2012-01-01 | BWBR0013816 | Wet inzake de geldtransactiekantoren

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent 0173dc4f08
commit 4d231b1eaf

View file

@ -73,8 +73,8 @@ Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op:
a. degene die als geldtransactiekantoor is ingeschreven in het register als bedoeld in deze wet;
b. De Nederlandsche Bank N.V.;
c. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:11 of 2:20 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen;
d. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:15, 2:18 of 2:19 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen, voorzover het hen op grond van artikel 3:39 is toegestaan in Nederland werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten;
c. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:11 of 2:20 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen;
d. financiële ondernemingen die ingevolge 2:15 of 2:18 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen, voorzover het hen op grond van artikel 3:39 is toegestaan in Nederland werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten;
e. financiële instellingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen, voorzover het hen op grond van artikel 2:25, 2:26, onderscheidenlijk 3:110, van die wet is toegestaan in Nederland werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten.
### Artikel 4
@ -159,7 +159,7 @@ b. geldtransactiekantoren waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 4 is ver
c. geldtransactiekantoren waarop een vrijstelling als bedoeld in artikel 4 van toepassing is;
d. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze handelt in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels, alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van deze wet heeft en teneinde na te gaan of de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen worden nageleefd.
**2.** Onze Minister kan van ieder ingeschreven geldtransactiekantoor en van iedere financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van kredietinstelling of financiële instelling mag uitoefenen, inlichtingen verlangen betreffende de door dat kantoor of die onderneming met een geldtransactiekantoor of met een kredietinstelling of financiële instelling verrichte transacties, voorzover dat voor de vervulling van zijn bij deze wet opgelegde taak redelijkerwijs nodig is.
**2.** Onze Minister kan van ieder ingeschreven geldtransactiekantoor en van iedere financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank of financiële instelling mag uitoefenen, inlichtingen verlangen betreffende de door dat kantoor of die onderneming met een geldtransactiekantoor of met een bank of financiële instelling verrichte transacties, voorzover dat voor de vervulling van zijn bij deze wet opgelegde taak redelijkerwijs nodig is.
**3.** Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen de door Onze Minister te stellen redelijke termijn.