2026-01-01 | BWBR0020183 | Besluit WWB 2007

This commit is contained in:
Coornhert 2026-01-01 12:00:00 +00:00
parent 9889a410af
commit 4bbc6c0949

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit Participatiewet
bwb_id: BWBR0020183
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2010-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2026-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020183
citeertitel: Besluit Participatiewet
---
@ -53,15 +53,16 @@ p. *beschikbare macrobudget:* het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitke
De uitkering voor een gemeente wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
U = BO + BL + BDTI + BLKS
U = BO + BL + BDTI + BLKS + BAJ
Waarbij:
a. U de Uitkering is;
b. BO het deel van de uitkering is dat objectief wordt vastgesteld;
c. BL het deel van de uitkering dat is bepaald op basis van de historische lasten;
d. BDTI het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners; en
e. BLKS het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van de loonkostensubsidies.
d. BDTI het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners;
e. BLKS het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van de loonkostensubsidies; en
f. BAJ het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van uitkeringen in het kader van de aanvullende jongerennorm.
**2.**
@ -128,21 +129,35 @@ a. LKS staat voor de gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op gro
b. TLKS staat voor het totaal van de gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW; en
c. TBLKS het deel van het beschikbare macrobudget is dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies.
**6.** Het macrobudget objectief (TBO), bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bestaat uit TB, verminderd met de som van de historisch verdeelde delen van de gemeentelijke uitkeringen, bedoeld in het zevende lid, de som van de gemeentelijke uitkeringen ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het achtste lid, en het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het negende lid.
**6.**
**7.**
Het deel van het budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de aanvullende jongerennorm bijstand, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
BAJ = (JNS/TJNS)* TBAJ
Waarbij:
a. JNS staat voor het aantal niet-studerende jongeren in de gemeente in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar;
b. TJNS staat voor het totaal aantal niet-studerende jongeren landelijk in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar; en
c. TBAJ staat voor het beschikbare deel van het macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de aanvullende jongerennorm.
**7.** Het macrobudget objectief (TBO), bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bestaat uit TB, verminderd met de som van de historisch verdeelde delen van de gemeentelijke uitkeringen, bedoeld in het achtste lid, de som van de gemeentelijke uitkeringen ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het negende lid, de som van uitkeringen in het kader van de aanvullende jongerennorm, bedoeld in het tiende lid, en het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het elfde lid.
**8.**
Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld op basis van historische lasten, bedoeld in het vijfde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
SOM [(1-m) * L/TL] * (TB-BLKS)
**8.**
**9.**
Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het vijfde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
SOM [m * GU/TGU] * (TB-BLKS)
**9.** Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, betreft een raming van de totale gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW in het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld.
**10.** Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de aanvullende jongerennorm, bedoeld in het zesde lid, betreft een raming van de totale gemeentelijke netto uitgaven aan de jongerennorm in het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld.
**11.** Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, betreft een raming van de totale gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW in het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld.
### Artikel 4
@ -172,7 +187,7 @@ Vervallen
**2.** Bij de toepassing van artikel 50 van het Bbz 2004 wordt uitgegaan van de gegevens waarvan Onze Minister kennis heeft op 30 september van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar, met dien verstande dat gegevens die het college op verzoek van Onze Minister op een latere datum verstrekt mede in aanmerking worden genomen.
**3.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt bepaald, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van artikel 3, derde en zevende lid, en artikel 8a, eerste lid, voor de gemeentelijke uitkeringslasten en gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume.
**3.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt bepaald, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van artikel 3, derde en achtste lid, en artikel 8a, eerste lid, voor de gemeentelijke uitkeringslasten en gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume.
**4.** Bij ministeriële regeling wordt een correctiefactor bij de toepassing van het derde lid vastgesteld.
@ -180,7 +195,7 @@ Vervallen
**1.**
Indien artikel 8c van de wet, onderscheidenlijk artikel 40 van de IOAW en artikel 40 van de IOAZ van toepassing is, kan voor de toepassing van artikel 3, derde en achtste lid, en artikel 8a, eerste lid voor:
Indien artikel 8c van de wet, onderscheidenlijk artikel 40 van de IOAW en artikel 40 van de IOAZ van toepassing is, kan voor de toepassing van artikel 3, derde en negende lid, en artikel 8a, eerste lid voor:
a. de gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de PW;
b. de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW;
@ -235,64 +250,97 @@ e. t staat voor het jaar waarin het voorschot wordt verleend.
**1.** De toetsingscommissie bestaat uit een voorzitter en vier leden. Onze Minister benoemt de voorzitter en de leden, die tevens door hem kunnen worden geschorst en ontslagen.
**2.** De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek tot een vangnetuitkering voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 10, eerste en tweede lid, en adviseert Onze Minister daar over.
**2.** De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek tot een vangnetuitkering voldoet aan de voorwaarden, genoemd in de artikelen 9b en 9c, eerste, tweede en vierde lid, en adviseert Onze Minister daar over.
### Artikel 9a
**1.** Voor de toepassing van artikel 10 worden de in aanmerking komende netto lasten berekend door de netto uitkeringslasten en de netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de wet en de netto lasten op grond van de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 te verminderen met de bedragen die blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, als fout of onzeker zijn aangemerkt.
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 9b, 9c en 10 worden de in aanmerking komende netto lasten berekend door de netto uitkeringslasten en de netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de wet en de netto lasten op grond van de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 te verminderen met de bedragen die blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, als fout of onzeker zijn aangemerkt.
**2.** Indien de lasten op grond van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 groter zijn dan € 1.000.000, worden de netto lasten in afwijking van het eerste lid verminderd met de bedragen die als fout en onzeker zijn aangemerkt en meer bedragen dan € 125.000, of, als dat meer is, 1 procent van de lasten op grond van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004.
### Artikel 9b
Onze Minister kan een vangnetuitkering als bedoeld in artikel 74 van de wet verlenen, indien de in aanmerking komende netto lasten de verstrekte uitkering:
a. met meer dan zeven-en-een-half procent overstijgen en de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de twee daaraan voorafgaande jaren de over die periode verstrekte uitkeringen met meer dan zeven-en-een-half procent van de over het uitkeringsjaar verstrekte uitkering overstijgen;
b. met minstens vijf procent overstijgen in het uitkeringsjaar en in minstens twee van de drie daaraan voorafgaande jaren; of
c. met minstens twee-en-een-half procent overstijgen in het uitkeringsjaar en het college gedurende:
1° de twee daaraan voorafgaande jaren gebruik heeft gemaakt van een vangnetuitkering op grond van onderdeel b; of
2° het daaraan voorafgaande jaar gebruik heeft gemaakt van een vangnetuitkering op grond van dit onderdeel.
### Artikel 9c
**1.**
Een verzoek als bedoeld in artikel 74 van de wet voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. het college heeft een hiertoe strekkend verzoek ingediend middels een door Onze Minister elektronisch beschikbaar gesteld aanvraagformulier;
b. er is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften;
c. het college heeft verklaard dat het maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie en deze verklaring heeft de instemming van de gemeenteraad; en
d. de verklaring van het college omvat een toelichting zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier.
**2.**
In aanvulling op het eerste lid verklaart het college dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen, indien:
a. het college van een gemeente een verzoek indient waaraan in een van de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren een vangnetuitkering op grond van artikel 9b, onderdeel a, is verleend; of
b. het college van een gemeente een verzoek indient op grond van artikel 9b, onderdelen b of c.
**3.** Het tweede lid, voor zover betrekking hebbende op de verklaring dat externe maatregelen zijn getroffen om tot verdere tekortreductie te komen, is niet van toepassing op het college van een gemeente met minder dan 5000 inwoners.
**4.** Indien het college gedurende vijf achtereenvolgende jaren gebruik heeft gemaakt van een vangnetuitkering op grond van artikel 9b, onderdelen b of c, licht het college de interne en externe maatregelen toe die het heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen bij een zesde daaropvolgende verzoek, over de afgelopen vijf jaar, en vervolgens om de vijf jaar, zo lang het college in aanmerking komt voor een vangnetuitkering op grond van artikel 9b, onderdelen b of c.
**5.** Indien het college niet voldoet aan het vierde lid, verleent Onze Minister geen vangnetuitkering op grond van artikel 9b, onderdeel c.
**6.** Het vierde lid is niet van toepassing op het college van een gemeente met minder dan 5000 inwoners.
**7.** Informatie als bedoeld in artikel 9a, die anders dan op verzoek na 15 augustus van het jaar waarin het verzoek is ingediend door de toetsingscommissie of door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen, wordt in de beoordeling van het verzoek niet meegewogen.
**8.** Indien Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in artikel 76 van de wet geeft wordt een verzoek tot een vangnetuitkering afgewezen over het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven en over het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven.
### Artikel 10
**1.**
De vangnetuitkering, bedoeld in artikel 74 van de wet, wordt slechts toegekend voor zover:
a. het college een hiertoe strekkend verzoek heeft ingediend middels een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld aanvraagformulier;
b. voldaan is aan de vereisten, genoemd in dit artikel, en aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften;
c. de in aanmerking komende netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan zeven-en-een-half procent overstijgen en de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de twee daaraan voorafgaande jaren de over die periode verstrekte uitkeringen met meer dan zeven-en-een-half procent van de over het uitkeringsjaar verstrekte uitkering overstijgen;
d. het college heeft verklaard dat het maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie en deze verklaring de instemming heeft van de gemeenteraad; en
e. de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier.
**2.** Indien een verzoek wordt ingediend door het college van een gemeente waaraan in een van de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren een vangnetuitkering is verleend, verklaart het college bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, eveneens dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen.
**3.** Het tweede lid, voor zover dat betrekking heeft op de verklaring dat externe maatregelen zijn getroffen om tot verdere tekortreductie te komen, is niet van toepassing op het college van een gemeente met minder dan 5000 inwoners.
**4.**
Indien het verzoek voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste en tweede lid, bedraagt de hoogte van de vangnetuitkering:
Een vangnetuitkering op grond van artikel 9b, onderdeel a, bedraagt:
a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 107,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan zeven-en-een-half maar niet meer dan twaalf-en-een-half procent overstijgen;
b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 112,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan twaalf-en-een-half procent overstijgen.
**5.** Indien bij de vaststelling van de uitkering artikel 7 is toegepast, wordt voor de beoordeling van het tekort de verstrekte uitkering vastgesteld op het bedrag dat is gebaseerd op de gemeentelijke lasten waarbij artikel 7 niet zou zijn toegepast.
**2.**
**6.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling wordt voor de bepaling van een vangnetuitkering uitgegaan van een redelijke inschatting van de situatie zoals die zou zijn geweest als de instelling, splitsing of opheffing van gemeenten in de van belang zijnde jaren al was ingegaan.
Een vangnetuitkering op grond van artikel 9b, onderdeel b, bedraagt:
**7.** Informatie als bedoeld in artikel 9a, die anders dan op verzoek na 15 augustus van het jaar waarin het verzoek is ingediend door de toetsingscommissie of door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen, wordt in de beoordeling van het verzoek niet meegewogen.
a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 105% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met minstens vijf maar niet meer dan tien procent overstijgen;
b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 110% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan tien procent overstijgen.
**8.** Indien Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in artikel 76 van de wet geeft wordt een verzoek tot een vangnetuitkering afgewezen over het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven en over het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven.
**3.**
Een vangnetuitkering op grond van artikel 9b, onderdeel c, bedraagt:
a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 102,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met minstens twee-en-een-half maar niet meer dan zeven-en-een-half procent overstijgen;
b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 107,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan zeven-en-een-half procent overstijgen.
**4.** Indien bij de vaststelling van de uitkering artikel 7 is toegepast, wordt voor de beoordeling van het tekort de verstrekte uitkering vastgesteld op het bedrag dat is gebaseerd op de gemeentelijke lasten waarbij artikel 7 niet zou zijn toegepast.
**5.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling wordt voor de bepaling van een vangnetuitkering uitgegaan van een redelijke inschatting van de situatie zoals die zou zijn geweest als de instelling, splitsing of opheffing van gemeenten in de van belang zijnde jaren al was ingegaan.
**6.** Indien het college voldoet aan meer dan een voorwaarde, bedoeld in artikel 9b, wordt de voor het college meest gunstige vangnetuitkering verleend.
### Artikel 10a
Op aanvragen om een vangnetuitkering over de uitkeringsjaren 2017 en 2018 blijft dit besluit van toepassing zoals het luidde op 31 december 2018.
### Paragraaf 3a. Begeleiding jongeren van school naar duurzaam werk
### Artikel 10b
Vervallen
De centrumgemeente van de betrokken arbeidsmarktregios, vastgesteld krachtens artikel 10, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen:
### Artikel 10c
Vervallen
### Artikel 10d
Vervallen
### Artikel 10e
Vervallen
a. draagt bij aan de totstandkoming en uitvoering van het regionaal programma, bedoeld in artikel 9.2.8, eerste lid, van de Wet educatie beroepsonderwijs, en vertegenwoordigt en ondersteunt daarbij de gemeenten in de arbeidsmarktregio;
b. sluit aan bij het regionaal bestuurlijk overleg, bedoeld in artikel 9.2.8, vierde lid, van de Wet educatie beroepsonderwijs;
c. draagt bij aan de effectrapportage, bedoeld in artikel 9.2.10, eerste lid, van de Wet educatie beroepsonderwijs.
### Paragraaf 4. Overige en slotbepalingen
@ -306,13 +354,9 @@ Vervallen
Vervallen
### Artikel 12*
Dit besluit berust op de artikelen 40, eerste lid, 69, derde lid, 73, tweede lid, en 74, zesde lid, van de wet.
### Artikel 12
Wijzigt het Besluit uitkeringen gemeenten IOAW en IOAZ.
Dit besluit berust op de artikelen 7a, vierde lid, 40, eerste lid, 69, derde lid, 73, tweede lid, en 74, zesde lid, van de wet.
### Artikel 13
@ -320,9 +364,9 @@ Het Besluit WWB wordt ingetrokken.
### Artikel 13a
**1.** Onze Minister zendt voor 1 januari 2025 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van artikel 3, vijfde en achtste lid.
**1.** Onze Minister zendt voor 1 januari 2025 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van artikel 3, vijfde en negende lid.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de monitoring van de inzet van loonkostensubsidies en de evaluatie van artikel 3, vijfde en achtste lid.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de monitoring van de inzet van loonkostensubsidies en de evaluatie van artikel 3, vijfde en negende lid.
### Artikel 14
@ -334,6 +378,6 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Participatiewet.
## Bijlage . behorende bij
Deze bijlage bevat een nadere toelichting bij de verdeelsystematiek, zoals deze is beschreven in artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van het Besluit. Artikel 3, zesde tot en met negende lid, gaat over de omvang van de deelbudgetten. Daarnaast bevat deze bijlage een toelichting op het objectieve verdeelmodel zoals genoemd in artikel 6 van het Besluit.
Deze bijlage bevat een nadere toelichting bij de verdeelsystematiek, zoals deze is beschreven in artikel 3, tweede tot en met zesde lid, van het Besluit. Artikel 3, zevende tot en met elfde lid, gaat over de omvang van de deelbudgetten. Daarnaast bevat deze bijlage een toelichting op het objectieve verdeelmodel zoals genoemd in artikel 6 van het Besluit.
De berekeningswijze van het deelbudget voor loonkostensubsidies en de wijze waarop dit wordt verdeeld, wordt aan het eind van deze bijlage toegelicht.