From 4c2e7623a6159d423b0a9bc5c20ff07bc21e6a24 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-01-01 | BWBR0030250 | Wet dieren --- wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md | 33 +++++++++++++++++++++++----- 1 file changed, 28 insertions(+), 5 deletions(-) diff --git a/wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md b/wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md index 743c686732c..583878455fc 100644 --- a/wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md +++ b/wet/wet-dieren/BWBR0030250/README.md @@ -496,6 +496,19 @@ j. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens over d k. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers, en l. het zich ontdoen van resten en lege verpakkingen van diervoeders. +### Artikel 2.18a + +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld over de samenstelling van diervoeders of andere stoffen die zijn bedoeld voor het voederen van dieren. + +**2.** + +De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op onder meer: + +a. een verbod op het bereiden, bewerken, verwerken, verpakken, etiketteren, in de handel brengen, in Nederland brengen, vervoeren, aanbieden, aanprijzen, afleveren, ontvangen, voorhanden of in voorraad hebben, of het vervoederen aan, het toepassen bij of het brengen in de nabijheid van dieren, van diervoeders of stoffen waarvan de hoeveelheid van een bestanddeel een bij die regeling bepaald maximum overschrijdt; +b. een verplichting om de hoeveelheid van een bestanddeel in de totale hoeveelheid diervoeders die een dier gebruikt, te beperken, al dan niet tot een bij die regeling bepaald maximum. + +**3.** Er kunnen slechts regels worden vastgesteld als bedoeld in het eerste lid indien vastgesteld is dat dit geen significant negatieve gevolgen heeft voor diergezondheid, dierenwelzijn, volksgezondheid en afzetbelangen. + ### Paragraaf 3. Regels over diergeneesmiddelen ### Artikel 2.19 @@ -745,6 +758,14 @@ De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op onder meer: a. de wijze waarop de vergoeding door de ondernemer wordt bepaald, en b. de maximum hoogte van de vergoeding. +### Paragraaf 3. Aanvullende regels over dierlijke producten in relatie tot het milieu + +### Artikel 3.7 + +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld over het maximumgehalte aan bepaalde stoffen in dierlijke producten, voor zover dat gehalte wordt beïnvloed door de aard of de samenstelling van diervoeders of andere stoffen die zijn bedoeld voor het voederen van dieren, of door andere stoffen die door dieren worden gegeten. + +**2.** Er kunnen slechts regels worden vastgesteld als bedoeld in eerste lid indien vastgesteld is dat dit geen significant negatieve gevolgen heeft voor diergezondheid, dierenwelzijn, volksgezondheid en afzetbelangen. + ## Hoofdstuk 4. Toelating beroepen in de uitoefening van de diergeneeskunde ### Artikel 4.1 @@ -976,9 +997,9 @@ b. de uitvoering van EU-rechtshandelingen die krachtens de onder a bedoelde rech ### Artikel 6.3 -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van onderdelen van EU-rechtshandelingen waarin een EU-rechtshandeling een tot de overheid behorend orgaan of een door de overheid aangesteld persoon de opdracht geeft of de keuze laat. +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van onderdelen van EU-rechtshandelingen waarin een EU-rechtshandeling een tot de overheid behorend orgaan of een persoon in dienst van de overheid, de opdracht geeft of de keuze laat. -**2.** Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald is Onze Minister bevoegd de besluiten te nemen waartoe een voorschrift van een EU-verordening als bedoeld in artikel 6.2 een tot de overheid behorend orgaan of een door de overheid aangesteld persoon de opdracht geeft of de keuze laat. +**2.** Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald is Onze Minister bevoegd de besluiten te nemen waartoe een voorschrift van een EU-verordening als bedoeld in artikel 6.2 een tot de overheid behorend orgaan of een persoon in dienst van de overheid, de opdracht geeft of de keuze laat. ### Artikel 6.4 @@ -1146,7 +1167,7 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. *overtreding:* gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens: -1°. de artikelen 2.2, negende en tiende lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, 2.5, eerste en tweede lid, 2.6, eerste, tweede en derde lid, 2.7, eerste tot en met derde lid, 2.8, eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid, onderdeel f, 2.10, tweede, derde en vierde lid, 2.17, 2.18, 2.19, eerste lid, 2.20, 2.21, eerste en derde lid, 2.22, eerste, tweede en derde lid, 3.1, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, 3.5, eerste en derde lid, 5.1, derde lid, tweede volzin, 5.4, eerste lid, 5.5, eerste lid, 5.6, eerste en vijfde lid, 5.10, 5.11, 5.12 of 10.2, eerste lid; +1°. de artikelen 2.2, negende en tiende lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, 2.5, eerste en tweede lid, 2.6, eerste, tweede en derde lid, 2.7, eerste tot en met derde lid, 2.8, eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid, onderdeel f, 2.10, tweede, derde en vierde lid, 2.17, 2.18, 2.18a, 2.19, eerste lid, 2.20, 2.21, eerste en derde lid, 2.22, eerste, tweede en derde lid, 3.1, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, 3.5, eerste en derde lid, 3.7, 5.1, derde lid, tweede volzin, 5.4, eerste lid, 5.5, eerste lid, 5.6, eerste en vijfde lid, 5.10, 5.11, 5.12 of 10.2, eerste lid; 2°. een van de bepalingen, bedoeld in onderdeel a, in samenhang met de artikelen 6.2, eerste lid, 6.4, eerste lid, 7.1, 7.2, eerste of derde lid, 7.5, derde lid, of 10.5, eerste lid; b. *overtreder:* degene die de overtreding pleegt of mede pleegt. @@ -1341,7 +1362,7 @@ b. voor elk van de beroepsgroepen tot welke degenen over wie is geklaagd behoren **3.** Indien een getuige of een deskundige niet verschijnt op de dagvaarding, bedoeld in het tweede lid, doet de officier van justitie bij de rechtbank te Den Haag op verzoek van het veterinair tuchtcollege hem nogmaals dagvaarden met, voor zover verzocht door het veterinair tuchtcollege, bevel tot medebrenging. -**4.** Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Artikel 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. **5.** Ten aanzien van getuigen en deskundigen zijn de artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing. @@ -1666,7 +1687,9 @@ Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatre ### Artikel 10.10 -De voordracht voor een krachtens de artikelen 2.1, derde en vijfde lid, 2.2, tweede, derde, zevende en tiende lid, 2.3, tweede en vierde lid, 2.4, tweede lid, 2.5, tweede lid, 2.6, tweede en derde lid, 2.7, tweede lid, 2.8, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, 2.10, eerste, derde en vierde lid, 2.15, tweede lid, 2.16, eerste lid, en 2.24 vast te stellen algemene maatregel van bestuur voor zover het betreft een voordracht voor een maatregel mede met of met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overlegd. +**1.** De voordracht voor een krachtens de artikelen 2.1, derde en vijfde lid, 2.2, tweede, derde, zevende en tiende lid, 2.3, tweede en vierde lid, 2.4, tweede lid, 2.5, tweede lid, 2.6, tweede en derde lid, 2.7, tweede lid, 2.8, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, 2.10, eerste, derde en vierde lid, 2.15, tweede lid, 2.16, eerste lid, en 2.24 vast te stellen algemene maatregel van bestuur voor zover het betreft een voordracht voor een maatregel mede met of met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overlegd. + +**2.** Een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.18a, eerste lid, of 3.7, wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd, tenzij binnen deze termijn door of namens een van de Kamers of ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers nadere inlichtingen worden gevraagd. De ministeriële regeling kan niet eerder worden vastgesteld dan nadat de Kamer die de nadere inlichtingen heeft gevraagd, heeft vastgesteld dat deze genoegzaam zijn verstrekt. ### Artikel 10.11