2007-12-19 | BWBR0008277 | Wet veiligheidsonderzoeken
This commit is contained in:
parent
acca0220bb
commit
4c55097541
1 changed files with 22 additions and 17 deletions
|
|
@ -26,8 +26,9 @@ d. bevoegd gezag van een Hoog College van Staat: de voorzitter van de Tweede Kam
|
|||
In deze wet wordt onder werkgever verstaan:
|
||||
|
||||
a. degene jegens wie een ander krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, behalve indien die ander aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid, welke die derde gewoonlijk doet verrichten;
|
||||
b. degene aan wie een ander ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid als bedoeld onder *a*;
|
||||
c. degene die, zonder werkgever in de zin van de onderdelen *a* en *b* van dit lid te zijn, leiding geeft aan het verrichten van arbeid.
|
||||
b. degene aan wie een ander ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid als bedoeld onder *a*.
|
||||
|
||||
**3.** In deze wet wordt mede onder werkgever verstaan degene die, zonder werkgever te zijn in de zin van het tweede lid, een ander een vertrouwensfunctie laat vervullen en die bij de aanwijzing, bedoeld in artikel 3, eerste lid, als zodanig wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -35,11 +36,13 @@ Indien een vertrouwensfunctie wordt uitgeoefend bij het Ministerie van Defensie,
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden aan als vertrouwensfuncties. Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat doet van de aanwijzing terstond mededeling aan de werkgever die het aangaat.
|
||||
**1.** Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden aan als vertrouwensfuncties. Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat doet van de aanwijzing terstond mededeling aan de werkgever die het aangaat. Indien geen sprake is van een werkgever in de zin van artikel 1, tweede lid, wordt in de aanwijzing tevens aangegeven wie als werkgever in de zin van deze wet wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever geeft desgevraagd aan Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat en aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de inlichtingen over de inrichting van zijn dienst, bedrijf of instelling, die nodig zijn voor de beoordeling van de mate waarin een functie de mogelijkheid biedt de nationale veiligheid te schaden.
|
||||
**2.** De werkgever, of degene ten aanzien van wie het voornemen bestaat hem als zodanig aan te merken overeenkomstig het eerste lid, derde volzin, geeft desgevraagd aan Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat en aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de inlichtingen over de inrichting van zijn dienst, bedrijf of instelling, die nodig zijn voor de beoordeling van de mate waarin een functie de mogelijkheid biedt de nationale veiligheid te schaden.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat draagt er zorg voor dat binnen vijf jaren na de aanwijzing van een functie als vertrouwensfunctie en vervolgens telkens na vijf jaren wordt nagegaan of de aanwijzing gehandhaafd moet blijven.
|
||||
**3.** Nadat een functie als vertrouwensfunctie is aangewezen geeft de betrokken werkgever uit eigen beweging aan Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat en aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de inlichtingen over wijzigingen in de inrichting van zijn dienst, bedrijf of instelling, die nodig zijn voor de beoordeling van de mate waarin die functie of andere functies de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat draagt er zorg voor dat binnen vijf jaren na de aanwijzing van een functie als vertrouwensfunctie en vervolgens telkens na vijf jaren wordt nagegaan of de aanwijzing gehandhaafd moet blijven.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -67,12 +70,12 @@ In de gevallen als bedoeld in artikel 4 en 5 beslist Onze Minister van Binnenlan
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het veiligheidsonderzoek omvat het instellen van een onderzoek naar gegevens die uit het oogpunt van de nationale veiligheid van belang zijn voor de vervulling van de desbetreffende vertrouwensfunctie. Hierbij wordt uitsluitend gelet op gegevens betreffende:
|
||||
Het veiligheidsonderzoek omvat het instellen van een onderzoek naar gegevens die uit het oogpunt van de nationale veiligheid van belang zijn voor de vervulling van de desbetreffende vertrouwensfunctie. Hierbij wordt uitsluitend gelet op:
|
||||
|
||||
a. de justitiële gegevens die ten behoeve van het veiligheidsonderzoek zijn verkregen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
|
||||
b. deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid kunnen schaden;
|
||||
c. lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven, dan wel ter verwezenlijking van hun doeleinden middelen hanteren, die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde;
|
||||
d. overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden, naar aanleiding waarvan betwijfeld mag worden of de betrokkene de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten onder alle omstandigheden getrouwelijk zal volbrengen.
|
||||
a. justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en gegevens uit politieregisters als bedoeld in de Wet politieregisters;
|
||||
b. gegevens betreffende deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid kunnen schaden;
|
||||
c. gegevens betreffende lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven, dan wel ter verwezenlijking van hun doeleinden middelen hanteren, die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde;
|
||||
d. gegevens betreffende overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden, naar aanleiding waarvan betwijfeld mag worden of de betrokkene de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten onder alle omstandigheden getrouwelijk zal volbrengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -82,7 +85,9 @@ d. overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden, naar aanleiding waarvan b
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd, na het verstrijken van een termijn van vijf jaren of een veelvoud daarvan sinds het afgeven van de verklaring of indien hem blijkt van feiten of omstandigheden die een hernieuwd veiligheidsonderzoek rechtvaardigen, een veiligheidsonderzoek te doen instellen naar een persoon die een vertrouwensfunctie vervult.
|
||||
**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd, na het verstrijken van een termijn van vijf jaren of een veelvoud daarvan sinds het afgeven van de verklaring of indien hem blijkt van feiten of omstandigheden die een hernieuwd veiligheidsonderzoek rechtvaardigen, een veiligheidsonderzoek te doen instellen naar een persoon die een vertrouwensfunctie vervult. Voor het instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek is de instemming van de betrokkene niet vereist.
|
||||
|
||||
**2.** Onder feiten en omstandigheden als bedoeld in het eerste lid kunnen worden gerekend gegevens die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft verkregen door het verzamelen van justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en van gegevens uit politieregisters als bedoeld in de Wet politieregisters.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -110,12 +115,12 @@ Deze wet is niet van toepassing op de leden van de rechterlijke macht met rechts
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het veiligheidsonderzoek omvat het instellen van een onderzoek naar gegevens die uit het oogpunt van de nationale veiligheid of de veiligheid of andere gewichtige belangen van de verzoekende mogendheid of volkenrechtelijke organisatie van belang zijn. Hierbij wordt uitsluitend gelet op gegevens betreffende:
|
||||
Het veiligheidsonderzoek omvat het instellen van een onderzoek naar gegevens die uit het oogpunt van de nationale veiligheid of de veiligheid of andere gewichtige belangen van de verzoekende mogendheid of volkenrechtelijke organisatie van belang zijn. Hierbij wordt uitsluitend gelet op:
|
||||
|
||||
a. de justitiële gegevens die ten behoeve van het veiligheidsonderzoek zijn verkregen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
|
||||
b. deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid of de veiligheid of andere gewichtige belangen van de verzoekende mogendheid of volkenrechtelijke organisatie kunnen schaden;
|
||||
c. lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven, dan wel ter verwezenlijking van hun doeleinden middelen hanteren, die aanleiding geven tot het ernstig vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde;
|
||||
d. overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden die in verband met het doel van het verzoek van belang kunnen zijn.
|
||||
a. justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en gegevens uit politieregisters als bedoeld in de Wet politieregisters;
|
||||
b. gegevens betreffende deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid en van de verzoekende mogendheid of volkenrechtelijke organisatie kunnen schaden;
|
||||
c. gegevens betreffende lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven, dan wel ter verwezenlijking van hun doeleinden middelen hanteren, die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde;
|
||||
d. gegevens betreffende overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden die in verband met het doel van het verzoek van belang kunnen zijn.
|
||||
|
||||
**5.** De mededelingen, bedoeld in het eerste lid, bevatten de conclusies die uit het ingestelde veiligheidsonderzoek kunnen worden getrokken, dan wel de vaststelling dat het onderzoek onvoldoende gegevens heeft opgeleverd om op basis daarvan conclusies te kunnen trekken of dat de betrokken persoon niet heeft ingestemd met het instellen van een veiligheidsonderzoek.
|
||||
|
||||
|
|
@ -123,7 +128,7 @@ d. overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden die in verband met het doe
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Hij die niet of niet tijdig voldoet aan een verplichting als bedoeld in een van de artikelen 3, tweede lid, 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde lid, en 10, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie.
|
||||
**1.** Hij die niet of niet tijdig voldoet aan een verplichting als bedoeld in een van de artikelen 3, tweede en derde lid, 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde lid, en 10, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue