2025-01-01 | BWBR0003628 | Binnenvaartpolitiereglement

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 88c0b24bd3
commit 4c87db6729

View file

@ -56,10 +56,10 @@ d. samenstel van een of meer motorschepen en een alleenvarend motorschip, een du
1°. *s nachts*: tijd tussen zonsondergang en zonsopgang;
2°. *overdag*: tijd tussen zonsopgang en zonsondergang;
3°. *wit licht, rood licht, groen licht, geel licht en blauw licht*: lichten waarvan de kleuren voldoen aan de daaromtrent vastgestelde voorschriften;
4°. *krachtig licht, helder licht en gewoon licht*: lichten waarvan de sterkte voldoet aan de daaromtrent vastgestelde voorschriften;
3°. *wit licht, rood licht, groen licht, geel licht en blauw licht*: lichten waarvan de kleuren voldoen aan de daaromtrent vastgestelde voorschriften in ES-TRIN;
4°. *krachtig licht, helder licht en gewoon licht*: lichten waarvan de sterkte voldoet aan de daaromtrent vastgestelde voorschriften in ES-TRIN;
5°. *flikkerlicht*: periodelicht tonende 50 tot 60 flikkeringen per minuut;
6°. *snel flikkerlicht*: zwaailicht of periodelicht tonende 100 tot 150 flikkeringen per minuut;
6°. *licht dat snel flikkert*: zwaailicht of periodelicht tonende 100 tot 150 flikkeringen per minuut;
7°. a. *korte stoot*: geluidssein durende ongeveer 1 seconde;
b. *lange stoot*: geluidssein durende ongeveer 4 seconden; de tijdruimte tussen twee opeenvolgende stoten moet ongeveer 1 seconde bedragen;
8°. *reeks zeer korte stoten*: reeks van tenminste 6 stoten, elk durende ongeveer ¼ seconde; de tijdruimte tussen de opeenvolgende stoten moet ongeveer ¼ seconde bedragen;
@ -72,11 +72,14 @@ b. *lange stoot*: geluidssein durende ongeveer 4 seconden; de tijdruimte tussen
6°. *vaarwater*: gedeelte van een vaarweg dat feitelijk door de scheepvaart kan worden gebruikt;
7°. *exploitant*: eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van een schip;
8°. *ADN*: Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren;
9°. *vaarbevoegdheidsbewijs*: vaarbewijs als bedoeld in de artikelen 13, 14, 15 en 16 van het Binnenvaartbesluit, bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet, Rijnpatent als bedoeld in artikel 6.02, eerste lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of bewijs van vaarbekwaamheid als bedoeld in artikel 6.02, derde lid, onder b, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn;
9°. *vaarbevoegdheidsbewijs*: vaarbewijs als bedoeld in de artikelen 13, 14, 15 en 16 van het Binnenvaartbesluit, bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet, kwalificatiecertificaat schipper als bedoeld in artikel 11.01, eerste lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, patent als bedoeld in artikel 11.02, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of als gelijkwaardig erkend patent als bedoeld in artikel 11.01, tweede lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn;
10°. *richtlijn nr. 2002/59/EG*: richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208);
11°. *inland AIS apparaat:* een apparaat dat op een binnenschip is ingebouwd en periodiek scheeps- of reisgegevens met betrekking tot dat schip uitzendt;
12°. *uitluisteren:* het via de marifoon luisteren naar gevoerde gesprekken, het beantwoorden van oproepen en voor zover nodig het deelnemen aan de communicatie tussen de verkeersdeelnemers en de verkeersposten, dan wel tussen de verkeersdeelnemers onderling;
13°. *CEMT-klasse:* door de Conférence Européenne des Ministres de Transport vastgestelde klassering van vaarwegen opgenomen in de Richtlijnen vaarwegen zoals periodiek vast te stellen door de Minister van Infrastructuur en Milieu.
13°. *CEMT-klasse:* door de Conférence Européenne des Ministres de Transport vastgestelde klassering van vaarwegen opgenomen in de Richtlijnen vaarwegen zoals periodiek vast te stellen door de Minister van Infrastructuur en Milieu;
14°. vloeibaar aardgas (LNG): aardgas dat vloeibaar is gemaakt door afkoeling tot een temperatuur van -161 °C;
15°. ES-TRIN: De Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Binnenvaartregeling;
16°. vergaand geautomatiseerd varen: varen met een schip waarbij bepaalde menselijke taken worden overgenomen door één of meerdere geautomatiseerde toepassingen.
### Artikel 1.01a
@ -148,7 +151,7 @@ In afwijking van de vorige volzin, mag het vrije uitzicht bij het gelijktijdige
a. door bedoelde hulpmiddelen het uitzicht van 350 m tot 500 m voor de boeg wordt gewaarborgd,
b. aan de eisen van artikel 6.32, eerste lid, wordt voldaan,
c. de radarantennes en de cameras aan de boeg van het schip zijn geïnstalleerd,
d. deze hulpmiddelen overeenkomstig artikel 7.02 van het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn 1995 als geschikt erkend zijn.
d. deze hulpmiddelen overeenkomstig artikel 7.02 ES-TRIN als geschikt erkend zijn.
**3.**
@ -162,7 +165,7 @@ c. schepen met een breedte van 11 m of meer, indien de containers in meer dan dr
**1.**
De bemanningsleden en de andere personen aan boord van een schip bestemd voor bedrijfsmatig vervoer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet, moeten reddingsvesten dragen overeenkomstig artikel 10.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, zoals opgenomen in bijlage 1.1 van de Binnenvaartregeling
De bemanningsleden en de andere personen aan boord van een schip bestemd voor bedrijfsmatig vervoer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet, moeten reddingsvesten dragen overeenkomstig artikel 13.08, tweede en derde lid, ES-TRIN
a. bij het van of aan boord gaan, voor zover er gevaar voor in het water vallen bestaat,
b. bij het verblijven in de bijboot,
@ -201,7 +204,7 @@ a. de meetbrief van het schip;
b. de bescheiden vereist door het ADN, nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3;
c. het vaarbevoegdheidsbewijs;
d. het radarpatent dan wel een ander diploma dat overeenkomstig het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn is toegelaten; deze documenten behoeven niet aan boord te zijn, indien het Rijnpatent of een ander overeenkomstig het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn toegelaten diploma van de schipper de vermelding «Radar» bevat;
e. het Handboek voor de marifonie in de binnenvaart, algemeen en regionaal deel;
e. het Handboek voor de radiocommunicatie in de binnenvaart, algemeen en regionaal deel;
f. het registratiebewijs gebruik frequentieruimte (maritiem mobiel);
g. het marifoon bedieningscertificaat;
h. het certificaat van onderzoek, overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Binnenvaartwet, met inbegrip van het stuwplan of de ladinglijst voor de actuele beladingstoestand en de stabiliteitsberekening, met inbegrip van de daarbij gebruikte berekeningsmethode en het resultaat daarvan, voor de actuele, of een vergelijkbare vorige, dan wel een standaard beladingstoestand;
@ -226,7 +229,7 @@ Indien de duwbak over een officieel scheepsnummer beschikt, moet dat begrip en h
**4.** De in het eerste lid bedoelde bescheiden moeten op eerste vordering van de bevoegde autoriteit aan deze worden overgelegd ter controle van het bepaalde bij of krachtens dit reglement.
**5.** Het Handboek voor de marifonie in de binnenvaart, bedoeld in het eerste lid, onder e, dat via een elektronisch middel op ieder moment geraadpleegd kan worden, is eveneens toegestaan.
**5.** Het Handboek voor de radiocommunicatie in de binnenvaart, bedoeld in het eerste lid, onder e, dat via een elektronisch middel op ieder moment geraadpleegd kan worden, is eveneens toegestaan.
### Artikel 1.11
@ -305,7 +308,7 @@ b. van een drijvende inrichting of van een drijvend voorwerp, tenzij het verplaa
### Artikel 1.23
**1.** Het is verboden een sportevenement, een festiviteit of een ander evenement, waarbij een of meer schepen of drijvende voorwerpen zijn betrokken, dan wel een tewaterlating van een schip of een proefvaart met een schip of van een drijvend voorwerp of werkzaamheden op een vaarweg te doen plaats hebben zonder dit tijdig tevoren bij de bevoegde autoriteit te melden.
**1.** Het is verboden een sportevenement, een festiviteit of een ander evenement, waarbij een of meer schepen of drijvende voorwerpen zijn betrokken, een praktijktest met vergaand geautomatiseerd varen, dan wel een tewaterlating van een schip of een proefvaart met een schip of van een drijvend voorwerp of werkzaamheden op een vaarweg te doen plaats hebben zonder dit tijdig tevoren bij de bevoegde autoriteit te melden.
**2.** Indien een gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid de veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar kan brengen, is het verboden deze zonder toestemming van de bevoegde autoriteit te doen plaats hebben. Aan een toestemming kunnen voorschriften worden verbonden.
@ -353,6 +356,22 @@ b. de naam en de woonplaats van de eigenaar op een in het oog vallende plaats aa
(niet overgenomen).
### Artikel 2.06
**1.** Een schip dat vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruikt, voert een kenteken.
**2.**
Dit kenteken is rechthoekig, met de vermelding «LNG» in witte letters op een rode ondergrond, met een witte rand met een breedte van ten minste 5 cm.
De afmeting van de langste zijde van de rechthoek bedraagt ten minste 60 cm.
De letters hebben een hoogte van ten minste 20 cm. De breedte van de letters en de stamdikte staan in goede verhouding tot de hoogte.
**3.** Het kenteken is op een geschikte en goed zichtbare plaats aangebracht.
**4.** Het teken wordt zo nodig verlicht om 's nachts duidelijk zichtbaar te zijn.
### Hoofdstuk 3. Optische tekens van schepen
#### Afdeling I. Algemene bepalingen
@ -468,7 +487,7 @@ Een groot motorschip dat wordt geassisteerd moet voeren:
a. s nachts: de in het eerste en tweede lid voorgeschreven lichten;
b. overdag: een gele bol op het voorschip op een hoogte van tenminste 5 m. Indien dit schip een zeegaand schip is, behoeft het de gele bol niet te voeren, doch mag het deze voeren.
**4.** Een snel schip moet overdag en s nachts, naast de overige tekens die bij dit reglement zijn voorgeschreven, voeren: twee gele krachtige rondom schijnende snelle flikkerlichten, in een verticale lijn met een onderlinge afstand van ongeveer 1 m, op een geschikte plaats en op een zodanige hoogte, dat zij van alle zijden zichtbaar zijn.
**4.** Een snel schip moet overdag en s nachts, naast de overige tekens die bij dit reglement zijn voorgeschreven, voeren: twee gele krachtige rondom schijnende lichten die snel flikkeren, in een verticale lijn met een onderlinge afstand van ongeveer 1 m, op een geschikte plaats en op een zodanige hoogte, dat zij van alle zijden zichtbaar zijn.
**5.** Een groot schip dat onder zeil vaart en tegelijkertijd zijn mechanische middelen tot voortbeweging gebruikt moet overdag voeren: een zwarte kegel met de punt naar beneden, zo hoog mogelijk, op een plaats waar hij het best kan worden gezien.
@ -660,7 +679,7 @@ Deze tekens moeten in een verticale lijn met een onderlinge afstand van ongeveer
**6.** Een schip, een duwstel of een gekoppeld samenstel dat verschillende gevaarlijke stoffen vervoert, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, moet uitsluitend de tekens voeren voor de gevaarlijke stof die volgens de voorgaande leden het grootste aantal blauwe lichten of kegels vereist.
**7.** Een schip, dat in het bezit is van een certificaat van goedkeuring, als bedoeld in het ADN, nr. 8.1.8, en dat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften die gelden voor een schip als bedoeld in het eerste lid, mag, indien het gelijktijdig met een schip, dat de tekens bedoeld in het eerste lid moet voeren, wil worden geschut, bij het naderen van een sluis, de tekens bedoeld in het eerste lid voeren.
**7.** Een schip, dat in het bezit is van een certificaat van goedkeuring, als bedoeld in het ADN, nr. 1.16.1.1.1, en dat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften die gelden voor een schip als bedoeld in het eerste lid, mag, indien het gelijktijdig met een schip, dat de tekens bedoeld in het eerste lid moet voeren, wil worden geschut, bij het naderen van een sluis, de tekens bedoeld in het eerste lid voeren.
**8.** De sterkte van de blauwe lichten voorgeschreven in één der voorgaande leden dient tenminste gelijk te zijn aan die van blauwe gewone lichten.
@ -885,11 +904,11 @@ een gele boei voorzien van een radarreflector.
### Artikel 3.27
Een schip van ambtenaren belast met toezicht of opsporing mag, om zich kenbaar te maken, als bijkomend teken een blauw gewoon rondom schijnend flikkerlicht of snel flikkerlicht tonen. Het zelfde geldt voor een brandweerboot die hulp biedt of daartoe op weg is en voor een reddingsvaartuig bij een reddingsoperatie met toestemming van de bevoegde autoriteit.
Een schip van ambtenaren belast met toezicht of opsporing mag, om zich kenbaar te maken, als bijkomend teken een blauw gewoon rondom schijnend flikkerlicht of licht dat snel flikkert tonen. Het zelfde geldt voor een brandweerboot die hulp biedt of daartoe op weg is en voor een reddingsvaartuig bij een reddingsoperatie met toestemming van de bevoegde autoriteit.
### Artikel 3.28
Een schip dat in of nabij het vaarwater werkzaamheden uitvoert mag, om dit kenbaar te maken, als bijkomend teken, met toestemming van de bevoegde autoriteit, tonen: een geel helder of gewoon rondom schijnend flikkerlicht of snel flikkerlicht.
Een schip dat in of nabij het vaarwater werkzaamheden uitvoert mag, om dit kenbaar te maken, als bijkomend teken, met toestemming van de bevoegde autoriteit, tonen: een geel helder of gewoon rondom schijnend flikkerlicht of licht dat snel flikkert.
### Artikel 3.29
@ -931,15 +950,9 @@ vier korte stoten, gevolgd door één lange stoot.
### Artikel 3.31
**1.**
**1.** Indien op grond van wettelijke voorschriften de toegang aan boord voor onbevoegden is verboden, wordt dit verbod aangeduid door: één of meer ronde witte symbolen met een rode rand en een rode diagonale balk en met, in zwart, de afbeelding van een afwerende hand. Deze symbolen wordt naar behoefte aan boord of bij de loopplank aangebracht. De doorsnede van deze symbolen bedraagt ongeveer 0,60 m.
Indien op grond van wettelijke bepalingen de toegang aan boord van een schip voor onbevoegden is verboden, moet het schip dit aan boord of bij de loopplank aanduiden door:
één of meer ronde borden, aan beide zijden wit met een rode rand en een rode diagonale balk en met, in zwart, de afbeelding van een voetganger.
In afwijking van artikel 3.03, derde lid, moet de doorsnede van deze borden ongeveer 60 cm bedragen.
**2.** Des nachts moeten deze borden zodanig zijn verlicht dat zij duidelijk zichtbaar zijn.
**2.** Deze symbolen worden zo nodig verlicht om s nachts duidelijk zichtbaar te zijn.
### Artikel 3.32
@ -947,12 +960,14 @@ In afwijking van artikel 3.03, derde lid, moet de doorsnede van deze borden onge
Indien het op grond van wettelijke voorschriften aan boord is verboden:
a. te roken;
b. onbeschermd licht of vuur te gebruiken;
a. te roken; of
b. onbeschermd licht of vuur te gebruiken,
moet dit verbod worden aangeduid door: een of meer ronde witte borden met een rode rand en een rode diagonale balk en met de afbeelding van een rokende sigaret. Deze borden moeten naar behoefte aan boord of bij de loopplank worden aangebracht. In afwijking van artikel 3.03, derde lid, moet de doorsnede van deze borden ongeveer 0,60 m bedragen.
wordt dit verbod aangeduid door één of meer ronde witte symbolen met een rode rand en een rode diagonale balk en met de afbeelding van een brandende lucifer.
**2.** Des nachts moeten deze borden moeten zodanig zijn verlicht dat zij duidelijk zichtbaar zijn.
Deze symbolen wordt naar behoefte aan boord of bij de loopplank aangebracht. De doorsnede van deze symbolen bedraagt ongeveer 0,60 m.
**2.** Deze symbolen worden zo nodig verlicht om s nachts duidelijk zichtbaar te zijn.
### Artikel 3.33
@ -1089,7 +1104,7 @@ De geluidsinstallatie moet hiertoe zodanig zijn ingericht, dat na het inschakele
Een schip mag slechts gebruik maken van een marifoon die in overeenstemming is met de
Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart. De marifoon mag slechts worden gebruikt overeenkomstig de voorschriften van deze regeling, zoals vermeld in het Handboek voor de marifonie in de binnenvaart.
Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart. De marifoon mag slechts worden gebruikt overeenkomstig de voorschriften van deze regeling, zoals vermeld in het Handboek voor de radiocommunicatie in de binnenvaart.
**2.** Een schip mag bij gebruik van de kanalen bestemd voor het schip--schip verkeer of de nautische informatie en bij het verbinding hebben met de voor de scheepvaart ingestelde diensten geen mededelingen doen, die niet in dit reglement zijn voorgeschreven of toegelaten dan wel niet zijn toegelaten krachtens de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart.
@ -1118,7 +1133,7 @@ Op de in bijlage 9 vermelde vaarwegen moet het groot schip op de kanalen voor he
Een schip mag slechts gebruik maken van radar, indien:
a. het is uitgerust met een voor de behoeften van de binnenvaart geschikte radarinstallatie dan wel een Inland ECDIS installatie die kan functioneren in de navigatie modus en een bochtaanwijzer die goed functioneren en die van een type zijn dat voor de binnenvaart door de daartoe aangewezen instantie is goedgekeurd volgens de daaromtrent vastgestelde voorschriften; en
b. zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn. Bij goed zicht mag van radar worden gebruik gemaakt teneinde hiermede te oefenen, zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt.
b. zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of een specifieke vergunning voor het varen met behulp van een radar zoals bedoeld in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of de Binnenvaartregeling. Bij goed zicht mag van radar worden gebruik gemaakt teneinde hiermede te oefenen, zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt.
**2.** Onverminderd het eerste lid moet een klein schip zijn uitgerust met een marifooninstallatie die geschikt is voor de daartoe aangewezen kanalen en die goed functioneert.
@ -1138,7 +1153,7 @@ b. zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent als bedo
**1.**
Een schip dat vaart op een vaarweg van CEMT-klasse I of hoger, moet zijn uitgerust met een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995. Het Inland AIS-apparaat moet goed functioneren.
Een schip dat vaart op een vaarweg van CEMT-klasse I of hoger, moet zijn uitgerust met een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van ES-TRIN. Het Inland AIS-apparaat moet goed functioneren.
De eerste volzin is niet van toepassing op de volgende schepen:
@ -1188,7 +1203,7 @@ c. samensteltype;
d. vaarstatus overeenkomstig bijlage 4;
e. referentiepunt voor de positie-informatie op het schip met een nauwkeurigheid van 1 m overeenkomstig bijlage 4.
**5.** Een klein schip dat AIS gebruikt, mag uitsluitend een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, een krachtens de IMO-voorschriften typegoedgekeurd AIS-apparaat van klasse A of een AIS-apparaat van klasse B gebruiken. AIS-apparatuur van klasse B moet aan de dienovereenkomstige eisen van Aanbeveling ITU-R.M 1371, aan Richtlijn 1999/5/EG (R&TTE-richtlijn) en aan de internationale norm IEC 62287-1 of 2 (inclusief DSC kanaalmanagement) voldoen. Het AIS-apparaat moet goed functioneren en de in het AIS-apparaat ingevoerde gegevens moeten op ieder moment met de werkelijke gegevens van het schip of samenstel overeenkomen.
**5.** Een klein schip dat AIS gebruikt, mag uitsluitend een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van ES-TRIN, een krachtens de IMO-voorschriften typegoedgekeurd AIS-apparaat van klasse A of een AIS-apparaat van klasse B gebruiken. AIS-apparatuur van klasse B moet aan de dienovereenkomstige eisen van Aanbeveling ITU-R.M 1371, aan Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PbEU L 153) alsmede aan de internationale norm IEC 62287-1 of 2 (inclusief DSC kanaalmanagement) voldoen. Het AIS-apparaat moet goed functioneren en de in het AIS-apparaat ingevoerde gegevens moeten op ieder moment met de werkelijke gegevens van het schip of samenstel overeenkomen.
**6.** Een klein schip waaraan geen uniek Europees scheepsidentificatienummer is toegekend, hoeft de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, niet over te dragen.
@ -1758,7 +1773,9 @@ De afstand tussen boeg en hek en de zijwaartse afstand van de gelijktijdig gesch
**14.** Een schip of een samenstel dat het teken, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, voert, mag een sluis niet invaren indien het tesamen met een passagiersschip zou worden geschut. Een passagiersschip mag een sluis niet invaren indien het tesamen met een schip of een samenstel, dat dit teken voert, zou worden geschut.
**15.**
**15.** Schepen en samenstellen die het kenteken, bedoeld in artikel 2.06, voeren, mogen de sluis niet binnenvaren indien er vloeibaar aardgas (LNG) vrijkomt buiten de LNG-installatie, of indien verwacht kan worden dat er vloeibaar aardgas (LNG) buiten de LNG-installatie zal vrijkomen tijdens het schutten.
**16.**
De bevoegde autoriteit kan, teneinde de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart, dan wel het zonder oponthoud doorvaren van de sluis en het doelmatig gebruik daarvan, te verzekeren, wanneer een schip zich in een sluis of op een wachtplaats daarvan bevindt, aan de schipper een verkeersaanwijzing geven. Daarbij kan dit artikel worden aangevuld, dan wel daarvan worden afgeweken.
@ -1862,7 +1879,7 @@ Dit sein mag worden herhaald.
**1.**
Een schip mag slechts op radar varen, indien zowel een persoon die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn en die tevens houder is van het vereiste vaarbevoegdheidsbewijs als een tweede persoon die met het varen op radar voldoende op de hoogte is zich voortdurend in de stuurhut bevindt.
Een schip mag slechts op radar varen, indien zowel een persoon die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of een specifieke vergunning voor het varen met behulp van een radar zoals bedoeld in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of de Binnenvaartregeling en die tevens houder is van het vereiste vaarbevoegdheidsbewijs als een tweede persoon die met het varen op radar voldoende op de hoogte is zich voortdurend in de stuurhut bevindt.
Voor een schip dat is uitgerust met een eenmansstuurstelling voor het varen op radar en dat voldoet aan de daaromtrent vastgestelde voorschriften behoeft de tweede persoon slechts aan boord beschikbaar te zijn.
@ -1989,6 +2006,14 @@ b. in een vak van of op een plaats in de vaarweg, aangeduid door het teken A.7 (
**3.** De in dit artikel vermelde bijzondere ligplaatsen zijn die bedoeld in artikel 7.02, tweede lid.
### Artikel 7.06a
**1.** Op ligplaatsen waar het teken B.12 (bijlage 7) is geplaatst en een walstroomaansluiting beschikbaar en bedrijfsklaar is, worden schepen aan een walstroomaansluiting aangesloten en wordt de volledige behoefte aan elektrische energie tijdens het stilliggen daaruit gedekt.
**2.** Uitzonderingen op het vierde lid kunnen worden aangegeven op een toegevoegd rechthoekig wit bord, dat onder het teken B.12 is aangebracht.
**3.** Het vierde lid is niet van toepassing op schepen die tijdens het stilliggen uitsluitend van een energievoorziening gebruikmaken, die geen geluid alsmede geen schadelijke gassen en luchtverontreinigende deeltjes veroorzaakt.
### Artikel 7.07
**1.**
@ -2020,6 +2045,18 @@ Een ander stilliggend schip moet, voor zover het geen schipper heeft, zijn geste
Deze bepaling is eveneens van toepassing op een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting wanneer zij stilliggen.
**3.**
Een stilliggend schip dat het kenteken, bedoeld in artikel 2.06, voert, is onder een zich voortdurend aan boord bevindende terzake kundige wachtsman gesteld, tenzij:
a. vloeibaar aardgas (LNG) aan boord van het schip niet als brandstof wordt verbruikt;
b. de operationele gegevens van de LNG-installatie van het schip op afstand worden uitgelezen; en
c. het schip onder toezicht is gesteld van een persoon die zo nodig snel kan ingrijpen.
**4.** De ter zake kundige bewaking wordt bij schepen bedoeld in het derde lid verzekerd door een bemanningslid dat houder is van een kwalificatiecertificaat overeenkomstig artikel 15.02 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn.
**5.** De bevoegde autoriteit kan ontheffing of vrijstelling verlenen van het derde lid. Aan de ontheffing of vrijstelling kunnen voorschriften verbonden worden.
### Artikel 7.09
Een aan een aanlegplaats gemeerd schip moet gedogen, dat een ander schip langszijde komt of langszijde daarvan vastmaakt en daarover gemeenschap met de wal heeft anders dan om te laden of te lossen.
@ -2113,6 +2150,30 @@ g. in de door de bevoegde autoriteit aangewezen gebieden.
**3.** De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het tweede lid. Aan de vrijstelling of ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.
### Artikel 8.09
**1.**
Alvorens te beginnen met het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG) vergewist de schipper van het schip dat gaat bunkeren zich ervan dat:
a. de voorgeschreven brandbestrijdingsmiddelen te allen tijde operationeel zijn; en
b. tussen het schip en de kade de voorgeschreven middelen aanwezig zijn voor de evacuatie van personen aan boord van het schip dat gaat bunkeren.
**2.**
Tijdens het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG) zijn alle toegangen en alle openingen van ruimten toegankelijk vanaf het dek en alle openingen van ruimten naar de buitenlucht gesloten, met uitzondering van:
a. aanzuigopeningen van in bedrijf zijnde motoren;
b. ventilatieopeningen van machinekamers indien de motoren in bedrijf zijn;
c. ventilatieopeningen voor een ruimte met een overdrukinstallatie; en
d. ventilatieopeningen van een airconditioningsinstallatie, indien deze openingen zijn voorzien van een gasdetectie-installatie.
Toegangen en openingen mogen slechts indien noodzakelijk voor korte tijd met toestemming van de schipper worden geopend.
**3.** Tijdens het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG) vergewist de schipper zich er voortdurend van dat het rookverbod aan boord en in de bunkerzone wordt nageleefd. Het rookverbod is eveneens van toepassing op elektronische sigaretten en andere soortgelijke apparaten. Het rookverbod is niet van toepassing in de accommodatieruimten en het stuurhuis, indien daarvan de ramen, deuren, schijnlichten en luiken gesloten zijn.
**4.** Na het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG) worden alle vanaf het dek toegankelijke ruimten ontlucht.
## Deel II
### Hoofdstuk 9. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart op de in beheer bij het Rijk zijnde vaarwegen en op andere met name genoemde vaarwegen
@ -2138,7 +2199,8 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op de in artikel 2, eerste en derde lid, van het
Op een gedeelte van een vaarweg waar ligplaats nemen is toegestaan mogen een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting, behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit, niet:
a. aan herstelwerkzaamheden worden onderworpen;
b. laden, lossen of ontgassen.
b. laden, lossen; of
c. ventileren naar de atmosfeer, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel u, van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart, onverminderd het verbod in artikel 4 van dat besluit.
**3.**
@ -2153,7 +2215,7 @@ Het ligplaats nemen wordt geacht niet te zijn beëindigd, indien het schip, het
**5.** Het in het eerste lid genoemde verbod is op de in bijlage 14, onder *b*, genoemde vaarwegen niet van toepassing op een klein schip dat op een veilige plaats buiten het voor de doorgaande scheepvaart bestemde vaarwater ligt.
**6.** De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Deze kan onder beperkingen worden verleend en hieraan kunnen voorschriften worden verbonden.
**6.** De bevoegde autoriteit kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Deze kan onder beperkingen worden verleend en hieraan kunnen voorschriften worden verbonden. Deze mogelijkheid om ontheffing te verlenen geldt ook voor het ligplaats nemen door het gebruik van spudpalen, dat op grond van artikel 7.03, eerste lid, onderdeel a, verboden is op de vaarwegen, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 9.04
@ -2316,9 +2378,9 @@ Een schip mag behalve bij voorbijlopen en bij voorbijvaren op tegengestelde koer
**1.** Een schip mag geen ligplaats nemen binnen een afstand van 50 m van een schip dat het licht of het dagteken, bedoeld in artikel 10.04, eerste lid, voert.
**2.** De bevoegde autoriteit kan voor het ligplaats nemen afwijkingen toestaan.
**2.** Een schip dat het licht of het dagteken, bedoeld in artikel 10.04, eerste lid, voert, mag geen ligplaats nemen binnen een afstand van 50 meter van andere schepen.
**3.** Een schip dat het licht of het dagteken, bedoeld in artikel 10.04, eerste lid, moet voeren, mag geen ligplaats nemen binnen een afstand van 50 meter van andere schepen.
**3.** De bevoegde autoriteit kan voor het ligplaats nemen afwijkingen toestaan.
### Artikel 10.11
@ -2431,6 +2493,12 @@ Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, verm
^1 indien aanwezig
^1 indien aanwezig
^1 indien aanwezig
## Bijlage 9. Marifoonverplichting en radarvaart
De vaarwegen, bedoeld in artikel 4.05, derde en vierde lid, artikel 6.29, derde lid, artikel 6.33, tweede lid, en artikel 9.07 tweede lid, zijn: