2010-10-02 | BWBR0026494 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de Nederlandse Antillen
This commit is contained in:
parent
c52dbc6152
commit
4e7a5e109e
1 changed files with 0 additions and 24 deletions
|
|
@ -3640,10 +3640,6 @@ Als er al sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden, is het aan de verz
|
|||
|
||||
De beoordeling van bijzondere omstandigheden geschiedt bij de IND. Die bijzondere omstandigheden kunnen hoogstens leiden tot de conclusie dat de verzoeker geen gevaar vormt voor de openbare orde. Indien er wel sprake is van ernstige vermoedens dat de verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt, mag hij niet worden genaturaliseerd. Daarvan kan niet met toepassing van artikel 10 RWN worden afgeweken.
|
||||
|
||||
#### 6. Afwijzing indien ernstige vermoedens bestaan dat verzoeker een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk
|
||||
|
||||
#### 7. Procedure m.b.t. onderzoek naar criminele antecedenten
|
||||
|
||||
#### 6. Procedure
|
||||
|
||||
In de naturalisatieprocedure wordt het verzoek om naturalisatie ingediend bij de gezaghebber, die een onderzoek instelt en daarover adviseert aan de Minister van Justitie van Nederland. Het advies ziet onder meer op de vraag of er ernstige vermoedens bestaan om aan te nemen dat de verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt. Naast de aanwezigheid van criminele antecedenten is ook bij een polygaam huwelijk van de verzoeker sprake van gevaar voor de openbare orde in de zin van artikel 9 eerste lid aanhef en onder a RWN.
|
||||
|
|
@ -5471,10 +5467,6 @@ Voor rechterlijke uitspraken van na 1 januari 1985, maar vóór 1 januari 2002 d
|
|||
|
||||
De persoon ten aanzien van wie de familierechtelijke betrekking vervalt, hoeft niet noodzakelijk Nederlander te zijn. Het kind kan namelijk via die persoon het Nederlanderschap ontlenen aan uitsluitend artikel 3, derde lid, RWN. Ook in dat geval moet worden gesteld dat het Nederlanderschap wordt ontleend aan de familierechtelijke betrekking met die persoon. Immers, zonder bedoelde familierechtelijke betrekking had nooit sprake kunnen zijn van het Nederlanderschap ex artikel 3, derde lid, RWN. Met andere woorden, vervalt de familierechtelijke betrekking met de persoon via wie het Nederlanderschap wordt ontleend aan artikel 3, derde lid, RWN, ook dan treedt verlies van het Nederlanderschap in.
|
||||
|
||||
##### 1.1. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
##### 1.2. Intrekking geen terugwerkende kracht
|
||||
|
||||
#### 2
|
||||
|
||||
Ingevolge overgangsbepaling artikel III RRWN heeft artikel 14, tweede lid, RWN, zoals die bepaling luidt sedert 1 april 2003, terugwerkende kracht tot 1 januari 1985. Dit is onder meer van belang in verband met het gestelde in de tweede en derde zin van bedoeld tweede lid. Daar is bepaald, dat geen verlies van het Nederlanderschap intreedt indien de andere ouder Nederlander is op het tijdstip van het vervallen van de familierechtelijke betrekking of dat was ten tijde van zijn overlijden en dat evenmin verlies intreedt indien het kind het Nederlanderschap ook ontleent aan artikel 3, derde lid, RWN of aan artikel 2, aanhef en onder a, WNI. Deze uitzonderingen op de hoofdregel van artikel 14, tweede lid, RWN zijn pas sedert 1 april 2003 in dat artikel van de RWN opgenomen. Echter, als gevolg van het bepaalde bij overgangsbepaling artikel III RRWN moet, wat betreft de toepassing van onderhavig artikellid ervan worden uitgegaan dat bedoelde uitzonderingen reeds gelden vanaf 1 januari 1985. Zou dus vóór 1 april 2003 ten aanzien van een minderjarige zijn geconcludeerd tot verlies van het Nederlanderschap door het vervallen van de familierechtelijke betrekking waaraan het werd ontleend (ingevolge bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid, RWN), zulks ondanks bijvoorbeeld dat de minderjarige het Nederlanderschap tevens ontleende aan artikel 3, derde lid, RWN, dan moet die persoon thans geacht worden het Nederlanderschap nimmer te hebben verloren.
|
||||
|
|
@ -5489,14 +5481,6 @@ B, minderjarig kind van Belgische ouders, ontleent het Nederlanderschap via de v
|
|||
|
||||
C is in 1999 geboren in Australië als dochter van een Australische vrouw. In 2000 is C erkend door een Nederlander, waardoor zij het Nederlanderschap verkregen heeft ingevolge het toen geldende artikel 4 RWN. Sedertdien is C van Nederlandse en Australische nationaliteit. Het Nederlanderschap ontleent zij uitsluitend aan voormeld artikel 4 RWN. In 2001 verkrijgt de moeder van C het Nederlanderschap door naturalisatie. Na het overlijden van de Nederlandse moeder wordt bij beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 7 april 2004 de erkenning van C vernietigd. Tegen de uitspraak wordt geen hoger beroep ingesteld. In principe zou dit voor de minderjarige C verlies van het Nederlanderschap meebrengen, en wel met ingang van 8 juli 2004. Echter, in dit geval treedt geen verlies in, omdat de andere ouder ten tijde van haar overlijden Nederlander was.
|
||||
|
||||
##### 2.1. Misdrijven bedoeld in het tweede lid
|
||||
|
||||
##### 2.2. In mindere mate een belangenafweging in het kader van
|
||||
|
||||
##### 2.3. Het Nederlanderschap van het minderjarige kind van degene wiens Nederlanderschap wordt ingetrokken op grond van
|
||||
|
||||
#### 3. Procedure tot intrekking van het Nederlanderschap en de afwikkeling
|
||||
|
||||
### 14-3. Toelichting ad
|
||||
|
||||
**Het Nederlanderschap wordt niet verloren dan krachtens een van de bepalingen van dit hoofdstuk.**
|
||||
|
|
@ -5509,14 +5493,6 @@ Uit deze bepaling blijkt dat de RWN limitatief de rechtsgronden opsomt waarop he
|
|||
|
||||
Hoofdregel bij verlies van het Nederlanderschap is, dat geen verlies optreedt indien dat leidt tot staatloosheid. Op de hoofdregel formuleert dit artikellid één uitzondering, namelijk het geval waarin sprake is van intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14, eerste lid, RWN (intrekking wegens valse verklaring, bedrog of verzwijging van een relevant feit). In een dergelijk geval kan het verlies van het Nederlanderschap wél leiden tot staatloosheid.
|
||||
|
||||
#### 1. Algemeen
|
||||
|
||||
#### 2. Overgangsrecht artikel 14, vierde lid
|
||||
|
||||
### 14-5. Toelichting ad
|
||||
|
||||
### 14-6. Toelichting ad
|
||||
|
||||
## 15
|
||||
|
||||
RWN: artikelen 1.1b; 1.2; 2.2 en 14.4
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue