From 4c712bb68dd408284876f1f246318d9b20277d24 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-01-01 | BWBR0008589 | Kaderwet dienstplicht --- .../BWBR0008589/README.md | 64 ++++++++++--------- 1 file changed, 34 insertions(+), 30 deletions(-) diff --git a/wet/kaderwet-dienstplicht/BWBR0008589/README.md b/wet/kaderwet-dienstplicht/BWBR0008589/README.md index f9a558f62db..8567e362626 100644 --- a/wet/kaderwet-dienstplicht/BWBR0008589/README.md +++ b/wet/kaderwet-dienstplicht/BWBR0008589/README.md @@ -21,7 +21,7 @@ citeertitel: Kaderwet dienstplicht In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie; -b. dienstplichtige: hij die ingevolge deze wet geschikt is verklaard voor het vervullen van werkelijke dienst; +b. dienstplichtige: degene die ingevolge deze wet geschikt is verklaard voor het vervullen van werkelijke dienst; c. groot verlof: tijd gedurende welke de dienstplichtige zich niet in werkelijke dienst bevindt of moet bevinden. **2.** Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gesproken van personen, die ongeschikt zijn verklaard, zijn ontheven van de verplichting tot het vervullen van werkelijke dienst, zijn uitgesloten van de dienstplicht of te wier aanzien een rechterlijke uitspraak heeft plaatsgehad, worden hieronder, voor zover het tegendeel niet blijkt, verstaan degenen omtrent wie het desbetreffende besluit of de desbetreffende uitspraak onherroepelijk is geworden. @@ -36,14 +36,14 @@ Uitgezonderd paragraaf 2 van hoofdstuk 1 is deze wet niet van toepassing op hen ### Artikel 3 -**1.** Voor de dienstplicht wordt ingeschreven de mannelijke Nederlander die op 1 februari van het jaar waarin hij de leeftijd van 17 jaar bereikt als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven of had behoren te zijn ingeschreven. +**1.** Voor de dienstplicht wordt ingeschreven de Nederlander die op 1 februari van het jaar waarin degene de leeftijd van 17 jaar bereikt als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven of had behoren te zijn ingeschreven. **2.** Voor de dienstplicht wordt voorts ingeschreven: -a. de mannelijke Nederlander, die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip en voor 1 januari van het jaar, waarin hij de leeftijd van 35 jaar bereikt als ingezetene in de basisregistratie personen wordt ingeschreven of behoort te worden ingeschreven; en -b. de mannelijke persoon die in het in onderdeel a bedoelde tijdvak Nederlander of opnieuw Nederlander is geworden, indien hij als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven of had behoren te zijn ingeschreven. +a. de Nederlander, die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip en voor 1 januari van het jaar, waarin degene de leeftijd van 35 jaar bereikt als ingezetene in de basisregistratie personen wordt ingeschreven of behoort te worden ingeschreven; en +b. de persoon die in het in onderdeel a bedoelde tijdvak Nederlander of opnieuw Nederlander is geworden, indien degene als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven of had behoren te zijn ingeschreven. ### Artikel 4 @@ -59,11 +59,11 @@ Onze Minister zendt zo spoedig mogelijk nadat de inschrijving heeft plaatsgevond ### Artikel 6 -**1.** Voor zover Onze Minister het nodig acht, is iedere ingeschrevene verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek ter beoordeling van zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het vervullen van werkelijke dienst in het algemeen en ter verkrijging van gegevens voor zijn bestemming in de krijgsmacht, in deze wet aangeduid als keuring. +**1.** Voor zover Onze Minister het nodig acht, is iedere ingeschrevene verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek ter beoordeling van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het vervullen van werkelijke dienst in het algemeen en ter verkrijging van gegevens voor de bestemming in de krijgsmacht, in deze wet aangeduid als keuring. **2.** Ten behoeve van de keuring stelt Onze Minister keuringscommissies in. -**3.** De ingeschrevene is verplicht bij de aanmelding voor het ondergaan van de keuring de aan hem toegezonden oproep te tonen en een document te overleggen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. +**3.** De ingeschrevene is verplicht bij de aanmelding voor het ondergaan van de keuring de toegezonden oproep te tonen en een document te overleggen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. **4.** De keuringsuitslag wordt binnen twee weken na de keuring door een keuringscommissie vastgesteld. Bij geschiktverklaring vermeldt de bekendmaking dat de betrokkene als dienstplichtige wordt aangemerkt. @@ -75,7 +75,7 @@ Onze Minister zendt zo spoedig mogelijk nadat de inschrijving heeft plaatsgevond **3.** Aan een herkeuring wordt niet deelgenomen door een geneeskundige die de keuring heeft verricht. -**4.** Indien de aanvrager is verhinderd aan de oproep voor de herkeuring gevolg te geven, doet hij daarvan schriftelijk met opgave van redenen onverwijld mededeling aan de herkeuringscommissie. Indien de redenen waarom aan de oproep geen gevolg werd gegeven, naar het oordeel van de herkeuringscommissie gegrond zijn, wordt een nieuwe datum voor de herkeuring vastgesteld en wordt de aanvrager daarvoor opnieuw opgeroepen. Indien de redenen ongegrond worden geoordeeld, vervalt de aanvraag tot herkeuring. +**4.** Indien de aanvrager is verhinderd aan de oproep voor de herkeuring gevolg te geven, doet deze daarvan schriftelijk met opgave van redenen onverwijld mededeling aan de herkeuringscommissie. Indien de redenen waarom aan de oproep geen gevolg werd gegeven, naar het oordeel van de herkeuringscommissie gegrond zijn, wordt een nieuwe datum voor de herkeuring vastgesteld en wordt de aanvrager daarvoor opnieuw opgeroepen. Indien de redenen ongegrond worden geoordeeld, vervalt de aanvraag tot herkeuring. **5.** De herkeuringsuitslag wordt binnen twee weken na de herkeuring door een herkeuringscommissie vastgesteld. Bij geschiktverklaring vermeldt de bekendmaking dat de betrokkene als dienstplichtige wordt aangemerkt. @@ -104,7 +104,7 @@ d. de wijze waarop de geschiktheid of ongeschiktheid voor het vervullen van werk ### Artikel 10 -Bestaat er naar het oordeel van Onze Minister gegrond vermoeden, dat iemand voorgoed ongeschikt is verklaard voor het vervullen van werkelijke dienst als gevolg van bedrog, dan wordt de desbetreffende beslissing door hem vervallen verklaard en komen op betrokkene de verplichtingen te rusten als ware hij geschikt verklaard. +Bestaat er naar het oordeel van Onze Minister gegrond vermoeden, dat iemand voorgoed ongeschikt is verklaard voor het vervullen van werkelijke dienst als gevolg van bedrog, dan wordt de desbetreffende beslissing door Onze Minister vervallen verklaard en komen op betrokkene de verplichtingen te rusten als ware deze geschikt verklaard. ### Paragraaf 4. Uitsluiting @@ -114,18 +114,18 @@ Bestaat er naar het oordeel van Onze Minister gegrond vermoeden, dat iemand voor Van de dienst wordt uitgesloten -a. hij die bij rechterlijke uitspraak is veroordeeld tot een of meer straffen, zwaarder of tezamen zwaarder dan een gevangenisstraf van zes maanden; of -b. hij die bij rechterlijke uitspraak is ontzet uit het recht om bij de gewapende macht te dienen. +a. degene die bij rechterlijke uitspraak is veroordeeld tot een of meer straffen, zwaarder of tezamen zwaarder dan een gevangenisstraf van zes maanden; of +b. degene die bij rechterlijke uitspraak is ontzet uit het recht om bij de gewapende macht te dienen. -**2.** Onverminderd het eerste lid kan van de dienst worden uitgesloten hij die bij rechterlijke uitspraak is veroordeeld ter zake van een van de misdrijven omschreven in artikel 36, tweede lid, van deze wet en in de artikelen 109 en 139 van het Wetboek van Militair Strafrecht. +**2.** Onverminderd het eerste lid kan van de dienst worden uitgesloten degene die bij rechterlijke uitspraak is veroordeeld ter zake van een van de misdrijven omschreven in artikel 36, tweede lid, van deze wet en in de artikelen 109 en 139 van het Wetboek van Militair Strafrecht. -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt hij, die gratie heeft gekregen, geacht slechts te zijn veroordeeld tot de straf, welke krachtens de gratie op hem blijft rusten of komt te rusten. +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt degene, die gratie heeft gekregen, geacht slechts te zijn veroordeeld tot de straf, welke krachtens de gratie op degene blijft rusten of komt te rusten. **4.** De uitsluiting geschiedt door Onze Minister. **5.** In bijzondere gevallen kan de uitsluiting, bedoeld in het eerste lid, achterwege worden gelaten. -**6.** Onze Minister van Justitie bewerkstelligt dat ten aanzien van de voor de dienstplicht ingeschreven personen, die in de termen vallen om te worden uitgesloten als bedoeld in het eerste en tweede lid, de nodige opgaven worden gedaan aan Onze Minister. Onze Minister verwerkt persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming voor zover dit noodzakelijk is voor de toepassing van dit artikel. +**6.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie bewerkstelligt dat ten aanzien van de voor de dienstplicht ingeschreven personen, die in de termen vallen om te worden uitgesloten als bedoeld in het eerste en tweede lid, de nodige opgaven worden gedaan aan Onze Minister. Onze Minister verwerkt persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming voor zover dit noodzakelijk is voor de toepassing van dit artikel. ### Paragraaf 5. Werkelijke dienst @@ -148,7 +148,7 @@ Onze Minister verleent vrijstelling van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde v a. kostwinnerschap; b. het bekleden van een geestelijk ambt of een opleiding tot zodanig ambt; of -c. broederdienst. +c. broeder-, of zusterdienst. ### Artikel 15 @@ -170,7 +170,7 @@ c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, i ### Artikel 17 -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot uitstel, ontheffing en vrijstelling als bedoeld in de artikelen 12, 13, en 14. De krachtens de eerste volzin vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot uitstel, ontheffing en vrijstelling als bedoeld in de artikelen 12, 13 en 14. Het ontwerp van een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijke aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. ### Artikel 18 @@ -208,10 +208,10 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met ### Artikel 21 -De werkelijke dienst kan voor de dienstplichtige, indien hij voor groot verlof in aanmerking komt, worden verlengd +De werkelijke dienst kan voor de dienstplichtige, indien deze voor groot verlof in aanmerking komt, worden verlengd -a. gedurende evenveel dagen als hij voor het ondergaan van straf, door ongeoorloofde afwezigheid of door desertie niet aan de dagelijkse dienst heeft deelgenomen; -b. zolang dit nodig is voor het ondergaan van straf, voor het onderzoek omtrent een strafbaar feit waarvan hij wordt verdacht en waarvoor een vrijheidsbenemende straf kan worden opgelegd; of +a. gedurende evenveel dagen als degene voor het ondergaan van straf, door ongeoorloofde afwezigheid of door desertie niet aan de dagelijkse dienst heeft deelgenomen; +b. zolang dit nodig is voor het ondergaan van straf, voor het onderzoek omtrent een strafbaar feit waarvan degene wordt verdacht en waarvoor een vrijheidsbenemende straf kan worden opgelegd; of c. zolang het vertrek met groot verlof gevaar kan opleveren voor de verspreiding van een bij het onderdeel van de krijgsmacht waar de werkelijke dienst wordt vervuld heersende of geheerst hebbende besmettelijke ziekte. ### Paragraaf 6. Groot verlof @@ -220,7 +220,7 @@ c. zolang het vertrek met groot verlof gevaar kan opleveren voor de verspreiding **1.** Het verlenen van groot verlof geschiedt door Onze Minister. -**2.** De dienstplichtige met groot verlof is verplicht om aan door Onze Minister aan te wijzen functionarissen inzage te verlenen van aan hem uitgereikte militaire bescheiden alsmede om aan Onze Minister desgevraagd alle in verband met zijn dienstplicht gewenste inlichtingen te verschaffen. +**2.** De dienstplichtige met groot verlof is verplicht om aan door Onze Minister aan te wijzen functionarissen inzage te verlenen van aan de dienstplichtige uitgereikte militaire bescheiden alsmede om aan Onze Minister desgevraagd alle in verband met deze dienstplicht gewenste inlichtingen te verschaffen. ## Hoofdstuk 2. RECHTSTOESTAND @@ -250,7 +250,7 @@ Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op beschikk ### Artikel 25 -Titel II van de Ambtenarenwet vindt op dienstplichtigen in werkelijke dienst en op gewezen dienstplichtigen overeenkomstige toepassing. +Titel IIa van de Wet ambtenaren defensie vindt op dienstplichtigen in werkelijke dienst en op gewezen dienstplichtigen overeenkomstige toepassing. ### Artikel 26 @@ -265,13 +265,13 @@ a. voor zover de dienstplichtige in werkelijke dienst b. zodra de dienstplichtige in werkelijke dienst 1°. het Nederlanderschap verliest; of -2°. een tegen hem gewezen rechterlijke uitspraak waarbij de bijkomende straf van ontzetting uit het recht om bij de gewapende macht te dienen is opgelegd zonder dat daarbij is bepaald dat deze straf geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd, in kracht van gewijsde is gegaan. +2°. een tegen deze gewezen rechterlijke uitspraak waarbij de bijkomende straf van ontzetting uit het recht om bij de gewapende macht te dienen is opgelegd zonder dat daarbij is bepaald dat deze straf geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd, in kracht van gewijsde is gegaan. ### Paragraaf 2. Uitoefening grondrechten ### Artikel 27 -**1.** De dienstplichtige in werkelijke dienst onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens dan wel van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. +**1.** De dienstplichtige in werkelijke dienst onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens dan wel van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. **2.** @@ -285,17 +285,17 @@ c. een vakvereniging. ### Artikel 28 -De dienstplichtige in werkelijke dienst is niet gehouden tot dienstverrichting op voor hem op grond van zijn godsdienst of levensovertuiging geldende feest- en rustdagen, tenzij het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt. +De dienstplichtige in werkelijke dienst is niet gehouden tot dienstverrichting op voor deze op grond van zijn godsdienst of levensovertuiging geldende feest- en rustdagen, tenzij het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt. ### Artikel 29 -**1.** Aan de dienstplichtige in werkelijke dienst wordt buitengewoon verlof verleend voor het bijwonen van vergaderingen en zittingen van een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, en voor het verrichten van daaruit voortvloeiende werkzaamheden ten behoeve van dit college, tenzij de belangen van de dienst vorderen dat het verlof niet wordt verleend. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake het doorbetalen van bezoldiging. +**1.** Aan de dienstplichtige in werkelijke dienst wordt buitengewoon verlof verleend voor het bijwonen van vergaderingen en zittingen van een publiekrechtelijk college, waarin deze is benoemd of verkozen, en voor het verrichten van daaruit voortvloeiende werkzaamheden ten behoeve van dit college, tenzij de belangen van de dienst vorderen dat het verlof niet wordt verleend. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake het doorbetalen van bezoldiging. **2.** Aan de dienstplichtige in werkelijke dienst wordt, tenzij de belangen van de dienst vorderen dat het verlof niet wordt verleend, buitengewoon verlof verleend voor aan te wijzen activiteiten van of voor een vereniging van militairen overeenkomstig regels te stellen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. ### Artikel 30 -**1.** De dienstplichtige in werkelijke dienst is verplicht zich tijdens het verblijf in een gebouw, luchtvaartuig of voertuig alsmede op een vaartuig of een terrein, dat in gebruik is bij of ten behoeve van de krijgsmacht of dat de dienstplichtige tot verblijf of gebruik dient bij de vervulling van zijn taak in internationaal verband, te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door het bevoegd gezag gelast onderzoek aan zijn lichaam of zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. +**1.** De dienstplichtige in werkelijke dienst is verplicht zich tijdens het verblijf in een gebouw, luchtvaartuig of voertuig alsmede op een vaartuig of een terrein, dat in gebruik is bij of ten behoeve van de krijgsmacht of dat de dienstplichtige tot verblijf of gebruik dient bij de vervulling van de taak in internationaal verband, te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door het bevoegd gezag gelast onderzoek aan het lichaam of de kleding of van daar aanwezige goederen die de dienstplichtige toebehoren. **2.** Het bevoegd gezag op wiens last het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, plaats heeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening te voorkomen. @@ -314,7 +314,7 @@ Vervallen ### Artikel 33 -Ten aanzien van hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 2 is bepaald zijn de artikelen 3 tot en met 8 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 van overeenkomstige toepassing. +Ten aanzien van hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 2 is bepaald zijn de artikelen 3 tot en met 8 van de Wet ambtenaren defensie van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 34 @@ -330,7 +330,7 @@ Ten aanzien van hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 2 is bepaald zijn de artikele ### Artikel 35 -**1.** Met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij die niet voldoet aan de ingevolge artikel 4, tweede lid, en artikel 22, tweede lid, op hem rustende verplichtingen. +**1.** Met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die niet voldoet aan de ingevolge artikel 4, tweede lid, en artikel 22, tweede lid, op deze persoon rustende verplichtingen. **2.** Opzettelijke overtreding van het bepaalde bij het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. @@ -340,8 +340,8 @@ Ten aanzien van hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 2 is bepaald zijn de artikele Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft: -a. hij die niet voldoet aan de ingevolge artikel 6 op hem rustende verplichtingen; -b. hij die ingevolge deze wet voor de werkelijke dienst is opgeroepen en niet verschijnt op tijd en plaats bij dat deel van de krijgsmacht, waarbij hij is ingedeeld, tenzij hem zulks niet valt toe te rekenen. +a. degene die niet voldoet aan de ingevolge artikel 6 op deze persoon rustende verplichtingen; +b. degene die ingevolge deze wet voor de werkelijke dienst is opgeroepen en niet verschijnt op tijd en plaats bij dat deel van de krijgsmacht, waarbij degene is ingedeeld, tenzij degene zulks niet valt toe te rekenen. **2.** Opzettelijke overtreding van het bepaalde bij het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. Overtreding in buitengewone omstandigheden van het bepaalde bij het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie. Artikel 71*a* van het Wetboek van Militair Strafrecht is van overeenkomstige toepassing. @@ -481,7 +481,7 @@ b. artikel 15, eerste lid, onderdelen *b* of *e*, van de Dienstplichtwet een tij **3.** De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ingediende doch nog niet afgedane aanvragen om vrijstelling worden overeenkomstig de bepalingen van de Dienstplichtwet zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet verder behandeld en afgedaan, met dien verstande dat in afwijking van artikel 15, derde lid, eerste volzin, van de Dienstplichtwet aanvragen om vrijstelling wegens kostwinnerschap, persoonlijke onmisbaarheid of het bekleden van een geestelijk ambt of een godsdienstig-menslievend ambt of opleiding tot zodanig ambt voorgoed worden verleend. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de door de dienstplichtigen, bedoeld in artikel 62, eerste lid, ingediende aanvragen om vrijstelling. -**4.** Dienstplichtigen in het genot van een voorgoed verleende vrijstelling dan wel in het genot van een voorgoed verleende ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen door Onze Minister uitsluitend in buitengewone omstandigheden worden opgeroepen. Deze verplichting gevolg te geven aan de oproeping blijft op hen rusten tot 1 oktober van het jaar waarin de leeftijd van 35 jaar wordt bereikt. Op degene aan wie op grond van artikel 15, eerste lid, onder *c*, van de Dienstplichtwet zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet, vrijstelling is verleend, zijn de eerste en de tweede volzin slechts van toepassing, indien bij de oproeping in buitengewone omstandigheden is gebleken dat betrokkene niet meer verkeert in de omstandigheid waarvoor hem ingevolge die wet vrijstelling is verleend. +**4.** Dienstplichtigen in het genot van een voorgoed verleende vrijstelling dan wel in het genot van een voorgoed verleende ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen door Onze Minister uitsluitend in buitengewone omstandigheden worden opgeroepen. Deze verplichting gevolg te geven aan de oproeping blijft op hen rusten tot 1 oktober van het jaar waarin de leeftijd van 35 jaar wordt bereikt. Op degene aan wie op grond van artikel 15, eerste lid, onder *c*, van de Dienstplichtwet zoals luidend voor inwerkingtreding van deze wet, vrijstelling is verleend, zijn de eerste en de tweede volzin slechts van toepassing, indien bij de oproeping in buitengewone omstandigheden is gebleken dat betrokkene niet meer verkeert in de omstandigheid waarvoor betrokkene ingevolge die wet vrijstelling is verleend. **5.** Overeenkomstig artikel 6 kunnen zij opnieuw worden opgeroepen voor een keuring. @@ -553,6 +553,10 @@ Op geschillen die tijdig krachtens de in artikel 41, tweede en derde lid, genoem De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 30, derde lid, van de Dienstplichtwet berust vanaf dat tijdstip op artikel 19, derde lid, van deze wet. +### Artikel 70a + +Artikel 3, tweede lid, is niet van toepassing op de vrouwelijke persoon die 17 jaar of ouder is op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 3 oktober 2018 tot wijziging van de Kaderwet dienstplicht en van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst in verband met het van toepassing worden van de dienstplicht op vrouwen (Stb. 160). + ### Paragraaf 4. Inwerkingtreding en citeertitel ### Artikel 71