2017-01-21 | BWBR0037925 | Meetcode gas RNB

This commit is contained in:
Coornhert 2017-01-21 12:00:00 +00:00
parent 8b78bee66e
commit 4d3d9ca060

View file

@ -177,7 +177,7 @@ Een aansluiting, waarop de aangeslotene conform 4.3.1.3 of 4.3.1.8 van de Alloca
### Artikel 2.3.2
Een aansluiting, waarop de aangeslotene conform 4.3.1.5 of 4.3.1.10 van de Allocatiecode gas de afnamecategorie GXX respectievelijk GIN toegekend heeft gekregen, dient een dagelijks uitleesbare of een uurlijks uitleesbare telemetriegrootverbruikmeetinrichting, zoals beschreven in 4.3.4 te hebben.
Een aansluiting, waarop de aangeslotene conform 4.3.1.5 of 4.3.1.10 van de Allocatiecode gas de afnamecategorie GXX respectievelijk GIN toegekend heeft gekregen, dient een minimaal maandelijks uitleesbare of een uurlijks uitleesbare telemetriegrootverbruikmeetinrichting, zoals beschreven in 4.3.4 te hebben.
### Artikel 2.3.3
@ -262,7 +262,7 @@ Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende vijf aaneengeslote
### Artikel 3.3.1
Een ander dan de regionale netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conform artikel 13d, lid 6 of artikel 13e, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de regionale netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de regionale netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens:
Een ander dan de regionale netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conform artikel 13d, lid 6 of artikel 13e, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de regionale netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de regionale netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens:
a. de EAN-code van de aansluiting;
b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting;
@ -612,7 +612,7 @@ Bij beëindiging van de beheerovereenkomst met de meetverantwoordelijke, bewaart
### Artikel 4.3.3.1
Een meetinrichting registreert de totale op het overdrachtspunt uitgewisselde hoeveelheid gas, uitgedrukt in kubieke meters (m^3) en/of in normaal kubieke meters [m^3(n)]. De standen van elk telwerk zijn ter plaatse van de meetinrichting op elk willekeurig moment afleesbaar.
Een meetinrichting registreert de totale op het overdrachtspunt uitgewisselde hoeveelheid gas, uitgedrukt in kubieke meters (m^3) en/of in normaal kubieke meters [m^3(n)]. De standen van elk telwerk zijn minimaal maandelijks uit- of afleesbaar. De standen van elk telwerk zijn ter plaatse van de meetinrichting op elk willekeurig moment afleesbaar.
#### Paragraaf 4.3.4. Eisen aan telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
@ -669,27 +669,39 @@ De in 5.1.1 bedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen wijziging ervan.
### Artikel 5.2.1
Tenminste eenmaal per jaar, in de zes weken voorafgaande aan de maand die op grond van 2.1.2, onderdeel c, van de Informatiecode Elektriciteit en Gas is opgenomen in het aansluitingenregister, bepaalt de meetverantwoordelijke bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen op profielgrootverbruikaansluitingen de in 4.3.3.1 bedoelde meetgegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers.
Ten minste eenmaal per maand bepaalt de meetverantwoordelijke bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen op profielgrootverbruikaansluitingen de in 4.3.3.1 bedoelde meetgegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers.
### Artikel 5.2.1a
Onverminderd 5.2.1 bepaalt de meetverantwoordelijke bij de meetingrichting op profielgrootverbruikaansluitingen die nog niet maandelijks uit- of afgelezen kunnen worden ten minste eenmaal per jaar, in de zes weken voorafgaande aan de maand die op grond van 2.1.2, onderdeel c, van de Informatiecode elektriciteit en gas is opgenomen in het aansluitingenregister, de in 4.3.3.1 bedoelde meetgegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers.
### Artikel 5.2.2
De in 5.2.1 bedoelde bepaling van de meetgegevens vindt in de regel plaats door uit- of aflezing van de meetinrichting door de meetverantwoordelijke. De meetverantwoordelijke kan van de aangeslotene verlangen dat de aangeslotene zelf de tellerstand opneemt en deze tellerstand op een door de meetverantwoordelijke te bepalen wijze en binnen een door de meetverantwoordelijke aangegeven termijn ter kennis van de meetverantwoordelijke brengt.
De in 5.2.1 en 5.2.1a bedoelde bepaling van de meetgegevens vindt in de regel plaats door uit- of aflezing van de meetinrichting door de meetverantwoordelijke. De meetverantwoordelijke kan van de aangeslotene verlangen dat de aangeslotene zelf de tellerstand opneemt en deze tellerstand op een door de meetverantwoordelijke te bepalen wijze en binnen een door de meetverantwoordelijke aangegeven termijn ter kennis van de meetverantwoordelijke brengt.
### Artikel 5.2.2a
Indien sprake is van dataoverdracht met behulp van pulsen tussen de verschillende onderdelen van de meetinrichting of tussen de meetinrichting en de meetverantwoordelijke, worden in afwijking van het gestelde in 5.2.1 de maandelijkse tellerstanden van de gasmeter, en indien van toepassing van het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument en van het herleid volume van het volumeherleidingsinstrument door de meetverantwoordelijke berekend op basis van deze pulsen.
### Artikel 5.2.3
Indien de meetverantwoordelijke redelijkerwijs niet in staat is de tellerstand van de meetinrichting uit of af te lezen of de aangeslotene niet heeft voldaan aan het verlangen van de meetverantwoordelijke, zoals beschreven in 5.2.2, maakt de meetverantwoordelijke een schatting van de tellerstand(-en).
Indien 5.2.2a van toepassing is, worden ten minste eenmaal per 36 maanden de tellerstanden van de gasmeter, en indien van toepassing van het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument en van het herleid volume van het volumeherleidingsinstrument bepaald door het ter plaatse uit- of aflezen van de meetinrichting door de meetverantwoordelijke. Het eventueel geconstateerde verschil met de op afstand bepaalde standen wordt restvolume genoemd. De oorzaak van het ontstaan van dit restvolume wordt door de meetverantwoordelijke onderzocht. Indien uit dit onderzoek blijkt dat (een deel van) het restvolume naar grote waarschijnlijkheid is ontstaan in een concreet te duiden maand van de afgelopen twaalf maanden, wijst de meetverantwoordelijke (dit deel van) het restvolume toe aan de desbetreffende maand. Het (deel van) het restvolume dat niet kan worden toegewezen aan een concrete maand wordt door de meetverantwoordelijke evenredig toegewezen aan de afgelopen 12 maanden. Indien het geconstateerde verschil zo groot is dat de bepaalde meetgegevens voor de afgelopen 36 maanden niet voldoen aan de eisen gesteld in 4.1.3.3 voor volumemeting en/of capaciteitsmeting, vindt een onderzoek plaats naar de datacollectie en maakt de meetverantwoordelijke een schatting van het werkelijke verbruik gedurende de (vermoedelijke) periode dat de meting onjuist was. Dit verbruik wordt door de meetverantwoordelijke evenredig toegewezen aan de (vermoedelijke) periode dat de meting onjuist was, of, indien deze periode langer dan 12 maanden geleden is, aan de afgelopen 12 maanden.
### Artikel 5.2.3a
Onverminderd 5.2.1 bepaalt de meetverantwoordelijke eenmaal in de 36 maanden bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen die nog niet maandelijks uit- of afgelezen kunnen worden de meetgegevens genoemd in 5.2.1a door aflezing op de meetinrichting bij de aangeslotene en slaat deze meetgegevens op in niet-vluchtige databuffers.
### Artikel 5.2.4
Ten minste eenmaal in de 36 maanden worden de meetgegevens genoemd in 5.2.1 bepaald door aflezing op de meetinrichting bij de aangeslotene door de meetverantwoordelijke en slaat deze meetgegevens op in niet-vluchtige databuffers.
Kennisneming van de in 5.2.1, 5.2.1a, 5.2.2, 5.2.2a, 5.2.3 en 5.2.3a bedoelde meetgegevens is voorbehouden aan die partijen die daartoe op grond van deze regeling, wetgeving en/of rechtsgeldig gesloten overeenkomsten zijn gerechtigd.
### Artikel 5.2.5
De in 5.2.1 en 5.2.4 bedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen wijziging ervan.
De meetverantwoordelijke draagt er zorg voor dat de in 5.2.1, 5.2.1a, 5.2.2, 5.2.2a, 5.2.3 en 5.2.3a bedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen wijziging ervan.
### Artikel 5.2.6
De meetverantwoordelijke bewaart de meetgegevens bedoeld in 5.2.1 en 5.2.4 gedurende een periode van drie jaar.
De meetverantwoordelijke bewaart de meetgegevens bedoeld in 5.2.1, 5.2.1a, 5.2.2, 5.2.3, 5.2.3a gedurende een periode van drie jaar.
### Paragraaf 5.3. Meetgegevensverzameling bij telemetriegrootverbruikmeetinrichtingen
@ -1055,9 +1067,13 @@ Indien de in 6.3.1 bedoelde aanpassing van de bestaande meetinrichting betrekkin
Voor zover in deze code wordt verwezen naar normen en richtlijnen, geldt dat indien een nieuwe versie daarvan wordt vastgesteld, die nieuwe norm of richtlijn geldt. Indien een norm wordt neergelegd in een wettelijke regeling dan wordt deze toegepast zodra deze van kracht wordt.
### Artikel 6.3.3a
In afwijking van 4.3.3.2 geldt voor een profielgrootverbruikeraansluiting die in gebruik is genomen voor de eerste dag van de maand februari 2017 dat tot uiterlijk drie jaar na deze datum de profielgrootverbruikmeetinrichting niet maandelijks uit- of afleesbaar hoeft te zijn.
### Artikel 6.3.4
De Meetvoorwaarden Gas RNB, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
De Meetvoorwaarden Gas RNB, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
### Artikel 6.3.5