2002-01-01 | BWBR0004739 | Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer
This commit is contained in:
parent
414d8ff33b
commit
4c6bc9dbac
1 changed files with 1376 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,1376 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer
|
||||
bwb_id: BWBR0004739
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1990-04-28'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004739
|
||||
citeertitel: Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. wet: Wet milieubeheer;
|
||||
b. inspecteur: ter plaatse bevoegde inspecteur van de volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu;
|
||||
c. Rijkswaterstaat: het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
d. NMP-2: Tweede Nationaal Milieubeleidsplan (kamerstukken II 1993/94, 23 560, nr. 2);
|
||||
e. geluidsgevoelige ruimte van een woning: verblijfsruimte binnen een woning als bedoeld in artikel 1 van het Bouwbesluit, met uitzondering van een keuken met een vloeroppervlak van minder dan 11m^2;
|
||||
f. ander geluidsgevoelig gebouw:
|
||||
|
||||
1°. basisschool;
|
||||
2°. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
3°. instelling voor hoger beroepsonderwijs;
|
||||
4°. verpleeghuis of algemeen, categoraal of academisch ziekenhuis;
|
||||
5°. ander gezondheidszorggebouw dan bedoeld onder 4°;
|
||||
g. geluidsgevoelig terrein: terrein dat behoort bij een gebouw als bedoeld onder *f*, onder 5°, voor zover dat terrein bestemd is of gebruikt wordt voor de in dat gebouw gegeven zorg;
|
||||
h. geluidwerende maatregelen: geluidwerende maatregelen aan de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 1 van het Bouwbesluit;
|
||||
i. verkeersmaatregelen: maatregelen met betrekking tot de weg die het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de weg, verminderen;
|
||||
j. spoorweg: spoor-, tram- of metroweg die is aangegeven op de kaart, behorend bij artikel 3 van het Besluit geluidhinder spoorwegen;
|
||||
k. spoorwegexploitant: beheerder van een spoorweg;
|
||||
l. afschermende maatregelen: maatregelen die de geluidsoverdracht van een weg of spoorweg naar woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen verminderen.
|
||||
m. geluidsbelasting vanwege een weg: waarde van de geluidsbelasting vanwege een weg, bepaald overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift wegverkeerslawaai na toepassing van de aftrek, bedoeld in artikel 103 van de Wet geluidhinder;
|
||||
n. geluidsbelasting vanwege een spoorweg: waarde van de geluidsbelasting vanwege een spoorweg, bepaald overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift Railverkeerslawaai.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Incidentele subsidie
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Subsidie geluidhinderbestrijding industrielawaai
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1.1. Inleidende bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. zone: zone die krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 van de Wet geluidhinder of krachtens artikel 59 van de Wet geluidhinder is vastgesteld;
|
||||
b. programma van maatregelen: door gedeputeerde staten overeenkomstig artikel 71, tweede, derde en vierde lid, van de Wet geluidhinder opgesteld programma van maatregelen;
|
||||
c. fase II van het akoestisch onderzoek: het deel van het akoestisch onderzoek dat plaatsvindt met het oog op de door gedeputeerde staten te maken keuze uit de mogelijk te treffen maatregelen ter uitvoering van het programma van maatregelen;
|
||||
d. fase III van het akoestisch onderzoek: het deel van het akoestisch onderzoek dat plaatsvindt met het oog op de uitwerking van de keuze en de beschrijving van de mogelijkheden om de uitvoering van de gekozen maatregelen te faseren.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan regels stellen omtrent het verstrekken van extra informatie indien hij zulks noodzakelijk acht vanwege onvoldoende herkenbaarheid van de toepassing en besteding van een subsidie als bedoeld in artikel 6*a*, eerste lid, in de informatie die het provinciaal bestuur krachtens artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, aan hem verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan voorts een controleprotocol vaststellen ten behoeve van het onderzoek door overeenkomstig artikel 217, tweede lid, van de Provinciewet aangewezen accountants als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek naar de bestedingen van de in het eerste lid bedoelde subsidie.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1.2
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3d
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3e
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3f
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3g
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3h
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3i
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3j
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3k
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3l
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3m
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3n
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3o
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1.3. Bijdrage aan het Interprovinciaal Overleg in verband met rapportages op het gebied van geluidhinderbestrijding industrielawaai
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Onze Minister geeft aan het Interprovinciaal Overleg in het kalenderjaar 1994 een beschikking tot vaststelling van een bijdrage ten bedrage van € 453 780,22 ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1995, 1996, 1997 en 1998 over de voortgang bij de provincies van het akoestisch onderzoek met betrekking tot de in artikel 3*a*, derde lid, onder *b*, bedoelde industrieterreinen, en
|
||||
b. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 over de voortgang van de uitvoering van de programma’s van maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Het Interprovinciaal Overleg richt de rapportage, bedoeld in artikel 4, onder a en b , in overeenkomstig artikel 3a.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan aan het Interprovinciaal Overleg aanwijzingen geven omtrent de inhoud van en de wijze waarop de rapportage, bedoeld in artikel 4, onder a en b, wordt ingericht.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.** Indien een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder *a*, te laat of in het geheel niet over een kalenderjaar wordt toegezonden, dan wel niet is opgesteld overeenkomstig artikel 4*a*, tweede lid, kan Onze Minister de beschikking tot vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 4, geheel of gedeeltelijk intrekken. Onze Minister kan het betaalde bedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kent zo spoedig mogelijk na ontvangst van het teruggevorderde bedrag aan het provinciaal bestuur een twaalfde van dat bedrag toe.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het uitblijven van de rapportage mede het gevolg is van het niet of onvolledig verstrekken door een provinciaal bestuur van gegevens aan het Interprovinciaal Overleg, kent Onze Minister dat bestuur geen gedeelte van het teruggevorderde bedrag toe. Hij verdeelt dan het teruggevorderde bedrag over de overige provinciale besturen.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder *b*, te laat of in het geheel niet in één van de in dat artikel, onder *b* , bedoelde kalenderjaren is ontvangen, dan wel die rapportage niet is opgesteld overeenkomstig de artikelen 4*a* en 4*d*.
|
||||
|
||||
### Artikel 4c
|
||||
|
||||
**1.** Het provinciaal bestuur verstrekt aan het Interprovinciaal Overleg ten behoeve van de rapportage, bedoeld in artikel 4, onder *a*, met ingang van 1996 telkens in januari van het lopende kalenderjaar de gegevens over de voortgang in hun provincie van het akoestisch onderzoek met betrekking tot de in artikel 3*a*, derde lid, onder *b*, bedoelde industrieterreinen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de gegevens niet of onvolledig zijn verstrekt, doet het Interprovinciaal Overleg daarvan mededeling in de rapportage.
|
||||
|
||||
### Artikel 4d
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten verstrekken aan het Interprovinciaal Overleg in januari 1996 gegevens omtrent de stand van zaken per 1 januari 1996 met betrekking tot de uitvoering van de saneringprogramma's.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Tot die gegevens behoren in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. het totale aantal saneringsprogramma’s waarin maatregelen zijn genoemd die vóór 1 januari 2003 geëffectueerd moeten zijn;
|
||||
b. het aantal saneringsprogramma’s waarvan alle maatregelen als bedoeld in artikel 6*a*, tweede lid, op 1 januari 1996 zijn uitgevoerd, onder vermelding van de kosten van de uitgevoerde maatregelen per saneringsprogramma, en welk percentage daarvan is bekostigd uit de bijdrage, bedoeld in artikel 6*a*, voor het jaar 1995;
|
||||
c. met betrekking tot de bijdrage, bedoeld in artikel 6*a*, voor het jaar 1995:
|
||||
|
||||
1°. het bedrag dat in dat jaar niet is uitgegeven;
|
||||
2°. het bedrag dat van het in dat jaar niet-uitgegeven bedrag is verplicht, onder vermelding van het jaar waarin de betaling wordt verwacht, en
|
||||
3°. het bedrag dat van het in 1995 niet-uitgegeven bedrag is gereserveerd voor het doen van toekomstige uitgaven als bedoeld in artikel 6*a*, tweede lid;
|
||||
d. het aantal saneringsprogramma’s waarvan alle maatregelen als bedoeld in artikel 6*a*, tweede lid, op 1 januari 1997 zullen zijn uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de vermelding van de kosten van de uitgevoerde maatregelen per saneringsprogramma worden de kosten uitgesplitst naar de in artikel 2, eerste lid, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 onderscheiden categorieën van maatregelen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor zover het verlenen, wijzigen of aanvullen van een vergunning deel uitmaakt van de op 1 januari 1996 uitgevoerde maatregelen, bedoeld in artikel 6*a*, tweede lid, verklaren gedeputeerde staten ten aanzien van iedere verleende, gewijzigde of aangevulde vergunning dat deze voorziet in een effectuering vóór 1 januari 2003. De verklaringen maken deel uit van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.** Gedeputeerde staten verstrekken aan het Interprovinciaal Overleg, met ingang van 1997, telkens in januari van het lopende kalenderjaar de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder *b* en *c*, over het daaraan voorafgaande kalenderjaar en de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder *d*, per 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het lopende kalenderjaar. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de gegevens niet of onvolledig zijn verstrekt, doet het Interprovinciaal Overleg daarvan mededeling in de rapportage.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1.4
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1.5. Subsidie terzake van de kosten van uitvoering van het saneringsprogramma
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister geeft aan het provinciaal bestuur jaarlijks in de kalenderjaren 1995 tot en met 2002 ambtshalve een beschikking tot subsidievaststelling terzake van de kosten van het terugbrengen, vóór 1 januari 2003, van de geluidsbelasting vanwege alle in de provincie gelegen industrieterreinen, voor zover deze voorkomen op de in artikel 3 bedoelde lijst en het in artikel 3*b* bedoelde overzicht, van de binnen de zone rond die industrieterreinen gelegen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie kan uitsluitend worden besteed aan kosten van uiterlijk vóór 1 januari 2003 te treffen maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994. Voor zover het maatregelen betreft als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b en c, van het Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 kan ten hoogste 20% van de met betrekking tot die maatregelen vastgestelde subsidie tevens worden besteed aan kosten van voorbereiding, begeleiding en toezicht van deze maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt ieder jaar voor 1 mei per provincie de subsidie ambtshalve vast op eennegende van het voor iedere provincie achter die provincie vermelde bedrag:
|
||||
|
||||
| Groningen | € 2 441 897,07 |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Friesland | € 2 887 398,07 |
|
||||
| Drenthe | € 1 447 093,31 |
|
||||
| Overijssel | € 1 698 654,09 |
|
||||
| Gelderland | € 2 862 274,98 |
|
||||
| Flevoland | € 429 339,61 |
|
||||
| Utrecht | € 916 319,30 |
|
||||
| Noord-Holland | € 4 454 606,10 |
|
||||
| Zuid-Holland | € 6 983 949,79 |
|
||||
| Zeeland | € 1 058 617,97 |
|
||||
| Noord-Brabant | € 4 859 366,25 |
|
||||
| Limburg | € 2 405 772,54 |
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan, gelet op één of meer rapportages als bedoeld in artikel 4, onder b, de voor de uitvoering van deze paragraaf beschikbare subsidie, op aanvraag van het Interprovinciaal Overleg, één keer met € 1 815 120,86 verhogen.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van een voorstel – waarmee door alle provinciale besturen is ingestemd – tot verdeling van de in het tweede lid genoemde subsidie over de provincies.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister toepassing geeft aan het tweede lid, stelt hij de subsidie vast met inachtneming van de voorgestelde verdeling, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6c
|
||||
|
||||
De betaling van de voor iedere provincie voor de uitvoering van het saneringsprogramma krachtens artikel 6b vastgestelde subsidie, vindt telkens uiterlijk in mei plaats.
|
||||
|
||||
### Artikel 6d
|
||||
|
||||
**1.** Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, onder *b*, in 1999, 2000, 2001 of 2002 blijkt dat er nagenoeg geen kans is dat ten aanzien van alle in artikel 4*d* , tweede lid, onder *a*, bedoelde saneringsprogramma’s de daarin genoemde maatregelen vóór 1 januari 2003 zijn uitgevoerd, kan Onze Minister het provinciaal bestuur de verplichting opleggen om op eigen kosten, met inachtneming van door Onze Minister te stellen richtlijnen, een onderzoek in te stellen naar de factoren die de oorzaak zijn van dit dreigend tekortschieten en de mogelijkheden deze weg te nemen, dan wel daarin verbetering te brengen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister maakt uiterlijk binnen 12 weken na ontvangst van de rapportage gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, of van de hem toekomende bevoegdheden met betrekking tot de vastgestelde subsidie.
|
||||
|
||||
### Artikel 6e
|
||||
|
||||
Indien gedeputeerde staten blijkens een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder *b*, de gegevens, bedoeld in artikel 4*d*, eerste en tweede lid , niet of onvolledig hebben verstrekt aan het Interprovinciaal Overleg, of die rapportage op 1 oktober van het kalenderjaar waarin zij op 1 juli ontvangen had moeten zijn, niet ontvangen is, kan Onze Minister gedeputeerde staten verplichten uiterlijk op de eerstvolgende 1 februari te rapporteren over de voortgang van de afronding van de uitvoering van de saneringsprogramma's. Artikel 3*m*, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6f
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6g
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 6*a*, eerste lid, geeft Onze Minister in het vervolg geen ambtshalve beschikking tot subsidievaststelling indien:
|
||||
|
||||
a. een aan gedeputeerde staten krachtens artikel 6*e* opgelegde rapportage als bedoeld in artikel 4, onder *b*, door hem op 1 februari niet ontvangen is, of
|
||||
b. blijkens de hem toegezonden rapportage gedeputeerde staten aan het Interprovinciaal Overleg niet of onvolledig de gevraagde gegevens hebben verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 3*o*, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6h
|
||||
|
||||
**1.** Indien de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, over het jaar waarin de beschikking tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, is genomen, niet vóór 15 september is toegezonden, doet Onze Minister daarvan binnen vier weken na het verstrijken van die termijn mededeling aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt bij de in het eerste lid bedoelde mededeling een termijn van ten hoogste acht weken binnen welke de ontbrekende informatie alsnog moet worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 6i
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Subsidie geluidhinderbestrijding wegverkeerslawaai
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. bestuur: bestuur als bedoeld in of functionerend ten behoeve van een gemeenschappelijke regeling;
|
||||
b. gemeenschappelijke regeling:
|
||||
|
||||
1°. gemeenschappelijke regeling krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen omtrent in ieder geval het treffen van geluidwerende maatregelen of geluidhinderbestrijding, of
|
||||
2°. samenwerkingsverband ten behoeve van structurele samenwerking tussen gemeentebesturen ter zake van een activiteit als bedoeld onder 1°;
|
||||
c. samenwerkingsverband: samenwerkingsverband waaraan in 1996 op grond van de Regeling saneringsprogramma verkeerslawaai een bijdrage voor 1999 is verleend, alsmede een samenwerkingsverband dat na 1996 is ontstaan uit een combinatie van in 1996 bestaande samenwerkingsverbanden, waaraan in 1996 op grond van de Regeling saneringsprogramma verkeerslawaai een bijdrage voor 1999 zijn verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verstrekking van informatie door het gemeentebestuur of het bestuur ten behoeve van de verantwoording van en de controle op de besteding van de subsidie.
|
||||
|
||||
### Artikel 8b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Niet in aanmerking voor een subsidie krachtens deze afdeling komen maatregelen:
|
||||
|
||||
a. die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de «Nadere regels voor de uitvoering van geluidsanering ten laste van Rijkswaterstaat bij het uitvoeren van werkzaamheden aan rijkswegen ter vergroting van de capaciteit c.q. het uitvoeren van verbeteringswerken aan rijkswegen» (bijlage bij de circulaires van 24 december 1991, MBG 20d91010 en MBG 23d91003, *Stcrt.* 1992, 58);
|
||||
b. voor zover zij getroffen worden met geldelijke steun, verstrekt uit anderen hoofde ten laste van het Rijk, of
|
||||
c. die in uitvoering zijn genomen voordat op de aanvraag door Onze Minister is beslist.
|
||||
|
||||
**2.** Tevens niet in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling komen geluidwerende maatregelen aan woningen, welke maatregelen door Onze Minister zijn vastgesteld, doch ten aanzien waarvan de eigenaar of de bewoner van de betreffende woning heeft verklaard niet in te stemmen met de uitvoering van de maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onder c, is niet van toepassing, indien Onze Minister vooraf heeft toegestemd in het in uitvoering nemen van die maatregelen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan alleen toestemmen in het in uitvoering nemen van maatregelen als bedoeld in het derde lid, indien het naar zijn oordeel om redenen van doelmatigheid zeer wenselijk is deze maatregelen in uitvoering te nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Geluidwerende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling, voor zover:
|
||||
|
||||
a. zij niet zijn toe te schrijven aan achterstallig onderhoud;
|
||||
b. zij worden getroffen ten behoeve van:
|
||||
|
||||
1°. een woning waarvan ten minste één geluidsgevoelige ruimte een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 45 dB(A);
|
||||
2°. een ander geluidsgevoelig gebouw waarvan ten minste één verblijfsruimte als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *a*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 40 dB(A), of
|
||||
3°. een ander geluidsgevoelig gebouw waarvan ten minste één verblijfsruimte als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *b*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 45 dB(A);
|
||||
c. zij strekken tot een verlaging van de geluidsbelasting tot de volgende waarden:
|
||||
|
||||
1°. binnen de geluidsgevoelige ruimten van een woning: 40 dB(A), dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 45 dB(A);
|
||||
2°. binnen de ruimten van een ander geluidsgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *a*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen: 35 dB(A), dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 40 dB(A);
|
||||
3°. binnen de ruimten van een ander geluidsgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *b*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen: 40 dB(A), dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 45 dB(A), en
|
||||
d. de kosten ervan in redelijke verhouding staan tot kwaliteit, aard en gebruik van de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw en tot het geluidwerend effect van de maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de toepassing van het criterium, bedoeld in het eerste lid, onder *d*, die een aanduiding geven van de gemiddelde kosten van de in de praktijk gangbare geluidwerende maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** Subsidie terzake van de kosten van geluidwerende maatregelen die tevens wordt getroffen met een ander oogmerk dan de beperking van de geluidsbelasting vanwege een weg, wordt verstrekt op basis van normbedragen die bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 8d
|
||||
|
||||
Maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling, indien zij door Onze Minister zijn vastgesteld krachtens artikel 90, vijfde lid, van de Wet geluidhinder.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.2
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10d
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10e
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10f
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10g
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10h
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10i
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10j
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10k
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10l
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10m
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10n
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10o
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.3. Geluidwerende maatregelen aan andere geluidsgevoelige gebouwen
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.3.1. Subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van de voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen wegverkeerslawaai.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie kan slechts worden verleend voor een ander geluidsgevoelig gebouw dat een hogere geluidsbelasting vanwege een weg ondervindt dan een door Onze Minister jaarlijks – gelijktijdig met de vaststelling van de subsidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit, krachtens artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer – in de *Staatscourant* bekend te maken waarde.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid geldt niet in geval van een reconstructie van een weg met betrekking waartoe Onze Minister artikel 90, tweede lid, van de Wet geluidhinder heeft toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
Een aanvraag om subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een vermelding van het tijdvak waarin de geluidwerende maatregelen getroffen zullen worden;
|
||||
b. een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten van de geluidwerende maatregelen;
|
||||
c. een verklaring dat bij die raming reeds zo veel mogelijk rekening is gehouden met artikel 8*c*, eerste lid, en
|
||||
d. het kalenderjaar waarin de geluidwerende maatregelen opgenomen zullen worden in een programma van maatregelen als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wet geluidhinder.
|
||||
|
||||
### Artikel 11b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In de beschikking tot verlening van een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht wordt in ieder geval bepaald:
|
||||
|
||||
a. het bedrag van de subsidie;
|
||||
b. binnen welk tijdvak de voorbereiding plaats dient te vinden.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 52, eerste en tweede lid, is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 11c
|
||||
|
||||
**1.** Binnen vier weken na de verlening van een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht betaalt Onze Minister een voorschot op die subsidie van 7,5% van de door hem geraamde kosten van de geluidwerende maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister tevens een subsidie als bedoeld in artikel 11*f*, eerste lid, verleent voor de geluidwerende maatregelen, betaalt hij de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht binnen vier weken daarna.
|
||||
|
||||
### Artikel 11d
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister tevens een subsidie als bedoeld in artikel 11*f*, eerste lid, verleent voor de geluidwerende maatregelen, stelt hij bij die beschikking de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op 15% van het bedrag van de verlening van de subsidie voor de maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op ten hoogste het bedrag van het voorschot, bedoeld in artikel 11*c*, eerste lid:
|
||||
|
||||
a. zodra hij van oordeel is dat het gemeentebestuur de geluidwerende maatregelen niet binnen afzienbare tijd op zal nemen in een programma van maatregelen als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wet geluidhinder, of
|
||||
b. als vier jaren zijn verstreken na de verlening van de subsidie en geen aanvraag is ontvangen om een subsidie voor de geluidwerende maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister besluit om de geluidwerende maatregelen niet vast te stellen krachtens artikel 90, vierde lid, van de Wet geluidhinder, stelt hij de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op de gemaakte kosten daarvan, met een maximum van 15% van de in artikel 11*c*, eerste lid, bedoelde geraamde kosten van de maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11e
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2.3.2. Subsidie voor geluidwerende maatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 11f
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van het treffen van geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen wegverkeerslawaai.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan een onderzoek instellen naar de kwaliteit en de kosten van de geluidwerende maatregelen waarvoor subsidie als bedoeld in het eerste lid is verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de geluidwerende maatregelen de geluidsbelasting niet hebben teruggebracht tot de waarden, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, onder c, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur in de gelegenheid om de geluidwerende maatregelen binnen een door hem te bepalen termijn alsnog te voltooien of aan te vullen, dan wel opnieuw te treffen.
|
||||
|
||||
**4.** De geluidwerende maatregelen zijn binnen de door Onze Minister gestelde termijn voltooid, aangevuld of opnieuw getroffen. Indien de betrokken maatregelen niet zijn getroffen, treft Onze Minister op kosten van het gemeentebestuur of het bestuur de nodige maatregelen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de kosten van de geluidwerende maatregelen niet voldoen aan artikel 8c, eerste lid, onder d, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur in de gelegenheid om daarover opheldering te verschaffen binnen een door hem te bepalen termijn.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan een onafhankelijke instantie aanwijzen die belast is met de toepassing van het tweede, derde en vijfde lid. Hij doet daarvan mededeling aan de gemeentebesturen en de besturen.
|
||||
|
||||
**7.** De artikelen 11, tweede en derde lid, 11a en 11b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 11g
|
||||
|
||||
Onze Minister betaalt als voorschot telkens 20% van de subsidie voor de geluidwerende maatregelen binnen vier weken na:
|
||||
|
||||
a. het begin van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moeten worden;
|
||||
b. het verstrijken van één derde van dat tijdvak;
|
||||
c. het verstrijken van tweederde van dat tijdvak, en
|
||||
d. het einde van dat tijdvak.
|
||||
|
||||
### Artikel 11h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij de subsidieverlening, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, gelden als verplichtingen dat:
|
||||
|
||||
a. de kosten van de geluidwerende maatregelen de verleende subsidie niet met meer dan 5% overstijgen, en
|
||||
b. de maatregelen worden getroffen binnen het in artikel 11g bedoelde tijdvak.
|
||||
|
||||
**2.** Het gemeentebestuur of het bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een dergelijke mededeling omtrent wijziging of intrekking van de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
### Artikel 11i
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het gemeentebestuur of het bestuur zendt Onze Minister binnen zestien weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden:
|
||||
|
||||
a. met gebruikmaking van een door Onze Minister ter beschikking te stellen formulier: een verklaring dat de geluidwerende maatregelen getroffen zijn;
|
||||
b. een verklaring van getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, op schriftelijk verzoek van het gemeentebestuur of het bestuur verlengen, mits het verzoek binnen die termijn is ontvangen en voldoende gemotiveerd is.
|
||||
|
||||
### Artikel 11j
|
||||
|
||||
Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 11*i*, eerste lid, bedoelde stukken niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van Onze Minister onvolledig zijn, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur binnen zes weken na de in artikel 11*i* gestelde termijn dan wel na ontvangst van de naar het oordeel van Onze Minister onvolledige stukken, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11k
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het derde lid stelt Onze Minister de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de stukken, bedoeld in artikel 11*i*, op het bedrag van de gemaakte kosten, met dien verstande dat de subsidie niet hoger is dan de verleende subsidie vermeerderd met 5%.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het gemeentebestuur of het bestuur niet binnen de in artikel 11*j* bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan Onze Minister voor iedere week die het gemeentebestuur of het bestuur in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen op het door hem vastgestelde bedrag. De korting bedraagt 2,5% van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 11*j* bedoelde termijn met twaalf weken heeft overschreden, stelt Onze Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
### Artikel 11l
|
||||
|
||||
De korting, bedoeld in artikel 11k, tweede en derde lid, wordt bij de subsidievaststelling verrekend. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert Onze Minister haar terug.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.4. Verkeersmaatregelen en afschermende maatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
|
||||
|
||||
a. verkeersmaatregelen of afschermende maatregelen tegen wegverkeerslawaai;
|
||||
b. voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op die maatregelen;
|
||||
c. geluidwerende maatregelen tegen wegverkeerslawaai, voor zover hij deze in plaats van of in aanvulling op de onder *a* genoemde maatregelen heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt afzonderlijk aangevraagd en verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de subsidie desgevraagd verlenen aan Rijkswaterstaat, indien het gemeentebestuur met Rijkswaterstaat schriftelijk is overeengekomen dat deze de werkzaamheden zal verrichten, de uitvoering van de maatregelen daarbij inbegrepen.
|
||||
|
||||
**4.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder *a* of *c*, wordt slechts verleend voor projecten die genoemd worden op een lijst die Onze Minister jaarlijks in de *Staatscourant* bekend maakt, gelijktijdig met de vaststelling van de subsidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit krachtens artikel 15.13, derde lid, van de wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**5.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder *b*, wordt slechts verleend ten behoeve van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die een hogere geluidsbelasting vanwege een weg ondervinden dan een door Onze Minister jaarlijks – gelijktijdig met de vaststelling van de subsidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit krachtens artikel 15.13, derde lid, van de wet milieubeheer – in de *Staatscourant* bekend te maken waarde.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid geldt niet in geval van een reconstructie van een weg met betrekking waartoe Onze Minister artikel 90, tweede lid, van de Wet geluidhinder heeft toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Verkeersmaatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij:
|
||||
|
||||
a. niet elders een zodanige toename van de geluidsbelasting veroorzaken, dat de kosten van de bestrijding van deze toename hoger zijn dan de kostenbesparing die door het treffen van de verkeersmaatregelen wordt bereikt;
|
||||
b. niet elders leiden tot een toename van de geluidsbelasting tot boven de 70 dB(A), dan wel 60 dB(A) voor gebouwen als bedoeld in artikel 1, onder *e*, onder 5°;
|
||||
c. niet leiden tot het ter plaatse of elders overschrijden van de grenswaarden die, onverminderd artikel 5.2, derde lid, van de wet, gelden krachtens de artikelen 8, 12, 13, 15, 16, en 17 van het Besluit luchtkwaliteit;
|
||||
d. zo veel mogelijk gericht zijn op het afnemen van het aantal wegkilometers, en
|
||||
e. niet voortvloeien uit het normale beheer en onderhoud van de weg.
|
||||
|
||||
**2.** Verkeersmaatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie, voor zover de kosten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 1 van bijlage A bij dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 12b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Afschermende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie:
|
||||
|
||||
a. indien de maatregelen strekken tot een verlaging met ten minste 10 dB(A) van de geluidsbelasting, op de begane grond, van de uitwendige scheidingsconstructie van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien waarvan die geluidsbelasting door de maatregelen het sterkst wordt verlaagd;
|
||||
b. indien de maatregelen worden uitgevoerd te zamen met afschermende maatregelen in verband met een reconstructie van een weg, en die maatregelen te zamen strekken tot de onder *a* genoemde verlaging, of
|
||||
c. indien de maatregelen worden uitgevoerd te zamen met verkeersmaatregelen en de maatregelen te zamen strekken tot de onder *a* genoemde verlaging.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onder *a*, komen afschermende maatregelen in aanmerking voor subsidie indien:
|
||||
|
||||
a. een verlaging van ten minste 10 dB(A) zou noodzaken tot het treffen van ondoelmatige maatregelen;
|
||||
b. zij getroffen worden ten behoeve van woningen die een geluidsbelasting vanwege een weg ondervinden van meer dan 70 dB(A), en
|
||||
c. de maatregelen strekken tot een verlaging van die geluidsbelasting tot maximaal 70 dB(A).
|
||||
|
||||
**3.** Afschermende maatregelen komen voorts slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de kosten, behoudens voorafgaande instemming van Onze Minister, niet meer dan 10% hoger zijn dan de gemiddelde kosten van de in de praktijk gangbare afschermende maatregelen. Artikel 8*c*, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 12c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een vermelding van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen zullen worden;
|
||||
b. een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten van de maatregelen, en
|
||||
c. een opgave omtrent bekostiging van de maatregelen door anderen dan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder *a*, voor verkeersmaatregelen of afschermende maatregelen bevat tevens een bestek van deze maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder *b*, voor voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op verkeersmaatregelen of afschermende maatregelen, vermeldt tevens het kalenderjaar waarin de maatregelen opgenomen zullen worden in een programma van maatregelen als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wet geluidhinder.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder *c*, voor geluidwerende maatregelen bevat tevens een verklaring dat bij de kostenraming reeds zo veel mogelijk rekening is gehouden met artikel 8*c*, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 12d
|
||||
|
||||
Onze Minister weigert een aanvraag om subsidie in ieder geval, voor zover naar zijn oordeel:
|
||||
|
||||
a. de maatregelen niet sober en doelmatig zijn, of
|
||||
b. onvoldoende gebruik gemaakt is van de mogelijkheid dat anderen in de kosten voorzien.
|
||||
|
||||
### Artikel 12e
|
||||
|
||||
**1.** Indien de maatregelen zullen worden uitgevoerd tegen de kosten van de laagst geprijsde offerte en die kosten niet meer dan 10% hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening, stelt het gemeentebestuur of – in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid – Rijkswaterstaat Onze Minister schriftelijk in kennis van alle uitgebrachte offertes en van de redenen die ten grondslag liggen aan de gemaakte keuze.
|
||||
|
||||
**2.** In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid dient het gemeentebestuur of -in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid – Rijkswaterstaat bij Onze Minister een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in om in te stemmen met de kosten van de uitvoering van de maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister beschikt binnen drie weken na ontvangst van het verzoek. Hij kan daarbij het bedrag van de subsidieverlening wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister niet binnen drie weken heeft beschikt, wordt hij geacht met het verzoek te hebben ingestemd en geldt het in het verzoek vermelde bedrag van de kosten van de uitvoering van de maatregelen als het bedrag van de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
### Artikel 12f
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 11*b* tot en met 11*e* en 11*h* tot en met 11l zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 12 bedoelde subsidie, met dien verstande dat in plaats van de in artikel 11*i*, eerste lid, genoemde termijn een termijn geldt van dertig weken.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 11*g* is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 12 bedoelde subsidie, behalve indien de subsidie aan Rijkswaterstaat is verleend.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is artikel 11*i*, eerste lid, onder *b*, niet van toepassing indien de subsidie aan Rijkswaterstaat is verleend.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.5. Subsidie voor onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege wegverkeerslawaai
|
||||
|
||||
### Artikel 12g
|
||||
|
||||
Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van kosten van het treffen van maatregelen tegen wegverkeerslawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12h
|
||||
|
||||
**1.** Bij de subsidieverlening, bedoeld in artikel 12g, geldt de verplichting dat de maatregelen worden getroffen binnen het aangegeven tijdvak.
|
||||
|
||||
**2.** Het gemeentebestuur of bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een dergelijke mededeling omtrent wijziging of intrekking van de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
### Artikel 12i
|
||||
|
||||
**1.** Het gemeentebestuur of het bestuur zendt Onze Minister binnen zestien weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden met gebruikmaking van een door Onze Minister ter beschikking te stellen formulier, een verklaring dat de in artikel 12g bedoelde maatregelen getroffen zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, op schriftelijk verzoek van het gemeentebestuur of het bestuur verlengen, mits het verzoek binnen die termijn is ontvangen en voldoende gemotiveerd is.
|
||||
|
||||
### Artikel 12j
|
||||
|
||||
Indien het gemeentebestuur of het bestuur het in artikel 12i, eerste lid, bedoelde formulier niet tijdig heeft toegezonden of indien het ingezonden formulier naar het oordeel van Onze Minister onvolledig is, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur binnen zes weken na het einde van de in artikel 12i bedoelde termijn dan wel na ontvangst van het naar het oordeel van Onze Minister onvolledige formulier, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12k
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het derde lid stelt Onze Minister de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de stukken, bedoeld in artikel 12i, op het bedrag van de gemaakte kosten, met dien verstande dat de subsidie niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 3 van bijlage A bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het gemeentebestuur of het bestuur niet binnen de in artikel 12i bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan Onze Minister voor iedere week die het gemeentebestuur of het bestuur in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen op het door hem vastgestelde bedrag. De korting bedraagt 2,5% van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 12i bedoelde termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt Onze Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van 100% van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Subsidie geluidhinderbestrijding spoorweglawaai
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Op deze afdeling is artikel 8, aanhef en onder *a*, *b* en *c*, van toepassing en artikel 8*a* van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Op paragraaf 3.3 is artikel 8*c* is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Niet in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling komen maatregelen:
|
||||
|
||||
a. die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de Nadere afspraken geluidsanering bij spoorwerkzaamheden (bijlage bij de circulaire van 22 november 1995, MBG 21895016, *Stcrt.* 238);
|
||||
b. voor zover zij getroffen worden met geldelijke steun, verstrekt uit anderen hoofde ten laste van het Rijk, of
|
||||
c. die in uitvoering zijn genomen voordat op de aanvraag door Onze Minister is beslist.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid, onder c, is niet van toepassing, indien Onze Minister vooraf heeft toegestemd in het in uitvoering nemen van die maatregelen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan alleen toestemmen in het in uitvoering nemen van maatregelen, bedoeld in het vierde lid, indien het naar zijn oordeel om redenen van doelmatigheid zeer wenselijk is deze maatregelen in uitvoering te nemen.
|
||||
|
||||
**6.** Maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie krachtens deze afdeling, indien zij door Onze Minister zijn vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 90, tweede en vierde lid, van de Wet geluidhinder.
|
||||
|
||||
**7.** Maatregelen komen voorts slechts in aanmerking voor een bijdrage indien zij worden getroffen ten behoeve van op 1 juli 1987 aanwezige woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen tegen spoorweglawaai vanwege een op die datum aanwezige spoorweg, al dan niet in wijziging, alsmede voor het treffen van geluidbeperkende voorzieningen ten behoeve van op 1 juli 1987 aanwezige geluidsgevoelige terreinen tegen spoorweglawaai vanwege een op die datum aanwezige spoorweg, al dan niet in wijziging, voorzover de geluidsbelasting op 1 juli 1987 voor woningen en geluidgevoelige terreinen hoger was dan 65 dB(A) en voor andere geluidgevoelige gebouwen op die datum hoger was dan 60 dB(A).
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 13b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 13c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.2
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.3. Geluidwerende maatregelen aan andere geluidsgevoelige gebouwen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
|
||||
|
||||
a. geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen spoorweglawaai;
|
||||
b. voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op die maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 11, tweede en derde lid, en 12, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 11a, aanhef en onder a, b en c, 11b, 11c, 11d met uitzondering van het tweede lid, onder a en 11g tot en met 11k zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.4. Afschermende en geluidreducerende maatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
|
||||
|
||||
a. afschermende maatregelen tegen spoorweglawaai, of geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een spoorweg;
|
||||
b. voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op die maatregelen;
|
||||
c. geluidwerende maatregelen tegen spoorweglawaai, voor zover hij deze in plaats van of in aanvulling op de onder *a* genoemde maatregelen heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de subsidie aan de spoorwegexploitant verlenen, indien het gemeentebestuur met hem schriftelijk is overeengekomen dat hij de werkzaamheden zal verrichten, de uitvoering van de maatregelen daarbij inbegrepen.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder *b*, wordt slechts verleend ten behoeve van maatregelen ter bescherming van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die een hogere geluidsbelasting vanwege een spoorweg ondervinden dan een door Onze Minister jaarlijks – gelijktijdig met de vaststelling van de susidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit, krachtens artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer – in de *Staatscourant* bekend te maken waarde.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 12, tweede, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 11b tot en met 11d zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 11g tot en met 11l, 12b, eerste en derde lid, 12c, 12d en 12e zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 11i bedoelde stukken aan Onze Minister gezonden moeten worden uiterlijk op de eerste dag van de zevende kalendermaand na het in dat artikel bedoelde tijdvak.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Geluidreducerende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie, voor zover de kosten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 2 van bijlage A bij dit besluit.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.5. Onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege spoorweglawaai.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van het treffen van maatregelen tegen spoorweglawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 12g tot en met 12j zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 12k is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de subsidie niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 4 van bijlage A bij dit besluit.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 5
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 6
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27d
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27e
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27f
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27g
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39d
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39e
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 7
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 8. Subsidie terzake van de kosten voor bepaalde gebieden
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.1. Subsidie terzake van de kosten voor gebieden waarin de kwaliteit van het milieu bijzondere aandacht behoeft
|
||||
|
||||
### Artikel 48a
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. milieu-aandachtsgebied:
|
||||
1°. in het provinciale milieubeleidsplan aangeduid gebied als bedoeld in artikel 4.9, derde lid, onder* c*, van de wet, of een gebied ten aanzien waarvan gedeputeerde staten hebben verklaard dat de provincie bij de eerstvolgende herziening van het provinciale milieubeleidsplan, een zodanige aanduiding zal realiseren, of
|
||||
2°. ROM-gebied als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Actieplan gebiedsgericht milieubeleid (*kamerstukken* II 1990/91, 21 896, nrs. 1 en 2);
|
||||
b. plan van aanpak: plan waarin is beschreven de ontwikkeling van een gebied als bedoeld onder *a*, onder 2°, en een of meer projecten, gericht op de instandhouding, het herstel of de verbetering van de kwaliteit van het milieu en van de ruimte in het gebied, waarvan de uitvoering van wezenlijk belang is voor de ontwikkeling van dat gebied;
|
||||
c. stuurgroep: samenwerkingsverband van overheden of andere rechtspersonen, ingesteld bij overeenkomst, dat een plan van aanpak opstelt, en de uitvoering ervan coördineert;
|
||||
d. provinciaal milieuprogramma: programma als bedoeld in artikel 4.14 van de wet;
|
||||
e. uitvoeringsprogramma: gedeelte van een provinciaal milieuprogramma of een door gedeputeerde staten op basis van een provinciaal milieubeleidsplan vastgesteld programma, dat betrekking heeft op activiteiten in één of meer milieu-aandachtsgebieden, die worden aangevangen in de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 2000 en uiterlijk worden afgerond in het jaar 2002;
|
||||
f. jaarrapportage: document als bedoeld in artikel 48*h*.
|
||||
|
||||
### Artikel 48b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan op aanvraag van een provincie subsidie verstrekken terzake van de kosten van activiteiten, die zijn opgenomen in een uitvoeringsprogramma.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan op aanvraag van een provincie, op grond van de jaarrapportage, subsidie verstrekken voor activiteiten die worden aangevangen uiterlijk in het jaar 2000, en die uiterlijk worden afgerond in het jaar 2002, in de gevallen waarin:
|
||||
|
||||
a. de subsidie, bedoeld in het eerste lid, niet voor de gehele periode waarop het uitvoeringsprogramma betrekking heeft is verstrekt, of
|
||||
b. het de uitvoering van een plan van aanpak betreft.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan in bijzondere gevallen subsidie verstrekken, op aanvraag van een provincie, waarmee de aanvragen, bedoeld in het eerste of tweede lid worden aangevuld.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan op aanvraag van de provincie Friesland subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak voor Zuidoost-Friesland.
|
||||
|
||||
**5.** Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het milieu in het betrokken milieu-aandachtsgebied.
|
||||
|
||||
**6.** In het geval dat een aanvraag betrekking heeft op activiteiten voor de voorbereiding of uitvoering van een plan van aanpak, gaat de aanvraag vergezeld van een document waaruit blijkt dat de stuurgroep de activiteiten heeft goedgekeurd.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister kan in gevallen waarin subsidie is verleend krachtens de Regeling bijdragen ROM-gebieden of ten laste van het bedrag, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 maart 1998, houdende vaststelling van subsidieplafonds voor verlening van subsidies als bedoeld in artikel 48b van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer (Stcrt. 58), op aanvraag van de subsidieontvanger de termijnen, genoemd in het tweede lid, verlengen tot een door hem vast te stellen tijdstip. Een aanvraag als bedoeld in de eerste volzin wordt uiterlijk 31 december 2002 ingediend.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Onze Minister neemt slechts een besluit tot verlenging, als bedoeld in het zevende lid, indien uit de aanvraag blijkt:
|
||||
|
||||
a. dat de desbetreffende activiteiten redelijkerwijs niet uiterlijk in het jaar 2000 kunnen of konden worden aangevangen of niet uiterlijk in het jaar 2002 kunnen of konden worden afgerond;
|
||||
b. binnen welke termijn de desbetreffende activiteiten kunnen worden aangevangen, kunnen worden afgerond of zijn afgerond en die termijn naar het oordeel van Onze Minister redelijk is, en
|
||||
c. dat de stuurgroep met de aanvraag heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 48c
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag voor een bijdrage als bedoeld in artikel 48*b*, eerste lid, wordt tezamen met een uitvoeringsprogramma ingediend vóór 1 juli 1996.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 48*b*, tweede lid, wordt tezamen met de jaarrapportage ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 48*h*, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 48*b*, derde lid, wordt ingediend vóór 1 januari 2001.
|
||||
|
||||
### Artikel 48d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een uitvoeringsprogramma bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de milieu-aandachtsgebieden waarop het programma betrekking heeft, alsmede de motivering bij de keuze voor de betreffende gebieden, onderscheiden naar landelijk en stedelijk gebied;
|
||||
b. een beschrijving van de activiteiten per milieu-aandachtsgebied, die in 1996 worden aangevangen, onder vermelding van de bestaande en gewenste milieukwaliteit in dat gebied en de te verwachten effecten van die activiteiten op de actuele milieukwaliteit;
|
||||
c. de begroting met financieringswijze van de onder b bedoelde activiteiten, alsmede een overzicht van de liquiditeitsbehoefte, waarin per kalenderjaar de fasering is aangegeven van het gedeelte van de kosten ten behoeve van de onder b bedoelde activiteiten, die worden bekostigd uit de subsidie, bedoeld in artikel 48b, eerste lid;
|
||||
d. een globale beschrijving van de activiteiten per milieu-aandachtsgebied als bedoeld onder *a*, die in de jaren 1997 tot en met 2000 worden aangevangen, waarbij, voor zover mogelijk, de te verwachten effecten op de actuele milieukwaliteit van dat gebied worden vermeld;
|
||||
e. een raming van de kosten en de financieringswijze van de onder *d* bedoelde activiteiten en een overzicht van de liquiditeitsbehoefte;
|
||||
f. een beschrijving van de wijze waarop toezicht wordt gehouden op de uitvoering van het programma.
|
||||
|
||||
**2.** Een uitvoeringsprogramma gaat vergezeld van een topografische kaart van de milieu-aandachtsgebieden waarop het programma betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inrichting en inhoud van het uitvoeringsprogramma en de gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt. In bijzondere gevallen kan hij toestaan dat een uitvoeringsprogramma wordt ingediend dat afwijkt van het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 48e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor een subsidie krachtens artikel 48*b* komen niet in aanmerking de kosten:
|
||||
|
||||
a. van de verwerving van kapitaalgoederen, met uitzondering van de kosten van de verwerving van landbouwgrond en natuurterreinen door het bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer, door een provincie;
|
||||
b. van een vergoeding van schade ter uitvoering van de artikelen 15.20 en 15.21 van de wet;
|
||||
c. van het apparaat van een provincie of andere overheid of van een andere rechtspersoon, gemaakt ter uitvoering van het in deze paragraaf bepaalde, tenzij deze kosten geen onderdeel uitmaken van de normale taakuitoefening van de provincie of andere overheid of van die andere rechtspersoon;
|
||||
d. waarvoor uit andere hoofde vanwege de Staat of vanwege de Europese Unie een volledige subsidie kan worden verstrekt;
|
||||
e. waarvoor uit andere hoofde vanwege de Staat of vanwege de Europese Unie een gedeeltelijke subsidie kan worden verstrekt, voor zover door verlening van de subsidie krachtens artikel 48b het totale subsidiebedrag hoger is dan het totaal van de kosten voor de betreffende activiteiten.
|
||||
|
||||
**2.** In het eerste lid, onder *a*, worden onder landbouwgrond en natuurterreinen verstaan hetgeen daaronder in artikel 1 van de Wet agrarisch grondverkeer wordt verstaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 48f
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 48g
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt bij de verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 48*b* de verdeling vast van het subsidiebedrag over de kalenderjaren waarvoor die wordt verleend. Op verzoek van de provincie kan hij deze verdeling wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister betaalt uiterlijk in mei en september van ieder van de kalenderjaren, bedoeld in het eerste lid, een voorschot van telkens 50% van het bedrag dat hij overeenkomstig het eerste lid voor dat jaar heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De provincies besteden de voorschotten voor ten minste 50% in het kalenderjaar, waarin zij worden betaalt.
|
||||
|
||||
**4.** Het niet bestede deel van de voorschotten wordt geheel besteed in het daaropvolgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan voor het kalenderjaar 1996 afwijken van het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 48h
|
||||
|
||||
**1.** Na afloop van ieder kalenderjaar waarover subsidie ingevolge deze paragraaf is verleend, zendt de provincie voor 1 april een jaarrapportage aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de jaarrapportage wordt verslag gedaan over:
|
||||
|
||||
a. de voortgang in het voorafgaande kalenderjaar van de activiteiten, bedoeld in artikel 48*b*;
|
||||
b. de kosten van de activiteiten;
|
||||
c. een overzicht van de besteding van de in het voorafgaande kalenderjaar betaalde voorschotten, gelet op in dat jaar gemaakte kosten ten behoeve van de activiteiten, en
|
||||
d. eventuele afwijkingen ten opzichte van hetgeen in het uitvoeringsprogramma dan wel in de voorafgaande jaarrapportage is opgemerkt op het punt van de voortgang van die activiteiten, de kosten, de begroting, de financieringswijze en het overzicht van de liquiditeitsbehoefte.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De jaarrapportages bevatten voorts:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de activiteiten, bedoeld in artikel 48*b*, eerste lid, die in het betreffende kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar zijn of worden aangevangen, en
|
||||
b. een begroting, de financieringswijze en een overzicht van de liquiditeitsbehoefte betreffende de onder *a* bedoelde activiteiten.
|
||||
|
||||
**4.** De jaarrapportage bevat, indien van toepassing, een afzonderlijk hoofdstuk omtrent activiteiten waarvoor een aanvraag op grond van artikel 48*b*, tweede lid, wordt ingediend. Op dit hoofdstuk is artikel 48*d* van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en inrichting van de jaarrapportage. In bijzondere gevallen kan hij toestaan dat een jaarrapportage wordt ingediend die afwijkt van het eerste tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 48i
|
||||
|
||||
**1.** De provincie verstrekt op verzoek van Onze Minister aanvullende informatie over de besteding van subsidie en de inhoud, bekostiging en uitvoering van de activiteiten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt een controleprotocol vast ten behoeve van het onderzoek naar de besteding van subsidie.
|
||||
|
||||
### Artikel 48j
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de beschikking tot verlening van een subsidie krachtens artikel 48b geheel of gedeeltelijk intrekken, indien naar zijn oordeel:
|
||||
|
||||
a. de kwaliteit van de jaarrapportage ernstig te wensen overlaat, of
|
||||
b. de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001 daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 48j1
|
||||
|
||||
Onze Minister zendt uiterlijk in het jaar 2001 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de subsidie, bedoeld in artikel 48b.
|
||||
|
||||
### Artikel 48j2
|
||||
|
||||
Na ontvangst van de jaarrapportage en de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, over het laatste kalenderjaar waarvoor subsidie op grond van deze paragraaf is verleend, stelt Onze Minister voor januari van het daaropvolgende kalenderjaar ambtshalve de subsidie vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 48j3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.2. Bijdragen in de kosten van bepaalde maatregelen ter uitvoering van het saneringsplan van de proefprojecten integrale milieuzonering (IMZ) Arnhem-Noord, IJmond en Maastricht
|
||||
|
||||
### Artikel 48k
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. IMZ-proefprojecten: industriële locaties Arnhem-Noord, IJmond of Maastricht, zoals genoemd in het NMP (Kamerstukken II 1988/89, 21 137, nr. 2) waar door toepassing van milieuzonering in een integrale aanpak knelpunten worden opgelost overeenkomstig de handreiking voor een voorlopige systematiek voor de integrale milieuzonering (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 1990, IMZ-reeks, nr. 6);
|
||||
b. stuurgroep: orgaan dat het saneringsplan voor een IMZ-proefproject, alsmede wijzigingen daarop, vaststelt;
|
||||
c. aanvrager: in het saneringsplan aangewezen provinciaal bestuur of gemeentebestuur dat is belast met de zorg voor de uitvoering van het saneringsplan en met het financieel beheer van die uitvoering;
|
||||
d. saneringsplan: door de stuurgroep vastgesteld plan voor een IMZ-proefproject, waarin ten minste is opgenomen:
|
||||
|
||||
1°. een beschrijving van de te treffen maatregelen met de daarbij behorende planning, onder vermelding van degenen die de maatregelen treffen en van diegenen die de maatregelen bekostigen;
|
||||
2°. een beschrijving van de mate waarin de te treffen maatregelen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het milieu en de ruimte ter plaatse;
|
||||
3°. een begroting van de kosten, met de financieringswijze van de te treffen maatregelen, voorzien van een toelichting en, voor zover van toepassing, van een meerjarenraming;
|
||||
4°. de keuze van de maatregelen die naar het oordeel van de stuurgroep voor een gedeeltelijke bekostiging op grond van deze paragraaf in aanmerking komen, alsmede de redenen die aan deze keuze ten grondslag hebben gelegen;
|
||||
5°. de aanwijzing van het gemeentebestuur of het provinciaal bestuur dat is belast met de zorg voor de uitvoering van het saneringsplan en met het financieel beheer van de uitvoering van het saneringsplan.
|
||||
|
||||
### Artikel 48l
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan aan de aanvrager een bijdrage verlenen in de kosten van maatregelen als bedoeld in artikel 48*m*.
|
||||
|
||||
**2.** Ter uitvoering van deze paragraaf is ten hoogste € 4 401 668,10 beschikbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 48m
|
||||
|
||||
Voor een bijdrage komen slechts in aanmerking de in een saneringsplan genoemde maatregelen:
|
||||
|
||||
a. die verder gaan dan hetgeen op 1 oktober 1994 of ingeval artikel 48*o*, tweede lid, wordt toegepast, op het tijdstip waarop de aanvraag daadwerkelijk wordt ingediend, is bepaald in de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging en de op die wetten berustende regelgeving, het NMP-2, de Vervolgnota Energiebesparing (Kamerstukken II 1993/94, 23 561, nr. 2), andere nota’s op het gebied van het milieubeheer, intentieverklaringen en convenanten die door of mede door Onze Minister met het bedrijfsleven zijn gesloten, en
|
||||
b. die leiden tot vermindering van de belasting met of overlast van of risico’s door geluid, stank, externe veiligheid of lokale luchtverontreiniging door toxische of carcinogene stoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 48n
|
||||
|
||||
Voor een bijdrage komen niet in aanmerking de kosten:
|
||||
|
||||
a. waarvoor uit anderen hoofde vanwege de Staat of vanwege de Europese Gemeenschappen een bijdrage kan worden verstrekt;
|
||||
b. die zijn gemaakt voorafgaande aan de beschikking op een aanvraag;
|
||||
c. die niet direct betrekking hebben op de maatregel.
|
||||
|
||||
### Artikel 48o
|
||||
|
||||
**1.** De aanvrager dient de aanvraag om een bijdrage als bedoeld in artikel 48*l* uiterlijk op 1 oktober 1994 bij Onze Minister in door toezending van het saneringsplan.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan binnen vier weken na de inwerkingtreding van dit besluit het tijdstip waarop de aanvraag uiterlijk moet zijn ingediend met ten hoogste een half jaar verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 48p
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister weigert de bijdrage indien naar zijn oordeel:
|
||||
|
||||
a. de maatregelen op grond van artikel 48*n* niet in aanmerking komen voor een bijdrage;
|
||||
b. de bijdragen door derden in de financiering van de maatregelen waarop de aanvraag betrekking heeft of de financiering van de overige in het saneringsplan beschreven maatregelen onvoldoende waarborgen dat de uitvoering van die maatregelen verzekerd is;
|
||||
c. de mate waarin de maatregelen volgens de beschrijving, bedoeld in artikel 48*k*, onder *d*, onder 2°, bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het milieu en de ruimte ter plaatse onvoldoende is, danwel er onvoldoende waarborgen zijn dat de maatregelen daadwerkelijk in die mate daaraan bijdragen;
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister weigert voorts de bijdrage voor zover door de beschikking tot verlening van de bijdrage de € 4 401 668,10, bedoeld in artikel 48*l*, wordt overschreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 48q
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanvrager dient:
|
||||
|
||||
a. ervoor zorg te dragen dat de maatregelen, waarop de bijdrage betrekking heeft, worden uitgevoerd overeenkomstig de bij de aanvraag verstrekte gegevens, tenzij Onze Minister voorafgaand schriftelijk toestemming heeft gegeven hiervan af te wijken;
|
||||
b. Onze Minister met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de bijdrage is verleend, jaarlijks uiterlijk op 15 september een door de stuurgroep goedgekeurd schriftelijk verslag toe te zenden over de voortgang van het saneringsplan, in het bijzonder van de maatregelen waarop de bijdrage betrekking heeft;
|
||||
c. Onze Minister zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes maanden na voltooiing van de maatregelen waarop de bijdrage betrekking heeft, een door de stuurgroep goedgekeurd verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van alle in het saneringsplan genoemde maatregelen, in het bijzonder van de maatregelen waarop de bijdrage betrekking heeft, toe te zenden, alsmede een financieel verslag omtrent de wijze waarop de voorschotten zijn besteed.
|
||||
|
||||
**2.** Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, onder *c*, gaat vergezeld van het verslag van de accountant, die door de aanvrager met het onderzoek is belast.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan een controleprotocol vaststellen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan aanwijzingen geven omtrent de wijze van verslaglegging, bedoeld in het eerste lid, onder *b* en *c*.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een gemeentebestuur als aanvrager is aangewezen, is in afwijking van het eerste lid, onder *b*, 15 november het uiterste tijdstip voor toezending van het in dat lid, onder *b*, bedoelde verslag.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het tijdstip van 15 september onderscheidenlijk 15 november binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder *c*, valt, kan in plaats van een financieel verslag de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, aan Onze Minister worden gezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 48r
|
||||
|
||||
**1.** Binnen twaalf weken na ontvangst van het verslag, bedoeld in artikel 48*q*, eerste lid, onder *b*, en de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, danwel van de verslagen, bedoeld in artikel 48*q*, eerste lid, onder *c*, deelt Onze Minister de aanvrager mee of hij daarmee kan instemmen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de aanvrager in de gelegenheid stellen binnen een door hem te bepalen termijn het verslag, bedoeld in artikel 48*q*, eerste lid, onder *b*, of de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, danwel de verslagen, bedoeld in artikel 48*q* , eerste lid, onder *c*, op de door hem aangegeven wijze aan te vullen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister ten aanzien van het verslag, bedoeld in artikel 48*q*, eerste lid, onder *b*, of de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in het tweede lid, kan hij besluiten het verstrekken van voorschotten op te schorten.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan voorts het verstrekken van voorschotten opschorten indien naar zijn oordeel het verslag, bedoeld in artikel 48*q*, eerste lid, onder *b*, of de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, ontoereikend is, de aanvulling achterwege is gebleven binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, of deze naar zijn oordeel ontoereikend is. Onze Minister kan tevens reeds verstrekte voorschotten terugvorderen en de beschikking op de aanvraag geheel of gedeeltelijk intrekken.
|
||||
|
||||
**5.** Indien Onze Minister instemt met het verslag, bedoeld in artikel 48*q*, eerste lid, onder *b*, en de informatie, bedoeld in artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, kan hij in afwijking van artikel 51, derde lid, de bijdrage gedeeltelijk vaststellen tot het bedrag dat overeenkomt met de verstrekte voorschotten, waarop die stukken betrekking hebben.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Algemene voorschriften met betrekking tot de beslissing op aanvragen om subsidie als bedoeld in hoofdstuk 2
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in hoofdstuk 2 betrekking heeft op een activiteit die nog niet geheel is uitgevoerd, is de aanvrager verplicht zodra de activiteit is uitgevoerd of is stopgezet Onze Minister daarvan in kennis te stellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister geeft de beschikking op de aanvraag tot verlening van subsidie als bedoeld in hoofdstuk 2 binnen vijf maanden na de datum waarop de aanvraag is ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** In de gevallen waarin de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een activiteit die is uitgevoerd, wordt een aanvraag tot verlening van subsidie geacht een aanvraag tot subsidievaststelling te zijn. Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** In de gevallen, bedoeld in artikel 50, geeft Onze Minister de beschikking tot subsidievaststelling binnen vijf maanden na de ontvangst van de mededeling van de aanvrager dat de activiteit is uitgevoerd of stopgezet.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De beschikking tot subsidieverlening:
|
||||
|
||||
a. bevat de verplichting voor de subsidie-ontvanger om mededeling te doen van gewijzigde omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de activiteit, en
|
||||
b. omvat tevens een regeling terzake van de voorschotverlening.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd, die:
|
||||
|
||||
a. strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, of
|
||||
b. betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 51, eerste lid, kan Onze Minister, in afwachting van een wijziging van het voor dat jaar vastgestelde subsidieplafond de beslissing op een subsidie-aanvraag geheel of gedeeltelijk aanhouden tot uiterlijk 15 december van het kalenderjaar waarin de subsidie is aangevraagd. Hij deelt de aanhouding aan de aanvrager mee.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
Indien Onze Minister toepassing heeft gegeven aan artikel 55 geeft hij uiterlijk binnen acht weken na afloop van de aanhouding een beschikking op de aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
Indien krachtens hoofdstuk 2, afdelingen 2 en 3, een beschikking tot subsidievaststelling moet worden gegeven, in een geval waarin de werkelijk gemaakte kosten hoger zijn dan het bedrag van de beschikking tot subsidieverlening en daarmee het voor de betrokken activiteit voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidieplafond overschreden zou worden, stelt Onze Minister, in afwijking daarvan, in het daaropvolgende kalenderjaar, ambtshalve de subsidie vast op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten. De beschikking tot weigering van de vaststelling van de subsidie vermeldt dat in het daaropvolgende kalenderjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, het subsidiebedrag ambtshalve wordt vastgesteld op de hoogte van de werkelijk gemaakte kosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6
|
||||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
**1.** Met ingang van 1 januari 1993 vervalt paragraaf 4.1, behoudens met betrekking tot al voor dat tijdstip ingediende aanvragen om een bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 22.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 28 tot en met 39*a*, zoals die luidden vóór 1 januari 1995, blijven van toepassing op aanvragen die vóór dat tijdstip op grond van artikel 29 , zoals dat toen luidde, zijn ingediend, met dien verstande dat in het eerste lid, onder *a*, van dat artikel "1 januari 1995" wordt vervangen door: 1 januari 1997.
|
||||
|
||||
### Artikel 77a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 81
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 81a
|
||||
|
||||
Dit besluit berust op de artikelen 17, eerste en tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, 15.13, eerste en tweede lid, en 21.8 van de Wet milieubeheer en 106, 126a, 129 en 174 van de Wet geluidhinder.
|
||||
|
||||
### Artikel 82
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer.
|
||||
|
||||
## Bijlage A. bij de artikelen 12a, tweede lid, 12k, eerste lid, 18 en 19, derde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer
|
||||
|
||||
## Bijlage B. Behorende bij het Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer
|
||||
|
||||
## Bijlage C. behorende bij artikel 3a, derde lid, onderdeel a, van het Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer
|
||||
|
||||
Overzicht van industrieterreinen die voor een bijzondere bijdrage in de kosten van akoestisch onderzoek in aanmerking kunnen komen
|
||||
|
||||
## Bijlage . Lijst industrieterrein in kader sanering industrielawaai
|
||||
|
||||
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer maakt bekend de lijst van industrieterreinen, bedoeld in artikel 4 van het ontwerpbesluit wijziging Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer *Stcrt.* 1993, nr. 247, alsmede artikel 1.2.1 van de door hem met het Interprovinciaal Overleg op 29 april 1994 gesloten bestuursovereenkomst *Stcrt.*.. 1994, nr. 101.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer maakt bekend, gelet op artikel 4*b* van het ontwerpbesluit wijziging Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer, *Stcrt.* 1993, nr. 247, de industrieterreinen ten aanzien waarvan vóór 1 januari 1992 de beschikking is genomen tot verlening van de bijdrage in de kosten verbonden aan het deel van het akoestisch onderzoek dat plaatsvindt met het oog op de uitwerking van de keuze en de beschrijving van de mogelijkheden om de uitvoering van de gekozen maatregelen te faseren (fase III van het akoestisch onderzoek).
|
||||
|
||||
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue