From 4e65e4cad998bd6dd1009edc6f80462ddddcf8c1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 28 Aug 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-08-28 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement --- .../BWBR0001950/README.md | 267 +++++++++--------- 1 file changed, 126 insertions(+), 141 deletions(-) diff --git a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md index 618f13d2c47..66dd8bad255 100644 --- a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md +++ b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md @@ -22,13 +22,13 @@ Ambtenaar in de zin van dit besluit is degene, die door het Rijk is aangesteld o Voor de toepassing van dit besluit worden niet als ambtenaren beschouwd: -a. Ministers; +a. ministers en staatssecretarissen; b. Commissarissen des Konings; c. krachtens Grondwet of wet voor hun leven aangestelde ambtenaren; d. de Nationale ombudsman en substituut-ombudsmannen; e. burgemeesters; f. de voorzitter en de leden van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid; -g. de voorzitters van de huurcommissies, bedoeld in de Wet op de huurcommissies (*Stb.* 1979, 16). +g. de voorzitters van de huurcommissies, bedoeld in de Wet op de huurcommissies. **2.** De hoofdstukken III, IV en V zijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstvak de nodige bepalingen vastgesteld. @@ -40,7 +40,7 @@ a. hoofdstuk II, paragraaf 4; b. de artikelen 14 en 16 tot en met 20*d*; c. de hoofdstukken IV en V; d. hoofdstuk VI, paragrafen 2 en 3; -e. de artikelen 43, 46, 47 en 49. +e. de artikelen 33fb, 39, 47 en 48a. ### Artikel 3 @@ -83,7 +83,7 @@ c. de ambtenaar die een functie vervult waarvoor salarisschaal 16 of 15 van de ### Artikel 4a -Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt regels ten aanzien van de werving en selectie van ambtenaren. +Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van de werving en selectie van ambtenaren. ### Artikel 5 @@ -123,7 +123,7 @@ f. voor een andere reden. **3.** -In het geval een aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd is voorafgegaan door een andere aanstelling in tijdelijke dienst krachtens het eerste lid, onder b tot en met f, wordt de maximale duur van de proeftijd verminderd met de duur van die andere aanstelling, indien: +In het geval een aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd is voorafgegaan door een andere aanstelling in tijdelijke dienst krachtens het tweede lid, onder b tot en met f, wordt de maximale duur van de proeftijd verminderd met de duur van die andere aanstelling, indien: a. beide aanstellingen in tijdelijke dienst zijn verleend door Onze Minister; b. de andere aanstelling in tijdelijke dienst is beëindigd binnen een periode van drie maanden direct voorafgaande aan de aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd; en @@ -150,7 +150,7 @@ b. meer dan drie door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst **1.** In zeer bijzondere gevallen kan op verzoek van betrokkene een aanstelling in tijdelijke dienst worden verleend waarin ten aanzien van hem dit besluit gedeeltelijk of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing worden verklaard. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid. ### Artikel 6b @@ -186,7 +186,7 @@ De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze • secretaris-generaal • directeur-generaal -• inspecteur-generaal van het Onderwijs +• inspecteur-generaal • thesaurier-generaal • directeur Bureau voor de Industriële eigendom • directeur van het Centraal Planbureau @@ -235,7 +235,7 @@ b. een geneeskundig onderzoek, indien dit op grond van een wettelijk voorschrift **11.** Een antecedentenonderzoek of een veiligheidsonderzoek wordt pas ingesteld als naar het oordeel van het bevoegd gezag de betrokkene bekwaam en geschikt is voor de betreffende functie. -**12.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan omtrent het onderzoek, bedoeld in het derde lid, nadere regels vaststellen. +**12.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan omtrent het onderzoek, bedoeld in het derde lid, nadere regels vaststellen. ### Artikel 9a @@ -257,7 +257,7 @@ Vervallen **3.** De betrokkene kan binnen twee weken nadat hem de uitslag van het geneeskundig onderzoek is meegedeeld, een hernieuwd geneeskundig onderzoek aanvragen. -**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt omtrent het hernieuwd geneeskundig onderzoek nadere regels vast. Dit hernieuwd geneeskundig onderzoek mag niet worden verricht door de arts die het geneeskundig onderzoek heeft verricht. +**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt omtrent het hernieuwd geneeskundig onderzoek nadere regels vast. Dit hernieuwd geneeskundig onderzoek mag niet worden verricht door de arts die het geneeskundig onderzoek heeft verricht. **5.** Bij wijziging van een tijdelijk in een vast dienstverband vindt niet opnieuw een geneeskundig onderzoek plaats, tenzij ten aanzien van de geschiktheid van de betrokkene ernstige twijfel is gerezen. @@ -277,7 +277,7 @@ Vervallen **6.** De kosten van het onderzoek en van het nagesprek komen voor rekening van het Rijk. De betrokkene ontvangt voor ten behoeve van het onderzoek gemaakte reis- en verblijfkosten een vergoeding op de voet van de bepalingen van het Reisbesluit binnenland. -**7.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op vergelijkende vooronderzoeken in de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen gevallen. +**7.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op vergelijkende vooronderzoeken in de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te bepalen gevallen. ### Paragraaf 3. De akte van aanstelling en andere bescheiden @@ -309,7 +309,7 @@ c. de specifieke reden, indien sprake is van een aanstelling op grond van artike Voor zover deze gegevens op hem betrekking hebben en niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, worden aan de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld: a. het ministerie, de afdeling of het dienstvak waarbij, de betrekking waarin, en de periode gedurende welke hij in die betrekking wordt te werk gesteld, zomede de hem dienovereenkomstig aangewezen standplaats; -b. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regelen; +b. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels; c. het salaris dat hem is toegekend, zomede, het salarisnummer en het tijdstip waarop het salaris voor de eerste maal periodiek zal worden verhoogd; d. andere hem mogelijk toegekende voordelen, onder verwijzing naar de desbetreffende kortingsregeling. @@ -335,9 +335,9 @@ Vervallen ### Artikel 13 -**1.** Wij behouden Ons voor op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, die in de daarvoor in aanmerking komende gevallen overleg pleegt met Onze betrokken Minister, regels vast te stellen omtrent loopbaanvorming in het algemeen en omtrent daarmede verband houdende bijzondere regelingen ter bepaling van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal. +**1.** Wij behouden Ons voor op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die in de daarvoor in aanmerking komende gevallen overleg pleegt met Onze betrokken Minister, regels vast te stellen omtrent loopbaanvorming in het algemeen en omtrent daarmede verband houdende bijzondere regelingen ter bepaling van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal. -**2.** Voor zover dit niet door Ons is geschied, kunnen deze regels en bijzondere regelingen ook worden vastgesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken dan wel, passend in het door deze gecoördineerde beleid, door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur. +**2.** Voor zover dit niet door Ons is geschied, kunnen deze regels en bijzondere regelingen ook worden vastgesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dan wel, passend in het door deze gecoördineerde beleid, door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur. ## Hoofdstuk III. Bezoldiging @@ -390,7 +390,7 @@ Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, me **4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de militaire beloning verminderd met een eventuele aftrek wegens genot van voeding en huisvesting. -**5.** Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën stellen bij gemeenschappelijke ministeriële regeling vast hetgeen voor de toepassing van dit artikel onder militaire beloning wordt verstaan. +**5.** Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën stellen bij gemeenschappelijke ministeriële regeling vast hetgeen voor de toepassing van dit artikel onder militaire beloning wordt verstaan. ### Artikel 19 @@ -436,7 +436,7 @@ b. de ambtenaar, die in werkelijke dienst is op grond van een verbintenis bij he c. de ambtenaar, die als militair in werkelijke dienst is op grond van een verbintenis bij het reserve-personeel der krijgsmacht; d. de ambtenaar, die op grond van een andere bijzondere verbintenis in werkelijke militaire of daarmede gelijk te stellen dienst is, ter zake waarvan Wij zulks hebben bepaald. -**2.** Wij behouden Ons voor met betrekking tot de uitvoering van het eerste lid nadere regelen te stellen. +**2.** Wij behouden Ons voor met betrekking tot de uitvoering van het eerste lid nadere regels te stellen. ### Artikel 20c @@ -444,7 +444,7 @@ Op de ambtenaar, die in tijdelijke dienst is aangesteld, zijn de bepalingen, ver ### Artikel 20d -**1.** De ambtenaar, die op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid onder *a* of *b*, van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie (*Stb.* 1964, 473) of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is, wordt geacht met verlof te zijn. +**1.** De ambtenaar, die op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid onder *a* of *b*, van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is, wordt geacht met verlof te zijn. **2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaar blijft gedurende het aldaar bedoelde verlof, onverminderd het bepaalde in artikel 92, in het genot van de aan zijn ambt verbonden bezoldiging, met dien verstande, dat deze bezoldiging, indien het verlof langer dan twee weken duurt, voor de verdere duur van het verlof wordt verminderd met de beloning, waarop de ambtenaar als vrijwilliger aanspraak heeft. @@ -480,10 +480,7 @@ e. de arbeidsgehandicapte in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)ïntegrat **6.** Van het bepaalde in het vorige lid kan voor de duur van telkens ten hoogste één jaar worden afgeweken indien de ambtenaar dit heeft aangevraagd danwel zeer gewichtige redenen van dienstbelang hiertoe noodzaken, mits de Arbo-dienst als bedoeld in hoofdstuk VI, daaromtrent een positief medisch advies heeft uitgebracht. -**7a.** - -Geen dienst wordt geëist op zondagen, alsmede op de Nieuwjaarsdag, de Tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de Tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag, waarop de verjaardag van de Koningin wordt gevierd en op 5 mei. - +**7.** a. Geen dienst wordt geëist op zondagen, alsmede op de Nieuwjaarsdag, de Tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de Tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag, waarop de verjaardag van de Koningin wordt gevierd en op 5 mei. b. Van onderdeel a van dit artikellid kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en met inachtneming van het navolgende: 1. geen dienst wordt geëist op ten minste dertien zondagen per periode van zes maanden; @@ -491,19 +488,16 @@ b. Van onderdeel a van dit artikellid kan slechts worden afgeweken indien het di c. De onderdelen a en b vinden ten aanzien van de zondag voor de ambtenaar die aan het hoofd van dienst heeft medegedeeld dat hij, in verband met zijn godsdienstige opvattingen, de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag viert, overeenkomstige toepassing voor die dag in plaats van ten aanzien van de zondag. d. Op zaterdag kan dienst worden geëist, mits de belangen van de dienst daartoe aanleiding geven. -**8a.** - -De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uur, hetzij ten minste 60 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 9 maal 24 uren welke rusttijd éénmaal in elke periode van 5 achtereenvolgende weken mag worden bekort tot 32 uren. - +**8.** a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren, hetzij ten minste 60 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 9 maal 24 uren welke rusttijd éénmaal in elke periode van 5 achtereenvolgende weken mag worden bekort tot 32 uren. b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren. **9.** Van de voor de ambtenaar vastgestelde werktijdregeling kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en - behoudens in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden - mits ervoor wordt gezorgd, dat de ambtenaar in of over het desbetreffende tijdvak van zeven dagen een ononderbroken rusttijd van ten minste 36 uren geniet. **10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een werktijdregeling als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt in het tweede tot en met negende lid overeenkomstige toepassing. -**11.** In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in uitzonderlijke gevallen van het bepaalde in het tweede tot en met negende lid, alsmede van het bepaalde in de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voorzover dat niet in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet. +**11.** In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in uitzonderlijke gevallen van het bepaalde in het tweede tot en met negende lid, alsmede van het bepaalde in de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voorzover dat niet in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet. -**12.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd ter zake van de uitvoering van het bepaalde in dit artikel nadere regels vast te stellen. +**12.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd ter zake van de uitvoering van het bepaalde in dit artikel nadere regels vast te stellen. ### Artikel 21a @@ -655,7 +649,7 @@ f. het minder uren werken op basis van artikel 21d van dit besluit. **11.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 21*a* gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak. -**12.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn ingevolge het vierde en vijfde lid geldende aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven plaats. +**12.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven plaats. **13.** Het bevoegd gezag stelt vast voor welke datum aanvragen als bedoeld in het twaalfde lid kunnen worden ingediend en geeft op of na die datum gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen. @@ -747,7 +741,7 @@ Vervallen Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken III en VI, geniet verlof: -a. de ambtenaar, die als militair dan wel op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid, onder *a* of *b* van de Rechtstoestandregeling reservepolitie (*Stb.* 1964, 473) of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is; +a. de ambtenaar, die als militair dan wel op grond van een verbintenis als vrijwilliger in de zin van artikel 2, eerste lid, onder *a* of *b* van de Rechtstoestandregeling reservepolitie of van een overeenkomstige verbintenis, als bedoeld in de artikelen 53 en 54 van die regeling in werkelijke dienst is; b. de ambtenaar, die zich bevindt in een der omstandigheden, genoemd in artikel 20*b*; c. de ambtenaar, die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te verrichten. @@ -776,7 +770,7 @@ b. voor het voldoen aan een wettelijke verplichting, een en ander, voor zover di **1.** Indien de ambtenaar een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor hem het in artikel 125*c*, tweede lid, van de Ambtenarenwet bedoelde verlof wordt verleend, wordt op zijn bezoldiging een inhouding toegepast over de tijd dat hij het verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vaste vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd in de bedoelde functie niet te boven. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan nadere regels ter uitvoering van het eerste lid vaststellen. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan nadere regels ter uitvoering van het eerste lid vaststellen. ### Artikel 33b @@ -794,7 +788,7 @@ c. voor zover betreft vergaderingen van een internationale ambtenarenorganisatie **4.** -Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 126*b*, derde en zesde lid aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt te zamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend +Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 18 van de Wet op de ondernemingsraden aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt te zamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend a. aan leden van de hoofdbesturen van de centrale organisaties, genoemd in artikel 105, tweede lid onder *a* en *b*, en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrale organisaties zijn aangesloten; b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die organisatie aangesloten centrales; @@ -837,7 +831,7 @@ f. bij zijn 25-, 40-, en 50-jarig ambts- of huwelijksjubileum en bij 25-, 40-, 5 -**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede begrepen het sluiten van een samenlevingscontract als bedoeld in artikel 4, vierde lid of het aangaan van een geregistreerd partnerschap. +**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede begrepen het sluiten van een samenlevingscontract als bedoeld in artikel 4, vierde lid, of het aangaan van een geregistreerd partnerschap. **3.** Buitengewoon verlof dat aan de ambtenaar op grond van het eerste lid wordt verleend in verband met aanverwantschap die door zijn huwelijk is ontstaan met bloedverwanten van zijn echtgenote wordt op gelijke wijze verleend aan de ambtenaar die ongehuwd samenwoont als bedoeld in artikel 4, vierde lid, of aan de ambtenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan, met betrekking tot dezelfde bloedverwanten van zijn levenspartner of van zijn geregistreerde partner. @@ -847,7 +841,7 @@ f. bij zijn 25-, 40-, en 50-jarig ambts- of huwelijksjubileum en bij 25-, 40-, 5 **1.** Buitengewoon verlof van korte duur, al dan niet met behoud van volle bezoldiging, kan bovendien worden verleend in de gevallen, waarin hij, die tot verlenen van dat verlof bevoegd is verklaard, oordeelt, dat daartoe aanleiding bestaat. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd ter uitvoering van het eerste lid zo nodig nadere regels vast te stellen. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd ter uitvoering van het eerste lid zo nodig nadere regels vast te stellen. ### Artikel 33f @@ -890,28 +884,6 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki **4.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen. -### Artikel 33fc - -**1.** De gewezen vrouwelijke ambtenaar, wier tijdstip van ingang van haar ontslag is gelegen in de periode, bedoeld in artikel 33fb, eerste lid, behoudt haar aanspraak op bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering. De aanspraak eindigt na 16 weken, te rekenen vanaf de eerste dag waarop haar zwangerschapsverlof als bedoeld in artikel 33fb, derde lid, een aanvang heeft genomen. - -**2.** - -De gewezen ambtenaar, wier bevalling waarschijnlijk is binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering gedurende de periode die: - -a. aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling; en -b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. - -**3.** De periode, bedoeld in het tweede lid, wordt verlengd tot 16 weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder dan 16 weken heeft bedragen. - -**4.** - -De gewezen ambtenaar wier bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die termijn bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met haar vakantie-uitkering gedurende de periode die: - -a. aanvangt op de datum van bevalling; en -b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. - -**5.** De artikelen 33fb, vijfde en zesde lid, 40, tweede lid, en 48a, zijn van overeenkomstige toepassing. - ### Artikel 33g **1.** De ambtenaar die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot een kind, heeft aanspraak op verlof. Indien de ambtenaar met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op verlof. @@ -1055,18 +1027,18 @@ k) LISV: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 v l) passende arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 30 van de ZW; m) Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; n) Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; -o. Osv 1997: de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; -p. WW-uitkering: een uitkering op grond van de Werkloosheidswet; -q. bovenwettelijke WW-uitkering: de uitkering bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk; +o) Osv 1997: de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; +p) WW-uitkering: een uitkering op grond van de Werkloosheidswet; +q) bovenwettelijke WW-uitkering: de uitkering bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk; r) WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; s) WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO; t) ZW: de Ziektewet; -u) ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de ZW. +u) ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de ZW; v) zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de ZW. ### Artikel 35a -Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman en de Raad van State, dient voor Onze Minister telkens respectievelijk te worden gelezen het college van de Algemene Rekenkamer, de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de vice-president van de Raad van State. +Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman en de Raad van State, dient voor Onze Minister telkens respectievelijk te worden gelezen het College van de Algemene Rekenkamer, de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de vice-president van de Raad van State. ### Paragraaf 2. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en het medisch advies @@ -1096,13 +1068,12 @@ a) voor zover dit noodzakelijk is om te beoordelen of de ambtenaar van 55 jaar e b) indien Onze Minister gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; c) indien de ambtenaar niet meer volledig geschikt is gebleken voor het verrichten van zijn arbeid; d) ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar tijdens het tijdvak waarin hij wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, in het belang van zijn genezing arbeid mag verrichten en om vast te stellen welke arbeid wenselijk wordt geacht; -e) voor zover dit noodzakelijk is ter voorbereiding van een beslissing naar aanleiding van de aanvraag om een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 36b; -f) indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekte-oorzaken, een nominatieve aangifteplicht geldt; -g) om te beoordelen of de ambtenaar, die een functie vervult als bedoeld in artikel 97, eerste lid, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven waarnemen, nadat hij de voor zijn functie vastgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt; -h) om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 98, derde lid, aanhef en onderdelen a en b; -i) om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten; -j) voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting; -k) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b. +e) indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Infectieziektenwet, een nominatieve aangifteplicht geldt; +f) om te beoordelen of de ambtenaar, die een functie vervult als bedoeld in artikel 97, eerste lid, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven waarnemen, nadat hij de voor zijn functie vastgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt; +g) om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 98, derde lid, aanhef en onderdelen a en b; +h) om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten; +i) voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting; +j) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b. **2.** Onze Minister stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld indien hem andere passende werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij geacht wegens ziekte ongeschikt te zijn tot het verrichten van zijn arbeid, in welk geval de overige bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn. @@ -1110,13 +1081,31 @@ k) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder ### Artikel 36b -**1.** Het medisch advies dat door de Arbo-dienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 36a, wordt zo spoedig mogelijk door de Arbo-dienst aan de ambtenaar en Onze Minister medegedeeld. +**1.** In geval van een geschil over het wel of niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte voorziet artikel 38, eerste lid, onder g, Osv 1997 in het instellen van een onderzoek en het geven van een oordeel. -**2.** De kosten, verbonden aan het onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onder g, Osv 1997 komen voor rekening van Onze Minister. Eventuele reis- en verblijfkosten van de ambtenaar worden hem vergoed volgens de geldende regels ter zake van dienstreizen. +**2.** Het medisch advies dat door de Arbo-dienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 36a, wordt zo spoedig mogelijk aan de ambtenaar en Onze Minister medegedeeld. + +**3.** De ambtenaar kan de Arbo-dienst binnen drie dagen na ontvangst van het medisch advies, schriftelijk een hernieuwd onderzoek vragen indien hij het niet eens is met het medisch advies. De Arbo-dienst stelt Onze Minister in kennis van een ingediend verzoek om een hernieuwd onderzoek. + +**4.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het schriftelijk verzoek om een hernieuwd onderzoek, doch uiterlijk binnen vier weken, vindt het hernieuwd onderzoek door een commissie van drie geneeskundigen plaats. + +**5.** Op verzoek van de ambtenaar wordt zijn behandelend arts in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk zijn mening aan de commissie van drie geneeskundigen kenbaar te maken. ### Artikel 36c -Vervallen +**1.** De leden van de commissie bedoeld in artikel 36b, vierde en vijfde lid, worden per verzoek om een hernieuwd onderzoek aangewezen door Onze Minister. De geneeskundige die het medisch advies heeft uitgebracht waarvan herziening wordt gevraagd, heeft in de commissie geen zitting. + +**2.** + +De commissie deelt haar oordeel schriftelijk mee aan: + +a) de ambtenaar; +b) Onze Minister; +c) de behandelend arts, bedoeld in artikel 36b, vijfde lid. + +### Artikel 36d + +De kosten, verbonden aan het onderzoek, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, respectievelijk, het hernieuwd onderzoek bedoeld in het artikel 36b, derde lid, komen voor rekening van Onze Minister. Eventuele reis- en verblijfkosten van de ambtenaar worden hem vergoed volgens de geldende regels ter zake van dienstreizen. ### Paragraaf 3. Aanspraken tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid @@ -1126,40 +1115,44 @@ Vervallen **1.** De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van zijn bezoldiging. -**2.** De ambtenaar die na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, op grond van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft op een WAO-uitkering, heeft aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. +**2.** + +De ambtenaar die na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, op grond van zijn dienstbetrekking + +a. aanspraak heeft op een WAO-uitkering, heeft: + +I) gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering; en +II) in de periode daarna aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen 80% van zijn bezoldiging en de WAO-uitkering. +b. ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, heeft: + +I) gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken aanspraak op doorbetaling van zijn bezoldiging; en +II) in de periode daarna aanspraak op doorbetaling van 80% van zijn bezoldiging. **3.** -De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt: - -a) gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering; en -b) daarna het verschil tussen 80% van zijn bezoldiging en de WAO-uitkering. - -**4.** - De ambtenaar geniet ook na afloop van het tijdvak van 26 weken de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering: a) voor zo lang hij zijn arbeid voor ten minste 45% verricht; dan wel b) indien hij in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte andere arbeid verricht voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur; danwel c) indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte. -**5.** +**4.** De ambtenaar die op grond van artikel 57a, eerste lid, is herplaatst, voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 98, derde lid, onderdeel a, is verstreken, heeft tot het eind van genoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van zijn herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen: a) het bedrag waarop de ambtenaar op grond van dit artikel recht zou hebben gehad indien hem geen andere betrekking zou zijn opgedragen, maar in plaats daarvan voor dezelfde arbeidsduur zijn eigen betrekking; en b) zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit zijn arbeidsongeschiktheid voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage. -**6.** +**5.** De ambtenaar die is herplaatst op grond van artikel 57a, eerste lid, heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar is verstreken, indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen: a) een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en -b) zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage. +b) zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage. -**7.** +**6.** -Het percentage, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: +Het percentage, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: | 80% of meer: | 90,02%; | | --- | --- | @@ -1176,11 +1169,11 @@ Het percentage, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mat De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, na zijn ontslag anders dan op grond van artikel 98, eerste lid, aanhef en onderdeel f, nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft: -a) zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en -b) indien hij na het tijdvak van 52 weken op grond van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op een WAO-uitkering, zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte maar niet langer dan een tijdvak van 26 weken, aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen: +a) zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering. +b) indien hij na het tijdvak van 52 weken, zolang hij ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte maar niet langer dan een tijdvak van 26 weken, -i) zijn laatstelijk genoten bezoldiging; en -ii) de WAO-uitkering. +I) op grond van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op een WAO-uitkering, aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, en de WAO-uitkering; of +II) op grond van zijn arbeidsongeschiktheid geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering. **2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag wegens ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang betrokkene ongeschikt is tot werken wegens ziekte, maar niet langer dan 52 weken, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest. @@ -1246,12 +1239,6 @@ c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zic Vervallen -### Artikel 40b - -**1.** Het bevoegd gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert het bevoegd gezag de inschakeling van de ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten het gezagsbereik van Onze Minister. - -**2.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. - #### Paragraaf . Begin en einde van de tijdvakken van 52 en 26 weken ### Artikel 41 @@ -1272,7 +1259,7 @@ d) het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zou zijn gestaakt. Het tijdvak van 26 weken gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, vangt aan op de dag nadat het tijdvak van 52 weken is geëindigd. Het tijdvak van 26 weken eindigt na 26 weken, vermeerderd met de tijdvakken waarin de ambtenaar gerekend vanaf de eerste ziektedag: a) zijn arbeid voor ten minste 45% heeft verricht; -b) in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte andere arbeid heeft verricht, voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur. +b) in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte andere arbeid heeft verricht, voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur, verminderd met de dagen waarop de ambtenaar gedurende de termijn van 52 weken, als bedoeld in het tweede lid, volledig geschikt is geweest zijn arbeid te verrichten. **4.** Bij buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging vangt het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, aan op de dag volgende op die waarop het buitengewoon verlof is beëindigd. @@ -1329,11 +1316,11 @@ c) met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overlede De aanvulling tot zijn bezoldiging, bedoeld in artikel 39, tweede lid, eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: -a) met ingang van de dag waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde voorwaarden; of +a) met ingang van de dag waarop de ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde voorwaarden; of b) met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 57a wordt herplaatst; of c) met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of -d) met ingang van de dag waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of -e) met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar is overleden. +d) met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of +e) met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. ### Paragraaf 4. Verplichtingen en sancties @@ -1358,7 +1345,7 @@ l) weigert inzage te geven in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld m) tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de Arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht; n) vóór de betaling van de bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid die hij heeft in verband met het verrichten van door de Arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden; o) niet onverwijld op verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden meedeelt, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht of op de hoogte van een aan hem toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering; -p) zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de Arbo-dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de Arbo-dienst als geldig erkende reden heeft opgegeven. +p) zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de Arbo-dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de Arbo-dienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; q) zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk. **2.** De aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard in het geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de regels heeft overtreden die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld. @@ -1382,7 +1369,7 @@ d) geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van ar **2.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de betreffende verplichting op grond van dat lid. -**3.** Na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in de artikelen 37, 38 en 39, is op de aanspraak die de ambtenaar en de gewezen ambtenaar heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, het verplichtingen- en sanctieregime van de WAO van overeenkomstige toepassing. +**3.** Na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in de artikelen 37, 38 en 39, is op de aanspraak die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, het verplichtingen- en sanctieregime van de WAO van overeenkomstige toepassing. **4.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de ambtenaar geniet een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door Onze Minister zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de ambtenaar aanspraak heeft. @@ -1446,23 +1433,23 @@ In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden toegekend a) indien hierin niet ingevolge een andere regeling kan worden voorzien; en b) deze kosten redelijkerwijs niet voor zijn rekening kunnen blijven. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels vaststellen. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels vaststellen. ### Artikel 48 **1.** Indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, voortvloeit uit een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, worden hem vergoed de naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging die voor rekening van de ambtenaar blijven. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels vaststellen. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels vaststellen. ### Paragraaf 6. Overige bepalingen ### Artikel 48a -**1.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 38 en 39, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging. +**1.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 37, 38 en 39, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging. **2.** -Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 18, of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan: +Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 18 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling zou zijn toegekend indien hij niet ongeschikt was geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan: a) de kalendermaand waarin de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; of b) de kalendermaand waarin de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke betrekking te vervullen. @@ -1474,7 +1461,7 @@ Indien ook voor het overige de bezoldiging niet in een vast bedrag per maand kan a) de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; b) de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke betrekking te vervullen. -**4.** Voor zover de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geen drie kalendermaanden in dienst is geweest, wordt voor de toepassing van het derde lid gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij in dienst is geweest vóór het ontstaan van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid respectievelijk tot het vervullen van een naar aard en omvang soortgelijke betrekking. +**4.** Voor zover de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geen drie kalendermaanden in dienst is geweest, wordt voor de toepassing van het tweede en derde lid gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij in dienst is geweest vóór het ontstaan van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid respectievelijk tot het vervullen van een naar aard en omvang soortgelijke betrekking. ### Artikel 48b @@ -1494,7 +1481,7 @@ b) de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en om ### Artikel 49a -**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan regels vaststellen omtrent de te volgen procedure bij reorganisaties en het herplaatsen van ambtenaren. +**1.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels vaststellen omtrent de te volgen procedure bij reorganisaties en het herplaatsen van ambtenaren. **2.** Onze Minister kan nadere procedures en regels vaststellen omtrent reorganisaties en het herplaatsen van ambtenaren. @@ -1598,7 +1585,7 @@ Onze Minister kan de naar zijn oordeel meest geschikte herplaatsingskandidaat, v ### Artikel 49k -De herplaatsingskandidaat die slechts in een voor hem passende functie kan worden herplaatst na om-, her- of bijscholing kan hiertoe worden verplicht, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. Artikel 59, tweede lid, eerste volzin, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +De herplaatsingskandidaat die slechts in een voor hem passende functie kan worden herplaatst na om-, her- of bijscholing kan hiertoe worden verplicht, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. Artikel 59, tweede lid, eerste volzin, derde, zesde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing. #### Paragraaf . - Sanctie @@ -1666,7 +1653,7 @@ Onze Minister kan de artikelen 49*j*, tweede lid, 49*k*, 49*m*, 49*n* en 49*p* t **2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het afleggen door de ambtenaar van de eed of de belofte. -**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken wordt het formulier vastgesteld dat wordt gebruikt voor het afleggen door de ambtenaar van de eed of de belofte. +**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt het formulier vastgesteld dat wordt gebruikt voor het afleggen door de ambtenaar van de eed of de belofte. ### Artikel 52 @@ -1745,7 +1732,7 @@ b. overeenkomstig het bepaalde in artikel 49*h*, eerste lid in de overige gevall **3.** De vast te stellen regels bevatten in ieder geval de criteria die gehanteerd worden bij de toekenning van een bedrijfshulpverleningstoelage. -**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan het in het tweede lid genoemde bedrag aanpassen overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van het rijkspersoneel. +**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan het in het tweede lid genoemde bedrag aanpassen overeenkomstig de algemene salarisontwikkeling van het rijkspersoneel. ### Artikel 59 @@ -1850,17 +1837,17 @@ e. de wijze waarop het overleg met de vertegenwoordigers van het personeel wordt **1.** De ambtenaar heeft recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen. -**2.** Deze vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig de daarvoor gestelde regelen. +**2.** Deze vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig de daarvoor gestelde regels. ### Artikel 69 **1.** Onze Minister kan naar billijkheid de ambtenaar schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen. -**2.** Onze Minister is bevoegd omtrent schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken regels te geven. +**2.** Onze Minister is bevoegd omtrent schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regels te geven. ### Artikel 70 -**1.** De ambtenaar, die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen dan met toestemming van het bevoegd gezag, dat deze toestemming slechts kan verlenen na positief medisch advies van de Arbo-dienst, bedoeld in hoofdstuk VI. +**1.** De ambtenaar, die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens de Infectieziektenwet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen dan met toestemming van het bevoegd gezag, dat deze toestemming slechts kan verlenen na positief medisch advies van de Arbo-dienst, bedoeld in hoofdstuk VI. **2.** De ambtenaar, die verkeert in de in het vorige lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de Arbo-dienst, bedoeld in hoofdstuk VI. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de Arbo-dienst, bedoeld in hoofdstuk VI gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek. @@ -1934,9 +1921,9 @@ Het is den ambtenaar verboden gedurende den werktijd alcoholhoudende dranken te ### Artikel 79 -**1.** De ambtenaar heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regels. +**1.** De ambtenaar heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum volgens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels. -**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van 10 jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel, 96 of 98, eerste lid onder *f* wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het derde lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. +**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van 10 jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel, 96 of 98, eerste lid onder *f* wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. ## Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen @@ -2015,7 +2002,7 @@ Vervallen ### Artikel 90 -De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de krankzinnigenwet, genomen in het belang van de volksgezondheid. +De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, genomen in het belang van de volksgezondheid. ### Artikel 91 @@ -2121,7 +2108,7 @@ c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk korte **1.** Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend. -**2.** Tenzij artikel 34*e*, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 34, uitgezonderd het derde en vijfde lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld. +**2.** Tenzij artikel 34*e*, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 34, uitgezonderd het vierde en vijfde lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld. **3.** Het eerste lid vindt eveneens toepassing voor de ambtenaar die ophoudt de functie te bekleden, bedoeld in artikel 16, derde lid. @@ -2153,9 +2140,9 @@ Vervallen ### Artikel 97b -**1.** Voor de ontslagverlening als bedoeld in artikel 125*e*, tweede lid, van de Ambtenarenwet, is overeenstemming vereist met Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Deze is gehouden het advies in te winnen van de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren. +**1.** Voor de ontslagverlening als bedoeld in artikel 125*e*, tweede lid, van de Ambtenarenwet, is overeenstemming vereist met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze is gehouden het advies in te winnen van de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren. -**2.** Indien het voornemen tot ontslagverlening afkomstig is van Onze Minister van Binnenlandse Zaken is overeenstemming vereist met Onze Minister-President. +**2.** Indien het voornemen tot ontslagverlening afkomstig is van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is overeenstemming vereist met Onze Minister-President. ### Artikel 98 @@ -2183,7 +2170,7 @@ a. er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens zie b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel *a* genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar binnen het gezagsbereik van Onze Minister andere arbeid aan te bieden, dan wel indien de ambtenaar geweigerd heeft deze arbeid te aanvaarden. -**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder *c*, wordt gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid verstaan, als bedoeld in artikel 34*g*. +**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder c, wordt verstaan gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende arbeid, als bedoeld in artikel 35, onderdeel l, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid, als bedoeld in artikel 35, onderdeel e. **5.** Bij het bepalen van het tijdvak van twee jaar als bedoeld in het derde lid, onder a, wordt niet in aanmerking genomen afwezigheid van een vrouwelijke ambtenaar wegens door de zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof. @@ -2213,7 +2200,7 @@ Daarbij wijst het bevoegd gezag de ambtenaar op de mogelijkheid om een arts van ### Artikel 98a -Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld, daaronder mede begrepen herplaatsingswachtgeld of een uitkering krachtens de Uitkeringsregeling 1966, een voor hem passend geachte betrekking is aangeboden en die betrekking binnen een periode van uiterlijk één jaar, nadat hij haar is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die betrekking worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op een wachtgeld of uitkering als evenbedoeld, wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend. +Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld, daaronder mede begrepen herplaatsingswachtgeld, een uitkering krachtens de Uitkeringsregeling 1966 of een suppletie op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk , een voor hem passend geachte betrekking is aangeboden en die betrekking binnen een periode van uiterlijk één jaar, nadat hij haar is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die betrekking worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op een wachtgeld of uitkering als evenbedoeld, wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend. ### Artikel 99 @@ -2275,7 +2262,7 @@ c) indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onder Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgend op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel het aangaan van het geregistreerd partnerschap. -**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. +**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel van het aangaan van het geregistreerd partnerschap. **3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 38, derde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel. @@ -2307,7 +2294,7 @@ Indien door de ambtenaar voor het gebruik der ambts- of dienstwoning een vergoed ### Artikel 105 -**1.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren in de zin van dit besluit met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken overleg is gepleegd met de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel. +**1.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren in de zin van dit besluit met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overleg is gepleegd met de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel. **2.** @@ -2319,7 +2306,7 @@ c. het Ambtenarencentrum; d. de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid en Onderwijs, Bedrijven en Instellingen; e. andere door Ons tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren, welke onder meer gelet op het aantal ambtenaren, dat zij vertegenwoordigen, eveneens als representatief kunnen worden aangemerkt en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet. -**3.** Indien een voorstel, waarover overleg dient plaats te vinden, strekt tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren wordt dit voorstel slechts ten uitvoer gebracht, indien daarover overeenstemming bestaat met de Sectorcommissie. Het standpunt van de Sectorcommissie wordt bepaald bij meerderheid van stemmen. Elke centrale brengt één stem uit. Indien de stemmen binnen de Sectorcommissie staken, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken of het voorstel ten uitvoer wordt gebracht. +**3.** Indien een voorstel, waarover overleg dient plaats te vinden, strekt tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren wordt dit voorstel slechts ten uitvoer gebracht, indien daarover overeenstemming bestaat met de Sectorcommissie. Het standpunt van de Sectorcommissie wordt bepaald bij meerderheid van stemmen. Elke centrale brengt één stem uit. Indien de stemmen binnen de Sectorcommissie staken, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of het voorstel ten uitvoer wordt gebracht. **4.** In de Sectorcommissie wordt geen overleg gevoerd over voorstellen die betrekking hebben op het gehele overheidspersoneel. @@ -2335,7 +2322,7 @@ e. andere door Ons tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van amb **3.** -Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd een lid of plaatsvervangend lid van de Sectorcommissie van deelneming aan het overleg uit te sluiten indien naar het oordeel van Onze genoemde Minister het dienstbelang dit in verband met zijn werkzaamheden als Rijksambtenaar vordert. De uitsluiting geschiedt niet dan nadat het bestuur van de daarbij betrokken zijnde centrale van verenigingen van ambtenaren over het voornemen daartoe is gehoord, en het advies van de overige leden van de Sectorcommissie daarover is ingewonnen. +Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd een lid of plaatsvervangend lid van de Sectorcommissie van deelneming aan het overleg uit te sluiten indien naar het oordeel van Onze genoemde Minister het dienstbelang dit in verband met zijn werkzaamheden als Rijksambtenaar vordert. De uitsluiting geschiedt niet dan nadat het bestuur van de daarbij betrokken zijnde centrale van verenigingen van ambtenaren over het voornemen daartoe is gehoord, en het advies van de overige leden van de Sectorcommissie daarover is ingewonnen. In afwachting van de beslissing van Onze Minister neemt het betrokken lid of plaatsvervangend lid niet of niet meer deel aan het overleg. @@ -2343,11 +2330,11 @@ Na de uitsluiting wijst de desbetreffende centrale een andere vertegenwoordiger ### Artikel 107 -**1.** Het overleg staat onder leiding van Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Hij is bevoegd de leiding van het overleg op te dragen aan de directeur-generaal Management en Personeelsbeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken, indien de aard van de te bespreken aangelegenheden dit toelaat. +**1.** Het overleg staat onder leiding van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is bevoegd de leiding van het overleg op te dragen aan de directeur-generaal Management en Personeelsbeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien de aard van de te bespreken aangelegenheden dit toelaat. -**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken wijst functionarissen aan die hem, dan wel de functionaris die namens hem het overleg voert, bij het overleg terzijde staan. +**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst functionarissen aan die hem, dan wel de functionaris die namens hem het overleg voert, bij het overleg terzijde staan. -**3.** Het secretariaat van het overleg wordt gevoerd door een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken benoemde of aangewezen secretaris, die ten dienste staat van zowel de voorzitter en de in het tweede lid bedoeld ambtenaren als van de Sectorcommissie. De benoeming of aanwijzing van de secretaris geschiedt in overeenstemming met de Sectorcommissie. +**3.** Het secretariaat van het overleg wordt gevoerd door een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemde of aangewezen secretaris, die ten dienste staat van zowel de voorzitter en de in het tweede lid bedoeld ambtenaren als van de Sectorcommissie. De benoeming of aanwijzing van de secretaris geschiedt in overeenstemming met de Sectorcommissie. **4.** Bij de behandeling van bepaalde aangelegenheden kan op uitnodiging of met toestemming van de voorzitter ook door anderen dan degenen, die daartoe ingevolge de vorige bepalingen van dit hoofdstuk bevoegd zijn, aan het overleg worden deelgenomen. @@ -2355,15 +2342,15 @@ Na de uitsluiting wijst de desbetreffende centrale een andere vertegenwoordiger ### Artikel 107a -De centrales van verenigingen van ambtenaren, die van de in artikel 106, eerste lid, vermelde bevoegdheid hebben gebruik gemaakt, doen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken mededeling van haar statuten en huishoudelijke reglementen en van de daarin aangebrachte wijzigingen, zomede van de statuten en van de daarin aangebrachte wijzigingen van de bij haar aangesloten verenigingen van ambtenaren. +De centrales van verenigingen van ambtenaren, die van de in artikel 106, eerste lid, vermelde bevoegdheid hebben gebruik gemaakt, doen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mededeling van haar statuten en huishoudelijke reglementen en van de daarin aangebrachte wijzigingen, zomede van de statuten en van de daarin aangebrachte wijzigingen van de bij haar aangesloten verenigingen van ambtenaren. Zij stellen Onze genoemde Minister voorts jaarlijks in kennis van het totale ledental van de bij elk der centrales aangesloten verenigingen. ### Artikel 108 -**1.** De in artikel 105 bedoelde aangelegenheden worden door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan de Sectorcommissie voorgelegd. +**1.** De in artikel 105 bedoelde aangelegenheden worden door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Sectorcommissie voorgelegd. -**2.** Ieder der tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren is bevoegd aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken bepaalde onderwerpen, behorende tot de in artikel 105 bedoelde, ter plaatsing op de agenda op te geven. +**2.** Ieder der tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren is bevoegd aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalde onderwerpen, behorende tot de in artikel 105 bedoelde, ter plaatsing op de agenda op te geven. ### Artikel 108a @@ -2371,19 +2358,19 @@ Een wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, betr ### Artikel 108a* -**1.** Het overleg wordt gevoerd op plaats, dag en uur door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen. +**1.** Het overleg wordt gevoerd op plaats, dag en uur door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te bepalen. **2.** De vergaderingen worden in de regel te 's-Gravenhage gehouden. -**3.** Indien de vertegenwoordigers van tenminste twee tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren Onze Minister van Binnenlandse Zaken, onder vermelding van hetgeen zij behandeld wensen te zien, verzoeken daartoe een vergadering uit te schrijven, vindt deze binnen 14 dagen plaats. +**3.** Indien de vertegenwoordigers van tenminste twee tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onder vermelding van hetgeen zij behandeld wensen te zien, verzoeken daartoe een vergadering uit te schrijven, vindt deze binnen 14 dagen plaats. ### Artikel 109 -Onze Minister van Binnenlandse Zaken verleent zijn bemiddeling om aan de Sectorcommissie een lokaliteit in een Rijksgebouw ter beschikking te stellen, indien deze Sectorcommissie daartoe een verzoek doet ten behoeve van een door haar te houden vergadering. +Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleent zijn bemiddeling om aan de Sectorcommissie een lokaliteit in een Rijksgebouw ter beschikking te stellen, indien deze Sectorcommissie daartoe een verzoek doet ten behoeve van een door haar te houden vergadering. ### Artikel 110 -**1.** Indien het wenselijk blijkt over de in artikel 105 bedoelde aangelegenheden voorbereidende besprekingen te voeren of in het overleg genomen besluiten uit te werken, geschiedt deze voorbereiding of uitwerking door werkgroepen bestaande uit vertegenwoordigers van de Sectorcommissie en door Onze Minister van Binnenlandse Zaken daartoe aangewezen functionarissen. +**1.** Indien het wenselijk blijkt over de in artikel 105 bedoelde aangelegenheden voorbereidende besprekingen te voeren of in het overleg genomen besluiten uit te werken, geschiedt deze voorbereiding of uitwerking door werkgroepen bestaande uit vertegenwoordigers van de Sectorcommissie en door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daartoe aangewezen functionarissen. **2.** Het bepaalde in het vierde en vijfde lid van artikel 107 is daarbij van overeenkomstige toepassing. @@ -2395,8 +2382,6 @@ Onze Minister van Binnenlandse Zaken verleent zijn bemiddeling om aan de Sectorc ### Artikel 110b -**1.** - Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 110*d* en volgende wordt verstaan onder: a. "deelnemers aan het overleg": de voorzitter en de tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren; @@ -2439,9 +2424,9 @@ b. de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent onderwerp en inhou **3.** -Wij benoemen de voorzitter en diens plaatsvervanger op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en de Sectorcommissie. Van de andere vier leden en hun plaatsvervangers benoemen wij: +Wij benoemen de voorzitter en diens plaatsvervanger op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Sectorcommissie. Van de andere vier leden en hun plaatsvervangers benoemen wij: -a. twee leden en hun plaatsvervangers op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken; alsmede +a. twee leden en hun plaatsvervangers op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; alsmede b. twee leden en hun plaatsvervangers op voordracht van de Sectorcommissie. **4.** @@ -2454,9 +2439,9 @@ c. personen die werkzaam zijn bij de departementen van algemeen bestuur en de da Deze personen zijn eveneens uitgesloten van het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap gedurende de periode van twee jaar na beëindiging van het lidmaatschap, plaatsvervangend lidmaatschap of bestuurslidmaatschap onder *a* en *b* bedoeld, alsmede na beëindiging van de werkzaamheden bedoeld onder *b* en *c*. -**5.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken wijst in overeenstemming met de Sectorcommissie en met de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie een secretaris aan, die de Advies- en Arbitragecommissie bijstaat. +**5.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst in overeenstemming met de Sectorcommissie en met de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie een secretaris aan, die de Advies- en Arbitragecommissie bijstaat. -**6.** Aan de leden en plaatsvervangende leden worden uit ’s Rijks kas vergoedingen voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen welke voor de vergoeding voor reis- en verblijfkosten wegens reizen voor ’s Rijks dienst gelden. +**6.** Aan de leden en plaatsvervangende leden worden uit ’s Rijks kas vergoedingen voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regels welke voor de vergoeding voor reis- en verblijfkosten wegens reizen voor ’s Rijks dienst gelden. ### Artikel 110h @@ -2492,13 +2477,13 @@ De uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft bindende kracht. ### Artikel 110l -**1.** Het standpunt van de Sectorcommissie over de haar voorgelegde dan wel op verzoek van haar zijde in het overleg besproken aangelegenheden wordt schriftelijk aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken bevestigd, waarbij desverlangd een samenvatting van de aan dit standpunt ten grondslag liggende argumenten wordt gegeven. +**1.** Het standpunt van de Sectorcommissie over de haar voorgelegde dan wel op verzoek van haar zijde in het overleg besproken aangelegenheden wordt schriftelijk aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevestigd, waarbij desverlangd een samenvatting van de aan dit standpunt ten grondslag liggende argumenten wordt gegeven. **2.** Indien in de Sectorcommissie een minderheidsstandpunt blijkt te bestaan, wordt daarvan desverlangd in het geschrift bedoeld in het vorige lid, melding gemaakt. ### Artikel 111 -Indien over een aangelegenheid in afwijking van het standpunt van de Sectorcommissie wordt beslist, brengt Onze Minister van Binnenlandse Zaken de redenen dier afwijking zo spoedig mogelijk ter kennis van de Sectorcommissie. +Indien over een aangelegenheid in afwijking van het standpunt van de Sectorcommissie wordt beslist, brengt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de redenen dier afwijking zo spoedig mogelijk ter kennis van de Sectorcommissie. ### Artikel 112 @@ -2735,7 +2720,7 @@ Voor zover voor ambtenaren bij een dienstvak nadere regels ter uitwerking of aan ### Artikel 132a -De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in dit besluit gesteld met uitzondering van die, genoemd in de artikelen 10, tweede en derde lid, 36b, tweede en derde lid, alsmede in hoofdstuk XI. +De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in dit besluit gesteld met uitzondering van die, genoemd in de artikelen 10, tweede en derde lid, artikel 36b, derde en vierde lid, alsmede in hoofdstuk XI. ### Artikel 132b