From 4bc3bc3780a9e69e4882518bebadb5546020649b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2003-01-01=20|=20BWBR0002126=20|=20Co=C3=B6rdin?= =?UTF-8?q?atiewet=20Sociale=20Verzekering?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0002126/README.md | 44 +++++++++---------- 1 file changed, 20 insertions(+), 24 deletions(-) diff --git a/wet/coördinatiewet-sociale-verzekering/BWBR0002126/README.md b/wet/coördinatiewet-sociale-verzekering/BWBR0002126/README.md index 57b3d1661ce..e93652a909c 100644 --- a/wet/coördinatiewet-sociale-verzekering/BWBR0002126/README.md +++ b/wet/coördinatiewet-sociale-verzekering/BWBR0002126/README.md @@ -118,9 +118,9 @@ e. aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven 1°. deze aanspraken voorzien in aan de werknemer of gewezen werknemer toekomende periodieke uitkeringen die niet later ingaan dan in het jaar waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt of in periodieke uitkeringen die bij zijn overlijden ingaan en toekomen aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot of aan zijn eigen kinderen, stiefkinderen of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt; 2°. voor deze aanspraken als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, b of d, van de Wet op de loonbelasting 1964 of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964; f. aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval; -g. aanspraken op de in de onderdelen *i*, *m* en *p* bedoelde uitkeringen en verstrekkingen; +g. aanspraken op de in de onderdelen *m* en *p* bedoelde uitkeringen en verstrekkingen; h. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge een aanspraak die tot het loon behoort; -i. uitkeringen en verstrekkingen volgens een premiespaarregeling voorzover die over ieder kalenderjaar waarin de werknemer overeenkomstig die regeling heeft gespaard, niet meer bedragen dan € 526; +i. vervallen; j. bedragen die worden ingehouden: 1°. als bijdrage ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding; @@ -129,15 +129,15 @@ k. vergoedingen en verstrekkingen voorzover die geacht kunnen worden te strekken l. uitkeringen en verstrekkingen tot vergoeding van door de werknemer in verband met zijn dienstbetrekking geleden schade aan of verlies van persoonlijke zaken; m. uitkeringen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten van zijn opleiding of studie voor een beroep, alsmede verstrekkingen met betrekking tot zodanige opleiding of studie; n. uitkeringen en verstrekkingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten ter zake van ziekte, invaliditeit en bevalling; -o. vergoedingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten van kinderopvang waarvoor krachtens artikel 20, eerste lid, van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit, voor eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen die jonger dan 13 jaar zijn, voor zover de vergoedingen gezamenlijk meer belopen dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag en mits wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen administratieve voorwaarden, met dien verstande dat ingeval de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt de op de werknemer drukkende kosten daarvan tot ten hoogste € 9073 per kind per kalenderjaar in aanmerking worden genomen; +o. vergoedingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten van kinderopvang waarvoor krachtens artikel 20, eerste lid, van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit, voor eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen die jonger dan 13 jaar zijn, voor zover de vergoedingen gezamenlijk meer belopen dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag en mits wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen administratieve voorwaarden, met dien verstande dat ingeval de kinderopvang bij de werknemer thuis plaatsvindt de op de werknemer drukkende kosten daarvan tot ten hoogste € 9400 per kind per kalenderjaar in aanmerking worden genomen; p. eenmalige uitkeringen en verstrekkingen ter zake van overlijden van de werknemer, zijn echtgenoot of degene die op grond van artikel 1 van de Ziektewet hieraan is gelijkgesteld, of zijn eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen, voor zover deze uitkeringen en verstrekkingen niet driemaal het loon over een maand overtreffen, bepaald met inachtneming van door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen regels; q. uitkeringen en verstrekkingen andere dan die ter zake van adoptie en overlijden, die de werknemer ontvangt uit een fonds tot welks middelen de werkgever gedurende de laatstverlopen vijf kalenderjaren evenveel of minder heeft bijgedragen dan de bij het fonds betrokken werknemers, tenzij die uitkeringen en verstrekkingen geschieden ingevolge een aanspraak die niet tot het loon behoort; r. bijdragen in de op de werknemer drukkende kosten ter zake van een particuliere ziektekostenverzekering, danwel terzake van een van de volgende publiekrechtelijke ziektekosten verzekeringen: het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland, de Interprovinciale ziektekostenregeling 1988 of het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994; -s. loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard volgens een spaarloonregeling en loon volgens een winstdelingsregeling die niet een spaarloonregeling is, samen tot ten hoogste € 788 per kalenderjaar, ter zake van welk loon de belasting op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 is verschuldigd door de werkgever; +s. loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard volgens een spaarloonregeling tot ten hoogste € 613 per kalenderjaar; t. uitkeringen ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding; u. een uitkering of verstrekking die eenmaal wordt toegekend na het bereiken van een diensttijd van ten minste 25 jaar en een uitkering of verstrekking die eenmaal wordt toegekend na het bereiken van een diensttijd van ten minste 40 jaar, voor zover de waarde daarvan het loon over een maand niet overtreft, mits is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden; -v. geschenken ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nikolaasfeest, een jubileum van de werkgever, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de werknemer, voor zover de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend € 136 per jaar niet overtreft; -w. verstrekkingen met een in hoofdzaak ideële waarde ter gelegenheid van een dienstjubileum van de werknemer, bij het beëindigen van zijn dienstbetrekking of bij de gelegenheden, bedoeld in onderdeel *v*; +v. vervallen; +w. verstrekkingen met een in hoofdzaak ideële waarde ter gelegenheid van een dienstjubileum van de werknemer, bij het beëindigen van zijn dienstbetrekking of ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de werkgever, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de werknemer; x. verstrekkingen van consumpties tijdens de werktijd, niet zijnde maaltijden; y. verstrekking en terbeschikkingstelling van computers en bijbehorende apparatuur, alsmede vergoedingen van de kosten daarvan, voor zover de waarde in het economische verkeer van de computers en de apparatuur tezamen in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren niet meer bedraagt dan € 2269 en niet aannemelijk is dat zij niet mede dienen ter vervulling van de dienstbetrekking; z. verstrekking en terbeschikkingstelling van inrichting van de werkruimte in de woning, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer, alsmede vergoedingen van de kosten daarvan, voorzover de waarde in het economische verkeer van die inrichting in het kalenderjaar en de vier voorafgaande kalenderjaren niet meer bedraagt dan € 1815 en niet aannemelijk is dat zij niet mede dient ter vervulling van de dienstbetrekking, mits: @@ -157,32 +157,20 @@ bb. aanspraken: **4.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, zo nodig onder voorwaarden, afwijkingen toestaan van het derde lid door bepaalde regelingen of groepen van regelingen aan te wijzen als pensioenregeling of regeling voor vervroegde uittreding. -**5.** Onder premiespaarregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling - niet zijnde een pensioenregeling - die ten doel heeft de bevordering van duurzaam bezit van werknemers door middel van besparingen van werknemers welke door de werkgever op verzoek van de werknemer zijn ingehouden en van uitkeringen welke door hun werkgever naar gelang van die besparingen worden gedaan (spaarpremies), mits de regeling voldoet aan het bepaalde in het zesde lid, alsmede aan bij ministeriële regeling te stellen nadere regels. +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan wordt bepaald welke vergoedingen en verstrekkingen en in hoeverre deze vergoedingen en verstrekkingen zijn aan te merken als vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k. -**6.** Om als premiespaarregeling te worden aangemerkt, dient de deelname aan de regeling open te staan voor ten minste driekwart van de werknemers van de werkgever en mag de regeling slechts voorzien in spaarpremies van niet meer dan de besparingen van de werknemer ingeval deze gedurende ten minste vier jaar niet zijn opgenomen of deze zijn opgenomen ter zake van de verwerving van zijn eigen woning als hoofdverblijf, aflossingen op hypothecaire leningen rustende op en aangegaan ter financiering van die woning, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3.124, onderdeel b, en 3.125, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, de voldoening van premies voor ingevolge bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of bij beëindiging van zijn dienstbetrekking. Ingeval het gespaarde bedrag door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van zijn dienstbetrekking mag voor elke maand dat het gespaarde bedrag niet is opgenomen een evenredig deel van de spaarpremie worden toegekend. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. - -**7.** - -Bij of krachtens ministeriële regeling kunnen: - -a. regelingen als premiespaarregeling worden aangewezen indien zij niet geheel voldoen aan de in het vijfde en zesde lid gestelde vereisten; -b. regelingen als premiespaarregeling worden uitgesloten, ingeval zij niet dienstbaar zijn aan de bevordering van duurzaam bezit van werknemers in voldoend brede kring of bij herhaling niet worden nageleefd alsmede ingeval omtrent de uitvoering daarvan geen administratie wordt gevoerd waaruit duidelijk blijkt dat aan de vereisten voor vrijstelling is voldaan; -c. regelen worden gesteld ter verzekering van het heffen van premies over uitbetalingen, welke in afwijking van de premiespaarregeling aan de werknemer worden gedaan. - -**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan wordt bepaald welke vergoedingen en verstrekkingen en in hoeverre deze vergoedingen en verstrekkingen zijn aan te merken als vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k. - -**9.** +**6.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel *m*, behoren tot het loon: uitkeringen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten a. die verband houden met een studeerruimte, de inrichting daaronder begrepen; b. van binnenlandse reizen ter zake van opleiding of studie voor zover de uitkering meer bedraagt dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per kilometer. -**10.** Het in het eerste lid, onderdeel o, vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van het in artikel 3.143, eerste lid, van die wet vermelde bedrag. +**7.** Het in het eerste lid, onderdeel o, vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van het in artikel 3.143, eerste lid, van die wet vermelde bedrag. -**11.** Voorzover de aanspraken op vakantieverlof en compensatieverlof aan het einde van het kalenderjaar in totaal de in het eerste lid, onderdeel bb, onder 1°, opgenomen begrenzing overschrijden, wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de dienstbetrekking zo deze in de loop van het kalenderjaar eindigt. +**8.** Voorzover de aanspraken op vakantieverlof en compensatieverlof aan het einde van het kalenderjaar in totaal de in het eerste lid, onderdeel bb, onder 1°, opgenomen begrenzing overschrijden, wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de dienstbetrekking zo deze in de loop van het kalenderjaar eindigt. -**12.** Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling – niet zijnde een pensioenregeling – die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van zijn eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3124, onderdeel b, en 3125, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, de voldoening van premies volgens bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of bij beëindiging van zijn dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van zijn dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen premie geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. +**9.** Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling – niet zijnde een pensioenregeling – die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van zijn eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3124, onderdeel b, en 3125, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, de voldoening van premies volgens bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of bij beëindiging van zijn dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van zijn dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen premie geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. ### Artikel 6a @@ -206,7 +194,7 @@ Vervallen **1.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet worden geheven, blijft het loon, dat bij dezelfde werkgever meer heeft bedragen dan het bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een bedrag van f 263,50 met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak, waarover de werknemer loon heeft genoten, voor dat meerdere buiten aanmerking. Voorts komt - voor zover nodig in afwijking van het bepaalde dienaangaande in de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet - bij de berekening van het dagloon, dat aan de in de vorengenoemde wetten geregelde uitkeringen is of wordt ten grondslag gelegd, het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het in de vorige volzin bedoelde maximum dagloon, voor dat meerdere niet in aanmerking. -**2.** Het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Ziekenfondswet worden geheven, met dien verstande dat in plaats van het bedrag, genoemd in het vorige lid, een bedrag van € 108,- in aanmerking wordt genomen. Indien het in artikel 3, eerste lid, onder *a*, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, zoals dit is herzien ingevolge artikel 3*a* van die wet, wijziging ondergaat, wordt het in de eerste zin genoemde bedrag door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, met ingang van dezelfde datum herzien. +**2.** Het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Ziekenfondswet worden geheven, met dien verstande dat in plaats van het bedrag, genoemd in het vorige lid, een bedrag van € 108,- per 1 januari 2003: € 111,- in aanmerking wordt genomen. Indien het in artikel 3, eerste lid, onder *a*, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, zoals dit is herzien ingevolge artikel 3*a* van die wet, wijziging ondergaat, wordt het in de eerste zin genoemde bedrag door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, met ingang van dezelfde datum herzien. **3.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van de Werkloosheidswet wordt geheven, blijft, wat het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de betrokken sector afzonderlijk administreert betreft, het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een door Onze Minister vastgesteld bedrag, met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het loon heeft genoten. @@ -584,6 +572,14 @@ Met betrekking tot bestaande aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof zijn artikel 4, derde lid, en artikel 6, eerste lid, onderdeel cc, onder 1°, niet van toepassing. +### Artikel 18g + +**1.** Artikel 6, eerste lid, onderdelen g en i, zoals deze bepalingen luidden op 31 december 2002, blijven tot en met het kalenderjaar 2007 van toepassing op aanspraken op spaarpremies en op na 31 december 2002 toegekende spaarpremies of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van voor 1 januari 2003 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002. + +**2.** Artikel 13 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, is in het kalenderjaar 2003 nog van toepassing op toegekende of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van in het kalenderjaar 2002 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 6, vijfde, zesde en zevende lid, zoals die leden luidden op 31 december 2002. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid. + ### Artikel 19 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: "Coördinatiewet Sociale Verzekering".