2011-07-01 | BWBR0030111 | Drinkwaterbesluit
This commit is contained in:
parent
3a5a58a7f3
commit
4e670a8118
1 changed files with 79 additions and 233 deletions
|
|
@ -16,22 +16,19 @@ citeertitel: Drinkwaterbesluit
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *Autoriteit Consument en Markt:* de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
|
||||
- *biocide:* biocide als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
|
||||
- *BRL 6010:* Nationale beoordelingsrichtlijn voor het InstallQ-procescertificaat «Legionellarisicoanalyses en -beheersplannen voor collectieve leidingwaterinstallaties», zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip;
|
||||
- *BRL 6010:* Nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO INSTAL® procescertificaat voor «legionellapreventie-advisering voor collectieve leidingwaterinstallaties», zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip;
|
||||
- *BRL K14010-1:* Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa-attest met productcertificaat voor «legionellapreventie met alternatieve technieken; Deel 1: Fysische techniek inclusief beheersconcept voor de nageschakelde installatie», zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip;
|
||||
- *BRL K14010-2:* Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa-attest met productcertificaat voor «legionellapreventie met alternatieve technieken; Deel 2: Elektrochemische technieken: koper/zilver-ionisatie, anodische oxidatie», zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip;
|
||||
- *certificatie-instelling:* door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde instelling die bevoegd is certificaten af te geven of in te trekken voor een product, dienst of kwaliteitsmanagementsysteem;
|
||||
- *chemicaliën:* stoffen of daaruit samengestelde producten, waaronder biociden, die ten behoeve van de bereiding van drinkwater in contact worden gebracht met te behandelen water of drinkwater, dan wel daaraan worden toegevoegd met het doel een kwaliteitsverandering van dat water te bewerkstelligen;
|
||||
- *BTO 2001.175:* BTO 2001.175 «Hygiënecode drinkwater; opslag, transport en distributie», zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip;
|
||||
- *certificatie-instelling:* door de Raad voor Accreditatie gecertificeerde instelling die bevoegd is certificaten af te geven of in te trekken voor een product, dienst of kwaliteitsmanagementsysteem;
|
||||
- *chemicaliën:* stoffen of daaruit samengestelde producten, niet zijnde biociden als bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, die ten behoeve van de bereiding van drinkwater in contact worden gebracht met te behandelen water of drinkwater, dan wel daaraan worden toegevoegd met het doel een kwaliteitsverandering van dat water te bewerkstelligen;
|
||||
- *chemisch beheer:* wijze van legionellapreventie, gebaseerd op het toevoegen van biociden aan drinkwater;
|
||||
- *elektrochemisch beheer:* wijze van legionellapreventie, gebaseerd op het gebruik van elektroden om daardoor biociden in het drinkwater te vormen dan wel biociden aan drinkwater toe te voegen;
|
||||
- *fotochemisch beheer:* wijze van legionellapreventie, gebaseerd op het gebruik van ultraviolet licht in combinatie met titaniumoxide om daardoor biociden in het drinkwater te vormen dan wel biociden aan drinkwater toe te voegen;
|
||||
- *fysisch beheer:* wijze van legionellapreventie, gebaseerd op het gebruik van filters, pasteurisatie of door lagedruk-lampen opgewekt ultraviolet licht;
|
||||
- * gevaar voor de volksgezondheid:* een biologisch, chemisch, fysisch of radiologisch agens in water, of een ander aspect van de toestand van water, met mogelijk nadelige gevolgen voor de gezondheid van de mens;
|
||||
- *hemelwater:* water afkomstig van atmosferische neerslag;
|
||||
- *huishoudwater:* water als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet, dat uitsluitend bestemd is voor toiletspoeling;
|
||||
- *huishoudwatervoorziening:* samenstel van leidingen, fittingen en toestellen voor de productie en distributie van huishoudwater;
|
||||
|
|
@ -44,7 +41,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
a. het distributienet van een drinkwaterbedrijf, respectievelijk collectieve watervoorziening, overgaat in een collectieve watervoorziening, respectievelijk collectief leidingnet, dan wel overgaat in een woninginstallatie of andere installatie die op dat distributienet is aangesloten;
|
||||
b. een collectief leidingnet overgaat in een woninginstallatie of andere installatie die op dat leidingnet is aangesloten;
|
||||
- *materialen:* industrieel gevormde vaste stoffen of daaruit samengestelde producten, niet zijnde chemicaliën, die gebruikt worden voor het vervaardigen en verwerken van producten die in contact kunnen komen met te behandelen water of drinkwater en daarbij kunnen worden afgegeven aan dat water;
|
||||
- * monitoring:* monsterneming en analyse;
|
||||
- *Nederlandse Mededingingsautoriteit:* Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet;
|
||||
- *NEN 1006:* NEN 1006 «Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties», zoals deze luidden op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip, met inbegrip van de bij die regeling aan te wijzen aanvullingen en correctiebladen;
|
||||
- *NEN 3650:* de volgende delen van NEN 3650:
|
||||
|
||||
|
|
@ -65,17 +62,12 @@ zoals deze luidden op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip, met inbeg
|
|||
- *NPR 7171-2:* NEN-EN-ISO 9001 «Kwaliteitsmanagementsystemen – Eisen», zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip, met inbegrip van de bij die regeling genoemde aanvullingen en correctiebladen;
|
||||
- *noodwater-risicoanalyse:* analyse met betrekking tot het risico dat de inzet van noodwater oplevert voor de volksgezondheid of het distributienet als bedoeld in artikel 49;
|
||||
- *paalkampeerterrein:* kosteloos te gebruiken kampeerterrein van Staatsbosbeheer dat met een paal als zodanig is aangeduid;
|
||||
- * PCD 1-1: * «Hygiënecode drinkwater; Algemeen» zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip;
|
||||
- * PCD 1-4: * «Hygiënecode drinkwater», zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip;
|
||||
- *recreatieverblijf:* recreatieverblijf waarvan de gebruikers het hoofdverblijf elders hebben en waar sprake is van een eenvoudige drinkwaterinstallatie die rechtstreeks is aangesloten op het distributienet van het drinkwaterbedrijf;
|
||||
- * risicobeoordeling en risicobeheer van het watervoorzieningssysteem: * risicobeoordeling en risicobeheer van het watervoorzieningssysteem als bedoeld in de artikelen 7 en 9, eerste tot en met vijfde lid, van de Drinkwaterrichtlijn;
|
||||
- *recreatiewoning:* recreatiewoonverblijf, waarvan de gebruikers het hoofdverblijf elders hebben, voor zover dit verblijf geen deel uitmaakt van een complex van soortgelijke verblijven dat in het kader van een bedrijf of in enigerlei vorm van onderlinge samenwerking door de rechthebbenden wordt beheerd;
|
||||
- *tappunt:* plaats waar het drinkwater, huishoudwater of warm tapwater beschikbaar komt voor gebruik;
|
||||
- *thermisch beheer:* wijze van legionellapreventie, gebaseerd op beheersing van de temperatuur van het drinkwater of het warm tapwater;
|
||||
- *verstorings-risicoanalyse:* analyse met betrekking tot het risico op verstoringen, bedoeld in artikel 33 van de wet, met inbegrip van het actueel houden van die analyse;
|
||||
- *wet:*
|
||||
Drinkwaterwet.
|
||||
|
||||
**2.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen ter uitvoering van richtlijn 2013/51/EURATOM van de Raad van 22 oktober 2013 tot vaststelling van voorschriften voor de bescherming van de volksgezondheid tegen radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water, wordt verstaan onder «radioactieve stof», «indicatieve dosis» of «ID» en «parameterwaarde», hetgeen onder die begrippen wordt verstaan in artikel 2 van de genoemde richtlijn. Een wijziging van een in de eerste volzin genoemd begrip gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
Drinkwaterwet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1.2. Huishoudwater
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,7 +151,7 @@ c. de afwijking maximaal 10 procentpunten meer bedraagt dan het maximaal toegest
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan advies vragen aan de Autoriteit Consument en Markt voorafgaande aan:
|
||||
Onze Minister kan advies vragen aan de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit voorafgaande aan:
|
||||
|
||||
a. het afwijken, bedoeld in artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van de wet,
|
||||
b. de vaststelling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet,
|
||||
|
|
@ -167,7 +159,7 @@ c. de beoordeling van een verzoek tot fusie als bedoeld in artikel 18, tweede li
|
|||
d. de vaststelling van de nadere regels, bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, en 8, vierde lid,
|
||||
e. de vaststelling van het maximaal toegestane aandeel eigen vermogen, bedoeld in artikel 7, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De inspecteur kan bij de uitoefening van het toezicht op de naleving van artikel 12, derde lid, van de wet en van deze paragraaf advies vragen aan de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
**2.** De inspecteur kan bij de uitoefening van het toezicht op de naleving van artikel 12, derde lid, van de wet en van deze paragraaf advies vragen aan de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald onder welke omstandigheden Onze Minister respectievelijk de inspecteur gebruikmaakt van zijn in het eerste respectievelijk tweede lid neergelegde bevoegdheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -191,7 +183,7 @@ b. het verslag met de resultaten van de prestatievergelijking, bedoeld in artike
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf publiceert jaarlijks voor 1 december een overzicht van de tarieven die hij in het daarop volgende kalenderjaar voor de beschikbaarstelling en levering van drinkwater in rekening brengt.
|
||||
**1.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf publiceert jaarlijks voor 1 december een overzicht van de tarieven die hij in het daarop volgende kalenderjaar voor de beschikbaarstelling en levering van drinkwater in rekening brengt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -203,7 +195,7 @@ c. prijs per kubieke meter geleverd drinkwater.
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In het in het eerste lid bedoelde overzicht wordt bij de tarieven aangegeven hoe deze zijn afgeleid uit de door het drinkwaterbedrijf te maken kosten voor de volgende posten:
|
||||
In het in het eerste lid bedoelde overzicht wordt bij de tarieven aangegeven hoe deze zijn afgeleid uit de door het drinkwaterbedrijf te maken kosten voor de volgende posten:
|
||||
|
||||
a. operationele kosten,
|
||||
b. afschrijvingen,
|
||||
|
|
@ -234,56 +226,28 @@ Voor zover de eigenaar van een drinkwaterbedrijf voldoet aan de in deze paragraa
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Eisen met betrekking tot microbiologische en chemische parameters voor drinkwater als bedoeld in artikel 21, derde lid, aanhef en onderdeel a, onderdeel 1°, van de wet, zijn opgenomen in de tabellen I en II van bijlage A, behorende bij dit besluit.
|
||||
**1.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat het drinkwater op het leveringspunt en op het tappunt voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de tabellen I, II, IIIa, IIIb en IIIc van bijlage A, behorende bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Eisen met betrekking tot indicatorparameters voor drinkwater als bedoeld in artikel 21, derde lid, aanhef en onderdeel a, onderdeel 2°, van de wet, zijn opgenomen in de tabellen IIIa, IIIb, IIIc en IV van bijlage A, behorende bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat het drinkwater op het leveringspunt en op het tappunt voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de tabellen I, II, IIIa, IIIb, IIIc en IV van bijlage A, behorende bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid geldt niet voor zover het betreft drinkwater dat aan het tappunt ter beschikking komt en dat niet aan de in dat lid bedoelde eisen voldoet door een oorzaak die is gelegen in een op het leidingnet van het desbetreffende drinkwaterbedrijf aangesloten woninginstallatie, collectief leidingnet, collectieve watervoorziening of andere op het leidingnet van een drinkwaterbedrijf aangesloten installatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
**1.** Eisen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, kunnen indien dringend noodzakelijk in het belang van de volksgezondheid bij ministeriële regeling worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt de desbetreffende eis binnen twee jaar na vaststelling opgenomen in bijlage A, tabel I of II, behorende bij dit besluit. Deze periode kan eenmaal bij besluit van Onze Minister met ten hoogste twee jaar worden verlengd.
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor zover het betreft drinkwater dat aan het tappunt ter beschikking komt en dat niet aan de in dat lid bedoelde eisen voldoet door een oorzaak die is gelegen in een op het leidingnet van het desbetreffende drinkwaterbedrijf aangesloten woninginstallatie, collectief leidingnet, collectieve watervoorziening of andere op het leidingnet van een drinkwaterbedrijf aangesloten installatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De monitoring van het water dat als grondstof wordt gebruikt voor de bereiding van drinkwater, het behandelde water of halffabrikaat en het geleverde drinkwater vindt plaats met inachtneming van de artikelen 9, derde tot en met zesde lid, en 13 en bijlage II van de Drinkwaterrichtlijn en de daarop berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze hebben in elk geval betrekking op:
|
||||
Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot de volgende onderwerpen nadere voorschriften gesteld:
|
||||
|
||||
a. de laboratoria die analyses uitvoeren en de bedrijven en personen die onder verantwoordelijkheid van een laboratorium monsters nemen ter uitvoering van dit besluit en de daarop berustende voorschriften,
|
||||
b. de wijze van monitoring van water dat als grondstof wordt gebruikt voor de bereiding van drinkwater, het behandelde water of halffabrikaat en het geleverde drinkwater,
|
||||
b. de wijze van monsterneming en de analyse van water dat als grondstof wordt gebruikt voor de bereiding van drinkwater, het behandelde water of halffabrikaat en het geleverde drinkwater,
|
||||
c. de frequentie waarmee het water wordt geanalyseerd, en
|
||||
d. een daartoe op te stellen meetprogramma.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.1.2. Risicobeoordeling en risicobeheer van het watervoorzieningssysteem en kwaliteitsmanagementsysteem
|
||||
#### Paragraaf 3.1.2. Kwaliteitsmanagementsysteem
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het toezicht door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, bedoeld in artikel 21, derde lid, onder b, van de wet, vindt plaats overeenkomstig het tweede en derde lid en omvat het uitvoeren van risicobeoordeling en risicobeheer van het watervoorzieningssysteem, met dien verstande dat dit plaatsvindt voor:
|
||||
|
||||
a. verstoringen en andere risico’s: overeenkomstig hoofdstuk 5 van dit besluit, en
|
||||
b. *Legionella*: overeenkomstig hoofdstuk 4 van dit besluit.
|
||||
**1.** Het toezicht door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, bedoeld in artikel 21, derde lid, onder b, van de wet, vindt plaats door middel van een daartoe op te stellen en uit te voeren kwaliteitsmanagementsysteem, gebaseerd op NEN-EN-ISO 9001. Bij ministeriële regeling kan een handleiding worden aangewezen die de eigenaar gebruikt bij het opstellen van het kwaliteitsmanagementsysteem.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het toezicht, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door middel van:
|
||||
|
||||
a. een systeem van risicobeoordeling en risicobeheer van het watervoorzieningssysteem dat is gebaseerd op NEN-EN-15975, deel 1 en 2, of een andere bij regeling van Onze Minister aangewezen norm of methode zoals deze luidde op een bij ministeriële regeling genoemd tijdstip, en
|
||||
b. een kwaliteitsmanagementsysteem, gebaseerd op NEN-EN-ISO 9001.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van de risicobeoordeling, het risicobeheer en het kwaliteitsmanagementsysteem.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De primaire bedrijfsprocessen die in ieder geval bij het systeem van risicobeoordeling en risicobeheer van het watervoorzieningssysteem en het kwaliteitsmanagementsysteem worden betrokken zijn:
|
||||
De primaire bedrijfsprocessen die in ieder geval bij het opstellen en uitvoeren van het kwaliteitsmanagementsysteem worden betrokken zijn:
|
||||
|
||||
a. de winning, de opslag en het transport van de grondstof waaruit het drinkwater wordt bereid;
|
||||
b. de behandeling van het gewonnen water tot drinkwater, met inbegrip van het gebruik van chemicaliën en materialen;
|
||||
|
|
@ -291,9 +255,9 @@ c. de opslag en distributie van het drinkwater;
|
|||
d. de inkoop en opslag van drinkwater dan wel van de grondstof of halffabrikaat waaruit het drinkwater wordt bereid, en
|
||||
e. de energievoorziening.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De secundaire bedrijfsprocessen die in ieder geval bij het systeem van risicobeoordeling en risicobeheer van het watervoorzieningssysteem en het kwaliteitsmanagementsysteem worden betrokken zijn:
|
||||
De secundaire bedrijfsprocessen die in ieder geval bij het opstellen en uitvoeren van het kwaliteitsmanagementsysteem worden betrokken zijn:
|
||||
|
||||
a. de inkoop, de opslag en het beheer van chemicaliën en materialen waarmee het water wordt behandeld en gedistribueerd;
|
||||
b. de bewaking van:
|
||||
|
|
@ -337,72 +301,37 @@ Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen wor
|
|||
Onverminderd de paragrafen 3.1.1 en 3.1.2 draagt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf er zorg voor dat de materialen en chemicaliën, die gebruikt worden bij de winning, de bereiding, de behandeling, de opslag, het transport of de distributie van drinkwater:
|
||||
|
||||
a. als gevolg van dat gebruik of de wijze waarop deze materialen en chemicaliën worden toegepast, niet in een hogere concentratie in het drinkwater achterblijven dan voor het gebruik van die materialen of chemicaliën noodzakelijk is,
|
||||
b. ook anderszins als gevolg van dat gebruik of die wijze van toepassing geen nadelige gevolgen hebben voor de volksgezondheid, de kleur, geur of smaak van het drinkwater niet negatief beïnvloeden en de microbiële ontwikkeling in het drinkwater niet vergroten.
|
||||
b. ook anderszins als gevolg van dat gebruik of die wijze van toepassing geen nadelige gevolgen hebben voor de volksgezondheid. Daaronder wordt mede verstaan het effect dat de gebruikte materialen hebben op de vorming van biofilm in de leidingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien bij de distributie van drinkwater te gebruiken materialen deel uitmaken van een gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien bij de distributie van drinkwater te gebruiken materialen deel uitmaken van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden eisen gesteld aan de materialen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, en aan de wijze van beoordeling daarvan, volgens een systeem van kwaliteitsverklaringen of op andere gelijkwaardige wijze.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
Aan artikel 19, eerste lid, aanhef en onder b, wordt voldaan, indien het materialen en chemicaliën betreft:
|
||||
|
||||
Aan artikel 19, eerste lid, wordt voor materialen voldaan:
|
||||
a. waarvoor een door Onze Minister erkende tijdelijke of definitieve kwaliteitsverklaring of een aan van deze kwaliteitsverklaringen gelijkwaardige verklaring is afgegeven, mits deze materialen en chemicaliën dienovereenkomstig worden gebruikt of toegepast, of
|
||||
b. waarvan volgens bij ministeriële regeling vast te stellen criteria is aangetoond dat aan het bedoelde vereiste wordt voldaan.
|
||||
|
||||
a. indien voor het desbetreffende gebruik of toepassing een door Onze Minister erkende kwaliteitsverklaring of daaraan gelijkwaardige verklaring is afgegeven waarbij volgens bij de regeling vastgestelde criteria is aangetoond dat het materiaal voor het desbetreffende gebruik of toepassing aan de eisen voldoet, of
|
||||
b. indien op andere wijze, volgens bij de regeling vastgestelde criteria, is aangetoond dat het materiaal voor het desbetreffende gebruik of toepassing aan de eisen voldoet.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste en tweede lid worden voor de uitvoering van de bepalingen met betrekking tot materialen:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de datum, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, van de Drinkwaterrichtlijn, de in dat onderdeel bedoelde methoden voor het testen en aanvaarden van uitgangsstoffen, samenstellingen en bestanddelen die in de Europese positieve lijsten moeten worden opgenomen, toegepast;
|
||||
b. met ingang van de datum, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van de Drinkwaterrichtlijn, de in dat onderdeel bedoelde Europese positieve lijsten van uitgangsstoffen, samenstellingen of bestanddelen die gebruikt mogen worden bij de vervaardiging van materialen of producten die in contact zijn met voor menselijke consumptie bestemd water, toegepast; en
|
||||
c. met ingang van de datum, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel c, van de Drinkwaterrichtlijn, de in dat onderdeel bedoelde procedures en methoden voor het testen en aanvaarden van eindmaterialen zoals die gebruikt worden in een product vervaardigd uit materialen of combinaties van uitgangsstoffen, samenstellingen of bestanddelen van de Europese positieve lijsten, toegepast.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt met ingang van de datum van de inwerkingtreding van de gedelegeerde handeling als bedoeld in artikel 11, achtste lid, van de Drinkwaterrichtlijn waarbij de conformiteitsbeoordelingsprocedure wordt vastgesteld, die procedure toegepast voor de producten als bedoeld in dat artikel.
|
||||
|
||||
**5.** Totdat voor een type materiaal of product volledig uitvoering is gegeven aan het derde of vierde lid blijft voor dat materiaal of product het eerste en tweede lid en een op basis daarvan verleende kwaliteitsverklaring, daaraan gelijkwaardige verklaring of toelating voor gebruik van kracht.
|
||||
|
||||
**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld in het belang van een goede omzetting of uitvoering van de in dit artikel genoemde artikelen van de Drinkwaterrichtlijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 20a
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden eisen gesteld aan de chemicaliën en filtermaterialen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, en aan de wijze van beoordeling daarvan volgens een systeem van kwaliteitsverklaringen of op andere gelijkwaardige wijze.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan artikel 19, eerste lid, wordt voor chemicaliën of filtermaterialen voldaan:
|
||||
|
||||
a. indien voor het desbetreffende gebruik of toepassing een door Onze Minister erkende kwaliteitsverklaring of daaraan gelijkwaardige verklaring is afgegeven, waarbij volgens bij de regeling vastgestelde criteria, is aangetoond dat de chemicaliën of filtermaterialen voor het desbetreffende gebruik of toepassing aan de eisen voldoet, of
|
||||
b. indien op andere wijze, volgens bij de regeling vastgestelde criteria, is aangetoond dat de chemicaliën of filtermaterialen voor het desbetreffende gebruik of toepassing aan de eisen voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 20b
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan een commissie van deskundigen of andere instantie worden aangewezen die is belast met daarbij genoemde taken ter uitvoering van de artikelen 19 tot en met 20a, volgens daarbij te stellen nadere regels.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen in het belang van een goede uitvoering van de artikelen 19 tot en met 20a nadere regels worden gesteld.
|
||||
**2.** Er is een commissie van deskundigen, belast met de uitvoering van het eerste lid en de daarop berustende bepalingen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de oprichting, samenstelling, activiteiten, werkwijze en kosten van de commissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat de leidingen die deel uitmaken van zijn watervoorzieningswerken en distributienet worden aangelegd overeenkomstig NEN 3650, NEN 3651, NEN 7171-1 en NPR 7171-2.
|
||||
|
||||
**2.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat verontreiniging van het drinkwater wordt voorkomen door bij aanleg en herstel van zijn watervoorzieningwerken en distributienet te werken overeenkomstig PCD 1-1 en PCD 1-4.
|
||||
**2.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat verontreiniging van het drinkwater wordt voorkomen door bij aanleg en herstel van zijn watervoorzieningwerken en distributienet te werken overeenkomstig BTO 2001.175.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.1.4. Niet voldoen aan kwaliteitseisen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Het door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf krachtens artikel 21, derde lid, onder d, aanhef en onderdeel 1°, van de wet, te verrichten onderzoek indien het drinkwater niet voldoet aan het eerste lid van dat artikel of aan een in de tabel I of II van bijlage A, behorende bij dit besluit, gestelde eis, of aan een krachtens artikel 13a gestelde eis, betreft de oorzaak en de mogelijke nadelige gevolgen daarvan voor de volksgezondheid. Dit onderzoek wordt terstond en volledig uitgevoerd.
|
||||
**1.** Het door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf krachtens artikel 21, derde lid, onder d, van de wet, te verrichten onderzoek indien het drinkwater niet voldoet aan het eerste lid van dat artikel of aan een in de tabel I of II van bijlage A, behorende bij dit besluit, gestelde eis, betreft de oorzaak en de mogelijke nadelige gevolgen daarvan voor de volksgezondheid. Dit onderzoek wordt terstond en volledig uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat het niet voldoen aan de daar bedoelde eis of eisen veroorzaakt wordt door de kwaliteit van het door de eigenaar van het drinkwaterbedrijf geleverde water, neemt hij terstond de in het belang van de volksgezondheid noodzakelijke en passende herstelmaatregelen waardoor het drinkwater alsnog voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat het niet voldoen aan de daar bedoelde eis of eisen veroorzaakt wordt door een op het leidingnet van het drinkwaterbedrijf aangesloten collectieve watervoorziening, collectief leidingnet, woninginstallatie of andere daarop aangesloten installatie, wordt de eigenaar of beheerder daarvan terstond en volledig geïnformeerd door de eigenaar van het drinkwaterbedrijf.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
Voor zover uit het in artikel 22, eerste lid, bedoelde onderzoek blijkt dat het niet voldoen aan een daar bedoelde eis veroorzaakt wordt door een op het distributienet van het drinkwaterbedrijf aangesloten collectieve watervoorziening, collectief leidingnet, woninginstallatie of andere daarop aangesloten installatie, wordt de eigenaar of beheerder daarvan terstond en volledig geïnformeerd door de eigenaar van het drinkwaterbedrijf. Dit omvat mede de mogelijke maatregelen om de risico’s voor de volksgezondheid weg te nemen of te beperken, preventiemaatregelen en advies aan consumenten over het gebruik van drinkwater.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Indien drinkwater niet voldoet aan artikel 21, eerste lid, van de wet of aan een in tabel I of II van bijlage A, behorende bij dit besluit, gestelde eis, informeert de eigenaar van een drinkwaterbedrijf terstond en volledig de toezichthouder hierover alsmede over het onderzoek en de te nemen herstelmaatregelen, bedoeld in artikel 22.
|
||||
|
|
@ -415,7 +344,7 @@ Indien drinkwater niet voldoet aan artikel 21, eerste lid, van de wet of aan een
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Indien het drinkwater niet voldoet aan een in tabel IIIa, IIIb, IIIc of IV van bijlage A, behorende bij dit besluit, gestelde eis, een krachtens artikel 13a gestelde eis of een richtwaarde als bedoeld in artikel 13, achtste lid, van de Drinkwaterrichtlijn, informeert de eigenaar terstond en volledig de toezichthouder hierover en verricht hij terstond onderzoek naar de oorzaak en de mogelijke nadelige gevolgen voor de volksgezondheid.
|
||||
**1.** Indien het drinkwater niet voldoet aan een in tabel III van bijlage A, behorende bij dit besluit, gestelde eis, informeert de eigenaar terstond en volledig de toezichthouder hierover en verricht hij terstond onderzoek naar de oorzaak en de mogelijke nadelige gevolgen voor de volksgezondheid.
|
||||
|
||||
**2.** In gevallen als bedoeld in het eerste lid neemt de eigenaar terstond de in het belang van de volksgezondheid noodzakelijke en passende herstelmaatregelen waardoor het drinkwater alsnog voldoet aan de daaraan gestelde eisen, tenzij de toezichthouder van oordeel is dat de normoverschrijding geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de consumenten en voor de aan hen toebehorende goederen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -440,14 +369,6 @@ b. de herstelmaatregelen ter waarborging van de kwaliteit van het drinkwater, be
|
|||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de vorm waarin de gegevens, bedoeld in het vierde lid, worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt zorg voor het overeenkomstig artikel 17, eerste lid, van de Drinkwaterrichtlijn ter beschikking stellen aan consumenten van de informatie, bedoeld in bijlage IV van de Drinkwaterrichtlijn, op de in die bijlage bedoelde wijze, voor zover deze gegevens niet al op grond van artikel 26, tweede lid, ter beschikking worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat consumenten en andere afnemers worden geïnformeerd overeenkomstig artikel 17, tweede lid, van de Drinkwaterrichtlijn.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.1.6. Warm tapwater
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
|
@ -462,26 +383,24 @@ b. de herstelmaatregelen ter waarborging van de kwaliteit van het drinkwater, be
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verlening van een ontheffing, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van de wet, door Onze Minister is uitsluitend mogelijk:
|
||||
De verlening van een ontheffing, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van de wet, is uitsluitend mogelijk:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot een in tabel II van bijlage A, behorende bij dit besluit, opgenomen eis voor een chemische parameter of een krachtens artikel 13a vastgestelde eis voor een chemische parameter;
|
||||
a. met betrekking tot een in tabel II van bijlage A, behorende bij dit besluit, opgenomen parameterwaarde;
|
||||
b. op verzoek van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf;
|
||||
c. voor een periode van ten hoogste drie jaren, en
|
||||
d. voor zover de openbare drinkwatervoorziening in het desbetreffende gebied redelijkerwijs niet op een andere wijze kan worden voortgezet.
|
||||
|
||||
Een ontheffing wordt beperkt tot de in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, b of c van de Drinkwaterrichtlijn bedoelde gevallen.
|
||||
|
||||
**2.** De voorschriften en beperkingen, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, tweede volzin, van de wet, worden gesteld in het belang van de volksgezondheid.
|
||||
|
||||
**3.** De intrekking van een ontheffing en wijziging of intrekking van de aan een ontheffing verbonden voorschriften vinden plaats in het belang van de volksgezondheid.
|
||||
|
||||
**4.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, stelt Onze Minister terstond en volledig op de hoogte van omstandigheden die er redelijkerwijs toe kunnen leiden dat aan het eind van de periode, bedoeld in het eerste lid, onder c, niet wordt voldaan aan de in dat lid, onder a, bedoelde parameterwaarde.
|
||||
|
||||
**5.** In het geval, bedoeld in het vierde lid, kan Onze Minister in uitzonderlijke gevallen op verzoek van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf de periode waarvoor de ontheffing geldt eenmaal verlengen met inachtneming van artikel 15, eerste lid, slotalinea, van de Drinkwaterrichtlijn. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** In het geval, bedoeld in het vierde lid, kan Onze Minister op verzoek van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf de periode waarvoor de ontheffing geldt ten hoogste twee maal verlengen. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij het verlenen van een ontheffing, bedoeld in het eerste lid, of bij het verlengen van de periode waarvoor de ontheffing geldt, bedoeld in het vijfde lid, worden in ieder geval de volgende gegevens betrokken, met inachtneming van artikel 15, tweede lid, van de Drinkwaterrichtlijn:
|
||||
Bij het verlenen van een ontheffing, bedoeld in het eerste lid, of bij het verlengen van de periode waarvoor de ontheffing geldt, bedoeld in het vijfde lid, worden in ieder geval de volgende gegevens betrokken:
|
||||
|
||||
a. de redenen voor de ontheffing of de verlenging daarvan;
|
||||
b. de parameterwaarde waarop de ontheffing betrekking heeft, de resultaten van eerdere metingen in verband met deze parameterwaarde en de maximaal toegestane waarde ingevolge de ontheffing;
|
||||
|
|
@ -494,7 +413,7 @@ f. de periode waarvoor de ontheffing geldt.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 28, eerste lid, onder a, kan de toezichthouder op verzoek van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf ontheffing verlenen voor afwijking van een in tabel II van bijlage A, behorende bij dit besluit, opgenomen eis voor een chemische parameter of van een krachtens artikel 13a vastgestelde eis voor een chemische parameter voor zover:
|
||||
In afwijking van artikel 28, eerste lid, onder a, kan de toezichthouder op verzoek van de eigenaar van een drinkwaterbedrijf ontheffing verlenen voor afwijking van een waarde uit tabel II, opgenomen in bijlage A, behorende bij dit besluit, voor zover:
|
||||
|
||||
a. overschrijding van die waarde naar zijn oordeel geen nadelige gevolgen voor de volksgezondheid heeft,
|
||||
b. de overschrijding binnen 30 dagen door het nemen van herstelmaatregelen kan worden opgeheven, en
|
||||
|
|
@ -510,38 +429,28 @@ c. de onder a bedoelde waarde door de eigenaar in de voorafgaande twaalf maanden
|
|||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden:
|
||||
|
||||
a. regels gesteld met betrekking tot het verrichten van onderzoek naar de hoedanigheid van het water dat gebruikt wordt voor de bereiding van drinkwater als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet overeenkomstig de artikelen 9, derde tot en met zesde lid, en 13 en bijlage II van de Drinkwaterrichtlijn en op basis van een door de Inspecteur goed te keuren:
|
||||
a. regels gesteld met betrekking tot het verrichten van onderzoek naar de hoedanigheid van het water dat gebruikt wordt voor de bereiding van drinkwater;
|
||||
b. eisen gesteld aan het oppervlaktewater waaruit drinkwater kan worden bereid.
|
||||
|
||||
1°. risicobeoordeling als bedoeld in artikel 15, en
|
||||
2°. monitoringsprogramma;
|
||||
b. eisen gesteld aan het oppervlaktewater waaruit drinkwater kan worden bereid als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet, voor:
|
||||
|
||||
1°. microbiologische en chemische parameters, en
|
||||
2°. signaleringsparameters voor het signaleren van mogelijke verontreiniging van het oppervlaktewater.
|
||||
|
||||
**2.** Het verbod, bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet, heeft betrekking op de bereiding van drinkwater uit oppervlaktewater dat niet voldoet aan eisen voor microbiologische of chemische parameters voor oppervlaktewater, bedoeld in het eerste lid, onder b, onder 1°.
|
||||
**2.** Het verbod, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet, heeft betrekking op de bereiding van drinkwater uit oppervlaktewater dat niet voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, onder b.
|
||||
|
||||
**3.** Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op water dat tevoren op een bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, vastgestelde wijze is behandeld, waarbij voor water van verschillende hoedanigheid verschillende wijzen van behandeling kunnen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de categorieën van gevallen aangewezen waarin Onze Minister een ontheffing als bedoeld in artikel 22, vierde lid, of achtste lid juncto het vierde lid, van de wet, kan verlenen.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de categorieën van gevallen aangewezen waarin Onze Minister een ontheffing als bedoeld in artikel 22, derde lid, of zevende lid juncto het derde lid, van de wet, kan verlenen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld als bedoeld in artikel 22, vijfde en achtste lid, van de wet.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld als bedoeld in artikel 22, vierde lid, en zevende lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. Collectieve watervoorzieningen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 12 tot en met 15, 19 tot en met 24, 25, eerste lid, 26 tot en met 30 en 44 en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectieve watervoorziening.
|
||||
**1.** De artikelen 12, 13 en 14, 19 tot en met 24, 25, eerste lid, 26 tot en met 30 en 44 en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectieve watervoorziening.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 26, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing indien om de desbetreffende gegevens wordt verzocht door de toezichthouder.
|
||||
**2.** Artikel 26, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing indien om de desbetreffende gegevens wordt verzocht door de toezichthouder
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 31, eerste lid, is op een zeer kleine collectieve watervoorziening, die deel uitmaakt van een paalkampeerterrein, of die anderszins geen drinkwater of warm tapwater levert in het kader van een commerciële of openbare activiteit, hoofdstuk III van de wet niet van toepassing en zijn de in dat lid genoemde artikelen niet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij die voorziening op duidelijk zichtbare wijze in meerdere talen en met een visueel symbool is aangegeven dat het water, ook na koken of filtreren, niet bestemd is om te drinken of voedsel mee te bereiden.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 31, eerste lid, zijn op een zeer kleine collectieve watervoorziening die drinkwater of warm tapwater levert in het kader van een commerciële of openbare activiteit, de in dat lid genoemde artikelen 15 en 26a niet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 31, eerste lid, is op een kleine collectieve watervoorziening het in dat lid genoemde artikel 15 niet van overeenkomstige toepassing en zijn de artikelen 26 en 26a alleen van overeenkomstige toepassing voor zover dit naar het oordeel van de inspecteur redelijkerwijs uitvoerbaar is en passend gelet op de aard en omvang van de voorziening.
|
||||
In afwijking van artikel 31 zijn op een collectieve watervoorziening, die deel uitmaakt van een paalkampeerterrein, hoofdstuk III van de wet en de daarop berustende bepalingen niet van toepassing, voor zover bij de voorziening is aangegeven dat het water, ook na koken of filtreren, niet bestemd is om te drinken of voedsel mee te bereiden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.3. Collectieve leidingnetten
|
||||
|
||||
|
|
@ -553,7 +462,7 @@ b. eisen gesteld aan het oppervlaktewater waaruit drinkwater kan worden bereid a
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar van een collectief leidingnet draagt zorg, op de wijze en in de mate, welke redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, dat het leidingnet, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, voldoet aan NEN 1006.
|
||||
**1.** De eigenaar van een collectief leidingnet draagt zorg, op de wijze en in de mate, welke redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, dat het leidingnet, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet, voldoet aan NEN 1006.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar van een leidingnet dat deel uitmaakt van een op een binnen het Nederlandse territoir of het Nederlandse deel van het continentale plat gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -569,19 +478,18 @@ b. eisen gesteld aan het oppervlaktewater waaruit drinkwater kan worden bereid a
|
|||
|
||||
Dit hoofdstuk is van toepassing op de eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet waarop direct of indirect tappunten als bedoeld in het vierde lid zijn aangesloten, voor zover die tappunten aanwezig zijn:
|
||||
|
||||
a. in instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen, voor zover het gaat om ziekenhuizen of zelfstandige behandelcentra voor zover daar sprake is van nachtverblijf;
|
||||
a. in instellingen als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi, met uitzondering van zelfstandige behandelcentra;
|
||||
b. in zorginstellingen die behoren tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie;
|
||||
c. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel van gebouwen of gedeelten daarvan:
|
||||
|
||||
1°. met een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van recreatieverblijven, huisjes op volkstuincomplexen en gebouwen waar uitsluitend wordt overnacht door personen die ter plaatse werkzaam zijn;
|
||||
2°. met een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, waar bedrijfsmatig nachtverblijf wordt verleend aan meer dan vijf personen;
|
||||
1°. met een logiesfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003, met uitzondering van recreatiewoningen, huisjes op volkstuincomplexen en gebouwen waar uitsluitend wordt overnacht door personen die ter plaatse werkzaam zijn;
|
||||
2°. met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003, waar bedrijfsmatig nachtverblijf wordt verleend aan meer dan vijf personen;
|
||||
d. in een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
|
||||
e. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel van gebouwen of gedeelten daarvan met een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
|
||||
e. in een gebouw, een gedeelte van een gebouw of een samenhangend geheel van gebouwen of gedeelten daarvan met een celfunctie als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2003;
|
||||
f. in een badinrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, voor zover ten minste één bassin een wateroppervlakte van twee m^2 of meer heeft en dieper is dan 0,50 meter;
|
||||
g. op een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van op de grond staande bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
|
||||
h. in een haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen;
|
||||
i. in een truckstop, benzinestation, wegrestaurant of andere locatie die verband houdt met het wegvervoer, waar douchefaciliteiten aanwezig zijn, bestemd voor openbaar gebruik;
|
||||
j. in een sauna.
|
||||
i. in een truckstop, benzinestation, wegrestaurant of andere locatie die verband houdt met het wegvervoer, waar douchefaciliteiten aanwezig zijn, bestemd voor openbaar gebruik.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -607,8 +515,6 @@ d. alle tappunten in een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a,
|
|||
|
||||
**2.** De eigenaar van een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet draagt er zorg voor dat het door hem aan derden ter beschikking gestelde drinkwater of warm tapwater op het punt van aflevering voldoet aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij overschrijding van de in het eerste lid bedoelde waarde of equivalent daarvan, doet de eigenaar onderzoek naar de overschrijding en neemt hij maatregelen om te voorkomen dat de waarde opnieuw wordt overschreden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Legionella-risicoanalyse en legionella-beheersplan
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
|
@ -643,7 +549,7 @@ c. gegevens over de herkomst, aard en kwaliteit van het water dat wordt gebruikt
|
|||
d. de uitkomsten van de uitgevoerde legionella-risicoanalyse of legionella-risicoanalyses;
|
||||
e. de maatregelen die zijn of worden genomen, de werkinstructies voor het uitvoeren van de maatregelen en de voorschriften die worden toegepast voor bediening, onderhoud en controle van de collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet, voor zover deze betrekking hebben op de beheersing van de bij de legionella-risicoanalyse aangetroffen risico’s, waarbij tevens wordt aangegeven wie door de eigenaar belast is met de uitvoering van de maatregelen, welke bevoegdheden daarvoor bestaan en op welke wijze en in welke frequentie de uitvoering van die maatregelen plaatsvindt;
|
||||
f. de tappunten waarop en de frequentie waarin het drinkwater wordt onderzocht op de aanwezigheid van legionellabacteriën overeenkomstig artikel 43;
|
||||
g. in geval van een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet binnen een instelling als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder a of b: een omschrijving van de getroffen voorzieningen om het risico van verbranding bij personen, die vanwege hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet of onvoldoende in staat zijn de temperatuur van het bij de lichaamsverzorging of anderszins gebruikte drinkwater op een veilig niveau in te stellen, te voorkomen;
|
||||
g. in geval van een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet binnen een inrichting als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder a of b: een omschrijving van de getroffen voorzieningen om het risico van verbranding bij personen, die vanwege hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet of onvoldoende in staat zijn de temperatuur van het bij de lichaamsverzorging of anderszins gebruikte drinkwater op een veilig niveau in te stellen, te voorkomen;
|
||||
h. de maatregelen die worden genomen indien er aanwijzingen zijn dat niet wordt voldaan aan artikel 27 of artikel 36, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
|
@ -698,18 +604,6 @@ Het nemen en analyseren van monsters ter uitvoering van hoofdstuk 4 en de daarop
|
|||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 44a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Fysisch, fotochemisch of elektrochemisch beheer als bedoeld in artikel 44 dat uiterlijk op 3 september 2013 werd toegepast wordt tevens als gecertificeerd beschouwd indien:
|
||||
|
||||
a. dat beheer uiterlijk op 3 september 2013 ter certificering is aangeboden en uiterlijk op 1 augustus 2014 gecertificeerd was;
|
||||
b. het beheer gelijk is aan het gecertificeerde beheer; en
|
||||
c. een ondertekende verklaring van de leverancier aanwezig is dat het beheer gelijk is aan het gecertificeerde beheer.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Leveringszekerheid en continuïteit
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
|
@ -718,30 +612,10 @@ c. een ondertekende verklaring van de leverancier aanwezig is dat het beheer gel
|
|||
|
||||
**2.** In omstandigheden waarin naar het oordeel van de inspecteur naleving van de hoeveelheideis of drukeis, bedoeld in het eerste lid, redelijkerwijs niet mogelijk is, kan gedurende een door de inspecteur bepaalde periode en tot een daarbij bepaalde waarde worden afgeweken van die eis.
|
||||
|
||||
### Artikel 45a
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overschrijding van de drempelwaarde voor lekverliezen, bedoeld in artikel 4, derde lid, een na laatste alinea, van de Drinkwaterrichtlijn, stelt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf maatregelen vast ter vermindering van het lekkagepercentage met de termijnen voor het realiseren daarvan en maakt hij deze maatregelen en termijnen kenbaar aan Onze Minister overeenkomstig artikel 44, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van overschrijding van de drempelwaarde, bedoeld in het eerste lid, worden de verplichtingen, bedoeld in dat lid, voor de eerste maal uitgevoerd voor 1 januari 2029.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf verschaft, middels het leveringsplan, inzicht in de redelijkerwijs te verwachten toekomstige behoefte aan drinkwater in het distributiegebied van zijn drinkwaterbedrijf en in de daaraan verbonden consequenties ten aanzien van de winning, zuivering en distributie van drinkwater en neemt in dat plan een daarop aansluitende planning voor de drinkwatervoorziening op voor een periode van ten minste tien jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
**1.** De risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem bevat de elementen, genoemd in artikel 9, tweede en vijfde lid, van de Drinkwaterrichtlijn.
|
||||
|
||||
**2.** De verstorings-risicoanalyse, bedoeld in artikel 47, is onderdeel van de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem.
|
||||
|
||||
**3.** De risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem wordt door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf voor de eerste maal uiterlijk op 12 januari 2029 uitgevoerd en vervolgens elke vier jaar geactualiseerd, of tussentijds indien wijzigingen in de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**4.** De risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem of de actualisatie daarvan wordt met het oog op goedkeuring van het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet, aan de inspecteur te beoordeling voorgelegd op een door hem bepaalde wijze.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de inspecteur van oordeel is dat de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem of de actualisatie daarvan onjuist of onvolledig is uitgevoerd, kan hij de eigenaar van het drinkwaterbedrijf verzoeken om wijziging, aanvulling of het opnieuw uitvoeren van de risicobeoordeling of de actualisatie binnen een daarbij bepaalde termijn.
|
||||
|
||||
**6.** Aan de hand van de uitkomsten van de risicobeoordeling van het watervoorzieningssysteem of de actualisatie daarvan stelt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf als onderdeel van het leveringsplan een paragraaf «risicobeheer watervoorzieningssysteem» als bedoeld in artikel 53, eerste lid, op met de controlemaatregelen, programma’s en overige handelingen als bedoeld in bijlage B, onderdeel 4, of actualiseert hij deze.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** Een verstorings-risicoanalyse omvat het inventariseren en analyseren van de voor het leveringsgebied van een drinkwaterbedrijf bestaande en te verwachten dreigingen voor de openbare drinkwatervoorziening. Een beschrijving van deze dreigingen wordt met het oog op goedkeuring van het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet, voorafgaand aan de indiening van het leveringsplan aan de inspecteur ter beoordeling voorgelegd.
|
||||
|
|
@ -750,9 +624,9 @@ De eigenaar van een drinkwaterbedrijf verschaft, middels het leveringsplan, inzi
|
|||
|
||||
**3.** Indien de inspecteur van oordeel is dat de verstorings-risicoanalyse, bedoeld in het eerste lid, onjuist of onvolledig is uitgevoerd dan wel anderszins niet voldoet aan de in bijlage B, behorende bij dit besluit, opgenomen vereisten voor de verstoringsparagraaf van het leveringsplan, bedoeld in het vijfde lid, kan hij de eigenaar van het drinkwaterbedrijf verzoeken om wijziging, aanvulling of het opnieuw uitvoeren van de verstorings-risicoanalyse binnen een daarbij aangegeven termijn.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 46a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf voert de verstorings-risicoanalyse uit binnen één jaar na inwerkingtreding van dit besluit en herziet deze ten minste éénmaal per vier jaar of indien wijzigingen in de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Zo nodig geeft de inspecteur aanwijzingen.
|
||||
|
||||
**5.** Aan de hand van de uitkomsten van de verstorings-risicoanalyse stelt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf als onderdeel van het leveringsplan een verstoringsparagraaf op overeenkomstig de vereisten, opgenomen in bijlage B, onderdeel 3, behorende bij dit besluit,.
|
||||
**5.** Aan de hand van de uitkomsten van de verstorings-risicoanalyse stelt de eigenaar van een drinkwaterbedrijf als onderdeel van het leveringsplan een verstoringsparagraaf op overeenkomstig de vereisten, opgenomen in bijlage B, behorende bij dit besluit,.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
|
|
@ -777,7 +651,7 @@ De eigenaar van een drinkwaterbedrijf beschikt over onafhankelijke voorzieningen
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
In overleg met de inspecteur oefent de eigenaar van een drinkwaterbedrijf ten minste een maal per twee jaar de inzet van het drinkwaterbedrijf bij verstoringen, welke oefeningen eenmaal per vier jaar worden gecombineerd met de diensten en organisaties die deel uitmaken van het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s en met de politie.
|
||||
In overleg met de inspecteur oefent de eigenaar van een drinkwaterbedrijf ten minste een maal per twee jaar de inzet van het drinkwaterbedrijf bij verstoringen, welke oefeningen eenmaal per vier jaar worden gecombineerd met de diensten en organisaties die deel uitmaken van het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 9 van de Politiewet 1993.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
|
|
@ -791,23 +665,13 @@ In overleg met de inspecteur oefent de eigenaar van een drinkwaterbedrijf ten mi
|
|||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, bevat:
|
||||
|
||||
a. een paragraaf risicobeheer van het watervoorzieningssysteem als bedoeld in artikel 46a, zesde lid;
|
||||
b. een verstoringsparagraaf als bedoeld in artikel 47, vijfde lid;
|
||||
c. overige vereisten en gegevens als bedoeld in bijlage B.
|
||||
**1.** Het leveringsplan, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, bevat de gegevens, bedoeld in bijlage B, behorende bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** De inspecteur beoordeelt een aan hem krachtens artikel 37, derde lid, van de wet, overgelegd leveringsplan binnen zes maanden na de indiening van dat plan. Aan het vereiste van goedkeuring, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet, wordt in elk geval voldaan indien de inspecteur niet binnen zes maanden na de indiening een beslissing heeft genomen.
|
||||
|
||||
**3.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf herziet het leveringsplan ten minste eenmaal per vier jaar en tussentijds indien daar aanleiding toe is. Op de herziening zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. Zo nodig geeft de inspecteur aanwijzingen.
|
||||
|
||||
**4.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er, voor zover dat binnen zijn vermogen ligt, zorg voor dat het leveringsplan in overeenstemming is met het crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s, het calamiteitenplan, bedoeld in artikel 19.14 van de Omgevingswet en andere voor de leveringszekerheid van de drinkwatervoorziening van belang zijnde plannen, tenzij dat zou leiden tot strijdigheid met de wet en de daarop berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
**5.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat de maatregelen en programma’s van de paragraaf risicobeheer van het watervoorzieningssysteem en de verstoringsparagraaf worden uitgevoerd binnen een daarbij genoemde termijn, voor de eerste maal uiterlijk op 12 januari 2029.
|
||||
|
||||
**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van de artikelen 46a, 47 en het eerste tot en met vijfde lid.
|
||||
**4.** De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er, voor zover dat binnen zijn vermogen ligt, zorg voor dat het leveringsplan in overeenstemming is met het rampenplan, bedoeld in artikel 5 van de Wet rampen en zware ongevallen, het calamiteitenplan, bedoeld in artikel 69 van de Waterstaatswet 1900 en andere voor de leveringszekerheid van de drinkwatervoorziening van belang zijnde plannen, tenzij dat zou leiden tot strijdigheid met de wet en de daarop berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
|
|
@ -970,51 +834,43 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Drinkwaterbesluit.
|
|||
|
||||
## Bijlage A. behorend bij
|
||||
|
||||
^1 Micro-organismen mogen krachtens artikel 21, eerste lid, en artikel 25 van de wet, niet in een zodanige concentratie in het drinkwater voorkomen dat nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen ontstaan. Voor bepaalde micro-organismen, zoals virussen en protozoa (onder meer Cryptosporidium en Giardia), is het niet mogelijk om concentraties te meten op het zeer lage niveau, waarop blootstelling relevant is voor de gezondheid van de gebruiker. In plaats hiervan dient de eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater als grondstof voor de bereiding van drinkwater op basis van metingen van de desbetreffende micro-organismen in de grondstof en gegevens over de verwijderingscapaciteit bij de verschillende zuiveringsprocessen (inclusief eventuele bodempassages) in overleg met de inspecteur een kwantitatieve risicoanalyse voor het bereide drinkwater op te stellen. Het ILT-richtsnoer Analyse Microbiologische Veiligheid Drinkwater (AMVD) kan hiervoor gebruikt worden.
|
||||
Noot:
|
||||
|
||||
Voor het door middel van deze risicoanalyse berekende theoretische infectierisico geldt een grenswaarde van één infectie per 10 000 personen per jaar. Indien het berekende infectierisico groter is dan de genoemde grenswaarde, dient de eigenaar met de inspecteur te overleggen over te nemen maatregelen. De inspecteur kan bepalen dat voor kwetsbare grondwaterwinningen eenzelfde risicoanalyse wordt uitgevoerd. Hiertoe dient het ILT-richtsnoer «Analyse microbiologische veiligheid drinkwater» gebruikt te worden.
|
||||
^1) Micro-organismen mogen krachtens artikel 21, eerste lid, en artikel 25 van de wet, niet in een zodanige concentratie in het drinkwater voorkomen dat nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen ontstaan. Voor bepaalde micro-organismen, zoals virussen en protozoa (onder meer Cryptosporidium en Giardia), is het niet mogelijk om concentraties te meten op het zeer lage niveau, waarop blootstelling relevant is voor de gezondheid van de gebruiker. In plaats hiervan dient de eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater als grondstof voor de bereiding van drinkwater op basis van metingen van de desbetreffende micro-organismen in de grondstof en gegevens over de verwijderingscapaciteit bij de verschillende zuiveringsprocessen (inclusief eventuele bodempassages) in overleg met de inspecteur een kwantitatieve risicoanalyse voor het bereide drinkwater op te stellen. De VROM-Inspectierichtlijn «Analyse microbiologische veiligheid drinkwater» dient hiertoe gebruikt te worden.
|
||||
|
||||
Voor het door middel van deze risicoanalyse berekende theoretische infectierisico geldt een grenswaarde van één infectie per 10 000 personen per jaar. De toetsing aan deze grenswaarde voor het infectierisico dient in elk geval te worden uitgevoerd voor Enterovirussen, Cryptosporidium en Giardia, maar geldt in principe ook voor andere pathogene micro-organismen. Indien het berekende infectierisico groter is dan de genoemde grenswaarde, dient de eigenaar met de inspecteur te overleggen over te nemen maatregelen.
|
||||
|
||||
De inspecteur kan bepalen dat voor kwetsbare grondwaterwinningen eenzelfde risicoanalyse wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
Tot de groep van bacteriofagen worden in elk geval gerekend de somatische colifagen en de F-specifieke bacteriofagen.
|
||||
|
||||
^1 Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water, of betreft een feitelijk gemeten waarde.
|
||||
Noten:
|
||||
|
||||
^2 Deze norm wordt van kracht op 12 januari 2026.
|
||||
^1) Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water, of betreft een feitelijk gemeten waarde.
|
||||
|
||||
^3 Er wordt een parameterwaarde van 2,4 mg/l toegepast wanneer ontzilt water de voornaamste bron van het betrokken watervoorzieningssysteem is, of in regio's waar de geologische omstandigheden tot hoge concentraties in het grondwater kunnen leiden.
|
||||
^2) Deze waarde geldt voor een monster van voor menselijke consumptie bestemd water dat via een passende steekproefmethode aan de kraan verkregen is, en dat representatief mag worden geacht voor de gemiddelde waarde die de verbruiker wekelijks binnen krijgt. Deze methode is beschreven in de «VROM-Inspectierichtlijn Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit».
|
||||
|
||||
^4 Er wordt een parameterwaarde van 0,70 mg/l toegepast wanneer een desinfectiemethode die chloraat, met name chloordioxide, voortbrengt, wordt gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Waar mogelijk streven de lidstaten, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar mag komen, naar een lagere waarde. Deze parameter wordt alleen gemeten indien dergelijke desinfectiemethoden worden toegepast.
|
||||
^3) Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.
|
||||
|
||||
^5 Er wordt een parameterwaarde van 0,70 mg/l toegepast wanneer een desinfectiemethode die chloriet, met name chloordioxide, voortbrengt, wordt gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Waar mogelijk streven de lidstaten, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar mag komen, naar een lagere waarde. Deze parameter wordt alleen gemeten indien dergelijke desinfectiemethoden worden toegepast.
|
||||
^4) Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50 +[nitriet]/3 <1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO_3, en voor nitriet in NO_2.
|
||||
|
||||
^6 Deze norm wordt van kracht op 12 januari 2036, voor die tijd geldt de norm van 50 microgram/L.
|
||||
^5) De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen
|
||||
|
||||
^7 Met behulp van de methode zoals voorgeschreven in de Drinkwaterregeling moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.
|
||||
^6) De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.
|
||||
|
||||
^8 Deze parameter wordt alleen gemeten wanneer desinfectiemethoden die HAA's kunnen voortbrengen, worden gebruikt voor het desinfecteren van voor menselijke consumptie bestemd water. Deze is de som van de volgende vijf representatieve stoffen: monochloor-, dichloor- en tricholoorazijnzuur, en mono- en dibroomazijnzuur
|
||||
^7) Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren). De norm van 0,1 μg/l geldt ook voor humaan toxicologisch relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten van pesticiden. Voor metabolieten van pesticiden en afbraak- of reactieproducten, die niet humaan toxicologisch relevant zijn, geldt een norm van 1,0 μg per liter.
|
||||
|
||||
^9 Nadere voorschriften ten aanzien van monitoring worden gegeven in de Drinkwaterregeling.
|
||||
^8) De maximumwaarde geldt bij het gebruik van chloor(verbindingen) voor desinfectie; in de overige situaties geldt de maximumwaarde genoemd in Tabel IIIc bij gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen. De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 μg/l. De somwaarde van 25 μg/l geldt als 90 percentiel, met een maximum van 50 μg/l. Voor drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, geldt als somwaarde 100 μg/l, waarbij het gehalte broomdichloormethaan maximaal 60 μg/l mag zijn.
|
||||
|
||||
^10 Deze parameter moet alleen worden gemeten in geval van potentiële bloei in bronwater (stijgende dichtheid van cyanobacteriële cellen of bloeipotentieel).
|
||||
Noten:
|
||||
|
||||
^11 Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50 +[nitriet]/3 <1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO_3, en voor nitriet in NO_2.
|
||||
^1) Indien DOC/TOC (dissolved organic carbon/total organic carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO_4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O_2).
|
||||
|
||||
^12 De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen.
|
||||
^2) Deze parameter geldt niet voor water als bedoeld in artikel 14 van het Warenwetbesluit Verpakte waters.
|
||||
|
||||
^13 De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.
|
||||
^3) Totaal α, uitgezonderd radon, inclusief kortlevende vervalprodukten van radon. Totaal ß behalve ^40 K, tritium en kortlevende vervalprodukten van radon. Indien de norm voor totaal α en/of totaal ß wordt overschreden dient nader onderzoek te worden uitgevoerd conform de «VROM-Inspectierichtlijn Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit».
|
||||
|
||||
^14 Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren). De norm van 0,1 μg/l geldt ook voor humaan toxicologisch relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten van pesticiden. Voor metabolieten van pesticiden en afbraak- of reactieproducten, die niet humaan toxicologisch relevant zijn, geldt een norm van 1,0 μg per liter.
|
||||
|
||||
^15 Dit is de som van per- en polyfluoralkylstoffen die risicovol worden geacht in verband met voor menselijke consumptie bestemd water, en die zijn opgenomen in bijlage III, deel B, punt 3 van de Drinkwaterrichtlijn.
|
||||
|
||||
^16 Er wordt een parameterwaarde van 30 μg/l toegepast voor regio’s waar de geologische omstandigheden tot hoge concentraties in het grondwater kunnen leiden.
|
||||
|
||||
^17 De maximumwaarde geldt bij het gebruik van chloor(verbindingen) voor desinfectie; in de overige situaties geldt de maximumwaarde genoemd in Tabel IIIc bij gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen. De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 μg/l. De somwaarde van 25 μg/l geldt als 90 percentiel, met een maximum van 50 μg/l. Voor drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, geldt als somwaarde 100 μg/l, waarbij het gehalte broomdichloormethaan maximaal 60 μg/l mag zijn.
|
||||
|
||||
^1 Indien DOC/TOC (dissolved organic carbon/total organic carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO_4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O_2).
|
||||
|
||||
^2 Deze parameter geldt niet voor water als bedoeld in artikel 14 van het Warenwetbesluit Verpakte waters. Er kunnen minimumconcentraties van calcium en magnesium of van totaal opgeloste vaste stoffen in onthard of gedemineraliseerd water worden bepaald, rekening houdend met de kenmerken van water dat deze processen ondergaat.
|
||||
|
||||
^3 Geldt alleen voor zover bij drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, natriumhypochloriet aan het drinkwater wordt toegevoegd ter desinfectie van het water. De contacttijd tussen het chloor en het water moet ten minste 30 minuten bedragen.
|
||||
^4) Geldt alleen voor zover bij drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties, als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, natriumhypochloriet aan het drinkwater wordt toegevoegd ter desinfectie van het water. De contacttijd tussen het chloor en het water moet ten minste 30 minuten bedragen.
|
||||
|
||||
Noten:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1026,7 +882,7 @@ Noten:
|
|||
|
||||
Noten:
|
||||
|
||||
^1) Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 μg/l) wordt gemeten zal er nader onderzoek plaatsvinden overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van het Drinkwaterbesluit. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken.
|
||||
^1) Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 μg/l) wordt gemeten is er geen risico voor de volksgezondheid, maar zal er nader onderzoek plaats vinden. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken.
|
||||
|
||||
^2) Metabolieten van pestciden, welke in humaan toxicologisch opzicht relevant zijn, vallen onder tabel II van deze bijlage. Voor de overige metabolieten geldt een norm van 1,0 μg/l (zie tabel II noot 7).
|
||||
|
||||
|
|
@ -1034,16 +890,6 @@ Noten:
|
|||
|
||||
^4) Voor enkele individuele stoffen uit deze parametergroep geldt ook een maximale waarde in tabel II.
|
||||
|
||||
Noot 1:
|
||||
|
||||
a. De lidstaten mogen voor radon een niveau bepalen dat niet mag worden overschreden en waaronder de optimalisering van de bescherming wordt voortgezet, zonder dat de watervoorziening op nationale of regionale schaal in gevaar wordt gebracht. Het niveau dat een lidstaat bepaalt ligt tussen 100 Bq/l en 1.000 Bq/l. Ter vereenvoudiging van de nationale wetgeving kunnen de lidstaten ervoor kiezen de parameterwaarde op dit niveau af te stemmen. Nederland legt op basis van bestaande metingen de grens op 100 Bq/L (uit eerdere monitoringsonderzoeken blijkt dat de maximale radonconcentratie in ruw water en drinkwater <20 Bq/L is).
|
||||
|
||||
b. Wanneer de radonconcentraties 1.000 Bq/l overschrijden worden remediërende maatregelen zonder meer billijk geacht om redenen van stralingsbescherming. Dit is tot nu toe in Nederland niet aan de orde. Indien nodig is de praktische maatregel: beluchten.
|
||||
|
||||
Noot 2: Hoge tritiumniveaus kunnen duiden op andere kunstmatige radionucliden. Als de tritiumconcentratie de parameterwaarde ervan overschrijdt, is een analyse van de aanwezigheid van andere kunstmatige radionucliden noodzakelijk. Dit is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT).
|
||||
|
||||
Noot 3: De wijze van monitoring en berekening van de indicatieve dosis is geregeld in de Drinkwaterregeling en, in samenhang daarmee, de desbetreffende richtlijn van de ILT.
|
||||
|
||||
## Bijlage B. behorend bij
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de organisatie, maatregelen, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van een drinkwaterbedrijf bevat het leveringsplan in ieder geval:
|
||||
|
|
@ -1064,11 +910,11 @@ r_EV = vergoeding voor eigen vermogen;
|
|||
|
||||
EV = aandeel eigen vermogen in het totaal van eigen en vreemd vermogen1De waarde voor het aandeel eigen vermogen wordt gebaseerd op een financieringsstructuur die als redelijk wordt beschouwd voor de drinkwaterbedrijven, gegeven de situatie op de financiële markt. Deze waarde kan afwijken van het werkelijk aandeel eigen vermogen van de bedrijven..
|
||||
|
||||
De vergoeding vreemd vermogen (r_VV) en de vergoeding eigen vermogen (r_EV) worden als volgt bepaald2De waarden van de in de formules genoemde parameters voor de bepaling van r_VV en r_EV zijn afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markt. De bepaling van deze waarden zal plaatsvinden op basis van een analyse ten behoeve van de vaststelling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet. Ter illustratie het volgende rekenvoorbeeld. Stel rr is gelijk aan 4%, ro is gelijk aan 0,5%, rm is gelijk aan 9% en β_EV is gelijk aan 0,5, dan volgt dat r_VV is gelijk aan 4,5% en r_EV is gelijk aan 6,5%. Bij EV is gelijk aan 40%,volgt: r_TV = 4,5% x 0,6 + 6,5% x 0,4 = 5,3%.:
|
||||
De vergoeding vreemd vermogen (r_VV) en de vergoeding eigen vermogen (r_EV) worden als volgt bepaald2De waarden van de in de formules genoemde parameters voor de bepaling van r_VV en r_EV zijn afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markt. De bepaling van deze waarden zal plaatsvinden op basis van een analyse ten behoeve van de tweejaarlijkse vaststelling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet. Ter illustratie het volgende rekenvoorbeeld. Stel rr is gelijk aan 4%, ro is gelijk aan 0,5%, rm is gelijk aan 9% en β_EV is gelijk aan 0,5, dan volgt dat r_VV is gelijk aan 4,5% en r_EV is gelijk aan 6,5%. Bij EV is gelijk aan 40%,volgt: r_TV = 4,5% x 0,6 + 6,5% x 0,4 = 5,3%.:
|
||||
|
||||
r_VV = rr_vv + ro;
|
||||
r_VV = rr + ro;
|
||||
|
||||
r_EV = rr_ev + β_EV(mrp);
|
||||
r_EV = rr + β_EV(mrp);
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue