From 4d3a196ec0d0bfa4a545079db4843b5683afb633 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-01-01 | BWBR0018238 | Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid --- .../BWBR0018238/README.md | 152 +++++++++--------- 1 file changed, 79 insertions(+), 73 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-brede-doeluitkering-sociaal-integratie-en-veiligheid/BWBR0018238/README.md b/amvb/besluit-brede-doeluitkering-sociaal-integratie-en-veiligheid/BWBR0018238/README.md index e1e18b70294..b8f1af9ec2f 100644 --- a/amvb/besluit-brede-doeluitkering-sociaal-integratie-en-veiligheid/BWBR0018238/README.md +++ b/amvb/besluit-brede-doeluitkering-sociaal-integratie-en-veiligheid/BWBR0018238/README.md @@ -33,8 +33,22 @@ k. volwasseneneducatie: onderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1., eerste lid, van l. ontwikkelingsprogramma: het meerjaren ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 5, tweede lid; m. volwassen veelpleger: een persoon van 18 jaar of ouder tegen wie meer dan tien processen-verbaal wegens een misdrijf zijn opgemaakt; n. jeugdige veelpleger: een persoon van 12 tot en met 17 jaar tegen wie meer dan vijf processen-verbaal wegens een misdrijf zijn opgemaakt; -o. inburgeringsdeel: het deel van de uitkering dat afkomstig is uit de middelen voor de inburgering van nieuwkomers en voor de inburgering van oudkomers; -p. programmadeel: het andere deel van de uitkering dan het inburgeringsdeel. +o. inburgeringsdeel: het deel van de uitkering dat afkomstig is uit de middelen voor de inburgering van nieuwkomers en voor de inburgering van oudkomers, gedurende 2005 en 2006; +p. programmadeel: het andere deel van de uitkering dan het inburgeringsdeel; +q. inburgeringsplichtige: de inburgeringsplichtige, bedoeld in de artikelen 19, eerste en tweede lid, en 20 van de Wet inburgering, aan wie geen lening als bedoeld in artikel 16 van die wet is verstrekt, tenzij die lening is terugbetaald; +r. Nederlander: de Nederlander, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet inburgering; +s. inburgeraar: de Nederlander of de vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft en onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, van Zwitserland of van een staat wiens onderdanen op grond van bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties geen inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7 van de Wet inburgering kan worden opgelegd, en die + +1°. ouder is dan 15 jaar; +2°. minder dan acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven, en; +3°. niet beschikt over een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering; +4°. niet volledig leerplichtig is, dan wel een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering; +5°. geen overeenkomst heeft afgesloten op grond van de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31, de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31, dan wel het extensieve deel van de Pilot inburgering allochtone vrouwen Taal Totaal; +t. geestelijke bedienaar: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering; +u. inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel j, van het Besluit inburgering; +v. gecombineerde inburgeringsvoorziening: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onderdeel k, van het Besluit inburgering; +w. handhavingsbeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 26 van de Wet inburgering, die niet tevens is gegeven op grond van artikel 22, tweede lid, van die wet; +x. kennisgeving: de schriftelijke informatieverstrekking op grond van artikel 5.3, derde lid, van het Besluit inburgering. **2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, loopt de GSB III periode voor de gemeente Sittard-Geleen van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009. @@ -55,7 +69,7 @@ b. de uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, eerste lid, en 15 van de Wet inburger De uitkering wordt berekend volgens de formule: -A x I + B x J + C x K + D x L + E x M + F x N + G x O + H x P +A x I + B x J + C x K + D x L + E x M + F x N + G x O + H x P + Q in welke formule voorstelt: @@ -89,9 +103,19 @@ N: de middelen voor de inburgering van nieuwkomers die in 2005 en in 2006 vanuit O: de middelen voor de inburgering van oudkomers die in 2005 en in 2006 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld; -P: de extra middelen voor veiligheid die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld. +P: de extra middelen voor veiligheid die gedurende de GSB III periode vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld; -**2.** De procentuele aandelen van de gemeente, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald volgens de bij regeling van Onze Minister vastgestelde berekeningswijze. +Q: het aandeel van de gemeente in de middelen voor inburgering die gedurende 2007, 2008 en 2009 vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting voor de uitkering ter beschikking worden gesteld. + +**2.** + +Bij of krachtens regeling van Onze Minister wordt de berekeningswijze vastgesteld volgens welke: + +a. de procentuele aandelen van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, onder de letters A tot en met H, worden bepaald; +b. het aandeel van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, onder letter Q, wordt bepaald, met dien verstande dat dit aandeel zal bestaan uit: + +1°. een vast deel, en +2°. een deel dat wordt berekend op de grondslag van door de gemeente gerealiseerde prestaties, vermenigvuldigd met de bijbehorende bijdragevergoedingen, waarvan de hoogte per kalenderjaar kan verschillen. **3.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het bedrag van de aan de gemeente Sittard-Geleen te verstrekken uitkering bij regeling van Onze Minister afzonderlijk vastgesteld. @@ -103,6 +127,8 @@ P: de extra middelen voor veiligheid die gedurende de GSB III periode vanuit hoo **3.** Een aanvraag tot verlening van de drie brede doeluitkeringen van het Grotestedenbeleid die door het college van burgemeester en wethouders voor de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt mede als een aanvraag tot verlening van de uitkering aangemerkt. +**4.** Het college van burgemeester en wethouders dient voor 15 april 2007 een aanvraag in tot verlening van het aandeel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel Q. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 6 **1.** Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een prognose van het aantal oudkomers dat in 2005 en 2006 een inburgeringsprogramma voor oudkomers zal starten. @@ -127,10 +153,16 @@ i. de aanpak van overgewicht onder personen van 0 tot 19 jaar; j. de aanpak van gezondheidsachterstanden anders dan bedoeld onder i; k. de doorstroming in de maatschappelijke opvang, indien de gemeente behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid; l. de capaciteit in de vrouwenopvang, indien de gemeente behoort tot de centrumgemeenten voor vrouwenopvang; -m. het bereik van de ambulante verslavingszorg, indien de gemeente behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, en; -n. de maatschappelijke opvang anders dan bedoeld onder k tot en met m, indien de gemeente behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid. +m. het bereik van de ambulante verslavingszorg, indien de gemeente behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid; +n. de maatschappelijke opvang anders dan bedoeld onder k tot en met m, indien de gemeente behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid; +o. inburgering van inburgeringsplichtigen en inburgeraars, te weten: -**2.** De resultaten ten aanzien van de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met n, worden geformuleerd met inachtneming van de bij regeling van Onze Minister vast te stellen indicatoren. Bij de regeling van Onze Minister worden de categorieën van middelen van het programmadeel, percentsgewijs toegedeeld aan één of meer indicatoren. +1°. het aantal inburgeringsplichtigen en inburgeraars ten behoeve van wie voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening of een gecombineerde inburgeringsvoorziening zal worden vastgesteld; +2°. het aantal inburgeringsplichtigen aan wie een handhavingsbeschikking zal worden bekendgemaakt dan wel een kennisgeving zal worden verstrekt; +3°. het aantal inburgeringsplichtigen en inburgeraars, tevens zijnde geestelijke bedienaar, ten behoeve van wie voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening zal worden vastgesteld; +4°. het aantal inburgeringsplichtigen en inburgeraars dat op 1 januari 2007 deelneemt aan opleidingen educatie, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede de omvang van het bedrag dat benodigd is om deze opleidingen educatie gedurende het jaar 2007 te bekostigen. + +**2.** De resultaten ten aanzien van de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met o, worden geformuleerd met inachtneming van de bij regeling van Onze Minister vast te stellen indicatoren. Bij de regeling van Onze Minister worden de categorieën van middelen van het programmadeel, percentsgewijs toegedeeld aan één of meer indicatoren. **3.** Indien ten aanzien van een of meer onderdelen geen resultaten worden vastgesteld, bevat het ontwikkelingsprogramma daarvoor een motivering en worden de krachtens het tweede lid aan de desbetreffende indicatoren toegedeelde percentages naar rato toegedeeld aan de overige indicatoren. @@ -155,9 +187,19 @@ d. sociale kwaliteit. **2.** In een geval als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt de datum van inwerkingtreding van dit besluit aangemerkt als het tijdstip van de ontvangst van de aanvraag. -**3.** De beschikking tot verlening van de uitkering vermeldt de wijze waarop het bedrag van de uitkering wordt bepaald. +**3.** Onze Minister neemt een beschikking tot verlening van onderdeel Q, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de uitkering binnen acht weken na het tijdstip waarop de aanvraag door hem is ontvangen. -**4.** De uitkering wordt verleend onder de voorwaarde dat door de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. +**4.** + +De beschikking tot verlening van de uitkering vermeldt de wijze waarop het bedrag van de uitkering wordt bepaald. Voor het bepalen van de hoogte van onderdeel Q, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de uitkering wordt met betrekking tot: + +a. het deel, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, een vast bedrag vermeld, bestaande uit: + +1°. het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel o, onder 4°; +2°. een door Onze Minister te bepalen bedrag ten behoeve van de door de gemeente te verstrekken informatie aan (potentiële) inburgeringsplichtigen omtrent het inburgeringsstelsel van de Wet inburgering; +b. het deel, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, in plaats van de bijdragevergoedingen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, uitgegaan van voorschotvergoedingen, waarvan de hoogte wordt bepaald volgens bij regeling van Onze Minister te stellen regels. + +**5.** De uitkering wordt verleend onder de voorwaarde dat door de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. ### Artikel 10 @@ -178,13 +220,11 @@ b. de verstrekking van gegevens aan Onze Minister over de uitvoering van het ont ### Artikel 13 -**1.** Artikel 10a, vierde lid, van de Welzijnswet 1994, en de krachtens dat artikellid vastgestelde ministeriële regelingen zijn van toepassing met dien verstande dat in dat artikellid voor «Een gemeente waaraan een uitkering als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verstrekt» wordt gelezen: Een gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid of voor vrouwenopvang, bedoeld in artikel 1, onderdelen f en g, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid. +**1.** Artikel 20, vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning, en de krachtens dat artikellid vastgestelde ministeriële regelingen zijn van toepassing met dien verstande dat in dat artikellid voor «Een gemeente waaraan een uitkering als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verstrekt» wordt gelezen: Een gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid of voor vrouwenopvang, bedoeld in artikel 1, onderdelen f en g, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid. -**2.** Artikel 10a, vijfde lid, van de Welzijnswet 1994, en de krachtens dat artikellid vastgestelde ministeriële regelingen zijn van toepassing met dien verstande dat in dat artikellid voor «Het gemeentebestuur van een gemeente waaraan een uitkering als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt verstrekt» wordt gelezen: Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid of voor vrouwenopvang, bedoeld in artikel 1, onderdelen f en g, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid. +**2.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid of tot de centrumgemeenten voor vrouwenopvang overlegt over de aanwending van de uitkering met de colleges van burgemeester en wethouders van de omringende gemeenten. -**3.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid of tot de centrumgemeenten voor vrouwenopvang overlegt over de aanwending van de uitkering met de colleges van burgemeester en wethouders van de omringende gemeenten. - -**4.** De door de gemeente uit de uitkering bekostigde voorzieningen op het terrein van maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid en van vrouwenopvang zijn toegankelijk voor iedereen die in Nederland woont. +**3.** De door de gemeente uit de uitkering bekostigde voorzieningen op het terrein van maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid en van vrouwenopvang zijn toegankelijk voor iedereen die in Nederland woont. ### Artikel 14 @@ -248,7 +288,7 @@ b. het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeenten voor maats **2.** Het college van burgemeester en wethouders zendt een wijziging binnen vier weken na vaststelling, toe aan Onze Minister. -**3.** Onze Minister kan vanwege het gewijzigde ontwikkelingsprogramma het verleende programmadeel verlagen. +**3.** Binnen tien weken na de ontvangst ervan besluit Onze Minister of de wijziging van het ontwikkelingsprogramma kan worden bekrachtigd. Indien het gewijzigde ontwikkelingsprogramma wordt bekrachtigd, kan Onze Minister tevens besluiten het verleende programmadeel te verlagen. **4.** De verlaging geschiedt naar evenredigheid van de krachtens artikel 7, tweede lid en derde lid, en artikel 16, derde lid, vastgestelde verdeling over de indicatoren. @@ -306,50 +346,13 @@ Het college van burgemeester en wethouders dient voor 1 april 2009 bij Onze Min **1.** Het college van burgemeester en wethouders dient voor 15 juli 2010 bij Onze Minister een aanvraag in tot vaststelling van het programmadeel. -**2.** Bij de aanvraag wordt een verantwoordingsverslag gevoegd. Het verslag bevat een vergelijking van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten met de bereikte resultaten. Het verslag gaat vergezeld van het rapport van bevindingen, bedoeld in het zevende lid. +**2.** Bij de beoordeling van de aanvraag wordt gebruik gemaakt van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. -**3.** Indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn bereikt, vermeldt het verslag wat daarvan de oorzaak is en de door het gemeentebestuur verrichte inspanningen om dit zoveel mogelijk te voorkomen. +**3.** Indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn behaald en het gemeentebestuur een verzoek doet als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, neemt zij in het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in het vierde lid, de verdeling van die besteding over die resultaten op. -**4.** Bij de aanvraag wordt tevens een verslag over de besteding van de verleende voorschotten gevoegd dat vergezeld gaat van de accountantsverklaring, bedoeld in het achtste lid. In het verslag worden de bestedingen aan omzetbelasting die recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds apart vermeld. +**4.** Onze Minister stelt binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag het bedrag van het programmadeel vast. -**5.** Indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn behaald en het gemeentebestuur een verzoek doet als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, neemt zij in het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in het vierde lid, de verdeling van die besteding over die resultaten op. - -**6.** - -De gemeenteraad wijst één of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met: - -a. de controle op het verantwoordingsverslag, bedoeld in het tweede lid; -b. de controle op het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in het vierde lid; -c. het uitbrengen van het rapport van bevindingen, bedoeld in het zevende lid, en -d. de verstrekking van de accountantsverklaring, bedoeld in het achtste lid. - -**7.** - -Het rapport van bevindingen bij de controle op het verantwoordingsverslag, bedoeld in het tweede lid, bevat in ieder geval bevindingen over: - -a. de vraag of het gemeentelijk registratiesysteem, bedoeld in artikel 12, onderdeel a, een betrouwbare registratie van het bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten mogelijk maakt; -b. afwijkingen tussen de aan het gemeentelijk registratiesysteem, bedoeld in artikel 12, onderdeel a, ontleende gegevens en de in het verantwoordingsverslag, bedoeld in het tweede lid, opgenomen gegevens, en -c. het verantwoordingsverslag is opgesteld in overeenstemming met de krachtens het negende lid, onderdeel a, te stellen regels. - -**8.** - -De accountantsverklaring geeft op grond van de uitgevoerde controle aan of: - -a. het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in het vierde lid, een getrouw beeld geven van die besteding; -b. de bestedingen van de verleende voorschotten rechtmatig tot stand zijn gekomen, en -c. het verslag over de besteding van de verleende voorschotten is opgesteld in overeenstemming met de krachtens het negende lid, onderdeel b, te stellen regels. - -**9.** - -Bij regeling van Onze Minister worden regels gegeven omtrent: - -a. de inhoud en de inrichting van het verantwoordingsverslag, bedoeld in het tweede lid; -b. de inhoud en de inrichting van het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in het vierde lid; -c. de werkzaamheden van de accountant, bedoeld in het zesde lid. - -**10.** Onze Minister stelt binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag het bedrag van het programmadeel vast. - -**11.** De termijn, bedoeld in het tiende lid, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister de gemeente mededeelt dat hij voornemens is om toepassing te geven aan artikel 26, eerste lid, tot de dag waarop hij het verslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, heeft ontvangen. +**5.** De termijn, bedoeld in het tiende lid, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister de gemeente mededeelt dat hij voornemens is om toepassing te geven aan artikel 26, eerste lid, tot de dag waarop hij het verslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, heeft ontvangen. ### Artikel 25 @@ -359,41 +362,44 @@ c. de werkzaamheden van de accountant, bedoeld in het zesde lid. ### Artikel 26 -**1.** Indien uit het verslag, bedoeld in artikel 24, tweede lid, blijkt dat de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn bereikt, kan Onze Minister een periode voor het gemeentebestuur vaststellen om de ontbrekende resultaten alsnog te realiseren. +**1.** Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, blijkt dat de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn bereikt, kan Onze Minister een periode voor het gemeentebestuur vaststellen om de ontbrekende resultaten alsnog te realiseren. -**2.** Het college van burgemeester en wethouders zendt aan Onze Minister na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, binnen een door hem te bepalen termijn een verantwoordingsverslag over de realisatie van de ontbrekende resultaten, bedoeld in het eerste lid. Artikel 24 tweede, zevende lid, het krachtens het negende lid, onderdeel a, bepaalde en het krachtens artikel 24, negende lid, onderdeel c, met betrekking tot de accountantscontrole op het verantwoordingsverslag bepaalde, zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** Het college van burgemeester en wethouders zendt aan Onze Minister na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, binnen een door hem te bepalen termijn een verantwoordingsverslag over de realisatie van de ontbrekende resultaten, bedoeld in het eerste lid. Dat verantwoordingsverslag wordt vormgegeven volgens het model, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. -**3.** Indien uit het verslag, bedoeld in artikel 24, vierde lid, blijkt dat een deel van de verleende voorschotten niet is besteed aan de bestedingsdoeleinden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt bij het verantwoordingsverslag tevens een verslag over de besteding van dat deel gevoegd. Artikel 24 vierde lid, vijfde lid, achtste lid, het krachtens het negende lid, onderdeel b bepaalde en het krachtens artikel 24, negende lid, onderdeel c, met betrekking tot de accountantscontrole op het verslag van de besteding van de verleende voorschotten bepaalde, zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** Indien een deel van de verleende voorschotten niet is besteed aan de bestedingsdoeleinden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt bij de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, tevens verantwoordingsinformatie gevoegd over de besteding van dat deel. ### Artikel 27 -**1.** Onze Minister stelt het programmadeel overeenkomstig de verlening vast. +**1.** Onze Minister stelt het programmadeel overeenkomstig de verlening vast, met dien verstande dat bij het vaststellen van onderdeel Q, bedoeld in artikel 4, eerste lid, de door de gemeente behaalde resultaten worden betrokken met inachtneming van de bij regeling van Onze Minister vast te stellen berekeningswijze en de voorschotvergoedingen, bedoeld in artikel 9, vierde lid, worden vervangen door de bijdragevergoedingen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2°. **2.** -Onze Minister kan het programmadeel in afwijking van het eerste lid lager vaststellen, indien: +Onze Minister stelt het programmadeel in afwijking van het eerste lid lager vast, indien: -a. uit het verslag, bedoeld in artikel 24, tweede lid, of uit het verslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijkt dat de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn bereikt; +a. uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, of uit het verslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijkt dat de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten niet volledig zijn bereikt; b. het gemeentebestuur niet heeft voldaan aan de ingevolge artikel 12 aan de verlening van de uitkering verbonden verplichtingen, of -c. de gemeente verleende voorschotten voor een ander doel heeft aangewend dan voor de activiteiten, bedoeld in artikel 20, zesde lid. +c. de gemeente verleende voorschotten voor een ander doel heeft aangewend dan voor de activiteiten, bedoeld in artikel 20, zesde lid; +d. de door de gemeente gerealiseerde resultaten en de uitkomst van de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, daartoe aanleiding geven. -**3.** Onze Minister geeft geen toepassing aan het tweede lid, onderdeel a, indien de gemeente in het verslag, bedoeld in artikel 24, tweede lid, dan wel in het verslag, bedoeld in artikel 26, derde lid, naar zijn oordeel genoegzaam heeft aangetoond dat het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten haar niet kan worden toegerekend. +**3.** Onze Minister geeft geen toepassing aan het tweede lid, onderdeel a, indien de gemeente in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, dan wel in het verslag, bedoeld in artikel 26, derde lid, naar zijn oordeel genoegzaam heeft aangetoond dat het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten haar niet kan worden toegerekend. **4.** De lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, geschiedt naar evenredigheid van de krachtens artikel 7, tweede lid en derde lid, en artikel 16, derde lid, vastgestelde verdeling over de indicatoren. -**5.** Onze Minister kan in afwijking van het vierde lid de lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, op verzoek van het gemeentebestuur, bepalen aan de hand van de relatieve verdeling van de besteding van de verleende voorschotten over de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten ten aanzien van de indicatoren, zoals die in het verslag, bedoeld in artikel 24, vierde lid, dan wel in het verslag, bedoeld in artikel 26, derde lid, is opgenomen. Ten behoeve van de lagere vaststelling past hij de hierbedoelde relatieve verdeling toe op het totaal van de verleende rijksbijdrage. +**5.** Behalve ten aanzien van onderdeel Q, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan Onze Minister in afwijking van het vierde lid de lagere vaststelling van het programmadeel ingevolge het tweede lid, onderdeel a, op verzoek van het gemeentebestuur, bepalen aan de hand van de relatieve verdeling van de besteding van de verleende voorschotten over de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten ten aanzien van de indicatoren, zoals die de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, en in artikel 26, derde lid, is opgenomen. Ten behoeve van de lagere vaststelling past hij de hierbedoelde relatieve verdeling toe op het totaal van de verleende rijksbijdrage. **6.** Het programmadeel kan in afwijking van het eerste lid, volgens bij regeling van Onze Minister vast te stellen regels, hoger worden vastgesteld, indien het gemeentebestuur de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten heeft overtroffen en dit naar zijn oordeel aan het gemeentebestuur kan worden toegerekend. -**7.** De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag van het programmadeel. +**7.** In afwijking van het zesde lid wordt onderdeel Q, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het programmadeel hoger vastgesteld indien de door de gemeente gerealiseerde resultaten en de uitkomst van de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, daartoe aanleiding geven. -**8.** Het bedrag van het programmadeel wordt overeenkomstig de vaststelling betaald onder verrekening van betaalde voorschotten op het programmadeel. +**8.** De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag van het programmadeel. -**9.** Het bedrag van het programmadeel wordt binnen vier weken na de vaststelling betaald. +**9.** Het bedrag van het programmadeel wordt overeenkomstig de vaststelling betaald onder verrekening van betaalde voorschotten op het programmadeel. -**10.** Onze Minister geeft geen toepassing aan het tweede lid, onderdeel a, dan nadat hij het oordeel van een deskundige heeft gevraagd ten aanzien van de in het verslag opgenomen redengeving voor het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten. Onze Minister wijst niet eerder een deskundige aan dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord. +**10.** Het bedrag van het programmadeel wordt binnen vier weken na de vaststelling betaald. -**11.** Het tiende lid vindt geen toepassing indien het college van burgemeester en wethouders een daartoe strekkend verzoek aan Onze Minister heeft gedaan. +**11.** Onze Minister neemt geen beslissing als bedoeld in het derde lid, geen toepassing te geven aan het tweede lid, onderdeel a, dan nadat hij het oordeel van een deskundige heeft gevraagd ten aanzien van de in het verslag opgenomen redengeving voor het niet volledig bereiken van de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten. Onze Minister wijst niet eerder een deskundige aan dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord. + +**12.** Het elfde lid vindt geen toepassing indien het college van burgemeester en wethouders een daartoe strekkend verzoek aan Onze Minister heeft gedaan. ### Artikel 28 @@ -403,11 +409,11 @@ Onverschuldigd betaalde voorschotten op het programmadeel kunnen worden teruggev **1.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verstrekt desgevraagd inlichtingen omtrent de besteding van de verleende voorschotten en de realisatie van de in het ontwikkelingsplan opgenomen doelstellingen aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren. -**2.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, kunnen ten aanzien van de verslagen, bedoeld in artikel 24, tweede en vierde lid, tevens informatie inwinnen bij de krachtens artikel 24, zesde lid, door de gemeenteraad benoemde accountants. +**2.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, kunnen ten aanzien van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 24, tweede lid, en artikel 26, derde lid, tevens informatie inwinnen bij de in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde accountants. ### Artikel 30 -Wijzigt het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid. +Vervallen ### Artikel 31