langer een verblijfsdocument. Familieleden die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten ontvangen op aanvraag nog wel een verblijfsdocument EU/EER. EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen met een duurzaam verblijfsrecht ontvangen op aanvraag een duurzaam verblijfsdocument. Dat geldt ook voor hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit. Ook na 29 april 2006 kunnen EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen nog steeds in het bezit zijn van een (vóór 29 april 2006 afgegeven) verblijfsdocument EU/EER | Neen, tenzij betrokkene: - familie- of gezinslid is van een EU/EER- of Zwitserse onderdaan, niet in het bezit is van de nationaliteit van een lidstaat en niet in het bezit is van een verblijfsdocument EU/EER, afgegeven voor de duur van vijf jaar of de duur van het voorgenomen verblijf indien dit minder dan vijf jaar bedraagt. | @@ -2135,6 +2135,7 @@ Verblijfgever = degene van wie het verblijfsrecht in Nederland afhankelijk is. | Na drie jaren niet beslist op asielaanvraag (artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder x, Vb 2000) | In alle gevallen. | Komt niet voor, tenzij er redenen zijn om de verblijfsvergunning in te trekken dan wel niet te verlengen. | | Alleenstaande minderjarige vreemdeling (artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder x, Vb 2000) | In geen enkel geval. | Altijd. Zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder q, Vb 2000. | | Verblijf als kennismigrant (artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder y, Vb 2000) | De vreemdeling is in Nederland en bezit een verblijfsvergunning van niet tijdelijke aard. | De vreemdeling verricht geen arbeid als kennismigrant meer/voldoet niet meer aan de beperking: en/of hij doet een beroep op de openbare kas. | +| Verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene (artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder aa, Vb 2000) | In alle gevallen. | Komt niet voor, tenzij er redenen zijn om de verblijfsvergunning in te trekken of niet te verlengen. | | Andere beperking dan hierboven, door Minister van Justitie verleend (artikel 3.4, derde lid, Vb 2000) | Indien de vreemdeling voldoet aan de beperking en hij doet geen beroep op de openbare kas (artikel 3.4, vierde lid, Vb 2000) (in de betreffende regeling kan ook zijn bepaald dat een beroep op de openbare kas niet leidt tot verblijfsbeëindiging). | Indien bij de verlening van de verblijfsvergunning is bepaald dat het verblijfsrecht van tijdelijke aard is (artikel 3.5, derde lid, Vb 2000)**** en/of hij doet een beroep op de openbare kas (artikel 3.4, vierde lid, Vb 2000). | * Bij de uitkomst ‘geen bedenkingen’ in Bijlage 2 of 3 moet nog wel worden bedacht dat er geen redenen mogen bestaan om de verblijfsvergunning in te trekken dan wel niet te verlengen. Zie hiervoor paragraaf 3.2 en Bijlage 6. Tevens kunnen er gevallen zijn waarbij het verblijfsrecht van rechtswege is komen te vervallen (gemeenschapsonderdanen). Zie hiervoor paragraaf 3.4. @@ -2174,7 +2175,8 @@ v. wedertoelating; w. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken; x. verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling; y. verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen; -z. werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen. +z. werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen; +aa. verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene. 2. De beperkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning. 3. Tenzij het doel waarvoor de vreemdeling in Nederland wil verblijven een zodanig verband houdt met de situatie in het land van herkomst dat voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van Onze Minister de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 28 van de Wet noodzakelijk is, kan Onze Minister de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, verlenen onder een andere beperking, dan genoemd in het eerste lid. 4. Een beroep op de publieke middelen kan in ieder geval gevolgen hebben voor het verblijfsrecht, indien de verblijfsvergunning is verleend onder één van de beperkingen, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met r, en het derde lid. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over deze beperkingen. @@ -2211,13 +2213,20 @@ r. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertre | Regulier voor bepaalde tijd (verblijfsdocument I) | – Verplaatsing hoofdverblijf buiten Nederland. – Verstrekken onjuiste gegevens bij verlening/verlenging van vergunning. – Niet meer zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan. – Gevaar voor openbare orde of nationale veiligheid. – Niet meer voldoen aan de beperking (voorwaarden) of voorschrift waaronder verblijfsvergunning is verleend. – Werken in strijd met Wet arbeid Vreemdelingen. – Geen geldig document voor grensoverschrijding (alleen reden voor niet verlenging). – Niet tijdig indienen verlengingsaanvraag (alleen reden voor niet verlenging; artikel 3.80 e.v. Vb 2000). | | | | -| Verblijfsvergunning | Reden voor intrekking (artikel 22 Vw 2000) | +| Verblijfsvergunning | Reden intrekking (artikel 22 Vw 2000) | | --- | --- | -| Regulier voor onbepaalde tijd (verblijfsdocument II) | – Verplaatsing hoofdverblijf buiten Nederland. Verstrekken onjuiste gegevens bij verlening/wijziging van vergunning. – Gevaar voor openbare orde (veroordeling wegens misdrijf dat bestraft kan worden met gevangenisstraf van drie jaar of meer) of gevaar voor nationale veiligheid. | +| Regulier voor onbepaalde tijd (verblijfsdocument II) | – Afwezigheid van het grondgebied (*) – Frauduleuze verkrijging – Actuele en (voldoende) ernstige bedreiging voor openbare orde of nationale veiligheid – Langdurig ingezetene geworden in een andere lidstaat | + +* Afwezigheid van het grondgebied. + +Langdurig ingezetenen mogen hun status niet behouden indien zij gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden niet op het grondgebied van de staten die partij zijn bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap verblijven of gedurende zes jaar afwezig zijn geweest van het Nederlands grondgebied. Uitzonderingen hierop zijn: + +– Studenten; de houder van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, ongeacht of het gaat om een langdurig ingezetene, die langer dan zes jaar voor studiedoeleinden in een of meer andere lidstaten heeft verbleven; +– Verblijf binnen EER/Zwitserland; in geval van verblijf buiten de Gemeenschap, maar nog wel binnen de EER (IJsland, Noorwegen, Liechtenstein) of Zwitserland blijft intrekking achterwege. | Verblijfsvergunning | Reden voor intrekking/niet-verlenging (artikel 32 Vw 2000) | | --- | --- | -| Asiel voor bepaalde tijd (verblijfsdocument III) | – Verplaatsing hoofdverblijf buiten Nederland. – Grond voor verlening is komen te vervallen. – Verstrekken onjuiste gegevens bij verlening. – Gevaar voor openbare orde of nationale veiligheid. | +| Asiel voor bepaalde tijd (verblijfsdocument III) | – Verplaatsing hoofdverblijf buiten Nederland. – Grond voor verlening is komen te vervallen. – Verstrekken onjuiste gegevens bij verlening. – Gevaar voor openbare orde of nationale veiligheid. | | Verblijfsvergunning | Reden voor intrekking (artikel 35 Vw 2000) | | --- | --- | @@ -3923,11 +3932,9 @@ A heeft in 1997 ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, RWN geopteer De Minister van Justitie kan besluiten tot intrekking van het Nederlanderschap indien de optant of de naturalisandus in het kader van de optieof naturalisatieprocedure een valse verklaring heeft afgelegd, bedrog heeft gepleegd of relevante feiten heeft verzwegen. De wetgever heeft met de woorden “valse verklaring of bedrog” aansluiting gezocht bij titel XII WvSr (valsheid in geschriften) en bij artikel 3:44 BW (vernietigbaarheid van een rechtshandeling die tot stand is gekomen door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden). Bij “het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening relevant feit” moet worden gedacht aan het verzwijgen van feiten, waarvan de betrokkene weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat ze van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie. De intrekking van het Nederlanderschap is geen sanctie voor de frauduleuze handelingen, maar heeft tot doel dat de gevolgen van het frauduleus handelen worden gecorrigeerd. -###### 2.1. Geen intrekking nodig na gebruik van valse identiteit +###### 2.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie -Het bedrog, de valse verklaring of het verzwijgen van voor de naturalisatie relevante feiten, kan betrekking hebben gehad op de personalia (identiteit) van de naturalisandus. Het is voorgekomen dat met gebruikmaking van valse of (gedeeltelijk) fictieve personalia een verzoek om naturalisatie is ingediend, waardoor in het koninklijk besluit tot verlening van het Nederlanderschap valse personalia werden opgenomen. Vanzelfsprekend is dit een vorm van frauduleus handelen. Is echter sprake van deze vorm van frauduleus handelen, dan behoeft het koninklijk besluit tot naturalisatie niet te worden ingetrokken. Betrokkene is geen Nederlander geworden, omdat het naturalisatiebesluit geen rechtsgevolg heeft gehad voor hem.66Vergelijk Rechtbank ’s-Gravenhage zp ’sHertogenbosch 30 mei 1999, Awb 96/1727 Vw 2000. - -Immers, door het opgeven van onjuiste personalia (valse identiteit) zijn niet de (juiste) personalia van betrokkene vermeld op het koninklijk besluit tot naturalisatie. Aan betrokkene is dan ook niet het Nederlanderschap verleend. Voor de optieverklaring geldt mutatis mutandis hetzelfde. +Het bedrog, de valse verklaring of het verzwijgen van voor de naturalisatie of optie relevante feiten, kan betrekking hebben gehad op de personalia (identiteit/persoonsgegevens) van de naturalisandus. Wanneer met gebruikmaking van valse of (gedeeltelijk) fictieve personalia (die bestaan uit de voornaam, geslachtsnaam, geboortedatum en geboorteplaats) een verzoek om naturalisatie is ingediend, waardoor in het Koninklijk Besluit tot verlening van het Nederlanderschap valse personalia werden opgenomen, is dit een vorm van frauduleus handelen. ####### 2.1.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie @@ -5144,7 +5151,7 @@ De verkrijging van het Nederlanderschap werkt ook terug voor de in de optieverkl Voor de procedure en de door optant te overleggen documenten geldt hetzelfde als beschreven bij artikel 6, tweede lid, RWN en artikel 2 RWN. In aanvulling daarop geldt het volgende. De vrouw die een beroep doet op de onderhavige bepaling, dient zelf aan te tonen dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft verloren door of in verband met het huwelijk. Tevens zal zij moeten aantonen dat het huwelijk is ontbonden en op welk moment dat is gebeurd. In dit verband kan zij een recent uittreksel uit een huwelijksregister overleggen; een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waaruit blijkt dat het huwelijk is ontbonden, dan wel – bij ontbinding door overlijden – een overlijdensakte van haar echtgenoot. In veel gevallen zal de betreffende nationaliteitswetgeving uitsluitsel geven over de vraag of de vrouw door het huwelijk van rechtswege de nationaliteit van haar echtgenoot heeft verkregen. -Geeft de betreffende nationaliteitswetgeving daaromtrent geen uitsluitsel of blijkt uit die nationaliteitswetgeving dat de vrouw door het huwelijk niet van rechtswege de nationaliteit van haar echtgenoot heeft verkregen, dan dient de verkrijging van die andere nationaliteit te worden aangetoond door bijvoorbeeld een naturalisatiebesluit, een bij naturalisatie afgegeven certificaat, een uittreksel uit het nationaliteitenregister of een verklaring van een bevoegde instantie van het land van de huidige nationaliteit over de datum en de juridische grondslag van de nationaliteitsverkrijging. De verklaring moet antwoord geven op de vraag wanneer de vreemde nationaliteit is verkregen en op grond van welke bepaling van het nationaliteitsrecht. Uit die gegevens kan (mede) worden afgeleid of het Nederlanderschap is verloren door of in verband met het huwelijk. Het is per land verschillend welke instantie(s) bevoegd is (zijn) tot het afgeven van dergelijke verklaringen. In het ene land gaat het bijvoorbeeld om een griffier van een rechtbank, in het andere land om een ambtenaar van de burgerlijke stand of een afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Betrokkene dient daarover zelf inlichtingen in te winnen bij bijvoorbeeld de vertegenwoordiging van haar land in Nederland en dient – indien de betreffende nationaliteitswetgeving daarover geen uitsluitsel geeft – aan te tonen dat de afgevende instantie daartoe bevoegd is. In veel gevallen zal de vertegenwoordiging van haar land in Nederland bevoegd zijn om de verklaring af te geven. Deze verklaring dient, indien nodig, te worden gelegaliseerd en vertaald. De thans geldende legalisatiecirculaire is van (overeenkomstige) toepassing met uitzondering van de aanwijzing probleemlanden. Voor Ghana, Nigeria, Pakistan, India en de Dominicaanse Republiek wordt ook volstaan met een gelegaliseerde akte die in geval van twijfel kan worden geverifieerd. +Geeft de betreffende nationaliteitswetgeving daaromtrent geen uitsluitsel of blijkt uit die nationaliteitswetgeving dat de vrouw door het huwelijk niet van rechtswege de nationaliteit van haar echtgenoot heeft verkregen, dan dient de verkrijging van die andere nationaliteit te worden aangetoond door bijvoorbeeld een naturalisatiebesluit, een bij naturalisatie afgegeven certificaat, een uittreksel uit het nationaliteitenregister of een verklaring van een bevoegde instantie van het land van de huidige nationaliteit over de datum en de juridische grondslag van de nationaliteitsverkrijging. De verklaring moet antwoord geven op de vraag wanneer de vreemde nationaliteit is verkregen en op grond van welke bepaling van het nationaliteitsrecht. Uit die gegevens kan (mede) worden afgeleid of het Nederlanderschap is verloren door of in verband met het huwelijk. Het is per land verschillend welke instantie(s) bevoegd is (zijn) tot het afgeven van dergelijke verklaringen. In het ene land gaat het bijvoorbeeld om een griffier van een rechtbank, in het andere land om een ambtenaar van de burgerlijke stand of een afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Betrokkene dient daarover zelf inlichtingen in te winnen bij bijvoorbeeld de vertegenwoordiging van haar land in Nederland en dient – indien de betreffende nationaliteitswetgeving daarover geen uitsluitsel geeft – aan te tonen dat de afgevende instantie daartoe bevoegd is. In veel gevallen zal de vertegenwoordiging van haar land in Nederland bevoegd zijn om de verklaring af te geven. Deze verklaring dient, indien nodig, te worden gelegaliseerd en vertaald. De circulaire legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen, alsmede de toepassing van DNA-onderzoek in een aantal gevallen waarin bewijsstukken ontbreken van 15 mei 2006 is van toepassing. Een Nederlandse vrouw is in 1963 gehuwd met een Belgische man. Op grond van de Belgische nationaliteitswetgeving heeft zij door dit huwelijk de Belgische nationaliteit verkregen. Op grond van artikel 5 WNI – zoals dat luidde tot 1 maart 1964 – heeft zij door dit huwelijk het Nederlanderschap verloren. Uit het huwelijk wordt in 1986 een kind geboren. De Belgische man is op 20 november 2002 overleden. Zij heeft op 14 oktober 2003 de optieverklaring afgelegd. In de verklaring heeft zij met het oog op medeverkrijging de naam van het kind vermeld. Op 1 december 2003 is de verklaring door de burgemeester bevestigd. Zij en het kind hebben het Nederlanderschap op 20 november 2002 verkregen.