2002-09-13 | BWBR0006040 | Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
This commit is contained in:
parent
07109a707e
commit
4ccdd7722c
1 changed files with 62 additions and 76 deletions
|
|
@ -398,7 +398,7 @@ j. piket:
|
|||
een periode waarin de ambtenaar, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, consignatie wordt opgelegd waarbij de ambtenaar verplicht is om in verband met zijn bereikbaarheid op de werkplek aanwezig te zijn;
|
||||
k. oefening:
|
||||
|
||||
elk door defensiepersoneel onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken te verkrijgen of te onderhouden.
|
||||
elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van aan de krijgsmacht opgedragen operationele taken te verwerven, te vergroten of te onderhouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 30b
|
||||
|
||||
|
|
@ -454,13 +454,15 @@ elk door defensiepersoneel onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk b
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week, kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur tijdelijk gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten, onder handhaving van de arbeidsduur waarvoor hij is aangesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij het bevoegd gezag.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verkorting van de arbeidsduur wordt verwerkt in het voor de betrokken ambtenaar geldende rooster dan wel wordt toegekend in de vorm van 8 spaaruren per maand.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste en vierde lid toe.
|
||||
**3.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar op een andere functie wordt tewerkgesteld vervalt met ingang van de datum van tewerkstelling de toewijzing bedoeld in het derde lid. In dat geval kan de ambtenaar in afwijking van de datum genoemd in het tweede lid een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. Bij toewijzing geldt de verkorting van de arbeidsduur voor het resterende gedeelte van het lopende kalenderjaar.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste en vijfde lid toe.
|
||||
|
||||
**5.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verkort, wordt maandelijks een inhouding toegepast. Deze inhouding bedraagt 2 maal het voor de betrokken ambtenaar geldende salaris per uur.
|
||||
**5.** Indien de ambtenaar op een andere functie wordt tewerkgesteld vervalt met ingang van de datum van tewerkstelling de toewijzing bedoeld in het vierde lid. In dat geval kan de ambtenaar in afwijking van de datum genoemd in het derde lid een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. Bij toewijzing geldt de verkorting van de arbeidsduur voor het resterende gedeelte van het lopende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**6.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verkort, wordt maandelijks een inhouding toegepast. Deze inhouding bedraagt 2 maal het voor de betrokken ambtenaar geldende salaris per uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 30dc
|
||||
|
||||
|
|
@ -969,8 +971,6 @@ a. het salaris van de ambtenaar;
|
|||
b. de leeftijd van de ambtenaar;
|
||||
c. de werktijd van de ambtenaar.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**4.** Voor de ambtenaar met een volledige werktijd bedraagt de aanspraak op vakantie 184 uren per kalenderjaar indien het salaris op 1 januari van het desbetreffende jaar minder bedraagt dan het maximumsalaris van schaal 9 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en 192 uren per kalenderjaar indien het salaris op 1 januari van het desbetreffende jaar gelijk is aan of meer bedraagt dan vorenbedoeld maximumsalaris. Onder volledige werktijd wordt verstaan een werktijd die gemiddeld 38 werkuren per week omvat.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
|
@ -988,21 +988,25 @@ b. over het kalenderjaar, waarin de ambtenaar in geheel of gedeeltelijk afwissel
|
|||
|
||||
**8.** Indien de werktijd van de ambtenaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op vakantie over een eventueel resterend gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe werktijd. De tot aan de datum van ingang van de gewijzigde werktijd verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd.
|
||||
|
||||
**9.** Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantie. Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij slechts aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij feitelijk dienst verricht.
|
||||
**9.** De vakantie waarop een ambtenaar aanspraak maakt wordt naar evenredigheid verminderd indien hij een aaneengesloten periode van langer dan een maand geheel of gedeeltelijk geen dienst verricht.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
Het negende lid is niet van toepassing, indien geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens:
|
||||
|
||||
a. genoten vakantie;
|
||||
a. vakantie;
|
||||
b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 52 weken, waarbij een hervatting gedurende dertig kalenderdagen of minder geen nieuwe periode van 52 weken inluidt;
|
||||
c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 66;
|
||||
d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
|
||||
e. het verlof van korte duur verleend op basis van artikel 38, 40, 42, 43 of 44 van dit besluit.
|
||||
c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg;
|
||||
d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
De vakantie waarop de ambtenaar aanspraak maakt:
|
||||
|
||||
**11.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 30c gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid, onder *a*, bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak.
|
||||
- wordt verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem langer durend zorgverlof als bedoeld in artikel 46e, of ouderschapsverlof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg, is verleend;
|
||||
- kan worden verminderd naar evenredigheid van de tijd gedurende welke hem buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 125c, tweede lid, van de Ambtenarenwet of artikel 45 van dit besluit, is verleend.
|
||||
|
||||
**12.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 30c gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid, onder *a*, bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -1070,12 +1074,7 @@ Onverminderd het bepaalde in de artikelen 94 en 95 wordt aan de ambtenaar in de
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend:
|
||||
|
||||
a. voor de uitoefening van het kiesrecht;
|
||||
b. voor het voldoen aan een wettelijke verplichting, een en ander, voor zover dit niet in vrije tijd kan geschieden en omzetting van dienst niet mogelijk is.
|
||||
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -1129,16 +1128,7 @@ Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaa
|
|||
a. bij zijn ondertrouw: één dag;
|
||||
b. bij zijn huwelijk: vier dagen;
|
||||
c. tot het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten in de eerste graad, van stief- of pleegouders, dan wel van stief- of pleegkinderen: één dag indien dit huwelijk wordt gesloten in zijn woon- of standplaats en ten hoogste twee dagen, indien dit huwelijk wordt gesloten buiten zijn woon- of standplaats;
|
||||
d. bij ernstige ziekte van zijn echtgenote, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aanbehuwdkinderen;
|
||||
e. bij overlijden van:
|
||||
|
||||
1. onder *d* bedoelde personen: vier dagen;
|
||||
2. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: twee dagen;
|
||||
3. bloed- of aanverwanten in de derde of vierde graad: ten hoogste één dag;
|
||||
|
||||
indien de ambtenaar is belast met de regeling van de lijkbezorging of van de nalatenschap dan wel van beide: ten hoogste vier dagen;
|
||||
f. bij bevalling van zijn echtgenote: ten hoogste twee dagen;
|
||||
g. bij zijn 25-, 40- en 50-jarig ambts- of huwelijksjubileum en bij 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksjubileum van ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders of grootouders: één dag;
|
||||
d. bij zijn 25-, 40- en 50-jarig ambts- of huwelijksjubileum en bij 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksjubileum van ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders of grootouders: één dag;
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
@ -1225,35 +1215,15 @@ Het kort durend zorgverlof, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet arbeid en zorg, wo
|
|||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die als ouder in een familierechtelijke betrekking staat tot een kind heeft aanspraak op verlof. Indien de ambtenaar met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op verlof.
|
||||
**1.** Over de uren waarop de ambtenaar door het bevoegd gezag ouderschapsverlof, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg, is verleend, behoudt hij 75% van zijn bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar die blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als een kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen, heeft eveneens aanspraak op verlof. Indien de ambtenaar met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op verlof. In alle andere gevallen waarin de in de eerste volzin gestelde voorwaarden ten aanzien van meer dan één kind met ingang van hetzelfde tijdstip worden vervuld, bestaat slechts aanspraak op één keer verlof.
|
||||
**2.** De ambtenaar kan door het bevoegd gezag worden verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten ouderschapsverlofuren wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd of voor een proeftijd, ter zake van het verstrijken van die tijd. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is aan het aantal maanden dat ontbreekt aan de periode van één jaar. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als militair ambtenaar of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
|
||||
|
||||
**3.** Het verlof wordt uitsluitend verleend aan de ambtenaar wiens dienstbetrekking ten minste één jaar heeft geduurd.
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag wijst de ambtenaar, aan wie ouderschapsverlof wordt verleend, in voorkomend geval op de mogelijkheden tot het aanvragen van een financiële tegemoetkoming op basis hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
|
||||
**4.** Het verlof strekt zich uit over een aaneengesloten periode van maximaal zes maanden en bedraagt ten hoogste de helft van de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur per week. Geen aanspraak op verlof bestaat over tijdvakken gelegen na de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren heeft bereikt.
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar aan wie ouderschapsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg, wordt door het bevoegd gezag gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming, voor zover dat bedrag het bedrag overeenkomend met 100% van de bezoldiging te boven gaat.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van de eerste volzin van het vierde lid kan de ambtenaar het bevoegd gezag verzoeken om het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten, mits daardoor het maximale aantal verlofuren dat over een aaneengesloten periode van zes maanden aan de ambtenaar kan worden verleend, niet wordt overschreden. Het bevoegd gezag stemt in met dit verzoek tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich daartegen verzetten.
|
||||
|
||||
**6.** Over de uren waarop de ambtenaar verlof is verleend, behoudt hij 75% van zijn bezoldiging.
|
||||
|
||||
**7.** De ambtenaar kan door het bevoegd gezag worden verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd of voor een proeftijd, ter zake van het verstrijken van die tijd. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is aan het aantal maanden dat ontbreekt aan de periode van één jaar. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als militair ambtenaar of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar dient de aanvraag om verlof ten minste 8 weken voor het door hem gewenste tijdstip van ingang van het verlof aan het tot verlening van het verlof bedoelde gezag onder opgave van:
|
||||
|
||||
a. de aaneengesloten periode van het verlof;
|
||||
b. het aantal uren verlof per week;
|
||||
c. de spreiding van de verlofuren over de week.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging.
|
||||
|
||||
**9.** Het bevoegd gezag is verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. Het bevoegd gezag behoeft aan de aanvraag niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan een maand ná de aanvraag. In het geval het verlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof.
|
||||
|
||||
**10.** Het bevoegd gezag kan, na overleg met de ambtenaar, de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang wijzigen en wel tot een maand vóór het door de ambtenaar opgegeven tijdstip van ingang van het verlof.
|
||||
**5.** Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegd gezag het vierde lid op overeenkomstige wijze toepassen. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Buitengewoon verlof van lange duur
|
||||
|
||||
|
|
@ -1384,16 +1354,17 @@ b. of maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte geniet vanaf de dag waarop deze ongeschiktheid aanvangt, gedurende een termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging. Vervolgens geniet hij tot het einde van zijn betrekking 80% van zijn bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar zijn arbeid gedurende een bepaalde tijd voor ten minste 45% verricht, wordt de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden met die bepaalde tijd verlengd.
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar zijn arbeid gedurende een bepaalde tijd voor ten minste 45% verricht, dan wel zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, wordt de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden met die bepaalde tijd, dan wel met dat verlof verlengd.
|
||||
|
||||
**3.** Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden verstreken is, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
**3.** Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden verstreken is, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar geniet ook na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging:
|
||||
|
||||
a. voor zo lang hij zijn arbeid voor ten minste 45% verricht;
|
||||
b. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen arbeid of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten.
|
||||
b. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen arbeid of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
c. gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -1403,13 +1374,13 @@ b. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrich
|
|||
|
||||
### Artikel 59a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de ambtenaar, bedoeld in artikel 59, ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge artikel 59 recht heeft.
|
||||
**1.** Indien de ambtenaar, bedoeld in artikel 59, ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een of meerdere uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering(en) in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge artikel 59 recht heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar uit hoofde van twee of meer betrekkingen recht heeft op één uitkering op grond van een werknemersverzekering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid toegerekend aan de betrekking ter zake waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald naar rato van de bezoldiging uit hoofde van de desbetreffende betrekkingen.
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar uit hoofde van twee of meer betrekkingen recht heeft op één uitkering op grond van een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid toegerekend aan de betrekking ter zake waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald naar rato van de bezoldiging uit hoofde van de desbetreffende betrekkingen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de in het eerste lid bedoelde ambtenaar geen uitkering op grond van de WAO kan worden toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel de uitkering op grond van de WAO zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
|
||||
**3.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, de Wet arbeid en zorg, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die onverminderd is genoten. Indien het een uitkering betreft op grond van de WAO die in het geheel niet wordt toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering op grond van de WAO zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
|
||||
|
||||
**4.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die onverminderd is genoten.
|
||||
**4.** In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze Minister van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de in artikel 57, tweede lid, bedoelde commissie van artsen te zijnen gunste heeft geoordeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 60a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1421,13 +1392,34 @@ b. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrich
|
|||
|
||||
### Artikel 61a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de ambtenaar ingevolge artikel 59 recht heeft op bezoldiging en hij over een periode ter zake van de betrekking waaraan die bezoldiging is verbonden aanspraak heeft of had kunnen hebben op een uitkering op grond van deZW of de WAO, is het verplichtingen- en sanctieregime van die wet over die periode van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Indien ten aanzien van die wettelijke uitkering een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het bevoegde gezag zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het bedrag van de ingevolge artikel 59a, eerste lid, verminderde bezoldiging.
|
||||
Geen aanspraak op betaling van bezoldiging als bedoeld in artikel 59 bestaat:
|
||||
|
||||
**3.** De aanspraak op bezoldiging vervalt, indien de ambtenaar zonder deugdelijke grond weigert hem de aangeboden gangbare arbeid, waartoe de bedrijfsgeneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
|
||||
a. indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
|
||||
b. Indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
|
||||
c. indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek als bedoeld in artikel 10 en tevens blijkt, dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
|
||||
|
||||
**4.** In de gevallen, bedoeld in dit artikel kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze Minister van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de in artikel 57, tweede lid, bedoelde commissie van artsen te zijnen gunste heeft geoordeeld.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanspraak op betaling van bezoldiging als bedoeld in artikel 59 vervalt, indien en gedurende de tijd dat de ambtenaar:
|
||||
|
||||
a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige dienst of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
|
||||
b. zonder voldoende gronden nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften die hem door de behandelende arts gegeven zijn, met dien verstande dat voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard hierbij zijn uitgezonderd;
|
||||
c. zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd;
|
||||
d. tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de bedrijfsgeneeskundige dienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht;
|
||||
e. in gebreke blijft op het door de bedrijfsgeneeskundige dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate zijn arbeid te hervatten, tenzij hij daarvoor een door deze dienst als geldig erkende reden heeft opgegeven;
|
||||
f. zonder deugdelijke grond weigert hem aangeboden passende arbeid, dan wel gangbare arbeid, waartoe de bedrijfsgeneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
|
||||
|
||||
**3.** De aanspraak op betaling van bezoldiging als bedoeld in artikel 59, kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard, indien de ambtenaar de voorschriften overtreedt die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De ambtenaar kan aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige dienst worden onderworpen ter beantwoording van de vraag of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het eerste of tweede lid, onderdeel b of c, van dit artikel. De ambtenaar is gehouden aan een zodanig onderzoek zijn medewerking te verlenen.
|
||||
|
||||
**5.** In de gevallen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze Minister van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de in artikel 57, tweede lid, bedoelde commissie van artsen te zijnen gunste heeft geoordeeld.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg, is in plaats van het eerste tot en met vierde lid het verplichtingen- en sanctieregime van de desbetreffende wet op hem van toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Indien ten aanzien van de uitkering die de ambtenaar geniet op grond van een werknemersverzekering of de Wet arbeid en zorg een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het bevoegd gezag zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd, dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op het bedrag waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge artikel 59, eerste lid, na toepassing van artikel 59a, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Bezoldiging of uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid na beëindiging van de dienstbetrekking
|
||||
|
||||
|
|
@ -1453,7 +1445,7 @@ Indien de bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na de datum van beë
|
|||
|
||||
**8.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging.
|
||||
|
||||
**9.** Indien de gewezen ambtenaar ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering, dan wel een bovenwettelijke uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge dit artikel recht heeft. Artikel 59a is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**9.** Indien de gewezen ambtenaar ter zake van de betrekking waaruit het recht op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering, een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg, dan wel een bovenwettelijke uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge dit artikel recht heeft. Artikel 59a is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**10.** Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, anders dan bedoeld in het negende lid, worden op het bedrag waarop de gewezen ambtenaar ingevolge dit artikel recht heeft in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1519,13 +1511,7 @@ De uitkering eindigt met ingang van de maand waarin de overleden ambtenaar de le
|
|||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
**1.** De vrouwelijke ambtenaar heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof.
|
||||
|
||||
**2.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een zwangerschapsverlof vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een verklaring van een arts of een verloskundige aangevende de vermoedelijke datum van de bevalling, binnen zes weken is te verwachten. Het verlof vangt uiterlijk aan vier weken voorafgaand aan deze datum.
|
||||
|
||||
**3.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgende op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen.
|
||||
|
||||
**4.** Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt gelijkgesteld met verhindering wegens ziekte.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
|
|
@ -1535,7 +1521,7 @@ De uitkering eindigt met ingang van de maand waarin de overleden ambtenaar de le
|
|||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
Met uitzondering van paragraaf 1 en van artikel 64 is het bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op de ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het pensioenreglement. In geval van ziekte ontvangt hij tijdens de duur van zijn dienstverband op een hem op grond van de Ziektewet of WAO toegekende uitkering een aanvulling tot zijn bezoldiging. Indien de ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is voor de uitoefening van zijn dienstbetrekking, ontvangt hij gedurende de eerste 18 maanden van die ongeschiktheid 100% en daarna tot aan het einde van zijn betrekking 80% van zijn bezoldiging, nadat daarop de uitkering ingevolge de ZW of de WAO in mindering is gebracht. Op die vermindering zijn de artikelen 59a en 61a van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Met uitzondering van paragraaf 1 en van artikel 64 is het bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op de ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het pensioenreglement. In geval van ziekte ontvangt hij tijdens de duur van zijn dienstverband op een hem op grond van de Ziektewet of WAO toegekende uitkering een aanvulling tot zijn bezoldiging. Indien de ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is voor de uitoefening van zijn dienstbetrekking, ontvangt hij gedurende de eerste 18 maanden van die ongeschiktheid 100% en daarna tot aan het einde van zijn betrekking 80% van zijn bezoldiging, nadat daarop de uitkering ingevolge de ZW of de WAO in mindering is gebracht. Op die vermindering zijn de artikelen 59a en 61 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Overige rechten en verplichtingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1995,7 +1981,7 @@ c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar bin
|
|||
|
||||
**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onderdeel *c*, wordt gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid verstaan als bedoeld in artikel 54*a*.
|
||||
|
||||
**5.** Voor het bepalen van het in het derde lid, onderdeel *a*, bedoelde tijdvak van twee jaar worden tijdvakken van ongeschiktheid tot het verrichten zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
**5.** Voor het bepalen van het in het derde lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van twee jaar worden tijdvakken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken en bij de vaststelling van het tijdvak van twee jaar blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
**6.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen *a* en *b*, vraagt het bevoegd gezag het oordeel van een door de met de uitvoering van de WAO belaste instelling aangewezen arts.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2033,7 +2019,7 @@ c. op personen die de functie als nevenbetrekking bekleden.
|
|||
|
||||
### Artikel 127
|
||||
|
||||
**1.** De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van overlijden. Artikel 34, eerste lid, wordt voorts overeenkomstig toegepast.
|
||||
**1.** De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van overlijden. Artikel 30dd en artikel 34, eerste lid, worden voorts overeenkomstig toegepast.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue