From 4de551f69bd0afdde212756f95e758b9da7f708d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-01-01 | BWBR0002035 | Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers --- .../BWBR0002035/README.md | 103 +++++++++--------- 1 file changed, 51 insertions(+), 52 deletions(-) diff --git a/wet/wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oorlogsslachtoffers/BWBR0002035/README.md b/wet/wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oorlogsslachtoffers/BWBR0002035/README.md index 969bceaa364..c0dcd0d8b67 100644 --- a/wet/wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oorlogsslachtoffers/BWBR0002035/README.md +++ b/wet/wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oorlogsslachtoffers/BWBR0002035/README.md @@ -51,7 +51,7 @@ d. weduwe of weduwnaar: de achtergebleven partij bij het geregistreerd partnersc **3.** De voordracht voor een krachtens deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de *Staatscourant* is bekend gemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. -**4.** Ten aanzien van de in de artikelen 28*a*, eerste en derde lid, en 32, derde lid, bedoelde algemene maatregelen van bestuur is het derde lid niet van toepassing. +**4.** Ten aanzien van de in artikel 32, derde lid, bedoelde algemene maatregel van bestuur is het derde lid niet van toepassing. ## Hoofdstuk Tweede. Van het buitengewoon pensioen van de zeeman @@ -159,13 +159,13 @@ d. een blijvend buitengewoon pensioen is verleend uit hoofde van een arbeidsonge **2.** -De over enig kalenderjaar genoten inkomsten van de betrokkene worden op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht tot het bedrag, waarmede het buitengewoon pensioen, ongeacht de vermeerdering ingevolge de artikelen 9 of 10, vermeerderd met de inkomsten uit vermogen alsmede met vijfenzeventig procent van het pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (*Stb.* 1956, 281) en de Algemene nabestaandenwet en met zeventig procent van de overige inkomsten, de grondslag, waarover het buitengewoon pensioen is berekend, overschrijdt. +De inkomsten van de betrokkene worden op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht tot het bedrag, waarmede het buitengewoon pensioen, ongeacht de vermeerdering ingevolge de artikelen 9 of 10, vermeerderd met de inkomsten uit vermogen alsmede met vijfenzeventig procent van het pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (*Stb.* 1956, 281) en de Algemene nabestaandenwet en met zeventig procent van de overige inkomsten, de grondslag, waarover het buitengewoon pensioen is berekend, overschrijdt. Tot de inkomsten van de betrokkene als bedoeld in de vorige volzin worden niet gerekend: a. inkomsten uit arbeid indien de betrokkene 65 jaar of ouder is; b. inkomsten uit arbeid, arbeidsvervangende inkomsten en inkomsten uit onderneming van zijn echtgenoot; -c. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van vijfhonderd gulden per 1 januari 2008: zevenhonderdenvierenvijftig euro en zevenenzeventig eurocent +c. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van vijfhonderd gulden per 1 januari 2009: zevenhonderdenvijfenzeventig euro en zesenzeventig eurocent; met dien verstande, dat indien met zodanige inkomsten van de echtgenoot of gewezen echtgenoot of uit vermogen reeds rekening is gehouden bij de vaststelling van de pensioengrondslag, een bedrag gelijk aan het met deze inkomsten verband houdende deel van het buitengewoon pensioen op het buitengewoon pensioen in mindering wordt gebracht. Wij bepalen bij algemene maatregel van bestuur in welke gevallen van laatstgenoemde vermindering wordt afgezien. Het in of krachtens de tweede en derde volzin bepaalde vindt geen toepassing, indien zulks zou leiden tot een lager betaalbaar pensioenbedrag. @@ -179,8 +179,6 @@ met dien verstande, dat indien met zodanige inkomsten van de echtgenoot of gewez **7.** Indien onder het pensioen of de andere inkomsten, bedoeld in de eerste volzin van het derde lid, zijn begrepen bijslagen of toeslagen voor kinderen, die na het tijdstip, hetwelk gediend heeft voor de beoordeling van de pensioensgrondslag, zijn geboren of deel zijn gaan uitmaken van het gezin van de gepensioneerde, worden deze bijslagen of toeslagen niet op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht. Indien onder het pensioen of de andere inkomsten bedoeld in de eerste volzin van het derde lid, zijn begrepen bedragen, welke worden genoten krachtens in andere wettelijke regelingen voorkomende bepalingen van overeenkomstige strekking als die van de artikelen 9 en 10 van deze wet, worden ook die bedragen niet op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht; is evenwel een vermeerdering ingevolge de artikelen 9 en 10 van deze wet toegekend, dan wordt die vermeerdering verminderd met het bedrag, dat genoten wordt krachtens de met die artikelen overeenkomende bepalingen in andere wettelijke regelingen. -**8.** De inkomsten worden aanvankelijk voorlopig geschat. Dit geschiedt voor de eerste maal bij de toekenning van het buitengewoon pensioen en daarna zo vaak zulks door de Raad nodig wordt geoordeeld. Na afloop van elk kalenderjaar worden de inkomsten definitief vastgesteld. Bedragen zij minder dan is geschat, dan wordt het teveel ingehoudene alsnog uitgekeerd; in het tegenovergestelde geval wordt het te weinig ingehoudene hetzij teruggestort, hetzij door de Raad in door deze te bepalen termijnen op de gepensioneerde of diens rechtverkrijgenden verhaald. - ### Artikel 12 Het bedrag, genoemd in artikel 11, tweede lid, onder c, wordt door Onze Minister telkens herzien met ingang van 1 januari, indien en voor zover de ontwikkeling van de consumentenprijsindex in de periode 1 november tot 31 oktober daaraan voorafgaand, daartoe aanleiding geeft. @@ -323,29 +321,29 @@ De buitengewone pensioenen, toegekend aan de personen, bedoeld in artikel 17, *a ### Artikel 20 -**1.** Op het buitengewoon pensioen, toegekend aan de personen, bedoeld in artikel 17, is het bepaalde in artikel 11, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, onder a, alsmede het derde, zesde, zevende en achtste lid van overeenkomstige toepassing, behoudens het bepaalde in het tweede lid. +**1.** Op het buitengewoon pensioen, toegekend aan de personen, bedoeld in artikel 17, is het bepaalde in artikel 11, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, onder a, alsmede het derde, zesde en zevende lid van overeenkomstige toepassing, behoudens het bepaalde in het tweede lid. -**2.** Voor zover door de weduwe of de gewezen echtgenote inkomsten uit vermogen worden genoten, dan wel krachtens de Schepelingenongevallenregeling 1940 of de Zeeongevallenwet 1919, al dan niet in verbinding met de Liquidatiewet ongevallenwetten, worden deze voor vijftig procent van die over enig kalenderjaar verkregen inkomsten op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht, met dien verstande, dat, indien die inkomsten minder dan € 680,67 per jaar bedragen, slechts een zodanig bedrag in mindering wordt gebracht als waarmede die inkomsten een som van € 340,34 mochten te boven gaan. +**2.** Voor zover door de weduwe of de gewezen echtgenote inkomsten uit vermogen worden genoten, dan wel krachtens de Schepelingenongevallenregeling 1940 of de Zeeongevallenwet 1919, al dan niet in verbinding met de Liquidatiewet ongevallenwetten, worden deze voor vijftig procent van die inkomsten op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht, met dien verstande, dat, indien die inkomsten minder dan € 680,67 per jaar bedragen, slechts een zodanig bedrag in mindering wordt gebracht als waarmede die inkomsten een som van € 340,34 mochten te boven gaan. **3.** -Voor zover door de weduwe of de gewezen echtgenote andere inkomsten dan waarop in het eerste en tweede lid wordt gedoeld worden genoten, wordt vijftig procent van het bedrag, waarmede die over enig kalenderjaar verkregen inkomsten de som van € 453,78 overschrijden, op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht. Onverminderd het bepaalde in de vorige volzin worden, indien de daar bedoelde overschrijding uitsluitend of mede het gevolg is van het genot van een ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet van meer dan € 453,78 van het bedrag, waarmede dat ouderdomspensioen de som van € 453,78 overschrijdt, in plaats van vijftig procent de volgende percentages op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht: +Voor zover door de weduwe of de gewezen echtgenote andere inkomsten dan waarop in het eerste en tweede lid wordt gedoeld worden genoten, wordt vijftig procent van het bedrag, waarmede die inkomsten de som van € 453,78 overschrijden, op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht. Onverminderd het bepaalde in de vorige volzin worden, indien de daar bedoelde overschrijding uitsluitend of mede het gevolg is van het genot van een ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet van meer dan € 453,78 van het bedrag, waarmede dat ouderdomspensioen de som van € 453,78 overschrijdt, in plaats van vijftig procent de volgende percentages op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht: -a. op een buitengewoon weduwenpensioen, dat geen vermindering als bedoeld in artikel 17, *a* en *b*, heeft ondergaan: zestig procent; -b. op een buitengewoon weduwenpensioen, dat een vermindering als bedoeld in artikel 17, *a* en *b*, heeft ondergaan: een evenredig deel van het onder *a* genoemde percentage; -c. op het buitengewoon pensioen van de gewezen echtgenote, bedoeld in artikel 17, *i* en *j*, een deel van zestig procent, hetwelk tot dat percentage in dezelfde verhouding staat als het aantal jaren, hetwelk in de in die artikel-onderdelen genoemde berekeningsformule door de letter *p* onderscheidenlijk *x* wordt voorgesteld, zich verhoudt tot veertig jaar. +a. op een buitengewoon weduwenpensioen, dat geen vermindering als bedoeld in artikel 17, a en b, heeft ondergaan: zestig procent; +b. op een buitengewoon weduwenpensioen, dat een vermindering als bedoeld in artikel 17, a en b, heeft ondergaan: een evenredig deel van het onder *a* genoemde percentage; +c. op het buitengewoon pensioen van de gewezen echtgenote, bedoeld in artikel 17, i en j, een deel van zestig procent, hetwelk tot dat percentage in dezelfde verhouding staat als het aantal jaren, hetwelk in de in die artikel-onderdelen genoemde berekeningsformule door de letter *p* onderscheidenlijk *x* wordt voorgesteld, zich verhoudt tot veertig jaar. -Voor een buitengewoon pensioen, toegekend aan de in artikel 17, *b*, bedoelde weduwe alsook voor een buitengewoon pensioen, toegekend aan de gewezen echtgenote, bedoeld in artikel 17, *j*, wordt het op deze pensioenen ingevolge de vorige volzin in mindering te brengen bedrag beperkt tot een percentage daarvan, gelijk aan dat der arbeidsongeschiktheid, waarnaar het buitengewoon pensioen van de overleden echtgenoot onderscheidenlijk gewezen echtgenoot laatstelijk was of zou zijn berekend. +Voor een buitengewoon pensioen, toegekend aan de in artikel 17, b, bedoelde weduwe alsook voor een buitengewoon pensioen, toegekend aan de gewezen echtgenote, bedoeld in artikel 17, j, wordt het op deze pensioenen ingevolge de vorige volzin in mindering te brengen bedrag beperkt tot een percentage daarvan, gelijk aan dat der arbeidsongeschiktheid, waarnaar het buitengewoon pensioen van de overleden echtgenoot onderscheidenlijk gewezen echtgenoot laatstelijk was of zou zijn berekend. -**4.** Indien door de weduwe of de gewezen echtgenote zowel inkomsten, bedoeld in het tweede lid als inkomsten bedoeld in het derde lid worden genoten, worden, in afwijking van het bepaalde aan het slot van het tweede lid, de inkomsten bedoeld in het tweede lid voor vijftig procent van die over enig kalenderjaar verkregen inkomsten op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht, met dien verstande, dat in elk geval een bedrag van € 340,34 van het totaal der inkomsten niet in mindering wordt gebracht. +**4.** Indien door de weduwe of de gewezen echtgenote zowel inkomsten, bedoeld in het tweede lid als inkomsten bedoeld in het derde lid worden genoten, worden, in afwijking van het bepaalde aan het slot van het tweede lid, de inkomsten bedoeld in het tweede lid voor vijftig procent van die inkomsten op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht, met dien verstande, dat in elk geval een bedrag van € 340,34 van het totaal der inkomsten niet in mindering wordt gebracht. **5.** Indien een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet wordt genoten, wordt die uitkering niet gerekend tot de met het buitengewoon pensioen verrekenbare inkomsten, als in de voorgaande leden bedoeld. In dat geval worden echter, nadat de voorgaande leden zijn toegepast, van het bedrag van de uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet de volgende percentages op het buitengewoon pensioen in mindering gebracht: -a. op een buitengewoon weduwenpensioen, dat geen vermindering als bedoeld in artikel 17, *a* en *b*, heeft ondergaan, en op het buitengewoon wezenpensioen: zestig procent; -b. op een buitengewoon weduwenpensioen, dat een vermindering als bedoeld in artikel 17, *a* en *b*, heeft ondergaan, een evenredig deel van het onder *a* genoemde percentage; -c. op het buitengewoon pensioen van de gewezen echtgenote, bedoeld in artikel 17, *i* en *j*, een deel van zestig procent, hetwelk tot dat percentage in dezelfde verhouding staat als het aantal jaren, hetwelk in de in die artikel-onderdelen genoemde berekeningsformule door de letter *p* onderscheidenlijk *x* wordt voorgesteld, zich verhoudt tot veertig jaar. +a. op een buitengewoon weduwenpensioen, dat geen vermindering als bedoeld in artikel 17, a en b, heeft ondergaan, en op het buitengewoon wezenpensioen: zestig procent; +b. op een buitengewoon weduwenpensioen, dat een vermindering als bedoeld in artikel 17, a en b, heeft ondergaan, een evenredig deel van het onder *a* genoemde percentage; +c. op het buitengewoon pensioen van de gewezen echtgenote, bedoeld in artikel 17, i en j, een deel van zestig procent, hetwelk tot dat percentage in dezelfde verhouding staat als het aantal jaren, hetwelk in de in die artikel-onderdelen genoemde berekeningsformule door de letter *p* onderscheidenlijk *x* wordt voorgesteld, zich verhoudt tot veertig jaar. Het bepaalde in de derde volzin van het derde lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing. @@ -517,13 +515,15 @@ c. maxima, bedoeld in de artikelen 17, e, f en g, 18, eerste lid en 19, eerste l ### Artikel 28a -**1.** Indien de op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen, bedoeld in artikel 10 van de Wet privatisering ABP, ingevolge dat artikel worden aangepast aan een algemene bezoldigingswijziging, worden de pensioenbedragen naar overeenkomstige normen en voorwaarden aangepast. Onze Minister stelt de regels voor de uitvoering van de eerste volzin, krachtens welke regels de pensioenbedragen, naargelang de grondslagen waarvan zij zijn afgeleid, worden aangepast aan bedoelde algemene bezoldigingswijziging. Indien de algemene bezoldigingswijziging een verhoging is, werken deze regels zo nodig terug tot en met de datum waarop bedoelde algemene bezoldigingswijziging is ingegaan. +**1.** Het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag wordt door de Raad aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien. -**2.** De overeenkomstig het eerste lid aangepaste pensioenbedragen treden in de plaats van de pensioenbedragen, zoals die golden op de dag, voorafgaande aan de datum van ingang van de aanpassing. +**2.** De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 28b, eerste lid, onder a, worden door Onze Minister, naar gelang de grondslagen waarvan zij zijn afgeleid, aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien. -**3.** Indien de op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen, bedoeld in artikel 10 van de Wet privatisering ABP, ingevolge dat artikel worden aangepast aan een eenmalige uitkering met een algemeen karakter, stelt Onze Minister de regels over de wijze waarop deze eenmalige uitkering naar overeenkomstige normen en voorwaarden leidt tot een eenmalige uitkering aan de buitengewoon gepensioneerden. Deze regels werken zo nodig terug tot en met de datum waarop de in de eerste volzin bedoelde aanpassing van pensioenen en uitzichten op pensioen plaatsvindt. +**3.** Bij de aanpassing, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig het eerste lid aangepaste buitengewoon pensioen of de laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig het eerste lid aangepaste garantietoeslag. -**4.** Indien daartoe naar het oordeel van de Kroon een bijzondere aanleiding bestaat, kunnen de pensioenbedragen bij algemene maatregel van bestuur met ingang van een bij die algemene maatregel van bestuur aan te geven datum worden aangepast, waarbij kan worden bepaald dat de aanpassing verschilt naar gelang de hoogte van de pensioenbedragen. De ingevolge de vorige volzin aangepaste pensioenbedragen treden in de plaats van de pensioenbedragen, zoals die golden op de dag, voorafgaande aan de datum van ingang van de aanpassing. +**4.** De aanpassing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. + +**5.** Het aangepaste buitengewoon pensioen of de aangepaste garantietoeslag, bedoeld in het vierde lid, wordt betaald bij de eerstvolgende betaling nadat de aanpassing heeft plaatsgevonden. ### Artikel 28b @@ -539,33 +539,11 @@ c. maxima, bedoeld in de artikelen 17, e, f en g, 18, eerste lid en 19, eerste l ### Artikel 28c -**1.** De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 28b, eerste lid, onder a , worden op de datum van inwerkingtreding van dit artikel verhoogd met 2,3 procent. - -**2.** - -Indien het eerste lid toepassing heeft gevonden worden bedoeld met: - -a. pensioenbedragen: de krachtens artikel 28b, eerste lid, onder a, verhoogde of verlaagde bedragen, vermeerderd met 2,3 procent; -b. grondslagen, welke voor de toepassing van artikel 11, tweede lid, gelden voor de verrekening van inkomsten met het buitengewoon pensioen: de krachtens artikel 28b, eerste lid, onder b, fictief herziene grondslagen, welke geacht worden te zijn vermeerderd met 2,3 procent; -c. maxima, bedoeld in de artikelen 17, e, f en g, 18, eerste lid en 19, eerste lid: de krachtens artikel 28b, eerste lid, onder c, fictief herziene maxima welke geacht worden te zijn verhoogd met 2,3 procent. - -**3.** De pensioenbedragen alsmede de bedragen van de grondslagen en de maxima, bedoeld in het tweede lid, worden naar boven afgerond tot hele euro’s. +Vervallen ### Artikel 28d -**1.** De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 28b, eerste lid, onder a, zoals deze bedragen ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 28a, zoals dit luidde vóór het in werking treden van dit artikellid, laatstelijk zijn herzien of worden herzien op basis van een indexcijfer der lonen op een dag, gelegen vóór die, waarop dit artikellid in werking treedt, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit artikel verhoogd met 1 procent. - -**2.** Het vorige lid blijft buiten toepassing, indien de pensioenbedragen in verband met het bepaalde in het tweede of derde lid van artikel 28a, zoals dit is komen te luiden op de dag van het in werking treden van dit artikel, met ingang van die dag zijn herzien of worden herzien. In dat geval worden de pensioenbedragen, zoals deze met ingang van de dag van het in werking treden van dit artikel in verband met het bepaalde in het tweede of derde lid van het in de vorige volzin bedoelde artikel 28a zijn herzien of worden herzien, met 1 procent verhoogd. - -**3.** - -Indien het eerste lid of het tweede lid, tweede volzin, toepassing heeft gevonden, worden bedoeld met: - -a. pensioenbedragen: de krachtens artikel 28b, eerste lid, onder a, verhoogde of verlaagde bedragen, vermeerderd met 1 procent; -b. grondslagen, welke voor de toepassing van artikel 11, tweede lid, gelden voor de verrekening van inkomsten met het buitengewoon pensioen: de krachtens artikel 28b, eerste lid, onder b, fictief herziene grondslagen, welke geacht worden te zijn vermeerderd met 1 procent; -c. de maxima, bedoeld in de artikelen 17, e, f en g, 18, eerste lid, en 19, eerste lid: de krachtens artikel 28b, eerste lid, onder c, fictief herziene maxima, welke worden geacht te zijn vermeerderd met 1 procent. - -**4.** De pensioenbedragen alsmede de bedragen van de grondslagen en maxima, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond tot hele euro’s. +Vervallen ## Hoofdstuk 6A. De garantietoeslag @@ -590,9 +568,7 @@ b. voor de gepensioneerde die de vijfenzestigjarige leeftijd heeft bereikt: vijf ### Artikel 28g -**1.** De garantietoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, waarin het recht op de garantietoeslag is ontstaan. - -**2.** De hoogte van het maandinkomen, bedoeld in artikel 28*e*, wordt aanvankelijk voorlopig geschat. Na afloop van elk kalenderjaar wordt het inkomen definitief vastgesteld. Indien blijkt dat er aanspraak bestaat op een hoger bedrag aan garantietoeslag dan is uitgekeerd, dan wordt het te weinig uitgekeerde alsnog uitbetaald; in het tegenovergestelde geval wordt het te veel uitgekeerde hetzij teruggestort, hetzij door de Raad in door deze te bepalen termijnen op de gepensioneerde of diens rechtverkrijgende(n) verhaald. +De garantietoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, waarin het recht op de garantietoeslag is ontstaan. ## Hoofdstuk 6B. De toeslag inkomensafhankelijke premie @@ -604,9 +580,7 @@ b. voor de gepensioneerde die de vijfenzestigjarige leeftijd heeft bereikt: vijf **3.** Het in aanmerking te nemen bijdrage-inkomen bedraagt op jaarbasis ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 43, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet. -**4.** In afwijking van artikel 11, achtste lid, worden de toeslagen, bedoeld in het eerste en tweede lid, in de maand waarin de betaling plaatsvindt definitief vastgesteld. - -**5.** Op de toeslagen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het zevende hoofdstuk van toepassing, met uitzondering van de artikelen 28i en 31b. +**4.** Op de toeslagen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het zevende hoofdstuk van toepassing, met uitzondering van de artikelen 28i en 31b. ## Hoofdstuk Zevende. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen @@ -668,8 +642,6 @@ De Raad is bevoegd geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien van uit de **5.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de buitengewoon pensioengerechtigde 65 jaar of ouder is. -**6.** Onze Minister kan nadere en zonodig afwijkende regelen stellen met betrekking tot de berekening van de ingevolge het eerste lid op de aldaar bedoelde pensioenbedragen in te houden bedragen. - ### Artikel 32a **1.** De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 28*b*, de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 27*a*, de garantietoeslag, bedoeld in artikel 28*e*, en de vergoedingen zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding. @@ -762,6 +734,33 @@ De Raad is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvrage Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 35*c*, 35*d* en 35*f* is het vierde hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 22, tweede lid, en artikel 22*a*. +### Artikel 35h + +**1.** + +Het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag wordt, met uitzondering van de op grond van artikel 7 vastgestelde pensioengrondslag en het invaliditeitspercentage, bedoeld in artikel 8, opnieuw vastgesteld: + +a. wanneer de pensioengerechtigde of zijn echtgenoot de 65-jarige leeftijd bereikt; +b. wanneer de pensioengerechtigde in het huwelijk treedt of zijn huwelijk wordt beëindigd door echtscheiding of overlijden van zijn echtgenoot; +c. wanneer de pensioengerechtigde duurzaam gescheiden van zijn echtgenoot gaat leven; +d. wanneer een kind of pleegkind van de pensioengerechtigde meerderjarig wordt; +e. wanneer de pensioengerechtigde aanspraak maakt op de betaling uit een nieuwe bron van inkomsten, of +f. wanneer de pensioengerechtigde geen aanspraak meer kan maken op de betaling uit een bron van inkomsten, tenzij hij het vervallen van die aanspraak heeft bewerkstelligd. + +**2.** Het eerste lid, onder e en f, is van overeenkomstige toepassing op de inkomsten van de echtgenoot van de pensioengerechtigde, voor zover die inkomsten de hoogte van het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag mede bepalen. + +**3.** De beschikking, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt genomen binnen 13 weken nadat de noodzakelijke gegevens ter kennis van de Raad zijn gebracht. + +**4.** Hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid te veel dan wel te weinig is uitbetaald, wordt door de Raad teruggevorderd of verrekend dan wel nabetaald. De terugvordering kan in door de Raad te bepalen termijnen plaatsvinden. + +### Artikel 35i + +**1.** Op aanvraag van de gerechtigde wordt het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag, met uitzondering van de op grond van artikel 7 vastgestelde pensioengrondslag en het invaliditeitspercentage, bedoeld in artikel 8, opnieuw vastgesteld indien het vast te stellen pensioen ten minste 1% van de op de datum van deze aanvraag geldende pensioengrondslag of de vast te stellen garantietoeslag ten minste 1% van de op de datum van deze aanvraag geldende minimum-pensioengrondslag op maandbasis hoger is dan het laatst vastgestelde of aangepaste pensioen of de laatst vastgestelde of aangepaste garantietoeslag, mits dit niet uitsluitend het gevolg is van de koersomrekening van inkomsten die door de gerechtigde of zijn echtgenoot worden ontvangen. + +**2.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid gaat het opnieuw vastgestelde buitengewoon pensioen of de opnieuw vastgestelde garantietoeslag in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend. + +**3.** Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van het eerste lid, is artikel 22, derde lid, van overeenkomstige toepassing. + ## Hoofdstuk Negende. Slotbepalingen ### Artikel 36