2003-12-02 | BWBR0006733 | Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994
This commit is contained in:
parent
6df312fcfa
commit
4dbc586e37
1 changed files with 57 additions and 25 deletions
|
|
@ -20,16 +20,18 @@ Het minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 68, eerste lid
|
|||
|
||||
a. Eerste berekening
|
||||
|
||||
Achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte premies en van de in rekening gebrachte poliskosten, indien en voorzover deze premies en kosten niet meer bedragen dan tien miljoen euro, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten indien en voorzover deze meer bedragen dan tien miljoen euro. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto schaden in het laatste boekjaar; dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
|
||||
Achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, indien en voorzover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 50 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten indien en voorzover deze meer bedragen dan tien miljoen euro. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren; dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
|
||||
b. Tweede berekening
|
||||
|
||||
Zesentwintig procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, indien en voorzover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan zeven miljoen euro, vermeerderd met drieëntwintig procent van deze schaden en toevoeging, indien en voorzover deze meer bedragen dan zeven miljoen euro. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto schaden in het laatste boekjaar; dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
|
||||
Zesentwintig procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, indien en voorzover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 35 miljoen, vermeerderd met drieëntwintig procent van deze schaden en toevoeging, indien en voorzover deze meer bedragen dan € 35 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren; dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
|
||||
|
||||
**2.** Voor verzekeraars die in hoofdzaak één of meer van de risico's van krediet-, storm-, hagel- en vorstschade dekken, wordt in de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, uitgegaan van de afgelopen zeven boekjaren.
|
||||
**2.** Voor de branches Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen en Algemene aansprakelijkheid worden de geboekte dan wel verdiende premies, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, eerste volzin, en de geboekte bruto schaden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, eerste volzin, met vijftig procent verhoogd. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan toestemmen in de toepassing van statistische methoden bij de toewijzing van de geboekte dan wel verdiende premies en geboekte bruto schaden aan de genoemde branches.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de branche Hulpverlening wordt voor het bedrag van de geboekte bruto schaden, bedoeld bij de berekening in het eerste lid, onderdeel *b*, uitgegaan van de voor de verzekeraar uit de verleende hulp voortvloeiende kosten.
|
||||
**3.** Voor verzekeraars die in hoofdzaak één of meer van de risico's van krediet-, storm-, hagel- en vorstschade dekken, wordt in de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, uitgegaan van de afgelopen zeven boekjaren.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** Voor de branche Hulpverlening wordt voor het bedrag van de geboekte bruto schaden, bedoeld bij de berekening in het eerste lid, onderdeel *b*, uitgegaan van de voor de verzekeraar uit de verleende hulp voortvloeiende kosten.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De berekeningen in dit artikel mogen worden verminderd tot een derde voor het gedeelte dat betrekking heeft op ziektekostenverzekeringen indien die verzekeringen op analoge wijze als levensverzekeringen worden beheerd en aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
|
|
@ -39,23 +41,49 @@ c. er wordt een aanvullende premie geheven om een reële veiligheidsmarge te vor
|
|||
d. de verzekeraar kan de overeenkomst alleen voor het einde van het derde verzekeringsjaar opzeggen;
|
||||
e. in de overeenkomst is de mogelijkheid opgenomen om ook voor lopende contracten de premies te verhogen of de verstrekkingen te verminderen.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "euro" verstaan de rekeneenheid, bedoeld in artikel 5, onderdeel *a*, van richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (*PbEG* L 228), met inachtneming van de artikelen 1 en 2 van richtlijn nr. 76/580/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juni 1976 tot wijziging van Richtlijn 73/239/EEG tot coördinatie van de wettelijke en de bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (*PbEG* L 189) en van verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro (PbEG L 162).
|
||||
**6.** Indien het minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge zoals berekend overeenkomstig dit artikel lager is dan het minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge in het afgelopen boekjaar, is het minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge ten minste gelijk aan het minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge van het afgelopen boekjaar vermenigvuldigd met de verhouding tussen de technische voorzieningen voor te betalen schaden onder aftrek van de overdrachten uit herverzekering aan het einde van het afgelopen boekjaar en de technische voorzieningen voor te betalen schaden onder aftrek van de overdrachten uit herverzekering aan het begin van het afgelopen boekjaar; dit verhoudingsgetal is ten hoogste honderd procent.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de op herverzekering gebaseerde verlaging van het minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, tweede volzin, en onderdeel b, tweede volzin, en het zesde lid, bedenkingen naar voren brengen indien:
|
||||
|
||||
a. de aard of de kwaliteit van de overdracht uit hoofde van herverzekering sinds het afgelopen boekjaar sterk is gewijzigd;
|
||||
b. er nauwelijks of geen risico-overdracht plaatsvindt uit hoofde van herverzekering.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bedraagt voor levensverzekeraars het totaal van de volgende berekeningen:
|
||||
|
||||
a. voor verzekeringen waarbij door de verzekeraar beleggingsrisico wordt gelopen: vier procent van de bruto technische voorzieningen, vermenigvuldigd met de verhouding tussen de technische voorzieningen onder aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en de bruto technische voorzieningen aan het eind van het afgelopen boekjaar: dit verhoudingsgetal bedraagt ten minste vijfentachtig procent;
|
||||
b. voor verzekeringen waarbij door de verzekeraar geen beleggingsrisico wordt gelopen en waarbij de beheerslasten voor een periode van meer dan vijf jaar zijn vastgelegd: een procent van de technische voorzieningen aan het einde van het boekjaar;
|
||||
c. voor spaarkassen: een procent van het vermogen van de spaarkassen;
|
||||
d. voor verzekeringen met risicokapitaal, te onderscheiden in:
|
||||
c. voor verzekeringen waarbij door de verzekeraar geen beleggingsrisico wordt gelopen en waarbij de beheerslasten voor een periode van vijf jaar of minder zijn vastgelegd: vijfentwintig procent van de netto beheerslasten in verband met de bedrijfsuitoefening in het afgelopen boekjaar;
|
||||
d. voor spaarkassen: een procent van het vermogen van de spaarkassen;
|
||||
e. voor verzekeringen met risicokapitaal, te onderscheiden in:
|
||||
|
||||
- tijdelijke verzekeringen met een contractsduur van ten hoogste drie jaar: 0,1 procent van het risicokapitaal bij overlijden;
|
||||
- tijdelijke verzekeringen met een contractsduur van meer dan drie jaar en ten hoogste vijf jaar: 0,15 procent van het risicokapitaal bij overlijden;
|
||||
- alle verzekeringen behalve tijdelijke verzekeringen met een contractsduur van ten hoogste vijf jaar: 0,3 procent van het risicokapitaal bij overlijden.
|
||||
|
||||
De som van de aangegeven bedragen wordt vervolgens vermenigvuldigd met de verhouding tussen het risicokapitaal onder aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het risicokapitaal in het afgelopen boekjaar: dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent;
|
||||
e. voor de aanvullende verzekeringen: achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte premies en van de in rekening gebrachte poliskosten, indien en voorzover deze premies en kosten niet meer bedragen dan tien miljoen euro, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten, indien en voorzover deze meer bedragen dan tien miljoen euro. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de uitkeringen die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto uitkeringen in het laatste boekjaar; dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
|
||||
f. voor de aanvullende verzekeringen: de hoogste uitkomst van de volgende twee berekeningen:
|
||||
|
||||
1º. Eerste berekening
|
||||
|
||||
Achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 50 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 50 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren; dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
|
||||
2º. Tweede berekening
|
||||
|
||||
Zesentwintig procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 35 miljoen, vermeerderd met drieëntwintig procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 35 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren; dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de hoogste uitkomst van de berekeningen in het eerste lid, onderdeel f, lager is dan in het afgelopen boekjaar, is de uitkomst ten minste gelijk aan de uitkomst van het afgelopen boekjaar vermenigvuldigd met de verhouding tussen de technische voorzieningen voor te betalen schaden onder aftrek van de overdrachten uit herverzekering aan het einde van het afgelopen boekjaar en de technische voorzieningen voor te betalen schaden onder aftrek van de overdrachten uit herverzekering aan het begin van het afgelopen boekjaar; dit verhoudingsgetal is ten hoogste honderd procent.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de op herverzekering gebaseerde verlaging van het minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge overeenkomstig het eerste lid, onderdelen a, e, laatste volzin, en f, en het tweede lid, bedenkingen naar voren brengen indien:
|
||||
|
||||
a. de aard of de kwaliteit van de overdracht uit hoofde van herverzekering sinds het afgelopen boekjaar sterk is gewijzigd;
|
||||
b. er nauwelijks of geen risico-overdracht plaatsvindt uit hoofde van herverzekering.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. De aanwezige solvabiliteitsmarge
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,9 +96,9 @@ De solvabiliteitsmarge wordt met name gevormd door de volgende vermogensbestandd
|
|||
a. het gestorte aandelenkapitaal of waarborgkapitaal vermeerderd met de ledenrekeningen;
|
||||
b. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal;
|
||||
c. de reserves;
|
||||
d. de onverdeelde winst;
|
||||
d. de onverdeelde winst dan wel het verlies;
|
||||
e. de suppletiebijdragen die onderlinge waarborgmaatschappijen die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefenen, uit hoofde van het boekjaar krachtens de statuten van hun leden kunnen eisen;
|
||||
f. de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa dan wel op grond van winstverwachtingen;
|
||||
f. de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa dan wel op grond van winstverwachtingen van levensverzekeraars;
|
||||
g. het cumulatief preferent aandelenkapitaal;
|
||||
h. de achtergestelde leningen;
|
||||
i. de effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten.
|
||||
|
|
@ -84,10 +112,10 @@ a. de ledenrekeningen hebben statutair een achtergesteld karakter; de statuten b
|
|||
- vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan de leden plaatsvinden als daardoor de solvabiliteitsmarge niet daalt beneden het vereiste niveau, dan wel bij liquidatie van de verzekeraar als alle andere schulden zijn voldaan;
|
||||
- elke betaling vanaf deze ledenrekeningen voor andere doeleinden dan voor de individuele opzegging van het lidmaatschap niet eerder plaatsvindt dan dertig dagen na melding ervan aan de Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen deze voorgenomen betaling bedenkingen naar voren brengen aan welke bedenkingen de verzekeraar dient tegemoet te komen;
|
||||
b. wijzigingen van de statutaire bepalingen met betrekking tot de ledenrekeningen bedoeld in onderdeel *a*., moeten zijn toegestaan door de Pensioen- & Verzekeringskamer;
|
||||
c. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal kan alleen worden meegeteld indien van het geplaatste kapitaal minimaal vijfentwintig procent is gestort;
|
||||
d. de suppletiebijdragen kunnen worden meegeteld tot maximaal vijftig procent van het verschil tussen de maximumbijdragen en de werkelijk gevorderde bedragen en tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de vereiste solvabiliteitsmarge;
|
||||
e. de meerwaarden worden slechts meegeteld na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
|
||||
f. het cumulatief preferent aandelenkapitaal en de achtergestelde leningen kunnen worden meegeteld tot maximaal vijftig procent van de vereiste solvabiliteitsmarge, met dien verstande dat cumulatief preferent aandelenkapitaal en achtergestelde leningen met vaste looptijd kunnen worden meegeteld tot maximaal vijfentwintig procent van deze solvabiliteitsmarge, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
c. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal kan alleen na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer worden meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, indien van het geplaatste kapitaal minimaal vijfentwintig procent is gestort;
|
||||
d. de suppletiebijdragen kunnen na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer worden meegeteld tot maximaal vijftig procent van het verschil tussen de maximumbijdragen en de werkelijk gevorderde bedragen en tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is; de Pensioen- & Verzekeringskamer stelt nadere regels betreffende de voorwaarden waaronder de suppletiebijdragen kunnen worden meegeteld;
|
||||
e. de meerwaarden worden slechts meegeteld na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer, met dien verstande dat maximaal vijftig procent van de meerwaarden op grond van winstverwachtingen van levensverzekeraars kan worden meegeteld tot een maximum van vijfentwintig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is;
|
||||
f. het cumulatief preferent aandelenkapitaal en de achtergestelde leningen kunnen worden meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, met dien verstande dat cumulatief preferent aandelenkapitaal en achtergestelde leningen met vaste looptijd kunnen worden meegeteld tot maximaal vijfentwintig procent van deze solvabiliteitsmarge, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
- vorderingen uit hoofde van achtergestelde leningen worden achtergesteld bij de vorderingen van alle andere crediteuren;
|
||||
- van de achtergestelde leningen worden alleen de gestorte bedragen in aanmerking genomen;
|
||||
|
|
@ -95,7 +123,7 @@ f. het cumulatief preferent aandelenkapitaal en de achtergestelde leningen kunne
|
|||
- de achtergestelde lening zonder vaste looptijd kan slechts worden afgelost met een opzeggingstermijn van vijf jaar, tenzij de lening niet langer als bestanddeel van de solvabiliteitsmarge wordt aangemerkt of de Pensioen- & Verzekeringskamer de aflossing heeft toegestaan; het verzoek om die toestemming wordt ten minste zes maanden voor de beoogde aflossingsdatum bij de Pensioen- & Verzekeringskamer ingediend;
|
||||
- de leningsovereenkomst bevat geen bepaling op grond waarvan de achtergestelde lening voor het einde van de looptijd, anders dan bij liquidatie van de onderneming, moet worden afgelost;
|
||||
- wijzigingen in de leningsovereenkomst worden pas aangebracht na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
|
||||
g. effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten worden voor het totaal van deze effecten en van de achtergestelde leningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *h*, meegeteld tot een maximum van vijftig procent van de solvabiliteitsmarge voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
g. effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten worden voor het totaal van deze effecten en van de achtergestelde leningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *h*, meegeteld tot een maximum van vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of de vereiste solvabiliteitsmarge, naargelang welk bedrag het laagst is, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
- de aflossing op deze effecten en andere vermogensinstrumenten vindt alleen plaats na toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer;
|
||||
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat de verzekeraar de rentebetaling kan uitstellen;
|
||||
|
|
@ -103,28 +131,28 @@ g. effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten worden voor
|
|||
- in de emissie-overeenkomst is vastgelegd dat verliezen kunnen worden gecompenseerd met het bedrag van de lening en de nog te betalen rente;
|
||||
- alleen de gestorte bedragen worden in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**3.** De solvabiliteitsmarge, bedoeld in het eerste lid, wordt voor schadeverzekeraars, die overeenkomstig artikel 3, derde lid, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 tot discontering van hun technische voorzieningen voor te betalen schaden overgaan om met de opbrengsten uit beleggingen rekening te houden, verminderd met het verschil tussen de niet-gedisconteerde technische voorzieningen en de gedisconteerde technische voorzieningen voor alle risico's die geen verband houden met de branches Ongevallen en Ziekte, met dien verstande dat geen correctie behoeft te worden toegepast voor discontering van in de technische voorziening opgenomen renten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Het garantiefonds
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het minimum bedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 beloopt voor schadeverzekeraars:
|
||||
Het minimum bedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, beloopt:
|
||||
|
||||
a. één miljoen vierhonderdduizend Ecu voor de branche Krediet met dien verstande dat voor een verzekeraar die naast deze branche een of meer andere branches uitoefent dit bedrag eerst geldt indien de door hem geboekte premies met betrekking tot al zijn in en buiten Nederland aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet in elk van de laatste drie boekjaren twee miljoen vijfhonderdduizend Ecu of vier procent van het totale bedrag aan geboekte premies hebben overschreden;
|
||||
b. vierhonderdduizend Ecu voor de branches Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid en Borgtocht, alsmede voor de branche Krediet indien op grond van onderdeel *a* voor deze branche niet een bedrag van één miljoen vierhonderdduizend Ecu van toepassing is;
|
||||
c. driehonderdduizend Ecu voor de branches Ongevallen, Ziekte, Voertuigcasco, Casco rollend spoorwegmaterieel, Luchtvaartuigcasco, Casco zee- en binnenschepen, Vervoerde zaken, Brand en natuurevenementen, Diverse geldelijke verliezen en Hulpverlening;
|
||||
d. tweehonderdduizend Ecu voor de branches Andere schaden aan zaken en Rechtsbijstand.
|
||||
a. voor schadeverzekeraars € 2 miljoen, behoudens het gestelde in onderdeel b;
|
||||
b. voor de branches Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid en Krediet en Borgtocht € 3 miljoen.
|
||||
|
||||
**2.** Vanaf het tijdstip waarop het minimum bedrag van het garantiefonds waarover een verzekeraar ingevolge het eerste lid, onderdeel *a*, dient te beschikken wordt verhoogd tot één miljoen vierhonderdduizend Ecu, worden hem termijnen verleend van drie, vijf onderscheidenlijk zeven jaar teneinde dit bedrag op één miljoen, één miljoen tweehonderdduizend onderscheidenlijk één miljoen vierhonderdduizend Ecu te brengen.
|
||||
**2.** Het minimum bedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, beloopt voor levensverzekeraars € 3 miljoen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de verzekeraar branches uitoefent waarvan de minimum bedragen van het garantiefonds onderling verschillen, geldt het hoogste minimum bedrag.
|
||||
**3.** De in het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid genoemde bedragen, alsmede de bedragen genoemd in artikel 1, onderdelen a en b, worden jaarlijks automatisch aangepast aan de procentuele wijziging van het door Eurostat bekendgemaakte Europese indexcijfer van de consumptieprijzen, en afgerond op een veelvoud van € 100 000. Indien deze wijziging sinds de laatste aanpassing minder dan vijf procent bedraagt, blijft aanpassing achterwege.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 1, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Van de door de Europese Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie jaarlijks kennisgegeven aanpassing en de aangepaste bedragen doet de Pensioen- & Verzekeringskamer onverwijld mededeling in de Staatscourant. De aangepaste bedragen worden voor het eerst toegepast in het boekjaar dat begint op 1 januari van het volgende kalenderjaar of gedurende het volgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Het minimum bedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 beloopt voor levensverzekeraars achthonderdduizend Ecu.
|
||||
Het op grond van artikel 68, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vastgestelde minimum bedrag van het garantiefonds wordt, met inachtneming van de voorwaarden genoemd in artikel 3, tweede en derde lid, gevormd door de vermogensbestanddelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c tot en met e, f, voor zover het betreft de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa, en g tot en met i.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -198,6 +226,10 @@ Het bedrag, bedoeld in artikel 195, derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsb
|
|||
|
||||
**2.** De rechtshandelingen en rechtsgevolgen, verricht of ingetreden krachtens het besluit, genoemd in het eerste lid, worden beschouwd te zijn verricht of ingetreden krachtens dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
Wijzigt dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1994.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue