2011-11-23 | BWBR0030667 | Inkomstenbelasting, fiscale partnerregeling en heffingskortingen

This commit is contained in:
Coornhert 2011-11-23 12:00:00 +00:00
parent 58f55381b0
commit 4ed21c76ad

View file

@ -12,14 +12,14 @@ citeertitel: Inkomstenbelasting, fiscale partnerregeling en heffingskortingen
De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
In dit besluit staat het beleid over de fiscale partnerregeling en de heffingskortingen. Dit besluit is een actualisering van het besluit van 18 maart 2010, nr. DGB2010/745M in verband met de wetswijzigingen per 1 januari 2011. Verder zijn de onderdelen van het besluit van 18 maart 2010 die slechts een voorlichtend karakter hebben, vervallen.
In dit besluit staat het beleid over de fiscale partnerregeling en de heffingskortingen. Dit besluit is een actualisering van het besluit van 18 maart 2010, nr. DGB2010/745M in verband met de wetswijzigingen per 1 januari 2011. Verder zijn de onderdelen van het besluit van 18 maart 2010 die slechts een voorlichtend karakter hebben, vervallen.
## 1. Inleiding
In dit besluit staat het beleid over de fiscale partnerregeling en de heffingskortingen. Dit besluit wordt uitgebracht in verband met de wetswijzigingen per 1 januari 2011. Het beleid was eerder opgenomen in het besluit van 18 maart 2010, nr. DGB2010/745M. Hieronder staan de belangrijkste veranderingen ten opzichte van dat besluit:
In dit besluit staat het beleid over de fiscale partnerregeling en de heffingskortingen. Dit besluit wordt uitgebracht in verband met de wetswijzigingen per 1 januari 2011. Het beleid was eerder opgenomen in het besluit van 18 maart 2010, nr. DGB2010/745M. Hieronder staan de belangrijkste veranderingen ten opzichte van dat besluit:
Onderdeel 2.1 is niet meer opgenomen. Dit was geen beleid maar een toelichting.
Onderdeel 2.2 is niet meer opgenomen. Dit is nu wettelijk geregeld in artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Onderdeel 2.2 is niet meer opgenomen. Dit is nu wettelijk geregeld in artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Onderdeel 2.3 is niet meer opgenomen. Dit is nu wettelijk geregeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel a van de Wet IB 2001.
Onderdeel 2.4 is vervallen. Met de invoering van de nieuwe fiscale partnerregeling is besloten de goedkeuring voor binnenschippers te laten vervallen. Hierdoor zijn twee ongehuwde meerderjarigen die samen wonen aan boord van een binnenschip zonder vaste ligplaats, met ingang van 1 januari 2011 geen fiscale partners.
Onderdeel 2.5 is niet meer opgenomen. Dit was geen beleid maar een toelichting.
@ -31,7 +31,7 @@ In dit besluit staat het beleid over de fiscale partnerregeling en de heffingsko
In de overige onderdelen zijn enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Hiermee is geen beleidswijziging beoogd.
Het besluit van 18 maart 2010, nr. DGB/745M en het besluit van 22 februari 2006, nr. CPP2005/3058M (Duurzaam gescheiden leven) zijn ingetrokken. Dit laatste besluit heeft zijn belang verloren door wetswijzigingen per 1 januari 2011 op het gebied van de fiscale partnerregeling (artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 1.2 van de Wet IB 2001).
Het besluit van 18 maart 2010, nr. DGB/745M en het besluit van 22 februari 2006, nr. CPP2005/3058M (Duurzaam gescheiden leven) zijn ingetrokken. Dit laatste besluit heeft zijn belang verloren door wetswijzigingen per 1 januari 2011 op het gebied van de fiscale partnerregeling (artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 1.2 van de Wet IB 2001).
## 2. Fiscale partnerregeling
@ -51,13 +51,13 @@ Nee, de aanslagen van belastingplichtige en zijn partner staan onherroepelijk va
#### . Goedkeuring
Het hiervoor bedoelde gevolg acht ik niet in overeenstemming met de bedoeling van de uitbreiding van de tbu-regeling. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
Het hiervoor bedoelde gevolg acht ik niet in overeenstemming met de bedoeling van de uitbreiding van de tbu-regeling. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
Belastingplichtige en zijn partner mogen de verdeling van de buitengewone uitgaven herzien, indien zij door een andere verdeling in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de tbu-regeling. Aan deze goedkeuring zijn de volgende voorwaarden verbonden:
De goedkeuring geldt alleen voor de aangiften inkomstenbelasting over 2004.
Als wijziging van de verdeling van de buitengewone uitgaven tot gevolg heeft dat de onherroepelijk vaststaande aanslag van de ene partner te laag is vastgesteld, geldt de goedkeuring alleen als die partner instemt met het opleggen van een navorderingsaanslag.
Deze goedkeuring geldt alleen indien het verzoek is gedaan vóór 1 januari 2012.
Deze goedkeuring geldt alleen indien het verzoek is gedaan vóór 1 januari 2012.
## 3. Heffingskortingen
@ -81,7 +81,7 @@ Voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting, de maximale gecombineerde heffin
#### . Goedkeuring
De situatie dat belastingplichtigen die samen met een kind aan boord wonen van een binnenschip zonder vaste ligplaats, niet in aanmerking kunnen komen voor genoemde heffingskortingen omdat inschrijving op een woonadres niet mogelijk is, acht ik niet in overeenstemming met de achtergrond van de regeling. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
De situatie dat belastingplichtigen die samen met een kind aan boord wonen van een binnenschip zonder vaste ligplaats, niet in aanmerking kunnen komen voor genoemde heffingskortingen omdat inschrijving op een woonadres niet mogelijk is, acht ik niet in overeenstemming met de achtergrond van de regeling. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
De belastingplichtige die samen met een kind aan boord woont van een binnenschip zonder vaste ligplaats, kan in aanmerking komen voor genoemde heffingskortingen als:
@ -93,7 +93,7 @@ De belastingplichtige die samen met een kind aan boord woont van een binnenschip
#### . Vraag
A en B zijn officieel gescheiden per 24 december 2010. Zij staan tot en met 14 januari 2011 met hun kind nog wel ingeschreven op hetzelfde woonadres. Hierdoor zijn A en B tot en met 14 januari 2011 fiscaal partner. Op 15 januari 2011 laat A zich met haar kind inschrijven op het nieuwe woonadres. A heeft over 2011 een hoger arbeidsinkomen dan B.
A en B zijn officieel gescheiden per 24 december 2010. Zij staan tot en met 14 januari 2011 met hun kind nog wel ingeschreven op hetzelfde woonadres. Hierdoor zijn A en B tot en met 14 januari 2011 fiscaal partner. Op 15 januari 2011 laat A zich met haar kind inschrijven op het nieuwe woonadres. A heeft over 2011 een hoger arbeidsinkomen dan B.
Komt A over 2011 in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting?
@ -105,7 +105,7 @@ Een andere voorwaarde om in aanmerking te komen voor deze korting is dat het kin
#### . Goedkeuring
De situatie dat beide belastingplichtigen niet in aanmerking komen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting bij fiscaal partnerschap over een beperkt deel van het kalenderjaar, acht ik niet in overeenstemming met de achtergrond van de regeling. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
De situatie dat beide belastingplichtigen niet in aanmerking komen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting bij fiscaal partnerschap over een beperkt deel van het kalenderjaar, acht ik niet in overeenstemming met de achtergrond van de regeling. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
De belastingplichtige die in het kalenderjaar minder dan zes maanden een fiscaal partner heeft, komt toch in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting indien hij in het kalenderjaar een hoger arbeidsinkomen heeft dan deze partner.
@ -127,7 +127,7 @@ Nee, in de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: de Wfsv) is geen bepa
#### . Goedkeuring
Het in de vraagstelling gesignaleerde gevolg waarbij in een bijzondere situatie een deel van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting onverrekend blijft, terwijl belastingplichtige wel premie volksverzekeringen verschuldigd is, acht ik niet in overeenstemming met de achtergrond van de regeling. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
Het in de vraagstelling gesignaleerde gevolg waarbij in een bijzondere situatie een deel van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting onverrekend blijft, terwijl belastingplichtige wel premie volksverzekeringen verschuldigd is, acht ik niet in overeenstemming met de achtergrond van de regeling. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
In situaties waarin de berekende inkomstenbelasting (= de verschuldigde inkomstenbelasting na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting) lager is dan de heffingskorting voor de inkomstenbelasting, wordt het niet-verrekende deel van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting in mindering gebracht op de verschuldigde premie volksverzekeringen. Hiermee wordt bereikt dat de gecombineerde heffingskorting volledig kan worden verrekend met de berekende inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, als deze gecombineerde inkomensheffing een hoger bedrag beloopt dan de gecombineerde heffingskorting.