2012-02-08 | BWBR0009950 | Telecommunicatiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2012-02-08 12:00:00 +00:00
parent daeb5a3daa
commit 4bc3bfbbc5

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Telecommunicatiewet
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. college: college, genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit;
c. raad van bestuur van de mededingingsautoriteit: raad van bestuur van de Nederlandse mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet;
d. nationale regelgevende instantie: instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie die krachtens het recht van die lidstaat is belast met een of meer regelgevende of daarmee verband houdende uitvoerende taken die zijn toegekend in de richtlijnen nrs. 2002/19/EG, 2002/20/EG, 2002/21/EG, 2002/22/EG of 2002/58/EG;
@ -473,7 +473,7 @@ a. het uitbreiden van nummercapaciteit, welke het gevolg is van een toewijzing v
b. de implementatie van een besluit van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, van de Raad van de Europese Unie of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, of
c. overige wijzigingen die van ondergeschikte aard zijn en waarvan in het nummerplan is opgenomen dat op een dergelijke wijziging artikel 4.1, tweede lid, niet van toepassing is.
**4.** Het is verboden voor een bestemming die voorkomt in een nummerplan andere nummers te gebruiken dan de nummers die in dat plan voor die bestemming zijn opgenomen.
**4.** Het is verboden voor een bestemming die voorkomt in een nummerplan andere nummers te gebruiken dan de nummers die in dat plan voor die bestemming zijn opgenomen, en om een nummer dat voorkomt in een nummerplan voor een andere bestemming te gebruiken dan de bestemming waarvoor dat nummer in dat plan is opgenomen.
### Artikel 4.1a
@ -495,7 +495,7 @@ c. een natuurlijke persoon of rechtspersoon ten behoeve van het gebruik van een
**4.** Een toekenning van nummers kan in het belang van een doelmatig gebruik van nummers onder beperkingen worden verleend. In dat belang kunnen aan een toekenning voorschriften worden verbonden.
**5.** Gedurende de voorbereiding van een nummerplan kan het college, in overeenstemming met door Onze Minister aan te wijzen bestemmingen en de daarbij behorende nummers, nummers toekennen gedurende een bij dat besluit vast te stellen termijn. Het verbod van artikel 4.1, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de door Onze Minister aangewezen nummers.
**5.** Gedurende de voorbereiding van een nummerplan kan het college, in overeenstemming met door Onze Minister aan te wijzen bestemmingen en de daarbij behorende nummers, nummers toekennen gedurende een bij dat besluit vast te stellen termijn. Het verbod van artikel 4.1, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de door Onze Minister aangewezen nummers.
**6.** Indien meer aanvragen met een gelijke voorkeur om toekenning van een bepaald nummer, dan wel bepaalde nummers op dezelfde dag bij het college ter behandeling zijn ingediend, besluit het college op die aanvragen door middel van het lot. Van deze procedure zijn uitgesloten nummers als bedoeld in het zevende lid en nummers als bedoeld in artikel 4.2b.
@ -518,7 +518,7 @@ b. in uitzonderlijke omstandigheden besluiten een nummer van uitzonderlijke econ
**1.** Nummers die worden toegekend door middel van een procedure van veiling worden voor onbepaalde tijd toegekend, tenzij Onze Minister in het betreffende nummerplan een maximumduur van de toekenning heeft vastgelegd.
**2.** Een nummer waarvoor een maximumduur is opgenomen in een nummerplan wordt niet eerder dan een jaar nadat de maximumtermijn van de toekenning is verstreken in gebruik genomen, indien het nummer door de daarop volgende toekenning van nummerhouder verandert.
**2.** Een nummer waarvoor een maximumduur is opgenomen in een nummerplan wordt niet eerder dan een jaar nadat de maximumtermijn van de toekenning is verstreken of de toekenning is ingetrokken in gebruik genomen, indien het nummer door de daarop volgende toekenning van nummerhouder verandert.
### Artikel 4.2b
@ -530,11 +530,9 @@ In de gevallen waarin samenwerking tussen nummerhouders noodzakelijk is voor het
Een toekenning wordt geweigerd, indien:
a. de aanvrager niet behoort tot een van de categorieën, genoemd in artikel 4.2, eerste lid;
b. de toekenning in strijd is met het desbetreffende nummerplan of een op grond van artikel 4.2, vijfde lid, vastgestelde aanwijzing;
c. redelijkerwijs is te verwachten dat door de aanvrager niet zal of kan worden voldaan aan het bij of krachtens deze wet met betrekking tot nummers bepaalde;
d. vervallen;
e. de toekenning in strijd zou zijn met de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
a. de toekenning in strijd is met het desbetreffende nummerplan of een op grond van artikel 4.2, vijfde lid, vastgestelde aanwijzing;
b. redelijkerwijs is te verwachten dat door de aanvrager niet zal of kan worden voldaan aan het bij of krachtens deze wet met betrekking tot nummers bepaalde;
c. de toekenning in strijd zou zijn met de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
**2.**
@ -584,8 +582,7 @@ Het college kan op gezamenlijke aanvraag van de desbetreffende nummerhouder en e
Een toekenning wordt door het college gewijzigd of ingetrokken, indien:
a. een wijziging van het desbetreffende nummerplan daartoe noodzaakt, voor zover de nummerhouder aanspraak behoudt op toekenning van hetzelfde aantal nummers;
b. de redenen die ten grondslag lagen aan de toekenning zijn vervallen;
c. het doelmatig gebruik van nummers in het algemeen maatschappelijk en economisch belang dit vordert.
b. het doelmatig gebruik van nummers in het algemeen maatschappelijk en economisch belang dit vordert.
**2.** Een toekenning wordt voorts door het college gewijzigd indien dit noodzakelijk is om feitelijke onjuistheden van eenvoudige aard weg te nemen.
@ -595,15 +592,15 @@ c. het doelmatig gebruik van nummers in het algemeen maatschappelijk en economis
Een toekenning kan door het college worden opgeschort voor een door het college te bepalen termijn of worden ingetrokken, indien:
a. de nummerhouder of de nummergebruiker de bij of krachtens deze wet gestelde regels of de aan het toekenningsbesluit verbonden voorschriften niet nakomt;
a. de nummerhouder of de nummergebruiker de bij of krachtens deze wet met betrekking tot nummers gestelde regels of de aan het toekenningsbesluit verbonden voorschriften niet nakomt;
b. na de toekenning blijkt dat de aanvraag is gedaan met de kennelijke bedoeling de toegekende nummers te verhandelen;
c. de nummerhouder niet meer voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor toekenning van dat nummer.
**5.** Met betrekking tot bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van nummers kan een toekenning door het college worden opgeschort voor een door het college te bepalen termijn die niet langer duurt dan twee weken, indien het college een aanwijzing heeft dat de nummergebruiker de bij of krachtens deze wet gestelde regels niet nakomt of de aan het toekenningsbesluit verbonden voorschriften of een gedraging als bedoeld in artikel 4.4 verricht. Het college kan de in de vorige volzin genoemde periode eenmalig met maximaal twee weken verlengen.
**5.** Met betrekking tot bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van nummers kan een toekenning door het college worden opgeschort voor een door het college te bepalen termijn die niet langer duurt dan twee weken, indien het college een aanwijzing heeft dat de nummergebruiker de bij of krachtens deze wet met betrekking tot nummers gestelde regels niet nakomt of de aan het toekenningsbesluit verbonden voorschriften of een gedraging als bedoeld in artikel 4.4 verricht. Het college kan de in de vorige volzin genoemde periode eenmalig met maximaal twee weken verlengen.
### Artikel 4.8
**1.** In het belang van de goede uitvoering van de bij of krachtens de wet aan het college opgedragen taken en toegekende bevoegdheden wordt door het college een nummerregister bijgehouden dat een overzicht bevat van toekenningen. Het register bevat de vermelding van de naam van degene aan wie nummers zijn toegekend. Tevens wordt de duur van de toekenning vermeld. Het college is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor het register.
**1.** In het belang van de goede uitvoering van de bij of krachtens de wet aan het college opgedragen taken en toegekende bevoegdheden wordt door het college een nummerregister bijgehouden dat een overzicht bevat van toekenningen. Het register bevat de vermelding van de naam, het adres en de vestigingsplaats, respectievelijk de woonplaats van degene aan wie nummers zijn toegekend. Tevens wordt de duur van de toekenning vermeld. Het college is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor het register.
**2.** Onverminderd het derde lid ligt het register voor eenieder kosteloos ter inzage op een door het college te bepalen plaats.
@ -1971,9 +1968,9 @@ b. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
### Artikel 12.1
**1.** Aanbieders van een openbare telefoondienst, andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen openbare elektronische communicatiediensten of bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen programmadiensten sluiten zich aan bij een door de Minister van Justitie erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over een overeenkomst met betrekking tot de levering van een openbare elektronische communicatiedienst of een programmadienst tussen een hiervoor bedoelde aanbieder en een natuurlijk persoon die voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden handelt.
**1.** Aanbieders van een openbare telefoondienst, andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen openbare elektronische communicatiediensten of bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen programmadiensten sluiten zich aan bij een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over een overeenkomst met betrekking tot de levering van een openbare elektronische communicatiedienst of een programmadienst tussen een hiervoor bedoelde aanbieder en een natuurlijk persoon die voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden handelt.
**2.** Gebruikers van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van nummers sluiten zich gedurende een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen periode aan bij een door de Minister van Justitie erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over de levering van een dienst door een hiervoor bedoelde nummergebruiker aan een consument voor zover het geschil verplichtingen betreft die bij of krachtens deze wet zijn opgelegd.
**2.** Gebruikers van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van nummers sluiten zich gedurende een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen periode aan bij een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over de levering van een dienst door een hiervoor bedoelde nummergebruiker aan een consument voor zover het geschil verplichtingen betreft die bij of krachtens deze wet zijn opgelegd.
### Paragraaf 12.2. Geschilbeslechting door het college
@ -2101,7 +2098,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t
**3.** Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van artikel 126na, tweede lid, 126ua, tweede lid, of 126zi van het Wetboek van Strafvordering dan wel een verzoek op grond van artikel 29 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 tot het op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze achterhalen en verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.Teneinde aan deze verplichtingen te kunnen voldoen bewaren de aanbieders de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gegevens voor een periode van twaalf maanden, vanaf het tijdstip waarop deze gegevens voor de eerste maal zijn verwerkt.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister van Justitie, Onze Minister, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanbieders aan een vordering of een verzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, voldoen, de registratie van statistische gegevens en de termijnen waarbinnen die gegevens beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, beschikbaar worden gehouden. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, Onze Minister, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanbieders aan een vordering of een verzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, voldoen, de registratie van statistische gegevens en de termijnen waarbinnen die gegevens beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, beschikbaar worden gehouden. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Artikel 13.5
@ -2122,7 +2119,7 @@ Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiedi
a. dezelfde kwaliteit hebben en worden onderworpen aan dezelfde beveiligings- en beschermingsmaatregelen als de gegevens in het netwerk;
b. onverwijld worden vernietigd na afloop van de periode, bedoeld in artikel 13.2a, derde lid.
**4.** Op voordracht van Onze Minister van Justitie, Onze Minister, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de te nemen maatregelen in verband met de beveiliging en de waarborging bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**4.** Op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, Onze Minister, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de te nemen maatregelen in verband met de beveiliging en de waarborging bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Artikel 13.6
@ -2138,11 +2135,11 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 13.8
Van de verplichtingen die voortvloeien uit dit hoofdstuk kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Justitie in bijzondere gevallen ontheffing verlenen. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Van de verplichtingen die voortvloeien uit dit hoofdstuk kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Veiligheid en Justitie in bijzondere gevallen ontheffing verlenen. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
### Artikel 13.9
Onze Minister van Justitie zendt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na drie jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wijziging van de artikelen 13.2a, 13.4 en 13.5 in de praktijk, voor zover die wijzigingen betrekking hebben op de implementatie van Richtlijn nr 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.
Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt in overeenstemming met Onze Minister binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na drie jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wijziging van de artikelen 13.2a, 13.4 en 13.5 in de praktijk, voor zover die wijzigingen betrekking hebben op de implementatie van Richtlijn nr 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.
### Artikel 13.10
@ -2298,7 +2295,7 @@ b. overtreding van een op grond van artikel 12.2 genomen besluit, voor zover de
Als relevante omzet als bedoeld in het tweede en derde lid wordt aangemerkt de omzet van de onderneming:
a. in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking, bedoeld in artikel 15.10;
a. in het boekjaar voorafgaand aan de beschikking waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd;
b. berekend op de voet van artikel 337, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet en
c. voor zover betrekking hebbend op de omzet die de desbetreffende onderneming had bij het aanbieden van openbare elektronische communicatienetwerken, openbare elektronische communicatiediensten en bijbehorende faciliteiten.
@ -2469,7 +2466,7 @@ Onze Minister kan met betrekking tot de veiligheid en de beveiliging van openbar
**1.**
Onze Minister is bevoegd, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanwijzingen te geven met betrekking tot:
Onze Minister is bevoegd, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanwijzingen te geven met betrekking tot:
a. de instandhouding en de exploitatie van hun openbare elektronische communicatienetwerken, of
b. het verzorgen en gebruiken van hun openbare elektronische communicatiediensten, wanneer dit noodzakelijk is ter beëindiging van strafbaar gedrag jegens een persoon.