diff --git a/amvb/besluit-uitkering-wegens-functioneel-leeftijdsontslag-burgerlijke-ambtenaren-def/BWBR0006041/README.md b/amvb/besluit-uitkering-wegens-functioneel-leeftijdsontslag-burgerlijke-ambtenaren-def/BWBR0006041/README.md index b7454ec4f96..f78d52a87fe 100644 --- a/amvb/besluit-uitkering-wegens-functioneel-leeftijdsontslag-burgerlijke-ambtenaren-def/BWBR0006041/README.md +++ b/amvb/besluit-uitkering-wegens-functioneel-leeftijdsontslag-burgerlijke-ambtenaren-def/BWBR0006041/README.md @@ -18,30 +18,25 @@ citeertitel: Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke a In dit besluit wordt verstaan onder: -- *ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen:* een ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen krachtens het pensioenreglement; -- *arbeidsongeschiktheid:* arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO en als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet WIA; -- *betrokkene:* de gewezen ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, aan wie ontslag bedoeld onder b van dit artikel is verleend; -- *extra opbouw ouderdomspensioen:* het verschil tussen de opbouw conform artikel 7.5 van het pensioenreglement en de opbouw conform de overgangsbepaling B bij artikel 7.5 van het pensioenreglement; -- *invaliditeitspensioen:* een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement; -- *ontslag:* een ontslag als bedoeld in artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zoals dat op 31 december 2005 gold dan wel artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie; -- *Onze Minister:* Onze Minister van Defensie; -- *pensioen:* een pensioen krachtens het pensioenreglement; -- *pensioengerechtigde leeftijd:* de pensioengerechtigde leeftijd die voor de betrokkene geldt op grond van artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet; -- *pensioenreglement: * het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP; -- *Stichting Pensioenfonds ABP:* de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; -- *uitkering:* de uitkering bedoeld in artikel 3 van dit besluit; -- *versterkt ouderdomspensioen: * het bedrag aan ouderdomspensioen dat voortvloeit uit het flexibel pensioen ingevolge het pensioenreglement, alsook de extra inkoop ouderdomspensioen ingevolge overgangsbepaling D bij artikel 7.5 van het pensioenreglement en extra opbouw ouderdomspensioen. -- *WAO: * de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; -- *Wet WIA: * - Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen; +a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie; +b. ontslag: een ontslag als bedoeld in artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie; +c. betrokkene: de gewezen ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, aan wie ontslag bedoeld onder *b* van dit artikel is verleend; +d. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; +e. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP; +f. pensioen: een pensioen krachtens het pensioenreglement; +g. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement; +h. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO; +i. *WAO*: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; +j. uitkering: de uitkering bedoeld in artikel 3 van dit besluit; +k. Reglement FPU: het Reglement flexibel pensioen en uittreden ter zake van basisuitkering en aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel. ### Artikel 2 -**1.** In dit besluit wordt verstaan onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie vermeerderd met de vakantie-uitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaand aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad. +**1.** In dit besluit wordt verstaan onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie vermeerderd met de vakantie-uitkering, berekend over een maand, waarop de betrokkene op de dag voorafgaand aan zijn ontslag aanspraak had of bij waarneming van zijn functie zou hebben gehad. -**2.** In afwijking van het in het eerste lid bepaalde maken de waarnemingstoelage, bedoeld in de artikel 17 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en de aflopende toelage onregelmatige dienst, bedoeld in de artikel 21 van dat besluit en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering geen deel uit van de bezoldiging. +**2.** In afwijking van het in het eerste lid bepaalde gelden de toelagen, genoemd in de artikelen 13 en 17, eerste lid, van het in het eerste lid genoemde besluit en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet als deel van de bezoldiging. -**3.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie geldt als bezoldiging hetgeen met het in het eerste en het tweede lid daaromtrent bepaalde overeenkomt. +**3.** Indien de betrokkene geen ambtenaar is in de zin van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie geldt als bezoldiging hetgeen met het in het eerste en het tweede lid daaromtrent bepaalde overeenkomt. **4.** Indien de door een betrokkene over de laatste aan het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden genoten bezoldiging in de zin van het in het eerste lid genoemde besluit, dan wel hetgeen daarmede overeenkomt, alsmede de over die maanden genoten vakantie-uitkering dan wel verkregen aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten waaronder begrepen de evengenoemde aanspraken bestonden, geldt in zoverre in afwijking van het eerste lid als bezoldiging, met inachtneming van het in het tweede en derde lid bepaalde, het gemiddelde van die inkomsten. @@ -53,7 +48,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: ### Artikel 3 -**1.** De betrokkene die is geboren na 31 december 1949 heeft recht op een uitkering zoals bedoeld in artikel 4 jo artikel 4c. +**1.** De betrokkene heeft recht op uitkering met ingang van de dag van ingang van zijn ontslag. **2.** Onze Minister beslist over de toekenning van uitkering op aanvraag door de betrokkene. @@ -73,7 +68,7 @@ voor zover gelegen op of na 1 januari 1996: de tijd gedurende welke betrokkene overheidswerknemer is in de zin van de Wet privatisering ABP. -**3.** Bij de berekening van het bedrag van het pensioen, bedoeld in het eerste lid, wordt mede in aanmerking genomen de diensttijd, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van het pensioenreglement die de betrokkene bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zal kunnen aanwijzen. +**3.** Bij de berekening van het bedrag van het pensioen, bedoeld in het eerste lid, wordt mede in aanmerking genomen de diensttijd, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van het pensioenreglement die de betrokkene bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar zal kunnen aanwijzen. **4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de eventuele diensttijd, bedoeld in artikel D 1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals deze luidde op 31 december 1995, mede in aanmerking genomen. Het verzoek als bedoeld in artikel D 2 van genoemde wet wordt daarbij geacht te zijn gedaan. @@ -81,35 +76,39 @@ de tijd gedurende welke betrokkene overheidswerknemer is in de zin van de Wet pr ### Artikel 4a -Vervallen +**1.** De in artikel 4 genoemde uitkering wordt, voor zover daarop recht bestaat, verminderd met het bedrag van het flexibel pensioen krachtens het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds Abp, het bedrag van de basisuitkering krachtens het Reglement FPU en het bedrag van de aanvullende uitkering krachtens het Reglement FPU. + +**2.** Indien het bedrag van de basisuitkering is verminderd in verband met samenloop van andere inkomsten, wordt voor de toepassing van het eerste lid niettemin uitgegaan van het onverminderde bedrag. + +**3.** Indien de op grond van artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie ontslagen ambtenaar niet of niet tijdig de basisuitkering, de aanvullende uitkering en het flexibel pensioen aanvraagt, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode waarin hij dientengevolge geen of niet alle voornoemde uitkeringen ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkeringen die hij vanaf de ontslagdatum zou hebben genoten indien hij de voornoemde uitkeringen wel tijdig zou hebben aangevraagd. + +**4.** Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de basisuitkering of de aanvullende uitkering geheel of ten dele vervallen zijn verklaard dan wel geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, worden deze uitkeringen voor de toepassing van dit artikel steeds aangemerkt als uitkeringen die onverminderd zijn genoten. + +**5.** Ingeval naast de in artikel 4 genoemde uitkering inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf als bedoeld in artikel 5 worden genoten, wordt op de uitkering in voorkomend geval boven de vermindering die reeds krachtens het eerste lid van dit artikel plaatsvindt, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de onverminderde uitkering krachtens artikel 4 vermeerderd met het totaal bedrag van de inkomsten, bedoeld in artikel 5, en verminderd met het bedrag van de inkomsten dat reeds in mindering is gebracht op de basisuitkering krachtens het Reglement FPU tezamen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaat. ### Artikel 4b -Vervallen - -### Artikel 4c - -**1.** De in artikel 4 genoemde uitkering die ingaat vóór het bereiken van de leeftijd van 60 jaar wordt, in afwijking van artikel 9, eerste lid, onder c, gecontinueerd totdat, voor zover daarop recht bestaat, met het versterkt ouderdomspensioen het niveau van de uitkering wordt bereikt. - -**2.** De in artikel 4 genoemde uitkering die ingaat op of na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar wordt, voor zover daarop recht bestaat, verminderd met het bedrag van het versterkt ouderdomspensioen. - -**3.** Indien de ambtenaar aan wie ontslag is verleend en wiens uitkering ingaat op of na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar niet of niet tijdig het versterkt ouderdomspensioen aanvraagt, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode waarin hij dientengevolge geen versterkt ouderdomspensioen ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering die hij vanaf de ontslagdatum zou hebben genoten indien hij het voornoemde versterkt ouderdomspensioen wel tijdig zou hebben aangevraagd. - -**4.** Ingeval naast de in artikel 4 genoemde uitkering inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf als bedoeld in artikel 5 worden genoten, wordt op de uitkering een vermindering toegepast. In voorkomend geval wordt een vermindering toegepast boven de vermindering die reeds krachtens het tweede lid plaatsvindt. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de onverminderde uitkering krachtens artikel 4 vermeerderd met het totaal bedrag van de inkomsten, bedoeld in artikel 5, tezamen de grens van 150% van de bezoldiging overschrijdt. +Voor zover betrokkene de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van zijn pensioenopbouw benut, waardoor ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar zijn pensioenopbouw voor de helft plaatsvindt, zal namens hem de hiervoor verschuldigde premie worden betaald, met dien verstande dat hiervan geen groter deel ten laste van betrokkene komt dan de pensioenpremie, bedoeld in artikel 4.4, vierde lid, van het Pensioenreglement. ### Paragraaf . Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ### Artikel 5 -**1.** De inkomsten, die de betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag van het ontslag, ter zake waarvan de uitkering is toegekend, worden met de uitkering verrekend over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. Deze verrekening geschiedt aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmede de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de grens van 150% van de bezoldiging overschrijdt. +**1.** De inkomsten, die de betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag van het ontslag, ter zake waarvan de uitkering is toegekend, worden met de uitkering verrekend over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. Deze verrekening geschiedt aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmede de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de bezoldiging overschrijdt. **2.** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ter hand genomen gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de uitkering is toegekend. **3.** Wanneer de betrokkene arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag van het ontslag, anders dan bedoeld in de voorgaande leden en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten, is het eerste lid van toepassing, tenzij de betrokkene aannemelijk maakt, dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan noch het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid noch verband houden met het ontslag, in welk geval de inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid. -**4.** In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt een tweede uitkering in mindering gebracht op de eerste uitkering. In het geval tevens inkomsten als bedoeld in het eerste en derde lid worden genoten, worden deze inkomsten, na toepassing van de vorige volzin, op de voet van het eerste lid met de tweede uitkering verrekend. +**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die wet luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen, alsmede een uitkering krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen aangemerkt als inkomsten in verband met arbeid. -**5.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het hierboven bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken. +**5.** + +In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt een tweede uitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, in mindering gebracht op de eerste uitkering. + +In het geval tevens inkomsten als bedoeld in het eerste en derde lid worden genoten, worden deze inkomsten, na toepassing van de eerste volzin, op de voet van het eerste lid met de tweede uitkering verrekend. + +**6.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het hierboven bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken. ### Artikel 6 @@ -129,7 +128,7 @@ Onze Minister geeft nadere voorschriften aangaande het doen van mededelingen doo ### Artikel 7 -Onze Minister kan bepalen, dat inkomsten welke zijn genoten uit hoofde van overwerk, bij wijze van gratificatie, ter zake van een vrijwillige verbintenis bij het Korps Nationale Reserve, bij de politie als vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak of bij andere door Onze Minister aan te wijzen reserveorganen, geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten. +Onze Minister kan bepalen, dat inkomsten welke zijn genoten uit hoofde van overwerk, bij wijze van gratificatie, ter zake van een vrijwillige verbintenis bij het Korps Nationale Reserve, bij de Reserve Rijks- en Gemeentepolitie of bij andere door Onze Minister aan te wijzen reserveorganen, geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten. ### Artikel 7a @@ -149,9 +148,9 @@ Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens zie Het recht op uitkering eindigt: -a. behoudens het bepaalde in het tweede lid, met ingang van de dag waarop de betrokkene recht verkrijgt op een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA; +a. behoudens het bepaalde in het tweede lid, met ingang van de dag waarop de betrokkene recht verkrijgt op een uitkering op grond van de WAO; b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden; -c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. +c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. **2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel *a*, eindigt het recht op uitkering indien de betrokkene arbeidsongeschikt is voor het vervullen van de betrekking die hij gedurende de met recht op uitkering doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement, met ingang van de dag waarop betrokkene uit bedoelde betrekking wordt ontslagen. @@ -160,19 +159,17 @@ c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de betrokkene Het recht op uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien de betrokkene: a. zich zodanig gedraagt dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn ontslagen; -b. weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA. - -**4.** In afwijking van artikel 1 wordt voor de betrokkene aan wie voor 1 januari 2018 ontslag is verleend, verstaan onder pensioengerechtigde leeftijd: de leeftijd van 65 jaar. +b. weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een uitkering op grond van de WAO. ### Paragraaf . Aanspraak op toelage ### Artikel 10 -**1.** Indien en voorzover de aan betrokkene toegekende uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen of een ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen, lager is dan de uitkering waarop hij aanspraak zou hebben gehad, indien er geen sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid, wordt hem het verschil bij wijze van toelage uitgekeerd. +**1.** Indien en voorzover de aan betrokkene toegekende uitkering op grond van de WAO, eventueel vermeerderd met een invaliditeitspensioen, lager is dan de uitkering waarop hij aanspraak zou hebben gehad, indien er geen sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid, wordt hem het verschil bij wijze van toelage uitgekeerd. -**2.** De betrokkene die na afloop van de periode van 52 weken, bedoeld in artikel 19 van de WAO, geen uitkering op grond van de WAO aanvraagt dan wel die na afloop van de periode van 104 weken, bedoeld in artikel 23 van de Wet WIA, geen uitkering ingevolge de Wet WIA aanvraagt, wordt voor de toepassing van dit besluit behandeld alsof hem een uitkering op grond van de WAO dan wel is toegekend waarbij hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. +**2.** De betrokkene die na afloop van de periode van 52 weken, bedoeld in artikel 19 van de WAO, geen uitkering op grond van de WAO aanvraagt, wordt voor de toepassing van dit besluit behandeld alsof hem een uitkering op grond van de WAO is toegekend berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. -**3.** Indien de uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA van de betrokkene die ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een uitkering en een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA, als gevolg van een handelen of nalaten een vermindering ondergaat, of het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA voor de toepassing van dit besluit geacht onverminderd te zijn genoten. +**3.** Indien de uitkering op grond van de WAO van de betrokkene die ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een uitkering en een uitkering op grond van de WAO, als gevolg van een handelen of nalaten een vermindering ondergaat, of het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering op grond van de WAO voor de toepassing van dit besluit geacht onverminderd te zijn genoten. ### Paragraaf . Vermindering en niet-uitbetaling van de uitkering @@ -216,14 +213,10 @@ Vervallen Een uitkering op grond van de Regeling functioneel leeftijdsontslag toegekend terzake van een ontslag uit de burgerlijke openbare dienst bij het Ministerie van Defensie, wordt gelijkgesteld met een uitkering, toegekend op grond van dit besluit. -### Artikel 15a - -Na inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren berust dit besluit op artikel 12o van de Wet ambtenaren defensie. - ### Artikel 16 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1993. ### Artikel 17 -Dit besluit wordt aangehaald als "Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie", +Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie",