diff --git a/amvb/reclasseringsregeling-1995/BWBR0007120/README.md b/amvb/reclasseringsregeling-1995/BWBR0007120/README.md index 51e637e6659..5a9e35fdd69 100644 --- a/amvb/reclasseringsregeling-1995/BWBR0007120/README.md +++ b/amvb/reclasseringsregeling-1995/BWBR0007120/README.md @@ -16,76 +16,80 @@ citeertitel: Reclasseringsregeling 1995 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; -b. reclasseringsinstelling: een erkende instelling als bedoeld in artikel 4; -c. penitentiaire inrichting: een gevangenis, huis van bewaring of inrichting voor stelselmatige daders; -d. taakstraf: de taakstraf, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht; -e. klachtencommissie: de commissie, bedoeld in artikel 29. +a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; +b. stichting: de stichting, bedoeld in artikel 2; +c. reclasseringsinstelling: een erkende instelling als bedoeld in artikel 4; +d. penitentiaire inrichting: een gevangenis of huis van bewaring; +e. straf van onbetaalde arbeid: de straf van onbetaalde arbeid ten algemene nutte, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel *a*, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht; +f. klachtencommissie: de commissie, bedoeld in artikel 29. ### Artikel 2 -**1.** De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden berust bij één of meer door Onze Minister erkende reclasseringsinstellingen. +**1.** De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden berust bij één door Onze Minister erkende landelijke stichting. -**2.** Een reclasseringsinstelling neemt de bij en krachtens dit besluit gestelde regels in acht. +**2.** De stichting neemt de bij en krachtens dit besluit gestelde regels in acht. **3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld: -a. ter zake van de prioriteiten die een reclasseringsinstelling bij haar werkzaamheden in acht neemt, +a. ter zake van de prioriteiten die de stichting bij haar werkzaamheden in acht neemt, b. ter zake van de eisen die aan de uitvoering van de werkzaamheden kunnen worden gesteld, -c. ter zake van de informatie die een reclasseringsinstelling periodiek aan Onze Minister verstrekt aangaande de uitvoering van de werkzaamheden, en +c. ter zake van de informatie die de stichting periodiek aan Onze Minister verstrekt aangaande de uitvoering van de werkzaamheden, en d. ter bevordering van een goede uitvoering van reclasseringswerkzaamheden. ### Artikel 3 -**1.** Een reclasseringsinstelling stelt voor haar personeelsleden een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vast. +**1.** -**2.** Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. +De in artikel 2 bedoelde erkenning kan slechts worden verleend indien: -**3.** Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. +a. de stichting tot doel heeft, landelijk zorg te dragen voor het uitvoeren of doen uitvoeren van reclasseringswerkzaamheden; +b. de stichting ervoor zorg draagt dat de werkzaamheden in ieder arrondissement worden uitgevoerd en per hofressort worden gecoördineerd; +c. de stichting bereid is de opdrachten uit te voeren of te doen uitvoeren, die haar door de bevoegde autoriteiten worden gegeven; +d. het bestuur van de stichting zodanig is samengesteld dat een evenwichtige inbreng uit de samenleving, met inbegrip van de strafrechtspleging, is gewaarborgd. -**4.** Een reclasseringsinstelling bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode. +**2.** Aan de erkenning kunnen voorschriften worden verbonden; de voorschriften kunnen na overleg met de stichting worden gewijzigd. -**5.** De meldcode, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de bij artikel 2 van het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgestelde elementen. +**3.** De erkenning kan worden ingetrokken indien de stichting handelt in strijd met de daaraan verbonden voorschriften of met het bij of krachtens dit besluit bepaalde. + +**4.** De intrekking geschiedt niet eerder dan nadat dertien weken zijn verstreken na een waarschuwing van Onze Minister. Bij de waarschuwing vermeldt Onze Minister de maatregelen die de stichting dient te nemen om de intrekking te voorkomen. ## Hoofdstuk 2. Degenen die reclasseringswerkzaamheden kunnen verrichten ### Artikel 4 -**1.** Reclasseringswerkzaamheden worden uitsluitend verricht door instellingen die zich blijkens hun statuten of reglementen ten doel of mede ten doel stellen, op bijzondere wijze of ten behoeve van één of meer bijzondere categorieën van personen, reclasseringswerkzaamheden te verrichten en die daartoe door Onze Minister zijn erkend als reclasseringsinstelling. +**1.** Reclasseringswerkzaamheden worden uitsluitend verricht door de stichting of, onder haar verantwoordelijkheid, door instellingen die zich blijkens hun statuten of reglementen ten doel of mede ten doel stellen, op bijzondere wijze of ten behoeve van één of meer bijzondere categorieën van personen, reclasseringswerkzaamheden te verrichten en die daartoe door het bestuur van de stichting zijn erkend als reclasseringsinstelling. -**2.** Onze Minister beoordeelt een aanvraag voor een erkenning mede aan de hand van de toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande reclasseringsaanbod. +**2.** De erkenning kan onder beperkingen worden verleend; aan de erkenning kunnen voorschriften worden verbonden. De beperkingen en voorschriften kunnen na overleg met de betrokken instelling worden gewijzigd. -**3.** De erkenning kan onder beperkingen worden verleend; aan de erkenning kunnen voorschriften worden verbonden. De beperkingen en voorschriften kunnen na overleg met de betrokken instelling worden gewijzigd. +**3.** De erkenning kan worden geschorst of ingetrokken. Intrekking van de erkenning geschiedt niet eerder dan nadat dertien weken zijn verstreken na een waarschuwing, waarbij is vermeld welke maatregelen moeten worden genomen om de intrekking te voorkomen. -**4.** De erkenning kan worden geschorst of ingetrokken. Intrekking van de erkenning geschiedt niet eerder dan nadat dertien weken zijn verstreken na een waarschuwing, waarbij is vermeld welke maatregelen moeten worden genomen om de intrekking te voorkomen. +**4.** Besluiten inzake de erkenning van instellingen worden door het bestuur van de stichting niet genomen dan nadat Onze Minister in kennis is gesteld van het voornemen daartoe. ### Artikel 5 -**1.** - -In afwijking van artikel 4 kunnen onder verantwoordelijkheid van een reclasseringsinstelling bepaalde, door het bestuur van de reclasseringsinstelling vast te stellen, reclasseringswerkzaamheden worden verricht door: +In afwijking van artikel 4 kunnen onder verantwoordelijkheid van de stichting bepaalde, door het bestuur van de stichting vast te stellen, reclasseringswerkzaamheden worden verricht door: a. instellingen van maatschappelijke dienstverlening en b. personen die zich als vrijwilliger aanbieden. -**2.** De vaststelling van reclasseringswerkzaamheden die door een instelling van maatschappelijke dienstverlening kunnen worden verricht, behoeft de instemming van Onze Minister. - ### Artikel 6 -**1.** Reclasseringswerkers zijn de door het bestuur van een reclasseringsinstelling als zodanig aangewezen personeelsleden van de reclasseringsinstelling. +**1.** Reclasseringswerkers zijn de door het bestuur van de stichting als zodanig aangewezen personeelsleden van de stichting en van de reclasseringsinstellingen. -**2.** Alvorens zijn werkzaamheden aan te vangen, legt de reclasseringswerker de eed of belofte af dat hij zijn taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zal vervullen. +**2.** Op de aanwijzing is artikel 4, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing. -**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de eisen voor aanwijzing als reclasseringswerker en ter uitvoering van het tweede lid. +**3.** Alvorens zijn werkzaamheden aan te vangen, legt de reclasseringswerker de eed of belofte af dat hij zijn taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zal vervullen. + +**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de eisen voor aanwijzing als reclasseringswerker en ter uitvoering van het derde lid. ### Artikel 7 Reclasseringswerkers hebben voor de uitoefening van hun werkzaamheden vrije toegang: a. tot degenen die zijn ingesloten in politiebureaus, voor zover de normale taakuitvoering van de politie dat redelijkerwijs toelaat, en -b. in penitentiaire inrichtingen, met inachtneming van de aldaar geldende huisregels. +b. in penitentiaire inrichtingen, met inachtneming van de aldaar geldende huishoudelijke reglementen. ## Hoofdstuk 3. De reclasseringswerkzaamheden @@ -93,39 +97,44 @@ b. in penitentiaire inrichtingen, met inachtneming van de aldaar geldende huisre **1.** -Onze Minister draagt er zorg voor dat in ieder arrondissement in ieder geval en zoveel mogelijk in onderlinge samenhang, in opdracht van de bevoegde autoriteiten de volgende reclasseringswerkzaamheden worden uitgevoerd: +De stichting draagt er zorg voor dat in ieder arrondissement in ieder geval en zoveel mogelijk in onderlinge samenhang, de volgende reclasseringswerkzaamheden worden uitgevoerd: -a. het doen van onderzoek naar en het geven van voorlichting en advies over personen die worden verdacht van of zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit, ten behoeve van te nemen beslissingen inzake de vervolging, de afdoening, de berechting of de tenuitvoerlegging van straffen of maatregelen; -b. het houden van toezicht op de naleving van aan verdachten of veroordeelden bij of krachtens de wet opgelegde voorwaarden of ontzetting van rechten en hen ten behoeve daarvan te begeleiden; -c. het voorbereiden en begeleiden van en het houden van toezicht op de uitvoering van de taakstraf en het voorbereiden en begeleiden van andere straffen of maatregelen, waarmee reclasseringsinstellingen bij of krachtens de wet zijn belast; -d. het opstellen van een indicatiestelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder e, van de Wet forensische zorg en de plaatsing namens Onze Minister, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet forensische zorg. +a. het uit eigen beweging, in opdracht van de bevoegde autoriteiten of op verzoek van betrokkenen zelf verlenen van hulp en steun - rechtsbijstand uitgezonderd - aan personen die worden verdacht van of die zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit; +b. het doen van onderzoek naar zodanige personen ten behoeve van de beslissingen die te hunnen aanzien moeten worden genomen over de vervolging, de berechting of de tenuitvoerlegging van straffen of maatregelen, en het geven van voorlichting daarover; +c. het voorbereiden en begeleiden van de uitvoering van de straf van onbetaalde arbeid en, voor zover daarvoor in aanmerking komend, van de uitvoering van andere rechterlijke beslissingen ten aanzien van personen die worden verdacht van of die zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit, alsmede het houden van toezicht daarop en het verschaffen van inlichtingen daarover aan de bevoegde autoriteiten. -**2.** Een reclasseringsinstelling dient op verzoek of uit eigen beweging autoriteiten van advies omtrent onderwerpen die voor de reclassering van belang zijn. +**2.** De stichting dient op verzoek of uit eigen beweging autoriteiten van advies omtrent onderwerpen die voor de reclassering van belang zijn. ### Artikel 9 -Een reclasseringsinstelling kan uit eigen beweging of op verzoek van anderen, onder wie de betrokkene, voorlichting en advies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, geven of doen geven. +**1.** Voorlichtingsrapporten, waartoe met toepassing van de artikelen 147, 177, tweede lid, en 310 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 12 van de Gratiewet of artikel 19, eerste lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen opdracht is gegeven, worden aangevraagd bij de stichting. + +**2.** Voorlichtingsrapporten worden uitgebracht door de stichting of door een reclasseringsinstelling. In het laatste geval draagt de reclasseringsinstelling er zorg voor dat de stichting in staat is bij het rapport zo gewenst een eigen oordeel te voegen, na overleg met degene die het rapport heeft opgesteld. + +**3.** De stichting kan ook uit eigen beweging of op verzoek van anderen, onder wie de betrokkene, een voorlichtingsrapport als bedoeld in het eerste lid uitbrengen of doen uitbrengen. ### Artikel 10 -Nadat overeenkomstig artikel 59, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering bericht is ontvangen van het bevel tot inverzekeringstelling van een verdachte beslist een reclasseringsinstelling zo spoedig mogelijk: +Nadat overeenkomstig artikel 59, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering bericht is ontvangen van het bevel tot inverzekeringstelling van een verdachte beslist de stichting zo spoedig mogelijk: a. of de verdachte door een reclasseringswerker wordt bezocht, en b. of een rapport wordt uitgebracht als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, mede met het oog op alternatieven voor een eventuele voorlopige hechtenis. ### Artikel 11 -**1.** De directeur van een penitentiaire inrichting bericht een reclasseringsinstelling zo spoedig mogelijk omtrent de binnenkomst van een gedetineerde in de inrichting. +**1.** De directeur van een penitentiaire inrichting bericht de stichting zo spoedig mogelijk omtrent de binnenkomst van een gedetineerde in de inrichting. -**2.** De directeur van een penitentiaire inrichting bericht een reclasseringsinstelling zo spoedig mogelijk maar tenminste vier weken van te voren omtrent de datum van ontslag van een gedetineerde, die bij zijn ontslag een werkelijke straftijd zal hebben ondergaan van meer dan drie maanden en die gehouden is medewerking te verlenen aan reclasseringstoezicht. Gelijke verplichting geldt indien de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld of achterwege blijft krachtens rechterlijke beslissing. +**2.** De directeur van een penitentiaire inrichting bericht de stichting zo spoedig mogelijk maar tenminste vier weken van te voren omtrent de datum van ontslag van een gedetineerde, die bij zijn ontslag een werkelijke straftijd zal hebben ondergaan van meer dan drie maanden en die hetzij krachtens rechterlijk vonnis of voorwaardelijke gratie, hetzij op eigen verzoek hulp en steun van reclasseringswege dient te ontvangen. Gelijke verplichting geldt indien de vervroegde invrijheidstelling wordt uitgesteld of achterwege blijft krachtens rechterlijke beslissing. ### Artikel 12 -**1.** Een reclasseringsinstelling brengt, indien opdracht is gegeven toezicht te houden op de naleving van bij of krachtens de wet opgelegde voorwaarden, een rapport over de daarmee verband houdende bemoeiingen uit aan Onze Minister, de rechter of de officier van justitie. Het rapport bevat een advies over de maatregelen waartoe het aanleiding zou kunnen geven. +**1.** De stichting draagt er zorg voor dat, indien opdracht is gegeven tot het verlenen van hulp en steun terzake van de naleving van bijzondere voorwaarden, op verzoek een rapport over de daarmee verband houdende bemoeiingen wordt uitgebracht aan Onze Minister, de rechter of de officier van justitie. -**2.** +**2.** Het rapport wordt uitgebracht door de stichting of een reclasseringsinstelling. Artikel 9, tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. -Aan het rapport wordt door de reclasseringsinstelling een advies terzake toegevoegd, indien het rapport naar haar oordeel aanleiding zou kunnen geven tot een van de navolgende maatregelen: +**3.** + +Aan het rapport wordt door de stichting of door de reclasseringsinstelling een advies terzake toegevoegd, indien het rapport naar haar oordeel aanleiding zou kunnen geven tot een van de navolgende maatregelen: a. het instellen van een vordering als bedoeld in artikel 14f of 14g van het Wetboek van Strafrecht; b. het intrekken of wijzigen van het koninklijk besluit, waarbij onder voorwaarden gratie is verleend; @@ -133,7 +142,7 @@ c. het intrekken van een voorwaardelijke beslissing door een vreemde staat, van ### Artikel 13 -De in de hoofdstukken 14, 16 en 17 van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden aan de reclassering opgedragen werkzaamheden worden door een reclasseringsinstelling verricht. +De in de hoofdstukken 14, 16 en 17 van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden aan de reclassering opgedragen werkzaamheden worden door of onder verantwoordelijkheid van de stichting verricht. ### Artikel 14 @@ -145,46 +154,55 @@ Vervallen ### Artikel 15 -**1.** Een reclasseringsinstelling ontvangt jaarlijks ten laste van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie een subsidie voor de reclasseringswerkzaamheden die door haar of onder haar verantwoordelijkheid worden verricht. +**1.** De stichting ontvangt jaarlijks ten laste van de begroting van het Ministerie van Justitie een subsidie voor de reclasseringswerkzaamheden die door de stichting of onder haar verantwoordelijkheid worden verricht. **2.** Een afzonderlijke subsidie kan worden verleend ten behoeve van de bouw, de inrichting en de uitbreiding van gebouwen ten dienste van de reclassering. **3.** De verlening van subsidie geschiedt voor 1 januari van het subsidiejaar. -**4.** De vaststelling van subsidie geschiedt voor 1 september van het op het subsidiejaar volgende jaar. +**4.** De vaststelling van subsidie geschiedt voor 1 juli van het op het subsidiejaar volgende jaar. ### Paragraaf 4.2. Subsidieverlening ### Artikel 16 -Vervallen +**1.** Voor 1 december van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar nodigt Onze Minister de stichting uit tot het indienen van een voorlopige subsidieaanvraag. + +**2.** Daarbij geeft hij zo mogelijk het bedrag aan dat volgens de meerjarenraming, voorkomend in de toelichting bij de begroting voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, beschikbaar zal zijn voor de reclassering in het subsidiejaar. ### Artikel 17 -Vervallen +**1.** Voor 1 februari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar dient de stichting bij Onze Minister een voorlopige subsidieaanvraag in. + +**2.** + +De voorlopige subsidieaanvraag gaat vergezeld van: + +a. een ontwerp-begroting van uitgaven en inkomsten voor het subsidiejaar en +b. een beleidsplan met de voorgenomen werkzaamheden voor de komende vier jaren, beginnend met het subsidiejaar. ### Artikel 18 -**1.** Voor 1 juli van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar nodigt Onze Minister de reclasseringsinstellingen uit tot het indienen van een subsidieaanvraag. +**1.** Voor 1 mei van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar nodigt Onze Minister de stichting uit tot het indienen van een definitieve subsidieaanvraag. **2.** Daarbij geeft hij aan in hoeverre wijziging is opgetreden of naar verwachting wijziging zal optreden in het voor de reclassering in het subsidiejaar beschikbare bedrag. -**3.** Onze Minister informeert de reclasseringsinstellingen zoveel mogelijk over wijzigingen als bedoeld in het tweede lid die zich daarna voordoen. +**3.** Onze Minister informeert de stichting zoveel mogelijk over wijzigingen als bedoeld in het tweede lid die zich daarna voordoen. ### Artikel 19 -**1.** Voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar dient de reclasseringsinstelling bij Onze Minister een subsidieaanvraag in. +**1.** Voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar dient de stichting bij Onze Minister een definitieve subsidieaanvraag in. -**2.** De reclasseringsinstelling houdt daarbij rekening met de financiële ruimte zoals die door de wetgever is vastgesteld of naar verwachting zal worden vastgesteld. +**2.** De stichting houdt daarbij rekening met de financiële ruimte zoals die door de wetgever is vastgesteld of naar verwachting zal worden vastgesteld. **3.** De subsidieaanvraag gaat vergezeld van: -a. een begroting van uitgaven en inkomsten en +a. een definitieve begroting van uitgaven en inkomsten en b. een activiteitenplan voor het subsidiejaar. -**4.** Het activiteitenplan, bedoeld in het derde lid, wordt afgestemd op de behoefte aan reclasseringswerkzaamheden binnen de diverse arrondissementen en van opdrachtgevers. +**4.** Het activiteitenplan, bedoeld in het derde lid, wordt afgestemd op de behoefte aan reclasseringswerkzaamheden binnen de diverse arrondissementen en de hofressorten. ### Artikel 20 @@ -192,39 +210,43 @@ b. een activiteitenplan voor het subsidiejaar. **2.** In het besluit wordt in ieder geval aangegeven welke categorieën van activiteiten in welke omvang en volgens welke berekeningswijze ten hoogste voor subsidiëring in aanmerking zullen komen. +**3.** In het besluit kan tevens worden bepaald op welke wijze voorschotten worden verleend. + ### Artikel 21 -**1.** De reclasseringsinstelling voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. +**1.** De stichting voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. **2.** De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard. ### Artikel 22 -**1.** Indien gedurende het subsidiejaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de reclasseringsinstelling daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. +**1.** Indien gedurende het subsidiejaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de stichting daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. -**2.** De reclasseringsinstelling geeft Onze Minister zo spoedig mogelijk tevens kennis van omstandigheden die hetzij van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de subsidie, hetzij aanleiding kunnen geven tot een wijziging van de subsidieverlening. +**2.** De stichting geeft Onze Minister zo spoedig mogelijk tevens kennis van omstandigheden die hetzij van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de subsidie, hetzij aanleiding kunnen geven tot een wijziging van de subsidieverlening. ### Artikel 23 -De reclasseringsinstelling kan Onze Minister verzoeken de subsidieverlening te wijzigen. +De stichting kan Onze Minister verzoeken de subsidieverlening te wijzigen. ### Artikel 24 **1.** -Zolang de subsidie niet overeenkomstig artikel 27 is vastgesteld, kan Onze Minister de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de reclasseringsinstelling wijzigen indien: +Zolang de subsidie niet overeenkomstig artikel 27 is vastgesteld, kan Onze Minister de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de stichting wijzigen indien: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; -b. de reclasseringsinstelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorschriften; -c. de reclasseringsinstelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; -d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de reclasseringsinstelling dit wist of behoorde te weten; of +b. de stichting niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden voorschriften; +c. de stichting onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; +d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de stichting dit wist of behoorde te weten; of e. een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. **2.** De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. ### Artikel 25 -Zolang de subsidie niet overeenkomstig artikel 27 is vastgesteld, kan Onze Minister de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de reclasseringsinstelling wijzigen: +**1.** + +Zolang de subsidie niet overeenkomstig artikel 27 is vastgesteld, kan Onze Minister de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de stichting wijzigen: a. voor zover de subsidieverlening onjuist is; of b. voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten. @@ -233,7 +255,7 @@ b. voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwege ### Artikel 26 -**1.** Voor 1 juni van het op het subsidiejaar volgende jaar dient de reclasseringsinstelling bij Onze Minister de aanvraag in voor de vaststelling van het subsidiebedrag. +**1.** Voor 1 mei van het op het subsidiejaar volgende jaar dient de stichting bij Onze Minister de aanvraag in voor de definitieve vaststelling van het subsidiebedrag. **2.** @@ -241,25 +263,27 @@ De aanvraag gaat vergezeld van: a. een jaarrekening, b. een verslag van de in dat jaar verrichte activiteiten en -c. een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening en het verslag, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. +c. een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening en het verslag, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. ### Artikel 27 -Voor 1 oktober van het op het subsidiejaar volgende jaar stelt Onze Minister het definitieve subsidiebedrag vast. +**1.** Voor 1 juli van het op het subsidiejaar volgende jaar stelt Onze Minister het definitieve subsidiebedrag vast. + +**2.** Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. ### Artikel 28 **1.** -Onze Minister kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de reclasseringsinstelling wijzigen: +Onze Minister kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de stichting wijzigen: a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan hij bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld; -b. indien de subsidievaststelling onjuist was en de reclasseringsinstelling dit wist of behoorde te weten; -c. indien de reclasseringsinstelling na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan aan de subsidie verbonden verplichtingen. +b. indien de subsidievaststelling onjuist was en de stichting dit wist of behoorde te weten; +c. indien de stichting na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan aan de subsidie verbonden verplichtingen. **2.** De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. -**3.** De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de reclasseringsinstelling worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, sinds de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan. +**3.** De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de stichting worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, sinds de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan. ## Hoofdstuk 5. Klachtenregeling @@ -267,23 +291,19 @@ c. indien de reclasseringsinstelling na de subsidievaststelling niet heeft volda **1.** Er is een commissie, belast met de behandeling van klachten over het uitvoeren of nalaten van reclasseringswerkzaamheden. -**2.** De klachtencommissie bestaat uit een oneven aantal leden, die worden benoemd door Onze Minister. Bestuursleden en werknemers van de reclasseringsinstellingen kunnen geen lid van de klachtencommissie zijn. +**2.** De klachtencommissie bestaat uit een oneven aantal leden, die worden benoemd door de stichting. Bestuursleden van de stichting en werknemers van de landelijke stichting of van een reclasseringsinstelling kunnen geen lid van de klachtencommissie zijn. **3.** De klachtencommissie houdt zitting in elk van de ressorten van de gerechtshoven, volgens regels door de commissie te stellen bij reglement van orde. -**4.** Onze Minister voorziet in het secretariaat van de klachtencommissie. +**4.** De stichting voorziet in het secretariaat van de klachtencommissie. ### Artikel 30 **1.** Degene ten aanzien van wie reclasseringswerkzaamheden zijn verricht of ten onrechte zijn nagelaten, kan bij de klachtencommissie een klacht indienen over het uitvoeren of nalaten van reclasseringswerkzaamheden. -**2.** Alvorens een klacht kan worden ingediend bij de klachtencommissie, wordt een klacht ingediend bij de leidinggevende van de reclasseringsmedewerker tegen wie de klacht zich richt. De klacht wordt bij de leidinggevende ingediend binnen zes weken na de dag waarop de klager kennis heeft gekregen van het handelen of nalaten waarover hij zich wenst te beklagen. De leidinggevende onderzoekt de klacht en probeert tot een voor de klager aanvaardbare oplossing te komen. +**2.** De klacht wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop de klager kennis heeft gekregen van het handelen of nalaten waarover hij zich wenst te beklagen. -**3.** De leidinggevende bericht de klager zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen zes weken na ontvangst van de klacht, over de afdoening daarvan. Deze termijn van zes weken kan door de leidinggevende eenmaal met ten hoogste zes weken worden verlengd. De leidinggevende doet hiervan schriftelijk mededeling aan de klager en de aangeklaagde. - -**4.** Een klacht kan worden ingediend bij de klachtencommissie binnen zes weken na de dag waarop de termijn van zes weken, bedoeld in het derde lid, dan wel de verlenging van deze termijn met ten hoogste zes weken, is verlopen. - -**5.** Een na afloop van de termijn ingediende klacht wordt toch in behandeling genomen, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest. +**3.** Een na afloop van de termijn ingediende klacht wordt toch in behandeling genomen, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest. ### Artikel 31 @@ -313,7 +333,7 @@ c. indien de reclasseringsinstelling na de subsidievaststelling niet heeft volda ### Artikel 34 -**1.** De toezichthoudende ambtenaren hebben voor de uitoefening van hun taak vrije toegang tot de vestigingsplaatsen van de reclasseringsinstellingen. Een woning betreden zij niet zonder toestemming van de bewoner. +**1.** De toezichthoudende ambtenaren hebben voor de uitoefening van hun taak vrije toegang tot de vestigingsplaatsen van de stichting en van de reclasseringsinstellingen. Een woning betreden zij niet zonder toestemming van de bewoner. **2.** Zij zijn bevoegd zich te doen vergezellen door daartoe door hen aangewezen personen. @@ -321,7 +341,7 @@ c. indien de reclasseringsinstelling na de subsidievaststelling niet heeft volda ### Artikel 35 -De reclasseringsinstellingen en de daarbij werkzame medewerkers zijn verplicht aan de toezichthoudende ambtenaren de inlichtingen en de medewerking te verschaffen die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun bevoegdheden. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit. +De stichting, de reclasseringsinstellingen en de daarbij werkzame medewerkers zijn verplicht aan de toezichthoudende ambtenaren de inlichtingen en de medewerking te verschaffen die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun bevoegdheden. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit. ### Artikel 36 @@ -335,7 +355,11 @@ Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit besluit en daarbij de besch ### Artikel 38 -Indien een instelling erkend is op grond van artikel 4, eerste lid, van dit besluit, zoals dit luidde voordat het ingevolge het besluit van 4 december 2003 tot wijziging van de Reclasseringsregeling 1995 in verband met de reorganisatie van de reclassering (Stb. 511) werd gewijzigd, geldt deze erkenning als erkenning op grond van artikel 4, eerste lid. +**1.** Indien een instelling als bedoeld in artikel 4 op het moment van inwerkingtreding van dit besluit erkend is op grond van artikel 6 van de Reclasseringsregeling 1986, geldt deze erkenning als erkenning op grond van artikel 4, eerste lid, van de onderhavige regeling. + +**2.** In afwijking van de artikelen 26 tot en met 28 geschiedt de vaststelling van de subsidie voor het subsidiejaar 1994 op de voet van de Reclasseringsregeling 1986, zoals deze luidde op de dag voordat deze ingevolge het onderhavige besluit wordt ingetrokken. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere overgangsregels worden gesteld. ### Artikel 39